zaterdag 30 juni 2007

Lekker geurtje


Vanmorgen tref ik de jongste aan in de badkamer. Ze is bezig ‘een geurtje te maken’. Ze is druk in de weer met een zeefje, een roerstaafje, een flesje overjarige Johannesolie en verschillende badolieën. Dat wordt dan weer gemengd met water. En volgens haar kun je het helemaal afmaken met een klontje suiker. Het geheel wordt vervolgens in haar roze plastic hartvormige juwelendoos gemengd.


Gelukkig kom ik op dat moment net voorbij. De plastic juwelendoos is namelijk niet helemaal waterdicht. Dus op het aanrecht van de badkamer ligt dan al een plasje olie. Een leeg plastic reisflaconnetje blijkt de oplossing. Ik het mengsel snel overgieten van de juwelendoos in het reisflaconnetje. Zij schudden. “Als ik er zo naar kijk, lijkt het ook wel een beetje op shampoo”, zegt ze. Het is nu zaak om snel te reageren. “Nee, shampoo is het niet”, werp ik tegen. Je hebt er allemaal olie ingedaan en daar wordt je haar vettig van. “Je hebt gelijk”, zegt ze. “Het is denk ik beter voor de eiwitten in je huid. Denk je ook niet?”  Eiwitten in de huid? Ik weet het zo snel even niet. “Ik denk het ook”, zeg ik. “Wat zullen we hier van genieten hè mam?”.  Er is geen ontkomen aan. Ik zal het ook moeten gaan gebruiken. “Het lijkt me heel geschikt voor onder de douche”,  zeg ik.


donderdag 28 juni 2007

De beugelbizniz


Het gaat er dan toch van komen. Onze middelste krijgt een beugel. Zijn kiezen staan niet goed op elkaar en hij heeft een overbeet. Erfelijk belast, aldus mijn moeder. Blij wordt hij er niet van, maar als het dan toch moet, dan ook maar het liefst zo snel mogelijk. Dus hebben we een afspraak gemaakt bij de plaatselijke orthodontist. Die ook nog eens nauwe banden heeft met Duitse collega's. En die zijn dan weer echt op de hoogte van het allernieuwste op het gebied van beugels. Aldus onze tandarts.

De orthodontist heeft er niet veel tijd voor nodig om te constateren dat er een beugel moet komen. Een blokjesbeugel. Boven en onder. Hij moet 'm dag en nacht in, maar mag 'm uitdoen bij het sporten en eten. En het duurt ongeveer negen maanden. De foto's wijzen uit of de beugel erin mag voor en tijdens of na het wisselen. Hij hoopt op het eerste.

Direct maar happen dan. De assistente kiest een passend hapbakje voor boven en onder. "Heb je een grote mond?", vraagt ze heel serieus. "Nee hoor, ik ben een lieve jongen", zegt hij - nog vol humor. Dan moet er gehapt worden. Eerst onder om het door de neus ademen ook even goed te oefenen. En dan boven. Nog een foto en dan is het klaar. Na de vakantie horen we meer.

Aan tafel praten we nog even na. De orthodontist wist al dat we kwamen. Hij blijkt goed bevriend te zijn met onze tandarts. En die was in de afgelopen week net op zijn verjaardagsfeestje geweest. Onze jongste schiet in de lach. "Ik zie het al voor me", zegt ze. "Een discobol aan het plafond en dan allemaal met een mondkapje op dansen." En dan zien we het allemaal voor ons: witte jasjes aan, blauw licht erop en swingen maar. 

woensdag 27 juni 2007

Kiezen en genieten



Ik had mijn leven op zoveel manieren kunnen invullen. Ik had een heel groot gezin kunnen hebben. Daar was ik volgens de vreemde kraamverzorgster die ons bij de eerste terzijde stond zeer geschikt voor. Ik had ook decorbouwer kunnen worden, of bakker; meer met mijn handen kunnen gaan werken. Mode-ontwerper of coupeuse kunnen zijn. Dat zit ook in mij. Of ik had op een ander continent kunnen gaan wonen, als mijn wortels hier niet zo diep in de grond hadden gezeten. Dan had mijn leven er heel anders uitgezien. Maar dat heb ik allemaal niet gedaan.

Met iedere keuze die je maakt bepaal je je weg en sluit je andere wegen af. Ongelovig als ik ben, kan ik me best voorstellen dat mensen willen geloven in een leven na de dood. In één leven benut je lang niet al je mogelijkheden. En dat lijkt zo'n verspilling. Ook reïncarnatie heeft daarom iets aantrekkelijks. Maar daar geloof ik allemaal niet in. Dus is het kiezen geblazen. Want als je niet kiest, hou je geen tijd over om te genieten van de kleine dingen in het leven.

