maandag 30 juli 2007

Rommelen


We zijn in de gelukkige omstandigheid dat we veel zolderruimte hebben. Maar één keer is die zolderruimte vol. We wonen hier nu vijftien jaar en nu is het zover: alles is volgestouwd. We hebben geen idee meer waarmee.

Ik heb nog een weekje vrij en meestal begin ik dan wat in huis te rommelen. E. is dan ook altijd blij dat ik weer aan het werk ga. Die houdt niet van dat gerommel in huis. Dit weekend zijn mijn zoon en ik begonnen de zolder van de schuur op te ruimen. Dat is een stoffige klus. Het is de bedoeling om op de schuurzolder dingen te bewaren die we niet kwijt willen, maar die we niet meer regelmatig gebruiken. Dan kunnen we de zolder in huis gebruiken voor de dingen waar we nog wel regelmatig gebruik van maken.

Om ruimte te maken moet er het een en ander weg. Vloerbedekking van vijftien jaar geleden, gebarsten marmoleum, het begin van een houten bus -een onafgemaakt project van mijn toen nog zeer jeugdige zoon-, een halfvergane koffer waarin E. voor zijn eindexamen een expositie bouwde, en zo nog het een en ander. Samen 150 kilo geschiedenis. Twee ritjes naar de stort. En de rekening: €22,50. Dat was even slikken, maar omgerekend valt het natuurlijk nog mee: maar €1,50 per jaar.

Ik denk dat dat bedrag nog wel een beetje gaat oplopen, want we zijn nog lang niet klaar. 

zondag 29 juli 2007

Konijn op zijn plek


Bijschrift toevoegen
Ons konijn is weer terug. Als wij met vakantie gaan, logeert het konijn bij mijn ouders. Vandaag hebben we hem weer opgehaald. Hij zit weer in zijn hokje alsof hij nooit is weggeweest. Liefst buiten, ook als het regent zoals nu. Hij heeft daardoor akelige klitten op zijn rug, die we nu hij toch vervoerd moest worden ook maar even uit zijn vacht gekamd hebben.

Ruim vier jaar geleden kwam het konijn bij ons aanlopen. We dachten dat het -gezien zijn leeftijd- geen lange periode van verzorging zou zijn. Maar hij houdt het maar vol. Fijn vindt hij het niet om opgepakt te worden. Dus dat voorkomen we maar zoveel mogelijk. Eens per jaar moet hij uit zijn hokje en dat is als we met vakantie gaan. Anders komt 'ie als we gaan voeren vanzelf naar het deurtje, maar als het moet geeft dat altijd enorme problemen. Hij zoekt het uiterste plekje in de ren en blijft dan zitten waar hij zit. Bij het zien van de doos waarin we hem vervoeren is iedere kans op vrijwillige medewerking verkeken. Dat is zo als we hem brengen en ook weer als we hem gaan halen.

Tijdens de vakantie hebben de kinderen de acht konijnen van de campinghoudster op Sjaelland verzorgd. Beklagenswaardige konijnen vonden ze het: ze zaten in kleine hokjes en kregen maar een handje vol geperst gras. Ons konijn blieft dat niet. Die keert zijn bakje om als er teveel geperst gras in het voer zit. Zijn voorkeur gaat -ondanks zijn enorme omvang- uit naar dwergkonijnenvoer, maar dan niet in dwergkonijnenporties. En hij eet graag vers gras, een wortel, wat slabladen of een appelschilletje. Opa verwent hem met verse wortels, kool en bietenloof uit de tuin. Toch is hij volgens de kinderen blij dat hij weer thuis is.

Wij in ieder geval wel.


zaterdag 28 juli 2007

Het rik


Als het kan droog ik de was graag buiten. En als dat niet lukt heb ik altijd de wasdroger achter de hand. Buiten hang ik de was op een wasrek, of zoals wij zeggen n rik. Ik heb ook een waslijn, maar meestal pak ik het rik. Het rik heb ik van mijn ouders gekregen. Ze hebben er twee bij de plaatselijke timmerman laten maken toen ze gingen trouwen. Deze kregen ze er in de loop van de jaren bij. Hij is groen en niet lichtblauw, zoals het eigenlijk hoort. Maar de kleur deert mij niet: ik klop de was uit en gooi het over het rik.

Waarom heb ik nou zo'n voorkeur voor dat rik? Ik ben in principe een luie huisvrouw, dus speelt het gemak een grote rol. Er komt geen wasknijper aan te pas. Als de was gedroogd is, hang ik het rik buiten achter aan de schuur. Heb ik 'm weer nodig, dan istie altijd bij de hand. Zonder wasknijpers heb je ook geen hangpunten aan shirts en broeken. Dat schijnt ook niet te hoeven als je het maar goed aan de lijn hangt, maar dat heb ik nog niet onder de knie. En ik heb de was -mocht er een buitje vallen- ook heel snel weer binnen. Ik sleur gewoon alles van het rik.

De jongste gebruikt het rik ook wel als tent. De oudsten deden dat natuurlijk ook toen ze jonger waren en wij deden het ook vroeger thuis al. Het rik wordt dan uitgezet, er komt een kleed over en je hebt in een handomdraai de mooiste tent van de wereld. Ik weet niet of ze nog gemaakt worden, maar ik koester mijn rik. Op een spijl zit al stukje klustape: daar schopte onze zoon net even te hard een bal tegenaan.

Ik heb nu net de vakantiewas achter de rug. Dus was het rik volop in bedrijf. En dat ziet er ook nog eens bijzonder fleurig uit.

vrijdag 27 juli 2007

Een oogje in het zeil


 

Vlak voor we met vakantie gingen las ik het in de krant. De regiopolitie heeft een vakantieproject: geef door wanneer je met vakantie bent en de politie houdt een oogje in het zeil. Ik las het de avond voor ons vertrek. Dan ben ik altijd druk in de weer met ja/nee stickers, timers voor de lampen en dergelijke. Dus ik was helemaal in de 'mood' van de inbraakpreventie.

Aangezien we hier allemaal tegelijk met vakantie gingen, stond ons rijtje er een beetje verlaten bij. Dus ik naar www.regiopolitie.nl en daar een formulier van de site gehaald. Dat moest dan weer ouderwets op de post. Keurig ingevuld wanneer we weg waren. Nog voor we vertrokken even gepost en klaar was het.

Iets eerder dan ik op het formulier had aangegeven waren we terug. 's Avonds besloten we uit Arhus te vertrekken, omdat we de aanhoudende regen zat waren. Om half drie 's nachts waren we weer thuis. De volgende ochtend komen we langzaam weer bij. Kopje koffie, krantjes lezen. En dan opeens gaat de bel: de politie. Bij thuiskomst vonden we al een Politiepreventieberichtje: op 17 juli waren ze geweest om te controleren en ze troffen het huis in goede orde aan. Nu kwamen ze dus voor de tweede controle en troffen ze het huis -eerder dan aangegeven- bevolkt aan. Gelukkig bleken wij de 'rechtmatige bewoners'.

