woensdag 17 augustus 2011

In de herkansing


Vorige week demonteerde ik mijn verftafeltje. Voordat het mijn verftafeltje werd, had het al een lange historie. Ik had 'm al toen ik nog thuis woonde. En toen was ie al niet nieuw. Door zijn handige formaat (76 bij 104 cm) werd de tafel toen ik uit huis ging gepromoveerd tot eettafel annex bureau. Zodra we meer ruimte kregen, kwam er een grotere tafel. Maar van het tafeltje kon ik geen afstand doen. Omdat ik er niet echt een bestemming voor had, belandde het in de schuur en werd het mijn verftafel.

Pas nu de oudste op kamers gaat*, keek ik vorige week weer met andere ogen naar de tafel. Ook voor haar zou het tafeltje misschien handig kunnen zijn. "Ik heb het altijd een leuke tafel gevonden", zegt mijn dochter. Dat is voor mij aanmoediging genoeg: het tafeltje gaat in de herkansing. Ik ruim alle verfblikken, kwasten, schuurpapier en andere verfspullen op en aanschouw de tafel ontdaan van alle troep. Dat valt niet mee. Ik realiseer me dat ik -als ik er iets van wil maken- rigoreus te werk moet gaan. Het tafelblad valt niet te redden: spint heeft de vier planken die samen het blad vormen te zeer aangetast. Het onderstel is wankel en haveloos, maar de vorm is nog steeds heel mooi. Met veel zorg tik ik de tafel voorzichtig uit elkaar. Het blijkt een perfect bouwpakketje. Alles past perfect in elkaar. Vorige week schuurde en verfde ik de verschillende onderdelen.

Vandaag zet ik mijn bouwpakketje weer in elkaar. Van zolder haal ik nog een oud tafelblad dat dienst kan doen als tafelblad. Dat zet ik er dan dit weekend weer op en dan is het klaar voor hergebruik. Zodra er een kamer is, kan ie erin.


Zoiets...

dinsdag 16 augustus 2011

Sandokan


In de jaren 70 was ik er fan van, maar ik heb er natuurlijk jaren niet meer aan gedacht. Tot Step Vaessen er als zomergast over begon. Ik heb het bewuste fragment niet gezien, maar de naam Sandokan, riep bij mij direct beelden op. Voor iedere aflevering van Sandokan, de exotische avonturenserie, was ik aan de buis gekluisterd. In een enthousiaste bui nam ik vorige week op een druilerige namiddag een fatale beslissing: ik bestelde een DVD van Sandokan. De Free Record Shop wou er zo graag van af, dat ze 'm zonder verzendkosten wilden toesturen. Dat had mij aan het denken moeten zetten…

Dit weekend keken de oudste en ik naar de eerste DVD van de 3 uur durende compilatie. Het was aandoenlijk; ik kan er geen ander woord voor vinden. Het tempo in de avonturenserie is laag. De verhaallijn in de aflevering zou nu in drie kwartier worden samengevat. Dacht ik in de jaren 70 nog dat Sandokan een held was, nu komt hij toch echt een beetje sukkelig over. Hij rent als een blind paard op iedere hinderlaag in. Als er geschoten wordt, duikt hij niet, maar blijft hij gewoon doorrennen. Hij komt er niet op om even dekking te zoeken. Wonder boven wonder komt Sandokan er steeds met een schampschot vanaf. Verliefdheid blijft bij veelbetekenende blikken en de 'Ti amo' van Djamila kwam voor mij -toch erg gespitst op dit soort signalen- volledig uit de lucht vallen. Lichaamssappen zijn er al helemaal niet uitgewisseld – niet voor en niet na deze bekentenis.

Je belandt in een andere wereld en dan bedoel ik niet het exotische eiland waar de verhalen zich afspelen. Het is een ware tijdreis.

maandag 15 augustus 2011

Met spoed gezocht: kamer in Enschede


Onze oudste gaat binnenkort uit huis. Ze gaat gezondheidswetenschappen studeren in Enschede. Dat weet ze al een poosje. Toen we kwamen kennismaken in Enschede, vertelden ze ons dat het heel gemakkelijk is om in Enschede een kamer te vinden. Dat heeft onze dochter misschien op het verkeerde been gezet. Het klonk als een eitje, dus dat zou wel gaan lukken. Hoe dan ook: ze heeft nog steeds geen kamer. Vandaag kreeg ze opnieuw twee afwijzingen binnen. Het zit dus niet mee. Ze knapt er niet van op. Uit huis gaan is sowieso al een grote stap en als je dan ook nog geen plek hebt om te gaan wonen…

Zij en ook wij kennen toevallig niemand die in Enschede woont, terwijl dat ontzettend zou helpen, lezen we bij de tips van Opmijnkamer.nl. De meeste mensen krijgen namelijk een kamer via een bekende – ook al is het een verre bekende, zoals de neef van de nicht van de dokter. Het enige spontane aanbod dat ze kreeg was van iemand die ze toevallig op straat tegenkwam toen ze tevergeefs had gehospiteerd in een leuk studentenhuis. De toevallige voorbijganger die duidelijk ook wel een slok lustte en in kennelijke staat was, heette Wolter. En Wolter had nog wel een kamertje over, daar mocht onze dochter best wonen. "Ik kan altijd nog bij Wolter gaan wonen", zegt ze dan, maar dat vinden wij dan toch niet zo'n goed idee.

Mochten er lezers zijn die een oom, tante, neef of nicht in Enschede hebben wonen die wel iemand kent die een kamer te huur heeft, mail me dan via deze site of reageer op dit artikel! De tijd begint te dringen!

zondag 14 augustus 2011

See you tomorrow Wunderlist!


Mijn vakantie zit erop. Morgen begin ik weer met werken. En dat is goed, ik ben weer zover. Ik heb het nodig om aan het werk te zijn. Toch is het goed om zo af en toe ook niet aan het werk te zijn. Dat drukt me weer met de neus op een aantal feiten. Zo denk ik altijd dat ik niet kan uitslapen. Ook vertel ik altijd met droge ogen dat ik maar zes uur slaap nodig heb. En dat is ook zo. Het grootste deel van het jaar doe ik het er mee. En ieder jaar blijkt dan in de zomervakantie na een week of twee dat ik best uit kan slapen en dat ik goed gedij op meer dan zes uur slaap. Ook blijkt dan dat ik heel goed niks kan doen. En dat is fijn voor vier weken, maar daarna heb ik liever iets meer actie.

Morgen wordt het tempo weer opgeschroefd. Dan komen de lijstjes weer voor de dag. Die heb ik vier weken genegeerd. Loslaten lukt juist zo goed, omdat ik het voor mijn vakantie allemaal heb vastgelegd in mijn lijstje op Wunderlist. Ik hoef dus niet steeds te denken over wat ik vooral na de vakantie niet moet vergeten en waar ik mee moet beginnen. Dat doet Wunderlist voor mij. En dat is heerlijk. Vier weken lang heb ik de lijst niet geraadpleegd, maar Wunderlist heeft al twee keer tot mij 'gesproken'. Vorige week en vandaag ontving ik een mailtje met de boodschap: Your Wunderlist misses you! Ik had bijna teruggemaild See you tomorrow Wunderlist!

zaterdag 13 augustus 2011

How do you know when you're getting old?