Als het erop aan komt zijn het namelijk niet de grote dingen die je leven bepalen en inhoud geven. Het zijn de kleine dingen. Dat werd nog weer eens duidelijk in mijn laatste gesprek met G.. Hij wist dat hij er niet lang meer zou zijn. "Als het zo moet ben ik er wel klaar mee", zei hij. "Natuurlijk, er zijn dingen die ik nog graag had willen doen. Ik zou graag nog een keer gaan kamperen, nog een keer een stukje met mijn vrouw fietsen. Die laatste bladen nog inbinden. Maar dat komt er niet meer van." Ik was diep ontroerd door de eenvoud en tegelijkertijd de onmogelijkheid van die wensen.

Dus geniet ik van de kleine dingen.


dinsdag 26 juni 2007

Vakantiediscussies



De vakantie komt in zicht. De discussies over de bestemming liggen achter ons: we gaan naar Denemarken. Niet te warm, niet te ver en aan zee. We gaan kamperen en we trekken, dus dat is ook duidelijk. Nu vinden er andere discussies plaats. We hebben een grote tent met twee binnententen en een driepersoonsslaaptentje. Ze zijn met z'n drieën. Dus wie gaat in de binnentent en wie in het driepersoonstentje? Met z'n drieën in de driepersoonstent is ondenkbaar: veel te krap. De oudste is duidelijk: zij gaat in ieder geval in het driepersoonsslaaptentje. Dat is haar domein en daar regeert ze met strakke hand. De andere twee willen ook wel graag in de binnentent.


Vorig jaar werd er gewisseld. Tot grote tevredenheid van de oudste. Zij vindt namelijk haar broertje noch haar zusje ruim twee weken achtereen met haar in dezelfde ruimte te harden. Dus haar voorkeur is duidelijk: wisselen. Maar daar zit 'm nou net de kneep. Dat willen de andere twee weer niet. Die willen een vaste plek. De vraag is alleen: welke plek? Het houdt de gemoederen druk bezig. Ze zijn er nog niet uit.

Wie in het driepersoonstentje slaapt heeft zich in ieder geval te houden aan de volgende tentregels, opgesteld door de oudste: >Niet met schoenen aan op het zeil > geen vieze voeten op de slaapzak en kussens > elastiekjes niet losmaken van de mattenzakjes > de dingen laten liggen waar ze liggen > ritsen altijd goed dichtdoen; ALLEMAAL!!!

zondag 24 juni 2007

Om in te lijsten



Onverwacht deden onze jongens ook nog mee. Ze waren bezig geweest met een onderstel voor de oude Berini die ze van hun opa hebben gekregen. Maar ze kregen het niet voor elkaar. Vrijdagmiddag kreeg mijn zwager de geest en laste nog een onderstel in elkaar voor achter de grasmaaier. Dus toen konden ze toch nog mee, afwisselend eentje op de maaier en eentje op de Berini. Een groot succes.

We hebben het weekend in het dorp doorgebracht. Dat doen we altijd met kermis. En dat is altijd heerlijk: verwend met een ontbijtje door mijn vader, lekker uitslapen en eindeloos in het dorp en op de kermis rondhangen. De kinderen hebben flink gezweefd. Ik heb deze keer overgeslagen: na een lange periode met rugklachten leek dat me niet zo verstandig. Maar ik kijk ook graag. Het was al met al weer een weekend om in te lijsten.


vrijdag 22 juni 2007

Lieve vriendjes en vriendinnetjes



Lieve vriendjes en vriendinnetjes is de aanhef van het schrijven. Een direct mail van Bassie en Adriaan? Nee, dat is het niet. Het is getekend Het bestuur. Het is namelijk een uitnodiging voor de kinderspelweek. En niet alleen intimi worden aangeschreven; het is bedoeld voor alle kinderen in onze gemeente van vijf tot en met twaalf jaar.

Ieder jaar vermaken vrijwilligers een week lang kinderen door leuke dingen met ze te doen. Daar kun je natuurlijk niets op tegen hebben. Dat is fantastisch. Daar moet je een echte kindervriend voor zijn. Ik zou er persoonlijk niet aan moeten denken.

Maar ik ga echt over mijn nek van de aanhef Lieve vriendjes en vriendinnetjes. Dat doet me denken aan het foute type kindervriend. De in-iets-heel-anders-geïnteresseerde kindervriend. Het is onoprechte vriendschap; alle kinderen in de gemeente kunnen niet je vriendje of vriendinnetje zijn. Daar zitten namelijk ook regelrechte etterbakken tussen. Twaalfjarigen spreek je bovendien zo al helemaal niet meer aan. Die tijd is dan allang voorbij: dat is voor het Bassie en Adriaanpubliek.
Makkelijk kritiseren zo vanuit de zijlijn. Dat is waar. Dus wat ik zou doen? Jongens en meisjes of Dag allemaal.



donderdag 21 juni 2007

Abbamanie


Als Abba nu hits zou hebben geschreven, zouden het stuk voor stuk weer hits worden. Dat is wetenschappelijk bewezen. Laatst zagen we een documentaire waarin ze een methode hadden ontwikkeld om de hitpotentie van hitsongs te voorspellen. Alle hits van Abba kwamen voorbij. Zelfs hits, waarvan ik al was vergeten dat het hits waren geweest. Natuurlijk Dancing Queen. Dat was een echte discokraker in de onvergetelijke discotijd.

