dinsdag 30 september 2008

In de schoft knabbelen

Het komt toevallig ter sprake. Een collega is onlangs naar een paardenkamp geweest. Daar ga je natuurlijk alleen maar heen als je gek bent op paarden. En als je gek bent op paarden, dan weet je er ook het een en ander van. Dus lijkt zij de aangewezen persoon om mijn -nog steeds- brandende vraag te beantwoorden. Ze is totaal niet uit het veld geslagen als ik mijn vraag stel: "Kunnen paarden zoenen?" We zitten in een groepje. De anderen lachen er smakelijk om, maar zij beantwoordt de vraag gelukkig serieus. "Nee", zegt ze "niet op de manier zoals mensen zoenen. Je ziet ze wel vaak in het veld staan en dan knabbelen ze elkaar in de schoft." Opnieuw een lachsalvo van de anderen. Ik luister geïnteresseerd. "Dat vind ik een leuke variant", zeg ik. "Zouden wij misschien ook meer moeten doen." Ik neem me direct voor om E. die middag even lekker in de schoft te knabbelen.
Thuis meld ik mijn nieuw verworven kennis direct bij E. "In de schoft knabbelen?" vraagt E. Ik zie dat hij er niet direct warm voor loopt om in de schoft geknabbeld te worden. "De schoft, dat is toch de schouder?", vraagt hij nog even. "Bij een paard wel", zeg ik. "Maar bij jou weet ik het nog zo net niet."

maandag 29 september 2008

Met de handen

Ik werk graag met mijn handen. Na een dag vol praten en vergaderen, heb ik vandaag thuis eerst even een kozijntje geschilderd. Is het toch nog een welbestede dag.
Maar niet alleen dan. Ook bij het eten en het eten koken gebruik ik graag mijn handen. E. is van een heel andere school. Die vindt dat maar niks. Zo eet hij patat met een vork, terwijl ik er graag in graai. Vandaag stond ik te koken. Niet alleen voor vandaag, maar ook voor morgen. Een duidelijk geval van in de toekomst koken dus. Voor morgen staat er een hartige preitaart op het menu. Daarvoor had ik gehakt ontdooid. Ik was juist bezig om het gehakt met de handen te vierendelen, toen E. de keuken binnenkwam. "Doe dat toch met een vork", zegt hij met een afkeurend gezicht. "Waarom, het gaat toch best zo?", werp ik tegen. Hij verlaat het strijdtoneel uit protest. Onder het eten pik ik nog wat kruimels van mijn knapperig gebakken aardappels van mijn bord. Hoofdschuddend kijkt E. mij aan. Ik geef natuurlijk een verderfelijk voorbeeld.  "Mamma heeft graag contact met de materie", zegt onze oudste. En zo is het: ik vind dat je een gebakken aardappeltje, een sperzieboon, een frietje of een restje vlees best met de handen mag eten. Onze jongste zou zeggen: "Lekker nou juist!"

zondag 28 september 2008

Peerogen

Vorige week ging ik naar de huisarts. Ik laat mijn bloeddruk regelmatig meten. Bij de nacontrole van de zwangerschap van onze jongste had ik een spectaculair hoge bloeddruk. Daarvoor had ik - ook tijdens mijn zwangerschappen- nooit een hoge bloeddruk. Maar sindsdien dus wel. Dat wil zeggen: ik scoor nu al twee keer achtereen bijzonder laag. Er is nog sprake van bloeddruk, maar dat is het dan ook. En deze keer mag dat een wonder heten. De bloeddruk werd namelijk opgemeten door de krengerige assistente. Ze was verrassend ontspannen en vriendelijk.

Na de meting spreek ik haar aan: "Ik wil nog even terugkomen op de keer dat ik hier met mijn dochter was. Ik vond dat je toen zeer onaangenaam was." Ze verschiet van kleur. "Dat was wederzijds", zegt ze. "Ik wil de achtergrond van mijn onaangenaamheid wel even toelichten", zeg ik schappelijk als altijd. Dus heb ik haar het hele verhaal nog even haarfijn uit de doeken gedaan. "Ja maar er zijn heel veel mensen die zo even naar de dokter willen", zegt ze. We praten er nog even over door. We worden het niet eens, maar het is wel goed om het zo even te zeggen. Thuis vertel ik E. dat ik het tegen haar heb gezegd. "Waist wel hou t gait, aans hol ik peerogen op heur." E. knikt, hij weet hoe het werkt. Als ik het later aan collega's vertel, noem ik ook de term peerogen. Meestal verstaan ze het Gronings wel, maar deze term kennen ze nog niet. Peerogen op iemand hebben, betekent dat je de pest aan iemand hebt.

zaterdag 27 september 2008

Belachelijk goed

Onze oudste is een ambitieus kind. Toetsen waar ze een 7,5 op haalt, gaat ze rustig herkansen om boven een 8 uit te komen. Met dezelfde inzet wijdt ze zich aan projecten en werkstukken. Zo was de school nog maar net weer begonnen, of ze kreeg al de opdracht om een leesautobiografie te maken. Ze is een echte lezer, dus ze had wel wat te vertellen. Een hele ochtend heeft ze hier in de bibliotheek gezeten om nauwkeurig aan te geven welke boeken ze had gelezen. Het ontbrak er nog net aan dat ze ook alle boeken heeft opgevoerd die ik heb gelezen toen ik zwanger was van haar. Ze is daarin soms grenzeloos. Ik herken dat wel, maar spreek haar toch vermanend toe: "Op een gegeven moment moet je er een punt achter zetten. Dan weegt de extra inspanning niet meer op tegen wat je ervoor terugkrijgt. Voor dit werkstuk moet je nu eigenlijk een 10 halen. En dat gebeurt niet, want een werkstuk is nooit perfect." Ze hoort me aan, maar trekt haar eigen plan.

Al haar inspanningen zijn aan het resultaat af te zien: een heel mooi werkstuk, waar ze veel zorg aan heeft besteed. Deze week was ze even ziek. Toen ze terugkwam, kreeg ze haar leesautobiografie terug. Van haar klasgenoten had ze al gehoord dat de lerares het rijtje cijfers had opgedreund, 5,6,6,10. En die 10 was voor haar. "Het was gewoon belachelijk goed.", zei haar Nederlandse lerares tegen haar. "Ik ben gewoon ontzettend goed", snoeft ze als ze thuiskomt. Daar hebben wij niets tegenin te brengen. "Het is fantastisch", zeg ik. "En wat zei jij ook nog maar? Was het niet dat je nooit een 10 op een werkstuk kunt halen, omdat het nooit perfect is? Nou ik kan het dus wel." Ze kijkt me tevreden aan. Heerlijk zo'n goed cijfer en nog eens extra heerlijk om je moeder haar ongelijk even onder de neus te wrijven. Dit is haar moment van glorie.

vrijdag 26 september 2008

Man van het gesproken woord

Voor ik ga slapen, lees ik iedere avond even. Dat moet. Als ik niet lees, kan ik niet slapen. Soms zijn het maar een paar bladzijden, soms houdt een boek me uit de slaap. Maar er wordt gelezen. Deze week is ook onze zoon aan het lezen geslagen. Niet geheel uit vrije wil: hij kreeg een leeslijst mee van school. Het boek dat hij aanvankelijk op het oog had, bleek er eentje met 500 bladzijden te zijn. Dus dat was direct over. "Mooi niet, dat ik zo'n dik boek ga lezen." Vanavond hebben we het erover. Hij leest een boek over eerwraak. Best interessant, vindt hij. 's Avonds gaat hij iets eerder naar bed en leest dan een stukje. "Hoever ben je?", vraag ik. "Ongeveer op bladzijde 50", zegt hij. "Oh maar, dat gaat hartstikke goed, dan ben je al bijna op de helft", zeg ik. Hij knikt. "En bevalt het goed, ga je er ook mee door nu?", vraag ik hoopvol. Ik weet namelijk hoe leuk het is om een stukje te lezen. "Dat ga ik zeker niet doen", zegt hij stellig.