Ineens gaat het er overal over: oud zijn of oud worden. Het is alsof je op je vijftigste een magische grens tussen jong en oud overschrijdt. Grappig, daar had ik geen moment bij stilgestaan. Blijkbaar gaat er ergens een seintje dat je 50 wordt en dat zet dan van alles in gang. Vanmorgen kreeg ik bijvoorbeeld post van het tijdschrift Plus, met een aanbod voor een voordelig abonnement. Als vijftiger pas ik blijkbaar perfect in de doelgroep.
Gisteren praatte ik bijna een uur lang met een aardige vrouw die iets ouder is dan ik. En als vanzelf komt het gesprek er dan op. "Voel jij je oud?", zegt zij. Ik voel me niet oud. "Nee toch?", zegt ze. "Dan wordt je haar maar grijs en je wordt wat dikker. Nou en?" We zijn het hartgrondig met elkaar eens. De oudste is getuige van dit gesprek. Af en toe doet ze ook nog een duit in het zakje. Uiteraard praat ze niet mee over ouder worden. Dat is voor haar nog een ver-van-mijn-bed-show. Vandaag stuurt ze me een mailtje. Dat is – ook al wonen we nog in hetzelfde huis- een van haar favoriete manieren van communiceren. "Omdat jullie het gisteren hadden over oud voelen. Nou als je dit overkomt dan is dat het moment dat je je oud voelt: "How do you know when you're getting old? When you feel a sharp pain in your chest, you look down, and you're standin' on your titty."

vrijdag 12 augustus 2011

Een half mens


Een week of twee geleden overleed onverwachts een vriend die mijn ouders hun hele leven al kennen. Ze hadden niet heel veel contact, maar wel een goed contact. Het was een onverwachte dood. Op de begrafenis was er geen ruimte om nog even met elkaar te praten. Dus belde mijn moeder later nog even. En dat was goed. Het gemis is natuurlijk groot. Afschuwelijk, afgrijselijk waren de woorden die zijn vrouw heel eerlijk gebruikte voor het verlies dat ze geleden had. Ze vertelde zich maar een half mens te voelen. En dat is denk ik nog optimistisch uitgedrukt, want ik denk dat je je feitelijk minder dan een half mens voelt: je andere helft is er niet meer en jijzelf bent ook gebutst en gekneusd. Het verhaal raakt me. Je weet het natuurlijk: in een harmonieuze relatie raak je zo op elkaar ingespeeld dat je op den duur yin en yang wordt. De ruwe randjes die er aanvankelijk zijn slijten, zodat je samen een perfecte cirkel vormt. Dat is heerlijk, beter kan niet. Maar het maakt je ook heel kwetsbaar, want zonder die ene helft voel je je incompleet.

Gisteravond las E. de NRC. "Hoe heette zij ook alweer, waar je ook nog wel eens geweest bent na je studie?" Ik weet onmiddellijk wie hij bedoelt. "Moet je eens kijken", zegt hij. Hij toont me een rouwadvertentie van haar man. Jong nog, misschien een jaar ouder dan wij. Met kinderen die misschien niet heel piepjong meer zijn, maar wel veel te jong om hun vader te verliezen. En zij, ook beslist nog veel te jong om zich nu al een half mens te moeten voelen.

Maar eigenlijk heeft het met leeftijd natuurlijk niet zoveel te maken. Het gemis, het gevoel niet compleet te zijn na het overlijden van je partner, is de wrede prijs van de liefde die iedere achterblijver uiteindelijk moet betalen.

donderdag 11 augustus 2011

The joy of cooking


Ik hou niet echt van koken, of eigenlijk: ik hou echt niet van koken. Toch moet het gebeuren. E. en ik wisselen het zo'n beetje af en zo hou ik het dan toch vol. Ik kijk echter wel graag naar kookprogramma's. De jongste kijkt graag naar de Australische versie van Masterchef en dan kijk ik graag mee. Aan de woorden die de koks kiezen merk je dat ze dol zijn op koken en eten. "A splash of olive oil", "the flavours are exploding in my mouth", "it's a beautiful dish".

En ik heb iets ontdekt: koken wordt leuker als je zo praat. Dus vanavond kook ik noedels met kip en cashewnoten. Ik begin en voorzie mijn eigen handelen van commentaar. "Adding a beautiful splash of olive oil", "cutting the chicken", "cooking the chicken – just until the beautiful flavours are coming out." "Adding the bacon for that crispy touch". Of het allemaal goed Engels is, weet ik niet, maar het klinkt en voelt goed. Aan de voorgesneden ingevroren groente maak ik niet veel woorden vuil. Dat zouden de Australische Masterchefs ook niet doen. Het scheutje ketjap asin wordt weer becommentarieerd: "a splash of brown sauce" – ik weet niet wat ketjap asin in het Engels is, maar ik laat natuurlijk geen gelegenheid onbenut om 'splash of' te zeggen. Dat is ronduit heerlijk. "Adding nuts for a nice bite" en dan is het alweer klaar, ik schat dat ik zo'n twintig minuten bezig ben geweest. Een van mijn favoriete gerechten, dat mag duidelijk zijn. Beautiful.

woensdag 10 augustus 2011

Een lekkere staycation


Het is altijd fijn om rondom de vakantie een tijdje thuis te zijn. Vooraf ben ik meestal druk, niet rustig te krijgen, tot we in de auto stappen en vertrekken. Dan weg en dat doet het dan meestal wel: de ontspanning sluipt er dan toch in. Het is de enige periode in het jaar dat het me echt lukt om helemaal niets te doen. Doorgaans ben ik graag bezig en als ik niet bezig ben, dan ben ik aan het plannen om bezig te gaan.

Dit jaar pakte het allemaal iets anders uit dan verwacht. We waren eerder thuis, omdat we letterlijk uit de tent spoelden. Dus in plaats van een week, zijn we nu twee weken thuis. Dat mag je toch bijna een staycation noemen. Dat schijnt zelfs helemaal in te zijn. En dat heeft toch ook wel iets: de vakantie lijkt hier thuis wel schier eindeloos. Dat is het voordeel van niets doen: dan lijken de dagen langer. En het weer werkt ook nog eens mooi mee: alle dagen grijs, dus ook dat lijkt op elkaar. Nog een paar dagen en de dagen zullen weer meer gevuld zijn met activiteit. Maar eerst nog een klein rukje staycation.

maandag 8 augustus 2011

Huwelijksadvies


In het kader van het absolute vakantieniksen in combinatie met het belabberde weer, zag ik vanmiddag een klein stukje van het programma van Dr. Phil. En Dr. Phil zou Dr. Phil niet zijn, als hij niet zou zorgen voor een eye opener. Deze keer ging zijn programma over mensen die bang zijn om te gaan trouwen. Vaak wonen ze al jarenlang samen, maar die laatste stap durven ze niet te nemen. "Wat is het probleem?", zou je zeggen. Het probleem is dat hun partners wel graag willen trouwen. En wie kan dat probleem beter aanpakken dan dr. Phil met zijn modelhuwelijk? Dr. Phil vraagt door tot hij de weigerachtige Kelly heel bedreven in de hoek heeft gedreven. Het huwelijk gaat erom, zegt Phil, dat je elkaars leven iedere dag een beetje beter maakt. "Als dat zo is, dan doe ik het", zegt Kelly. Phil vraagt het aan zijn vrouw Robin, die altijd trouw in de zaal zit. "Doe ik dat?", vraagt hij aan haar. En Robin kan niet anders dan zeggen dat Phil iedere dag een beetje beter maakt en dat ze 's avonds in slaap valt in het warme besef dat Phil van haar houdt, dag na dag na dag na dag na dag. Is dat nou niet mooi?

