donderdag 31 maart 2011

Een kwestie van zeemeeuwenconsultancy


In de media voert de crisis rondom Ajax de boventoon. Het bestuur van Ajax stapt op, gooit de handdoek in de ring. Zij voelen zich door Cruyff en de zijnen geïntimideerd. De oudste kijkt mee naar Editie Nl. Dat kan nog net even voor het eten. Voor haar heeft Cruyff geen mythische vorm aangenomen, zij ziet gewoon een oudere man. "Waar bemoeit die man zich mee? Alleen omdat hij veertig jaar geleden een leuk balletje kon trappen?", zegt ze geïrriteerd. Ze ziet alleen de arrogantie, zonder de achtergrond van het talent en de visie. E. legt uit dat Cruyff toch wel meer kon dan alleen een balletje trappen. "Hij heeft er verstand van." Johan oogt ondertussen onschuldig: hij snapt niet waarom het bestuur is opgestapt. Voor hem is het eenvoudig: als je een plan hebt, dan zeg je of 'ja zo doen we het', of niet. Niet een beetje eraf of een beetje erbij. Het is Johans way of no way. En dat snap ik van Johan dan ook wel weer.

Mijn favoriete Nederlandse hoogleraar René ten Bos, filosoof en organisatiekundige, komt ook nog voorbij. Hij geeft zijn ongeëvenaarde kijk op de zaak. De crisis bij Ajax heeft alles van een koningsdrama, zo betoogt hij. Cruyff is een ikoon. Volgens Ten Bos geldt het volgende adagium: des te sterker het ikoon, des te zwakker zijn volgers. Ten Bos is benieuwd naar het vervolg: gaat Cruyff het heft in handen nemen en Ajax 'redden', of is het een kwestie van zeemeeuwenconsultancy? "Kent u dat?", vraagt Ten Bos. Ik verheug me al terwijl hij de vraag stelt op het antwoord: "U weet wat zeemeeuwen doen hè? Die komen binnen, schreeuwen heel hard, schijten de heleboel onder en vliegen dan weer weg." We zullen het zien.

woensdag 30 maart 2011

Daar trappen wij niet in


Gisteren was het hier heerlijk weer. "Het is gewoon warm", zegt onze zoon als hij uit school komt. En inderdaad, het was lekker weer. 's Morgens lag de rijp nog op de zeilboot, dus vannacht was het zeker niet warm. En daar zit 'm dan ook precies de kneep. Als je 's morgens naar het werk of naar school gaat, is het raadzaam om je warm te kleden. 's Middags daarentegen, drijf je uit diezelfde warme kleren. Om me goed voor te bereiden, raadpleeg ik gisteravond laat weer online nog even. Iedere dag krijgt een cijfer. Het mooie weer met een minimun van 2 en een maximum van 17 graden Celsius van gisteren kreeg een 7. Vandaag komt het niet verder dan een 4, vanwege de regen en een maximum temperatuur van 13 graden Celsius.

Morgen is het 1 april. En wat willen die grapjassen van weer online ons laten geloven? Dat we ook vrijdag op niet meer dan een 4 mogen rekenen met veel kans op regen. Kijk, daar trappen wij natuurlijk niet in.

dinsdag 29 maart 2011

Een nakstreek


Tijdens onze reis naar het zuiden, liet de oudste het woord in de auto voor het eerst vallen. "Ze zitten ons gewoon te nakken", zegt ze. Uit de context leid ik af dat het iets is als besodemieteren. We praten er verder niet over, want ik ben op dat moment natuurlijk druk bezig met anticiperen op wat gaat komen in het verkeer. Vandaag laat ze het blijkbaar tegenover E. vallen. Aan tafel vertelt ze dat haar lerares Latijn over twee dagen een proefwerk wil geven. "Ja, een nakstreek toch?", zegt E. Hij richt het woord tot mij. "Had jij daar ooit van gehoord?". "Dit weekend hoorde ik wel 'nakken' voorbij komen", zeg ik. "Wat betekent het eigenlijk?" "Dat je genaaid wordt", zegt onze zoon. Het is straattaal. Op internet vind ik verschillende betekenissen (slaan, jatten) en ik vind zelfs een clip: Je moet je mattie nooit nakken. Strekking van dat lied: geen enkele vrouw is het waard om je vriend te besodemieteren. Dat denk ik tenminste…

zondag 27 maart 2011

Gelieve niet...


Gisteren en eergisteren waren de oudste en ik op stap. We gingen naar de open dagen in Enschede en Maastricht om te bepalen waar ze haar vervolgstudie gaat doen. Ze vond het van tevoren al een moeilijke keuze en dat is eigenlijk niet veranderd. De presentatie van Enschede was prima, de studenten meer dan gemotiveerd om aankomende studenten over de streep te trekken. In Maastricht sprak het programma haar op papier weer meer aan, maar de presentaties waren minder. En de studenten die we troffen van haar beoogde studierichting leken minder betrokken. Ook weet ze nog niet of het probleemgestuurd onderwijs voor haar nou een pre is of toch niet (veel in groepen werken). Wat wel duidelijk is: Maastricht is natuurlijk een mooie stad. De mensen zijn vriendelijk en het ligt -zoals ze zelf ook graag zeggen- midden in Europa.