Nee, hij is meer een man van het gesproken woord. Hij praat liever, dan dat hij leest. Zijn favoriete vorm van praten is discussiëren. Hij kan het goed, doet het leuk en en denkt dat het altijd wel kan. Met name dat laatste is natuurlijk niet zo. Aan tafel vertelt hij dat ze bij Nederlands gesproken hebben over de gebiedende wijs. "Dat is heel makkelijk voor mij, want dat is jouw favoriete vorm", zegt hij tegen mij. Hij geeft een imitatie van mij als zij de kamerdeur open laten staan. "Dan zeg jij: Dicht! of Deur! of je wijst gewoon naar de deur." Nou had zijn lerares vandaag voorbeelden gegeven van de gebiedende wijs. "Ze zei Geef mij de mayonaise eens aan" , vertelt hij. "Ik zei: Nou, dat vind ik geen gebiedende wijs. Zo klinkt dat niet. Dan zeg je Geef op die mayonaise." "Nee," vertelt onze oudste: "alle zinnen die met een werkwoord beginnen staan in de gebiedende wijs." Hij is er niet van overtuigd. "Kijk," zegt E. "daar zijn gewoon regels voor. Het is niet zo dat je daarover in discussie kunt gaan. Daar is dit geen onderwerp voor." Je ziet hem denken: "Dat zeg jij nou wel, maar daar wil ik nog wel even een boom over opzetten."

donderdag 25 september 2008

Kunnen paarden zoenen?

Gistermorgen rijd ik naar mijn werk. De lucht is vochtig. Na de nacht hangt de nevel zwaar boven het groene gras, te zwaar om op te stijgen. Dan rij ik langs een perceel paardenland. Twaalf paarden staan verstild in de wei. Ze staan met hun benen in de nevel - een kleed om het machtige lichaam om ze tegen de vochtige kou te beschermen. Twee paarden staan met hun hoofden tegen elkaar aan geleund. Het past precies. Het is een liefdevol en intiem gezicht. Hartverwarmend in de vochtige kou.


's Middags rij ik langs een zaak voor paarden- en ruitersportartikelen. De naam van de zaak is: The Kissing horses. En dan vraag ik me af: kunnen paarden zoenen? Je zou zeggen dat ze dat in een zaak voor paarden- en ruitersportartikelen wel weten. Of is het een dichterlijke vrijheid? En maken wij van dat intieme gebaar een kus? Ik besluit me er even in te verdiepen. Dus google ik: paarden zoenen. Dan tref ik de volgende teksten aan:
  • Ik heb er dan in iedergeval geen spijt van.. maargoed als ze toch liever een paard zoent nu, dan is dat haar keuze, Ik wil er wel foto's van maken.. heb je ...
  • Alie ik zou hem niet zoenen hij stinkt uit zijn bek. Volgens mij is hij aftands, dat is geen belediging. Maar bij paarden van 8 jaar of ouder kan je niet ...
  • Sommige paarden zoenen beter dan mannen. ....
  • Sommigen wil je van harte knuffelen, met of zonder zoenen, ... @paardenman: heeft dat 'neuzen' met jouw passie voor paarden te maken? ...
Informatie over het gedrag van paarden vind ik er niet bij.Dan probeer ik paarden kussen. De wedervraag is onmiddellijk Bedoelde u paardenkussen? En het is duidelijk wat er dan uit de zoekactie komt. Dus ik weet het nog niet, of paarden ook echt zoenen.
Wel tref ik een paardensymbool van leestekens aan. Heel leuk.
<'\___~
...(\...)\...

woensdag 24 september 2008

Twee extra rondjes

Vandaag hadden we een leuk evenement op het werk. Ik was zelf betrokken bij de voorbereiding. En dat maakt zo'n dag tot een leuke, maar ook inspannende dag. Voordat ik naar huis ging heb ik nog twee rondjes extra gereden. Ik heb namelijk getaxied voor een aantal gasten. En dat was me werkelijk een waar genoegen. Je hoort nog eens wat.

Het eerste drietal moest terug naar Hoofddorp. Er was een taxi besteld om ze naar de trein te brengen, maar die liet verstek gaan. Ze waren lichtelijk in paniek. Dit konden ze er echt niet bij hebben. Dus ik de auto voorgereden en met ze naar het station. Onderweg hoor je van alles; waar ze vandaan komen, hoe ze op het evenement zijn geattendeerd. En zo nog veel meer. Het was een aangenaam ritje. Toen ik terug kwam op het werk, dacht ik mijn tas te kunnen pakken en naar huis te kunnen gaan. Maar voor het theater zaten nog steeds mensen te wachten. "Kan ik nog iets voor u betekenen?" vraag ik. Het is al laat; de catering is opgeruimd, de jongens van het evenementenbureau zijn druk aan het afbreken, dus ze zitten er een beetje verloren bij. Collega A. vertelt me wat er aan de hand is. Ze zijn met z'n drieën gekomen. Een van de drie is in de pauze naar de stad gereden. Ik weet wie de derde man is, want die kwam mij vragen hoe laat het afgelopen zou zijn. Hij wilde eens een kijkje in de stad nemen. Hij zou op tijd terug zijn om zijn vrienden op te pikken. Maar wat blijkt na verschillende telefoontjes? Hij is zijn auto kwijt. Hij weet niet meer waar hij de auto in de voor hem onbekende stad heeft geparkeerd. "Zal ik u dan naar de stad brengen?", vraag ik het stel. Dat zouden ze toch wel heel fijn vinden. Dus rij ik nu een rondje de andere kant op. In de auto hebben we het erover: "Als u hierop terugkijkt is het een mooi verhaal", probeer ik ze nog wat op te monteren. "Dat is het nu natuurlijk al", zegt de vrouw. Hun vriend vertelde dat hij de auto ergens bij een kerk had geparkeerd. "Moet ik nog even met u rondrijden langs de kerken?", vraag ik. "Ach welnee mevrouw", zegt de vrouw. Ze komt uit Alkmaar en dat hoor je. Naarmate ze zich meer opwindt klinkt haar Noord-Hollandse accent steeds vetter.  "Als ik heel eerlijk ben, is er altijd wat met hem. Het is een waardeloze chauffeur ook. Hij keert rustig om op een vierbaansweg. Of hij rijdt een stukje achteruit. Dat maakt hem allemaal niks uit. Hij vindt dat dat best kan." Met stijgende verbazing hoor ik het verhaal aan. Ze zijn namelijk vanuit Alkmaar met deze waardeloze chauffeur meegereden. Ik zou me wel twee keer bedenken voor ik bij iemand in de auto stapte die er niet tegenop ziet om op een vierbaansweg te keren. "Nee", zegt ze. "We pakken gewoon de trein. Hij moet zich maar redden. Hij loopt maar een rondje langs alle kerken. Ik wil nu naar huis." Bij het evenement hadden we een high tea. En dat was maar goed ook, want: "En het errugste is, hij heeft alle broodjes ook nog.", moppert ze nog wat na. "Nou mevrouw, bedankt hoor. Ik ben u echt vree-su-luk dankbaar dat u met ons dit extra rondje rijdt. U woont hier nog niet eens ook, hoorde ik." "Geen dank hoor, ik doe het met plezier.", zeg ik. En zo is het ook. Het was een passend besluit van de dag. Ik heb ervan genoten.
Ik draag mijn twee extra rondjes op aan Rintje Ritsma, die vandaag definitief zijn laatste wedstrijdrondje schaatste. 

dinsdag 23 september 2008

Gevonden voorwerp

Ik loop al een aantal dagen rond met een lichte hoofdpijn. Het begon vorige week vrijdag. Toen werd ik wakker met hoofdpijn. Te vast geslapen, dacht ik. Of teveel chloordampen ingeademd tijdens het aquajoggen op de donderdagavond. Na een kop koffie of twee ging het weer iets beter. Maar na de middag sloeg de hoofdpijn weer toe. Ik was er een beetje raar van.