Dat lijkt me ook een mooie doelstelling voor E. en mij. Of het voor iedere dag opgaat weet ik niet, maar we komen een eind in de richting. Voor de dagen dat dat niet opgaat, zijn er dan weer de dagen dat het stukken beter is omdat hij er is. En nu we dit weten, kunnen we er ook nog eens gericht aan gaan werken, te beginnen bij vandaag. Dus ook al heb ik helemaal geen zin in koken, ik doe het toch. En in plaats van me er met twintig minuten vanaf te maken, investeer ik een uur om het extra lekker te maken. Het resultaat is er dan ook naar: E. verzekert me dat ik met deze maaltijd zijn dag weer een beetje beter heb gemaakt. En op zijn beurt zet hij een puike pot koffie, waarmee hij ook mijn dag weer een beetje beter maakt. We zijn goed bezig in ons huwelijk!

zondag 7 augustus 2011

Van zekere leeftijd


"Kijk, er is ook post voor jou", zegt de jongste. Een enkele envelop ligt in de vensterbank. Het is er eentje van De Zonnebloem, zie ik. Wat moet zo'n envelop van De Zonnebloem nu bij mij? Ik associeer dat onmiddellijk met bejaarden- en invalidenreizen. Het moet niet gekker worden. Op mijn facebookpagina word ik ook al voortdurend bestookt met advertenties over gladtrekkende cremes en schaamlipcorrecties (!). Ik heb zelf geen klachten, zou er werkelijk niet op gekomen zijn, maar als vijftiger pas ik blijkbaar in de doelgroep. En nu dan die Zonnebloem. Zo word je met je neus op de werkelijkheid gedrukt.

Als ik de envelop van de Zonnebloem open, is het geen uitnodiging om vrijwilliger te worden. Het is ook geen uitnodiging om mee te gaan; het is enkel een oproep om geld over te maken voor De Zonnebloem. Dat valt dan nog weer mee.

zaterdag 6 augustus 2011

Babygeluk


Mijn jongste neef is vorige week vader geworden. Hij is een flink stuk jonger dan ik en ik herinner me nog goed dat mijn moeder hem eindeloos De zeehond met de rode neus voorlas. Zo lang lijkt dat nog helemaal niet geleden. Het blijft bijzonder om de foto's te zien waarop hij als stralende jonge vader poseert- vol van babygeluk.

Inmiddels staat mijn oudste op het punt om uit huis te gaan, maar ik herinner me natuurlijk nog als de dag van gister het moment van haar geboorte. Ze was een baby van formaat, zowel in lengte als in omvang. De schattige sokjes die mijn schoonmoeder voor haar breide, hebben haar -net als onze andere kinderen- nooit gepast. Ook de draagzak die ik in een romantische bui had aangeschaft bleef grotendeels ongebruikt. Voor de geboorte had ik daar allerlei fantasieën over. Ik zag mezelf al achteloos wandelen in het winkelcentrum, terwijl de bekenden die ik tegenkwam mijn mooie baby prezen.

Hoe anders was de realiteit. Toen mijn hechtingen zover waren geheeld dat ik met een draagzak kon lopen, was ze zo zwaar dat rondlopen meer leek op rondzeulen. Zwetend als een otter kwam ik uit het winkelcentrum met pijn tussen de schouders en in de onderrug. Nee, ik verkoos al snel de kinderwagen of -niet veel later- de buggy. Nog niet zo'n sportieve stoere buggy, maar een paraplubuggy -wel superpraktisch. En al rap -ze liep ver voor ze een jaar was- was ze er niet meer van gediend om in die buggy te zitten en liep ze zelf.

Voor mijn neef en zijn vrouw komen al dit soort ervaringen nog. Mooi hoor.

vrijdag 5 augustus 2011

Had ik nu maar


"Had ik nu maar beter Duits geleerd." Die gedachte bekruipt me tijdens onze vakantie in Duitsland. Engels spreek ik niet foutloos, maar wel moeiteloos. Ik kan zeggen wat ik wil. Toen ik van de middelbare school kwam, sprak ik ook een aardig woordje Frans. De Franse lerares was mijn favoriet. Zij was streng maar rechtvaardig en ze sprak altijd Frans. Na zes jaar pik je dan altijd wel iets op en ik kon me in het Frans dan ook aardig redden. Inmiddels is mijn Frans een beetje sleets, maar de basiskennis is goed en met een beetje moeite poets ik dat zo weer op. Hoe anders is dat bij het Duits. Het uurtje Duits was voor mij altijd een uurtje uitblazen en keten. De leraar Duits die ik mijn hele schoolloopbaan heb gehad, maakte nooit oogcontact met de klas. Dat zou denk ik te pijnlijk zijn geweest. Niemand had namelijk aandacht voor hem; iedereen was met zijn eigen zaken bezig. Hij draaide zijn lessen inspiratieloos af en ondertussen hadden wij de tijd van ons leven. Hij legde ons geen strobreed in de weg. Voorin de klas ging je zeker niet zitten, want hij ademde werkelijk een niet te harden lijkenlucht uit. Nu ik het opschrijf, ruik ik het weer. Ik had genoeg taalgevoel om altijd een voldoende te scoren, maar ik heb niets blijvends opgestoken. Onze jongste krijgt nu tweetalig onderwijs in het Duits en zij is nu al verder dan ik en dan haar broer en zus. Alleen E. moet ze nog voor zich dulden. Die beheerst de Duitse taal goed.

Nadat ik van school kwam, hoorde ik dat mijn Duitse leraar heel goed was in het repareren van klokken. Het zou een zegen zijn geweest voor ons en voor hem als hij dat vak had gekozen.

zondag 24 juli 2011

Alice en de beren van Torgau


Omdat het weer maar niet wilde vlotten, besloten we een last minute te nemen. Het gevolg is dat we nu hier in Oost-Duitsland in Triestewitz in een heus kasteel zitten. Op dit moment hebben we via een rock-internetcafe in Torgau toegang tot het internet.

Het is hier goed toeven. We hebben zojuist gerodeld op een Sommerrodelbahn die wordt gerund door een Alice Cooper look-alike. "Het is hier wel een beetje vergane glorie niet?", zegt onze zoon. En inderdaad, het is een beetje vergane glorie, maar op de een of andere manier word ik daar -zo voor even- heel blij van. Dat is het ware vakantiegevoel. Eerst een sleetje de heuvel opslepen en dan met een rotgang naar beneden. Zelfs ik heb me nog even op de rodelbahn gewaagd, maar ik hing bij de eerste bocht al in de rem. Voor mij was het een eenmalige actie, maar de rest van de familie heeft zich prima vermaakt. Ondertussen heb ik even met Alice Cooper gesproken. Hij woont al zijn hele leven hier in Torgau en wil graag even op de foto, zodat we thuis kunnen vertellen dat we een echte Alice Cooper look-alike zijn tegengekomen. Speciaal voor de gelegenheid verdwijnt hij nog even in het houten huisje om zijn leren jas aan te te trekken en zijn zwartgeverfde lange haar te fatsoeneren. Hij bekijkt de foto nadien kritisch, hmm, het kan ermee door. Mooi.

Straks gaan we nog even naar het schloss hier in Torgau, want daar is muziek op het plein. Bij het slot worden beren gehouden. Altijd al, vertelde Alice me. Vroeger hadden ze er nog veel meer. Die lieten ze dan vrij en dan gingen ze er op jagen. '"Jetzt nicht mehr selbstverständlich", zegt hij. In de oorlog hebben ze alle beren opgegeten, maar nu zitten er weer twee bruine beren in de drooggevallen slotgracht. Een vervreemdend, maar machtig gezicht.

