donderdag 30 oktober 2008

Geen actie

Hij baalt ervan. Zijn zus is delen van de dag vrij. Maar hij? Hij kan gewoon naar school gaan. Achterlijk gewoon. In de onderwijsmarathonstaking was vandaag het noorden aan de beurt. Maar zijn leraren deden weer net niet mee. "Ik vind het eigenlijk wel goed geregeld. Ik ben heel tevreden.", had een van zijn leraren gezegd. "Maar meer geld is toch altijd goed meneer?", had hij gevraagd. "Nou ik verdien heel weinig", had een ander gezegd. Maar dat had ook een reden: ze werkt maar heel weinig. Hoe dan ook, hij heeft zijn best gedaan, maar de actiebereidheid was nul. "Ik vind het diep triest", zegt hij. Zijn zus heeft een goede week. Ze heeft de hele week al lesuitval. Dat maakt het allemaal des te schrijnender.

Op zich vindt hij die hele staking ook maar onzin. Het is dat je er vrije uren door krijgt. Maar de staking op zich? Onzin! KLINKKLARE onzin! Teveel uren? "Ze hebben niet meer uren dan wij." En over te weinig betaald krijgen wil hij al helemaal niets meer horen. "Ze hebben niet meer uren dan wij EN ze krijgen daar nog voor betaald ook! Wij draaien al die uren en moeten alleen maar geld toeleggen op naar school gaan." Het is een ergernis en voor vandaag valt het niet meer recht te breien.

woensdag 29 oktober 2008

Weerblog

Mijn vader is regenmeter voor het KNMI. Het is een functie die hem op het lijf is geschreven. Iedere morgen om 10.00 uur belt hij door hoeveel regen er is gevallen. De verwerking van de gegevens gaat allemaal automatisch, hij toetst het via de telefoon in en klaar is kees. Lukt het een keer niet om 10.00 uur, dan voert hij gewoon een andere code in en dan gaat het ook.

Een paar weken geleden, kregen mijn ouders volkomen onverwacht bezoek. Een mevrouw van het KNMI kwam even langs al haar regenmeters. Omdat het tussen de middag was, schoof de dame van het KNMI bij mijn ouders aan tafel. En zo werd er over het een en ander gesproken. Mailadressen werden uitgewisseld en mevrouw vroeg of mijn ouders vaak gebruik maakten van de computer. "Iedere dag", zei mijn moeder. "Ik zou er geen dag meer zonder willen." De bezoekster was aangenaam verrast. Mijn moeder vertelde onder andere dat ze dagelijks mijn blog leest. Dat wekte haar interesse. "Waar blogt ze dan over?", vroeg de KNMI-dame. "Overal over, alledaagse dingen." "Blogt ze ook wel over het weer?", reageerde de dame geïnteresseerd. Mijn moeder herinnerde zich nog het stukje over de mooie luchten. Het stukje waarin ik mijn kijk op weerman Erwin Krol geef, was haar blijkbaar ontschoten. "Zou ik daar ook wel op mogen kijken?", vraagt de dame van het KNMI. "Ja hoor, het is een publieke blog", reageert mijn moeder. Wat is namelijk het geval? Bij het KNMI zoeken ze altijd naar mensen die over het weer bloggen. De dame is nog niet van het erf af, of mijn moeder pakt de telefoon om mij te bellen. Ze doet me het hele relaas. "Dus ...misschien kun je binnenkort eens even iets over het weer bloggen", besluit ze. 

dinsdag 28 oktober 2008

Klassieke tieten-kont

De herfstvakantie is weer voorbij. De rust is weergekeerd. Niet dat er vorige week geen momenten van rust waren. Die hebben we zeker ook gehad. Zo luistert onze oudste tegenwoordig graag naar Classic FM. "Ik heb gewoon een hele brede smaak. Ik vind heel veel dingen leuk.", verkondigt ze. De sfeer in de woonkamer is op dit soort momenten bijzonder vredig. Maar er zijn ook andere momenten. Even daarvoor had de jongste nog een dansje staan oefenen op "I'm your Venus" van Schocking Blue. De bank was daarvoor aan de kant gezet. Van boven had ze een microfoon gehaald waarin ze het nummer playbackte. De volumeknop stond op oorverdovend. Dat ging heel leuk tot onze zoon haar op de kast joeg door zijn eigen variant op deze hit (I'm your Penis) te zingen.

Na zo'n uitbarsting zijn de jongste twee graag even buiten. Dus blijven de oudste en ik in de kamer over. Allebei met een boek erbij. En dat combineert prima met klassieke muziek. Het is op zo'n moment bijna niet voor te stellen dat we in dezelfde kamer zitten als even daarvoor, zo compleet is de sfeer omgeslagen. We lezen zwijgzaam verder in onze boeken. Tot de rustige achtergrondmuziek zich steeds sterker manifesteert. Verstoord kijk ik op; het uurtje met rustige muziek is blijkbaar voorbij. Marsmuziek schalt door de kamer. E. heeft zich inmiddels bij ons gevoegd. "Dit heeft toch wel een hoog tieten-kont-gehalte", zeg ik tegen E., verwijzend naar de scène uit Turks Fruit met de Radetzky Mars. We schieten in de lach. Onze generatie zal wel nooit meer naar marsmuziek kunnen luisteren zonder aan dat fragment te denken. Daar heeft Jan Wolkers voor altijd zijn stempel op gedrukt.

maandag 27 oktober 2008

Stollen in de tijd

Vorige week mocht Rob Kamphues aanschuiven bij De Wereld draait door. De reden daarvoor was dat zijn programma De Reünie van de KRO 2,5 miljoen bezoekers had getrokken. Ik was daar een van. Ik kijk er graag naar op de zondagavond. Ik hoor graag de verhalen van mensen en vind het interessant om te zien hoe het ze vergaan is.
Toch ben ik zelf nog nooit naar een reünie van mijn middelbare school geweest. Daar is een reden voor. Ik heb een fantastische middelbare schooltijd gehad. Ik zat in een leuke klas en maakte deel uit van een groep mensen bij wie ik me zeer op mijn gemak voelde. In die periode hadden we veel met elkaar gemeen. Ik denk met plezier terug aan de zolder- en schuurfeesten uit die periode. Je beleeft er samen veel dingen voor het eerst. Ook aan school denk ik met plezier terug. En juist daarom heb ik geen behoefte om naar een reünie te gaan.
Met geen van mijn klasgenoten van destijds heb ik nu nog contact. Toen de puberteit namelijk voorbij was, was dat wat we gemeenschappelijk hadden ook weg. Wat er overbleef was blijkbaar niet voldoende om contact te houden. Dus verwacht ik niet dat zo'n reünie me veel zal brengen. Sommige dingen zijn goed zoals ze zijn geweest. Die kun je het beste laten stollen in de tijd.

zondag 26 oktober 2008

Alles te weten...

Onze oudste doet informatica. En daarvoor moest ze zelf een site maken. Het is een site geworden over diverse wetenswaardigheden. Er zijn veel dingen die we niet weten. Zoveel hebben we al wel geleerd. En ook dat alles te weten beslist niet gelukkig maakt.

Zo meldt ze ons gisteren dat ieder mens gedurende zijn leven in zijn slaap acht spinnen opeet. Dat had ik dan al wel eerder gelezen, maar ik was bijna zover dat ik het weer was vergeten. Vlak nadat ik het had gelezen, ging ik 's avonds met samengeperste lippen in bed liggen. Om onveranderd met de mond half open hangend weer wakker te worden. Dus alle gelegenheid voor een spin die zin heeft om naar binnen te wandelen. 