Maar ook als het niet wetenschappelijk bewezen zou zijn, zou ik het direct geloven. Dancing Queen staat op een schemerige karaoke-cd met kroegkrakers bij ons in de kast. Natuurlijk niet in de originele Abba-uitvoering. Die ontdekte de jongste pas op YouTube na de documentaire. We worden nu regelmatig op een potje Abba getrakteerd. De Dancing Queen, Waterloo, SOS, in de Engelstalige versie, in de Duitstalige versie. Noem maar op. Ze zingt ze uit volle borst mee. Ook hun extraverte kleding kan ze wel waarderen. "Nu doen we die ene waar ze een bontjas aan heeft." (Chiquitita) En zo komt de ene na de andere Abbahit voorbij.




 

woensdag 20 juni 2007

Zweven


 

Kermis in mijn geboortedorp. Het stelt zo op het oog niet zoveel voor: een schiettent, een goktent, een snoepstalletje, een kindermolen en een zweefmolen. Maar het is met geen andere kermis te vergelijken. Het is een waar feest.

Dit weekend is het weer zover: het is kermis in het dorp. En dat niet alleen, het is ook nog eens schoolfeest. Dat is dubbel feest: het hele dorp is versierd. Weken -soms maanden- van tevoren is iedereen bezig met het maken van wagens en versieringen voor de straten. Al decennia worden de bogen op dezelfde plek opgebouwd. Het dorp toont zich op zijn best. 

De zweefmolen is de topattractie van de kermis. De opwinding in het dorp neemt in de loop van de week toe: hij is er... de zweef. Het orgelmuziekje in de molen heeft een onweerstaanbare aantrekkingskracht. Als de molen draait moet je er gewoon in. Gewoon rondjes zweven is er niet bij: een echte Woltersummer zet zich af. Dat is het mooie van zweven. Je pakt het ritme van de zweef en duwt jezelf op. Als je het goed doet, kijk je op het dak van de zweef. Ik heb hem zelf talloze malen gezien.

Eerst gingen we met pa of moe. Als echte Woltersummers konden die het natuurlijk ook. Ze leerden ons het ritme van de zweef herkennen. Daarna zweefden we zelf. Omdat wij thuis lange benen hebben, hadden we achterin het bakje ook vaak een passagier met kortere benen. Is het bakje ook direct een beetje stabieler. En dat zweeft beter.


1970: vol verwachting naar de kermis

Toen ik jonger was, had ik mijn armen na het kermisweekend meestal vanaf de polsen tot aan de ellebogen blauw. En ook op mijn rug, heupen; overal had ik blauwe plekken. Dat was gewoon, dat kwam van het afzetten en dat hoorde bij het zweven. We toonden onze blauwe plekken vol trots aan elkaar. Toen ik mijn eindexamendiploma kreeg, vroegen mijn ouders wat ik zou willen hebben. Het mooiste wat ik kon bedenken was: zoveel zweven als ik kan. En dat is gebeurd. Ik zweefde en ik zweefde. Heerlijk gewoon. Tot ik op zondagavond net een keer teveel zweefde. Ik lette even niet goed op en raakte met mijn onderbenen tussen twee bakjes bekneld. Verder niet ernstig, maar het zweven was voor dat weekend voorbij. Ik kon me niet meer afzetten.

Het gevoel onbeperkt te mogen zweven zal ik nooit vergeten. Rondje na rondje zweven, de wind in je haren, 's avonds met de lichtjes aan, en je eindeloos mee laten voeren op het ritme van de zweef. Alleen maar dat. Het was een onvergetelijke ervaring. Ik zou het iedereen toewensen.

dinsdag 19 juni 2007

Over en weer



Toegegeven, ik heb niet veel maatgevoel. Dat werkt overal in door. Ook in het bloggen. Zomaar ineens heb ik een uitbarsting en dan schrijf ik ineens vijf stukjes. Zo ook deze avond. Ik ben druk bezig. En waarom ook niet? De tv is overgestapt op het zomerprogramma. Buiten is het akelig warm, dus ik zit hier prima. Ik roep mijn oudste en vraag haar haar oma te bellen. Ze moet even iets navragen voor een stukje. Dat doet ze met plezier. E. zegt tegen onze dochter "Zeg maar: vanuit de hectische redactieruimte van Praats". Ze doet het niet, vraagt de gegevens en geeft ze aan mij door. Zo, weer een stukje klaar. Ik zie het wel aan hem. Hij verkneukelt zich. "Nou, nou,  wat een koorstachtige drukte in de redactieruimte van Praats zeg". Hij vindt het erg leuk, loopt nog net niet dijenkletsend door het huis. "Pas op hoor, of ik blog erover", zeg ik. Kijk, dat vind ik dan weer leuk. 