Gistermorgen gaan we Maastricht nog even in om de toerist uit te hangen, voordat we naar de open dag gaan. Na enige tijd moet ik plassen. Gelukkig is er overal wel een HEMA met een schoon en fris toilet te vinden. Zo ook in Enschede en Maastricht. In Maastricht tref ik echter een mededeling aan die ik nog op geen enkel HEMA-toilet in Nederland aantrof. Boven de wastafels is het volgende briefje op de spiegel geplakt: GELIEVE HIER NIET UW TANDEN OF UW TANDPROTHESE TE POETSEN! "Weet je dat ook direct", zeg ik tegen de oudste. "Dat hangen ze vast niet op als het een enkele keer gebeurt. Ze stonden hier dus regelmatig hun kunstgebitten te poetsen."

Aan het eind van de zaterdag vertrekken we, maar natuurlijk niet zonder een vlaai mee te nemen. Die opdracht kregen we van thuis mee. En zo eenvoudig blijkt die opdracht nog niet; we hadden natuurlijk naar de Albert Heijn of de HEMA kunnen gaan, maar dat telt natuurlijk niet. We willen een echte Limburgse vlaai. Uiteindelijk schieten we links en rechts mensen aan, zonder succes. Tot ik een serveerster vraag. "Waar kunnen we een echte Limburgse vlaai kopen?" Ze kijkt me aan of Frans Bauer ieder moment om de hoek kan komen. "Bij de bakker natuurlijk", zegt ze. "Ja, maar waar vinden we die dan?" Ook dat weet ze en uiteindelijk vertrekken we met een Romagnola vlaai, de specialiteit van bakker Steevens. En nu maar afwachten of we die in de toekomst nog regelmatig gaan eten.

vrijdag 25 maart 2011

Next level


Het is alweer een tijd geleden dat ik in het winkelcentrum werd gerecruteerd voor productonderzoek. Inmiddels heb ik al verschillende reclame-acties beoordeeld. Deze week bereikte ik de 'next level'. Ik mag nu bezig met het echte werk. Ik kreeg namelijk een pakje thuisbezorgd met twee zakjes met wasmiddel en twee flesjes met schoonmaakmiddel. Bij het pakje een brief met het verzoek deze producten te beoordelen. Ik kreeg daarvoor de dag ervoor een link via de mail. Het verzoek is om binnen een week alle producten te testen. Het wasmiddel moet ik droog ruiken, vervolgens de vochtige was en dan tenslotte de opgedroogde was. Ook moet ik aangeven of ik vind dat het product er aantrekkelijk uitziet. De poeder zit in een doorzichtig zakje. De beoordeling betreft dus puur de poeder op zich.

Na al die testjes ben ik er inmiddels achter gekomen dat ik geschikt ben als proefpersoon. Ik vind namelijk overal wel wat van. Tot mijn eigen stomme verbazing kan ik zelfs zeggen of ik het poeder er aantrekkelijk uit vind zien. Je houdt het toch niet voor mogelijk.

Het eerste zakje wasmiddel heb ik inmiddels getest: droog vond ik het niet lekker ruiken, een beetje chemisch. Tot mijn verrassing rook de natte was direct uit de machine wel lekker en ook opgedroogd ruikt de was lekker. Het poeder ziet er wat mij betreft minder aantrekkelijk uit dan het tweede zakje dat ik nog moet gebruiken; dat bevat lichtblauwe korreltjes, terwijl deze donkerblauw zijn. Het schoonmaakmiddel ruikt te sterk naar eucalyptus. Dat lijkt me meer geschikt voor neusverstoppingen dan voor schoonmaakwerk. Bij het schoonmaakmiddel vind ik de donkere blauwe kleur gek genoeg wel aantrekkelijk. Dit alles meld ik op de vragenlijst. Ik ben heel tevreden over mijn analyse. Volkomen terecht dat ik gepromoveerd ben naar de next level.

donderdag 24 maart 2011

In shock


"Ik ben in shock." De oudste komt terug van haar uurtje kleutergymbegeleiding. "Meester G. is dood. Wisten jullie dat?" We wisten het niet. Eerlijk gezegd ben ik ook geschokt. Verontwaardigd voegt ze eraan toe: "Al drie maanden!" Nu de jongste ook niet meer op de basisschool zit, ontgaan dit soort dingen ons. Hoogstwaarschijnlijk is er geen melding van gemaakt in het regionale dagblad, want dat was ons wel opgevallen. Aan de ene kant wat het niet onverwacht: hij had kanker. Aan de andere kant hoef je natuurlijk ook niet direct dood te gaan aan kanker.