Ook meldt ze dat in iedere reep chocolade gemiddeld acht insectenpoten zitten. Tref je het niet dan zitten er vijftien in, heb je mazzel dan tref je er eentje met een. En zo nog veel meer: dat je tong de sterkste spier in je lichaam is, dat paarden en konijnen niet kunnen overgeven, een kakkerlak nog negen dagen kan leven nadat hij zijn hoofd heeft verloren...

We horen het spinnenverhaal onder het eten. Onze zoon vertrekt zijn gezicht. "Dat had ik nou echt niet hoeven weten", zegt hij. Wij sluiten ons erbij aan. Vanavond weer allemaal met samengeperste lippen naar bed. 

zaterdag 25 oktober 2008

Ketje op bestelling

"Ze is nu aan het kraaltjes rijgen", zegt mijn moeder tijdens een van onze telefoonsessies. We hebben het over mijn zus. Een goede verstaander heeft maar een half woord nodig. Ik weet genoeg. Mijn zus is niet gewoon leuk kraaltjes aan het rijgen, ze is er obsessief mee bezig. Ketting na ketting komt uit haar handen. Iedere keer dat ik haar zie, draagt ze een andere ketting. Ik zie haar eerst met een ketting in punten voorbij komen. "Mooi ketje", zeg ik. Tussen neus en lippen door meldt ze dat ze er ook nog eentje heeft in een andere kleurstelling.
Ik heb een aantal foto's van haar nodig. Dus mail ik haar het afgelopen weekend Hou op met kraaltjes rijgen en stuur me foto's, anders kies ik een aantal uit mijn eigen collectie. Je zult er niet blij van worden.
Donderdag ga ik even bij haar langs. Onze zoon gaat een nachtje op de boerderij logeren. Mijn mail heeft ze nog niet gezien. Ze had het namelijk te druk met kraaltjes rijgen. We drinken eerst een kop koffie in de keuken en verhuizen later naar de voorkamer. Daar zijn de sporen van haar nieuwe hobby duidelijk aanwezig. Op een plank heeft ze een hele collectie kettingen liggen. Op tafel staan gesorteerde dozen met kralen. "Ik maak ze ook wel op bestelling", zegt ze. En dan valt haar iets in: "Jij kunt er wel even over bloggen", zegt ze. "Dan stuur ik wel wat foto's die je erbij kunt plaatsen." Nog dezelfde dag komen de foto's aan. Niet de foto's waar ik om gevraagd had, maar de foto's van de kralenkettingen natuurlijk. In de bijbehorende mail schrijft ze: Ik heb foto's en prijzen gemaakt voor mijn kettingen. Ik stuur je een aantal, dan kun je er zelf een uitzoeken voor je blog. Speciaal voor de enorme handel die dan natuurlijk ontstaat, heb ik een emailadres aangemaakt: kralenhobby@live.nl.
Dus wil je een ketting, in welke vorm dan ook: mijn zus maakt ze. Geef de kleur van je voorkeur op en kies van de foto's een type en bestel (Prijzen exclusief verzendkosten. Ze zijn nog zo klaar ook! En mocht je denken: kan ze het ook in andere kleuren dan in groen en bruin? Absoluut!

vrijdag 24 oktober 2008

Boodschappenbijrijder

"Hebben jullie de thee klaar als ik terugkom?" Ik ga voor de wekelijkse boodschappen naar de super. "Hoe lang duurt het?", vraagt E. "Drie kwartier", is mijn antwoord. Vijftig minuten later ben ik weer thuis. Met vijf minuten vertraging dus. Die vertraging kan volledig op het conto worden geschreven van de aanwezige mannen in de super.

Ik heb het dan niet over de zelfstandig shoppende mannen, maar over de bijrijders. Dat zijn de mannen die met het karretje mogen rijden. Zeggenschap over de boodschappen hebben ze niet. Daar gaat moeder de vrouw over. Ze vraagt wel af en toe iets aan de man, maar dat is puur voor de vorm. Zodat hij niet in de gaten heeft, dat hij compleet voor lul staat. Het is me altijd een raadsel waarom die mannen meegaan. Terwijl de vrouw in de schappen graait, stellen de mannen zich ergens op met het karretje. Bij voorkeur op een plek waar anderen er zoveel mogelijk overlast van hebben. Het is niet voorbehouden aan mannen van zekere leeftijd. Vandaag was er een jongeman die me werkelijk voortdurend in de wielen reed. Zijn vriendin of vrouw circuleerde door de super om de kar te vullen. Hij liep of net te ver achter, of te ver voor, of hij blokkeerde een gangpad.

Ik haal het liefst alleen boodschappen. Mocht ik ziek, zwak of misselijk zijn, dan gaat E. naar de super. Bij hoge uitzondering gaat E. of onze oudste mee om me te assisteren als ik last van mijn rug heb. Maar liever heb ik dat mijn oudste meegaat. Samen zijn wij een goed geoliede boodschappeninkoopmachine. Met ons tempo drijven we kassières tot wanhoop - omdat ze niet zo snel kunnen scannen, vakkenvullers tot razernij - omdat ze de vakken niet zo snel gevuld krijgen.
Hoe dan ook, voorwaarde voor een beetje vlotte doorstroming in de super is het terugdringen van het aantal loze boodschappenbijrijders. Ik pleit ervoor. 

donderdag 23 oktober 2008

Knuffelen

Het is alweer bijna een jaar geleden dat ik in onze super werd verrast door de zoen van jonge baas en de kassière. Lange tijd vermoedde ik een relatie in de knop. Alle signalen die er opgepikt konden worden, heb ik opgepikt. Ik ben boodschappen vergeten omdat ik te gefocust was op relationele zaken. Inmiddels weet ik dat ik het mis had. Het was geen relatie in de knop, maar trendsettend gedrag van jonge baas - of eigenlijk van de kassière. Want wat is het geval? Intimiteit tussen baas en werknemer is een nieuwe trend. Die trend is hier in onze super geboren. En ik was erbij, zonder dat ik me het historische gehalte van het moment realiseerde. Een nieuwe trend werd geboren op 28 december 2007 en ik stond erbij en keek ernaar!

Zoals vaak het geval is, wordt zo'n trend opgepikt en in de stad verder uitgewerkt. Zo ontdekte ik ook dat het een nieuwe trend was en geen relatie in de knop. Boezemvriendin maakte er voor het eerst melding van. Zij signaleerde in een van onze vestigingen in de stad een opmerkelijke knuffelbereidheid. Er werd omhelsd, in knieën geknepen, schouderklopjes werden uitgedeeld en er werden over en weer lieve mails verstuurd - dwars door hiërarchische lagen heen. Van het laatste werd zelfs nog even expliciet melding gemaakt in een vergadering. Boezemvriendin zat met haar oren te klapperen. Waar dit door ons nog onder grensoverschrijdend gedrag werd geschaard, waren ze daar al een stap verder. In onze directe omgeving is de knuffelbereidheid nog niet zo groot. Maar het zal wel gaan zoals met alle trends: je hebt eerst een kleine kern die de verandering omhelst en de rest volgt later.

En waar is het allemaal begonnen? In onze onvolprezen super!

woensdag 22 oktober 2008

Sjekje

Gisteren ging E. naar de drukker, niet eentje uit zijn eigen stal, maar een connectie van een opdrachtgever. "Ik heb nog een oud klasgenoot van je gesproken", zegt E. "Hoe kom je daarbij?", vraag ik. "Hij zei het", aldus E. Na enig doorvragen over fysieke kenmerken, kwam ik tot de volgende conclusie: "Het was Sjekje". E. kijkt mij bevreemd aan. "Sjekje", zeg ik. "Zo noemden we hem, want hij rookte graag sjekjes."

