woensdag 31 december 2008

Het betere werk

Onze woonplaats combineert de charme van een grotere plaats en een dorp in zich. Alles wat je nodig hebt kun je op loopafstand halen. Ik schrijf regelmatig over de geneugten die je hier onder handbereik hebt. Ik noem een fantastische super, een eersteklas bakker en een bibliotheek. Het is een keuze, ik zou nog veel meer kunnen noemen. Maar dat is dus de charme van een grotere plaats. Daarnaast kent iedereen hier iedereen, groet iedereen hier iedereen. En de gebruiken en gewoonten die ik ken van het kleine dorp waar ik opgroeide, tref je ook hier nog volop aan. Zoals de rituelen rond de jaarwisseling.
Vroeger gingen wij op oudejaarsavond slepen. Dat gebeurt nou niet meer zozeer. Niet in het dorp waar ik opgroeide en ook hier merk je daar niets meer van. Een echt plattelands fenomeen is verder het schieten met carbidbussen. En dat gebeurt nog steeds, ook hier.

E. ging deze week een rondje hardlopen en vertelde dat ze het hier wel heel grondig hebben aangepakt. Op de rand van het dorp hadden ze 10 bussen opgesteld met daarbij een partytent. Die 10 bussen -melkbussen en nog grotere aldus E.- zullen vandaag voor de nodige knallen gaan zorgen. "Dat is het betere werk", aldus E. In de partytent is er nog enige beschutting tegen de vrieskou. Want die zal erin gaan hakken, zeker als de wind over het open land vrij spel heeft. Maar ze zijn niet van plan om de handdoek gemakkelijk in de ring te gooien. Vandaar die partytent. Het belooft hier dus een gezellige boel te worden. En als het zoals voorspeld net als vorig jaar weer erg mistig wordt, dan zien we misschien niet veel van het vuurwerk, maar knallen zal het zeker.

dinsdag 30 december 2008

Met de zwarte stift

In de kamer staat bij ons een zwarte tafel. Die hebben we ooit aangeschaft. Gek genoeg hebben ze de onderlaag wit gespoten. Dus ieder krasje zie je optimaal. Nou ben ik niet voor één gat te vangen. Ik werk de tafel regelmatig bij met een zwarte watervaste stift. Deze keer zijn de hoeken van de tafel ook beschadigd. Daar is zelfs de witte onderlaag verdwenen. Dus dat vraagt om een iets dikkere watervaste stift. Nadat ik het klusje heb geklaard bekijk ik het resultaat met tevredenheid.

Ook mijn oma werkte graag met een zwarte stift. Zij gebruikte het niet op tafels, maar op foto's. Tegenwoordig wordt alles weggewerkt met photoshop, maar dat had oma niet nodig. Nog ver voor computers in beeld waren, bewerkte zij haar foto's al met een zwarte stift. Laatst bekeken we nog eens een album over het ijsfestijn dat ooit in mijn geboortedorp plaatsvond. Oma was de hofleverancier van veel kleding voor dat festijn. Zij had de collectie van haar schoonmoeder, mijn overgrootmoeder, namelijk bewaard. Met een kritisch oog bekeek ze de foto's die er van werden gemaakt. Alles wat haar niet zinde kon rekenen op een meedogenloze correctie. Ze ergerde zich eraan als iets niet in stijl was. Zo had ze op een foto waar iemand onder de oude kleding witte sportschoenen droeg, genadeloos de zwarte stift gehanteerd. Na jaren is dat nu tot donkerrood verkleurd.

En ook de watervaste stift op onze tafel kleurt als je tegen het licht inkijkt een beetje donkerrood. Maar dat valt nog altijd minder op dan de witte krasjes. Dus eigenlijk vind ik het een enorme goede vondst. Of zoals E. zou zeggen, na veelvuldig in Friese kringen te hebben verkeerd, het is een enorme boppeslag.

zaterdag 27 december 2008

Gedachteloos

Ik ben nu precies een week vrij. Meestal plan ik van alles voor een vakantie. Ik neem me voor om een geheel nieuwe garderobe te maken, een hele zolder op te ruimen, of om dagen op pad te gaan. Of ik bedenk een nieuw klusproject; bijvoorbeeld de badkamer, of de kozijnen in de kamer. Veel komt er meestal niet van terecht. Want in de vakanties zijn de kinderen ook vaak vrij. En dat betekent dat je agenda soms onverwachts al gevuld wordt. Maar deze vakantie is het tot nu toe zeer rustig. Ik heb me helemaal niets voorgenomen. En de kinderen blijkbaar ook niet. Het enige wat gebeurt is dat de tijd passeert.
En nu, nadat ik een week lang de tijd heb laten passeren, ben ik in compleet verlichte staat. Ik ben gedachteloos. Ik denk nergens aan. Ik drentel met mijn boodschappentas op wielen naar de super en haal daar de hoognodige boodschappen om het weekend door te komen. Verder vooruit denken lukt me niet in deze staat. Vervolgens stort ik me op het schrijven van onze nieuwjaarskaarten (we zijn altijd te laat voor de kerst), ik lees - maar vorder niet zeer- en ik kijk samen met de oudste naar een dvd over Elisabeth, koningin van Engeland. Het is een vervolg op de film die ik in de bioscoop al eerder zag. En zojuist heb ik gekookt. Het is dus niet zo dat er vandaag niets gebeurd is. Het prettige is alleen dat het allemaal zonder plan was. Activiteiten dienen zich aan, ze worden niet gepland.
Het is heerlijk, het doet me denken aan de periode dat ik aan yoga deed. Toen had ik na een uur ontspanning zoveel energie opgebouwd, dat E. me op den duur smeekte om te stoppen met yoga. Hoe zal het zijn als ik na een week, of zoveel langer als ik het volhou, weer in mijn normale stand schiet? Dan kan ik bergen verzetten. Ik verheug me er al op, maar ik hou het nu nog even bij deze verlichte staat.

vrijdag 26 december 2008

Foute verkooptruc

Ik noemde het al eerder: boek een reisje en je maakt enorm veel vrienden. Zo kreeg ik onlangs ook mail van Schiphol Smart Parking. Daar zijn ze nog niet zover als bij Expedia, waar ze me al tutoyeren. Maar toch: absoluut warme betrekkingen. Wat heet! In de titel van het berichtje staat: Wij willen u verassen met een unieke aanbieding! Nou mag ik bedanken! Zover ben ik nog niet. En bovendien: misschien wil ik me wel laten begraven.
Maar nee, ze bedoelden natuurlijk dat ze me wilden verrassen. En waarmee? Ik kan nu goedkoop parkeren op Schiphol. Tenminste, als ik binnenkort op reis zou gaan. Nou ga ik dat wel, maar deze keer niet met het vliegtuig. Dus het is eigenlijk een verrassing van niks. Je hebt er niks aan als je niet rond deze tijd gaat vliegen. Kijk, als ze dan echt wat willen, zouden ze zeggen: je mag in de komende vijf jaar een keer gratis parkeren. Graag met niet te krappe marges, want zo vaak vlieg je nou ook weer niet. Een andere leuke verrassing zou zijn geweest als ze korting hadden gegeven op een vliegreis, of als ik een 50-50% kans zou kunnen maken op een jackpot van vijfentwintig miljoen. Dat zijn de verrassingen van het betere soort. Dit is niet echt een verrassing, dit is gewoon een ordinaire verkooptruc. En ook nog eentje waar ik geen warm gevoel bij krijg. Het is dat je als je vanaf Schiphol vliegt je je auto wel bij Schiphol moet parkeren, anders had ik een andere parkeerplaats gezocht.

donderdag 25 december 2008

Hartverscheurend

Hoe ouder je wordt, hoe langer je wilt leven. Tenminste, daar lijkt het op. Als je jong bent, lijkt vijftig je al een behoorlijke leeftijd. Als je zoals ik nog zo'n twee jaar te gaan hebt tot je vijftigste, dan stelt vijftig nog niets voor. Dus zo verleg je de grens steeds naar een comfortabel aantal jaren tussen jouw leeftijd en de 'deadline'. Want dat is de dood: een echte deadline. De meest onherroepelijke van allemaal.

Als kind sta je daar nog niet zo bij stil. Dat leer je naarmate je ouder wordt. Mensen die eenmaal zijn overleden komen niet meer terug. Daar heb je het mee te doen.

Gisteravond zag ik een ontroerende Zweedse documentaire op Canvas over twee mensen die bijna honderd jaar oud waren: Hugo och Rosa. Ze worden tien jaar met de camera gevolgd. De tijd op het Zweedse platteland is stil blijven staan voor broer en zus Hugo en Rosa. Als bijna honderdjarige klooft Hugo in de strenge Zweedse winters nog al het hout voor hun houtkachel zelf. Het zachte oranje schijnsel van de petroleumlampen vormt hun verlichting. Ze zingen graag liedjes. Rosa zingt overal bij voorkeur faldera achteraan. Terwijl je naar de documentaire kijkt zie je de seizoenen in elkaar overgaan. En je weet dat er een moment komt dat het voor Hugo of Rosa is afgelopen. En dat moment zal niet meevallen, ondanks de geloofsbeleving van Hugo en Rosa. Ze zijn immers al zo'n 100 jaar samen. Als Hugo ziek wordt, gaan ze allebei naar een rusthuis. En dat staat Rosa niet aan. Ze wil naar huis. Je ziet dat ze in de nieuwe omgeving ontredderd en ontworteld is. Als Hugo herstelt, worden ze met elkaar herenigd. Dat is hartverwarmend om te zien. Ze leven nog een tijd samen in het rusthuis. Hun huis in Gunby bezoeken ze alleen nog eens. En zodra ze daar binnen zijn, is het volstrekt duidelijk: daar horen ze. Ze kunnen er alleen niet meer zijn.
Uiteindelijk sterft Rosa, die vijf jaar jonger is dan Hugo, als eerste in haar slaap. Drie maanden later overlijdt Hugo. Het was een prachtige, maar hartverscheurende documentaire. Als ik dat zie, dan denk ik: zo oud zou ik dus liever niet worden. Maar misschien denk ik daar als ik negentig ben wel anders over.
In Grey's Anatomy, mijn favoriete ziekenhuisserie, weten ze wat iedereen eigenlijk graag wil. Denny, de veel te vroeg overleden verloofde van Izzy, komt even terug. Zo kan zij hun onafgemaakte relatie nog afmaken. Maar ook dat is dan weer hartverscheurend.

woensdag 24 december 2008

Geknakte fonteintjes

Voor oud en nieuw halen ze ze weg. Ik lees een bericht in het Dagblad. Mijn aandacht wordt getrokken door de foto van de vader van jonge baas, oude baas dus. Oude baas is namelijk de voorzitter van de winkeliersvereniging hier. Hij zit met een zorgelijk gezicht te kijken naast een geknakt lichtfonteintje. Ik had het zelf al gesignaleerd: het is treurig maar waar. Zaterdag lag het fonteintje voor de verfzaak er troosteloos bij. En maandag zag ik er eentje voor de Maxx liggen. De oogst van een feestelijk maar niet zo vredig weekend.

De fonteintjes kunnen niet weer gerepareerd worden, lees ik. Het zijn namelijk al oude fonteintjes. En nu wordt de een na de ander neergehaald. Het trieste gevolg is dat het vrolijke lichtsnoer dat ons tot consumeren moet verleiden nu ernstig wordt doorbroken. Er vallen zwarte gaten in het lichtsnoer langs ons winkelcentrum. En je zult als winkelier maar achter zo'n zwart gat zitten. Dan is de feestpret toch een stuk minder. Het is een treurige zaak, die de winkeliersvereniging tienduizend(en) euro's gaat kosten. Want zoveel kost een beetje feestverlichting, lees ik. Dit wordt opgetekend uit de mond van de man van de dierenwinkel, voorheen onze wasmachinereparateur. Nieuwe verlichting moet namelijk 'hufterproof' zijn. Dat is anno 2008 - bijna 2009- onontbeerlijk. En dat kost een paar centen.

Het is jammer dat er geen camerabewaking is in ons winkelcentrum. Want het is natuurlijk te gek voor woorden dat onze winkeliersvereniging moet opdraaien voor de nachtelijke pret van een aantal onverlaten. Ik zou er korte metten mee hebben. Onze kinderen vertellen altijd met smaak wat ik ze dan voorspiegel. "Als jullie zoiets zouden doen, dan zou ik jullie persoonlijk voor in de auto zetten en afleveren bij het politiebureau." En zo is het ook. Ik zou er geen seconde over twijfelen. Ik neem aan dat de ouders van de jongeren die zoiets doen er geen weet van hebben. Anders zou ik ze hetzelfde advies willen geven. Aangeven en dan iedere cent terug laten verdienen in de super. Dan bedenken ze zich wel twee keer voor ze weer zo'n fonteintje naar beneden halen. Alhoewel; je kunt je natuurlijk afvragen of het een straf is om voor niks bij onze fijne ruim gesorteerde super te werken. 

dinsdag 23 december 2008

Met een mutsje

Gisteren maakte ik mijn eigen rubriekje voor de Linda. Gisteravond zag ik Linda's neef Johnny de Mol voor de televisie. Hij was op reis met Filemon Wesselink. Ze waren in Egypte, in de woestijn. En Johnny droeg een mutsje. Een wollen mutsje. Een wollen mutsje in de woestijn. Dat viel op.

Johnny is de zoon van John de Mol en Willeke Alberti. Ik begrijp zelf niet goed waarom John de behoefte had om zijn zoon Johnny te noemen. Dat vind ik lullig. Een vader die Fred heet, noemt zijn zoon toch ook geen Fredje of Freddy? Noem 'm dan gewoon John. En als je dan als ouderlijk paar John de Mol en Willeke Alberti hebt, dan hoop je toch dat het lot je verder gunstig gezind is. Dan hoop je dat je ook -al is het maar een heel klein beetje- op Willeke Alberti lijkt. Maar dat was Johnny niet gegund. Johnny is, zoals zijn naam ook al zegt, een kleine John. In het Gronings zeg je dan: "Hai is hom oet de kop sneden."
Het mutsje van Johnny moest denk ik een bad hair day maskeren. Want die heeft Johnny zeer regelmatig. Iedereen die Johnny wel eens voor de tv ziet, kan dat bevestigen. Hij heeft er vaker wel eentje dan geen. Zijn leven bestaat uit een aaneenschakeling van bad hair days.