Ik heb ze hartelijk bedankt voor de service. Want het is natuurlijk een superservice: zo je eigen beveiliging voor geen geld. Je schijnt het wanneer je maar met vakantie gaat te kunnen aangeven bij de politie. Zij houden dan een oogje voor je in het zeil. En dat allemaal in het kader van Samen werken aan veiligheid. "Vertel het vooral verder", zei de ene agent. "Het is nog vrij onbekend." Dat heb ik dan nu gedaan.

donderdag 26 juli 2007

Thuiskomen



Een van de mooiste momenten van de vakantie is het weer naar huis gaan. Voor mij in ieder geval wel. Ik vind het heerlijk om weg te gaan. Ik verbeeld me dat ik dat ook nodig heb om alles los te kunnen laten. Ik geniet van alles wat we onderweg zien en beleven. Ik geniet van het samenzijn als gezin. Maar het zou niets voor mij zijn om eindeloos van huis te zijn. Voor mij moet er ook weer een eind aan de vakantie komen. Dat komt omdat ik wortel, ik hecht me aan thuis.

Vroeger wilde ik helemaal niet van huis. Ik wilde gewoon thuis blijven, bij mijn vader en moeder. In de vakanties vroegen tantes me altijd of ik ook nog eens kwam logeren. Ik vreesde die vraag altijd. Het antwoord was altijd hetzelfde: nee. Ik vond het altijd een beetje vervelend om te zeggen, want het betekende niet dat ik ze niet aardig vond. Ik wou gewoon niet van huis.

Zo ben ik verschillende schoolreizen met zonnebril op vertrokken. Ik zag er vreselijk tegenop, maar ik ging wel. Later is het minder geworden. Toen zag ik ook de aardigheid van het wegzijn wel in. Maar de drang naar huis is altijd gebleven. Tot op de dag van vandaag. De regen van de laatste dagen heeft ons iets eerder dan gepland weer naar huis gedreven. Want in Denemarken heb je wel fijne gemeenschapsruimtes om droog te kunnen zitten, maar geen gemeenschapsruimte kan op tegen die van onszelf. Weer thuis: heerlijk!


woensdag 25 juli 2007

Groeten uit Arhus



Vakantie vieren betekent zonder tijd leven. Dat ging tot nu toe goed. Maar nu zitten we hier in Arhus. En hier leven we op de tijd: douchen, vier minuten. Van die vier minuten ben je eerst al een minuut kwijt om te kijken hoe het werkt en dan duurt het nog eventjes voor het water warm is. Vervolgens is het zaak om snel je haar te wassen, je in te zepen en af te spoelen. Het doet een beetje denken aan het douchen na het gymen op de basisschool. Onze kinderen hadden een juf die stond te tellen: 1,2,3 voor de voorkant en 1,2,3 voor de achterkant. Klaar!

En nu het bloggen. Ik zit hier achter een morsige computer mijn ding te doen. Alles kleeft een beetje. De muis rolt met tegenzin over het kleffe matje. Eigenlijk zou ik me na het bloggen weer moeten douchen, zo voelt het aan. Rondom me wordt er gebiljart, getafelvoetbald en de klok loopt. Met het pasje heb ik me voor 20 kronen 20 minuten internettijd gekocht. En dan is het ook zaak om af te ronden en op te slaan, want na 20 minuten knalt het er gewoon uit. Dan ben je alles kwijt.

Dat is nog eens een deadline!

maandag 16 juli 2007

Luid


 

Sommige mensen denken dat je ze niet kunt zien als ze in de auto zitten. Ze graven hun neus op hun gemak leeg. Er zijn ook mensen die denken dat je ze niet kunt horen als ze in een tent zitten.

Gisternacht stonden hier twee Françaises die in het kleinst mogelijke tentje kampeerden. Je zou zeggen: veel volume hoeven ze niet maken om elkaar te verstaan. Maar dat was verkeerd gedacht. Ze kropen al vroeg in hun tentje. Tot laat in de avond met elkaar praten OP HOGE TOON, LUIDKEELS. De Nederlanders en Denen op het veldje keken verstoord naar het tentje. Wij maakten met z'n allen nog niet zoveel lawaai als de twee Françaises samen.

Na één nacht zijn ze weer vertrokken. De rust is weergekeerd.


zondag 15 juli 2007

Terug naar de basis



Kamperen is vooral ook veel meters maken. Op deze camping staan we vrij ver van de toiletten af. Het is ook nog heuvel-op, dus dat vraagt extra tijd. Dan is er altijd wel iemand onderweg. Het lijkt alsof je dingen extra ingewikkeld maakt. Toch is dat niet zo. Toegegeven, voor het toiletbezoek wel. Daar ben je je overbewust van.

Thuis heb je alle apparatuur tot je beschikking. Hier behelp je je met vijf borden, vijf bekers en een paar pannen. Slapen op matjes in slaapzakken. En dat is ook precies de charme ervan: je brengt alles terug tot de basis. Als je meer hebt gebruik je ook meer. Kopje gebruikt? In de vaatwasser ermee. Handdoek gebruikt? In de wasmachine. Dat doen we nu dus even niet. We gebruiken hetzelfde kopje en dezelfde handdoek gewoon nog een keer. Op vakantie ben je helemaal niet bezig met huishoudelijke dingen. Heerlijk is dat.

Een voorbeeld: onze middelste was aan het frisbeeën. Hij ging met zijn spijkerbroek flink door de modder. Dat was een potje en toen was de broek dus vies. "Die kan in de was", zei hij. "Nee, ik ben echt niet van plan om hier ook dagelijks te wassen" , zei ik. Dus hebben we de spijkerbroek gedroogd en de modder er met een schuursponsje afgeveegd. Kan ook best, maar thuis was het gewoon in de wasmachine verdwenen.

Zo gaan we nog even door. En als we thuiskomen vinden we het ook heerlijk om het weer in de wasmachine te gooien. En dat doen we dan weer de rest van het jaar.


zaterdag 14 juli 2007

Groeten uit Abenraa


Wat zullen we doen: kiezen voor het onzekere weer in Denemarken of toch maar doorrijden naar het Zuiden? Met het risico dat we het daar veel te warm vinden. Het is Denemarken geworden. Gistermiddag rond vijf uur zagen we voor het eerst zonlicht en een blauwe Deense lucht. Vanmorgen ziet het er allemaal zonnig uit. Het campingveld waar we staan hebben we voor eigen gebruik. Veel andere toeristen worden blijkbaar toch afgeschrikt door de regen. En eerlijk is eerlijk: dat is ook niet leuk. Gisteren leek het nog of we in de herfstvakantie op vakantie waren. Maar als de zon weer schijnt is dat snel vergeten. En op deze camping is er zelfs een mogelijkheid om even te bloggen! Wat wil je nog meer? Het is wel een beetje oncomfortabel: staand typen en op de plek van de dubbele punt zit hiet de æ. Maar het kan! Vandaag is het echt weer om het water op te zoeken. We zullen wel rond de Flensburg Fjord ergens gaan kijken. Het water in de Oostzee is wel ijskoud. Dat hebben de kinderen gisteren al even getest.

De broodjes staan in een grote zak naast me. De Deense Rundstykker en de Grovbirkes geuren de zak uit. Tijd om te gaan ontbijten.

woensdag 11 juli 2007

Le`er toetje


 

Echte toetjesmensen zijn we niet. Niet in de zin van het niet lusten, maar het komt er niet zo van. De warme maaltijd is voldoende. Bovendien duurt dat al zo lang, dat we dan wel weer een punt aan de maaltijd willen draaien.