"Ik voel me oud", zegt ze. "Dat zoiets gebeurt." Ik kan het me voorstellen. "Zo gaat het", zeg ik. "Dat gebeurt zomaar. Ik had een collega die zomaar doodging. Dat weet je. Dat vond ik ook onacceptabel, maar het gebeurde wel." E. doet ook nog een duit in het zakje: "Als je mazzel hebt, ga je het nog heel vaak meemaken", zegt hij. Zo is het, maar het zal nooit als mazzel aanvoelen.

woensdag 23 maart 2011

Borsten tegen het licht


Het is zover: ik hoor nu officieel bij de groep oudere vrouwen. Een tijd geleden ontving ik voor het eerst een oproep voor het bevolkingsonderzoek naar borstkanker. Dinsdagmorgen betrad ik de trailer bij het sportcentrum waar het onderzoek wordt gedaan. Blijkbaar gaat zo'n oproep per postcode, want mijn beide buurvrouwen waren ook aanwezig. "Goh", zegt de buurvrouw van even verderop "ben jij ook al zover? Had ik niet gedacht." Tja, ik word binnenkort vijftig, dus is het al zover. We praten nog even met elkaar: dat het zo'n goede zaak is dat ze dit soort bevolkingsonderzoeken doen. Dan ben ik aan de beurt.

Als ik binnenkom is het onmiddellijk duidelijk dat ik een beginneling ben. Ik wil de röntgenlaborante een hand geven. Ze steekt me een beetje aarzelend haar gehandschoende hand toe. "Ik geef eigenlijk nooit een hand, want ik draag handschoenen en ik heb ook last van artrose." Okee, dat weet ik dan voor over twee jaar. Vervolgens worden er vijf foto's gemaakt. Eigenlijk zijn het er vier, maar ze krijgt mijn linkerborst niet helemaal goed in beeld, dus die moet nog een keer. Om een goede foto te kunnen maken moeten de borsten zo plat mogelijk worden gedrukt. "Het is een vervelend gevoel. Het kan zelfs heel pijnlijk zijn", licht de laborante van tevoren toe. En inderdaad: het is niet iets wat je voor je lol zou doen, maar eens in de twee jaar is het wel te verdragen.

Na mij is de buurvrouw direct naast ons aan de beurt. Als ik klaar ben, moet ik nog even blijven zitten. De buurvrouw van verderop zit er nog, samen met een veel oudere vrouw. "Het is een vervelend onderzoek hè?", zegt ze meelevend. "Ja, fijn is anders", zeg ik schouderophalend. "Maar het zal wat, ik heb tenslotte drie kinderen gehad", zeg ik. Alle pijn die daarna komt stelt niet zo gek veel meer voor. "Ik zes", zegt de oudere vrouw. Tja, dan bekreun je je nergens meer over, stel ik me zo voor. Het is op dat moment dat ik me realiseer: hier komen alleen oudere vrouwen. Heel bijzonder.

Massa's vrouwen krijgen jaarlijks zo'n borstonderzoek. En eigenlijk hoor je er nooit iemand over. Ik heb het er ook nog met de collega's over. Hoe zou dat zijn als de gevoelige delen van mannen op deze manier zouden worden platgedrukt? "Ik denk niet dat er veel animo voor zo'n bevolkingsonderzoek zou zijn", zegt boezemvriendin. Ik denk dat ze gelijk heeft.

maandag 21 maart 2011

In de jurk


Vandaag droeg ik mijn nieuwe jurk. Ik kocht 'm vrijdagmiddag in de stad. Samen met boezemvriendin bezocht ik er een symposium en op de weg terug naar de auto deden we nog een aantal winkels aan. Meestal zijn jurken voor mij te kort: aangezien ik 10 centimeter langer ben dan de gemiddelde Nederlandse vrouw mis ik meestal 5 centimeter lengte bij het lijfje en 5 centimeter bij de rok. Het resultaat ziet er meestal meer of minder uitgegroeid uit. Wil ik dan ook een jurk gaan passen, dan moet ik echt goede zin hebben. Maar dat had ik vrijdag.