De vrijdag is altijd een rustige werkdag. Veel collega's sluiten hun werkweek op de donderdag al af. Op de vrijdag kun je dan ook meters maken. Je kunt je fijn verdiepen in een opdracht. Op onze verdieping waren we vorige week met z'n drieën. Na de middag vertrok boezemvriendin eerst naar een afspraak elders. Ik had tussen de middag een interview en toen ik terugkwam, kwam ik collega P. tegen op weg naar huis. Dus bleef ik alleen over.

En toen bekroop me de gedachte: wat als ik hier onwel word? Ik zou hersenbloeding na hersenbloeding na hersenbloeding kunnen krijgen, zonder dat iemand er erg in heeft. Gelukkig liep het niet zo'n vaart. Na een dubbele paracetamol zakte de hoofdpijn weer. Dus geen reden tot paniek.
Aan tafel vertelde ik het aan mijn gezin. "Als ik niet goed was geworden, dan was ik vast pas door de schoonmaakploeg gevonden als een soort gevonden voorwerp", vertel ik. "Wanneer zouden jullie hebben gebeld?" "Nu ongeveer", zegt E. Het is ongeveer half zeven 's avonds. Eerder zou in mijn gezin de paniek dus niet toeslaan. Kortom: ik kan maar beter niet onwel worden op een vrijdag. Dat zou niet goed aflopen.

maandag 22 september 2008

Mobiele strijkservice

Vandaag was ik -tegen de gewoonte in- vrij. Toch had ik vanmorgen al voor half negen €15,- verdiend. Als dat geen goede start van de dag is. En het was helemaal een goede dag, want mijn vader is vandaag 75 jaar geworden. Dus ben ik na de familiedag gisteren, vanmorgen nog even weer naar mijn ouders gegaan om het dunnetjes over te doen.

Maar voor het zover was, had ik dus al €15,- verdiend. Ik zal het even toelichten. Dit weekend ontvingen we een kaartje van een ondernemende vrouw. Zij is namelijk begonnen met een mobiele strijkservice. Na jarenlang in loondienst te hebben gewerkt, maakt ze nu van haar hobby haar beroep. Ze vindt strijken leuk, ze kan netjes strijken en nog snel ook. Tegen een geringe vergoeding is ze bereid je strijkgoed te doen. Ze heeft drie prijscategorieën: €1,-,€1,50 en €2-. Dat klinkt als geen geld. Maar vanmorgen had ik binnen een half uur dus al €15,- verdiend. En ik beschouw mezelf niet als een snelle strijker. Vanmorgen streek ik vijf bloeses, twee t-shirts en twee broeken. De overhemden reken ik voor €2,-, de shirts voor €1,50 en de broeken voor €1,-. En dan heb ik binnen een half uur als niet-snelle strijker dus al €15,- bij elkaar gestreken. Als je maar genoeg aanbod hebt, is dit dus best een lucratieve business.

Onder het genot van een kopje koffie meld ik mijn verdienste ook bij mijn ouders. Mijn moeder: "Nou verkreukel ze dan en strijk ze nog een keer, dan heb je alweer €15,- verdiend." Thuis stel ik voor om het strijkwerk voor het hele gezin tegen de halve prijs te doen. Ik krijg de handen er niet voor op elkaar. Het kaartje met de gegevens prik ik toch maar op ons prikbord. Je weet maar nooit.

zondag 21 september 2008

Opgeruimd

Het houdt nu al weken aan. En de blik is er nog steeds. Sterker nog: volgens E. ontwikkelt het zich een kwaadaardige kant op. De blik verwordt tot het boze oog. Waar het boze oog op valt, dat moet verdwijnen. En inderdaad, behalve aan het klussen, ben ik ook flink aan het opruimen. En niet voor niets. Ik heb ontdekt dat ik lang niet vaak genoeg een boos oog heb.

Vanmorgen heb ik alle kapstokken in huis eens opgeruimd. We hebben er eentje in de voorste hal, twee in de achterste hal en over de hele lengte van de bijkeuken hebben we hetzelfde dubbele hangsysteem. Daar hangen de sporttassen en sportspullen en tassen met overbodige kleding of kleding die te klein is, en spullen die naar iemand anders kunnen. De andere kapstokken zijn voor de jassen, de schooltassen, de petten, paraplu's en dergelijke. Maar er hangt nog veel meer. Zo ontdekte ik een symposiumtas van een jaar geleden. Nog keurig gevuld met alles wat ik toen verzameld heb. Ook ontdekte ik een collectie doosjes met bungels erin. Een actie die alweer ver achter ons ligt. En in de voorste hal ontdekte ik nog een tas die ik heb gebruikt voor het afscheid van mijn collega G.. Ik had een krant gebruikt om iets in te verpakken en die dateerde van 10 juni 2006. Het programma van zijn afscheid zat er nog in. We hadden een woordenboek voor hem gemaakt, met woorden die helemaal bij hem hoorden. Op dat moment wisten we al dat de kanker terug was, maar toen hoopten we dat hij nog wat tijd van leven zou hebben. Nu weten we inmiddels dat dat maar een half jaar was. De tas is nog onaangeroerd. Ik ga er even voor zitten en lees alles nog eens na. Behalve het programma vind ik ook een bundel met tekeningen van Peter van Straaten. Iedere week kopieerde G. een tekening voor ons met een motto voor de week. Hij noemde het een opkikker. Ik blader het nog eens door... leuk. De bundel bewaar ik. Het tasje gaat in een andere tas met stoffen tasjes.