Wekelijks gaat er één pak vla of yoghurt mee. En die eten de kinderen dan ineens op. Lange tijd verdeelde ik de vla. Tegenwoordig neemt onze zoon dit initiatief. Zijn zussen eten minder snel, dus dan begint hij alvast de volgende ronde voor te bereiden. Hij schenkt het in en verdeelt het dan zo dat er net één bakje bij is dat iets voller is. Om zich daar helemaal van te overtuigen gaat hij er even op bakjeshoogte voor op tafel liggen. En ja, het volste bakje komt dan altijd 'toevallig' bij hem terecht. Kan hij ook niks aan doen. Hij vindt het -zoals een goede vriend van hem zegt- gewoon le'er. Pogingen van zijn zussen om te komen tot een evenwichtiger verdeling stranden tot nu toe. "Anders steek ik gewoon mijn vinger in het volste bakje", zegt hij. "Dan hoeven jullie het toch ook niet meer." Dat was tot nu toe afdoende.

En als dat nog niet voldoende is... hij weet nog veel smeriger dingen. Hij dreigt als een volleerd lid van de toetjesmaffia. Eén keer in de week is dus vaak genoeg.

Tags: toetje

dinsdag 10 juli 2007

Fantastig toch


Je ziet het aankomen, maar toch verrast het je: je kinderen worden groot. Het hoort erbij. Het vervult je met trots. Je ziet hoe ze zelf hun weg in de wereld beginnen te zoeken. In zekere zin omarm je het ook: hun zelfstandigheid geeft jou weer meer ruimte. Daar ben je blij om. Je groeit samen met ze. Je ontgroeit het klein zijn.

Maar zo af en toe slaat de heimwee toe: naar de grenzeloze intimiteit die er was toen ze klein waren. Naar het op je kruipen, naar onbevangen omhelzingen, naar natte kusjes, naar hun geur, naar het grenzeloze. Naar de tijd dat je hun hele wereld was.

Dit nummer van Eva de Roovere roept die sfeer van intimiteit bij me op. De video is niet geweldig,  maar het liedje is dat wel: Fantastig toch van Eva de Roovere. Mijn boezemvriendin stuurde me deze video via YouTube. Ze kocht zelf een tijdje geleden de cd van Eva de Roovere.

Kleine kinderen, grote kinderen: Fantastig toch?
 


maandag 9 juli 2007

Vakantietoppers


Als je op vakantie gaat, probeer je gedoe te voorkomen. Toch vinden onze kinderen de ongelukjes de leukste vakantieherinneringen. Ze hebben een top drie.

  1. Topper is nog altijd die keer dat ik in Denemarken op de plek van bestemming aangekomen de autodeur uit de auto trok. Stond ik daar met de deur in de hand. E. heeft de autodeur vastgebonden aan de imperial. Als we gingen rijden ging het raam open en hield hij het handvat aan de buitenkant vast. De halve vakantie hebben we als de familie Flintstone door Denemarken gecrosst op zoek naar een garage die het probleem kon oplossen.
  2. Op nummer twee komt zonder enige twijfel mijn wagenziekte. Altijd goed voor leuke vakantieherinneringen. Er scheelt niet veel aan of ze kunnen de coördinaten van een kotsplek ophoesten. Vorig jaar kwamen we langs een plek waar ik het jaar daarvoor gekotst had. "Weet je nog mam, dat je hier ook gekotst hebt?" Gedetailleerde omschrijvingen van een onverteerde uitgekotste wortel zijn ook nog altijd goed voor vakantienapret. En natuurlijk de onvergetelijke woorden die E. sprak toen hij me  onderweg een wortel aangaf: "Ik wil 'm nait weer zain". Imitaties van de kotsgeluiden doen het ook goed. Gelukkig bracht een auto met airco een eind aan dit leed.
  3. Maar ook E. komt aan de beurt. Goede derde is de falende benzinebrander. Hij is verantwoordelijk voor de controle van de benzinebrander. Twee jaar geleden vond hij dat een beetje overdreven. Het regende voortdurend en meestal doet hij dat achter het huis. Dus had hij het er deze keer stilzwijgend bij gelaten. Toen we 's avonds op de plek van bestemming arriveerden, dachten we de vocht en klamme lucht te kunnen verdrijven met een lekker kopje warme soep. Maar helaas, geen teken van leven bij de benzinebrander. Dus wij hongerig naar bed. Toen niet leuk, maar achteraf blijkbaar wel.

Ook nu zijn we weer druk in de weer om gedoe zoveel mogelijk te voorkomen. Maar mocht dat niet lukken, dan weten we dat het achteraf prachtige vakantieherinneringen oplevert.


zondag 8 juli 2007

Keukenklassiekers


 

Sinds twee jaar hebben we nieuwe - in de winkel gekochte- meubels. Tot dat moment woonden we op een jaren '60 setje dat -wanneer de kussens waren versleten- gewoon weer van een nieuw stofje werd voorzien. Onze oudste zei toen ze nog klein was altijd ter geruststelling tegen vriendjes en vriendinnetjes: "Het geeft niet als je knoeit. Dan gooit mijn moeder er gewoon weer een nieuw kleed over." Twee jaar geleden kwam daar een eind aan. Er was zoveel op geknoeid, dat een nieuw kleed niet meer mocht baten.

Wat is gebleven zijn de keukenklassiekers: houten jaren '60 stoelen. Zes kregen we uit de inboedel van E's oma. Vier kocht ik voor vier gulden in de dump in Winschoten. Het geheel wordt afgemaakt met een caféstoel met leuningen in dezelfde lijn. Die stoel heet Lucas, naar zijn baasje. Mijn vader kreeg 'm ooit van Lucas toen hij last van zijn rug had. Lucas werd uitgeleend aan mijn tante. En op een gegeven moment deed die 'm naar de rommelmarkt. Daar kocht ik 'm vervolgens weer, zonder dat ik wist dat de bewuste stoel onze Lucas was.

Thuis zit ik op Lucas. E. en de kinderen zitten op een identieke keukenklassieker. Toch spreken de kinderen onveranderd over 'mijn stoel'. "Mam, als je een stoel pakt om te bloggen, heb ik liever dat je die van papa pakt. Niet die van mij. Je zet het iedere keer verkeerd terug. En dan zit ik op die van papa." Ik zie het verschil niet, maar ze helpt me uit de droom: "Hier zit een schuine kras. Die is van mij." De oudste heeft het nog bonter gemaakt. Zij heeft haar initialen in 'haar' stoel gekrast. Daar kan helemaal geen misverstand over bestaan.

Ook al ben ik blij met onze nieuwe meubels, ik hou meer van meubels met een historie. Ik ben gehecht aan onze keukenklassiekers. En die ingekraste initialen laten we mooi zitten: dat is nieuwe geschiedenis.   


zaterdag 7 juli 2007

Pa



 

Zijn zwarte haar is wit geworden. Ooit laadde hij een vrachtauto vol met zakken van 35 kilo. Zakken met antraciet, nootjes vier; hij schepte met gemak een wagon leeg. Nu tilt hij zwaar aan één zakje cement van 35 kilo. Verwondering daarover. Ooit sprong hij tussen zijn handen door op de vrachtwagen. Lenig, sportief.