We zitten hier nog wel even. Leuk.

woensdag 20 juli 2011

Een hele zieke machine


Het telefoontje brengt geen goed nieuws. Ik heb mijn naaimachine een tijdje geleden naar een reparateur gebracht. "Bij reparaties boven à € 50,-, bellen we altijd even", zegt de vriendelijke verkoopster. Ik verwacht dat het gaat om een bedrag dat dat overstijgt en ik wacht dus op een telefoontje. Ik instrueer E. "Als het onder de à €100,- is, dan mag 'ie gerepareerd worden. Als het meer wordt, dan moet ik er eerst over nadenken." Naarmate de dagen verstrijken word ik hoopvoller. Er wordt niet gebeld, dus wellicht is het toch een kleinigheid. En dan komt het telefoontje met het slechte nieuws. Hij brengt het op een manier waarop ik ook nog niet van opknap. "Ik heb hier een hele zieke machine", zegt de man zalvend. Het zal wel beroepsdeformatie zijn dat je een kapotte machine ziek noemt. Het gaat nog net niet zover dat hij de reparatie bestempelt als operatie, maar naarmate zijn uitleg vordert, begrijp ik dat dat het juiste woord ervoor is. De hele naaldstang is namelijk kapot. En dat is met de motor wat een naaimachine tot een naaimachine maakt. En wonder boven wonder: zo'n stang is nog leverbaar. Maar het kost wel: het vervangen van de naaldstang kost à € 300,-. Dat is een hele investering voor een machine van 30 jaar oud, erkent de reparateur. Het bedrag is hoog genoeg om snel te beslissen: dat ga ik niet meer in deze machine investeren. Na de vakantie ga ik op zoek naar een nieuwe machine.

woensdag 13 juli 2011

Professioneel flirten


Onlangs ververste ik mijn foto op yammer. Die plaatste ik ook direct maar even op linked in en facebook. Het is nog niet zo gemakkelijk om een goede foto te vinden die ook heel klein goed gebruikt kan worden en die zich leent voor professioneel gebruik zoals voor yammer en linked in. Ik zoek natuurlijk een foto die mij precies neerzet zoals ik mezelf wil neerzetten: open, ontspannen, vriendelijk, professioneel, liefst een beetje patent en herkenbaar. Die combinatie lijkt logisch, maar zo eenvoudig is dat nog helemaal niet. Veel mensen staan niet ontspannen op de foto, of ze zijn dusdanig ontspannen dat het weer niet professioneel oogt. Het komt ook voor dat iemand een buitengewoon patente foto van zichzelf plaatst die volstrekt niet herkenbaar is, omdat de foto ofwel zeer gedateerd of zeer geflatteerd is. Die combinatie is natuurlijk zeer verleidelijk: in het algemeen knap je namelijk niet op met de jaren. Het valt dus nog helemaal niet mee om een goede foto voor dit soort doeleinden te vinden.

Op het werk hebben we het even over de foto van een collega: het is een mooie foto, maar een opmerkelijke keuze voor professioneel gebruik. Niet dat het geen nette foto is, maar collega kijkt wel erg verleidelijk in de lens. Er worden verwarrende signalen uitgezonden. Dat gebeurt vaker. Zo is de baas wekenlang van slag geweest door een visitekaartje dat hem werd aangeboden. Aan de voorzijde is het een professioneel kaartje met een ronduit klassiek vignet en logo, maar op de achterzijde van het kaartje prijkt een wulpse portretfoto van de dame in kwestie. Het is een studiofoto: haar haar waait alle kanten op en ze kijkt zwoel in de camera. Ooit maakte E. van mij een dergelijke foto toen we op vakantie in Italië waren. Het was toen warm, het bloed was dun, de gemoederen verhit en de boodschap ondubbelzinnig. Ik kan me voorstellen dat de baas in een professionele context niet weet wat hij met een dergelijke boodschap moet aanvangen.

"Misschien is het professioneel flirten", zegt collega. "Dat is helemaal in." Wij kennen het begrip nog niet. Natuurlijk weten wij vrouwen dat je soms meer kunt maken dan je mannelijke collega's, maar daar zitten toch wel duidelijk grenzen aan. Nieuwsgierig geworden zoek ik even naar professioneel flirten. En dan vind ik deze geweldige tekst met tips, die ik niemand wil onthouden:

Professioneel flirten

Hoe creëert u een goede sfeer die leidt tot resultaten bij (verkoop-)gesprekken, onderhandelingen en netwerken? Door professioneel te flirten! Hier volgt een aantal tips om de gunfactor te verhogen door professioneel te flirten.

*       Lichaamstaal
Het allerbelangrijkste bij professioneel flirten is lichaamstaal. Door je lichaam naar je gesprekspartner te richten, laat je merken dat je oprecht geïnteresseerd bent. Richt zowel je voeten als je bovenlichaam als je hoofd naar de ander.

*       Wat je uitzendt, is wat je krijgt
Zorg voor een positieve uitstraling en u zult positieve reactie terugkrijgen. Probeer het eens in het klein en lach vriendelijk naar voorbijgangers op straat.

*       Maak een compliment
Iedereen vindt het fijn om een compliment te ontvangen en de werksfeer wordt er plezierig van. Daarbij geldt dat als je weet dat je iets goed hebt gedaan en dat het gewaardeerd wordt, de kans op herhaling groter is. Dat gaat ook op voor uw gesprekspartner.

*       Voorkom aanraking
Professioneel flirten heeft geen seksuele lading. Zorg er dan ook voor dat u complimenten over iemands uiterlijk voorkomt, net als (te veel) aanraken.


Ik ga het toepassen en in de gaten houden.

maandag 11 juli 2011

Harde neus 2


Deze week mocht onze zoon zijn diploma ophalen. De ceremonie verliep een stuk chaotischer dan bij onze dochter. De groep was groter en luidruchtiger en minder gedisciplineerd. Een persoonlijk woordje kon er niet vanaf. Hij mocht nog wel even gaan staan, omdat hij had meegedaan met een project waarvoor hij samen met twee anderen de eerste prijs had gehaald. Onze zoon vond het teleurstellend dat er zo weinig werk was gemaakt van de uitreiking. En dat kon ik me goed voorstellen, maar die teleurstelling gold hem natuurlijk niet. Ik was evengoed trots: weer een harde neus.

zondag 10 juli 2011

Fijnproeverij


Alweer een flinke tijd geleden werd ik geworven voor een testpanel. Lange tijd beoordeelde ik campagnes en gaf ik aan of ik een nieuw product zou willen kopen. Dit jaar mocht ik ineens twee wasmiddelen testen. Daarmee ben ik duidelijk op een hoger niveau van productbeoordeling aangekomen. En binnen dit niveau ben ik alweer een stapje verder gekomen: op het niveau van de fijnproeverij.

Twee weken geleden kreeg ik namelijk een zeer kruidig ruikende envelop in de brievenbus. In de envelop zaten twee nasimixen die ik -of in dit geval: wij- mochten gaan testen. Liefst binnen een week. Voor sommigen hier in huis is het echt teveel om in een week twee keer nasi te eten. Dus ik pakte het iets anders aan: ik maakte twee pannen met nasi, elk met een andere nasimix, maar verder met precies dezelfde ingrediënten. Ik had tijdens het koken de textuur, de kleur, de geur en het welvermogen van de groentemix al beoordeeld. Mix nummer 1 was bij mij veruit favoriet: de ingrediënten bleven mooi van elkaar gescheiden, het werd geen kleffe mix en de groente welde tot een smeuig groentepapje. Het enige wat voor mix 2 sprak was de kleur van de droge vorm: de groentemix welde niet echt geweldig en in de pan maakte de mix het geheel van ingrediënten tot een gele brij.