Maar dat deert Johnny niet. Zoals het hem denk ik ook niet deert dat hij op zijn vader lijkt. En dat hij kleine John is genoemd. Onbekommerd begeeft hij zich tussen de mensen op tv. Johnny is namelijk een leuke vent. Johnny wekt de indruk op tv ook gewoon Johnny te zijn. Hij heeft het doorgaans naar zijn zin. Dat is leuk om naar te kijken en heel verfrissend. En dan doet het er helemaal niet meer toe dat hij de kleine John is of dat hij de ene na de andere bad hairday heeft. Het is ontwapenend. Geef ons meer mensen voor de tv die gewoon een muts opzetten als hun haar niet zit.

maandag 22 december 2008

Stom

Onderuitgezakt op de bank las ik vanmorgen de Linda. Het blad kwam tot me via het roulatiecircuit van mijn schoonmoeder. Alhoewel ik aanvankelijk zo mijn bedenkingen had, kan ik nu zeggen dat ik het een leuk blad vind. Er is ook een rubriek STOM, waarin bekende Nederlanders vertellen wat ze stom vinden. Zo'n rubriek zou ik ook met gemak kunnen vullen. Wat zeg ik? Ik zou er iedere Linda wel eentje kunnen vullen. ( De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat ik ook met gemak een rubriek LEUK zou kunnen vullen.) Maar er is natuurlijk geen bekende Nederlander die het stokje aan mij doorgeeft. Daarom geef ik het stokje hier aan mezelf door. Ik doe het in dezelfde stijl als in de Linda.
STOM
DAT TIJDSCHRIFTEN STEEDS VAKER IN PLASTIC WORDEN VERPAKT. Dat geldt trouwens ook voor komkommers.  MENSEN DIE DENKEN DAT ZE LATEN ZIEN HOE SLIM ZE ZIJN DOOR MAAR VEEL MOEILIJKE WOORDEN TE GEBRUIKEN. Al die kerstliedjes die nu constant gedraaid worden - zoveel goede zijn er namelijk niet. SPAARLAMPEN DIE LANGZAAM LICHT BEGINNEN TE GEVEN- welke doen het wel en welke niet? MENSEN DIE JE IETS AAN WILLEN SMEREN - en gebruikmaken van het feit dat sommige mensen anderen liever niet voor het hoofd stoten. Lange reclame-onderbrekingen in mijn favoriete programma's. Dat voetballers in de winterstop van club mogen wisselen. Dat er niet meer keuze in schoenen met grote maten is. DAT IK EEN LEESBRIL NODIG HEB. Dat je een nummertje moet trekken als ze het toch niet gebruiken. Dat auto's steeds sneller worden en de 30 kilometerzones steeds groter. DAT HET NOOIT MEER ECHT DONKER IS. Onze wegwerpmaatschappij - dat het niet meer loont om dingen te laten repareren. DAT ER -NU DE BENZINE LEKKER GOEDKOOP IS- ALWEER GEDREIGD WORDT MET PRIJSVERHOGINGEN IN HET NIEUWE JAAR. Goede voornemens voor het nieuwe jaar.

zondag 21 december 2008

Bibaboerderij toetje

Gisteravond bezochten we de kerstmarkt in mijn geboorteplaats. Ik sprak er nog even met iemand die bij mij in de klas zat op de basisschool. Zij was er met haar dochtertje. Vol trots vertelde ze me dat haar dochter de jongste op de plaatselijke basisschool is. Net vier dus. Onze jongste is elf, dus de tijd dat ik ze in die leeftijd had, ligt alweer even achter ons. En dat merk je.
Zo bladerde ik vandaag de schoolkrant van onze jongste door. Het blad stond natuurlijk helemaal in het teken van kerst. Aan verschillende klassen was gevraagd: wat gaan jullie doen met kerst? 'Koemetten' was een populair antwoord. Soms ook wel geschreven als koermetten. De allerjongsten mochten hun favoriete menu aan de juf vertellen en die schreef het dan op. En wat blijkt met stip op nummer 1 te staan als favoriete toetje? Het Bibaboerderij toetje!
Ik had nog nooit eerder van het toetje gehoord. En dan merk je dus dat je kinderen die leeftijd voorbij zijn. Dat gaat allemaal heel snel. Zo is er ook een fase dat -meisjes vooral- helemaal in Diddl zijn. Collega gaf me laatst een stapeltje Diddlkaarten. Haar kinderen waren namelijk alweer uit Diddl. Het bibaboerderij toetje hoort blijkbaar bij vierjarigen. Als ik het aan mijn oude klasgenoot had gevraagd, had zij het vast geweten. Ik heb die kennis ook niet meer nodig. Je groeit samen met je kinderen over dit soort dingen heen en dan weet je dat dus niet meer. En maar goed ook; ze zouden het echt niet op prijs stellen als ik ze een bibaboerderij toetje voor zou zetten.

zaterdag 20 december 2008

Ho, ho, ho open huis

Onze oudste is deze week zestien geworden. Gisteravond hield ze open huis. 's Middags vroeg kwam de eerste vriendin al binnenvallen. Er moest eerst nog gewerkt worden. Samen buigen ze zich over een opdracht van Management en Organisatie, een van de extra vakken van onze oudste. Later op de middag volgen er meer. Ze verdwijnen met elkaar naar de relaxruimte boven. "Lekker toch", zeggen E. en ik tegen elkaar. "Dat ze zich nu even kunnen terugtrekken."

Ze heeft een very very merry vrijdag uitgekozen voor haar feestje. De winkeliersvereniging laat hier namelijk de vrijdag voor kerst altijd een kerstman in arreslee rondrijden. Al bulderend "Hohoho, Meeeeerry Christmas", rijdt de man urenlang rondjes door het winkelcentrum. En voor ons huis keert het gezelschap dan steeds weerom. "Gezellig", kirt een van de meisjes als ze hier aankomt. Onze oudste trekt haar wenkbrauwen op tot aan haar haargrens. Ze laat het deze keer achterwege om vervaarlijk met haar ogen te rollen. Als de eersten weer vertrekken, heeft de kerstman net even panne. De accu doet het niet meer. Daardoor is zijn vrolijk verlichte slee nu in het donker gehuld. De man die het geheel met quad voorttrekt, gaat aan de gang om het zaakje weer draaiende te krijgen. Ondertussen staat het hele gezelschap dat bij onze dochter op visite is buiten. Zoveel publiek heeft de kerstman nog niet gehad. Hij gaat naast zijn slee staan en zingt met zijn armen wijd geopend naar de meisjes. Hij maakt er een complete show van. Ik vermoed dat hij in de uren dat hij in de slee zat even het een en ander heeft ingenomen om warm te blijven.

Na dit intermezzo strijken onze oudste met twee van haar beste vriendinnen in de kamer neer. Ze laten het relaxkamertje voor wat het is. We kijken gezamenlijk eerst naar Ranking the stars, dan naar Ruben versus Sophie en tenslotte naar Popstars. De generatiekloof wordt goed duidelijk als een van de meisjes over Ruben Nicolai zegt: "Die is leuk. Hij ziet er vet goed uit en hij is toch al vet oud." Voor de zekerheid vraag ik nog even: "Je hebt het over Ruben Nicolai?" Ze knikt. Ik schat Ruben Nicolai begin dertig, een jonge vent dus nog.

Onze oudste kreeg veel cadeautjes. Vooral veel DVD's. Ze is dol op films. Van mij kreeg ze onder andere een lichtgevende staaf die ze aan haar rugzak kan hangen. Ik dacht dat het wel een leuk ding was. Maar wat weet ik daar nou van? Geen haar op haar hoofd die erover denkt om 'm ook daadwerkelijk te gaan gebruiken. Als onze oudste naar boven gaat om het staafje op te halen, zeg ik tegen vriendin I.: "Als jij nou zegt Goh wat een leuk ding, die kun je mooi aan je rugzak hangen. Dan gebruikt ze 'm misschien wel." Als onze oudste de kamer binnenkomt, zegt haar vriendin: "Goh, wat een leuk ding, die kun je mooi aan je rugzak hangen." Onze oudste kijkt mij dreigend aan. "Mam, dat heb jij natuurlijk weer tegen haar gezegd. Zij zou zelf'nooit zo'n ding aan haar rugzak hangen. Je had het beter aan P. kunnen vragen. Die zou dat eerder doen." Okee, we hadden die truc al eerder uitgehaald met het lamineerapparaat. Onze oudste vertelt het en de meisjes liggen in een deuk.

Het is een gezellige avond. Een van haar vriendinnen vindt onze zoon 'intens grappig'. Daardoor aangemoedigd, stijgt zijn grappigheid tot ongekende hoogte. "Als je 'm een paar dagen wilt hebben", zegt onze oudste, "dat kan geregeld worden hoor." Rond middernacht stappen ze op de fiets naar huis. Ik bied ze de lichtgevende staaf nog te leen aan, maar die wordt afgeslagen.

vrijdag 19 december 2008

Zitten als topsport

Ik word vandaag geplaagd door rugpijn. Gisteren was het er al een beetje, maar vandaag heeft het zich verder doorgezet. Het is denk ik een algehele oudejaarsmoeheid. Vanmorgen lig ik op de bank. Op mijn ondergoed na ben ik nog niet gekleed. Ik doe een poging om mijn laarzen aan te trekken. Dat gaat beter liggend op de bank met de benen in de lucht, dan zittend. "Heb je last van je rug?", vraagt onze zoon. "Nee, ik lig hier veur mien plezaaier" denk ik nog even. Maar ik zeg het niet. Ik knik. "Waarom blijf je dan niet thuis? Straks heb je niks aan je vakantie." "Vanmiddag als ik weer thuis ben, dan blijf ik thuis", zeg ik tegen onze zoon. Ik heb dit jaar nog geen dag verzuimd en ik ben beslist niet van plan om daar mijn laatste werkdag van het jaar verandering in te brengen.
Ik rond het werk voor dit jaar af. Het einde van het jaar is een soort magische drempel: er moet van alles nog net even geregeld worden. Als ik alles heb geregeld, heb ik nog een kwartier te gaan. De hele ochtend zitten is me niet goed bekomen. Ik hang op mijn bureaustoel. Alles piept en kraakt. "Ik ga maar", zeg ik tegen boezemvriendin en collega. Zij zijn de enigen die op vrijdag aanwezig zijn op onze verdieping. "Ik kan toch niet denken en rechtop zitten tegelijk." Het is treurig maar waar. Boezemvriendin loopt met me mee naar de auto. Ik leg haar het door mij geplande verloop van de klachten voor: "Drie dagen geef ik het. Gisteren was de eerste dag. Dat betekent dat het zondag weer over moet zijn. Anders word ik chagrijnig."
Doorgaans stoot ik na het werk direct door voor de wekelijkse boodschappen in onze super. Vandaag doe ik het toch maar even anders. Ik rij eerst naar huis. E. is verrast mij al op tijd te zien. "Ik kon toch niets nieuws meer oppakken", zeg ik tegen E. "Ik kan niet denken en zitten tegelijk. Ik heb alle concentratie nodig om te blijven zitten." Na een korte weloverwogen pauze zeg ik: "Ik heb even mogen ervaren wat het is om een man te zijn; die hebben het ook moeilijk met twee dingen tegelijk doen." Het bevalt me voor geen meter.

donderdag 18 december 2008

Proost!

Vanmorgen zat er een berichtje in mijn mailbox met de titel Surprise! Onderaan het berichtje stond: Graag wil ik jullie vragen de surprise op te (laten) halen bij mij! Twee weken geleden mochten we een greep doen uit de cadeaucarrousel. Ik ging voor een abonnement op een tijdschrift. Dus ik had niet echt meer op iets gerekend. Maar de baas vond dat we dit jaar zo hard ons best hadden gedaan, dat we nog wel recht op iets meer hadden. Hoe aardig zo'n cadeaucarrousel verder ook is, dit bracht toch echt even het kerstpakkettengevoel terug. Massaal kwamen we in beweging om onze surprise te gaan halen.
"Ga je 'm zelf halen, of zal ik 'm voor je meenemen?", vraagt collega. "Ik haal 'm zelf, wat denk je?", zeg ik. Even later loop ik naar de eerste verdieping. Daar haal ik mijn surprise. Het is een duopakket wijn, wit en rood met een mooi briefje erbij. "Hij heeft het zelf bedacht", zeg zijn rots in de branding met enige trots en als extra aanbeveling. Voor ons verviel het geplande personeelsuitje, en voor dit jaar was er voor ons ook geen kerstborrel. Dus daarom dit gebaar.
Zelf is hij er vandaag niet. Dus schrijf ik hem even een bedankje. Gezien mijn geringe weerstand tegen alcohol zijn deze twee flessen wijn voor mij goed voor verschillende vrolijke avonden. De laatste zin van mijn mail was dan ook:  ...reken maar dat ik hier heel wat keren dronken van kan worden! Maar niet als ik de volgende dag weer aan het werk moet natuurlijk...

woensdag 17 december 2008

Wel zun, gain weelde

Nooitgedacht maar welgelegen. Het boekje zit tussen allemaal pockets voor jongens. Mijn schoonmoeder kreeg ze van een vriendin. Het verdwaalde boekje gaat over de geschiedenis van de huisnamen in Nederland. Op het omslag staan een aantal voorbeelden: De Mensch wikt, God Beschikt, 't is Genade, Naar de lust, Op heem, Casa Cara, Mijn laatste stuiver. Het is een uitgave van de HEMA uit 1986.
Ik blader het boekje door en leer er weer heel wat bij. Als ik er goed over nadenk, ken ik niet zo heel veel huizen met een naam. Hier in onze woonplaats staat een borg met de naam Welgelegen. Die kom ik ook tegen in het boekje in het hoofdstuk Is Welgelegen nog altijd welgelegen? Welgelegen valt in de categorie huizen die vernoemd zijn naar hun ligging. En tja; Borg Welgelegen kijkt nu uit op een gaslocatie en het spoor. Iets minder welgelegen dan toen het gebouwd werd, denk ik.
In mijn geboortedorp staat een huis dat Zonneweelde heet. Ik schat dat het uit de jaren dertig stamt. Zolang ik me kan herinneren wordt het door dezelfde familie bewoond. Inmiddels woont er nog een vrijgezelle man. Vroeger kon je hem regelmatig signaleren in het dorpsleven. Hij had een luidruchtige dronk over zich. Vrolijk, dat wel. Ik herinner me nog dat hij altijd zong: "Tsieboem, tsieboem, en de vraauwluu worden nait doen."* Daarna volgde er dan nog een regel die ik hier maar niet zal herhalen. Meestal ging hij na zo'n vrolijke drinkpartij naar huis en zette dan de frituur aan. Zo zijn er in Zonneweelde al een aantal keukenbrandjes geweest. Want als de frituur eenmaal aanstond, viel hij in slaap. Na een aantal van dit soort akkefietjes heeft hij het drinken afgezworen. En nu wordt hij niet meer in het dorp gesignaleerd. En zo staat Zonneweelde er nu weer rustig, onbedreigd door nachtelijke keukenbrandjes weelderig te zijn in de zon. Alhoewel zijn eigenaar altijd een kleine correctie aanbracht: Wel zun, gain weelde.
* "Tsieboem, tsieboem, vrouwen worden niet dronken."

dinsdag 16 december 2008

Als de stoppen doorslaan...