Ik trek twee zwarte jurken uit het rek. De eerste jurk die ik pas heeft een ingenieus overslagsysteem. Zowel het lijfje als de rok hebben een overslag. In het hokje probeer ik mezelf in de jurk te hijsen. Dat lukt, alleen is het vast en zeker niet bedoeld zoals het eruit ziet. Ik heb weliswaar beide armen in een mouw, maar mijn middenrif is bloot en ik heb alleen van voren een rok. Ik zit er dus niet echt in. Ik schiet in de lach en ook boezemvriendin schiet in de lach als ze het resultaat ziet. De vriendelijke verkoopster vraagt: "Lukt het?" Boezemvriendin legt uit dat ik niet helemaal in de jurk zit zoals het zou moeten. Inmiddels ben ik er alweer uit. Ik probeer de jurk om te keren, maar op de een of andere manier raakt het steeds meer in de knoop. De schaamte voorbij geef ik de in elkaar gefrommelde jurk aan de verkoopster. Het is haar aan te zien dat dit voor haar geen alledaagse ervaring is: zoveel knulligheid bij het aanpassen van een jurk tref je natuurlijk ook niet vaak. Even later geeft ze 'm aan. "De armen hierin, dit over je hoofd en dan kan het eigenlijk niet misgaan", zegt ze. En inderdaad, zo moeilijk was het eigenlijk niet. Het model is lang genoeg en het staat goed. Het had alleen iets groter gemogen: iedere vetrol wordt uitvergroot weergegeven. En eerlijk is eerlijk: daar ben je uiteindelijk niet op uit. Behalve de oudere verkoopster is er ook een jong meisje in de winkel. Ze kijkt mee terwijl ik voor de spiegel sta. "Hij is te klein", zeg ik tegen boezemvriendin. "Jammer". "Als je er een corrigerend hemdje onder doet, kan het best", zegt het meisje. Ik trek een gezicht - lijkt me veel te benauwd. "Ik draag ze zelf ook altijd", zegt ze. Boezemvriendin en ik wisselen een blik van verstandhouding: "Waarom in godsnaam?" zegt die blik. Ik ben niet van plan om een jurk te kopen waar ik per se een corrigerend hemdje onder moet dragen. Dus dat gaat niet door.

Dan de tweede jurk – en die past als een handschoen. Ook hier is weliswaar zichtbaar dat ik niet vetrolloos ben, maar dat is dan ook de realiteit. Hier kan ik mee leven. Ik twijfel nog even over de halslijn, maar boezemvriendin verzekert me dat die okee is. Dus ik neem 'm! Als ik afreken, zeg ik tegen de verkoopster: "Maar goed ook eigenlijk, bij die andere had ik toch een kleedster nodig." Tevreden over de aankoop gaan we huiswaarts. En ik ben nog steeds erg tevreden. Misschien toch vaker gaan shoppen.

zondag 20 maart 2011

Een motor of een putje?


Je hebt putjes en motortjes. Dat heb ik vrijdag geleerd. Op een symposium over sociale netwerken leerde ik een heleboel bij. Life hacking -slimmer leven- goeroe Martijn Aslander gaf zijn kijk op de wereld. Hij verdeelt mensen onder in drie typen: naast de motortjes en de putjes zijn er ook nog de weet-ik-niet-en. Die laatste categorie gebruikt hij als het nog onbeslist is of iemand een motor of een put is. Martijn werkt alleen samen met motortjes, hij gaat putjes uit de weg. Die zuigen alleen maar energie weg. Motortjes zijn mensen die er zin in hebben, die flexibel zijn en die buiten de gebaande paden kunnen denken. Met al die motortjes rondom hem vormt hij een netwerk. En met zo'n netwerk kun je verbazingwekkende dingen voor elkaar krijgen. Zo ontwikkelde hij met een handige buurman om de hoek een houten ipod dock. Voor € 4 zijn ze te koop, maar voor een handige doe-het-zelver zette hij de tekening ook op instructables.com. Martijn gelooft er namelijk niet in om dingen voor zichzelf te houden.

De organisatie van nu -met hiërarchie en harkjes- loopt op zijn einde. Daarvan is hij overtuigd. De sturende controlerende manager heeft zijn langste tijd gehad. Martijn gelooft in de kracht van sociale netwerken. Die netwerken maken dat 'binnen' en 'buiten' voor een organisatie vervallen. De krapte op de arbeidsmarkt zal ook veel in beweging zetten. Mensen gaan eisen stellen. Met name de technologie binnen bedrijven kan de ontwikkelingen in de maatschappij niet bijbenen. Nu is het al zo dat de meeste mensen thuis veel meer mogelijkheden hebben op hun computer dan binnen hun bedrijf: praktisch alles kun je gratis downloaden, maar binnen de meeste bedrijven wordt dat niet toegestaan. De aanstormende generatie zal dat niet accepteren.

Het was een inspirerend verhaal, waar ik samen met boezemvriendin naar luisterde. Wij werden er heel vrolijk van. Kom maar op met die toekomst! Het lijkt me fascinerend.

zaterdag 19 maart 2011

Ramptoeristen


Vanmiddag worden we in de namiddag opgeschrikt door brandweerauto's met gillende sirenes. Ze rijden in hoog tempo voorbij. Nog eentje en dan nog eentje, dan een politieauto. Niet veel later worden er links en rechts auto´s geparkeerd. De inzittenden lopen niet richting het winkelcentrum, zoals gebruikelijk, maar precies de andere kant op. Het zijn ramptoeristen. Zo´n zes huizen verderop is er brand. De weg wordt geblokkeerd door brandweerauto´s. Een verkeersregelaar leidt het verkeer rond. Opgewonden mensen praten over en weer. Fietsers rijden gewoon op de autorijbaan. De opwinding is een beetje te vergelijken met de sfeer die hier tijdens koninginnedag hangt. Ook dan treffen mensen elkaar, blijven ze rondhangen, maken ze een praatje en fietst iedereen waar het niet hoort. Het lijkt dus wel een feestje. En dat is het niet. Twee keer maakte ik een uitslaande brand mee bij huizen waar ik tegenover woonde. Eerst toen ik nog thuis woonde en later in het huis waar we nu wonen. Gelukkig vielen er bij beide branden geen gewonden, maar het was voor alle betrokkenen wel zeer ingrijpend. Ik doe er dus niet aan mee. Ik ga niet kijken bij zo´n brand.