Toen de pannen op tafel werden gezet, had ik dan ook een duidelijke voorkeur. De hele familie was het erover eens dat nasi nummer 1 er verreweg het lekkerst uitzag. Dus daar begonnen we mee: een half schepje nasi nummer 1 om ruimte te houden voor nasi nummer 2. En nasi nummer 1 smaakte goed; een beetje zurig vond ik, maar wel lekker. Daarna was nasi nummer 2 aan de beurt. En wat blijkt? Ook al zag het er niet zo smakelijk uit: nasi nummer 2 was lekkerder!

Na de maaltijd vulde ik direct de vragenlijst in. Jammer genoeg was die niet helemaal fijnmazig genoeg om al mijn bevindingen te melden. Ik ben duidelijk aan een nog hoger level toe.

zaterdag 9 juli 2011

Ijskoud


Ik ben niet het vergevingsgezinde type. Nooit geweest en ik verwacht ook niet dat het nog gaat gebeuren. Sommige mensen worden milder als ze kinderen krijgen, maar dat gaat voor mij niet op. Sterker nog, ik heb ontdekt dat ik het ook niet in me heb om vergevingsgezind te zijn ten opzichte van kinderen; mijn eigen kinderen uitgezonderd natuurlijk. Anderen worden vergevingsgezinder als ze ouder worden. Ik schat ook niet in dat dat bij mij zal gebeuren.

Ik ben al helemaal niet vergevingsgezind als het mijn kinderen betreft. Dat ontdekte ik al vroeg. We wonen in een buurt die niet erg kinderrijk is. Toen de oudste werd geboren dacht ik dat ze een leuk speelkameraadje kon hebben aan een meisje dat hier vlakbij woont. Destijds snapte ik nog niet dat een leeftijdsverschil van twee jaar voor kinderen een gapend gat is. Onze oudste was een onbevangen kind dat met open vizier contact maakt. Nu nog vind ik wel eens dat haar vizier te ver open staat. Dat maakt dat je gemakkelijk gekwetst wordt. Dat gebeurde ook met het meisje hier in de buurt. Via de aangrenzende tuin legde ze contact met het meisje. Die wees haar genadeloos af. De afwijzing op zich zou ik haar misschien nog hebben kunnen vergeven, maar de manier waarop ze dat deed echter niet. Inmiddels is het meisje volwassen, maar ik heb me er nooit overheen kunnen zetten.

Kun je dan niet denken: het is nog een kind? In sommige gevallen kan dat, maar als het gaat om het karakter van iemand, dan niet. Ik geloof er namelijk niet in dat je karakter wezenlijk verandert bij het opgroeien; het vormt zich, maar daar blijft het bij. Kinderen die willens en wetens kwetsen, worden meestal geen tolerante invoelende volwassenen. Raken dit soort types, kind of volwassene, mijn kinderen, dan roepen zij mijn eeuwigdurende toorn over zich af.

Kinderen worden gekwetst terwijl ze opgroeien. Dat hele proces heet dan volwassen worden. Naarmate ze groter groeien sta je steeds meer aan de zijlijn, hopend dat ze sterk genoeg zijn om de klappen op te vangen. En natuurlijk ben je er achteraf voor ze. Ze ontdekken dat sommige mensen die ze vertrouwden of in wie ze veel geïnvesteerd hebben, anders zijn dan ze dachten: harder en meedogenlozer of ronduit onbetrouwbaar. En zo verliezen ze langzaam hun onschuld. Dat moet om opgewassen te zijn tegen de wereld en om jezelf te beschermen. Als klein jongetje zei mijn zoon ooit toen hij geconfronteerd werd met de meedogenloosheid van de mens: "Dit had ik liever niet geweten." Het was een verdrietig moment.

Onlangs deed zich weer een situatie van ernstige teleurstelling voor. Ik heb het er met onze oudste over. "Ik heb er geen goed woord voor over. Het valt me smerig tegen." "Ik weet het mam", zegt ze "en dat gaat nooit meer over." Ze heeft gelijk. De persoon in kwestie kan van mij een ijskoude behandeling verwachten, met temperaturen ver beneden nul en een ijzige poolwind die levenslang aanhoudt.

donderdag 7 juli 2011

Briljante variatie


Gisteren vertelde ik al dat ik mezelf regelmatig mag verbeteren. En ook vandaag verbeter ik mijn blog van gisteren met een aanvulling. Deze keer op voorspraak van onze zoon. "Heb je ook geschreven dat ik een briljante versie van Wicky de Viking heb gemaakt?", vraagt hij. Nee, dat had ik discreet verzwegen. "Ik ben er gewoon erg goed in om andere teksten op nummers te maken." Hij somt een aantal briljante songteksten op om zijn pleidooi kracht bij te zetten. "Oh ja en ook nog die van Es schneit." Es schneit was een liedje dat de jongste rond kerst moest leren. Hij verving de tekst door een tekst over de fysieke kenmerken van een zeer gewaardeerde leraar, een grote bron van inspiratie voor hem – ook voor de Wicky-variant.

Meestal weet hij fantastische variaties te maken op liedjes van zijn jongste zusje. Die kan dat niet altijd waarderen, maar ik heb de indruk dat het daar alleen maar leuker van wordt. "Zoals die met Wicky ook, ik wist het gewoon direct. Vanaf de eerste toon." Hij oogt tevreden als hij losbarst: "Hee, hee Zwikkie, hee Zwikkie hee…Zwikkie!"

woensdag 6 juli 2011

Opbouwende kritiek


Ik heb niet te klagen over opbouwende of afbrekende kritiek. Dat biedt me volop gelegenheid om mezelf te verbeteren. En dat doe ik dan ook: dag na dag na dag. Vandaag verbeter ik mijn blog van twee dagen geleden.

Deze keer werd ik geprikkeld door de opbouwende kritiek van de jongste. De kinderen lezen mijn blog namelijk ook wel eens mee. Als ik over de kinderen blog, dan lezen ze het altijd voor publicatie. Alleen als zij het goed vinden publiceer ik zo'n stukje. Maar ze lezen ook op andere momenten wel eens mee. Dat gebeurt meestal achteraf. Zo las de jongste mijn stukje over Meezingen. "Kijk mam, daar had je nou ook even het stukje van Wicky de Viking bij moeten doen." "Denk je?", zeg ik. "Ja, natuurlijk, dat weten de mensen toch niet." Gelukkig heb ik hier iedere dag de kans om dingen bij te stellen. Dus mensen bij deze: de intro van Wicky de Viking.

dinsdag 5 juli 2011

Dipbakje


Het schooljaar loopt op zijn einde. De oudste twee zijn al even vrij, zij hebben examen gedaan. De jongste heeft nu haar laatste onregelmatige lesweken. De proefwerkweek is achter de rug en de weken hangen nu nog aan elkaar van uitstapjes, vrije dagen en feestjes. Het is dus niet overdreven om te stellen dat hier de ontspanning al flink heeft toegeslagen. E. en ik werken nog even door, maar thuis treffen we om de haverklap laptoppende, snackende en hangende jongeren aan. Al dat ontspannen maakt niet automatisch gelukkig, want met een zee van tijd weet je je soms ook geen raad. Maar gelukkig is er dan nog altijd de Lidl vlak naast de deur. Op iedere dip heeft de Lidl namelijk wel een antwoord. Zo meldde de oudste laatst dat ze voor haarzelf, haar broer en haar zusje een 'dipbakje' had gehaald. Ik stam nog uit de tijd van de Calvé dipsausjes, die werden gemaakt door een zakje om te keren in een bakje en aan te lengen met mayonaise. Nu moet ik er niet meer aan denken, maar destijds was dat lekker. Ik heb dan ook niet onmiddellijk op mijn netvlies wat ze bedoelt als ze tegen haar zusje zegt: "Ik heb een dipbakje voor je in de vriezer gelegd". De vriezer is natuurlijk een aardige indicatie: het zal ijs zijn. "Dipbakje?" vraag ik. "Je weet wel, zo'n nep Ben&Jerry-bakje", zegt ze. Ik weet het niet, ik heb ze nog nooit gezien en ook nu heb ik ze niet in onze vriezer aangetroffen: er is ongetwijfeld sprake van geweest van een snelle en heftige collectieve dip.