Zondagavond zag ik een documentaire van Zembla met de titel Zwakbegaafd en opgesloten. De documentaire gaf een beeld van het gebruik van opsluiting bij zwakbegaafden. Mag je mensen die ziek zijn opsluiten?, is de vraag die ten grondslag lag aan de documentaire. Nee, natuurlijk niet. Niet zomaar, was het antwoord van de hulpverleners. Maar in sommige gevallen kan het niet anders. De documentaire laat de worsteling van hulpverleners zien met aan de ene kant hun ideaal van goede hulpverlening en aan de andere kant de realiteit van beperkte middelen. En het vertelt natuurlijk het verhaal van de mensen die dit lot beschoren is.

Een van de bewoners is Richard. Richard is een jongen die, zoals hij zelf zegt: "snel geïrriteerd is". Hij raakt dan zo geïrriteerd dat hij gaat gooien en smijten. Daarom is zijn slaapkamer ingericht als een cel. Zijn bed is in de  grond verankerd, het tv-toestel en de klok staan achter onbreekbaar glas. Dat is nodig, legt Richard zelf uit, want anders gaat hij met het bed gooien. Omdat Richard snel geïrriteerd is, kan hij geen activiteiten in een groep doen. Hij zit dan ook alle dagen op zijn kamer, of hij beweegt even op het terras, dat door hoge hekken is omgeven. Als hij er uit wil, kan dat alleen onder begeleiding van een hulpverlener. Dat is dus een luxe.

We krijgen ook even een indruk hoe het gaat als Richard geïrriteerd is. Zijn kussensloop is niet op de juiste manier om het kussen getrokken. En daardoor slaan bij Richard alle stoppen door. De begeleidster mag op zo'n moment zijn cel niet alleen in. Dat mag alleen met twee hulpverleners. En die zijn er op het moment van de uitbarsting niet. Je hoort hoe Richard schopt en beukt en de begeleidster uitmaakt voor kankerhoer, teringwijf. Hij wenst haar van alles toe en is dreigend in zijn taalgebruik.

Een aandoenlijk fragment komt uit het interview met Richard. Hij is hulpeloos in zijn woedebeheersing. Hij weet dat het niet deugt, maar hij kan het niet helpen. Er is geen medicijn voor en ook geen andere behandeling. Hij vertelt dat de hulpverleners "het ook niet leuk vinden dat ik zo doe. Maar ze zeggen altijd: daar staan zoveel leuke momenten met jou tegenover." Het is duidelijk dat dat werkelijk tekst van de hulpverleners is. En dat ontroert me dan. Voor zulke hulpverleners neem ik mijn petje af.
De documentaire kan nog bekeken worden bij Uitzending gemist.

zondag 14 december 2008

Mevrouw K.

Ik heb mijn eigen naam gehouden. Geen haar op mijn hoofd -en dat zijn er nogal wat- die eraan dacht om E's achternaam aan te nemen. Net zoals er geen haar op E's hoofd -dat zijn er een stuk minder- over dacht om mijn naam aan te nemen. Het is bij ons zelfs nooit een onderwerp van gesprek geweest. Voor generaties voor ons was het vanzelfsprekend om de naam van je man aan te nemen. En ook nu zijn er weer meer vrouwen die de naam van hun man aannemen.

Onze kinderen hebben wel E's achternaam. Destijds was het zo, dat als de man de kinderen erkende, ze automatisch zijn achternaam kregen. Maar eerlijkheidshalve denk ik dat dat ook nu het geval zou zijn geweest. Na de bevalling werd ik namelijk overvallen door een combinatie van toegeeflijkheid en superioriteitsgevoel. Ik vond mijn bevallingen fantastische ervaringen. Na die oergebeurtenis voelde ik me tegelijkertijd kwetsbaar en onoverwinnelijk. En E. kon bij zo'n oergebeurtenis nooit meer dan een toeschouwer zijn. Dat vond ik sneu - ook al heb ik E. er nooit over horen klagen. Dus vond ik het prima dat ze zijn achternaam kregen. E. was er bovendien zeer op gesteld. Hij liet en laat graag zien dat zijn kinderen mienent zienent zijn.

Ook al heb ik niet de achternaam van E. aangenomen, ik word natuurlijk wel eens aangesproken als mevrouw K. En ik zal mezelf nooit zo voorstellen, maar ik doe er niet moeilijk over. Dat vind ik kinderachtig. Laatst bijvoorbeeld nog. Ik loop binnen bij de bakker op de woensdag om onze broodbestelling op te halen. Omdat ik de laatste tijd veel geklust heb in huis, ging E. vaak even naar de bakker. Dus ik kom voor het eerst na een tijdje weer binnenlopen op de woensdag. De te keurige jongeman achter de balie, groet me zeer vriendelijk: "Ik haal uw bestelling op mevrouw K." Hij komt terug met twee heerlijke compactbroden. "Alstublieft", zegt hij te vriendelijk.

Hij is het type jongen dat op de middelbare school bij mij werkelijk geen schijn van kans zou hebben gehad. En nu nog irriteert zijn vriendelijkheid mij. Het is onredelijk. Ik weet het, maar het is niet anders. "Meneer K. neemt er op woensdag vaak nog een zonnebloempittenbroodje bij", prijst hij zijn waren aan. En inderdaad, ook de zonnebloempittenbroodjes bij onze bakker zijn heel lekker. "Ja," zeg ik "maar mevrouw K. doet dat niet." Enigszins beteuterd, zegt hij: "Zo dan maar?" Ik reken af en vertrek. Hij zal wel denken: die mevrouw K. is een bitch. Maar zo heet ik gelukkig niet.

zaterdag 13 december 2008

Turkse oase

Vanmorgen rij ik even langs de Turkse bakker. De keren dat ik daar kom, zijn ook direct de enige keren dat ik die wijk bezoek. Het is een weinig tot de verbeelding sprekende grauwe huizenmassa. Met uitzondering natuurlijk van de Turkse bakker en het Turks-Surinaamse warenhuis vlak naast elkaar. Ik ga er altijd graag heen. De Turkse bakker is te herkennen aan de hoge stapels pides voor het raam. De zachte Turkse broden plooien zich in hun plastic zakken een beetje tegen het raam omhoog. Als ik binnenstap, zitten er twee Turkse mannen in de vensterbank koffie te drinken. In het midden van de zaak ligt een partij doeken. Ik zie niet direct waar het goed voor is, maar het is ongetwijfeld handel. Anders lag het er niet. Er is een gezellig soort ongeordendheid in de winkel.

Ik pak twee pides en een zakje sesamringen. In de vitrine staat een bakje met hapjes in een pastelkleurtje met kokos bestrooid. Het ziet er aantrekkelijk uit. De Turkse mannen zijn druk in gesprek. Ze snuiven hun neus luidruchtig en ook het gesprek wordt op hoge toon gevoerd. De Turkse bakker maakt net even een praatje met de Surinaamse buurman. Als de mannen vinden dat het te lang duurt, schreeuwt de man met het Turkse mutsje naar hem. Ik heb geen haast, maar blijkbaar vinden ze het onacceptabel dat ik sta te wachten. Als hij niet onmiddellijk komt, wordt er opnieuw - en nu met meer tekst naar de bakker geroepen. Dan komt de bakker. "Wat is dit?", vraag ik en ik wijs naar het kleurrijke bakje. "Ikke zie het niet", zegt de bakker. Hij heeft een duidelijk accent. De voertaal in de winkel is -anders dan in het warenhuis ernaast- voornamelijk Turks. Het is een Turkse oase in de grauwe wijk. Ik pak het bakje en haal het eruit. Hij kijkt me aan, duidelijk verpletterd door zoveel onwetendheid. "Datte? Dat isTurks fruit! Heel zoet.", zegt hij. "Oh", probeer ik me eruit te redden. "Dat ken ik alleen in vierkante blokjes gesneden en met poedersuiker bestrooid. Ik heb het nog nooit met kokos gezien." Hij reageert amper. Het is gewoon te dom voor woorden, zie ik aan zijn gezicht. Maar vragen stellen is nooit dom, want ik heb vandaag dus weer iets bijgeleerd. En nog een bakje Turks fruit gescoord bovendien!

vrijdag 12 december 2008

Goed gedaan buurmannetje!

Onze buurman heeft een lintje gekregen. Hij heeft zich jarenlang ingezet als bestuurder voor zijn vakvereniging en hij zit bovendien in de politiek. Hij is dus veel op pad. Dat lintje heeft 'ie dan ook wel verdiend. We hebben het heuglijke nieuws niet van de buurman zelf gehoord, maar we lazen het in de krant. En over zo'n berichtje zou je gemakkelijk heen kunnen lezen, ware het niet dat er een foto van de buurman bij stond.

Als ik de krant sta te lezen, komt de jongste langszij. "Hé, dat is de buurman!" Ja, dat had ik ook gezien. Ik vertel dat hij een koninklijke onderscheiding heeft gekregen. "Laten we een mok kopen voor hem bij de MIlo", stelt ze voor. Ik reageer lauw. "Dan nemen we er eentje met daarop: Goed gedaan buurmannetje!" "Ze hebben vast geen mokken voor buurmannen", zeg ik nog. Het klinkt me ook niet als een voor de hand liggende tekst voor een mok in de oren. Verontwaardigd kijkt ze me aan: "Ik ben toch zeker zelf bij de Milo geweest en daar heb ik het gezien."

De buren zijn er vandaag op uit. Drie joekels van boeketten worden bezorgd; of wij ze wel even willen aannemen. Het zijn prachtige boeketten. Daar gaan wij niet overheen. Dus besluiten we dan toch maar voor een mok te gaan. Samen met de jongste ga ik naar de super. In Struvé center, het historische pand waar onze super gehuisvest is, zit ook de Milo. Nadat we boodschappen hebben gehaald, lopen we nog even weer naar binnen naar de Milo. Rijen met mokken voor opa, oma, pappa, mamma, ooms, tantes, een 50-jarige, een collega, maar helaas geen mok met daarop de tekst Goed gedaan buurmannetje! Ze schiet de verkoopster aan: "Waar staan de buurmanmokken?", vraagt ze. "Die zijn er niet", zegt de verkoopster zonder blikken of blozen. Niet voor één gat te vangen, kijkt ze nog even verder bij de mokken. En dan komt ze triomfantelijk terug met een mok met daarop Gefeliciteerd! en aan de binnenkant van de beker staat Je bent geweldig. "Deze is ook leuk voor de buurman", zegt ze. "Weet je wat?", zeg ik, "we nemen hem." "En dan doen we er nog snoepjes in voor de buurman", zegt ze. Ze stuit op chocolade in de vorm van vlaggetjes. Ook leuk, maar toch jammer om ze in een mok te stampen. Het worden dessertmints. Nu is het wachten op de terugkeer van de buurman, die er straks bij iedere slok aan wordt herinnerd hoe geweldig hij is.

donderdag 11 december 2008

Frontaal

Elkaar ergens op aanspreken; het blijft moeilijk. Vandaag had ik weer zoiets bij de hand. Liever dan elkaar in de ogen te kijken en te vragen: Wat is nou eigenlijk je probleem?, wordt er een andere uitweg gezocht. Een zeer populaire uitweg is het aanscherpen van procedures en het op orde brengen van systemen. En natuurlijk, dat moet je ook zeker niet nalaten. Maar waar het uiteindelijk om gaat, is dat je elkaar aanspreekt op gedrag. Dat je elkaar aankijkt en gewoon de waarheid zegt. Ook als die de een of de ander niet welgevallig is.

Ik heb daar zelf geen problemen mee. Ik ben van nature niet van het conflicten vermijden. Ik ga er vol en frontaal in. Confrontaties? Kom maar op!  Zeker nu. Met de kerstvakantie in zicht, is de huid enigszins dun. Met genoegen leg ik de vinger op de zere plek. En met nog meer genoegen leg ik 'm bloot. Uiteindelijk is dat namelijk altijd beter voor iedereen. Als je een genadeloze analyse van mijn kant wilt? Vraag er nu om, dit is het moment!

Dat ik zo in elkaar zit, is zelfs aan mijn hand af te lezen. Dat weet ik, omdat mijn dochter voor Sinterklaas een cd-rom kreeg met onder andere aanwijzingen voor handlezen. Sindsdien weet ik dat ik een vloeiende hartlijn heb. En als je die hebt, dan ga je problemen niet uit de weg. Je bent niet bang om je eigen mening te geven en je staat stevig in je schoenen. En natuurlijk: het zal ook wel iets met mijn karakter te maken hebben. Op dagen als vandaag geldt voor mij:

woensdag 10 december 2008

Woonwalhalla

Een kleurrijke medelander rijdt tegen de stroom in. Hij zit op een scootmobiel. Op zijn hoofd prijkt een wit-paars mutsje met ingewikkelde breipatronen. Hij rijdt met één hand, want in de andere hand houdt hij een beker koffie. Het is duidelijk: hij komt van de opening van het nieuwe Praxis-pand. Dat is vandaag namelijk geopend.