De tijd is voorbij gegaan. Het lichaam is ouder geworden. Sommige dingen zijn veranderd, andere helemaal niet. Hij is minder lenig misschien, maar niet minder sportief. Ook nu nog meet hij zich graag met anderen. Hij zoekt de competitie, maar mijdt confrontaties. Hij speelt een spel in principe om te winnen. Of het nou gaat om jeu de boules, biljarten, vissen, of noten schieten. Niet dat hij niet tegen zijn verlies kan. Dat past niet als je sportief bent, vindt hij. Verliezen hoort bij het spel. Ook als je zelf liever wint.

Onveranderd is de zorgzaamheid: ons verwennen. Met een beschuit met aardbeien of een ontbijtje. Onveranderd ook het gevoel voor humor: grappen maken. Lachen, samen met mijn moeder. Maar nog liever met ons er allemaal bij. Lachen om de humor van zijn kinderen en kleinkinderen. Trots ook; trots op zijn kleinkinderen, zijn dochters, zijn vrouw. Helemaal op zijn plek in zijn dorp, in zijn huis, in zijn tuin.

Zwart haar, wit haar, jong, oud, mooie man; het maakt geen wezenlijk verschil. Het zijn niet de uiterlijkheden die mijn pa maken. 


vrijdag 6 juli 2007

Rufus Christ Superstar


 


We zijn gisteren naar een concert van Rufus Wainwright geweest. Het was geweldig, het was een feest. Rufus is een STER! Hij kan muzikaal van alles aan, hij heeft een prachtige stem en een heel eigen stijl. En voor zijn zes bandleden geldt hetzelfde. Allemaal kunnen ze meerdere instrumenten bespelen en zingen ze backing vocals. Er kwam geen keyboard aan te pas.

Rufus is de zoon van Kate Mcgarricle en Loudon Wainwright. Dus de muziek zit hem in de genen. We zagen Loudon ooit al in het Sterrenbos en het Grand Theater. Rufus is duidelijk van twee kanten met muzikale genen gezegend: hij is beter, veel beter. Zijn muziek is een beetje vreemd, heel eigen. Hij zingt voor je gevoel soms tegen de melodie in, laat het tempo zomaar los en juist dat maakt het ook zo bijzonder. Rufus is dol op musicals en de bijbehorende verkleedpartijtjes. Dat bleek gisteravond ook wel.

We zaten in de zaal wel een eindje van het podium af. E. wilde eerst nog gewoon wat rondhangen in de hal, maar ik zag dat de zaal al behoorlijk gevuld was. Gelukkig vonden we een plekje. Ik was eerst enorm afgeleid omdat Leon Verdonschot in eigen persoon voor ons zat. Ik heb dan ook van zeer nabij kunnen constateren dat Leon een goede schedel heeft. Direct nadat ik dat had gedaan, verwisselde hij van plek en ging ergens vooraan zitten.

Toen de band opkwam zat ik eerst even te turen: Wie is nou Rufus? Daar kon geen misverstand over bestaan toen Rufus later het toneel opkwam in een pakje geïnspireerd op de Amerikaanse vlag. Veel blingbling erbij: er kwam  een echte ster op. Hij maakte direct al toespelingen op het feit dat hij 'gay' is. Volstrekt overbodig: je ziet het zonder te kijken en als je liedjes schrijft met de titel Gay Messiah, dan laat dat weinig te raden over.

Het was fantastisch om bij dit ene concert in Nederland te zijn. Er waren zelfs gillende fans aanwezig. Rufus was op dreef en geïnspireerd. Hij speelde een meer dan volle set. Bij de laatste toegift kwam hij in badjas op. Na een poosje ging de badjas uit en toen kwam er nog een spectaculaire finale met dans, zang en strakke pakjes. Een echte musical.

Rufus werkt er hard voor om superster te zijn: hallelujah Rufus.

donderdag 5 juli 2007

Vakantiekriebels


 

Vakantiekriebels. Het is bijna zover, maar ik heb ze nog helemaal niet. Meestal komen ze wel als je terugdenkt aan vorige vakanties.

Bij ons thuis bereisden we vroeger niet de hele wereld, maar we hadden de wereld aan pret. We bescheuren ons nog regelmatig om het verhaal van de waterfietsen. Ik ging al niet meer mee, maar mijn twee zusjes nog wel. Pa en moe zouden met ze gaan waterfietsen. Moe droeg die dag een rokje. In de hele collectie waterfietsen was er eentje zonder front. En ja hoor, mijn moeder en die waterfiets troffen elkaar. Het is duidelijk dat je dan niet de behoefte hebt om op te vallen. Maar helaas, mijn moeder raakte in de rietkragen verzeild en kwam daar niet meer uit. Man met megafoon langs de kant en maar schreeuwen...Nog steeds erg leuk.

En als je dan thuiskwam volgde de napret, vooral bij het bekijken van de foto's. Mijn moeder was bij ons thuis vooral degene die foto's maakte. En mijn moeder heeft veel talenten, maar fotograferen is daar niet één van. De onderstaande foto, gemaakt tijdens een vakantie in Zeeland, illustreert dat.

Wat zie je hier op de foto? Leden van ons gezin? Nee, deze drie mensen zijn volslagen onbekenden. Per ongeluk verzeild geraakt op de foto. Mijn moeder wilde eigenlijk een foto maken van het luchtspektakel. Wat dat luchtspektakel precies was, weet ze na al die jaren niet meer. Iemand die met een parachute naar beneden sprong? Of was het iemand aan zo'n paraglider? Geen idee, hij hing ergens aan in de lucht, zoveel is duidelijk. En het was mooi weer natuurlijk, dat zie je zo.

Ja ze beginnen toch weer te komen: de vakantiekriebels.

woensdag 4 juli 2007

Glimmende nagels



In de krokusvakantie zijn we naar Londen geweest. Erg leuk. In Trocadero stond een standwerker die mij uitkoos om zijn product uit te proberen. Hij had een niet te missen aanbieding: een blokje waarmee je je nagels kunt polijsten. Glimmende nagels zonder nagellak! Hij schuren en ondertussen maar babbelen. En eerlijk is eerlijk: ik was onder de indruk van het resultaat. Mijn nagels glommen mooi, maar de aanbieding kon ik best missen.

Het heeft een aantal maanden gesudderd, maar nu kwam het weer boven. Zo'n blokje zal toch heus niet alleen in Engeland te koop zijn. Dat kun je hier toch zeker ook wel kopen? En mijn nagels glommen toch wel spectaculair! Nagellak vind ik bovendien niet prettig op mijn vingernagels. Ik heb het idee dat ze dan niet meer kunnen ademen. Voor mijn teennagels geldt dat dan gek genoeg weer niet. Die zijn er natuurlijk aan gewend om niet te kunnen ademen.

Dus ik naar de drogist naast de deur. En inderdaad: die had een vijl, waarmee je je nagels kon schuren. En met de gladde kant kun je ze dan polijsten. Zij had pas echt een niet te missen aanbieding, want de vijl kostte maar €2,50. De beslissing was snel genomen: de vijl ging mee naar huis. Ik vervolgens aan het schuren en polijsten. En nog eens schuren en polijsten om ze maar te laten glimmen. Ze glimmen nu inderdaad. Een beetje. Ik heb ze ook nog even mooi in model gevijld. Maar waar ik geen rekening mee had gehouden: van al dat intensieve schuren en polijsten worden je nagels dunner. En dan liggen ze bij het minste of geringste slap achterover. Gisteravond gebeurde dat voor de laatste keer: ik heb ze met een nagelknipper weer rigoreus kort geknipt.