zondag 17 juni 2007

De ruilauto


 

Je went snel aan luxe. Vorig jaar kregen we een nieuwe tweedehands auto, een donkergroene Mazda Premacy. Met centrale vergrendeling en airco. Dus de tijd dat één van de achterdeuren niet op slot zit is voorbij. Ook zweten als een otter is er niet meer bij in de airgeconditioneerde Mazda Premacy.

Maar af en toe moet een auto worden gekeurd. Zo ook onze nog steeds zo goed als nieuwe auto. Onze garage voorziet ons dan altijd welwillend van een ruilauto. Wat voor eentje je krijgt is altijd maar afwachten. Deze keer werd het een Peugeot 106 met twee deuren. Een compleet andere sensatie. Klein, heel klein en de 60 kilometerzone voelt ineens heel natuurlijk aan. De ramen kunnen automatisch worden bediend. Dat dan weer wel. De raampjes achterin klappen naar buiten open.

Op de zaterdag maken we ons eerste tochtje met zijn vieren. "Toch wel lekker, die raampjes zo open", aldus de kinderen. "Kunnen we ook wel vaker doen." De tocht was niet heel comfortabel, maar wel goed te doen. Zondag was het vaderdag, dus werd het hele gezin in de Peugeot 106 geperst. En dat niet alleen: mijn schoonvader wilde ook nog graag 12 stoeptegels. Dus: in de achterbak ermee.

Kreunend en steunend bracht de Peugeot ons op de plek van bestemming. Maar we kwamen er wel. Drempels waar mogelijk vermijden. De twee drempels die we moesten nemen waren kantje boord, maar het ging! Nadat we de stoeptegels hadden gelost, werd het iets gemakkelijker. Vandaag is onze Mazda Premacy er gelukkig weer. Goedgekeurd en al.


zaterdag 16 juni 2007

Gelukkig maar


 

Een tijd geleden was er een ouderavond bij onze oudste op school. Wanneer het groepsdoe-avonden of groepsgespreksavonden zijn ben ik meestal aan de beurt. Deze keer moesten we zeggen wat we voor onze kinderen wensten. In groepjes uiteen natuurlijk. Er kwam van alles uit: prachtige carrières, mooie toekomstplannen. In onze groep gaf ik aan dat ik vind dat er maar één ding echt belangrijk is. En dat is dat ze gelukkig zijn. De rest komt pas daarna. De andere vrouwen in mijn groep beaamden dat. Dat wil tenslotte iedere ouder. Het kwam niet uit de andere groepen, misschien omdat ze daar vooral gericht waren op wat de opleiding je kind kan brengen. Wellicht dachten ze dat dat vanzelf komt als je je opleiding goed voor elkaar hebt. Heeft gelukkig zijn iets met opleiding te maken? Je hebt meer keuzemogelijkheden als je een goede opleiding hebt. En natuurlijk: het juiste beroep kiezen maakt je gelukkig. Je besteedt tenslotte een flink deel van je tijd aan je werk. Dus ja het zal zeker iets bijdragen.

Toen onze kinderen nog heel klein waren sprak ik eens met een vader met een dochter van twintig. Zij was niet blij met het leven. Wat haar betreft hadden ze haar geen plezier gedaan door haar op de wereld te zetten. Er zijn veel erge dingen die je als ouder kunnen overkomen en dit is er een van. Je zet kinderen op de wereld in de veronderstelling dat je ze daarmee een plezier doet. Je doet jezelf er namelijk een enorm plezier mee. Hoe schrijnend moet het dan zijn om je kind te zien worstelen met het leven. Dat was voor die vader dan ook een enorme worsteling. Want jij wilt haar in leven, maar kun je haar daarin forceren? 

Bij ons lijkt het erop dat ze wel gelukkig zijn. Ze vinden in ieder geval allemaal dat ze het enorm met zichzelf hebben getroffen . En dat is natuurlijk een prima basis voor geluk. Gelukkig maar.   

vrijdag 15 juni 2007

Getild door het water


Het water kabbelt rustig. De geur van chloor en desinfecteringsmiddel dringt zich nadrukkelijk op. Een schoonmaakster is druk in de weer om de schade van de dag te herstellen. Met zijn vijven stappen we in het water. Het hele bad is voor ons. De neonverlichting is genadeloos. Maar dat deert ons niet. Het water is koel, verfrissend. De spieren spannen en ontspannen zich. Het water tilt je op. De band start. Mochten de bewegingen nog aarzelend zijn, dan is dat nu over. Vanavond leidt Barry White ons de weg. You're the one, you're my first, my last, my everything. Aquajoggen: het is heerlijk. Ik word er heel gelukkig van.

donderdag 14 juni 2007

Een hopeloos geval

"Nou mam, dat ziet er niet best uit." Ze kijkt zorgelijk in haar Grote Meisjes Handboek. Ze heeft me terwijl ik stond te koken de modegevoeligheidstest afgenomen. Ik heb de laagst mogelijke score. "Je hebt overal ruitjes. Je had eigenlijk balletjes moeten kiezen mam." Ik kom uit op 3 punten.