Toen ik opgroeide, hadden we in mijn geboortedorp de gewoonte om mensen bijnamen te geven. Ik ben daar een beetje in blijven hangen. Mijn moeder wees me erop. "Heeft Appel dat gedaan?", vroeg ik toen ze iets hadden veranderd op het gebied van telefonie. Appel was onze voormalige overbuurjongen.  "Hou toch op met je Appel", zegt mijn moeder. "Zo wordt hij allang niet meer genoemd." Appel was een verwijzing naar zijn rode appelwangen. En die heeft hij nog steeds. De man van de kringloopwinkel in het dorp verderop groeide ook op in ons dorp. Hij was een leeftijdgenoot en we noemden hem Oeroebaai. Waar de naam vandaan komt, weet ik niet meer. Maar voor mij kleeft de naam nog steeds aan de man - meer nog dan zijn eigen naam.

Sjekje is inmiddels verhuisd en misschien is hij zelfs wel gestopt met roken. 

dinsdag 21 oktober 2008

One

Het is de beste songtekst die ooit is geschreven. Mensen die er verstand van hebben, hebben dat bepaald: One, van U 2. One life, We're one, but we're not the same, we get to carry each other. Prachtig. Mijn favoriete versie is die van Johnny Cash. Een bevriende collega attendeerde me op Cash. Tot op dat moment had ik niks met Johnny Cash. Maar sindsdien luister ik er graag naar. Dit nummer is prachtig. Zo mooi, dat ik mijn man en nageslacht heb laten weten, dat -mocht ik morgen doodgaan- dit nummer zeker moet worden gedraaid.
Johnny kan dit liedje overtuigend brengen, omdat hij het heeft doorleefd. Laatst zag ik op televisie de film Walk the Line over het leven van Johnny Cash. Geromantiseerd natuurlijk, dat wel, maar het was dan ook een verhaal dat geromantiseerd kon worden. Johnny hield vanaf het eerste moment dat hij haar zag van June Carter. Hij heeft haar keer op keer ten huwelijk gevraagd. Totdat June ja zei -one life, one love. Ze zijn nooit meer uit elkaar gegaan en stierven vlak na elkaar in 2003. Eerst June, vier maanden later Johnny.
Een andere favoriet van mij is Johnny's versie van Solitary Man van Neil Diamond. 

maandag 20 oktober 2008

Banana Mouskouri

Het is zover; sinds ik van de vakantie ben teruggekomen is het onontkoombaar. Ik heb een leesbril nodig. Tenzij ik ervoor kies om mijn lenzen niet in te doen. Maar dan herken ik mensen niet op straat en zie ik ook niet al het verkeer haarscherp naderen. Niet echt fijn dus. Op het werk worden de notulen van onze wekelijkse teamvergadering al in een grotere letter afgedrukt. Dat om tegemoet te komen aan het vergrijzende deel van ons team. Dat lukt nog zonder leesbril. Maar voor de rest is het kiezen: lenzen uit of leesbril op.

Meestal kies ik er toch maar voor om de leesbril op te zetten. Aangezien ik niet superordelijk ben, heb ik er wel een aantal nodig. Ik had al een rooie. Een tijdje geleden al gekocht bij de opticien. Maar laatst dacht ik dat er iets op de bril vastgeplakt zat, dus heb ik met bril op aan het montuur zitten peuteren. Toen ik de bril afzette was de neusbrug zilvergrijs. Dat wat er op vastgeplakt zat was namelijk de rode kleur. Deze bril draag ik in mijn schoudertas.

Kort geleden deed ik ook een graai in de collectie van de Maxx. Een glasbrilletje, ook erg handig. Maar toen ik mijn rooie leesbril opzette om de glasbril eens goed te bekijken, bleken er twee kleine scheurtjes in de rand te zitten. Dat had ik zonder leesbril op niet gezien. Die leesbril zit nu in mijn werktas.

Maar als het er goed op aankomt, had ik dus geen nette leesbril. Gelukkig zijn leesbrilletjes voor geen geld overal te koop. Ook bij de drogist naast ons. Ik kocht er nog eentje in het donkergrijs. Een echte nette leesbril. Wel geslaagd vond ik zelf. Ik show 'm thuis en vraag mijn gezin wat zij ervan vinden. "Op wie lijkt mama nu?", vraagt E. Er komen niet direct suggesties. Dus spreekt E. zelf het verlossende woord: "Op Banana Mouskouri".

zaterdag 18 oktober 2008

Moederinstinct

Vlak na zijn geboorte raakte onze zoon in ademnood. Dat leverde even een levensbedreigende situatie op. Het wakkerde mijn moederinstinct direct flink aan. Toen ik hoorde dat het niet goed met hem ging, zei ik: "Geef die jongen maar aan mij, dan komt het wel goed." Volstrekt niet rationeel natuurlijk. Maar ik was er heilig van overtuigd dat ik hem met mijn aanwezigheid alleen al beter kon maken. Hij werd beter en gelukkig is het allemaal goed gekomen.

Ook nu nog wordt mijn moederinstinct soms flink aangesproken. Gisteren kwam onze zoon thuis van school. Hij voelde zich onterecht en respectloos behandeld door zijn lerares Nederlands. Het is een grote jongen, dus hij lost zijn problemen doorgaans zelf op. Maar nu was het net even te ver gegaan. Hij voelde zich machteloos tegen zoveel oneerlijkheid. Op zo'n moment ontwaakt het beest in mij: ik zou die lerares kunnen verscheuren.

Maar als weldenkend volwassen mens hoor je zoiets niet te doen. Dus heb ik de telefoon gepakt om de betreffende lerares even te bellen. Ze was er niet, de vakantie was voor haar al begonnen. Om mijn gram te spuien heb ik haar daarom een mail gestuurd- met een kopie naar de directeur en de mentor van onze zoon. Ik heb haar kil en koud verscheurd met woorden. Daarna voelde ik me beter.

vrijdag 17 oktober 2008

De grote clubactie

Ze is er vol voor gegaan. Eindeloos is ze langs de deuren gegaan om loten te verkopen voor de Grote Clubactie. Een paar weken geleden moest ze ze inleveren. En vandaag is haar glorieuze moment: op streetdance heeft ze gehoord dat ze de meeste loten heeft verkocht. Maar liefst 29!

Dolenthousiast komt ze binnen. "We hebben een Wii gewonnen!" E. komt er achteraan. "Nee, je hebt nog niet gewonnen, je maakt kans om te winnen." Het mag de pret niet drukken. Alleen al het feit dat ze kans maakt om de Wii te winnen, brengt haar in feeststemming.

Als ik mijn loten in ontvangst neem, zie ik dat ik nu ook kans maak om verschillende leuke dingen te winnen. €100.000,- of €10.000,-. Leuk allebei. Maar ik neem ook genoegen met de derde prijs: een rondreis van 16 dagen door Griekenland voor twee personen. Liever dat dan de wintersport voor vier personen of een citytrip naar Praag voor twee personen. Wintersport trekt me niet zo en in Praag zijn we al geweest.