Ik ben blijkbaar niet voorbestemd om met gemanicuurde en glimmende nagels door het leven te gaan. Het is niet anders.


dinsdag 3 juli 2007

Klassenfeest op de valreep



Het klassenfeest van de oudste heeft wat voeten in aarde. Eerst zat ze in de organisatie. Daarna stapte ze er uit. Het thema -horror- was niet naar de zin van een deel van de klas. En de datum -30 juni- niet naar de zin van de rest. En dat na al het werk dat ze ervoor heeft verzet: uitnodigingen maken, snijden, lijmen, overleggen. Boos stapt ze uit de organisatie.

Het thema blijft horror. De datum wordt verschoven naar 5 juli. Anderen zullen de organisatie op zich nemen. Vanmiddag belt ze me op het werk. "Vind jij het goed dat we vanavond een klassenfeest bij ons in de tuin hebben?" Er blijkt van alles op het laatste moment mis te zijn gegaan . "Zou je er nu wel weer instappen?",  vraag ik haar.  "En is dat geen erg korte termijn?" Twee dagen later is de hele klas al met vakantie, vertelt ze me. Dan zou het bij ons ook niet kunnen, want dan zijn wij op stap. En ook vanavond ben ik op stap. Maar ik hoef er helemaal niet bij te zijn, verzekert ze me.

Om 15.03 uur krijg ik een mailtje. Het klassenfeest is vanavond bij ons. Als ik tegen 15.45 thuis aankom, is er nog geen sprake van grote haast. Ze zit rustig achter de msn te organiseren. De telefoonboom is in werking gezet en zo wordt de klas op de hoogte gebracht. Er wordt een briefje bij de buren door de deur gegooid om ze voor te bereiden op lawaai in de tuin.

We drinken een kop thee en richten dan de garage in als hanghoek. E. spant een zeil waar ze eventueel onder kunnen schuilen. Alles voor als het nat wordt. Om 17.00 uur komt een klasgenoot met een enorme installatie met mengtafel en alles erop en eraan. En er komen er nog meer meehelpen. Er worden inkopen gedaan bij de Lidl. Daar kun je namelijk voor geen geld frisdrank en chips kopen. Aardbeien en druiven worden gewassen. Bowl wordt in grote glazen bakken omgekeerd. Aan alles wordt gedacht: plastic bekers, bakjes, lepels, borden. Er wordt niet gebarbecued zoals eerder gepland. Het wordt een pizza- met knakworstenfeest. Thema nog steeds horror. Het gaat gesmeerd moet ik zeggen.

Om 18.00 uur zitten we aan de koffie. Alles is geregeld. Ze verklapt me dat ze blij is dat ik er vanavond niet ben. Bij de superinstallatie zit namelijk ook een microfoon. En stel je voor dat ik aan de karaoke zou gaan. Ik heb de kinderen ooit ieder een karaoke-cd voor Sinterklaas gegeven. Eerlijk is eerlijk: vooral voor mijn eigen plezier. Discotoppers, kroegkrakers en partyhits, ik zing graag even mee. Dat kan natuurlijk niet. Dat zou enorme vette schaamte zijn.

Het feest kan losbarsten.

maandag 2 juli 2007

De knopendoos



Ik ben gek op fournituren. Altijd al geweest. Knopen, band, voering, zijde, kant, ritsen; alles om kleding mee af te werken vind ik prachtig. Mijn oma had altijd een mooie knopendoos. Ze knipte de knopen van oude kleren en die kwamen dan in de doos. Ook had ze een mooie verzameling met kantjes. En mijn moeder nam die gewoonte van haar over. Uit de boedel van mijn oma kreeg zij de kantjes en de knopen. Sommige zijn al heel erg oud.

Toen ik in de stad ging wonen, stond er op de markt een leuke fourniturenman. Geflankeerd door twee leuke vrouwen die hem ook leuk vonden. De onderlinge verhouding was me niet helemaal duidelijk, maar het was wel spannend. Hij was fourniturenman uit overtuiging, dat zag je zo. Ik denk dat hij de eerste carrièreswitchman was. Het leek mij destijds ook reuzegezellig: fourniturenvrouw op de markt te zijn. Ik ging er regelmatig langs.

Ik heb zelf inmiddels een collectie knopen en kantjes opgebouwd. Ik heb zelfs een tijdje zelf stofknopen gemaakt. Ook heb ik wel knopen, kant en band opgekocht uit opgedoekte fourniturenzaken. Want gespecialiseerde fourniturenzaken zijn er bijna niet meer in Nederland. In België wel, ontdekte ik. Soms neem ik zomaar mooie knopen mee. Ook als ik er nog geen bestemming voor heb. Af en toe wissel ik de knopen van een jasje. Dan is het opeens een heel ander jasje.

Vorige week kreeg ik een knopendoos van A.. Hij is van haar moeder, maar die gebruikt 'm niet meer. Ze had me geen groter plezier kunnen doen. Ik heb thuis eerst de hele doos omgekeerd en ze bekeken, ze stuk voor stuk door mijn handen laten gaan. Er zitten hele mooie in. Ik heb er vier uitgelegd: kijken waar ik die aan kan zetten. Misschien moet ik er maar iets voor maken. 


zondag 1 juli 2007

Tuinieren in de vagina



Laat ik duidelijk zijn: deze titel heb ik niet zelf bedacht. Sterker nog, ik zou er echt niet op gekomen zijn. Het is de titel van een fotoboekje dat mijn collega deze week in tweevoud op het werk ontving. Het zat bij een tijdschrift over natuurgeneeswijzen. Gegeneerd probeerde hij de boekjes nog achterover te drukken. Maar het was te laat. Wij, de dames op de vloer, hadden het al gezien. Een van beide exemplaren werd door ons in beslag genomen. Niet meer dan terecht; het bleek namelijk te gaan over onze flora.

De foto's laten de natuur door de seizoenen heen zien. Op het omslag een foto die doet denken aan een stilleven van Monet, De Waterlelies. In het boekje wordt in de teksten bij de foto's een vergelijking gemaakt tussen de natuurlijke flora en de vaginale flora door de seizoenen heen. En daar gaat het dan toch echt ontsporen. Het levert teksten op als: In de kou worden de spinnenwebben in de vagina duidelijker (Onder een foto van een besneeuwde spinnenweb). Voor bezoekers is het handig als de kaplaarzen klaar staan (onder een foto van een eindeloze rij kaplaarzen). In de vagina kunnen fungi(schimmels) groeien. ... Schimmel is familie van de paddenstoel (onder een foto met werkelijk enorme zwammen). Ik laat citaten uit het deel De geuren van de vaginaflora even achterwege.

Inmiddels gaat het boekje in ons bedrijf van hand tot hand. Het laat een spoor van vernielingen na. Mannen met een enigszins inzakkend libido zijn na lezing van dit boekje volledig gevloerd. Vrouwen zijn zich overbewust van hun vaginale flora.