Aan de rand van onze woonplaats verrijst een nieuw bedrijventerrein. Twee weken geleden opende de Gamma daar de deuren al. Vandaag is het de beurt aan de Praxis er tegenover. Het zijn de eerste panden, maar er zullen nog veel volgen. Een heuse meubel- en klusboulevard moet het eindresultaat zijn. De wegen op het bedrijventerrein zijn niet erg breed. Vandaar dat de tegen-het-verkeer-inrij-actie van de man best gevaarlijk is. Zo'n opening maakt iedereen nou eenmaal een beetje wild. En dat combineert niet goed met smalle wegen.

Ik ga naar de Praxis om nieuwe plintjes voor het laminaat te kopen. Ik heb er nou een aantal vervangen en dat ziet er zoveel beter uit, dat ik de andere ook nog wil vervangen. Ik vond een bijpassende kleur bij de Praxis, dus vandaar mijn tocht naar het nieuwe bedrijventerrein. In de hal galmt het dat het een lieve lust is. Er loopt een clown rond die ballonfiguren maakt. Ook loopt er een man in een zilveren pak. Wat zijn functie in het geheel is, wordt niet duidelijk. Iedereen is duidelijk opgewonden.

In de oude Praxis wist ik precies waar ik moest zijn, maar nu is het even zoeken. Ik vind ze uiteindelijk, maar ik ga direct weer weg. Zoveel publiek en gezelligheid is mij teveel. Het is me er te druk. De opgewonden kassières mogen iedereen een bloemetje aanbieden. Ik neem de witte kerstster mee, het gouden potje laat ik -kieskeurig als ik ben- mooi staan. Ook krijg ik nog een timmermanspotlood en een tegoedbon voor oliebollen.

Ik breng de plintjes naar de auto en loop vervolgens naar de Gamma, waar het nu een oase van rust is. Twee weken geleden was het daar een gekkenhuis. Niet dat ik er zelf geweest ben, dat niet. Maar onze oudste vertelde -hun school ligt aan de andere kant van de weg- dat hele groepen scholieren tussen de middag snel even naar de Gamma gingen. De ene middag was er popcorn, een andere keer poffertjes. Allemaal gratis. Daar kan geen schoolkantine tegenop. Op mijn gemak zoek ik nog een latje met de juiste maat. De man bij de Gamma heeft alle tijd en helpt me even. Ik ben niet helemaal de enige in de grote hal, maar het leeuwendeel van de klandizie is toch bij de overburen. Ik reken af en rij het terrein weer af. Nu is het nog kaal, maar in de toekomst... Ik kan het me al helemaal voorstellen: het wordt een waar woonwalhalla.

dinsdag 9 december 2008

Wotterkolle

Het is koud buiten. Als de temperaturen dalen, leef ik doorgaans op. Lekker, vind ik dat. Ik ben dol op knisperend koud weer. Ook al zie je er vaak niet uit. Het haar is statisch. En als het echt koud is, krijg ik rode vlekken in het gezicht. Maar toch: heerlijk. Als het een beetje gaat vriezen is het helemaal lekker. Daar verheug ik me op. Droge wegen van de kou. Of eventueel met sneeuw, maar dan krakende sneeuw, die blijft liggen.

Nu is het koud, maar het is een beetje kleffig. Zo van achter het raam lijkt het prachtig. Vanmiddag kijk ik uit het raam naar de neerdwarrelende witte fijne sneeuw. De bossen op het terrein waar ik werk, zien eruit alsof ze met poedersuiker zijn bestoven. Maar als ik buiten kom, is die witte pracht alweer verworden tot een bruine derrie. Het is een natte, kleffe bedoening. "Het dooit als een gek", zegt een oud-collega die nog even langskomt. Het is wachten op de vorst, op de lekkere kou. Nu is het ook koud. Niet echt in graden Celsius, maar het voelt wel heel koud aan. Wotterkolle zeg je dan in het Gronings. Het is de kou die aan regen voorafgaat of die je hebt als het regent. Het is geen vrieskou. Toch ben ik koud. Thuis hul ik me snel in een fleecevest. Ik gooi twee pittenzakjes in de magnetron om mijn voeten te warmen.

Boven liggen nog vijf truien die ik in de vorige eeuw breide. Ze zijn allang verbannen uit de kledingkast. Eerst had ik een hele doos vol. Ze hebben jarenlang in die doos op zolder gestaan, met daarop geschreven TRUIEN. Na een heftige selectie zijn er nu nog vijf over. Drie van schapenwol en twee van gekleurd sokkenwol. Die van schapenwol zijn echt lekker warm. Er zijn een grove donkerbruine en een fijne witte van mij bij en een grijze van E.. De witte heeft boorden en een col met kabels erin. Die grovere ruiken na al die jaren nog een beetje naar schaap. Te gek toch; van welk ander geurtje kun je zeggen dat het twintig jaar blijft hangen? Die van sokkenwol -van E.- kan ik niet weggooien, omdat ik me er lens op geprikt heb. We hebben ze de laatste twintig jaar niet gedragen. Ze zijn gewoon veel te warm. Voordat we ze aan kunnen is er meer dan wotterkolle alleen nodig. Dan hebben we een poolwinter nodig. Of het er nog van gaat komen? Ik betwijfel het, maar vooralsnog neem ik het zekere voor het onzekere.

maandag 8 december 2008

Ruim baan voor het donker!

Vrijdagavond reden we naar mijn ouders. Na een kilometer of tien rijden, verlieten we de bebouwde kom. En toen was het donker. Echt donker. Geen lantaarnpalen, geen huizen met verlichting, geen maan, alleen wij, de autolampen en het donker. We vallen even stil als we zo het donker inrijden. "Het is hier echt donker", zeg ik. "Dat heb je bij ons eigenlijk niet." Onze woonplaats ligt in een verstedelijkt gebied. Bovendien hebben we hier een aantal kassencomplexen. Daar gaat het licht nooit uit. En alhoewel daar ook voorschriften voor zijn, kleurt de lucht regelmatig oranje. Dat is het licht dat via het dak ontsnapt, want de zijwanden moeten worden afgedicht.

De eerste keer dat ik die oranje lucht zag, dacht ik aan een grote brand. Inmiddels weet ik beter. Zo donker als het onderweg naar mijn ouders is, is het bij ons nooit. En dan is het donker onderweg naar mijn ouders nog heel betrekkelijk. We rijden hooguit twee kilometer in het donker. Dan komen we toch weer een verlicht kruispunt tegen, even later gevolgd door de brug. Echt donker is het niet meer in Nederland. Ook dat is een vorm van vervuiling.

Omdat het nooit meer ergens donker is, gaan mensen zich op den duur ongemakkelijk voelen in het donker. Of ze worden ronduit bang in het donker. Jammer eigenlijk. Van het donker gaat heel veel rust uit. Ik ben dol op licht in huis, maar 's nachts mag het van mij allemaal uit. Ruim baan voor het donker!

zondag 7 december 2008

Tijd laten passeren

Gisteren zag ik al zappend een fragment van een documentaire over Tibet. Tibetanen, zo werd in de documentaire verteld, laten de tijd verstrijken. Westerlingen besteden hun tijd. Daar zit een groot verschil in. Als je de tijd laat verstrijken of passeren, dan speelt het eigenlijk geen rol. Westerlingen vullen hun tijd met bezigheden. Zij komen altijd tijd tekort, zijn te laat, of achter op schema. De tijd dicteert veel meer. Als je de tijd laat verstrijken, heb je ook geen haast. Wij hebben wel haast.

Vandaag wilde ik het allemaal eens op zijn Tibetaans doen. Vanmorgen kwam ik beneden in een frisse kamer. Niet naar Tibetaanse maatstaven natuurlijk, want het was nog 17 graden Celsius. Maar wel naar onze maatstaven. De verwarming was niet aangeslagen. En inderdaad: boven knippert het rode lichtje, als teken dat er een storing is. E. denkt het probleem te kennen en vult het water bij. Tot hij in de gaten krijgt dat dat het helemaal niet is. Om de druk van de verwarming af te halen, moeten er emmers water afgetapt worden. Maar even later begint het in de keuken toch nog te lekken. Afijn, de tijd verstrijkt en het lost zich allemaal weer op. We stappen vervolgens met zijn allen in de auto voor de Sinterklaasviering bij mijn schoonouders.  Na de middag pak ik de Tibetaanse way of life weer op. Een beetje op de bank hangen, een tukje doen. En voor ik er erg in heb is de tijd zover verstreken dat ik moet gaan koken.

Onder het eten geef ik even aan dat ik tijd moest besteden aan het bereiden van de maaltijd. Dat was een onderbreking van het kabbelende verstrijken van de tijd. En dat paste eigenlijk niet in de Tibetaanse aanpak van de dag. "Mam, dat is niets voor jou. Jij zou een mentaal wrak worden als jij niet meer zou kunnen focussen. Jij wilt gewoon vooruit komen in de wereld.", zegt onze oudste. "Denk je dat?", vraag ik. "Ik weet het zeker", zegt ze. Misschien heeft ze gelijk. Als ik oud ben en de dagen moe, kan ik de tijd altijd nog laten verstrijken. Maar zo af en toe een dagje is denk ik niet verkeerd. 

zaterdag 6 december 2008

De puut

Gisteravond vierden we Sinterklaas met mijn ouders. Dat doen we met z'n allen: mijn zussen met aanhang en wij met ons gezin. Ieder jaar bekijken we het opnieuw, want onze kinderen worden tenslotte groter. En alles verandert, dus zo zou ook de Sinterklaasviering kunnen veranderen. Maar tot nu toe vindt iedereen dit leuk. En het is ook leuk. We trekken lootjes en dit jaar was het voor eerst toegestaan om leden van je eigen gezin te trekken. We hebben een maximum van drie pakjes per persoon en bij ieder pakje komt een gedichtje.
Of ik haar nou wel of niet trek, voor mijn zus maak ik altijd een pakje met een potje-gedicht. Dat is een gedicht in het Gronings. Standaard begint dat met 'Moi mien leutje potje moi, hou is t mit doi?". Deze twee beginregels zijn geïnspireerd op het stadsgronings. Door de jaren heen zijn er al verschillende onderwerpen de revue gepasseerd. Gisteravond kreeg ze een gedicht over haar voeten. Ooit zei een oudtante namelijk tegen haar - toen ze een jaar of zeven was: "Hai, wat hestoe ja maal voutjes". De tante in kwestie had zelf enorme knobbels aan haar brede voeten, maar in het Gronings zeg je dan t oog kikt van zuk òf. Zo'n onderwerp dient zich vanzelf aan. Ik zag namelijk voetenkoekjesvormen. En toen drong het voetenthema zich als het ware aan mij op. Natuurlijk had ik ook voetenkoekjes gebakken. En standaard krijgt ze altijd marsepein, want daar is ze dol op. Ze rekent er al zo op, dat ze me dit jaar al op tijd doorgaf dat ze de marsepein van de V&D erg lekker vindt.

En verder verzamel ik het hele jaar door dingen die ik zou kunnen gebruiken voor een surprise. Zo vond ik begin dit jaar ergens een kusnasynchronisator met afstandsbediening. Twee enorme rode lippen met vier kusgeluidjes erin, variërend in smakelijkheid. Onze jongste had haar nichtje getrokken, die nu een vriend heeft. Dus op haar was het kusthema goed van toepassing. De lippen werden gemonteerd in een wit geschilderde doos met daarop geloken ogen getekend . Onze jongste had de afstandsbediening in de zak en zodra het cadeau was uitgepakt, begon het gesmak en gelebber. "Hoe kom je eraan?" was een vraag die werd gesteld. "Nou dat is niet zo moeilijk", zegt onze oudste. "Mamma komt altijd in zaken waar werkelijk niemand iets wil kopen. En dan krijg je dat." En zo is het.

Voor E. maakte ik ook nog een leuke surprise. Hij tekent graag. Een terugkerend thema is de -ik noem het gemakshalve maar even- piemelman. Het is een gestileerde lange afstandsloper met weinig spierontwikkeling, maar enorme grote handen, voeten en een flink uit de kluiten gewassen geslachtsorgaan. Die heb ik nagemaakt met closetrollen en schuimrubber. Ik heb me gespecialiseerd in het knippen van schuimrubber. Vorig jaar haalde ik wat restanten -met toestemming- uit het afval van het schuimrubberhuis. En daar kon ik nu nog een kop, handen, voeten en een penis uit knippen. Het lichaam was van gevuld karton en de armen en benen van closetrolletjes. Alles wit geverfd, stevig ijzerdraad erdoor en de  lange afstandsloper was klaar om zich in alle bochten te kunnen wringen.

Een vaste traditie met Sinterklaas is de puut. Die traditie is in de familie van mijn moeder geboren en wordt nog steeds in ere gehouden. Mijn oma maakte vroeger al een puut voor haar zeven kinderen en hun partners: een zak met daarin een stukje banket, een speculaaspop, fondantjes, chocolade kikkers en muizen, pepernoten en een reepje chocola. Mijn moeder ontwikkelde de puut verder door en voegde nog toe: een stukje marsepein, een chocoladeletter in plaats van een reepje en chocoladepepernoten. En zo is een heerlijk avondje in meer dan één opzicht gegarandeerd. Mijn moeders zussen maken ook nog steeds een puut. Later zullen wij de fakkel overnemen en na ons onze kinderen. Ik weet zeker dat dit een traditie is die generaties gaat overleven.

vrijdag 5 december 2008

Hoogspanning

Zodra ze iets spannends heeft op school, slaat ze aan het kotsen. Een schoolreis, een sportdag, of zoals nu de Sinterklaasviering, ze windt zich er enorm over op. De afgelopen week nam de spanning al langzaam toe. Ze gelooft al een aantal jaren niet meer in Sinterklaas, maar naarmate vijf december dichter nadert, wordt Sinterklaas steeds minder een verklede man en steeds meer een goedheiligman. Vanmorgen gaan ze Hem verwelkomen op de dijk. Daar komt hij aan met een speedboot. De instructies waren duidelijk: om 8.00 uur op school en laarzen aan, schoenen mee. Ze was om twintig over zeven al klaar. Dat is een unicum, want meestal neemt ze haar tijd.