Op de stelling Deze zomer is roze hip kies ik het antwoord: Daar heb je nu net een hekel aan. Je kleren van vorig jaar kunnen best nog wel een jaartje mee. En ik had natuurlijk moeten kiezen: Je koopt een volledig nieuwe garderobe om helemaal in te zijn. Dat was het balletje!

Op de stelling Je hebt nieuwe gymschoenen nodig kies ik: Het mag best wat minder duur: je verslijt ze toch snel. Waar ik natuurlijk had moeten kiezen: Een bekend merk of helemaal niets!

En de stelling Onder de kerstboom lag gaat ook al helemaal de mist in. Ik kies een naaimachine, waar ik natuurlijk vette punten had kunnen scoren met: De jas die je favoriete topmodel ook draagt.

Ze leest me vermanend voor: Je hebt 4 punten of minder? Comfort gaat bij jou boven alles en mode is een verschrikking! Toch een kleine moeite: mooi gekleed zijn is ook een vorm van jezelf en het beeld dat anderen van je hebben, verzorgen.

Ze slaat het Grote Meisjes Handboek met een zucht dicht. Het is wel duidelijk: ik ben een hopeloos geval.

dinsdag 12 juni 2007

Weer compleet

Vier hele dagen was hij op schoolreis naar Ameland. Het weekend was bij de schoolreis inbegrepen. Een beetje vreemd. Het leek daardoor extra lang. Geen mobiele telefoons mee, ook zelf niet bellen. Onze dochters vonden het eerst wel fijn: lekker rustig. Maar zondag zegt de jongste: "Toen L. er nog was, gaf hij me het vlees zo aan." Ze laat vervaarlijk een plakje salami tussen haar vingers bungelen. Ja, hij heeft vreemde gewoonten. Maar hij zorgt ook voor veel leven in de brouwerij. Als er een opstootje bij ons in huis is, is hij er altijd bij betrokken. Ook heeft hij altijd ontzettend veel pret. Het is stil in huis zonder hem.

Op maandagmorgen komt er een briefje. Duidelijk in opdracht geschreven. "Ik mis jullie helemaal niet", schrijft hij. "Het is hier heel heet." Er wordt gelopen en gefietst. Fietsen is ok, maar lopen is niet zijn hobby. Verder nog een heleboel flauwekul. Maar voor ons is het wel duidelijk: hij heeft het naar zijn zin. Ook komt er maandag nog een kaartje met daarop Ameland en enkel zijn naam.

Maandagavond kwam hij bruinverbrand terug. Vol van avonturen; moe, maar voldaan. En toch ook blij om weer thuis te zijn. We zijn weer compleet.

maandag 11 juni 2007

Stil in Westerpaauwen


Westerpaauwen, Luddeweer; het zijn namen die voor mij een deur in mijn geheugen openen. Ze brengen me terug naar de jaren zestig, toen er nog geen centrale verwarming was. Toen warmte in de huizen nog afkomstig was van kolen. Mijn vader was de kolenboer. Ik reed graag met hem mee. Het zijn herinneringen aan mijn vroegste jeugd.

Pa bracht brandstof langs de deuren met zijn Dodge. Ik zie me zo nog zitten voor in die vrachtauto. Ik kan de harde ronde banken nog onder mijn billen voelen. Bruin, zwart geaderd met hele stevige veren. De richting werd aangegeven door een vleugeltje. Dat klapte dan uit. En als je achterom keek zag je door het raampje de zakken antraciet en nootjes vier op de laadbak staan. De Dodge zag er altijd keurig uit. Pa verfde hem zelf donkergroen met een crème contrast hier en daar.

Soms deden we een vroege tocht. Dan moest er een wagon gelost worden in Stedum. Ik was een wakker kind, dus om vier uur opstaan was geen probleem voor mij. Terwijl pa dan aan het lossen was, bleef ik wachten. Het was mooi om te zien. Werken in alle vroegte en dan de zon op zien gaan.

Later reed mijn zusje ook wel mee. Pa vond dat altijd wel goed, maar we moesten wel in de auto blijven zitten als hij aan het uitladen was. Probleem was dat mijn zusje geen zitvlees had. Zij hield het maar eventjes vol en dan moest ze plassen. En passant liet ze de gastvrije klant dan ook even weten dat ze bovendien een enorme dorst en honger had. Meestal met groot succes. Grootmoedig als ze was werd de buit wel altijd gedeeld.