Wat een kansen, wat een mogelijkheden en dat voor maar €2,50! Op 20 november weet ik wat het gaat worden: een ton of de rondreis door Griekenland.

donderdag 16 oktober 2008

Over datum

"We eten lang niet vaak genoeg patat." Die stelling onderschrijven onze kinderen van harte. En inderdaad, we eten niet zo vaak patat. Een keer in de maand is denk ik al veel. Wij vinden het genoeg. Maar dit weekend was het weer zover. Noch E., noch ik had zin om te koken. Dus toog onze zoon naar de patatboer even verderop. Hij was redelijk vlot weer terug, want het was rustig deze keer.
Toen hij terugkwam, was de tafel gedekt. Behalve borden en bestek, stond ook onze collectie mayonaise en curry al op tafel. We schuiven aan en bedienen ons van de saus naar voorkeur. Onze zoon grijpt naar de Amerikaanse fritessaus. Kritisch bekijkt hij de fles. HIj staat op, loopt naar het aanrecht en spuit even in de wasbak. "Getver, er komt allemaal water uit.", zegt hij. En dan valt zijn blik op de uiterste houdbaarheidsdatum. "08-2005", leest hij voor. We zijn verbaasd: ligt die fles dan al drie jaar in onze koelkast? Ach ja, de tijd vliegt. Hij onderwerpt ook de andere flessen (knoflooksaus, curry en gewone mayonaise) aan een inspectie. En ook de curry blijkt al ruim een jaar over datum. Beide flessen worden weggegooid. De andere flessen kunnen blijven staan. Maar het punt is duidelijk gemaakt, vindt hij: "2005. Zie je nou wel dat we lang niet vaak genoeg patat eten?"

woensdag 15 oktober 2008

Mooi mintgroen

Vanmorgen kwart voor zeven: E. ligt te lachen in bed. Ik ben gealarmeerd, want dit is een zeer ongewone situatie. Meestal is lachen er 's morgens vroeg niet bij bij E. "Wat?", zeg ik. "Dat is toch vreemd", zegt hij. "nu schrijf je weer dat die bordjes mintgroen zijn. Ze zijn gewoon lichtblauw." Ik ben direct klaarwakker. "Hoe kom je erbij? Ze zijn duidelijk mintgroen. Jij zei ook al dat de wand in de kamer oranje is, terwijl dat toch echt okergeel is.", zeg ik. Beneden hou ik onze zoon het bordje onder zijn neus. "Welke kleur?", zeg ik. "Blauwgroen", zegt hij. E. kijkt verbaasd, ik triomfantelijk. "Of wacht even, nee hij is toch meer lichtblauw." Tevreden loopt E. heen en weer om de krant te halen. "Het is mintgroen", fluister ik mijn zoon toe. "Mintgroen, zeg mintgroen." "Ja, lichtblauw", zegt hij. Hij lacht zich een deuk. "Dat is toch niet normaal dat je me in de nek staat te hijgen dat het mintgroen is.", zegt hij. "Je bent een vreselijke zoon", zeg ik. "Je had net zo goed kunnen zeggen dat het mintgroen was."

Even later komt onze oudste uit bed. Het bord staat inmiddels weer in de kast. Ik pak 'm weer en laat 'm aan onze oudste zien. "Licht turquoise", zegt ze als ik haar vraag welke kleur het bord heeft. Ze kent de voorgeschiedenis niet, dus ze reageert blanco. "Meer blauw of meer groen?", vraag ik. "Meer groen", zegt ze. "Loop maar even naar je vader en laat 'm dit groene bord even zien." Ik hoor het haar zeggen. Even later komt E. een kop koffie halen. "Jij ziet gewoon meer geel", zegt hij. "Eerst al met die oranje wand en nu maak je van lichtblauw mintgroen. Gewoon teveel geel." "Misschien heb ik daarom wel zo'n zonnige kijk op het leven", zeg ik. "Komt het gewoon omdat ik alles altijd net een beetje geler zie."

Aan het eind van de dag is de stand 2-2. De mannen vinden het bord lichtblauw, de vrouwen neigen meer naar groen. Tijdens het avondeten staat onze zoon ineens op. Hij haalt het mintgroene bord met de rozen en laat het aan onze jongste zien. "Welke kleur?", zegt hij. "Heel lichtblauw", zegt ze. Ik ben nog niet overtuigd. Ik vond ze juist zo mooi, omdat ze mintgroen waren. Lichtblauw vind ik minder.

dinsdag 14 oktober 2008

In de rij voor besmetting

Ons regionale dagblad staat bol van de berichten over het HIV-proces. Drie mannen organiseerden sexfeesten waarbij ze anderen -terwijl ze gedrogeerd waren- met besmet bloed inspoten. Ook hadden ze- wetend dat ze zelf besmet zijn met HIV- willens en wetens onbeschermde sex met anderen. Als je de verdachten mag geloven, vonden de slachtoffers het lekker. Ze boden zich vrijwillig aan. Echte seksfeesten waren het niet: iedereen deed het gewoon met iedereen. Gewoon gezellig. Ook lees ik in het bericht dat in onze woonplaats mannen in de rij staan om via onbeschermde sex te worden besmet met het HIV-virus. Daar zijn zelfs speciale besmettingsfeesten voor. Dus wat zij deden was heel gewoon, heel heel gewoon.

Het is de decadentie ten top vind ik: anderen welbewust besmetten. Aids is -dankzij medicatie- wel geen dodelijke ziekte meer, maar dan toch een chronische ziekte. En dat geef je dan aan anderen voor de kick? Een van de daders was verpleegkundige. Hij injecteerde besmet bloed bij een slachtoffer. Maar eerlijk waar: hij had er volstrekt niet bij stilgestaan dat het slachtoffer op die manier besmet kon worden. Echt niet! Leuke verpleegkundige als je dat niet eens weet!

De slachtoffers moeten levenslang aan de medicatie. Al die besmettingen kosten dus veel geld. Dat geld zal hoogstwaarschijnlijk niet op de daders worden verhaald. Maar eigenlijk vind ik dat dat wel zou moeten. Hoeveel straf ze krijgen? Ik heb geen idee. En als ze weer vrij komen, wat dan? Op zoek naar een nieuwe kick? Dan heb ik nog een leuke uitdaging, iets nieuws. Iets wat echt spannend is. Waarom bijvoorbeeld niet de pillen tegen HIV vervangen door smarties en dan kijken of dat ook helpt? Of gewoon helemaal niets nemen. En dan kijken hoelang je het volhoudt. Leuk toch?
Ik vind het een voorrecht om in een land te leven waar homo-emancipatie hoog in het vaandel staat. Waar je vrij voor je geaardheid mag uitkomen en je mag zijn wie je bent. Dit soort berichten en deze mannen doen geen goed aan die emancipatie.

maandag 13 oktober 2008

Samenknijpen

Ik zag het gisteravond in een flits voorbij komen: het programma met de verkiezing van de beste leraar van het jaar. Eén van de juryleden was minister Ronald Plasterk van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. En toen viel het me weer op. Als Plasterk met iemand in gesprek is, knijpt hij zijn ogen even toe. Net alsof hij het niet helemaal goed ziet, alsof hij verziend is en is vergeten zijn bril op te zetten. Maar dat is niet de achterliggende reden, volgens mij. Je ziet het veel meer mensen doen. Marilyn Monroe deed het natuurlijk, maar ook bij mij op het werk zijn er mensen die het doen.
Waar zijn ze dan mee bezig? Is het lonken? Proberen ze degene met wie ze praten te verleiden om ze aan het woord te laten? Of om met ze mee te bewegen? Maar als ik in de Van Dale kijk, zie ik dat lonken slechts een korte verleidelijke blik is. Bij Plasterk kun je het beslist geen korte blik meer noemen. Hij fixeert langdurig. Misschien is het gewoon een soort beminnelijke oogsamentrekking. Geen knipoog, maar iets dergelijks van beide ogen, zonder ze helemaal toe te knijpen. Bij Plasterk is het is in ieder geval bedoeld om de aandacht te vangen. Het heeft denk ik wel een hypnotiserend effect; je ontsnapt niet gemakkelijk aan een samengeknepen blik.
Ik zou het eens moeten proberen. Gewoon geen lenzen indoen en dan een beetje zitten knijpen. Kijken wat het voor me doet.

zondag 12 oktober 2008

Een enorme boppeslag

Op vrijdagavond loop ik met de jongste naar de bibliotheek. Het is al donker, maar de winkels zijn nog open. Gezellig vind ik dat altijd: buiten donker, lichtjes aan in de winkels. En zeker nu: het was helemaal niet koud. Als we onze zaken in de bibliotheek hebben afgerond, lopen we nog even verder naar de Maxx. Dinsdag zag ik een vrachtwagen met nieuwe spullen aankomen. Doorgaans duurt het even voor ze de spullen hebben uitgepakt en van gele prijsstickers voorzien. Vrijdag was hier niets meer van te merken; het was dus een perfecte planning.