Aan tafel slikt ze en slikt ze. Ze heeft een bakje yoghurt, omdat ze een broodje niet wegkrijgt. Ze drinkt flink water. Daar steek ik eerst een stokje voor, want als ze maar doordrinkt wordt het zeker kotsen. Je ziet dat ze zich steeds verder opdraait. Ik haal de wasdroger ondertussen leeg. Ineens krijg ik een ingeving. Ik geef haar een klusje. Dan kan ze zich daarop concentreren, in plaats van op de spanning. "Weet je wat?", zeg ik tegen haar. "Je kunt de was wel even vouwen. Dat verzet de zinnen ook een beetje." Dat vindt ze wel een leuk klusje. Halverwege de mand vol met was, zegt ze: "Het helpt mam. Ik heb lang niet zoveel spanning meer. Hoe wist jij dat?" "Dat is moederinstinct", zeg ik. "Goeie moederinstinct heb je", complimenteert ze me.

Vanmiddag komt ze thuis. Ze is in de pauze op het schoolplein gevallen. Hard. Op haar knie zit een grote blauwe plek. Haar hand ligt open. Eerst zijn er even tranen, maar dan laat ze haar surprise en cadeau zien: een mooie Diddl-lettersleutelhanger. Precies wat ze graag wilde. 

donderdag 4 december 2008

Nieuwsachtergronden

Ik ben dol op klein nieuws. Niet dat ik nou iedere avond aan het beeld gekluisterd hang voor SBS 6 en Hart van Nederland. Nee, ik ben dol op gelezen klein nieuws. Dat spreekt me meer aan, omdat je je er dan iets bij voor kunt stellen. Je kunt erover fantaseren. En dat lukt bij Hart van Nederland met de beste wil van de wereld niet. Daar wordt het voor je ingevuld.

Ook hou ik nieuws selectief vast. Het nieuws dat me bevalt, krijgt met stip voorrang in mijn geheugen. Zo had collega laatst in het weekend de kranten goed doorgespit. Hij was er veel wijzer van geworden. Zo had hij kennis genomen van een onderzoek naar de relatie tussen de crisis en de voorkeur van mannen voor wat betreft de proporties van vrouwen. Onderzoekers hebben jaargangen playboys doorgespit om daar uitspraken over te kunnen doen. Het is zwaar werk, maar dan heb je ook wat. Ik zocht het onderzoek op internet nog even na. En wat blijkt? Hoe slechter het gaat met de economie, des te meer mannen naar vollere vrouwen kijken. Ook kleinere ogen hebben dan de voorkeur. Zo konden zij de economische crisis al voorspellen aan de hand van een nauwkeurige analyse van de modellen in de Playboy. Gaat het goed, dan hebben jonge, korte vrouwen met smalle heupen de voorkeur.

Waarom mannen deze voorkeur hebben, verklaren de onderzoekers dan weer niet. En dat weet ik dan weer wel. Ik heb er geen onderzoek naar gedaan hoor, maar dat hoeft ook niet. Dat is gewoon kennis van de wereld. Als het slechter gaat, willen mannen aan de boezem gedrukt worden, vandaar die grote boezem. Ook hebben ze houvast nodig: vandaar die voorkeur voor volle vormen en kleine ogen. Het laatste wat je wilt in tijden van crisis is verdrinken in een stel grote ogen. Als ik er goed over nadenk, is dit eigenlijk mijn meest favoriete deel van het nieuws: het deel dat ik zelf aanvul.

woensdag 3 december 2008

Aardige jongens

Onze zoon is vandaag veertien geworden. Hij nam vier klasgenoten mee uit school. Onze zoon is een aardige jongen, al zeg ik het zelf. Hij vindt zichzelf ook een goeie jongen. Dat ventileert hij regelmatig. Deze jongens waren deels nieuw voor me. Maar wat blijkt? Zo'n aardige jongen als onze zoon trekt ook aardige jongens aan.

Toen hij kleiner was, was hij altijd compleet wild rond zijn verjaardag. Hij was toen een druk kind. Ik herinner me nog een junglefeestje, waarbij we een slingertouw in de kamer aan het plafond hadden gehangen. Rond de trap in de hallen was een jungleparcours uitgezet. Het was een uitbundig feestje. In anderhalf uur tijd waren mijn zus en ik -toch wel iets gewend- compleet gesloopt. Het lijkt erop dat hij als druk kind ook drukke kinderen aantrok. Alhoewel dat natuurlijk niet met zekerheid valt te zeggen dat ze altijd druk waren. Zelfs het meest rustige kind is opgewonden op 3 december. De Sinterklaaskriebels slaan dan bij kleine kinderen genadeloos toe. 

De grootste opwinding rond de verjaardag is nu voorbij. Maar ook vanmiddag waren ze even bijzonder druk. Eerst een stukje taart in de kamer. Even proefspuiten met de deo die hij cadeau heeft gekregen. Glaasje cola erbij en dan verdwijnt het gezelschap naar de relaxruimte boven. Aanvankelijk lijkt het of het plafond op ons neerdaalt, maar langzaam keert de rust terug. Ze kijken naar een meegebrachte DVD van Bert Visscher. Ondertussen lusten ze wel wat. Onze zoon komt het op uitdrukkelijk verzoek zelf halen. Twee zakken hamka's worden omgekeerd in een bak. Een fles cola gaat mee naar boven. Even later komt de bak leeg terug. "Stukje worst ofzo?", vraagt onze zoon. Ik ben op alles voorbereid en maakt een schaaltje worstassorti voor hem en zijn vrienden.

Een tijdje later komt hij melden dat ze graag vroeg patat eten. Ze moeten eigenlijk om half zes weer naar huis. En dan moet er al gegeten zijn. De boodschap is duidelijk. Als de schaal worst leeg weer beneden wordt neergezet, hoeft er eerst niets weer worden aangerukt. Het is genoeg. Nu zwaait hij zijn vrienden uit. Vanavond de familie nog en dan volop doorstomen richting 5 december. 

dinsdag 2 december 2008

Waar voor je geld

€3,50 mag ze maar besteden. Op het lijstje staan een armband, een notitieboekje en een sleutelhanger. Bescheiden wensen, dat wel. Maar toch valt het nog niet mee om voor dat bedrag iets te krijgen. Een eenvoudige armband is vaak al duurder dan het hele bedrag. En ze wil graag het idee hebben dat ze veel weggeeft. Ze is bereid er langdurig voor te shoppen, We doen dan ook alle drie de winkelcentra in onze woonplaats aan. Gisteren werden we tot haar grote verbazing en ergernis gesommeerd de winkel te verlaten. Belachelijk, vond ze het, dat de winkels in de Sinterklaasweek nog gewoon om zes uur dicht gaan.

Maar het is uiteindelijk gelukt: gisteren kochten we een leuk notitieboekje met pen voor €0,99, vandaag een stersleutelhanger voor €0.99 en dan nog een chocoladeletter. Een grote, voor €1,49. Dat is veel waar voor je geld. Winst kan er niet op gemaakt worden, zou je zeggen. Maar dat is natuurlijk wel zo, dus dan kan het niet anders dan dat degenen die het gemaakt hebben er amper iets voor betaald hebben gekregen. Hoogstwaarschijnlijk is een en ander met kinderarbeid tot stand gekomen. Dat kan bijna niet anders. Het is in ieder geval van heel ver gekomen. Verder dan Spanje.

Op het lijstje stond ook waar het pakje allemaal aan moest voldoen. Het moest verpakt worden als surprise, er moest een gedichtje bij en het mocht dus niet duurder zijn dan de €3,50 die ze van de meester mee had gekregen. En dat is gelukt. Alles is verpakt in een mooie doos, met daarop een Sinterklaas, een zwarte piet en allemaal pakjes. Het gedicht met daarin het woord plateau doet me vermoeden dat ze wel even heeft gekeken op een rijmsite. Maar goed, het is klaar. Ik ben allang blij. "Wat had jij op je verlanglijst gezet?", vraag ik haar. Je kunt haar meestal heel blij maken met een kleinigheid. Dus dat is aan haar wel besteed. "Een radio, een mp-3 speler en een sleutelhanger.", zegt ze zonder een spier te vertrekken. De hulpsinterklaas die voor haar op pad moet, heeft dus een duidelijke missie: op zoek naar een sleutelhanger.

maandag 1 december 2008

Telefoonrijden

Telefoneren onder het autorijden leidt af. Hoe je het ook doet: handsfree of niet. Dat nieuwsbericht hoor ik vanmorgen in de auto naar het werk. Je reactietijd neemt sterk af als je belt en rijdt tegelijk. Zo lijkt een twintiger in zijn reactiesnelheid op een hoogbejaarde als hij handsfree belt. Bellen met de telefoon in de hand maakt het nog een graadje erger. Dan rij je alsof je dronken bent.

Zo op het oog een duidelijk resultaat. Toch was ik niet helemaal tevreden over de informatievoorziening. Er werd geen melding van gemaakt of het een onderzoek onder mannen of vrouwen was. Of dat er sprake was van een gemengde testgroep. Mannen kunnen namelijk sowieso moeilijk zaken combineren. Vrouwen zijn daar meer van. Die kunnen van alles tegelijk: bellen, autorijden, het handschoenenkastje opruimen en lippen stiften. En dan neemt hun reactietijd misschien iets af. Maar goed, ze doen dan ook vier dingen. Mannen daarentegen schijnen het maar moeilijk overeind te houden als ze bellen en daarbij kauwgum kauwen. En dan hebben we het nog niet eens over autorijden! Dus vraag ik me af: was het een gemengde testgroep en hebben de mannen het resultaat naar beneden gehaald? Of was het een testgroep met alleen mannen? Dan kan ik in het vervolg  als ik autorij namelijk gerust gaan zitten bellen, het handschoenenkastje opruimen, mijn lippen stiften en vooruit: ook mijn nagels knippen. Als de testgroep alleen uit vrouwen bestond, dan moeten alle bellende mannen direct van de weg worden gehaald. Want dan vrees ik het ergste.

zondag 30 november 2008

Warme betrekkingen

Vorig jaar boekte ik onze stedentrip naar Praag bij Expedia. Dat is heel goed bevallen. Sindsdien zijn we goed bevriend. Regelmatig krijg ik post, waarin ze me allerlei aanbiedingen doen. Daarbij tutoyeren ze me. Beste Jannie! Profiteer deze week van de beste aanbiedingen op dit moment! Boek je favoriet en begin meteen te plannen voor je avontuur! Ze zijn er heel enthousiast over. Ze hebben er ontzettend veel zin in om weer zaken met mij te doen. Dat blijkt wel uit al die mailtjes met allemaal uitroeptekens. Voor een appel en een ei willen ze me naar alle uithoeken in de wereld vliegen. Ze boeken bij voorkeur de hotels met de beste prijs-kwaliteitsverhoudingen voor mij. Het is een heerlijk gevoel. Ik denk er dan ook niet over om hun mails te blokkeren.

Toch gaan we deze krokusvakantie niet met Expedia, ondanks onze goede verhouding. Voor onze volgende citytrip gaan we namelijk naar Berlijn. En deze keer willen we niet vliegen, maar met de trein. Dat is weer eens iets anders. Voor E. en mij is treinreizen bekend terrein, maar voor de kinderen is dat nieuw. Een treinreis kun je alleen niet bij Expedia boeken. Vanwege het warme badgevoel heb ik nog geprobeerd om bij Expedia onderdak te boeken en bij de NS een trein. Zo gesmeerd als dat bij Expedia loopt, zo moeizaam gaat dat bij de NS. Eenvoudige informatie over de prijs kunnen ze je niet geven; er zijn kaartjes in drie prijsklassen. En als je dan zegt: "Doe mij de goedkoopste maar", dan gaat dat zomaar niet. Ze geven pas drie maanden voor dato kaartjes vrij en of dat dan de goedkoopste kunnen zijn... geen garanties daarvoor. Kortom, na twee telefoontjes ben ik afgehaakt en heb ik gewoon maar via internet geboekt, alles in een. En zo reizen we nu met Ga samen naar Berlijn. Dus ik heb weer nieuwe vrienden gemaakt.
Maar als we de volgende keer wel weer willen vliegen, zal ik zeker even bij Expedia kijken. Vanwege de warme verhoudingen.

zaterdag 29 november 2008

Vrijdenken

Gisteravond keken E. en ik rond het middernachtelijk uur naar de documentaire Rock 'n roll junkie van Jan Eilander over Herman Brood. Ik had 'm al eens eerder gezien, maar ik heb er weer gretig naar gekeken. Iedereen die in de jaren '70 in Groningen is opgegroeid, is in de gelegenheid geweest om Herman Brood live te zien optreden. Hij trad namelijk ontzettend veel op. De eerste keer dat ik hem zag optreden was op een feest op de middelbare school. Het maakte een verpletterende indruk op me. Herman droeg een witte broek, geen ondergoed en optreden wond hem duidelijk op. Herman en zijn Wild Romance speelden de sterren van de hemel. Al met al genoeg om mijn aandacht vast te houden. Bovendien goed voor een vaste plek in mijn jeugdherinneringen. En ook later hebben E. en ik Herman nog zien optreden. In het Sterrebos bijvoorbeeld. Echte doorgewinterde Broodfans zijn we niet, maar in onze platencollectie zitten wel Street, Sphritz en Cha Cha. Daarna zijn we muzikaal afgehaakt. Toch was ik geshockeerd toen Herman in 2001 van het dak van het Hilton hotel in Amsterdam sprong, hoe passend het ook was voor Herman. 