Het mooie van opruimen is dat je dingen tegenkomt waarvan je helemaal niet meer wist dat je ze had. En sommige dingen heb je zolang niet gebruikt, dat ze ook gewoon weg kunnen. Niet eenvoudig voor een notoire verzamelaar als ik, maar nu ik het boze oog heb, gaat dat een stuk gemakkelijker. Gezien mijn oogst kan het jaren duren voor het weer zover is, dus ik moet mijn kans nu grijpen!

zaterdag 20 september 2008

Mannenpraat

En alweer begeef ik me tussen het winkelend publiek. Iedereen lijkt ons centrum vandaag aan te willen doen. Ik wandel naar de bieb en doe de Lidl aan als tussenstop. We zijn door onze kauwgumvoorraad heen en die betrekken we altijd bij deze Duitse prijsvechter. Bij de groente stuit ik op drie oudere vitale mannen die geanimeerd met elkaar staan te praten. Twee aan de ene kant van het schap, de derde aan de andere kant. Ze zijn allemaal zo rond de vijfenzestig. Dat weet ik, omdat het gesprek erover gaat. "En bistoe al viefenzestig?" "Zowat, vairenzestig", wordt er over het schap uitgewisseld. Ze hebben plezier en dat maakt ze tot aantrekkelijke mannen. Een van de mannen is samen met zijn vrouw op pad. Zoals je wel meer bij oudere stellen ziet, staat hij bij het karretje, terwijl zij beslist wat er ingekocht moet worden. "Joa, zai kin wel geld oetgeevm", grinnikt de man aan de andere kant van het schap, knikkend naar zijn vrouw. Dit is duidelijk een onderwerp dat de interesse heeft. "Is dat woar?", glunderen de andere mannen. "Hou is t meugelk", zegt nummer twee. "Ik snap t nait. Ik heb thoes ain zitten dij niks oetgeft." doet nummer drie een duit in het zakje. Het gelach buldert nu driestemmig door de Lidl. Het werkt aanstekelijk. "Joa, dat zel wel", zegt de man met vrouw, als hij zich weer een beetje herpakt heeft. Zij  glimlacht minzaam en slaat ondertussen haar slag. Ze houdt zich niet in en gooit van links en rechts iets in het karretje. Ze doet haar uiterste best om zijn woorden ook waar te maken. Dat zal 'm leren.

vrijdag 19 september 2008

Super bedankt!

Het was vandaag weer vrijdag, dus boodschappendag. Na het werk ben ik deze keer direct doorgereden naar onze super. Vorige week deed ik een uitstapje naar de Jumbo. Ik heb nog overwogen om deze week naar de C1000 te gaan, maar vandaag besluit ik dat ik dat er niet bij kan hebben. Dus betreed ik tegen een uur of drie onze eigen vertrouwde super, Godzijdank.

Na een week van superonthouding is het vandaag weer het vertrouwde extatische winkelgenot. Het is echt thuiskomen bij onze super. Bij het betreden van onze lichte, overzichtelijke super, trekt mij de borst open. De hoofdpijn die me de hele dag al parten speelt, klaart op bij het zien van de ruime winkelpromenade voor mij. Het is als een duik in een warm bad. Wat een heerlijke frisse jongeren die hier de schappen vullen! Onbedoeld lichamelijk contact bij het reiken naar een pak melk is hier geen botsing, maar een moment van warmte. Met mijn supersizekar trek ik rechte banen door de super. Ik vergrijp me aan het uitgebreide assortiment. Alles wat ik wil of kan bedenken is voorradig. De enorme Turkse broden, vers afgeleverd door de echte Turkse bakker, plooien zich zacht en gewillig in mijn winkelkar. Alles staat waar het hoort te staan. De extra lange banden bij de kassa bieden volop ruimte aan mijn boodschappenuitspatting. En aan het eind wacht mij de afrekening. En die is niet mis. Maar vandaag deert het me niet; ik  ben weer thuis. Terug op het honk. Wat draagt deze super op onnavolgbare wijze bij aan mijn kwaliteit van leven. Super bedankt!

donderdag 18 september 2008

Zusjes

Ik ben de oudste thuis. Mijn jongste zusje is zes jaar jonger dan ik. Dat is als je kind bent best veel. Toen zij op de lagere school kwam, ging ik eraf. En toen ik van de middelbare school ging, ging zij er voor het eerst heen. Ik herinner me nog dat ze als baby een roze teddyjasje had. Ze was net een grote babypop. Ook zijn er nog foto's van mij op het ijs. Ik hou haar vast en een minder fortuinlijk klasgenootje -die niet zo'n babyzusje had- kijkt gelaten toe. Ik herinner me ook nog dat ze geboren is.
Dat ik me dat herinner, is te danken aan mijn andere zusje. Zij is twee jaar jonger dan ik. Wij zijn meer samen opgegroeid.

Toen mijn jongste zusje werd geboren, merkte ze dat er iets aan de hand was. Zij was vier en wou er met alle geweld bij zijn. Daarbij maakte ze mij wakker. Wij sliepen, ook toen we elk al een eigen kamer hadden, nog samen. We kropen dan 's avonds bij elkaar in bed. Ook al was ze twee jaar jonger, ze nam altijd het voortouw. Ik liet me snel overrompelen en was snel in tranen. Zij was voor de duvel niet bang. Waar ik aarzelde, handelde zij. Ze was in veel dingen mijn tegenpool. Ze schrok jongens drie keer zo oud als zij af door een bezem achter zich aan te slepen. Ze sleepte me mee in activiteiten. Er zijn veel foto's van ons samen; en zo herinner ik me dat ook. We vulden elkaar perfect aan. Ik had het nodig om meegesleept te worden en zij wilde nooit iets alleen doen. Naarmate we ouder worden, blijven die verschillen, maar tegenpolen zijn we niet meer.

Sterker nog: tegenwoordig zegt iedereen dat we zoveel op elkaar lijken. Als ik heel vriendelijk word gegroet door wildvreemden, dan knik ik vriendelijk terug. Negen van de tien keer verwisselen ze me dan met mijn zusje. Nog niet zo lang geleden raakte ik aan de praat met een vrouw die me vaag bekend voorkwam. We waren in een geanimeerd gesprek verwikkeld. Tot ik op een gegeven moment in de gaten kreeg dat ze dacht dat ik mijn zusje was. Ze was zeer geshockeerd toen bleek dat dat niet het geval was. Onze stemmen lijken op elkaar, we lijken op elkaar in doen en laten, en blijkbaar lijken we ook uiterlijk op elkaar. Wij vinden nog steeds van niet, maar zo langzamerhand kunnen we er niet meer omheen. 

woensdag 17 september 2008

Van de leg

In ieder gezin ontstaat op den duur een taakverdeling. Zo ook bij ons. Ik doe de was, de boodschappen, E. maakt de broodtrommels, zet de vuilnis buiten, zet koffie. En zo gaat het ook met de andere taken. Vrijdag ging ik experimenteel boodschappen doen bij de Jumbo. En nu, in de loop van de week, komen we erachter, dat we moeten gaan bijshoppen. Ik was dusdanig van de leg door de andere winkel, dat ik een aantal zaken gewoon ben vergeten. Maandag kwamen we er al achter dat ik geen winterwortels had meegenomen. Dus zat ik maandagochtend onwennig te happen in een harde appel. Maandagmiddag bleek dat de thee die ik voor rooibosthee had aangezien citroenthee was. Vandaag blijkt er onvoldoende vleesbeleg voor op het brood. Ook de favoriete Roosviceemix van de meisjes met aardbei en kiwi is nu op. Het overkomt me bijna nooit. Ik plan een week -al zeg ik het zelf- vrij gemakkelijk in.