De wereld is sindsdien veranderd. Het gas won terrein ten opzichte van de kolen. De Dodge is van de hand gedaan. Mijn vader stopte in 1972. Een vrachtauto ziet er tegenwoordig heel anders uit. Gaskachels zijn verdrongen door centrale verwarming. Alles ziet er anders uit. Behalve in Westerpaauwen en Luddeweer. Daar heeft de tijd ogenschijnlijk stilgestaan.  

zondag 10 juni 2007

Touching from a distance


Muziek kan een sfeer bepalen. Ooit woonden we een concert bij van Joy Division. Een fameuze band, die maar heel kort heeft bestaan. De bandleden waren maar iets ouder dan wij. In tegenstelling tot veel punkbands in die tijd waren dit extreem keurig uitziende jongens. Vervreemdend keurig. De zanger, Ian Curtis, maakte veel indruk op mij. Vooral de radeloosheid die hij uitstraalde. Het gaf me een onbehaaglijk gevoel. De beklemming die er van dat concert uitging greep me bij de strot. Dat ben ik nooit vergeten. Niet veel later heeft Ian Curtis zich van het leven beroofd. Hij heeft zich verhangen. Dat maakte een enorme indruk. Op een bepaalde manier verraste het me niet met dat beklemmende concert nog in mijn achterhoofd. Aan de andere kant begreep ik het niet. Hij was drieëntwintig met nog een heel leven voor zich. Ik was achttien en ik kon me niet voorstellen dat je niet blij was met het leven.

Het concert dat ik bijwoonde in Vera in Groningen was op 19 januari 1980, vier maanden voordat Ian Curtis op 18 mei 1980 een einde aan zijn leven maakte. Hij verhing zich thuis, aan het wasrek. Hij idealiseerde vanaf zijn tienerjaren idolen zoals Jim Morrison en Janis Joplin, die jong stierven. Hij had een fascinatie voor uniformen en Hitler. Hij was op zijn negentiende al getrouwd met zijn jeugdliefde. Hij was de vader van een dochtertje en in 1980 was zijn huwelijk eigenlijk al op de klippen gelopen. Zijn verhouding met een Belgische vrouw naast het huwelijk kon hij niet hanteren. Daarbij had hij vanaf zijn twintigste zware epileptische aanvallen. De oorzaak van deze aanvallen werd ondanks verschillende onderzoeken nooit achterhaald. Deze wijsheid heb ik opgedaan uit het boek Touching from a Distance, Ian Curtis and Joy Division van Deborah Curtis, zijn weduwe. Het werd in 1995 uitgegeven door Faber and Faber in Londen.

Ik heb het ademloos uitgelezen. Ik herken de sfeer in het boek van de tijd waarin ik volwassen werd. Het was de tijd van punk, sombere muziek en depressieve teksten. Ik vond de muziek en songteksten van Joy Division indringend, poëtisch soms. Maar daar bleef het bij. Ik herkende mezelf er niet in, want ik was achttien en blij met het leven.

vrijdag 8 juni 2007

Zomerverzuchting


Het is dus zomer. Veel mensen verheugen zich er driekwart van het jaar op. Ik niet, het is niet bepaald mijn favoriete tijd van het jaar. Ik heb het liefst maximumtemperaturen van rond de 20 graden Celsius. En daar zaten we vandaag toch zeker meer dan 10 graden boven.

Het is niet altijd zo geweest. Toen ik jonger was ging ik bijna dagelijks zwemmen. Vooral ook als het bloedheet was. Nu heb ik er een hekel aan, omdat het zo druk is. Dat vond ik toen nog geen punt of het is me gewoon nooit opgevallen. En als we dan een flinke tijd gezwommen hadden, dan gingen we zonnen op de zonneweide. En die zonneweide was uitgestrekt en boomloos. Een soort sahara met gras.

Mijn afkeer van warm weer is in mijn tienerjaren ontstaan. Van de ene op de andere dag kreeg ik in de zomer van 1974 evenwichtsproblemen. Ik kreeg het door de schittering van de zon op het water, maar ik werd ook zomaar midden in de nacht wakker met een aanval. Het verlies van je evenwicht gaat gepaard met het omkeren van je maag. De dokter hield het op een zonnesteek. Ik mocht niet meer zwemmen. Het advies was om in de schaduw te blijven en me met een pet uit te rusten.

Ik heb geen problemen meer met mijn evenwicht, maar sindsdien mijd ik de zon.


donderdag 7 juni 2007

We maken een draak


Het is geen kinderachtig project. Maar daar houden we van, mijn zus en ik. We maken een wagen. Een wagen voor de optocht tijdens het schoolfeest in mijn geboortedorp. Eens in de drie jaar is het zover. Vroeger zat ik zelf op zo'n wagen. En in de afgelopen periode haar en mijn kinderen samen. Maar vier van de vijf zijn er alweer te groot voor. Dus alleen mijn jongste doet nog mee.