Vanmorgen werd ik wakker. Geen haast, want vandaag geen voetbal en geen andere verplichtingen. Dus alle tijd om nog even te blijven liggen en de gedachten even te laten gaan. "O,o,o, rustig ademhalen...", zing ik zachtjes. "Waar komt dat nou weer vandaan?", vraagt E. "Dat is dat liedje van Acda en De Munnik", zeg ik. "Grappig, ik lag te denken aan die documentaire over Herman Brood en zo ineens schiet dat liedje me te binnen. Dat gaat ook over een Herman die in de krant leest dat hij dood is. Wonderlijk toch hoe je hersens werken? Blijkbaar zit dat liedje in mijn hersens gelinkt aan het stukje waarin mijn Herman Brood informatie is opgeslagen." Leuk, zo'n moment dat je je even bewust bent van de manier waarop je brein werkt. Het is bovendien heerlijk om je gedachten gewoon hun gang te laten gaan, een beetje vrijdenken.

vrijdag 28 november 2008

Pruttelend op gang

Er zijn van die dagen dat opstaan eigenlijk niet zou moeten. Dagen dat je gewoon in bed zou moeten blijven liggen. In het kader van de winterslaap of van de algehele ontspanning. Sinds ik mijn klustarget heb gehaald, is het als een pudding in elkaar gezakt. Iedere avond neem ik me opnieuw voor om vroeg naar bed te gaan. Het komt er alleen niet van. Ik kom 's morgens met moeite en pruttelend op gang. Zoals vandaag en gisteren.
Het is nog donker. Ik knip het licht even aan en zie dat het zes uur is. Dat is mijn vaste tijd van wakker worden, of het nou zomer of winter is. Ik kan nog even blijven liggen. Om kwart voor zeven gaat de wekker. Dan ben ik net weer even weggesukkeld. Ik protesteer licht. "Het is alweer kwart voor zeven", zeg ik tegen E. "We moeten alweer opstaan." E. heeft op dit moment van de dag doorgaans nog niet zoveel tekst. Dat belemmert mij verder niet. Hij maakt aanstalten om te gaan opstaan. Met een zwaai gooit hij zijn benen naast het bed. Ik heb al even liggen denken wat ik vandaag aan zal trekken naar het werk. Ik weet het niet. Vandaag zou een burka een uitkomst voor me zijn. Ik heb geen zin om te kiezen. "En ik weet ook werkelijk niet wat ik aan moet trekken", zeg ik tegen E. Het blijft even stil. "Din most mor òfzeggen", zegt hij zonder met zijn ogen te knipperen. We schieten allebei tegelijk in de lach. Grappig, want ondenkbaar. Met mijn arbeidsmoraal gaat dat echt niet.

woensdag 26 november 2008

Dat is ook liefde...

Vrouwen praten gemakkelijker over hun gevoelens dan mannen. En dat is mooi. Maar soms gaat het wel eens te gemakkelijk. Zo was ik vanmorgen in ons winkelcentrum op cadeautjesjacht. Mijn radar stond afgesteld op schaphoogte. Ik lette niet echt op mensen. Tot er natuurlijk iets gebeurt dat me niet kan ontgaan. Zo wordt mijn focus op het schap onderbroken door twee vrouwen. Vriendinnen van elkaar denk ik, gezien de vertrouwelijkheden die worden uitgewisseld. Vrouw A loopt met een wandelwagen met een klein kind erin. Vrouw B. cirkelt om vrouw A. heen. Zij is een stuk wendbaarder en pakt dus de spullen op moeilijk bereikbare plaatsen. Door de wandelwagen zit er een behoorlijke ruimte tussen de twee vrouwen. Vandaar dat ik de conversatie moeiteloos kan volgen.

Vrouw A: "En toen zei hij: Dan had ik je laten gaan. Dat is ook liefde, jou je vrijheid geven. Ja en dat is ook wel zo natuurlijk. Maar goed, dat is dus niet gebeurd." Ze vertelt het op luide toon. Je ziet vrouw B denken: "Ja, ja, dat zal wel, daar trap ik niet in." Ik denk: wat een eikel. Eerst een kind bij haar maken en dan ook nog niet je best voor haar doen. Ik ben er vrij zeker van dat vrouw B. iets soortgelijks denkt. Ze vermijdt oogcontact met vrouw A. En ze besluit blijkbaar dat het gesprek nu wel een andere wending mag nemen. Misschien vindt ze dat er wel genoeg intimiteiten publiekelijk zijn geventileerd. In ieder geval kiest ze voor een sterke strategie: de strategie van afleiding. Ze wijst vrouw A. op iets leuks voor haar kind. En dat werkt altijd. Ik kan me met een gerust hart weer focussen op de cadeautjesjacht.

dinsdag 25 november 2008

De vetkuiven

We hebben het aan tafel over groepen in de klas. In het begin van het jaar sprak onze zoon regelmatig over een jongen. Nu hoor ik hem daar niet meer over. Er is niets gebeurd en niets aan de hand, verzekert hij mij. De jongen hoort gewoon bij een andere groep in de klas. Ik informeer naar iemand anders. "Oh die hoort bij de Noobs", zegt hij. "De wat?" "De Noobs." "En wat zijn Noobs nou weer?" "Dat zijn sukkels." Ja en daar wil je natuurlijk niet bij horen.

"Dat is toch echt tienertaal", zeg ik tegen E. Onze zoon verslikt zich bijna in zijn yoghurt. "Is het niet zo?", vraag ik. "Tienertaal", gniffelt hij. Hij vindt het maar een stom woord. "Misschien heeft het een te hoog Joop ter Heulgehalte", zeg ik. Maar zij kennen Joop ter Heul niet. "Tienertaal hoort thuis in het rijtje mieters en dolletjes", legt onze oudste uit. En dat zijn woorden die je niet moet willen gebruiken, dat snap ik ook. "Toch is mamma geen kakker", zegt onze zoon. Maar tienertaal is duidelijk een kakwoord in de beleving van onze kinderen. Jongerentaal kan, jeugdtaal kan, maar tienertaal kan niet. Dan ben je een kakker.
Bij welke groep hoor jij dan?", vraag ik. Hij weet het eigenlijk niet. Dan denkt hij even na: "Bij de vetkuiven", grinnikt hij.

maandag 24 november 2008

Bad met warme chocolade

Ik ben geen fan: niet van Eros Ramazotti en ook niet van mediterrane mannen. Ooit reisden E. en ik bijna vier weken door Italië. Geen aantrekkelijke man tegen gekomen. Ja, E. natuurlijk, maar daarvoor had ik niet naar Italië hoeven gaan. Ooit had ik een aquajogbadjuf die Eros Ramazotti een 'lekker ding' vond. Dus werd er heel wat afgesjokt op Eros. Nee, ik vind Eros dus geen lekker ding. Bepaald niet. Maar Italiaans vind ik wel heel lekker klinken. Een aantal jaren geleden gingen we naar een congres, waar een Italiaan bij een van de posterpresentatiesessies voorzitter was. Het was het absolute hoogtepunt van dat meerdaagse congres. Hij vrat de microfoon bijna op, terwijl hij in Italian English in de microfoon uitstootte: You'v gotta fiva minutes. No morra, juste fiva minutes. En vanmorgen, zo aan het begin van de werkweek kwam Eros samen met Anastacia even de auto binnen. En dat was heerlijk: alsof je in een bad met warme chocolade stapt.
En dit was een van de favorieten van de badjuf.


Er staan nog veel meer filmpjes met nummers van Eros op YouTube, maar dat zijn allemaal Eros Ramazotti officials en die zijn geblokkeerd voor plaatsing op een blog.

zondag 23 november 2008

Breikunst

E. loopt al een poosje rond met zijn muts op. Hij draagt de muts als een eierwarmer of een theemuts. Alleen het randje knelt om zijn hoofd, de rest staat recht omhoog. "Je lijkt net een moslimman uit een of ander ver bergstaatje", zeg ik hem. "Was ik maar een moslimman uit een of ander ver bergstaatje", moppert hij. Hij heeft een hekel aan dit weer. En dan ben ik ook nog in huis bezig. Niet aan het klussen, maar aan het rommelen. "Dat kan ik er gewoon niet bij hebben.", moppert hij verder. "En dan dat klotenweer."

Ik heb helemaal geen last van dit weer, mijn humeur lijdt er niet onder. Op de zaterdagmiddag ruim ik samen met onze jongste de trampoline op. Hadden we natuurlijk beter eerder kunnen doen, want ik had bijna bevroren handen. Maar als ze dan weer warm worden, dan tintelt het wel lekker. Het is duidelijk: er is teveel contrast tussen mijn humeur en zijn humeur. Dat kan E. er zeker niet bij hebben. "Ik vind het juist wel lekker", zeg ik. "Verwarming aan, lichtjes aan." 's Middags loop ik nog even naar de lichtboetiek hier een paar huizen verderop. Door al dat klussen waren we door onze stoppen heen. E. had in zijn horoscoop gelezen dat ik veel geld uit zou gaan geven aan het interieur. Het laatste wat ik wil is E. teleurstellen als hij in een dip zit. Dus heb ik behalve die stoppen ook nog vier lampen gekocht. Ook bij de lichtboetiek ging het natuurlijk over het weer. "Ik vind het ook helemaal niet erg" vertelt de mevrouw van de lichtboetiek. "Je doet er gewoon een extra lichtje bij aan. Gezellig." "Ja, vind je het gek" knort E. nog even verder.

Hij verdwijnt na het eten in de kamer om de krant te lezen. Even later komt hij zowaar met een spontane glimlach op het gezicht binnenlopen. In de zaterdagbijlage van de NRC stuit hij op de breikunst van Jimini Hignett. En dat kikkert hem op. Alleen maar omdat het kunst is natuurlijk. Toch goed dat hij geen moslimman uit een ver bergstaatje is.   

zaterdag 22 november 2008

Mit nöchtern spij

Ik ben de koningin van de zuignapjes. Alles hang ik op aan zuignapjes. In de douche: een bakje voor de tandenborstels, een bakje voor de gel en deo en natuurlijk overal waar ik het kan bedenken een haakje voor een handdoek. Vandaag trok ik weer een nieuw pakje zuignapjes open. Deze keer om in de keuken mijn keukengerei aan op te hangen. Bakspaan, pannenlappen, metworst, schuimspaan, allemaal aan een zuignapje. Voordat ik de keuken had opgeknapt, hingen ze aan het lichtsnoer onder de kastjes. Afhankelijk van het gewicht zakte het lichtsnoer verder door. Het was een rommelig gezicht. En het mag duidelijk zijn dat ik dat in mijn opgeknapte keuken niet langer kan tolereren. Ik heb de zuignapjes zich nu kaarsrecht vast laten zuigen. Mijn timmermansoog doet namelijk niet onder voor een waterpas met laserstraal.

Innig tevreden kijk ik naar het resultaat. De oudste komt binnen. "Dit gaat niet werken, dat weet je zelf ook wel hè?" "Misschien moet er toch op den duur wel een stang komen", aarzel ik. Maar ik heb iets tegen het boren van gaten in tegels. Het is dezelfde weerstand die ik heb tegen tattoos en piercings. Aan mijn lijf geen polonaise en ook niet aan mijn tegels. Die blijven mooi in één stuk. Als je gaat boren, krijg je er altijd gedonder van. Zo hebben we in de badkamer ons verwarmingselement laten vervangen. We hebben precies hetzelfde model weer besteld. Maar toch moesten er nieuwe gaten worden geboord: ze hadden de ophangpunten weer verplaatst. Dus nu kijken we tegen die pijnlijk doorboorde tegels aan. Dat lossen we wel weer op, maar toch...

"Op den duur zakken ze naar beneden", vervolgt onze oudste dreigend. Onze zoon ziet het niet als een groot probleem. "Als ze vallen, dan kun je ze ook even natmaken", zegt hij "dan plakken ze weer prima." "Mit nöchtern spij", zeg ik. "Dat deed mijn oma ook. Die genas, repareerde en plakte alles mit nöchtern spij." De kinderen kijken me bevreemd aan. "Dat is je ochtendspeeksel, nog voor je gegeten hebt", leg ik ze uit. Van die uitleg wordt het niet echt beter. Maar hoe dan ook: vooralsnog hangt het zaakje er keurig bij. 

vrijdag 21 november 2008

Queen of the road

Onze zoon wordt over twee weken veertien. Hij weet echt niet wat hij voor zijn verjaardag wil. Over twee jaar, dan weet hij het wel. Dan wil hij een brommer. Het type heeft hij ook al uitgekozen. Hij wil een oldtimer, een Kreidler eitank. Onze oudste wordt zestien, maar voor haar speelt dat helemaal niet. Het komt niet bij haar op om een brommer te vragen of te willen. Dat gold voor mij destijds ook toen ik zestien werd. Toch kreeg ik er eentje. Niet op mijn verjaardag, maar zomaar, van mijn oom. Het is een verhaal dat nog altijd wordt verteld op feestjes en partijen.

Toen mijn oom me de brommer aanbood, sloeg ik het genereuze aanbod eerst af. Ik had geen idee wat ik met een brommer moest. Ik kon toch ook wel fietsen? "Misschien moet je er toch maar even over denken", zei mijn moeder. "Het is toch een mooi aanbod en het kan handig zijn." En of het handig was! Ik ben van mening veranderd en kreeg de brommer. Mijn eerste brommerritje was onvergetelijk. Mijn oom zette de brommer naast het huis, startte hem en zei: "Rijden maar!". Dat was niet tegen dovemansoren gezegd. Ik trok het gas vol open en joeg met duizelingwekkende snelheid door de hoofdstraat van het dorp. Een rondje langs de school, bij het dorpshuis lang, allemaal op topsnelheid.
Ik had het handvat namelijk stevig vast. Het kwam niet in me op om de greep te verslappen. Na mijn tweede rondje, wilde ik toch wel stoppen. Mijn zus vertelt het nog altijd in -liefst grote- gezelschappen. Iedere keer lacht ze zich opnieuw tranen, als ze vertelt: "En toen reed ze op topsnelheid voorbij op die rode brommer met die lichtblauwe helm. Wij allemaal langs de kant van de weg. En terwijl ze vol gas voorbij stoof, riep ze: Stoppen, ik wil stoppen. Hoe doe ik dat?" Dit is ongeveer het moment waarop mijn zus een zakdoek tevoorschijn haalt om haar lachtranen weg te vegen.

Ik heb geleerd om te stoppen, alhoewel gas geven me altijd beter afging. De brommer stond bij mijn opa in de schuur. Omdat ik altijd met vol gas wegstoof, stoof het grind van zijn oprit bij de ramen omhoog. Hij kwam wel eens zorgelijk bij mijn ouders: "Of dat wel goed gaat..." Maar het is goed gegaan. Ik heb schadevrij gereden en genoten van het brommerrijden. Ik was de Queen of the road met mijn rode brommer en mijn lichtblauwe helm op. De brommer werd gesloopt, dat wel. Na mij geen andere gebruiker. Ik reed namelijk overal in weer en wind op die brommer heen - en dat met mijn vriendin achterop. Ooit kwamen we midden in de nacht terug terwijl het sneeuwde en ijzelde. Zij met beide voeten aan de grond om balans te houden en ik gassen. Het brommertje was eigenlijk niet bedoeld voor twee personen. Maar dat mocht de pret niet drukken.