Commentaar krijg ik er niet op. Dat is geen toeval. Ik ben namelijk totaal niet gehecht aan mijn taken. Als iemand anders denkt dat hij of zij het beter kan? Doen! Dan laat ik het rustig aan de ander over. E. weet dat en begeeft zich als een waar politicus in het spanningsveld. Ik zeg: "Nou, het is me wel ontkomen deze week. Ik heb er maar een potje van gemaakt." Ik zie E. denken: hier trap ik niet in. En dan komt hij met een briljante maar ook zeer doorzichtige move: "Het geeft niet hoor, wij hebben er het volste vertrouwen in dat je het weer onder controle krijgt."

dinsdag 16 september 2008

Carglass repareert

Er zit een scheur in de voorruit van onze auto. Ik wil direct even duidelijk maken dat ik hier niets mee te maken heb. Maar goed, die scheur moet dus gerepareerd worden. En ik ben degene die meestal in de auto rijdt. Vanmorgen zit ik in de auto en toevallig hoor ik de reclame van Carglass. Wat blijkt? Als je een sterretje in je voorruit hebt, kan het raam zomaar springen als je over een verkeersdrempel rijdt. Dat is niet best. Als zo'n sterretje daar al voor kan zorgen, dan is dat met een scheur natuurlijk helemaal geen kunst. En ik ben berucht om het feit dat ik niet rem voor verkeersdrempels. Ik bevind me dan ook in een levensgevaarlijke situatie.

Zaterdag rij ik met onze zoon naar de bouwmarkt. Ik ben -naast niet remmen voor verkeersdrempels- ook berucht om het dichtslaan van de portieren. En zaterdag ben ik helemaal gefocust op klussen, dus dan denk ik niet meer aan die scheur. En als ik een deur dichtsla, ja dan is die wel dicht. Geen twijfel mogelijk. "Pas toch op", zegt hij. "Je slaat die voorruit er zo uit." "Hij gaat woensdag naar Carglass", zeg ik verstrooid. Ik wil rigiplast kopen. Ik wil het niet hebben over scheuren in voorruiten. "Als je daarmee doorgaat, dan zit 'ie er woensdag niet meer in.", doet onze zoon er nog even een schepje bovenop. En thuis vermaakt hij zich ermee. "Het lijkt wel of mamma denkt dat het een Olympische sport is." Hij zet zijn commentaarstem op: "En ja hoor, ze staat ervoor. Gaat het haar lukken? Slaat ze de voorruit er direct bij de eerste poging al uit? Of moet ze in de herkansing? We gaan het zien." Het is duidelijk weer een we-bescheuren-ons-even-om-mamma-moment. Het is nu dinsdagavond en de voorruit zit er nog in. De scheur is nog precies even groot. En morgen is die scheur verleden tijd. 

maandag 15 september 2008

De pijp kloppen

Vanmiddag reed ik van het werk naar huis. Op het drukste kruispunt in mijn woonplaats stond een wielrenner in de berm zijn pijp te kloppen. Ja, inderdaad: hij stond te plassen. Of de term 'de pijp kloppen' een officiële term is, weet ik niet. Maar het is er eentje die me is bijgebleven. Eens in de drie jaar wordt er bij ons op het werk namelijk een wielerronde georganiseerd. Honderd mannen met daarbij een enkele vrouw, rijden drie dagen in een echte koers door de provincie. Rondom die tijd is bij ons op het werk het wielrenlingo niet van de lucht. Zo maakte ik dan ook kennis met de  term 'de pijp kloppen'. 

De wielrenner staat dus zijn pijp te kloppen. Ik zie 'm al van ver staan. Hij is namelijk gekleed in een fris wielrentenue -en dat zijn niet bepaald schutkleuren. Gezien de karakteristieke pose laat zijn bedoeling ook niets te raden over. Het feit dat hij het drukste kruispunt in mijn woonplaats kiest, geeft al aan dat hij blijkbaar niet veel meer te kiezen had. De pijp moest dringend worden geklopt. En het is duidelijk: het is geen bevrijdend plasje. Het is geen klopje, maar een echte dreun, een complete lozing, een bijna-bevalling. Het is druk op de weg. Gelukkig wonen we hier nog betrekkelijk rustig. In een randstedelijk gebied was dit ongetwijfeld genoeg geweest om een file te veroorzaken; van kijkers op de andere weghelft. 

zondag 14 september 2008

Ik weet dat u geld hebt...*

"Wat heb jij met Staalbankiers?", vraagt E. "Geen idee", zeg ik. Er ligt een luxe vierkante envelop op mij te wachten. Aan mij persoonlijk geadresseerd. Ik open de envelop en voor mij ligt een uitnodiging. De internationale kredietcrisis, een zwakke dollar, stijgende goudprijzen en bijna dagelijkse onrust op de beurzen... Het is gezien de huidige internationale economische ontwikkelingen een hele kunst uw beleggingsportefeuille en vermogen goed te managen. Nou en of, het valt zeker niet mee om mijn vermogen te managen. Dat kost me dagelijks heel wat hoofdbrekens. Omdat Staalbankiers bankiers zijn met inlevingsvermogen, begrijpen ze dat als geen ander. Ze willen me dan ook uitnodigen om persoonlijk kennis met ze te komen maken in Grand Hotel Wientjes in Zwolle of in Hotel Tjaarda in Oranjewoud. En ik mag rustig iemand meenemen! Als ik niet zo'n druk leven had, zou ik het doen. Dan zou ik E. meenemen naar Zwolle en dan zou ik een heel vermogen faken.

Ik denk dat ik wel weet hoe ze aan mijn adres komen. Ik ben lid van een beroepsvereniging en dat kost me een vermogen. Misschien dat ze daarom gedacht hebben dat ik ook vermogend ben. Maar nee, ik stuur de kaart maar retour, met daarbij de mededeling dat ik geen post weer van ze hoef. Mocht ik onverhoopt toch nog eens tegen een vermogen aanlopen, dan google ik wel even op Staalbankiers.

*De titel is een ontleend aan een gezegde dat bij E. in de familie gebruikt wordt: Ik zal u bedienen, ik weet dat u geld hebt.

zaterdag 13 september 2008

Oog om oog

Maandelijks ga ik met onze jongste naar de huisarts voor een prik. Dat is een prik die verder niet gezet wordt bij onze groepspraktijk. Aanvankelijk gebeurde het in het ziekenhuis, maar na een tijdje is het overgedragen aan de huisarts. Bij de overdracht is er een videoband naar de dokter gestuurd om precies uit te leggen hoe het werkt met die prik. Het is namelijk een vrij onbekende tweecomponentenprik die snel gespoten moet worden, omdat het anders kristalliseert. Ik wil dan ook graag dat een aantal vaste mensen die prik geeft. Dat niet steeds opnieuw het wiel moet worden uitgevonden. Wie prikt, dat maakt me niet uit. Als het maar niet iedere keer een ander is, die dan opnieuw moet uitvinden hoe het werkt en onze dochter als speldenkussen of proefkonijn gebruikt.

Direct de eerste keer dat we ons met een koeltasje met twee prikken meldden bij onze huisarts, ging het al mis. De huisarts was er niet. "Bent u niet afgebeld?" "Nee", zeg ik "en dat kan ook niet. Ze moet vandaag geprikt worden en er zit al verdovingszalf op. Ze moet nu geprikt worden." In het ziekenhuis waren ze extra zorgvuldig geweest in de gewenning, omdat het een prik is met een dikke naald die jarenlang gegeven moet worden. Dus iedereen is erbij gebaat als dat zo soepel mogelijk verloopt. Nou is onze jongste niet snel uit het veld geslagen, maar die eerste keer keek ik met gekromde tenen toe. De huisarts die onze huisarts verving, las de gebruiksaanwijzing hardop voor en telde hardop mee bij het mengen van de twee componenten. "Knap he van de dokter? Dat hij het toch kon, terwijl hij het nog nooit eerder had gedaan?" zei onze jongste later, toen net acht jaar oud. Ja, dat kon haar ook moeilijk zijn ontgaan. Na die eerste keer heb ik gebeld en gezegd dat ik het niet weer zo wou: een vaste groep prikkers. Aanvankelijk deed de huisarts het. Maar in de taakverdeling is het prikken blijkbaar 'van' de assistentes. Dus iedere keer als ik een half jaar probeerde in te plannen, kwam dezelfde discussie weer: dat moeten de assistentes eigenlijk doen. En ik dus weer vertellen: "Ik vind het prima, maar laat iemand dan even meelopen. Ik wil niet dat iedere keer opnieuw bekeken wordt wie prikt." Zo is het gebeurd en nu doet een assistente het dus.