En omdat dit hoogstwaarschijnlijk de laatste keer is dat we meedoen, hebben we er een megaproject van gemaakt. We maken een wagen met de titel F. en de laatste draak. En inderdaad: die draak is het megaproject. Het wordt een draak van ongeveer 2.20 meter hoog en 3.90 meter lang (inclusief staart). Na het denkwerk volgde het maken van het frame. Het frame is -op advies van onze vader- gemaakt van cirkels van mdf. Mijn zus woont op een boerderij, dus ruimte zat voor zo'n megaproject.
Laatst waren we zeer luchtig gekleed bezig om de draak in elkaar te zetten. Bij mijn zus op de boerderij rijdt het af en aan. Zo kwam er dan ook iemand iets ophalen. "In de schuur blijven", zei mijn zus. "We kunnen ons zo niet vertonen." Maar te laat: de tractorbestuurder had al iets zien schemeren in de schuur. Dus: de tractor uit en even een praatje maken. Waar waren wij mee bezig? Wij uitleggen. "En kommen doar din gain kirrels aan te pas?", was zijn vraag. "Nee," zeggen we "hier nait bie." Hij vond het maar vreemd. Eerlijk is eerlijk: mijn zwager heeft de draak later 'op poten' gezet en ervoor gezorgd dat het gevaarte op de wagen kwam.

Na de vervelende klus die het bevestigen van kippengaas op het frame was, zijn we nu in de weer met papier maché. Een klus die wij wel leuk vinden, maar die verder alleen mijn oudste leuk vindt. De anderen vinden het allemaal smerig: dat slijmerige behangplaksel aan je handen. Dus wij lekker kliederen: mijn zus, mijn oudste en ik. En mijn moeder, want die is ook niet vies van een potje smeren. Heerlijk; en dan 's avonds de overgebleven restjes behangplaksel van je armen peuteren.


woensdag 6 juni 2007

Onvoorstelbaar



Je hebt van die dagen. Gisteren had ik er een. Ik doe de eindredactie van een blad. Tot vorig jaar deden we dat met z'n tweeën. De tien jaren daarvoor ook. Vorig jaar ging hij met de OBU. Al jaren daarvoor had hij ermee lopen dreigen, met zijn pensioen. En dat ik het dan zonder hem moest doen. Dat vooruitzicht stemde me bij voorbaat al niet vrolijk. Vorig jaar was het dan zover. En natuurlijk het was hem van harte gegund. Hij waaide af en toe nog wel eens binnen en dan kon ik hem snel nog even iets voorleggen. We hadden zolang de grenzen samen bepaald. 'Wat vind jij, kan dit?' En dan zei hij: "Ik vind dat..." en dan vertelde hij waarom wel of waarom niet. En meestal waren we het eens. Het was een bevestiging over en weer. 


Begin dit jaar overleed hij. Dus nu moet ik het alleen doen. Natuurlijk doe ik het niet alleen; er is ook een redactie. Er zijn zat mensen rondom mij en ook met hen kan ik zaken afstemmen. Maar dat is toch anders. Ik heb nu vijf bladen zonder hem gemaakt. Maar iedere keer als ik nu bezig ben met het doornemen van de kopij, is er wel iets waar ik het graag even samen over zou kunnen hebben. Niet veel, niet lang, eventjes maar. Ik mis dat nog meer dan ik van tevoren had voorzien.

Gisteren had ik iets geschreven waar ik opgetogen over was. Ik liet het mijn boezemvriendin lezen. Tegen een nieuwe collega zei ik: "Als G. dit had gelezen, dan zou hij gezegd hebben: Deze vond je aardig. Dit vond je een leuk gesprek." Dat kon hij altijd uit mijn stukken halen. En andersom kon ik dat ook. Ze knikte en toen realiseerde ik me: zij is gekomen toen hij al was vertrokken. Zij kent hem niet eens! Dat is onvoorstelbaar.

maandag 4 juni 2007

Vrouw met baard

Ik kijk in de achteruitkijkspiegel. Het licht valt de auto binnen. En dan zie ik 'm: een haar op mijn kin. Ironisch genoeg is hij pikzwart. De nieuwe haren op mijn hoofd zijn grijs, maar deze moet nou net pikzwart zijn. Hij ligt een beetje achterbaks achterover. In de hoop dat ik 'm niet op zal merken. Maar het is te laat. Ik heb 'm gezien.