Het was er bovendien niet zo druk. En ook was het lekker koel. Dat zijn voor mij optimale shopomstandigheden. We hebben er dan ook tot 21.00 rondgescharreld. Ze hoefden ons er nog net niet uitgooien, maar het scheelde niet veel. Ik ben zeer ingenomen met drie mintgroene borden waarin een rozenmotief uit het glazuur is gespaard. Ik vind ze prachtig. Ideaal om een koekje op te presenteren. Ik neem er drie mee, twee grotere en een kleine. En dat voor nog geen 3,50 euri! Het is geen geld. Ook scoor ik nog 10 driehoekige witte schaaltjes voor €2,50. Ik ben helemaal ingenomen met mezelf. Thuis begin ik de plakkers te verwijderen. De mintgroene schalen gaan direct die avond nog in de afwasmachine. De bordjes blijven tot de volgende dag staan.

Zaterdag heeft E., nadat hij de vaatwasser heeft uitgeruimd, de mintgroene borden op het aanrecht laten staan. Die hebben immers nog geen vaste plek. Die moet ik er dus voor gaan zoeken. Ik denk even na wat handig is. Ondertussen ontwaakt onze oudste ook. "Wat zijn dat voor afgrijselijke kitschborden?", vraagt ze. "Dat meen je niet!", zeg ik. "Ik vind ze prachtig." Ik liep me juist te bedenken dat ze er ook waren in donkergroen en leverkleur. En net op het punt dat ik denk dat ik er spijt van krijg dat ik die niet heb meegenomen, plaatst zij haar commentaar.
Vandaag presenteer ik een plakje cake op mijn mintgroene bordjes. Ik doe de driehoekige bordjes erbij voor het plakje cake. Het smaakt voortreffelijk en -al zeg ik het zelf- het is een lust voor het oog. Wat een enorme boppeslag*!
*Door E. geïntroduceerd in ons gezin. Van oorsprong Friese term, die gebruikt wordt bij het kaatsen. Het is een goede slag.

zaterdag 11 oktober 2008

Het begin is er

E. heeft een mooie ladder gezien. De ladder die we nu hebben is niet lang genoeg en ook niet erg stabiel. Een doodeng ding dus eigenlijk. Dus moeten we een andere. We rijden ervoor naar de stad. En wat blijkt? De ladder is het helemaal. Bovendien is het een aanbieding, dus dat is snel beslist. E. is alweer buiten, als hij ontdekt dat ik daar niet ben. Hij vindt me bij het hoekje met vogelhuisjes. Ik scoor een vogelhuisje voor mijn vogelwijkje. Het is er een voor een winterkoninkje en het is gemaakt van kokostouw. Leuk! Vanaf mei ben ik op zoek naar leuke vogelhuisjes. Ik kreeg er eentje op het werk voor mijn verjaardag en ik kocht er zelf nog drie bij. Sinds mei heb ik me al heel wat keren in moeten houden. Je kunt namelijk de gekste vogelhuisjes krijgen. Een koekoeksnestvogelhuisje bijvoorbeeld, een boerderijvogelhuisje, een station, of een pension. Ook zag ik bij de Maxx al leuke gekleurde met ingelegde steentjes. Ook erg leuk. Maar volgens de rest van mijn familie zijn die huisjes bijna net zo erg als een tuinkabouter. Dus probeer ik me in te houden: ik kies steeds smaakvolle huisjes. En dat al bijna een half jaar lang! Dat kan niet veel langer goed gaan.

Op de terugreis zeg ik tegen E.: "Er was er ook nog eentje voor een roodborstje. Die had ik ook mee moeten nemen". "Nou, dan bel je ze toch even", zegt E. "Kunnen ze 'm misschien voor je meenemen als ze de ladder komen brengen." "Weet je", zeg ik. "Dan heb ik al twee huisjes voor een pimpelmees, eentje voor een winterkoninkje en als ik die andere erbij neem ook nog eentje voor een roodborstje. Het begint al op een vogelwijk te lijken." En het is ook nog een interraciaal vogelwijkje, een multiculturele vogelsamenleving. Leuk! Tot ik me afvraag: "Zou dat eigenlijk wel samen gaan? Komen winterkoninkjes naast pimpelmezen wonen?" E. weet het ook niet.

"Weet je wat ook leuk zou zijn tegen die schutting?", vraag ik. "Leifruit. De zon staat er de hele dag op, dus dat moet goed kunnen. En je kunt appelbomen gewoon langs de schutting geleiden. Of tomaten, of peren." "We houden het bij het vogelwijkje", zegt E. "Hoe moet dat anders met het grasmaaien? Straks ligt er allemaal rottend fruit in het gras." E. is degene die het gras maait. En hij komt onderweg het liefst zo weinig mogelijk tegen. Het liefst trekt hij rechte banen. "Ja, maar we hebben ruimte zat. Nu met die kredietcrisis is het misschien helemaal niet verkeerd om ons eigen fruit te kweken." Daar heb ik toch een punt. Maar E. is niet voor een gat te vangen: "Weet je wat, we nemen gewoon een extra vitaminepil. Hebben we dat fruit ook helemaal niet nodig."

vrijdag 10 oktober 2008

Stoetkereltje

Vroeger wilde ik bakker worden. In ons dorp was een echte bakker. Wij woonden vlakbij, dus de geur van versgebakken brood is voor mij een bekende geur. Hij bakte heerlijk brood. Maar ook de gevulde koeken, het roggebrood, de hardbroden en de koek die iedere vrijdag werd gebakken was heerlijk. Favoriet was op vrijdagmiddag de warme kantkoek. Die sneden we bij ons thuis niet, maar die rukten we in stukken. Dat was een familietraditie, want mijn oma deed het ook al.

Ik heb lang gedacht dat ik bakker wilde worden. Na de middelbare school heb ik zelfs nog geïnformeerd bij de bakkersschool. Maar ik kon er niet terecht: mijn vooropleiding was te hoog. Idioot eigenlijk. Misschien ligt dat nu anders, want laatst las ik dat er een tekort aan bakkers dreigt.
De bakker in mijn geboortedorp is inmiddels gestopt. Hij bereikte de pensioengerechtigde leeftijd en had geen opvolger. Zelf stond hij jarenlang alleen in de bakkerij. En dat is een zwaar leven. Hij is samen met zijn vader begonnen en zou met zijn zoon verder gaan. Maar die haakte af. En toen was het dus aan hem. Vanuit de groentetuin van mijn ouderlijk huis keek je recht in de bakkerij. Regelmatig zag je de bakker staan met zijn armen gevouwen op het werkvlak, terwijl hij het moede hoofd liet rusten. Hij deed al een power nap toen niemand het nog een power nap noemde. Gewoon omdat hij bekaf was.