Ik denk met veel plezier terug aan mijn brommeravonturen. Maar wat ben ik blij dat mijn oudste er nog niet naar taalt en dat het voor onze zoon nog twee jaar duurt!

donderdag 20 november 2008

Beetje bozig

Ze heeft haar handen vol. Dit jaar moest ze een profiel kiezen. En kiezen is erg moeilijk als je eigenlijk alles wel leuk vindt en nog niet weet wat je wilt. Dus werd het een dubbel profiel met vier extra vakken. Als gevolg van die keuze zit ze nu vier dagen in de week tot vier uur op school. Haar proefwerkweken staan bol van de proefwerken. Daarbij haalt ze graag hoge cijfers. "Je moet toch kiezen", zei ik in het begin van het schooljaar tegen haar. "Of je kiest voor hoge cijfers, maar dan moet je vakken laten vallen, of je kiest voor alle vakken, maar dan moet je genoegen nemen met lagere cijfers. Hoe dan ook: je moet toch kiezen." Inmiddels zit er meer balans in: ze werkt hard, maar ze heeft ook momenten waarop ze zich kan ontspannen.

Vandaag gaan we voor haar naar school. We spreken eerst haar leraar wiskunde. Die vindt dat maar niks, kinderen die zoveel vakken kiezen. Een extra vak is nog acceptabel bij een dubbel profiel, maar vier... Hij vindt het gekkenwerk. De ambitie die daarachter zit, lijkt hij ook niet echt te kunnen waarderen. Het is een eendimensionale man. Zoveel is wel duidelijk. Dan komen we bij de mentor. Die heeft allemaal lijstjes in laten vullen over werkhouding, inbreng in de klas en nog veel meer. Ze scoort overal heel hoog. "Kijk", zegt hij. "Allemaal 1-tjes. Dat is de hoogste score."

Kort geleden schreef ze een brief. In de middagpauze mogen ze niet meer in hun deelschool blijven. Belachelijk vond ze dat. Dus schrijft ze een brief naar de schoolleiding. Inmiddels heeft ze er een gesprek met de mentor over gehad. Een brief van haar alleen is leuk natuurlijk, maar het zet toch meer zoden aan de dijk als ze wat achterban kan mobiliseren, heeft de mentor haar uitgelegd. "Heerlijk zo'n kind", zegt de mentor. We praten geanimeerd. En dan zegt hij: "Wat ik alleen wel vind... Ze kijkt vaak een beetje bozig. En dan denk je dat er van alles aan de hand is, maar dat is helemaal niet zo." E. schiet in de lach. "Dat had ze als baby al", zegt hij. En inderdaad, toen al kon ze zeer indringend kijken. Normaal zou ik het zijn die dit soort opmerkingen maakt, maar deze keer komt E. ermee. Gelukkig kunnen we de mentor geruststellen: "Als ze echt boos is, dan merkt u dat wel." Het zou hem beslist niet ontgaan.

woensdag 19 november 2008

En welke dag is het vandaag?

Ik geef het toe: af en toe ben ik een beetje afwezig. Dan ben ik er niet helemaal bij. Diep in gedachten. Of gewoon gefocust op iets anders. Dan kun je hele verhalen aan me vertellen, maar die glijden zo langs me af. Dat is zeker een nadeel. De kinderen hebben er maar een hekel aan. Door die samengebalde concentratie en die superfocus, kan ik echter andere dingen snel tot me nemen of afronden. Dat is dan weer een voordeel. Zoals onze nationale voetbalgoeroe dan ook zegt: Elk nadeel heb zijn voordeel.

Vandaag was mijn vrije dag. Gisteravond was ik laat teruggekomen van mijn cursus. Vanmorgen pak ik de draad in huis weer op. E. zit in zijn gewone routine. Hij heeft al op tijd koffie gezet en schenkt ons een kopje in. Ik werk door. Ik ben de kitrandjes op het raam aan het bijwerken, zodat ze vanmiddag schoongemaakt kunnen worden. Voor ik er erg in heb komt E. weer naar de keuken. "Kopje koffie?", vraagt hij. "Ja lekker", zeg ik. "Is dit eigenlijk de eerste, of heb ik al een kopje gehad?" "Het is je tweede kopje", zegt hij. "En wat voor dag was het ook nog maar vandaag?" "Ja, woensdag", zeg ik. "Okee, maar ik dacht: ik check maar even." 

zondag 16 november 2008

Grapje!

Ik kan ze niet goed vertellen: grappen. Raadselgrappen, raad ik nooit. Terwijl dat de favoriete grappen van onze kinderen zijn. Dit weekend waren onze dochters op dreef.
Onze jongste haalde nog even een oude uit de kast tijdens het eten van doperwten. Het is groen en het loopt in het bos. Wat is dat? Deze hadden we eerder gehoord, dus wij in koor: Een dophertje! Ook onze oudste laat zich niet onbetuigd: Het is groen en het is niet zwaar. Wat is dat? Dus wij weer: een doperwt. Eerlijk gezegd kom ik niet veel verder dan dat. Dus geef ik het op. Het antwoord is: lichtgroen. Ze heeft er nog een: Het is geel en het kan heel goed pesten. Wat is dat? Ik klap volledig dicht. Denken, denken, denken, er schiet me helemaal niets te binnen. Een bananananana!

zaterdag 15 november 2008

Het is geklaard!

De klus is geklaard. Na wekenlang druk in de weer te zijn geweest in onze keuken, heb ik er vandaag de laatste hand aan gelegd. Natuurlijk: er moet opgeruimd, schoongemaakt en gestyled worden. Maar het ploeteren, het zweten, het kliederen is voorbij. De keuken kan er weer even tegen. Ik vind het wel een kleine huldiging waard. Nou weet ik inmiddels dat als je dat wilt, je het gewoon moet zeggen. Zonder directe aanwijzingen van mijn kant gebeurt er namelijk niks.

Dus zeg ik onder het eten: "Nou, het is geklaard. Ik vind dat wel een huldiging waard. Wie voelt zich geroepen?" Onze dochters zijn bezig met hun aardbeienyoghurttoetje en E. nipt van zijn Senseo. Dus neemt onze zoon het woord. "Zoals we allemaal weten is Jannie wekenlang aan het klussen geweest. Dit ook tot irritatie van sommige medebewoners. Maar het is nu af. En nu vindt iedereen toch dat het resultaat er mag zijn. Proficiat!", speecht hij.

Maar eens kijken hoe we dit geschikt kunnen vieren. Wij grijpen namelijk ieder moment aan om te vieren. De thuiskomst van onze dochter uit Griekenland werd vorig weekend gevierd met een rijstevlaai. Omdat E. er zo snel niet aan had gedacht dat ze niet van rijst houdt, hadden we ook nog een Daimtaartje. Dus tot midden deze week zijn we aan het vieren geweest. Ook het begin van het weekend vieren we met iets lekkers. Gisteren was dat een puddingbroodje. Vanavond lijkt een borrel me aangewezen: ik trek een fles witte wijn open. Kijken hoever ik kom. 

vrijdag 14 november 2008

Zuchtdag

Het krijgt me in de loop van de dag in de greep: spleen, Weltschmerz, de melancholie. Het weer miezert en mijn humeur miezert lekker mee. Ik bekreun me over de dingen die voorbij gaan. Die niet meer terug komen. Het zijn niet direct diepe gedachten. Het gaat vandaag niet over de grote dingen die onherroepelijk voorbij gaan. Dat niet. Vandaag denk ik aan kleine dingen die veranderen. Je kunt niets even in de tijd bevriezen, of gewoon even terugdraaien. Zucht... In de auto rij ik langs de Trio dumpwinkel. Vroeger kon je daar voor een paar centen nog leuke dingen kopen. Dat was voordat iedereen werd geschoold en alles werd geprijsd. Zucht... Verder gaat het: langs de bouwval waar ooit mooie dingen gebeurden: de oude super. Het is nu vergane glorie, verlaten door de mensen die het gebouw glans gaven. Even verderop de lichtboetiek. Vroeger heette die nog lekker de Sjoek. Zucht...

Gelukkig staat mijn wekelijkse boodschappenuitspatting op het programma voor vanmiddag. Als troosteten neem ik een puddingbroodje mee. Dat helpt even, maar het gevoel verlaat me niet helemaal. Onze zoon zit naast me te zuchten. "Ik weet het ook niet", zegt hij. "Het is gewoon een zuchtdag vandaag." Ik vind het mooi geformuleerd. Hij heeft zich laten inspireren door de aflevering van De Wereld Draait Door van gisteren. Daar hadden ze een item over zuchtmeisjes. Er valt een kleine stilte en dan zegt hij: "Ik denk dat het komt omdat de Ludolfs niet meer op de televisie zijn."

Zuchtmeisje nummer 1 is natuurlijk Jane Birkin. Destijds de vrouw van Serge Gainsbourg, die ook alweer jaren dood is. Zucht...

donderdag 13 november 2008

Wat fijn...

"Het blijft toch een mooi bedrijf", zeg ik. Hij kijkt me enigszins op zijn hoede aan. Ik zie dat hij een inschatting maakt: meen ik dat nou, of maak ik een cynische grap? Medewerkers in de zorg zijn hun onschuld namelijk kwijt. Deels hebben ze dat over zichzelf afgeroepen: het is niet meer dan vanzelfsprekend dat burgers willen weten hoe hun ziektekostengeld wordt besteed. Aan de andere kant worden er zoveel regels over de zorg uitgevaardigd, dat je soms vergeet waar het om gaat. "Ik meen het.", zeg ik. "In de kern gaat het erom dat mensen die hulp nodig hebben geholpen worden. En als dat is waar het om draait in je bedrijf, dan is dat toch een mooi bedrijf?" Hij knikt instemmend. 
Dinsdag rij ik over ons mooie terrein. Ik zie het jonge stel lopen. Hij loopt fier, recht overeind. Liefdevol houdt hij haar hand vast. Zij loopt moeizaam, trekt met haar been en heeft duidelijk moeite met de coördinatie. Maar omdat hij haar zo stevig vasthoudt, gaat het allemaal prima. Ze maken een wandeling. Op een van de bankjes in het park gaan ze zitten. Vanmorgen zie ik ze weer. Zij drinkt rechtstreeks uit een pak optimel en hij zit naast haar. Aan alles kun je zien: hij zorgt voor haar.

De geestelijke gezondheidszorg trekt een bepaald soort medewerkers aan: hulpverleners, maar ook niet-hulpverleners zoals ik. Er wordt gemakkelijk en misschien ook wel veel gepraat. De hulpverleners zijn niet voor niets in het vak gestapt. Er is iets dat ze aantrekt in het helpen van of zorgen voor mensen. Hoe weinig modern het woord ook is, voor sommigen is hun werk een roeping. Die zijn werkelijk begaan met het lot van cliënten. En voor de niet-hulpverleners die blijven, geldt dat ze zich prettig voelen in een omgeving waar mensen zo met elkaar om willen gaan.
Vandaag zegt een collega: "Wat fijn dat ik jou in mijn omgeving heb en dat ik in de jouwe mag zijn." Dat soort dingen bedoel ik nou. En het maakt mij niet uit dat hij het voorleest uit een stukje dat hij uit de krant heeft geknipt. Of dat hij het ook al heeft gezegd aan iedereen op de eerste verdieping. Het geeft mij een goed gevoel. Dus als mijn computer dan aan het eind van de dag zegt: "Windows kan uw zwervend profiel niet vinden", dan zou ik me in ieder ander bedrijf misschien ontheemd voelen. Maar niet bij ons.

woensdag 12 november 2008

Het is een gave

Mijn vader twijfelt er geen moment aan: als het een Olympische sport zou zijn, zouden we torenhoog favoriet voor goud zijn. We zouden de Sven Kramers in onze categorie zijn. Maar wat wil je: we hebben ook al heel veel trainingsuren achter de kiezen. Al dat harde werk combineren we met natuurtalent. Ik heb het over telefoneren, bellen, aan de lijn zijn. Mijn moeder en ik hebben de kunst van het telefoneren tot in de puntjes geperfectioneerd. Het is een gave: we kunnen uren zitten praten en het hoeft eigenlijk nergens over te gaan. Het is keuvelen, small talk van het beste soort. Ondertussen drinken we een kop koffie, of we verrichten een klein taakje: was in de wasmachine stoppen, de droger legen. Dat is allemaal mogelijk geworden met de draadloze telefoon. Eerder had ik er eentje met een heel lang snoer. Daar kon ik ook bijna het hele huis mee door.

Laatst moest E. 's avonds laat nog een pakje wegbrengen naar de stad. Ik zat even aan de telefoon. Hij mimet: "Ik breng even een pakje weg." Ik knik en wuif 'm uit. Mijn moeder en ik praten nog even verder. Voor ik er erg in heb, is E. weer terug. Ik meld het aan mijn moeder. "Oh, dan stoppen we." En we voegen de daad bij het woord. Vorige week kwam E. tegen een uur of elf 's avonds uit zijn kantoor. Hij had de avond doorgewerkt. Hij komt binnen en doet de televisie aan. Hij wil naar Later van Jools Holland kijken op de BBC. "E. wil nu naar muziek kijken", meld ik mijn moeder "dus dan moeten we maar stoppen." E. is verrast. "Dat doe je anders toch ook niet?'", zegt hij. Ik kijk op de telefoon. Daarop staat de gesprekstijd aangegeven. "Nee, dat is ook zo", zeg ik "maar we waren al een uur en een kwartier in gesprek." "En nog nieuws?", vraagt E. "Nee, niks", zeg ik.

dinsdag 11 november 2008

De koeien hebben staarten

Ik had er niet meer op gerekend. Maar ook dit jaar liep ik weer mee voor Sint Maarten. De jongste is nu zover dat ze wel samen met een vriendinnetje kan -dacht ik. Maar het vriendinnetje in kwestie is bang in het donker. En met een lampion lopen is nou eenmaal leuker als het donker is. Haar ouders vonden het dan ook niet goed dat ze met z'n tweeën langs de deuren gingen. En dan vraag je je natuurlijk af: als ze dat vinden, waarom loopt dan haar vader of moeder niet mee? Wel, de vader liep met een broertje en helaas was de moeder net zwak, ziek en misselijk. Dus dankzij mijn ijzeren gestel was ik weer in de achtervolging voor Sint Maarten. Eigenlijk voor een ander kind.