Vanavond is het verkeer nog steeds ontregeld als onze dochters en ik naar de bioscoop rijden. Daar treffen we mijn moeder en mijn zus en haar dochter. Het is ongebruikelijk druk bij de bioscoop, allemaal kijkers voor Gooische Vrouwen. Wij gaan naar de King's Speech, een prachtige film.

Thuis zien we verderop nog steeds een brandweerwagen staan. We treffen de mannen in alle rust aan: de televisie staat niet aan, het is spaarzaam verlicht. "Zolang jullie naar de bioscoop zijn geweest, hadden we geen stroom", zegt onze zoon. De televisie geeft alleen maar een blauw beeld. In de huiskamer is er nu weer stroom, maar het achterhuis met de badkamer moet het er nog steeds zonder stellen. Het zal de nasleep van de brand zijn.

De King's speech is overigens een aanrader!

donderdag 17 maart 2011

Van hogere leeftijd


Onze oudste gaat na dit schooljaar hoogstwaarschijnlijk uit huis. Dat houdt de gemoederen hier in huis behoorlijk bezig. Het is regelmatig onderwerp van gesprek. "Gelukkig voor jullie zijn wij dan nog wel thuis", aldus de jongste. Ze doelt op zichzelf en haar broer. "Anders zaten jullie hier in een leeg huis." Als het zover is, zal dat inderdaad even wennen zijn. Net zoals we er aan zullen moeten wennen dat de oudste de deur uitgaat. De dynamiek in huis zal er zeker door veranderen. "Zo hoort het natuurlijk wel te gaan. We hebben jullie niet gekregen om te houden.", zeg ik. "Ik vind het wel zielig voor jullie", zegt ze. "Nou, dat hoeft niet hoor. Zo zijn we namelijk ook begonnen en dat beviel ons best he?" De laatste zin richt ik tot E., die dat volmondig bevestigt. De jongste is nog niet overtuigd. "Ja, dat is zo, maar het is nu toch anders", zegt ze. Ze pauzeert even en voegt er dan aan toe: "Jullie zijn nu natuurlijk van hogere leeftijd." Ik denk niet dat dat de pret voor E. en mij hoeft te drukken, maar zij denkt er duidelijk anders over. "Kijk je snapt natuurlijk wel dat ik zeg van hogere leeftijd omdat ik jullie niet wil beledigen door te zeggen dat jullie oud zijn." Wat toch een zegen, zo'n fijngevoelig kind.

dinsdag 15 maart 2011

Op wrede wijze


Op basis van de titel van dit stuk zou je misschien verwachten dat ik het ga hebben over de wreedheden in Libië. Maar nee, daar ga ik het niet over hebben. Ik ga het hebben over het overhoren van de jongste.

Morgen heeft ze een geschiedenistoets. Sommige vakken gaan bij haar vanzelf, maar geschiedenis hoort daar niet bij. Hoogstwaarschijnlijk vindt ze het daarvoor niet interessant genoeg. Dus overhoor ik haar. Niet een keer, niet twee keer, maar vaak. Vandaag is ze vrij laat vrij en ze gaat naar badminton. Als ze naar het rooster van de dag kijkt, blijkt er een uur uit te vallen. "Neem je geschiedenisboek dan ook nog even mee", zeg ik. "Dan kun je het allemaal nog even nakijken." Dat doet ze.

Als ze vanmiddag thuiskomt, vraag ik haar of ze nog iets gedaan heeft aan haar geschiedenis. Ze bevestigt het: haar leraar heeft haar zelfs overhoord! Tijdens het tussenuur spotte de leraar haar in de kantine met haar geschiedenisboek. "Moet ik je nog bij iets helpen?", had hij gevraagd. "U mag mij wel even overhoren", was haar reactie. "Nou je kent het best al goed, zei hij", vertelt ze. "Ik zei: "Ja, dat komt omdat mijn moeder mij overhoort op wrede wijze"."Dat heb je niet echt gezegd", zeg ik. Ze slaat zichzelf op de knieën. "Ja, dat heb ik wel gezegd." Ze vindt het een enorme grap. En ook de leerkracht moest er om lachen. Ik ook, maar ik heb haar toch nog maar eens extra wreed overhoord.

zondag 13 maart 2011

Alweer prijs!


Ik heb tot nu toe een t-shirt online gekocht. Ik bestelde al vaker iets, maar als ik dat dan thuis bezorgd kreeg, stond het mij toch niet zo goed als de fotomodellen die het showden. En ook dat ene shirt is nog steeds een twijfelgeval. Ik ben er nog niet uit of het wel iets voor mij is. Afijn, door die ene bestelling, krijg ik nu minstens een keer per week een digitale nieuwsbrief. Ook ontving ik al twee keer een catalogus. Op zich vind ik dat prima; ik kan niet genoeg reclame op de mat krijgen.