Al met al werkt het op de lachspieren. Maar na lezing blijf ik dan toch met de volgende vraag zitten: waarom, waartoe? Is het een poging om een lastig onderwerp bespreekbaar te maken? Wanneer reik je zoiets dan uit? Voordat de schimmel toeslaat, of als het heeft toegeslagen? Als ik gegrepen zou worden door vaginale schimmel, zou ik me niet serieus genomen voelen met dit gebabbel. Het is natuurlijk de bedoeling om intieme hygiëneproducten te verkopen. Preventief blijkbaar. En er is een markt voor: wij ontvingen namelijk de tweede editie.

Even googelen leert dat de auteur, dr. Mathilde Boon, ook lezingen over dit onderwerp verzorgt.


zaterdag 30 juni 2007

Lekker geurtje


Vanmorgen tref ik de jongste aan in de badkamer. Ze is bezig ‘een geurtje te maken’. Ze is druk in de weer met een zeefje, een roerstaafje, een flesje overjarige Johannesolie en verschillende badolieën. Dat wordt dan weer gemengd met water. En volgens haar kun je het helemaal afmaken met een klontje suiker. Het geheel wordt vervolgens in haar roze plastic hartvormige juwelendoos gemengd.


Gelukkig kom ik op dat moment net voorbij. De plastic juwelendoos is namelijk niet helemaal waterdicht. Dus op het aanrecht van de badkamer ligt dan al een plasje olie. Een leeg plastic reisflaconnetje blijkt de oplossing. Ik het mengsel snel overgieten van de juwelendoos in het reisflaconnetje. Zij schudden. “Als ik er zo naar kijk, lijkt het ook wel een beetje op shampoo”, zegt ze. Het is nu zaak om snel te reageren. “Nee, shampoo is het niet”, werp ik tegen. Je hebt er allemaal olie ingedaan en daar wordt je haar vettig van. “Je hebt gelijk”, zegt ze. “Het is denk ik beter voor de eiwitten in je huid. Denk je ook niet?”  Eiwitten in de huid? Ik weet het zo snel even niet. “Ik denk het ook”, zeg ik. “Wat zullen we hier van genieten hè mam?”.  Er is geen ontkomen aan. Ik zal het ook moeten gaan gebruiken. “Het lijkt me heel geschikt voor onder de douche”,  zeg ik.


donderdag 28 juni 2007

De beugelbizniz


Het gaat er dan toch van komen. Onze middelste krijgt een beugel. Zijn kiezen staan niet goed op elkaar en hij heeft een overbeet. Erfelijk belast, aldus mijn moeder. Blij wordt hij er niet van, maar als het dan toch moet, dan ook maar het liefst zo snel mogelijk. Dus hebben we een afspraak gemaakt bij de plaatselijke orthodontist. Die ook nog eens nauwe banden heeft met Duitse collega's. En die zijn dan weer echt op de hoogte van het allernieuwste op het gebied van beugels. Aldus onze tandarts.

De orthodontist heeft er niet veel tijd voor nodig om te constateren dat er een beugel moet komen. Een blokjesbeugel. Boven en onder. Hij moet 'm dag en nacht in, maar mag 'm uitdoen bij het sporten en eten. En het duurt ongeveer negen maanden. De foto's wijzen uit of de beugel erin mag voor en tijdens of na het wisselen. Hij hoopt op het eerste.

Direct maar happen dan. De assistente kiest een passend hapbakje voor boven en onder. "Heb je een grote mond?", vraagt ze heel serieus. "Nee hoor, ik ben een lieve jongen", zegt hij - nog vol humor. Dan moet er gehapt worden. Eerst onder om het door de neus ademen ook even goed te oefenen. En dan boven. Nog een foto en dan is het klaar. Na de vakantie horen we meer.

Aan tafel praten we nog even na. De orthodontist wist al dat we kwamen. Hij blijkt goed bevriend te zijn met onze tandarts. En die was in de afgelopen week net op zijn verjaardagsfeestje geweest. Onze jongste schiet in de lach. "Ik zie het al voor me", zegt ze. "Een discobol aan het plafond en dan allemaal met een mondkapje op dansen." En dan zien we het allemaal voor ons: witte jasjes aan, blauw licht erop en swingen maar. 

woensdag 27 juni 2007

Kiezen en genieten



Ik had mijn leven op zoveel manieren kunnen invullen. Ik had een heel groot gezin kunnen hebben. Daar was ik volgens de vreemde kraamverzorgster die ons bij de eerste terzijde stond zeer geschikt voor. Ik had ook decorbouwer kunnen worden, of bakker; meer met mijn handen kunnen gaan werken. Mode-ontwerper of coupeuse kunnen zijn. Dat zit ook in mij. Of ik had op een ander continent kunnen gaan wonen, als mijn wortels hier niet zo diep in de grond hadden gezeten. Dan had mijn leven er heel anders uitgezien. Maar dat heb ik allemaal niet gedaan.

Met iedere keuze die je maakt bepaal je je weg en sluit je andere wegen af. Ongelovig als ik ben, kan ik me best voorstellen dat mensen willen geloven in een leven na de dood. In één leven benut je lang niet al je mogelijkheden. En dat lijkt zo'n verspilling. Ook reïncarnatie heeft daarom iets aantrekkelijks. Maar daar geloof ik allemaal niet in. Dus is het kiezen geblazen. Want als je niet kiest, hou je geen tijd over om te genieten van de kleine dingen in het leven.

Als het erop aan komt zijn het namelijk niet de grote dingen die je leven bepalen en inhoud geven. Het zijn de kleine dingen. Dat werd nog weer eens duidelijk in mijn laatste gesprek met G.. Hij wist dat hij er niet lang meer zou zijn. "Als het zo moet ben ik er wel klaar mee", zei hij. "Natuurlijk, er zijn dingen die ik nog graag had willen doen. Ik zou graag nog een keer gaan kamperen, nog een keer een stukje met mijn vrouw fietsen. Die laatste bladen nog inbinden. Maar dat komt er niet meer van." Ik was diep ontroerd door de eenvoud en tegelijkertijd de onmogelijkheid van die wensen.

Dus geniet ik van de kleine dingen.


dinsdag 26 juni 2007

Vakantiediscussies



De vakantie komt in zicht. De discussies over de bestemming liggen achter ons: we gaan naar Denemarken. Niet te warm, niet te ver en aan zee. We gaan kamperen en we trekken, dus dat is ook duidelijk. Nu vinden er andere discussies plaats. We hebben een grote tent met twee binnententen en een driepersoonsslaaptentje. Ze zijn met z'n drieën. Dus wie gaat in de binnentent en wie in het driepersoonstentje? Met z'n drieën in de driepersoonstent is ondenkbaar: veel te krap. De oudste is duidelijk: zij gaat in ieder geval in het driepersoonsslaaptentje. Dat is haar domein en daar regeert ze met strakke hand. De andere twee willen ook wel graag in de binnentent.


Vorig jaar werd er gewisseld. Tot grote tevredenheid van de oudste. Zij vindt namelijk haar broertje noch haar zusje ruim twee weken achtereen met haar in dezelfde ruimte te harden. Dus haar voorkeur is duidelijk: wisselen. Maar daar zit 'm nou net de kneep. Dat willen de andere twee weer niet. Die willen een vaste plek. De vraag is alleen: welke plek? Het houdt de gemoederen druk bezig. Ze zijn er nog niet uit.