Ik heb na mijn middelbare school gekozen voor een studie Nederlands. En dat is een goede keuze geweest. Mijn liefde voor de taal kleurt iedere dag. Maar ook de liefde voor het brood is nooit verdwenen. Wij eten altijd brood van de warme bakker. Daar kan echt niets tegenop. En toen onze zoon is geboren, trakteerde onze oudste in de crèche op stoetkereltjes*, een broodje in de vorm van een mannetje. De bakker uit mijn geboortedorp had ze gebakken. Ook toen onze kinderen klein waren, mochten ze wanneer ze maar wilden koekjes bakken. Ik had daarvoor altijd een pakje bladerdeeg in de diepvries. Daar maakten ze de mooiste koekjes van. Ze werden even bestrooid met suiker, gingen een kwartiertje in de oven, en klaar was het! Heel simpel, maar het was een zeer populaire bezigheid. De oudste kwam regelmatig met een meisje dat hier dan in de hal al stond te hijgen: "Vraag maar aan je moeder of we koekjes mogen bakken".
Ook al ben ik dan geen bakker geworden, diep binnenin mij schuilt toch nog ergens een warm bakkertje.

*stoetkereltjes werden rond Sinterklaas gebakken.   

donderdag 9 oktober 2008

Kantinevoer

"Eten jullie wel eens een broodje uit de kantine?", vraag ik. "Nee", klinkt het in koor. En al snel ken ik de redenen daarvoor: de prijs en de kwaliteit. Sinds vorig jaar is de kantine overgenomen door een cateringbedrijf. En dat heeft de prijzen enorm opgedreven. Daarvoor dreef  'Ome Jan' de kantine. Maar dat kon niet meer: ook een schoolkantine moet nu aan strenge eisen voldoen. Maar onze kinderen vinden het geen verbetering. Ome Jan geniet nog altijd de voorkeur.

"Een broodje gezond bijvoorbeeld", gaat onze zoon er even voor zitten. "Weet jij hoe die er bij ons in de kantine uitzien? Dat is gewoon een verlept broodje ham met een stukje augurk erop." Een klasgenootje van hem koopt altijd een broodje gezond, maar haalt dan het stukje augurk eraf. "En zo gezond is dat broodje dan ook niet meer." Hijzelf zal dus niet snel een broodje gezond kopen. "Ik heb één keer een kroket gekocht", vertelt onze zoon. "Die was €1,50 en zo'n broodje gezond kost €2,-." Die keus was niet moeilijk. In de aanbieding zijn er verder Joppiebroodjes. "Dat zijn broodjes ei met heel veel Joppiesaus erop", aldus onze oudste. We gaan bijna met z'n allen over onze nek: niet ons type broodje. "Ik neem wel eens een kopje soep", bekent onze zoon, een echte soepliefhebber. "Maar de ballen geef ik altijd aan iemand anders." Hij vertelt ons haarfijn waar die ballen hem aan doen denken. "Maar die groentesoep daar gooien ze echt alles in", aldus onze dochter. "Spruiten, broccoli, echt goor." "Het is ook duurder geworden." vertelt onze zoon. "Ik vroeg nog aan die mevrouw: Waarom hebben jullie het zoveel duurder gemaakt? En toen zei ze: Ja, alles wordt duurder he?" En dat terwijl ze bij Ome Jan een kop soep voor 30 cent konden krijgen. "En vorige week waren er mini-puddingbroodjes in de aanbieding zag ik toen we er waren. Nemen jullie die dan wel?", vraag ik. Soms neem ik op de vrijdag bij wijze van weekendtraktatie wel eens een puddingbroodje mee. En die lusten ze graag. "Neuh, beslist niet", zegt onze zoon. "Weet je hoe die puddingbroodjes eruit zien? Het lijkt alsof iemand ze rondom heeft afgelikt." Hij laat zijn tong op zijn kin hangen en likt een denkbeeldig puddingbroodje af. Blijkbaar reageren we niet met het gepaste afgrijzen, want hij gooit er nog een schepje bovenop. "Wat zeg ik? Het lijkt of er naaktslakken overheen gekropen zijn. Zo goor ziet het eruit!" En dat heeft het gewenste resultaat. Wij zullen ons niet snel aan zo'n broodje wagen in de kantine op school.

woensdag 8 oktober 2008

Oorlogsglas

Deze week zijn al onze kinderen door de griep gegrepen. E. en ik houden het tot nu toe nog op de been. Inmiddels zijn onze dochters weer naar school. De jongste is nu uitgeziekt, de oudste eigenlijk nog niet. Maar ze heeft volgende week een proefwerkweek en volgens haar kan ze niets missen. Dus heb ik haar maar even met de auto naar school gebracht.

Ook al was het huis vol, de maaltijd werd gisteren in kleine kring genuttigd. En dat was tussen de middag ook al het geval. In onze keuken -middelpunt van al mijn klusinspanningen- stond de trap nog tegen de kast geplaatst. Volkomen onverwachts ging de trap onderuit en brak in de val twee ruitjes van onze keukenramen. Blijkbaar had ik 'm te rechtop gezet. Dus moest de schilder eraan te pas komen om de ruiten te vervangen. Gistermiddag kwam hij de maat nemen. Aangezien er in een van de bovenste ruitjes ook nog een gaatje zat, kon hij die ook direct meenemen. "Dat is wel oorlogsglas hoor", zegt hij. "Als je die ene gaat vervangen en die ernaast niet, dan zie je duidelijk het verschil." Een groot deel van onze glazen is inderdaad nog zeer oud. En oorlogsglas is erg dun glas, zo legt de schilder uit. Je krijgt een soort vertekening van de buitenwereld. "Ik kan het wel krijgen hoor. Maar het is erg duur. Vroeger werd het veel gebruikt omdat het juist erg goedkoop was, maar nu is het veel duurder dan gewoon glas. Het wordt nu speciaal gemaakt voor monumenten en zo. En daarom is het duur." Nee, we hoeven geen speciaal oorlogsglas. We doen het wel met gewoon glas.

Vanmorgen komt hij terug om de ruitjes te plaatsen. "Onvoorstelbaar zo dun als je sponning is", zegt hij. Het glas moet er met stopverf ingezet worden. "Daar moet je je in specialiseren. Het komt bijna niet meer voor." Hij kan het nog, maar hij ziet veel prutswerk. "Alles gaat op de prijs he? Vaak ben je uiteindelijk duurder uit. Want dan gooien ze het gewoon in een kortere cyclus." Of zoals bij dat monument hier in de buurt, waar ze de loodgieter de 44 ramen hebben laten zetten. "Die man heeft alles er gewoon met de vinger ingedrukt. Het ziet er niet uit." Nee, dan kun je toch beter een vakman inschakelen. Hij legt me uit dat buitenmuren -als het goed gebeurt- zo eens in de tien jaar gesaust moeten worden. Voor het verfwerk kun je -als het goed gebeurt- zo'n vijf jaar aanhouden. Maar vaak gebeurt het niet goed. "Dan gebruiken ze om de prijs te drukken gewoon goedkopere verf en dan gooien ze 'm in een cyclus van drie jaar. Ben je uiteindelijk veel duurder uit." Het verven van ons huis zou al snel op €20.000,- komen, vertelt hij mij. "Ik heb laagdikte nodig en je loopt hier achter met de laagdikte." Dus moet hij verschillende lagen gaan zetten. Laat ik nou net denken dat je de oude verflagen er beter af kunt branden? Niet dus blijkbaar. En de eeuwenoude rafelrandjes langs onze oorlogsruitjes, had ik gewoon dik in de kit moeten zetten. "Dan wordt het strak."