Ook dit weekend kreeg ik weer een catalogus. Bij het in plastic verpakte exemplaar zitten ook nog drie losse papiertjes. Die negeer ik eerst, maar in de loop van vandaag, lees ik ook die even. En wat zie ik? Als vaste klant ben ik een van de kanshebbers voor een gratis musicalarrangement voor twee personen. Vaste klant is wel een beetje overdreven voor iemand die er één keer nog geen € 30,- besteedde. "Die andere persoon ben ik dan", zegt de oudste. "Nee, ik", zegt de jongste. Deze week gingen we met mijn moeder, mijn zussen en mijn nichtje als verjaardagscadeau voor mijn moeder naar de musical Petticoat en die viel zeer in de smaak. Dus die ervaring is voor herhaling vatbaar. Er zijn tien nummers getrokken en jawel hoor, ik ben een van de gelukkigen! "Het lijkt me stug dat dit zo klopt. Er staat nog een hele passage met kleine lettertjes onder, maar dat kan ik zo niet lezen." Ik heb mijn leesbril zo niet bij de hand. "Ik zal eerst wel een flinke bestelling moeten plaatsen. En dat ga ik dus niet doen", zeg ik. "Geef mij maar eens", zegt de oudste. Ze leest het en komt tot de conclusie dat dat musicalarrangement al binnen is. "Je moet alleen de bestellijst terugsturen, maar je hoeft niets te bestellen.", zegt ze. "Dat doe je maar gewoon. Ik vind dat je er 44 cent aan moet wagen." Ik blijf het bedenkelijk vinden. "Ik kan die 44 cent net zo goed in het Winschoterdiep gooien" Het is mijn favoriete manier om aan te geven dat iets weggegooid geld is. "Dan heb ik er meer lol van."

Vanavond kijk ik het nog eens door. In de kleine lettertjes staat inderdaad dat je je als winnaar bekend moet maken (ze hebben het op naam toegestuurd, dus dat weten ze toch allang?) Maar -kijk daar heb je het al- in september is de prijstrekking pas. Hoezo prijstrekking, die was toch al geweest? Blijkbaar is het musicalarrangement nog niet echt binnen. Echt verrast ben ik niet, want wie is inmiddels niet immuun voor al die prijzen (vooral auto's) die je voortdurend als zoveelste bezoeker op internet wint? Als je dat gelooft is het iedere dag prijs. Kijk dan snap ik het systeem bij de super beter: eerst duizenden guldens uitgeven en dan pas eens in aanmerking te komen voor een gratis hengelsportsetje, een chocoladefontein of iets anders avontuurlijks. Dat klinkt realistischer.

vrijdag 11 maart 2011

Is zwart het nieuwe rood?


Gewapend met mijn boodschappenlijst haal ik vanmiddag de boodschappen voor de week. Ter plekke beslis ik nog welke aanbiedingen ik meeneem. Zo is vandaag de broccoli in de aanbieding. Deze week staat er dus kip met broccoli op het menu. Jammer genoeg heb ik de kerriesaus en de rozijnen die ook in dit gerecht horen, vergeten. Ik wist namelijk niet dat de broccoli in de aanbieding was en dus staan de rozijnen en de kerriesaus niet op mijn lijstje. En precies voor het schap met de kerriesaus word ik afgeleid.

Vanuit mijn ooghoek zie ik namelijk een bekend gezicht. Ik kijk nog eens en denk: "Waar ken ik haar toch van?" Ik voel een lichte ergernis opkomen: wie is zij nou? Ik probeer nog eens onopvallend te kijken. Of dat gelukt is, weet ik niet. Ze groet mij in ieder geval. Ik groet haar terug en dan weet ik het ineens: het is de moeder van een meisje dat bij onze zoon in de klas zat. Ze was destijds blond -ik dacht van nature, maar daar twijfel ik bij nader inzien toch ook aan- en nu is haar haar gitzwart. Dat is toch even een heel ander gezicht. Het is al de tweede vrouw die ik deze week tegenkom met gitzwart geverfd haar. Zou zwart het nieuwe rood zijn, vraag ik me af. Een expert kun je mij niet noemen op dit gebied. Ik heb mijn haar namelijk nog nooit geverfd. Niet uit principe, maar omdat ik gewoon heel tevreden ben met mijn eigen haarkleur. Ooit probeerde ik een shampoo in een mooie kleur, maar dat viel totaal niet op. Of de kleur pakte niet, of die mooie kleur was precies de kleur van mijn haar. Misschien gaat het er ooit nog van komen als het grijs de overhand krijgt, tenzij ik natuurlijk mooi grijs word. Zwart wordt het in ieder geval niet en rood ook niet.