Wie in het driepersoonstentje slaapt heeft zich in ieder geval te houden aan de volgende tentregels, opgesteld door de oudste: >Niet met schoenen aan op het zeil > geen vieze voeten op de slaapzak en kussens > elastiekjes niet losmaken van de mattenzakjes > de dingen laten liggen waar ze liggen > ritsen altijd goed dichtdoen; ALLEMAAL!!!

zondag 24 juni 2007

Om in te lijsten



Onverwacht deden onze jongens ook nog mee. Ze waren bezig geweest met een onderstel voor de oude Berini die ze van hun opa hebben gekregen. Maar ze kregen het niet voor elkaar. Vrijdagmiddag kreeg mijn zwager de geest en laste nog een onderstel in elkaar voor achter de grasmaaier. Dus toen konden ze toch nog mee, afwisselend eentje op de maaier en eentje op de Berini. Een groot succes.

We hebben het weekend in het dorp doorgebracht. Dat doen we altijd met kermis. En dat is altijd heerlijk: verwend met een ontbijtje door mijn vader, lekker uitslapen en eindeloos in het dorp en op de kermis rondhangen. De kinderen hebben flink gezweefd. Ik heb deze keer overgeslagen: na een lange periode met rugklachten leek dat me niet zo verstandig. Maar ik kijk ook graag. Het was al met al weer een weekend om in te lijsten.


vrijdag 22 juni 2007

Lieve vriendjes en vriendinnetjes



Lieve vriendjes en vriendinnetjes is de aanhef van het schrijven. Een direct mail van Bassie en Adriaan? Nee, dat is het niet. Het is getekend Het bestuur. Het is namelijk een uitnodiging voor de kinderspelweek. En niet alleen intimi worden aangeschreven; het is bedoeld voor alle kinderen in onze gemeente van vijf tot en met twaalf jaar.

Ieder jaar vermaken vrijwilligers een week lang kinderen door leuke dingen met ze te doen. Daar kun je natuurlijk niets op tegen hebben. Dat is fantastisch. Daar moet je een echte kindervriend voor zijn. Ik zou er persoonlijk niet aan moeten denken.

Maar ik ga echt over mijn nek van de aanhef Lieve vriendjes en vriendinnetjes. Dat doet me denken aan het foute type kindervriend. De in-iets-heel-anders-geïnteresseerde kindervriend. Het is onoprechte vriendschap; alle kinderen in de gemeente kunnen niet je vriendje of vriendinnetje zijn. Daar zitten namelijk ook regelrechte etterbakken tussen. Twaalfjarigen spreek je bovendien zo al helemaal niet meer aan. Die tijd is dan allang voorbij: dat is voor het Bassie en Adriaanpubliek.
Makkelijk kritiseren zo vanuit de zijlijn. Dat is waar. Dus wat ik zou doen? Jongens en meisjes of Dag allemaal.



donderdag 21 juni 2007

Abbamanie


Als Abba nu hits zou hebben geschreven, zouden het stuk voor stuk weer hits worden. Dat is wetenschappelijk bewezen. Laatst zagen we een documentaire waarin ze een methode hadden ontwikkeld om de hitpotentie van hitsongs te voorspellen. Alle hits van Abba kwamen voorbij. Zelfs hits, waarvan ik al was vergeten dat het hits waren geweest. Natuurlijk Dancing Queen. Dat was een echte discokraker in de onvergetelijke discotijd.

Maar ook als het niet wetenschappelijk bewezen zou zijn, zou ik het direct geloven. Dancing Queen staat op een schemerige karaoke-cd met kroegkrakers bij ons in de kast. Natuurlijk niet in de originele Abba-uitvoering. Die ontdekte de jongste pas op YouTube na de documentaire. We worden nu regelmatig op een potje Abba getrakteerd. De Dancing Queen, Waterloo, SOS, in de Engelstalige versie, in de Duitstalige versie. Noem maar op. Ze zingt ze uit volle borst mee. Ook hun extraverte kleding kan ze wel waarderen. "Nu doen we die ene waar ze een bontjas aan heeft." (Chiquitita) En zo komt de ene na de andere Abbahit voorbij.




 

woensdag 20 juni 2007

Zweven


 

Kermis in mijn geboortedorp. Het stelt zo op het oog niet zoveel voor: een schiettent, een goktent, een snoepstalletje, een kindermolen en een zweefmolen. Maar het is met geen andere kermis te vergelijken. Het is een waar feest.

Dit weekend is het weer zover: het is kermis in het dorp. En dat niet alleen, het is ook nog eens schoolfeest. Dat is dubbel feest: het hele dorp is versierd. Weken -soms maanden- van tevoren is iedereen bezig met het maken van wagens en versieringen voor de straten. Al decennia worden de bogen op dezelfde plek opgebouwd. Het dorp toont zich op zijn best. 

De zweefmolen is de topattractie van de kermis. De opwinding in het dorp neemt in de loop van de week toe: hij is er... de zweef. Het orgelmuziekje in de molen heeft een onweerstaanbare aantrekkingskracht. Als de molen draait moet je er gewoon in. Gewoon rondjes zweven is er niet bij: een echte Woltersummer zet zich af. Dat is het mooie van zweven. Je pakt het ritme van de zweef en duwt jezelf op. Als je het goed doet, kijk je op het dak van de zweef. Ik heb hem zelf talloze malen gezien.

Eerst gingen we met pa of moe. Als echte Woltersummers konden die het natuurlijk ook. Ze leerden ons het ritme van de zweef herkennen. Daarna zweefden we zelf. Omdat wij thuis lange benen hebben, hadden we achterin het bakje ook vaak een passagier met kortere benen. Is het bakje ook direct een beetje stabieler. En dat zweeft beter.


1970: vol verwachting naar de kermis

Toen ik jonger was, had ik mijn armen na het kermisweekend meestal vanaf de polsen tot aan de ellebogen blauw. En ook op mijn rug, heupen; overal had ik blauwe plekken. Dat was gewoon, dat kwam van het afzetten en dat hoorde bij het zweven. We toonden onze blauwe plekken vol trots aan elkaar. Toen ik mijn eindexamendiploma kreeg, vroegen mijn ouders wat ik zou willen hebben. Het mooiste wat ik kon bedenken was: zoveel zweven als ik kan. En dat is gebeurd. Ik zweefde en ik zweefde. Heerlijk gewoon. Tot ik op zondagavond net een keer teveel zweefde. Ik lette even niet goed op en raakte met mijn onderbenen tussen twee bakjes bekneld. Verder niet ernstig, maar het zweven was voor dat weekend voorbij. Ik kon me niet meer afzetten.