Gelukkig rij ik in een 30-kilometerzone. En dat vraagt om nevenactiviteiten. Dus ik denk 'm zo wel even uit te kunnen trekken. Ik pak 'm tussen duim en wijsvinger en geef een flinke ruk. Ik ruk wel, maar ik ruk niks uit. Hij zit er nog. Wat denkt zo'n haar wel: dat 'ie mij te slim af kan zijn? Mooi niet. Dus nog een keer.

Dan wordt mijn aandacht afgeleid. Ongemerkt is mijn snelheid hoogstwaarschijnlijk onder de 30 kilometer gezakt. Naast mij op het fietspad bromt een man. Voor hem is overtollig haar überhaupt  geen probleem meer. Zijn mond beweegt. Ik versta het niet, maar het is niet fraai wat eruit komt. Dat verraadt zijn gezicht. Hij steekt nog net zijn middelvinger niet op. Maar hij denkt blijkbaar dat ik hem zit op te fokken. En je ziet zo: daar is niet veel voor nodig.

Ik versnel voor alle zekerheid toch maar even. Ik heb de haar nog tus sen duim en wijsvinger en geef een venijnige ruk. En dat wordt 'm teveel. Hij geeft het op. Ik heb 'm. Gelukkig, dat onheil is ook weer afgewend: nog even geen vrouw met baard. 

zaterdag 2 juni 2007

Precisiewerk


Zaaien is precisiewerk. Hij vertelt het me terwijl we door het land rijden. De maximumsnelheid is hier sinds kort bijna overal 60 kilometer, dus gelegenheid genoeg. De percelen aardappelland, bieten, mais en koren glijden langzaam aan ons voorbij. De pootmachine heeft voren in het aardappelland getrokken. "Als dat goed is gebeurd, ziet het er heel mooi uit." Hij is op dreef. "Voor mais en bieten heb je aparte zaaimachines." In lange symmetrische banen wordt het uitgezet over het goed losgemaakte land. Hij kijkt en geniet. Zaaien is geen kwestie van met een zaaimachine over het land jagen. "Dat doe je niet zomaar. Daar moet steeds evenveel ruimte tussen zitten." Ook de bieten liggen er mooi bij, verzekert hij me. Misschien is dat hoekje een beetje te nat, maar het is mooi ingezaaid. Dat zie je wel eens anders. "Weet je nog toen laatst dat stuk bij Harkstede? Dat zag er niet uit." Hij begrijpt het niet. Als je het land gebruikt moet je het ook goed doen. Uit respect voor het land. We passeren weer een veld aardappels. "Zie je dat, hoe mooi dat in rijen staat. Ja aardappels vind ik ook een mooi gewas. Die zou ik later ook wel willen verbouwen."

Mijn zwager is de maat. Hij boert zoals het hoort. Zijn land ligt er altijd keurig bij. Zijn tractors worden het best onderhouden. Hij maakt de juiste keuzes. Iedere boer wordt langs zijn lat gemeten. En er zijn er niet veel die de toets der kritiek kunnen doorstaan. Zo'n boer zou hij willen worden.

vrijdag 1 juni 2007

Met batterijen


Speelgoed waar je een batterij in stopt; het is zeer verleidelijk op zekere leeftijd. Mijn zoon kocht van zijn zakgeld bij voorkeur op afstand bestuurbare auto's. Vaak kostten de buitenformaat batterijen meer dan het speelgoed zelf. Na een relatief korte periode van spelplezier is het dan alweer over. Zijn de batterijen niet leeg, dan is het wel kapot.

Nu is de jongste zover. Zij leidt tot nu toe de poule met batterijgestuurde speeltjes. Tot nu toe is de score: een babypop die drinkgeluidjes maakt en mama zegt, een aap die kan klappen, boeren, drinken en slapen en een furby, een vogelbeestje dat ze op de rommelmarkt kocht. "Het is een Furby original" zegt ze. "Onbegrijpelijk dat mensen dat wegdoen. Ze dachten zeker dat hij het niet meer deed." Maar dat was niet zo: er moesten alleen nieuwe batterijen in. Ze peutert het batterijenklepje zelf los met een kruiskopschroevendraaier en vervangt ze. En ja hoor, de furby begint met de oren te klapperen en te jammeren. Volgens mijn dochter zegt hij: Sleep, sleep, oh yeah. Maar dat beluister ik er zelf niet echt in. Het klinkt gewoon als gejammer.

Wat is er zo leuk aan? "Het is net echt". Maar net niet helemaal echt. En daar zit precies de charme: deze spullen doen precies wat zij willen. Scheuren met een auto zonder dat je zelf een centje pijn hebt als je uit de bocht vliegt. En bij de pop en de aap: huilen als je dat wilt, slapen als je dat wilt en lachen als je dat wilt. En de furby: lekker knuffelen met het nephuisdier, want ons echte huisdier is nou eenmaal geen knuffelkonijn. En als je het zat bent, zet je het eenvoudig uit. Het is de kinderversie van de maakbare wereld.