Dit alles overdenk ik terwijl ik met de al redelijk gevulde boodschappenkar de bocht neem. De kerriesaus is vergeten. Pas als ik onderweg naar huis ben schiet het me te binnen.

dinsdag 8 maart 2011

Pokkelsmeer


Zomaar ineens is het 's morgens licht als ik naar het werk ga. Heerlijk vind ik dat. Het voorjaar komt er weer aan en dat is denk ik toch wel mijn favoriete seizoen. Nog niet te warm, maar wel lekker. Tijd ook om weer in de weer te zijn met doucheolie en bodylotion zodat de huid klaar is voor de zomer. Vorige week las ik in een blad het aanbevolen Groningse woord voor het relatief nieuwe woord bodylotion: pokkelsmeer. Het woord is niet erg goed ingeburgerd, in tegenstelling tot bijvoorbeeld het Groningse woord voor CD: spaigelploatje.

Echt vreemd vind ik het niet dat dit woord geen doorslaand succes is. Bodylotion klinkt als iets waarmee je jezelf verwent. Pokkelsmeer daarentegen klinkt als afscheiding van het lichaam waar je niet op zit te wachten. Ik associeer het direct met oorsmeer – al met al toch meer een noodzakelijk kwaad dan iets om van te genieten.

zondag 6 maart 2011

Ik mis je nu al


Gisteravond boekte ik voor de oudste en mij een hotel nabij Maastricht. Over drie weken gaan we daar een nachtje overnachten. Ze gaat namelijk dit jaar van de middelbare school af en wil gaan studeren. Na lang wikken en wegen is ze eruit: het wordt zo goed als zeker gezondheidswetenschappen. Dat kun je niet in het dichtbijgelegen Groningen doen. De universiteit van haar voorkeur ligt in Maastricht en over drie weken houden ze daar een open dag. Om toch ook nog even verder te kijken, gaan we de dag ervoor naar Enschede. Maastricht ligt ongeveer ter hoogte van Brussel, dus dat is voor ons vrij ver weg, maar ook Enschede is niet naast de deur. Ze gaat dan ook uit huis. En dat zal wennen zijn, voor ons allemaal. Haar broer -die zelf wel dichtbij blijft- roept voortdurend: "Ik mis je nu al!"

De jongste inspireerde hem tot deze tekst. Die had toen ze jonger was een compleet repertoire aan dramatische teksten en dat vonden wij zo leuk, dat we ze nog steeds te pas en te onpas gebruiken. "Ik mis je nu al", zei ze bijvoorbeeld nog voor je wegging. Er was dan geen sprake van een op handen zijnde langdurige scheiding, eerder van een doorsnee dagje naar het werk of naar school, of zelfs een uitstapje naar het winkelcentrum. Duurde de scheiding iets langer, dan was deze tekst onvoldoende dramatisch. Dat merkte ik toen ik ooit een nacht van huis ging. Toen ik meldde dat ik goed was aangekomen, wist zij te melden: "Het hele huis is hier vol met tranen."

Zover is het hier nu nog niet, maar missen gaan we haar zeker.

zaterdag 5 maart 2011

Niet zonder bank


Het wonen is enorm veranderd sinds de generatie van mijn opa en oma. Dat wat in je huis en de belangrijkste ruimten staat, zegt veel over hoe je er leeft. Mijn ouders wonen in het huis waar vroeger mijn opa woonde, maar hoe ze in het huis leven is niet te vergelijken met hoe mijn opa dat deed.

Toen mijn opa er nog woonde had het huis uit de jaren dertig suitedeuren die de romp van het huis verdeelden in een voor- en achterkamer. In de voorkamer werd niet geleefd. De laatste jaren van zijn leven sliep opa in de voorkamer. Het leven speelde zich volledig af in de achterkamer. Maar liefst drie deuren kwamen uit in de achterkamer. Er stond een tafel met rechte stoelen die waren bekleed met donkerrode stof met een smalle zwarte streep. Er was één stoel met leuningen waar opa vaak op zat. Als er visite was, zat die ook voornamelijk in de achterkamer. De stoelen werden tegen de muur aangeschoven om de ruimte optimaal te benutten.

Zo'n huiskamer zou tegenwoordig ondenkbaar zijn. Mijn ouders haalde de suitedeuren uit de voor- en achterkamer en hebben er één ruimte van gemaakt. Het is naar de begrippen van deze tijd een ruime, maar niet overdreven grote kamer geworden. In de achterkamer staat de eethoek. Voor in de kamer staan de crapauds die mijn opa ook al had, maar nu met een ander stofje. En er staat natuurlijk een bank, een meubelstuk dat mijn opa helemaal niet had. Destijds werd er namelijk niet rondgehangen in de huiskamer. Als je wilde liggen of hangerig werd, ging je gewoon naar bed.