zaterdag 2 juli 2011

Sentimentele heavy user


Vandaag heeft zich een klein drama afgespeeld. Mijn Husqvarna naaimachine heeft er de brui aan gegeven -terwijl ik nog maar net was begonnen met een nieuwe missie: het leegnaaien van mijn kist met mooie lapjes. Op zich kan ik 'm niks verwijten: hij is al 27 jaar oud. En je kunt mij rustig indelen in de categorie heavy user. Er is namelijk ontzettend veel genaaid op de machine: van gordijnen en rolgordijnen, boekjes, tassen, een kunstleren zitting voor de skelter, zeemeerminnenstaarten en prinsessenjurken, tot jassen, broeken en (gala)jurken. Bovendien ben ik geen zachtzinnige naaister. Ik naai alles wat niet van steen of ijzer is op de machine. En ik kwam er pas na zo'n vijftien jaar na aanschaf achter dat je de snelheid kon aanpassen: tot op dat moment -en eerlijk gezegd ook meestal daarna- naaide ik alles op full speed, zelfs knoopsgaten.

Ooit kocht ik 'm tegelijkertijd met mijn zus, die ook veel naait. Zij heeft dezelfde machine, ze is alleen niet zo'n heavy user. Zij was degene die me leerde dat je niet per se op full speed hoeft te naaien. Tijdens een gezamenlijke naaisessie waarbij we voor onze kinderen en nog een leenkind zeemeerminnenstaarten naaiden, viel het haar op dat ik ongeacht de schuimrubberen vulling met een rotgang door de stof naaide.

Ondanks dat zware gebruik heeft de machine het dus toch 27 jaar lang volgehouden. De laatste jaren stond het apparaat bij de zigzagsteek al als een stoommachine te stampen en ook de steken waren niet meer even regelmatig, maar het werkte nog. Vanmiddag brak er drie keer achter elkaar een naald terwijl ik een rok in elkaar zigzagde. Gelukkig droeg ik een leesbril, want de naalden barstten namelijk op het ijzeren voetplaatje uit elkaar.

Omdat ik er altijd vanuit ga dat ik kleine mankementen best zelf kan verhelpen, heb ik eerst de naaimachine gedemonteerd en goed schoongemaakt. Daarbij viel er een stukje ijzer uit het apparaat. Dat verklaart wellicht de speling die ervoor zorgde dat de naald steeds op het plaatje uit elkaar spatte. Ik ben bang dat dit het einde van het apparaat is, maar voor de zekerheid bel ik mijn moeder nog even. Zij heeft er namelijk verstand van. Ooit was ze coupeuse en ik weet niet beter of mijn moeder verhielp alle problemen aan haar machine zelf. Pas als mijn moeder zegt dat het over is, is het ook over. "Meestal is het geen goed teken dat er stukken uitvallen", zegt mijn moeder met gevoel voor understatement. We spreken af dat zij nog even naar de machine kijkt voordat we 'm afschrijven.

Ondertussen kijk ik op internet naar nieuwe machines, want een heavy user zoals ik kan natuurlijk niet zonder naaimachine. Ik merk dat ik nog niet helemaal klaar ben voor de aanschaf van een nieuwe machine. Onlangs heb ik mijn 40 jaar oude mixer, een erfstuk, ook al weg moeten doen. Dat heb ik nog niet goed verwerkt en nou dan deze machine waar ik werkelijk alles wat ik tot nu toe in mijn volwassen leven heb genaaid op heb genaaid… Het is teveel, ik ben niet alleen een heavy user, maar ook nog eens een sentimentele heavy user.

vrijdag 1 juli 2011

Antishuffle


Met de komst van de CD kwam ook de shuffle: de mogelijkheid om nummers in willekeurige volgorde af te spelen. Ik heb een hartgrondige hekel aan de shuffle. Gisteren zitten we aan tafel. E. heeft zijn Ipod in het deck staan op shuffle. Het ene moment komt Rufus Wainwright voorbij, het andere moment luisteren we naar de Raincoats, dan weer naar de Talking Heads. Allemaal op zich niet verkeerd, maar zo achter elkaar gezet? Niet te verteren!

"Heb je 'm op shuffle staan?", vraag ik. Het antwoord komt niet als een verrassing: "Ja". "Ik vind dat echt niet kunnen", zeg ik. "Waarom niet?", zegt de jongste. "Dat is toch juist leuk? Net als de radio, maar dan met alleen maar nummers die jij leuk vindt." Dat is een manier om het te bekijken, maar zo denk ik er niet over. Ik vind het jammer dat de nummers uit hun verband zijn gerukt. Ik ben hartgrondig antishuffle.

donderdag 30 juni 2011

Harde neuzen


Gisteren kreeg de oudste haar diploma. We gingen er met man en macht op af. Haar verwachtingen waren niet hooggespannen. Het gaat er op haar school namelijk nogal ongeorganiseerd aan toe. Dat is enerzijds de aantrekkingskracht van de school, want je krijgt de gelegenheid om veel zelf in te vullen, maar aan de andere kant is het ook een bron van irritatie.

Samen met de opa´s en oma´s, betraden we de spiegelzaal waar de hele ceremonie zich zou afspelen. De geslaagden betraden de zaal later onder luid applaus. Daarna volgde wel het meest georganiseerde evenement dat ik in de afgelopen zes jaar op school had meegemaakt. Een aangename verrassing!

De oudste werd flink in het zonnetje gezet. Ieder jaar wordt een leerling uit de groep naar voren geroepen die het bloemetje voor de hele groep mag aannemen. Dit jaar was het onze oudste. Ze was gekozen om de voortreffelijke manier waarop ze haar profielwerkstuk had neergezet en voor haar voorbeeldige werkhouding. De trotsbarometer sloeg toen al behoorlijk uit. Bij het uitreiken van de diploma´s werd het woord tot iedere geslaagde gericht. Van onze oudste werd gezegd dat ze een bijzonder kind is. Dat vonden en vinden wij natuurlijk van al onze kinderen, maar het is toch speciaal als dat bij zo'n gelegenheid door een leerkracht tegen je kind wordt gezegd. Als klap op de vuurpijl kreeg ze nog een prijs uitgereikt voor haar speciale inzet op het gymnasium. Meestal wordt er één prijs uitgereikt aan de beste latinist, maar voor haar werd een uitzondering gemaakt. Ze was de op een na beste latinist, maar kreeg dus ook een prijs.