Het gevoel onbeperkt te mogen zweven zal ik nooit vergeten. Rondje na rondje zweven, de wind in je haren, 's avonds met de lichtjes aan, en je eindeloos mee laten voeren op het ritme van de zweef. Alleen maar dat. Het was een onvergetelijke ervaring. Ik zou het iedereen toewensen.

dinsdag 19 juni 2007

Over en weer



Toegegeven, ik heb niet veel maatgevoel. Dat werkt overal in door. Ook in het bloggen. Zomaar ineens heb ik een uitbarsting en dan schrijf ik ineens vijf stukjes. Zo ook deze avond. Ik ben druk bezig. En waarom ook niet? De tv is overgestapt op het zomerprogramma. Buiten is het akelig warm, dus ik zit hier prima. Ik roep mijn oudste en vraag haar haar oma te bellen. Ze moet even iets navragen voor een stukje. Dat doet ze met plezier. E. zegt tegen onze dochter "Zeg maar: vanuit de hectische redactieruimte van Praats". Ze doet het niet, vraagt de gegevens en geeft ze aan mij door. Zo, weer een stukje klaar. Ik zie het wel aan hem. Hij verkneukelt zich. "Nou, nou,  wat een koorstachtige drukte in de redactieruimte van Praats zeg". Hij vindt het erg leuk, loopt nog net niet dijenkletsend door het huis. "Pas op hoor, of ik blog erover", zeg ik. Kijk, dat vind ik dan weer leuk. 


zondag 17 juni 2007

De ruilauto


 

Je went snel aan luxe. Vorig jaar kregen we een nieuwe tweedehands auto, een donkergroene Mazda Premacy. Met centrale vergrendeling en airco. Dus de tijd dat één van de achterdeuren niet op slot zit is voorbij. Ook zweten als een otter is er niet meer bij in de airgeconditioneerde Mazda Premacy.

Maar af en toe moet een auto worden gekeurd. Zo ook onze nog steeds zo goed als nieuwe auto. Onze garage voorziet ons dan altijd welwillend van een ruilauto. Wat voor eentje je krijgt is altijd maar afwachten. Deze keer werd het een Peugeot 106 met twee deuren. Een compleet andere sensatie. Klein, heel klein en de 60 kilometerzone voelt ineens heel natuurlijk aan. De ramen kunnen automatisch worden bediend. Dat dan weer wel. De raampjes achterin klappen naar buiten open.

Op de zaterdag maken we ons eerste tochtje met zijn vieren. "Toch wel lekker, die raampjes zo open", aldus de kinderen. "Kunnen we ook wel vaker doen." De tocht was niet heel comfortabel, maar wel goed te doen. Zondag was het vaderdag, dus werd het hele gezin in de Peugeot 106 geperst. En dat niet alleen: mijn schoonvader wilde ook nog graag 12 stoeptegels. Dus: in de achterbak ermee.

Kreunend en steunend bracht de Peugeot ons op de plek van bestemming. Maar we kwamen er wel. Drempels waar mogelijk vermijden. De twee drempels die we moesten nemen waren kantje boord, maar het ging! Nadat we de stoeptegels hadden gelost, werd het iets gemakkelijker. Vandaag is onze Mazda Premacy er gelukkig weer. Goedgekeurd en al.


zaterdag 16 juni 2007

Gelukkig maar


 

Een tijd geleden was er een ouderavond bij onze oudste op school. Wanneer het groepsdoe-avonden of groepsgespreksavonden zijn ben ik meestal aan de beurt. Deze keer moesten we zeggen wat we voor onze kinderen wensten. In groepjes uiteen natuurlijk. Er kwam van alles uit: prachtige carrières, mooie toekomstplannen. In onze groep gaf ik aan dat ik vind dat er maar één ding echt belangrijk is. En dat is dat ze gelukkig zijn. De rest komt pas daarna. De andere vrouwen in mijn groep beaamden dat. Dat wil tenslotte iedere ouder. Het kwam niet uit de andere groepen, misschien omdat ze daar vooral gericht waren op wat de opleiding je kind kan brengen. Wellicht dachten ze dat dat vanzelf komt als je je opleiding goed voor elkaar hebt. Heeft gelukkig zijn iets met opleiding te maken? Je hebt meer keuzemogelijkheden als je een goede opleiding hebt. En natuurlijk: het juiste beroep kiezen maakt je gelukkig. Je besteedt tenslotte een flink deel van je tijd aan je werk. Dus ja het zal zeker iets bijdragen.

Toen onze kinderen nog heel klein waren sprak ik eens met een vader met een dochter van twintig. Zij was niet blij met het leven. Wat haar betreft hadden ze haar geen plezier gedaan door haar op de wereld te zetten. Er zijn veel erge dingen die je als ouder kunnen overkomen en dit is er een van. Je zet kinderen op de wereld in de veronderstelling dat je ze daarmee een plezier doet. Je doet jezelf er namelijk een enorm plezier mee. Hoe schrijnend moet het dan zijn om je kind te zien worstelen met het leven. Dat was voor die vader dan ook een enorme worsteling. Want jij wilt haar in leven, maar kun je haar daarin forceren? 

Bij ons lijkt het erop dat ze wel gelukkig zijn. Ze vinden in ieder geval allemaal dat ze het enorm met zichzelf hebben getroffen . En dat is natuurlijk een prima basis voor geluk. Gelukkig maar.   

vrijdag 15 juni 2007

Getild door het water


Het water kabbelt rustig. De geur van chloor en desinfecteringsmiddel dringt zich nadrukkelijk op. Een schoonmaakster is druk in de weer om de schade van de dag te herstellen. Met zijn vijven stappen we in het water. Het hele bad is voor ons. De neonverlichting is genadeloos. Maar dat deert ons niet. Het water is koel, verfrissend. De spieren spannen en ontspannen zich. Het water tilt je op. De band start. Mochten de bewegingen nog aarzelend zijn, dan is dat nu over. Vanavond leidt Barry White ons de weg. You're the one, you're my first, my last, my everything. Aquajoggen: het is heerlijk. Ik word er heel gelukkig van.

donderdag 14 juni 2007

Een hopeloos geval

"Nou mam, dat ziet er niet best uit." Ze kijkt zorgelijk in haar Grote Meisjes Handboek. Ze heeft me terwijl ik stond te koken de modegevoeligheidstest afgenomen. Ik heb de laagst mogelijke score. "Je hebt overal ruitjes. Je had eigenlijk balletjes moeten kiezen mam." Ik kom uit op 3 punten.

Op de stelling Deze zomer is roze hip kies ik het antwoord: Daar heb je nu net een hekel aan. Je kleren van vorig jaar kunnen best nog wel een jaartje mee. En ik had natuurlijk moeten kiezen: Je koopt een volledig nieuwe garderobe om helemaal in te zijn. Dat was het balletje!

Op de stelling Je hebt nieuwe gymschoenen nodig kies ik: Het mag best wat minder duur: je verslijt ze toch snel. Waar ik natuurlijk had moeten kiezen: Een bekend merk of helemaal niets!

En de stelling Onder de kerstboom lag gaat ook al helemaal de mist in. Ik kies een naaimachine, waar ik natuurlijk vette punten had kunnen scoren met: De jas die je favoriete topmodel ook draagt.

Ze leest me vermanend voor: Je hebt 4 punten of minder? Comfort gaat bij jou boven alles en mode is een verschrikking! Toch een kleine moeite: mooi gekleed zijn is ook een vorm van jezelf en het beeld dat anderen van je hebben, verzorgen.

Ze slaat het Grote Meisjes Handboek met een zucht dicht. Het is wel duidelijk: ik ben een hopeloos geval.