Soms zie ik in woonbladen nog wel eens ruimtes zonder bank. Voor mij is een huiskamer zonder bank echt ondenkbaar. Wij hebben er dan ook twee met een chaise longue. In onze huiskamer moet namelijk gerelaxed kunnen worden. We stellen het moment van naar bed gaan uit -rekken de dag zo lang mogelijk- en hangen graag onderuitgezakt op de bank. Heerlijk. Wat moet je in een ruimte waar je niet lekker onderuit kunt zakken? Ik zou er niet tegen kunnen. Voor mij geen huiskamer zonder bank.

donderdag 3 maart 2011

Een trut


Al enige tijd rijdt hier iedere vrijdag een SRV-kar met een oranje zwaailicht voorbij. Het heeft even geduurd voor ik in de gaten had dat de SRV-kar geen levensmiddelen verkocht. Het is namelijk een patatwagen. Daar zijn we achter gekomen, omdat hij aan de overkant van de weg steeds even blijft staan. Blijkbaar zijn daar vaste afnemers. Wie weten we niet, want de kar komt altijd als het donker is. Vanavond zien we de oranje zwaailichten weer voorbij komen. En weer stopt de wagen. "Hij zal hier wel een aantal vaste klantjes hebben, anders zou hij niet stoppen", zeg ik. "Geen klantjes, klanten", zegt onze zoon. Terecht natuurlijk, ik leerde jaren geleden al dat je spaarzaam moet zijn met verkleinwoorden. "Wat zei die professor van jou ook nog maar?", vraagt E. Een professor was hij niet, maar hij wist er genoeg van om recht van spreken te hebben. Ron van Zonneveld, algemeen taalwetenschapper, zei altijd: "Als je teveel verkleinwoorden gebruikt, ben je een trut."

woensdag 2 maart 2011

Betonwacht


Onze zoon en ik zijn bijna de hele dag samen op stap. Vanmiddag rijden we terug naar huis. Er wordt veel aan de weg gewerkt en dus ook op de route die wij afleggen. Er wordt namelijk een fietspad aangelegd. Dat pad bestaat deels uit beton en deels uit klinkerbestrating. Het is een smetteloos eindeloos lint dat parallel aan de weg door het vlakke land snijdt. Sinds kort weet ik dat zo'n lint niet zomaar smetteloos is en blijft. Om dat gladde betonoppervlak zo glad te houden, worden er namelijk betonwachten ingezet. Die zorgen ervoor dat er geen namen in het beton worden gezet. Dat gebeurt namelijk. Er zijn mensen die het heel leuk vinden om welbewust hun naam in het nog zachte beton te zetten. Maar ook overstekende hazen, of -zoals bij ons in de schuur- katten kunnen hun afdruk achter laten. Betonwachten houden de wacht bij het nog zachte kwetsbare beton. Mooi toch?

dinsdag 1 maart 2011

Heel bijzonder


Vandaag vierde mijn zusje een jubileum. Ze is vijfentwintig jaar juf op de school in ons geboortedorp. Zolang ik me kan herinneren, wilde mijn zusje al juf worden. Daarvoor ging ze naar school, dat was haar doel. En eerlijk is eerlijk: ze heeft er een ingebakken talent voor. Dat was al duidelijk ver voordat ze juf werd. Ze heeft namelijk jarenlang op mij, mijn zusje en onze ouders geoefend. Dat ik twee jaar ouder was dan zij, maakte niks uit. Zij was altijd al van de pedagogiek en het organiseren. Twee eigenschappen die haar in haar huidige functie goed van pas komen.

Er zijn verschillende foto's van ons van toen we heel klein waren, waarbij ik op de driewieler fiets en zij me van achteren beetpakt. Een onoplettende kijker zou nog kunnen denken dat ik -omdat ik fietste en het stuur in handen had- dus ook de regie had, maar niets was minder waar. Zij stond me in te fluisteren welke kant het op moest. Later organiseerde ze poppenkastvoorstellingen. Zij bij de kassa en ik in de poppenkast om te spelen. Dat was helemaal niet vervelend, het was zelfs wel prettig. Ik liet het me lekker aanleunen. Ik vond het heerlijk - en nog.

Tot de dag van vandaag botviert ze haar pedagogische talenten op mij. Ik was allang volwassen en woonde al talloze jaren op mezelf, toen ze me leerde om mijn handdoeken netter op te vouwen. Ik deed het op de automatische piloot zoals mijn moeder het vroeger ook deed. Zo zou ik het altijd hebben gedaan, als zij me niet een slimmere manier had geleerd. Ze heeft zelfs nog geprobeerd om mij te leren mijn vaatwasser ordentelijk in te pakken. Zij doet dat keurig: bestek wordt gesorteerd, lepeltjes in een rek en alles keurig in het gelid. Maar dat gaat er bij mij niet in: ik sorteer nou eenmaal liever schoon bestek dan smerig bestek.

Als je vijfentwintig jaar ergens werkt, heb je veel mensen zien komen en gaan. Dat geldt ook voor mijn zus. Het bijzondere is dat zij ook nog eens heel veel kinderen heeft zien komen en gaan. Kinderen die nu volwassen zijn. Kinderen, van wie jij de juf bent geweest. Dat is toch heel bijzonder.