Al met al was het dus een bijzondere bijeenkomst voor onze dochter en ons. "En?", vroeg mijn moeder na de uitreiking: "neus haard veur de kop stoan?" Zo vraag je namelijk op z'n Gronings of je trots bent. En of we trots waren! Sterker nog: neus stait ons nou nog haard veur de kop.

maandag 27 juni 2011

Waakzame burger


Vanmorgen lezen we het in de krant. Zaterdagavond is de Lidl hier drie huizen verderop overvallen. Twee mannen met een steekwapen en een bivakmuts op zijn zaterdagvond rond 19.30 uur de Lidl binnengedrongen. De kassière was net even in de zaak en in haar afwezigheid probeerden de mannen de kassalade open te maken. Het was druk in de Lidl. Toen de mannen de kassa niet openkregen, sloegen ze op de vlucht.

E. leest het als eerste. "Er is zaterdagavond een overval in de Lidl hier geweest", zegt hij. "Hoogezand zeker?", zeg ik. In het aangrenzende Hoogezand is een ware misdaadgolf gaande. Ik kan me namelijk niet voorstellen dat er hier drie deuren verderop een overval plaatsvindt zonder dat wij er iets van merken. Ik zie mezelf namelijk graag als een waakzame burger. "Nee hier", zegt E. Hij schuift me de krant toe en inderdaad: het was hiernaast. We hebben geen mannen met bivakmutsen voorbij zien rennen. Ook geen mannen zonder bivakmuts in trainingspak. Misschien moet ik het beeld van mezelf dan toch bijstellen. Misschien ben ik toch niet zo'n waakzame burger.

In het dorp waar ik opgroeide zou dit niet gebeurd zijn. De buurvrouw die op een centrale plek in het dorp woonde, noteerde eenvoudigweg alle nummerborden van verdacht uitziende auto's. Dat maakte direct korte metten met iedere poging tot misdaad in het dorp. Zover ben ik dus nog niet.


Van de overvallers zelf zijn geen beelden gemaakt, maar wel van het recherchewerk achteraf:

maandag 20 juni 2011

Een vervelend gevoel



's Woensdags ben ik vrij. Zo ook vorige week woensdag. Meestal is het huis E's domein, omdat hij zijn kantoor aan huis heeft. Dan is hij dus altijd degene die de deur opendoet. Deze keer deed ik het nietsvermoedend. Voor de deur staat een jongetje van een jaar of acht. Achter hem staat een vrouw met een wandelwagen. Zijn moeder, veronderstel ik. Het jongetje heeft een blad op zijn arm liggen alsof het een baby is. Een blik erop vertelt me dat het de Wachttoren is. Het zijn dus Jehova's getuigen.

Vol vuur begint het jongetje met zijn verhaal. "Wat vindt u van de armoede in de wereld?" Het is nogal een grote vraag voor zo'n klein jongetje. "Helemaal eerlijk is het niet he?", zeg ik. "Wat wilt u doen aan het oplossen van de armoede?" "We zouden alles een beetje beter kunnen verdelen", zeg ik – zonder het gesprek echt aan te willen gaan. En dan wil hij mij natuurlijk vertellen over zijn oplossing. Ik vind het vervelend om zo'n klein jongetje voor het hoofd te stoten, dus ik formuleer het voorzichtig. "Nou, ik denk dat ik wel ongeveer weet wat je me wilt vertellen. En ik vind het heel dapper van je dat je bij me langskomt om me jouw verhaal te vertellen, maar ik heb er nou eenmaal een andere kijk op, dus voor mij hoeft dat niet. Maar ik wens je veel succes." Hij doet een stap terug. Zijn moeder knikt me vriendelijk toe. Ik heb hem netjes afgehouden.

Ik heb er grote moeite mee dat kinderen op deze manier worden ingezet. Het is onder Jehova's getuigen een bekend fenomeen. Ze zetten die kinderen juist in, omdat je die niet te hard wilt aanpakken. Dat geeft je zelf een onaangenaam gevoel, want wie weet welke schade je aanricht bij zo'n kind. En zo wordt het verhaal je eigenlijk opgedrongen. En ook dat geeft je dan geen goed gevoel. Je bent namelijk opgevoed om mensen netjes te behandelen, maar ook om voor jezelf op te komen. Kortom: tenzij je er echt op zit te wachten, hou je aan zo'n bezoek van Jehova's getuigen eigenlijk altijd een vervelend gevoel over. Met het jongetje heb ik medelijden. Geen kind zou zoiets zelf bedenken. Het was vorige week bovendien pinkstervakantie en dat is toch geen vakantiebesteding voor een achtjarige?

zondag 19 juni 2011

De ziel van het dorp


"Contact is de ziel van het dorp", kopt het regionale dagblad deze week. Het artikel verdedigt de stelling dat niet de voorzieningen, maar het contact de ziel van het dorp is. Dit weekend heb ik weer ervaren hoe waar dat is. In mijn geboortedorp Woltersum was dit weekend namelijk het jaarlijkse dorpsfeest.

Toen ik vijftig jaar geleden geboren werd, waren er in dit kleine dorp verschillende bedrijfjes en winkels: een bakker, twee kruideniers, een fourniturenzaak, een winkel voor verf en huishoudelijke artikelen, een smederij, een schoenmaker, een schildersbedrijf en een timmerbedrijf. De slager en de melkboer ventten langs de deur. Er was zelfs een busbedrijf. De fourniturenzaak, de smederij, een kruidenier en het busbedrijf verdwenen al in mijn jonge jaren. De slager vent al lang niet meer. De winkel voor verf en huishoudelijke artikelen sloot toen de eigenaar veel te vroeg overleed. De schoenmaker ging door met het repareren van schoenen, het vervangen van leertjes aan schaatsen en het klaarmaken van visgerei, tot hij overleed- en hij werd oud. Een aantal jaren geleden stopte de laatste kruidenier. Dat die winkel er nog zo lang was, dat was een meevaller: toen de oude kruidenier overleed nam zijn dochter het namelijk over. Niet zo lang geleden stopte ook de bakker, omdat hij met pensioen ging. Het verlies van al deze voorzieningen was een gemis voor de bedrijvigheid binnen het dorp. Het is echter iets wat niet te stoppen valt. Voor dit soort winkels is er eenvoudigweg geen bestaansgrond meer in zo'n kleine gemeenschap. Dat heeft het dorp natuurlijk veranderd en het is ook zeker een gemis: voor het halen van eerste levensbehoeften moet uitgeweken worden naar grotere plaatsen. Maar de wereld was ook zonder deze verandering groter geworden dan het dorp: de komst van televisie en internet staan daar alleen al garant voor.

Ook als is het verdwijnen van deze bedrijvigheid een gemis, het raakt het dorp niet werkelijk in de kern en dat komt omdat de ziel van het dorp onaangetast blijft. De ziel is namelijk het onderlinge contact. Een dorpsfeest is een middel bij uitstek om dat contact goed te houden. Voor een buitenstaander is zo'n feest misschien een minder interessant gebeuren, maar in het dorpsleven en voor de dorpelingen is het het hoogtepunt van het jaar. En dat is het ook voor mij, die al heel veel jaren niet meer in het dorp woont. Iets anders plannen in dat weekend?

Geen haar op mijn hoofd die daar aan denkt. Ik ben geen uitzondering: voor veel oud-dorpelingen is het dorpsfeest, het kermisweekend, een moment om even weer terug te komen in het dorp.

Zoals altijd speelt een belangrijk deel van het feest zich af rond de zweefmolen. In het door de dorpelingen eigenhandig gebouwde dorpshuis is het uitzicht op de zweefmolen geweldig. Dezelfde zweefmolen staat al zo'n 65 jaar op de kermis in het dorp -en misschien nog wel langer. Vroeger was het overdag een kindermolen, die 's avonds werd omgebouwd tot een zweefmolen voor volwassenen. Nu is het alleen nog een zweefmolen. Al die generaties dorpelingen hebben dus in deze zweefmolen gezweefd. En ook al zweven ze nu dan niet meer, het gevoel dat je hebt als je zweeft komt weer terug door ernaar te kijken. En daarom kijkt iedereen graag, zeker 's avonds als de lichtjes op de molen branden. Voor dit uitzicht moet je in het dorpshuis zijn.