Voor de vakantie ging het weer mis. We meldden ons om 8.00 uur en geen spoor van 'onze' assistente. Om kwart over 8 meld ik me bij de balie. Eerst word ik genegeerd, maar dan doet de krengerige assistente het luikje open. "Wie gaat F. prikken vandaag?", zeg ik. Wat bleek? Foutje, het stond voor de week erna in het rooster. "Het moet wel vandaag gebeuren.", zeg ik. Onze huisarts is de andere prikker; zij weet hoe de prik gezet moet worden. Ik had haar zojuist nog gezien. Ze had net iemand opgeroepen die er nog niet was. "Kan de dokter het niet doen?", vraag ik. Ze kijkt me  geringschattend aan: "Nee, hoe komt u daarbij? Dat kan zomaar niet." "Ik zou niet weten waarom niet", zeg ik. "Ze loopt hier net de wachtkamer uit en heeft nu niks te doen, want haar afspraak kwam niet opdagen. Zij weet hoe het moet en dan is het zo gebeurd.""Ja maar dat kan zomaar niet...u kunt niet zomaar tussen de afspraken van de dokter geschoven worden. Dat snapt u toch wel?" "Nee, dat snap ik niet. Ze loopt hier rond en heeft niks te doen. Ik heb al verschillende malen aangegeven dat ik niet wil dat ze steeds door anderen wordt geprikt. Dus laat de dokter het maar doen." Ze kijkt me aan of ik van de pot gerukt ben. Ze is ronduit onvriendelijk. Ik wijs haar er nog even op dat het niet mijn fout is dat onze dochter niet in het rooster staat. Een beetje meebewegen kan dan toch geen kwaad. "Nee dat gebeurt niet", zegt ze. Uiteindelijk heeft een andere -heel aardige- assistente geprikt, maar ook voor haar was het nieuw. "Weet u hoe het moet? Ik werk hier al vijftien jaar en deze prik heb ik nog nooit gezet", vraagt ze me. Ja dat weet ik inmiddels, maar waarom is het zo moeilijk om dat even goed over te dragen, vraag ik me dan af.

Het is goed gegaan, maar de krengerige assistente staat op mijn zwarte lijst. En wat gebeurt er? Gisteren laad ik mijn supersizekar met boodschappen uit bij de Jumbo en daar zie ik 'onze' prikassistente met de krengerige assistente. Ze hebben ook een aantal boodschappen gedaan. Even later zie ik ze terugkomen. De krengerige assistente is vergeten het flessenbonnetje in te leveren. Ze sluiten met alleen hun flessenbonnetje achter mij aan. Ik heb geen haast. Als ze nou denkt dat ik haar voor laat gaan... Dat kan ze natuurlijk vergeten. "Vraag het dan", denk ik. "Zeg het dan. Mag ik even voorgaan, ik heb alleen een flessenbonnetje?" En dan zou ik zeggen: "Nee, geen sprake van, dat gebeurt niet. Geen haar op mijn hoofd die daarover piekert. We doen het even volgens de regels van het spel. Ik was eerst, dus ik ga ook eerst. Laatst in de praktijk kon mijn dochter ook niet even voorgaan bij de dokter. Dus dat snap je zeker wel?" Ik kijk haar aan en daag haar als het ware uit om het te vragen... maar ze doet het niet. Ze kijkt me niet echt aan. Ze blijft een hele tijd staan wachten en gaat dan naar een andere kassa. Ze zou het toch niet aan mijn gezicht hebben afgelezen? Het is in ieder geval jammer, ik had graag die genoegdoening gehad. Ik ben namelijk een enorme voorstander van oog om oog.

vrijdag 12 september 2008

Super beter dan Sjumbo

Ik ben vandaag vreemdgegaan. Met medeweten van E. Ik ben namelijk in plaats van naar de Super deze week naar de Jumbo -in de volksmond sjumbo- geweest. Vorige week moest ik maar liefst 156,- voor mijn wekelijkse boodschappen betalen. En dat terwijl de Supertoeterweken in volle gang zijn en ik geen bijzondere boodschappen had. Geen koffie, geen wasmiddel. Het eindbedrag viel mij tegen. Daar kwam nog eens bij dat onze jongste een aantal malen vergeefs naar de super is geweest voor een voetbal. Kijk, als je ballen in de aanbieding gooit, dan moet je ze ook hebben. De supermarktromance staat daarbij ook nog eens op een laag pitje, dus ook daarvoor hoef ik niet meer naar de super. En ik was benieuwd hoeveel het zou schelen als ik naar de Jumbo zou gaan. Dus kocht ik vandaag bij de Jumbo.

Voor een eerlijke vergelijking heb ik daar waar ik bij de Super huismerken koop, ook de Jumbohuismerken gekocht.
Het viel niet mee. De afrekening wel, maar de winkelambiance moest het afleggen tegen onze Super. Toen ik dan ook met mijn wagen volgeladen overkwam, zei ik tegen E: "€30,- goedkoper, maar ik ga er niet weer heen. Wat een ergernis." Onze oudste heeft de minpunten die ik terloops opnoemde bijgehouden. Ze kwam op maar liefst 12 minpunten uit. Ik zet ze hier op een rij.
  1. karren met een muntje
  2. nauwe gangen
  3. beperkt assortiment
  4. assortiment niet op orde: zaken uitverkocht
  5. rommelig; veel karren en laadplateaus in de gangen
  6. onoverzichtelijk
  7. onduidelijke bewegwijzering
  8. korte banden bij de kassa; mijn boodschappen passen er lang niet op
  9. opstoppingen door het gezellige koffiezitje
  10. Turks brood dat net zo Turks is als ik
  11. lange wachttijd bij de kassa als gevolg van een storing
  12. minder verzorgd en alert personeel
Het enige pluspunt was de prijs. En dat is natuurlijk niet gering! Op jaarbasis ruim €1500,-! Daar kun je een aardige deuk voor in een pakje boter slaan. Dat is een niet te negeren verschil. "Nou", zegt E. "Ga ermee naar de oude baas van de super. Kijk wat je met hem kunt regelen." "Ga anders volgende week naar de C1000", zegt onze zoon. "Dan kijk je daar eens hoe het is." Ik ben er nog niet uit. Zet ik mijn vergelijkend warenonderzoek door of blijf ik toch maar gewoon bij de Super?

Bij de kassa van de Jumbo deed zich nog een fantastische gelegenheid voor voor mijn favoriete beleid: lik-op-stuk-beleid. Wie was er namelijk ook in de Jumbo? De krengerige assistente van onze huisartsengroepspraktijk. En met haar had ik nog iets te verhapstukken. Daarover morgen meer.

donderdag 11 september 2008

In de steigers

Het heeft een tijd stilgelegen. Maar nu is de renovatie aan het huis naast ons weer opgepakt. In de gang naast ons huis staat op dit moment een steiger. Dat geeft enig ongemak, maar we maken er ook gebruik van. De kinderen kunnen er niet meer langs op de fiets. Daar staat tegenover dat onze zoon de zijgevel gisteravond heeft afgespoten. Dat kon mooi nu de steiger er stond. Een tijd geleden had ik het huis gespoten om het mosvrij te maken. E. had de bovenste delen gedaan. Nu kon het worden afgespoten met de hogedrukspuit. Dus het ziet er nu netjes uit. Als ze 'm nog even laten staan, dan kunnen we de gevel ook nog even witten.