Afijn, het blijft aanknoeien dus, wat wij doen. Het is niet anders. Ik kan ermee leven, denk ik, terwijl ik peinzend door het raam kijk. En ja, nu zie ik het verschil ook duidelijk: drie 'strakke' glazen en drie wiebelige glazen.

dinsdag 7 oktober 2008

Oma doet dat anders

"Oma doet dat anders." Ik zit aardappels te schillen. Hoe je schilt, daar denk je eigenlijk nooit over na. Maar onze jongste let op kleine dingen. Dus valt het haar op dat ik heel anders schil dan haar oma. "Oma begint in het midden en dan schilt ze helemaal door tot ze een hele lange sliert heeft. En ze mist helemaal geen stukje." Kritisch onderwerpt ze mijn schilvaardigheid aan een inspectie. "Kijk, jij vergeet hier een klein stukje bijvoorbeeld. Dat doet oma niet." Ik begin rondom en schil dan naar het midden, eerst de ene kant, dan de andere kant. Net andersom dus als mijn schoonmoeder.
Sommige dingen doe je op de automatische piloot, tot je iemand het anders ziet doen. Zo weet ik nog goed, dat ik zag dat mijn schoonmoeder de was direct als ze het van de lijn haalde, vouwde. Mijn moeder gooide het gewoon in een mand en vouwde het daarna op. Dat deed ik dus ook. Ik had er nog nooit over gedacht dat het ook anders kon. Tot ik mijn schoonmoeder het anders zag doen en bedacht dat het misschien toch handig was om het ook zo te doen. Dus nu vouw ik het direct op. Dat heb ik aangeleerd.

Misschien schil ik de aardappels wel net als mijn moeder. Het zit er dik in. Wellicht doe je het automatisch zoals je moeder omdat zij je rolmodel is. Maar misschien zijn het ook de genen. Net als mijn moeder maak ik bijvoorbeeld ook heel veel lawaai als ik de pannen op het vuur zet. Met veel herrie haal ik ze onderuit de kast en plaats ik ze op het vuur. Even stiekem koken is er bij mij niet bij. Ik doe dat onbewust. Ook in andere handelingen ben ik -net als mijn moeder- nogal abrupt. Ik hoor dan ook regelmatig dat ik in mijn handelen veel op mijn moeder lijk. "Jij doet net als oma moeke", vertellen de kinderen me dan.

Andere dingen doe je weer anders. Als voorbeeld neem ik even soepballen. Mijn schoonmoeder draait benijdenswaardig kleine soepballetjes. Mijn moeder draait ballen die in een goulash niet zouden misstaan. Wil je die op het formaat van die van mijn schoonmoeder krijgen, dan moet je ze minstens in acht stukken snijden. Ik draai ze niet zo groot als mijn moeder en niet zo klein als mijn schoonmoeder. Die van mijn moeder zijn gewoon te groot en voor die van mijn schoonmoeder heb ik het geduld niet. Dus heb ik mijn eigen formaat ballen: precies goed.
 
Maar eigenlijk vind ik ook helemaal niks mis met de manier waarop ik aardappels schil. Tot mijn dochter even later opkijkt en terloops nog even zegt: "Oh ja, en oma kan het ook veel sneller". 

maandag 6 oktober 2008

Vallend blad

De eerste bladeren vallen van de bomen. Op het terrein waar ik werk, heerst een koortsachtige drukte. Sommige mensen worden een beetje triest als de bladeren van de bomen vallen. Maar voor anderen is het een toptijd. Ik werk op een bosrijk terrein. Als bij ons de bomen hun bladeren laten vallen, vallen ze ook echt in bossen. De tuinploegen gaan iedere dag de strijd aan tegen het blad: het is een gevecht van man tegen blad. Aan het eind van de werkdag lijkt de tuinploeg de strijd te hebben gewonnen. Tot de volgende dag de bladeren bij de eerste windvlaag naar beneden dwarrelen. Dan kunnen ze weer opnieuw beginnen. Maar ze doen het overduidelijk met plezier.

Vanmorgen in alle vroegte waren ze alweer in de weer. Een man staat in een vrolijke broek te harken. Kalm wordt het nog groene gras in trage halen schoon geharkt. Aan alles is te zien dat de activiteit louterend werkt. Voor anderen werkt dat niet zo. Die werken liever gemotoriseerd en kiezen voor de bladblazer. Het apparaat wordt als een machinegeweer op de bladeren gericht. Die geven zich onmiddellijk over en vliegen dwarrelend op een hoop. En natuurlijk moet al dat blad ook weer worden afgevoerd. Als ik naar huis rij, komt een kleine tuintractor de bocht om. Achter het apparaat is een gazen bak gekoppeld. Daarin worden de bladeren naar de composthoop gebracht. In het kleine tractortje zitten twee volwassen mannen. Ze hangen mee in de bocht, alsof ze op het TT-circuit van Assen rijden. Er is werk aan de winkel! Wat een heerlijke tijd.

zondag 5 oktober 2008

Klusmuts

Woensdag was ik bezig met het witten van het plafond in de keuken. Daaraan voorafgaand is het plafond drie keer gestuct en vervolgens twee keer geschuurd. En dat is een hele onderneming. De keuken is namelijk gewoon in bedrijf. En dus moet alles afgedekt worden. Na het schuren, moest de keuken bovendien helemaal uitgesopt worden. Mijn nageslacht is altijd bereidwillig om mij in deplorabele staat op de foto te zetten. Zo maakte onze oudste diverse foto's terwijl ik aan het schuren was. Ook E. kwam nog even om het op de gevoelige plaat vast te leggen. Later verkneuteren ze zich om de foto's. E. vond dat ik op één van de foto's maniakaal in de lens staarde. Ik vond dat het meeviel. Natuurlijk: mijn gezicht was wit en mijn haar stond stijf van de stof en ik was gefocust. Maar verder viel het mee, vond ik. De kinderen vallen hun vader bij. "Behoorlijk maniakaal", is het oordeel.

Voor het witten had ik even een muts opgezet. Het schijnt dat er mensen zijn die spatloos kunnen rolleren, maar ik ben daar niet een van. Dus had ik al mijn haar onder een rode fleece muts gestopt. De fleece muts kon ook als col dienen, maar ik had het touwtje flink aangetrokken, dus nu was het een strakke klusmuts. Onze oudste is de eerste twee uur vrij en ziet mij dus in actie. Als ze binnenkomt deinst ze enigszins terug. Ze trekt zich even terug in de badkamer en komt dan opnieuw de keuken binnen en zet me op de foto. "Okee, even voor alle duidelijkheid: dit is een eenmalige actie. Dat spreken we direct even af. Ik zie jou niet weer met deze rode muts op." Het is duidelijk weer een geval van vette schaamte. Helaas kan hij nog niet weer weggestopt worden. Ik ben niet tevreden over het plafond. Dus ik ga 'm weer helemaal opnieuw schuren en verven. Met rode muts op.

Helaas kan ik de foto's hier -in verband met vette schaamte van mijn nageslacht- niet plaatsen. 

zaterdag 4 oktober 2008

Wat kun jij goed zingen!