Ik heb direct aangekondigd dat dit de laatste keer is. Ik loop nu alweer zo'n dertien jaar met de kinderen mee. Eerst alleen met de oudste. Daarna met de oudste twee en toen met alledrie. Toen ze nog heel klein waren, zongen de oudste twee en de jongste drong zich naar voren voor een indrukwekkend staaltje playbacken. Tot grote ergernis van haar oudere broer en zus, had ze hier ook nog enorm veel succes mee.

De oudste twee hebben die periode afgesloten. Zij doen nu de deur open en trakteren. Ieder jaar is het ook weer spannend: wat krijgen we? Vandaag gonsde het ook: "Daar moet je heen gaan - Daar krijg je een hele reep chocola - Daar krijg je waterballonnen - Daar krijg je knalerwten." De jongste ging doelgericht te werk. In het winkelcentrum is voor haar de slager het hoogtepunt. Daar krijgen ze een halve warme rookworst. De oudste sloeg de slager om die reden altijd over, maar de jongste twee zongen bijzonder graag een liedje voor een rookworst.

Bij ons ging het vroeger niet anders: ook wij wisselden uit waar we het beste konden lopen. Wij hadden niet veel winkels in het dorp, dus zingen in het winkelcentrum was er niet bij. Maar iedereen wist dat je bij de dominee moest zijn. Die trakteerde namelijk op Marsen. Mini's bestonden toen nog niet, dus kregen we een hele. De dominee was nooit zo populair in ons ongelovig dorp als op 11 november. En ook al waren ze altijd een beetje wit uitgeslagen, dat maakte niet uit: zo'n Mars was een echte traktatie.

Er is weer een zak vol snoep opgehaald. En nu komt de volgende uitdaging: hoe komt 'ie zo snel mogelijk weer leeg?

maandag 10 november 2008

Karel of Mike?

"Als jij dat aan de onderkant nog even doet? Daar achter die verwarmingsbuizen?" We zijn de keuken aan het witten. Ik doe de randjes en de ongelukkige hoekjes. E. doet het grote werk. Dat is de beste verdeling, zo wijst ook onderzoek uit. Mannen willen graag dingen doen waarbij ze zien dat ze opschieten. In dit geval maakt E. dan ook de meters. Ik lig op dat moment plat op mijn buik, plat op mijn rug, op de knieën, alles om maar goed bij de ruimte achter de verwarmingsbuizen te kunnen. Hoe dan ook, ik moet laag bij de grond zijn, want daar zitten ze. Ik probeer het met een kwast. Maar alleen al bij het in positie brengen van de kwast zit er zoveel verf op de verwarmingsbuizen dat er niet voldoende overblijft voor op de muur. Dan neem ik een dik penseel. Met de lange stok van het penseel reik ik tussen de verwarmingsbuizen door. Ik kan het even heen en weer bewegen. En zowaar: dat lijkt heel wat. Tot ik er op mijn buik voor ga liggen. Dan zie ik dat ik de onderkant totaal niet geraakt heb. Nou verwacht ik niet dat er veel mensen zijn die in onze keuken op hun buik gaan liggen. Maar dat doet er verder niet toe. We witten de keuken en ook achter de verwarmingsbuizen wil ik het wit hebben.

Het is een ergernis. Tot ik besluit het anders aan te pakken. Ik doop mijn rechterhand in de latex en sop de verf met mijn witte handpalm op de muur. Omdat de bovenkant van mijn hand schoon is, blijven de verwarmingsbuizen dat ook. Bijkomend voordeel: het schiet veel harder op. "Ben je lekker aan het vingerverven?", vraagt E. "Dit gaat veel beter", zeg ik. "Kijk maar eens hoe goed het werkt. Zo heb ik bovendien optimaal contact met de materie." Ik eet en werk graag met mijn handen, dus dit is een prima oplossing. "Je bent een echte Cobra-klusser", zegt E. -verwijzend naar de kunstenaarsgroep uit de jaren vijftig. "Je hebt Karel Appel toch wel eens zien werken? Die smeerde ook rechtstreeks vanuit de tube op het doek. Daar kwam ook geen penseel tussen." Naarmate ik verder vorder, word ik zelf ook steeds witter. De verwantschap met Karel Appel slinkt. Ik voel me steeds meer Mike Rowe van Dirty Jobs. 

zondag 9 november 2008

Twee punten

Uitgezakt lig ik op de bank. In een van de vele reclamepauzes, zie ik Andy Mc Dowell voorbij komen. Ze vertelt dat je huid als je ouder wordt een nijpend gebrek aan elastine krijgt. Maar godzijdank zijn er zalfjes om de zaak weer wat op te pieperen. Vaak gaat het bij huidverzorgingsreclames over termen die je verder niets zeggen. Maar bij elastine heb ik niet veel toelichting nodig. Elastine - klinkt als elastiek. En ja, naarmate je ouder wordt gaat de rek er steeds meer uit. Het gaat zonder dat je er erg in hebt.

Een tijd geleden zette ik een streepje op mijn ooglid. Daarvoor trek ik het zaakje altijd even strak. Die dag duurde het even voor alles weer op zijn plek zat. De vouwen bleven nog even staan. Misschien was het een fractie van een seconde, maar toch... Daarvoor kon ik met een vinger aan een ooglid trekken en zodra ik losliet flipperde het weer op zijn plek. Retestrak. Maar nu dus niet. Het vel tussen oog en wenkbrauw kijkt me scheefgetrokken aan. Bij wijze van test trek ik het vel even vooruit. En ja hoor: ik kan twee punten maken en die blijven dan gewoon staan. Ik deel mijn ontdekking met boezemvriendin. Ik sta in de lift als ik mijn truc doe. Ik trek het vel naar voren en het blijft in twee punten boven mijn ogen staan. Boezemvriendin schiet in de lach.

Andy McDowell heeft dezelfde klachten. Niet dat ze in de reclame haar vel in punten zet, maar ze zou het kunnen. Dat weet ik zeker. Om het tij te keren, smeert ze zich nu in met crème met elastine. Zou ik ook kunnen doen natuurlijk. Maar eerlijk gezegd geloof ik er niet in: geen smeersel kan op tegen de zwaartekracht. 

zaterdag 8 november 2008

Haile dikke spieren

Ik herinner het me nog van de vorige keer. Dat was toen ik de hallen ging behangen met glasvezelbehang. Eindeloos loop je dan trap op, trap af. Daarbij snij ik de banen boven op de overloop. Dus ook daarvoor loop ik de trap dan weer op en af. Eigenlijk ben je de hele dag bezig met steps. Stap op, stap af, stap op, stap af. Goed voor de spierontwikkeling dus. Je traint spieren, waar je het bestaan niet van kent.

Zo kwam ik er ook achter. Lange tijd verkeerde ik in onwetendheid. Ik dacht dat mijn flink uit de kluiten gewassen achterwerk voornamelijk vlezig was. Maar dat is helemaal niet zo! Vandaag weet ik het weer: mijn achterwerk is een gigantische spierbundel. Ik heb daar veel meer spieren dan de gemiddelde mens. Of misschien is het gewoon één - op zijn Gronings- haile dikke spier.
Hoe dan ook; vandaag heb ik ze weer getraind. Samen met E. heb ik de keuken gewit. Echt een enorme climax is dat, na het oeverloos behang steken en het plakken van behang. Nu zit ik hier in een witte, zeer ruim ogende keuken. Het is nog niet helemaal af, maar dat zijn de puntjes op de i.

vrijdag 7 november 2008

De routinier in het veld

Ik aquajog al jaren. Inmiddels elf jaar al.  Ik heb badmeesters en badjuffen zien komen en gaan. En hele hordes (voornamelijk vrouwen) aan me voorbij zien trekken. Het waren passanten. Geen ware gepassioneerde sportbeoefenaars zoals ik. Ik ben de routinier in het veld. Ik doe de Jumping Jack zonder met de ogen te knipperen. Omdat ik alleen ben, heb ik veel oog voor wat er om me heen gebeurt. De meeste vrouwen zijn met z'n tweeën of drieën. En die zijn gedurende de les vaak met elkaar in gesprek. Ik ben de enige die alleen komt. Ik ben degene die de gesprekken opvangt. Heerlijk. 

Ik heb al heel wat voorbij zien komen. Als je gaat aquajoggen krijg je een wetbelt om. Die houdt je drijvende. Dus zinken kan niet, dacht ik altijd. Tot er een keer een vrouw in het bad stapte die direct zonk. Ze kon niet zwemmen, maar ze dacht: joggen in het water, dan is er ook een bodem in beeld. Maar nee dus. Een voorbij joggende vrouw kon haar nog net grijpen. Ze is de rest van de les langs de rand geschuifeld. De badjuf vroeg haar na de les met klem om toch maar niet meer terug te komen. Ontspannen lesgeven was er voor haar niet bij met een drenkeling in het bad.

Ik ben begonnen bij een badmeester. Ik kom hem nog wel eens tegen in het winkelcentrum. Hij is allang met de VUT. De badmeester was razend populair. Bij het aquajoggen vooral bij de oudere dames, maar met zwemles was hij ook een van de toppers. Onze oudste is een hele tijd bij hem blijven 'hangen', omdat hij zo leuk was. Hij had altijd praatjes volop: zo kon een vrouw die winderig was beslist niet rekenen op de discretie van de badmeester. "Prei gegeten?" loeide hij door de zwemhal.

Soms kom ik wel eens mensen tegen die ooit op aquajoggen zijn geweest. Zo waren er ooit twee zussen samen op aquajoggen. De een had geen kinderen. Ze trof een bekende bij de kleedhokjes. Over en weer werd nieuws uitgewisseld. "Hoe is het?", vroeg de kennis. "Ach je weet hoe dat gaat", zei ze "geen kinderen hè, dan ben je altijd druk en aan het werk." Het is werkelijk jaren geleden, maar ik ben het nooit vergeten. Ik had zelf toen drie kleine kinderen en was stomverbaasd om te horen dat zij dacht dat je het druk had als je alleen maar met jezelf en je werk bezig bent. Vorige week kwam ik haar tegen - waar anders dan- in de super. Ze heeft schijnbaar op latere leeftijd toch nog kinderen gekregen. Ze was boodschappen aan het doen met twee kleintjes. Echt gesmeerd liep het niet. Ik had even een binnenpretje: ze weet nu wel hoe het in elkaar steekt. Ze heeft het inmiddels geleerd - the hard way.

Het waren geen blijvertjes: de zinkende vrouw, de vrouw die graag prei lustte en de drukke single. Ik daarentegen wel. En toch is mijn tienjarig jubileum is voorbij gegaan zonder enige vorm van huldiging. 

donderdag 6 november 2008

Nog twee nachten

Onze oudste is op werkweek naar Griekenland. Ze reizen rond. Iedere dag laat ze even van zich horen. Ze geniet en beleeft heel veel. Griekenland is voor haar nieuw, dus ze doet veel nieuwe indrukken op. Ze heeft een intensief programma. En dat hoor ik na een aantal dagen aan haar stem. De vermoeidheid gaat ook een rol spelen.

Zondag zijn ze aangekomen in Athene. Athene was -in haar woorden: "Fokking heet en fokking druk". Geen stedentripmateriaal dus. Nafplio -de vroegere hoofdstad van Griekenland- was mooier, kleiner, rustiger. Ze heeft al in zee gezwommen, in het zwembad bij het hotel en verschillende ruïnes zijn voorbij gekomen. Gisteren vertelde ze dat ze weer twee ruïnes had bezichtigd. Maar die leken toch wel erg veel op die van de dag daarvoor. Vandaag zijn ze weer verkast en dan reizen ze morgen door naar Athene. Daar pakken ze zaterdag het vliegtuig naar Brussel. En van Brussel gaat het met de bus verder naar huis.

Nog twee nachten en dan is ze er dus weer. Dan ben ik blij. Niet dat ik ongerust ben. Ze is heel zelfstandig en je kunt haar rustig haar gang laten gaan. Dat doe ik dan ook. Het is meer dat ik het stil vind, zo met zijn vieren. En dan is ze ook nog niet eens de grootste druktemaker in huis. Ze is heel rustig, dat is het ook niet. Het punt is dat ze erbij hoort: ze maakt het plaatje compleet. En ik ben pas weer rustig als het plaatje compleet is. Deze week dacht ik nog: "Zo is het dus als je kinderen uit huis gaan". Je zult er op een gegeven moment wel aan toe zijn - het is ook the way of the world natuurlijk- maar zover is het bij mij nog niet. 

dinsdag 4 november 2008

Nee

E. en ik zijn geen pleasers. We kunnen allebei prima nee zeggen. Maar met zoveel overgave als E. het doet, doe ik het toch niet. E. zei bijvoorbeeld nee tegen een trampoline, nee tegen een citytrip naar Londen, nee tegen een citytrip naar Parijs, nee tegen een halfhoogslaper voor de jongste, nee tegen vakantie naar Oost-Zweden, nee tegen vakantie naar Frankrijk, nee tegen een grijs overhemd, nee tegen een sleutelbrommer voor onze zoon. En zo kunnen we nog wel even doorgaan. Soms hoeft hij het niet eens te zeggen. Hij is namelijk gespecialiseerd in nee zeggen zonder woorden. En als hij dan wel woorden gebruikt, dan varieert dat van nee, neuh, nei, tot Ik heb in tijden niet zo gelachen...mor der komt niks van in. De laatste variant wordt vooral tegenover de kinderen gebruikt. Hij vindt het zelf absoluut geen probleem. Sterker nog, hij zegt: "En het gebeurt ook regelmatig dat ik het niet zeg, maar wel denk."

Al die keren nee, betekent natuurlijk niet dat het ook niet is gebeurd. Want soms staat mijn ja tegenover E's nee. De trampoline is er gekomen, we zijn naar Londen geweest, (nog) niet naar Parijs, de halfhoogslaper komt er niet meer, (nog) niet op vakantie naar Oost-Zweden, niet met vakantie naar Frankrijk, hij heeft een grijs overhemd (ook al heeft het het daglicht buiten de kast nog niet gezien) en de sleutelbrommer is er gekomen nadat de schuur was opgeruimd.
Gelukkig zegt hij tegen mij ook regelmatig ja.