Zelf beklim ik de steiger niet. Dat heb ik afgeleerd. Ik heb namelijk hoogtevrees. Ik ben bang dat ik naar beneden spring als ik ergens bovenop sta. En op zo'n steiger bevries ik. Dat weet ik, omdat ik het ooit geprobeerd heb. Aan de andere kant van ons huis stond een aantal jaren geleden namelijk ook een steiger. En ook toen dacht ik dat het niet verkeerd zou zijn om de gevel af te boenen. Het was de bedoeling dat ik er met een emmer met groene aanslagreiniger op tekeer zou gaan. Maar eerst maar eens kijken, dacht ik.  De steiger stond klem tussen twee muren, dus ik kon geen kant op. "Wat kan er gebeuren?", dacht ik. "Dat moet lukken." Vol goede moed heb ik de ladder beklommen. Maar ik was nog niet boven of het was al mis. De planken overlapten elkaar namelijk niet en toen zat er middenin de steiger een gapend gat. Gelukkig hebben de buren een brede goot. Daar heb ik eerst een tijdje aan gehangen. Om ook daadwerkelijk te kunnen schoonmaken, zou ik de ladder weer af moeten gaan, maar dan moest ik weer bij dat zwarte gat langs. Terwijl ik op de ladder een list probeerde te verzinnen, kwam de buurman voorbij. Hij probeerde een vrolijk praatje aan te knopen, maar dat was aan mij niet besteed.

Ik had E. niet gezegd dat ik de steiger op zou gaan. Eenmaal boven, zat er niets anders op: ik moest hem wel inschakelen. Ik eerst zachtjes en discreet om E. roepen. Maar er kwam geen respons. Dus toen heb ik het op een schreeuwen gezet. En toen kwam E. er dan eindelijk aan. "Haal mij hier af of bel de brandweer.", zei ik -inmiddels vrij wanhopig. "Wat doe je daar nou bovenop? Je weet toch dat je hoogtevrees hebt?", was E.'s weinig meelevende commentaar. "Haal mij hier af.", was het enige wat ik nog uit kon brengen. "Wat wou je daar doen?", vroeg E. ""De muur soppen", zeg ik. "Nou dan lijkt het me beter dat ik je een emmer breng. Je bent nou toch al boven, dan kun je dat net zo goed doen.", was E's keiharde insteek. Dus zo is het gebeurd. De enige concessie die hij wilde doen was het verzetten van de trap. Na een tijdje moed te hebben verzameld, ben ik -na het schoonmaken van de gevel- toch maar weer afgedaald.
Dus van steigers ben ik genezen.    

woensdag 10 september 2008

Lekker lullen over geld

Onze zoon heeft voor het eerst economie. Zijn lerares is een Friezin. Ze is een van zijn favorieten en economie is een van zijn lievelingsvakken. Economie is gewoon 'lekker lullen over geld', aldus onze zoon.  Hij imiteert haar graag met haar zware Friese accent. Ze doet niet haar best om leuk te zijn, maar ze is het wel. Ze is vanaf dag 1 een van zijn imitatiefavorieten: "Dag, ik ben mevrouw G. Zoals jullie misschien wel horen kom ik uit Friesland. Ik geef jullie economie. Wat is economie eigenlijk? We gaan vandaag kranten bekijken en dan knippen jullie uit wat je denkt wat economie is." Hij had een aantal knipsels uit de krant gehaald. En dat was goed. "Helemaal 100% goed plus de bonus" vervolgt hij zijn imitatie. Maar als ze niet luisteren, straft ze ook. "Ik ben een heel ouderwetse juffrouw. Ik straf ook nog en ik schrijf graag met een ganzeveer. Eventueel hamer ik een tekst in een rots." Naarmate de imitatie voortduurt, verzint hij er steeds meer bij. Hij vindt het erg vermakelijk.
Economie heeft zijn interesse, en dus steekt hij er veel van op. "Je hebt er tenminste iets aan.", zegt hij. Laatst kwam hij in shock thuis. "Ik had vandaag economie. En mevrouw G. heeft ons verteld hoe het zit met belastingen. Nou, daar word je echt niet vrolijk van. Dat er dan van je bruto inkomen nog eens 50% of soms wel 60% aan belasting afgaat. Dat is nogal wat. Is dat bij jullie ook zo?" Ik antwoord bevestigend. Hij was hoogstwaarschijnlijk niet de enige voor wie deze openbaring als een enorme schok kwam. En mevrouw G. geeft er dan ook gratis en voor niks het volgende advies bij: "Jullie moeten maar veel leren, dan zit je altijd goed in het leven."

maandag 8 september 2008

Okselpads

Je hebt ze in allerlei soorten en maten: pads. Je hebt eye make up remover pads, je hebt koffiepads. En nu heb je ook okselpads. Bij Het Kruidvat kun je voor de meeneemprijs van €1.49 de 1,2, Dry okselpads krijgen. 100% katoen en je wordt er nooit meer op betrapt dat je zweetplekken onder je armen hebt. Je hebt ze in large, voor de grote oksel en medium voor de heel gewone oksel.

Ik zet mijn leesbril op om de kleine lettertjes mee te krijgen. Ik heb natuurlijk wel een aantal vragen. Ten eerste: als die pads het zweet absorberen, absorberen ze dan ook de deo? Zo ja, dan is namelijk het effect: ik heb geen natte plekken, maar ik stink als een beer. Ten tweede: gaan ze geabsorbeerd en al zwellen? Als hierop het antwoord ja is, dan heb je het effect dat je je armen niet meer tegen je lichaam kunt drukken zonder je pads uit te persen. Ik lees het antwoord niet.

Misschien is het voor overmatige zweters een oplossing. Maar ik denk dat ik er nog eerder botox in zou laten spuiten. (Dat schijnt ook zeer effectief te zijn). Met alle op de huid gedragen verbanden heb ik namelijk de ervaring dat ik ze er liever niet heb. Tijdens de periode dat ik borstvoeding gaf gebruikte ik borstcompressen. Die waren ook van puur katoen. Maar als je die nat hebt, dan lek je misschien niet door, maar het is een onaangenaam gevoel. Dat effect onder de arm... ik moet er niet aan denken. En ook al doen de reclames het anders voorkomen, het dragen van maandverband is ook geen huppelervaring.

Mijn 'pads'-rijtje ziet er dan ook als volgt uit:
  • eye make up remover pads: JA
  • Koffiepads: JA
  • Okselpads: NEE

zondag 7 september 2008

De blik

"Je hebt de blik weer." Enigszins verdwaasd kijk ik E. aan. "De blik?", vraag ik. "Ja, de alles-moet-hier-anders-blik." Het is de blik die E. vreest, de blik die hij verafschuwt. De blik is namelijk een voorbode van gerommel in huis. En daar houdt E. niet van. Soms heb ik het nadat ik een VT-Wonen heb gelezen. Maar dan gaat het ook wel snel weer over. Nu zit het verder ingebakken.
Ik ben namelijk bezig met het opknappen van onze keuken. Van de vijf kozijnen heb ik er nu drie geverfd. Vorige week moest ik voor het werk een beleidsplan schrijven, dus toen had ik het te druk. Maar nu kan het weer, ik heb weer ruimte. Dus ben ik inderdaad voortdurend bezig om afwezig omhoog te kijken (ik heb een deel van het plafond al gestuct). Of ik wrijf afwezig maar liefdevol over de kozijnen. Als ik de radar eenmaal op klussen heb staan, dan zie ik van alles wat nog zou kunnen of moeten gebeuren naar mijn smaak. Het beperkt zich dus niet alleen tot de keuken.