"Waarom zeg je nou niet: Wat kun jij goed zingen. Jij moet meedoen aan Popstars?" Onze oudste zingt een liedje. We hebben gisteravond weer met gekromde tenen naar sommige kandidaten gekeken bij Popstars. Mensen die denken dat ze het in zich hebben, kunnen zich melden bij SBS 6. Ze worden dan beoordeeld door een kritische jury bestaand uit Henk Jan Smits, Patricia Paay en Maurice nog wat. Ik kan de jury niet altijd volgen. Soms vinden ze iemand teveel een imitatie, terwijl een andere imitatie dan weer wel genade vindt in hun ogen. Maar goed, een jury is altijd subjectief. En zij hebben er verstand van, dus ze zullen het wel weten.
Maar al te vaak is er echter helemaal geen deskundige jury nodig om te horen dat het nergens op lijkt. Regelmatig vragen wij ons af: wat bezielt deze man, jongen, vrouw of dit meisje om te denken dat ze kunnen zingen? Loeivals zingend en bewegend als een houten klaas zagen we gisteravond iemand optreden die net daarvoor nog beweerde dat hij alles in zich had om popster te worden. En naderhand begrijpen ze dan ook nog niet waarom ze niet door zijn naar de volgende ronde. Het is vaak tenenkrommend. Ik leef meestal erg mee en trek volgens onze kinderen een gezicht alsof ik pijn lijd. Het stuitende gebrek aan zelfkennis bij sommige kandidaten is dus verbijsterend. Maar zeker nog verbijsterender is het dat er regelmatig mensen zijn die zeggen dat ze gestimuleerd zijn door hun omgeving. Die denken dat ze goed kunnen zingen, omdat niemand ooit heeft gezegd dat het nergens op lijkt. Dat vind ik genadeloos. We hadden het er gisteravond over. Ik vind dat je als ouder dan ook gewoon moet zeggen. "Ik vind je geweldig, en er zijn heel veel dingen die je kunt bereiken, maar je kunt niet zingen. Zoek een andere bestemming." Gelukkig hebben ze geen ambities in die richting, dus dat scheelt. Ik hoef ze die boodschap niet te geven.
De eerste ronde is nu voorbij. De ergste gevallen zijn eruit geselecteerd. Dus de ergste pijn is nu geleden.

vrijdag 3 oktober 2008

Een roos van vlees

Een roos van vlees. Die naam gaf Jan Wolkers ooit aan het vrouwelijk geslachtsdeel, de vagina. Jan was een liefhebber van vrouwen. Dat kun je aflezen aan deze liefdevolle omschrijving van de vagina.
Gisteravond keek ik bij toeval naar een deel van de Britse documentarie The perfect vagina. De perfecte vagina is kaal en laat de binnenste schaamlippen niet zien, zo leer ik al snel. Eigenlijk een vagina zoals jonge meisjes hebben. Lisa Rogers, journaliste en moeder van twee dochters, is geshockeerd als ze leest dat cosmetische chrirugie aan de schaamlippen de snelst groeiende vorm van plastische chirurgie is. Waarom denken vrouwen plotseling dat er iets mis is met hun schaamlippen?, vraagt zij zich af. Ze gaat op bezoek bij plastisch chirurgen die aan de lopende band perfecte vagina's proberen te creéren en houdt de handen vast van meisjes die zo'n operatie ondergaan.

Zo vertelt een meisje dat zo'n operatie ondergaat, dat ze zolang ze zich kan herinneren, wil dat er iets aan gedaan wordt. Haar zusje noemde haar schaamlippen altijd 'lillende lappen'. (Van je familie moet je het maar hebben!) En dat werd ook direct aan vriendjes verteld. Ook spreekt Lisa met een gescheiden vrouw. Zij is onzeker over haar schaamlippen. Haar ex maakte haar altijd uit voor flubberdoos.

Lisa gaat zelf ook met de billen bloot. Ze laat een plastisch chirurg naar haar vagina kijken. "Normaal", is het oordeel. "Hebt u wel eens cosmetische chirurgie toegepast op zo'n vagina?", vraagt Lisa. De plastisch chirurg antwoordt bevestigend. "Wat dan?', vraagt Lisa zich af. Hij licht toe dat hij de plooien rond de clitoriskap bij die vrouw had opgetrokken. Raar? Welnee, helemaal niet raar, aldus de chirurg: "Als je hangende oogleden hebt, laat je daar toch ook in snijden?" Vervolgens laat Lisa zich Braziliaans waxen: er wordt warme was in het kruis gesmeerd en als het is opgedroogd met grof geweld verwijderd.

Als dat gebeurd is, meldt ze zich bij een Britse kunstenaar die een plastiek maakt van allemaal gipsen vagina-afdrukken. En zoals de kunstenaar ook zegt: er zijn er geen twee gelijk.
Ook mannen komen aan het woord. Lisa's eigen man zegt dat het onder mannen volgens hem geen gespreksonderwerp is. Hij heeft nog nooit met vrienden over de vorm van de vagina gesproken. Ook vraagt Lisa de schilders die bij haar aan het werk zijn. Een van de schilders zegt, dat hij 'afknapt op een lelijke doos'. Zo'n vrouw hoeft hij niet. Een vagina moet kaal zijn, aldus de schilder. En hij knapt ook af op van die 'vleesgordijnen'. Met stijgende ergernis hoor ik zijn verhaal aan. Mannen die zo praten houden niet van vrouwen. Wat een verschil met de roos van vlees van Jan Wolkers!

Toch zijn er blijkbaar vrouwen die zich iets aantrekken van dit soort praatjes. Ik zou zeggen: doe dat niet. Voor dit soort mannen zijn er mooie alternatieven op de markt: plastic opblaasvrouwen. Gegarandeerd haarloos en geen uitstekende schaamlippen.
Na de perfecte vagina werd er ook nog een documentaire over de perfecte penis uitgezonden. Maar dat heb ik maar aan me voorbij laten gaan. Dat kon ik er niet meer bij hebben.

donderdag 2 oktober 2008

In de jungle

Gisteren hadden we een avond op school. Ongelukkigerwijs voor zowel onze zoon als onze oudste op ongeveer dezelfde tijd. Dus moesten E. en ik elk naar een ouderavond. Omdat het werkelijk stortregende, besloten we toch maar samen in de auto te gaan. We moesten tenslotte naar één adres. Voor onze zoon begon de avond om 19.00 uur. Ik zou daar de honneurs waarnemen. E. moest zich om 19.30 uur in dezelfde ruimte melden. Dus begon hij al om 19.00 uur en deed een doorzit om 19.30 uur. Zijn programma eindigde om uiterlijk 21.00 uur, stond er op het briefje. Ik was om 20.15 uur klaar. Die tijd dacht ik makkelijk vol te kunnen maken. Nog even napraten met een moeder die ik nog niet kende. Nog even praten met een moeder met wie ik ooit in de oudercommissie van de crèche zat. En tenslotte nog een gesprekje met de mentor van onze zoon.

Toen was het kwart voor negen. In de hal van de nieuwe school hebben ze gigantische hangplekken ingericht. Het zijn prachtige grote houten duobanken. Dus dat leek mij een aangewezen plek om even te wachten. Op dat moment wist ik natuurlijk nog niet dat ik er bijna een uur zou zitten. Direct werd mijn oog getrokken naar de verschillende teksten die op de grote houten bank waren gekalkt. En die gaven een mooi inkijkje in de belevingswereld van sommige scholieren. Zo leerde ik dat ABC staat voor anus, bil, clit. En ook valt er uitgebreid te lezen wie het met wie doet, waarom en hoe. De handel en wandel van Dagmar was er uitgebreid te volgen. Zo viel er te lezen: Ik ben Dagmar en ik neuk for sigaretten. Ik hou van pikken en konthaar. Ik neuk met Norbert. xx Dagmar. En later had ze er ook nog een ps aan toegevoegd. Ich bin Dagmar en ik neuk om foundation the krijge. Alle andere teksten vielen in het niet bij deze expliciete boodschappen. Ik moet toegeven dat ik geshockeerd was. En ik niet alleen. Even later voegt zich een moeder bij me die ook even moet wachten.

Nietsvermoedend neemt ze plaats op de bank. Net als ik leest ze de bovenstaande teksten. "Mijn God", zegt ze. "Waarom halen ze dat er niet af?" Ik had me hetzelfde al afgevraagd. "Ik neem aan dat ze dat al wel eens geprobeerd hebben", zeg ik. "Maar het zal wel dweilen met de kraan open zijn." Als ik het 's avonds aan onze oudste vertel, zegt ze: "Oh, die Dagmar ken ik wel. Ze rookt wel". En direct daarna: "Daar moet je ook niet gaan zitten". Daarmee is voor haar de kous af. Maar ik weet het weer: de middelbare school is een jungle.