De molen draait vaak door tot middernacht. Naarmate de avond vordert, maar zeker na middernacht, trekken steeds meer mensen naar de kroeg bij de brug, waar het feest vaak tot in de kleine uurtjes doorgaat. Toen mijn zus en ik gisteravond de kroeg binnenkwamen, troffen we daar zanger Klaus aan bovenop het biljart. Zanger Klaus is zeker geen groot zanger, maar weet goed hoe hij stemming maakt met een gewillig publiek. Al gauw veranderde de mensenmassa in één deinende menigte. De vertolking van Bloody Mary -waarvoor de grote buiktrom van stal werd gehaald die altijd in het café staat te wachten om een feestje luister bij te zetten- was misschien wel het hoogtepunt.

Met de handen in de lucht en luid zingend is het mooi contact maken. Zo samen zijn, dat is voeding voor de ziel- niet alleen voor de ziel van het dorp.

vrijdag 17 juni 2011

Postexamenstress voor moeders


Een beetje brak ben ik wel: het is ongetwijfeld een geval van postexamenstress voor moeders. Ik heb een band rond mijn hoofd die niet wordt verdreven met paracetamol. Misschien moet ik een tip uit mijn 1100 raadgevingen voor de huisvrouw halen. Maar het is het waard: de oudste twee hebben allebei een diploma op zak en kunnen verder in de richting van hun interesse.

Twee keer een examen, twee keer een uitslag. Dat is ook werkelijk twee keer zo spannend. In dit geval is één plus één geen twee; maak er maar rustig drie van. Extra spannend wordt het namelijk door de interactie. De een leert tot ze erbij neervalt, dat maakt de ander weer onrustig: doe ik dan niet genoeg? De een vindt het rustgevend en onderdeel van het pre-examenritueel om keihard klassieke muziek te draaien, de ander vindt dat echt om gek van te worden. Juist het feit dat ze heel verschillend zijn, maakt het heel spannend.

Ook de spanning voor de uitslag pakten ze heel verschillend aan: de een uit zijn nervositeit luidkeels, de ander probeert de zenuwen te negeren met het kijken van een videofilm over Jeanne d' Arc. Als ouders probeer je maar een beetje steunend aanwezig te zijn: hier en daar een peptalk, een geruststelling, een schouderklopje. Ze moeten het uiteindelijk zelf doen. Wat het nog spannender maakt: wat als een van beiden het niet haalt?

Vandaag is de rust weergekeerd. Ze zijn allebei geslaagd. Een ideaal moment voor mij om in te kakken dus. Toch maar even kijken bij de raadgevingen voor hoofdpijn. Tip 837 is er eentje voor hoofdzeer. Die valt te bestrijden met het herhaaldelijk inademen van kokende waterdamp, aldus mijn boekje. Dan maar even kijken bij hoofdpijn. Zou mijn hoofdpijn 'nerveuse hoofdpijn' zijn?' Dan ben ik gebaat bij een kop hete zwarte koffie met een uitgeperste citroen erin. Ik laat die citroen maar even achterwege. Of zou het 'drukkende hoofdpijn door geestelijke overbelasting' zijn? Dan is het bewrijven van de aangedane plek met warm gemaakte Franse brandewijn een goede behandeling. Mwoah, ik denk dat ik maar gewoon op tijd naar bed ga.

woensdag 15 juni 2011

Tip 798


Zaterdag ging ik naar de rommelmarkt. "Je moet nog even bij de boeken kijken", zegt mijn moeder. "Daar ligt een heel oud boekje met huishoudelijke tips." Zo lijkt het misschien alsof ik dol ben op het huishouden. Dat is niet het geval, maar ik ben wel dol op huishoudelijke tips. En dit is voor de liefhebber werkelijk een gouden vondst. Het heet 1100 raadgevingen voor de huisvrouw. Ik weet niet hoe oud het is, want het is nergens gedateerd, maar het is oud. De ondertitel is: Wilt u van een dubbeltje een gulden maken, dan moet u deze raadgevingen niet verzaken! Ik voorspel nu alvast dat ik regelmatig een van deze 1100 raadgevingen ga delen op mijn blog.

Sinds zaterdag pas ik tip 798 toe. Deze tip valt in de categorie lichaams-, gezondheids- en schoonheidsverzorging. De tip luidt: In de eerste uren slaapt men, om het eten goed te verteren, steeds op de rechterzijde, dan pas op de linker. Al die jaren ben ik dus helemaal verkeerd bezig geweest: ik deed het namelijk net andersom! Waarom het wordt aanbevolen om eerst op de rechterzijde te gaan liggen, weet ik niet. Wie het wel weet mag het zeggen. Ik neem ondertussen het zekere voor het onzekere en begin de nacht nu op mijn rechterzij.

dinsdag 14 juni 2011

Een met het tasje


Zoals zo vaak heb ik ook de afgelopen vrije dagen – of liever de nachten bij de dagen- heftig gedroomd. Een van de dromen ging over mijn tasje. Er gebeurde van alles, maar dat deed er eigenlijk niet toe. Het draaide allemaal om mijn tasje. Ik zat in een vliegtuig op weg naar Mexico. Het was niet het meest solide vliegtuig, maar dat deerde me totaal niet. Ik was mijn tasje namelijk kwijt: die lag volgens mij in het laadruim. Ik wilde het per se uit het laadruim halen, maar dat mocht niet. De stewardess liet me weten dat dat echt levensgevaarlijk was: ik zou zomaar tussen schuivende kratten bekneld kunnen raken. Ik gaf me niet direct gewonnen, maar legde me er uiteindelijk toch bij neer. Toen bleek ineens dat drie jonge mannen mijn tasje hadden. Ik wist dat niet. Ze hadden er keurig op gepast. Toen ik het tasje eenmaal had, was de droom voorbij.

Ik ben nog nooit naar Mexico gevlogen, maar mijn tasje ben ik regelmatig kwijt. En dat geeft een onrustig gevoel – net als in de droom. En als ik het tasje al vind, dan is er nog geen enkele garantie dat er in zit wat ik er graag in wil vinden. 75% van de tijd ben ik iets kwijt dat in het tasje hoort te zitten. De sleutels van de garage staan onbetwist op nummer 1 in mijn meest gezochte items aller tijden. In het tasje zitten namelijk veelgebruikte items. En daar zit 'm de kneep: zodra ik iets ga gebruiken, laat ik het slingeren.

Eigenlijk zou ik net moeten doen als mijn oma: die liet haar tasje gewoon niet los. Oma had haar tasje altijd op schoot. Ik herinner me haar eigenlijk niet anders. Ze was toen al oud, ziek en niet meer helemaal zichzelf, maar die gewoonte had ze altijd al. Vroeger woonden ze namelijk op een schip. Alle waardevolle dingen waren altijd aan boord. Als het schip gelost was, was er bovendien ook altijd een grote som geld aan boord van het schip. Toen zal oma deze gewoonte ontwikkeld hebben. Mijn vader vertelt wel eens dat ze in de oorlog genoodzaakt waren om het schip te verlaten om zichzelf in veiligheid te brengen. Samen stapten ze in een roeiboot: mijn vader, zijn vader, zijn broer, mijn oma en haar tasje.

Onafscheidelijk van het tasje, misschien is dat wel de oplossing.