Gisteren zag ik onze bijzetkrukjes. Dat zijn drie rollen waar karton op heeft gezeten. Onze zoon nam ze mee van de basisschool. Jammer om weg te gooien, vond hij. Inmiddels staan ze alweer een jaar of vier in onze kamer als bijzetter. We hebben de rol met een deksel afgedekt, er snippers papier op geplakt en daarna heb ik ze gelakt. Vier viltjes eronder en de bijzetters waren klaar voor gebruik. Een kleine beschadiging wordt eenvoudig weer bijgewerkt. Maar dat is in die vier jaar nog maar een keer voorgekomen. Dus ze zijn redelijk onverwoestbaar. Maar nu ben ik ze zat. Dus gistermorgen zat ik op de bank, kreeg ik de blik en zei: "Die gaan er ook uit." Het leidde tot fel protest van de kinderen, dus staan ze er nog- maar ze hebben hun langste tijd gehad. Als ik mijn blik erop heb laten vallen, is het onomkeerbaar.

Vanmorgen zag ik de spiegel boven onze schoorsteenmantel. Toen ik 'm eenmaal had bekeken met de blik, was het genoeg. Die moest ook weg: veel te klein. Dat is altijd al zo geweest, maar een blik met de blik maakt een einde aan dit soort misstanden. Onze zoon vond het zeer vermakelijk. Volgens hem was het eerste wat ik vanmorgen deed, de kamer inwandelen om met de spiegel weer weg te wandelen. 

En zo loop ik hier door het hele huis. Nadat ik de keuken heb aangepakt, ga ik door, zo heb ik mezelf voorgenomen. Er kan hier nog van alles verbeterd worden.

zaterdag 6 september 2008

Slaapfeestje

Onze oudste heeft vanavond een feestje. Om kwart over vier kwam ze ineens in actie. Ze moest namelijk nog cadeautjes kopen voor de twee feestvarkens. Daarvoor zou ze een vriendin treffen in het winkelcentrum, toch al snel een minuutje of tien fietsen verderop. Rond een uur of vijf belde ze. Het was niet helemaal gelukt met de cadeautjes. Dus kwamen ze even kijken wat er nog in onze cadeautjestas zit. Ik had nog een fotoladder en die lenen zich erg goed als cadeautjeshanger. We hebben de truc al verschillende malen uitgehaald. Maar onze oudste was er redelijk van overtuigd dat ze het nog nooit aan deze meisjes had gegeven. En nu is ze bezig om de ladder te vullen. Onderaan komt een tak met twee fleurige vogeltjes. Verder haalden ze een vingervoetbalspel, een geurtje, twee badzoutjes, verjaardagskaarsjes, nagellak en een surprise-ei uit de cadeautjestas met nog een zakje popcorn uit de trommel. En natuurlijk de fotoladder. Het geheel wordt straks verpakt in een zwart-wit gestreepte doos, die ik ook nog had staan.

Onder het eten meldt ze dat het eigenlijk ook een slaapfeestje is. "Prima", zeg ik. En dan denk ik ineens aan een slaapfeestje dat ik ooit eens had. "En als je wel besluit om terug te komen, dan bel je ons", zeg ik. "Maakt niet uit hoe laat het is. Dan fietsen we je wel even tegemoet." Ik fietste namelijk ooit eens met een slaapzak en een fles cola achterop naar een slaapfeest zo'n 15 kilometer verderop. De ouders van de jongen die het feestje organiseerde waren er niet. Het was een dolle boel. Op een gegeven moment had ik wel genoeg gezien. En tegen alle plannen in, besloot ik midden in de nacht naar huis te fietsen. Het was een prachtige fietstocht. Ik kwam niemand tegen. Op mijn dooie gemak ben ik naar huis gefietst, hele stukken ook buiten de bebouwde kom. Thuis waren mijn ouders natuurlijk verrast. Ze vonden het een verstandige beslissing van mij, maar gaven toch wel aan dat ze in het vervolg liever hadden dat ik even contact opnam. Nu begrijp ik dat goed.

Ze heeft de fotoladder inmiddels gevuld. Haar slaapzak heeft ze altijd paraat, dus daar hoeft ze niet naar te zoeken. Het cadeautje kan in de doos. Ze stapt nog snel even onder de douche en dan kan ze gaan- klaar voor het feest.

vrijdag 5 september 2008

Poppenkast

Toen ik een jaar of vijf was, namen we onze intrek in een voormalige kapperswinkel in het dorp waar we woonden. De voormalige kapperswinkel werd opgeknapt, de besmeten buitenmuren werden stralend wit geschilderd en de kozijnen donkerblauw. Het grotere huis bood meer ruimte aan ons gezin, mijn zusje, mijn ouders en ik. Later werd mijn jongste zusje nog geboren.

In de voormalige kapperswinkel richtten onze ouders een speelkamer voor ons in. We hadden een schoolbord aan de wand en een poppenkast waarmee we voorstellingen konden geven. De rest van ons speelgoed kon in de grote kastenwand worden opgeborgen of achter de gordijntjes onderlangs. Als we wilden, konden we in onze speelkamer zelfs hinkelen. Toen vond ik dat heel gewoon. Maar dat was het natuurlijk niet. Onze ouders ruimden een groot deel van hun leefruimte in als speelruimte voor ons. Het was een waar kinderwalhalla. Er waren dan ook altijd wel kinderen die met ons in 'het kamertje' wilden spelen. En het gebeurde ook wel eens dat wij er niet waren, maar dat er toch kinderen in het kamertje speelden.

De vrolijke gele poppenkast was door mijn vader zelf gemaakt. Een vriend van de familie had er stripfiguren op gemaakt. Hij was zo groot, dat we er gewoon op een krukje achter konden gaan zitten om te spelen. En dat deden we dan ook. We organiseerden zelfs heuse voorstellingen. Dan maakten we eerst een affiche om onze voorstelling aan te kondigen en die hingen we dan voor het voormalige winkelraam. Mijn zusje ging over de financiën, want aan benefietvoorstellingen deden we niet. Ik speelde, want ik had een ruimere fantasie. Voor de vriendenprijs van een cent mochten kinderen binnenkomen. Geen cent, dan kwamen ze ook niet binnen. Daar was mijn zusje onverbiddelijk in. Mijn moeder heeft -zo bekende ze achteraf- wel eens een cent door het raam aan een sneu ronddrentelend kind gegeven.

Op een gegeven moment werd het kamertje een keuken. Het had zijn functie gehad; wij hebben er naar hartenlust gespeeld. We hebben ons er volledig uit kunnen leven. En toen het kamertje keuken werd, veranderde de functie, maar het bleef evengoed een zoete inval bij ons thuis. Het kamertje was namelijk niet de sleutel: dat waren mijn ouders die ons op iedere leeftijd de ruimte gaven die we nodig hadden.