dinsdag 31 mei 2011

Als een uitnodiging...


Al een paar dagen ben ik enigszins benauwd op de borst. De oorzaak is voor mij duidelijk: het is vastzittend slijm. Ik ben al vier weken verkouden en het gaat maar niet over. Soms lijkt het alsof het over is- maar niet echt. Sinds dit weekend ben ik in de weer met slijmoplossende elixers en met stoombadjes. En dat lijkt de zaak dan toch in beweging te krijgen. Een onverdeeld genoegen is dat niet: als ik er niet zo benauwd van werd, dan mocht dat slijm van mij gewoon blijven zitten waar het zit.

Vandaag is het slijm richting mijn stembanden verschoven en daar oefent het enige druk uit. Het gevolg: ik ben hees. Als ik een tijdje heb gezwegen komt mijn stem met moeite op gang. Ben ik daarentegen te lang in gesprek, dan zakt mijn stem als het ware weg. Met mijn wonder 20-kruidensnoepjes hou ik het nog enigszins verstaanbaar, maar al met al klinkt het toch behoorlijk hees. En dat gaat niet onopgemerkt voorbij. Op het werk krijg ik er veel reacties op, variërend van 'dat klinkt niet best', tot 'best wel sexy hoor' of poëtischer: "Iedere zin klinkt als een uitnodiging". Dat je daar nou eerst hees voor moet worden.

zaterdag 28 mei 2011

Te luid


Laatst las ik in de regionale krant over mensen die overgevoelig zijn voor geluid. Zij nemen een doordringende bromtoon waar sinds er in hun omgeving naar gas wordt geboord. Dat lijkt me verschrikkelijk. Het is des te vervelender, omdat veel mensen de bromtoon niet horen. En overtuig iemand die niets hoort dan maar eens dat het er wel is.

Ik ben ook gevoelig voor geluid. Let er maar eens op en je zult merken dat het bijna nooit stil is in huis. Altijd slaat wel ergens een apparaat aan: is het niet de koelkast, dan wel de verwarming. Zo maakt onze televisie op stand by een hoog piepgeluidje. Op zich is dat nog niet zo erg, want je kunt het ding ook gewoon uitzetten. Maar ook dan blijft de piep aanwezig. Om verlost te zijn van de piep moet de stekker echt uit het stopcontact.

Bij ons thuis zijn de mannen minder gevoelig voor geluid. E. hoort het hoge piepje van de televisie helemaal niet en onze zoon vindt het ook lang niet zo irritant als wij, de vrouwen in huis. De jongste is nog gevoeliger voor geluid dan ik. Toen ze klein was, ging ze met haar handen voor haar oren staan als er bijvoorbeeld een muziekkorps langskwam. Van harde geluiden werd ze lange tijd overstuur. Andere geluiden, die een ander helemaal niet opvallen, vindt ze dan wel weer mooi. Zo moet het raam van de auto als het kan open op het moment dat er een brug dichtgaat. Het klinken van de ijzeren delen van de brug op elkaar vindt ze fascinerend.

Sinds kort rij ik naar het werk een alternatieve route omdat er werk aan de weg is op de doorgaande weg. Ik kies niet voor de officiële wegomlegging. Die weg heeft namelijk aan de zijkanten een soort beklinkering die veel lawaai maakt als je erover rijdt. Omdat de weg nogal smal is, moet je -wil je elkaar goed kunnen passeren- voortdurend over die rand rijden. Dat geeft een huilend geluid dat me door merg en been gaat. Ik probeer die route dan ook tot het minimum te beperken. Het gaat nog net niet zover dat ik er kilometers voor omrij, maar veel scheelt het niet.

vrijdag 27 mei 2011

Een taakje voor jou


Vanavond is het de laatste avond van de Avondvierdaagse, of zoals wij het hier in huis noemen: de Aaa-vierdaagse. De tijd dat onze kinderen meeliepen ligt alweer een tijdje achter ons. "Heb jij eigenlijk wel eens meegelopen met de avondvierdaagse?", vraag ik E. "Nee, dat vond pappa altijd meer een taakje voor jou", zegt de jongste. En inderdaad, ik heb twee keer meegelopen. Beide keren werd ik ingedeeld bij de kleuters, dus om de vijftig meter hing ik met een plassend kind in de berm. "Daar ben ik gewoon niet zo geschikt voor", zegt E. En dat is inderdaad de tekst die hij dan altijd gebruikte. E. drukte zijn snor niet als het ging om luiers verschonen, zwemlessen of wat dan ook, maar feestjes, evenementen en andere publieke zaken zijn aan hem niet besteed. "Daar ben jij gewoon veel beter in.", zeg E. Hij heeft er nooit mee gezeten en ook nooit de ambitie gehad om dit soort 'taakjes' van mij over te nemen.

donderdag 26 mei 2011

Women in control


We zijn weer onder ons bij het aquajoggen. Een tijd lang sjokte er een man met ons mee. Dat gebeurt zo nu en dan, maar meestal zijn dat passanten, voorbijgangers, licht gemankeerde mannen of mannen 'met mogelijkheden'. Zonder uitzondering eendagsvliegen die door de fysiotherapeut naar het zwembad zijn gestuurd. Geen betere therapie dan aquajoggen: de spieren worden optimaal gebruikt en toch niet te zwaar belast.

In de door vrouwen gedomineerde omgeving is zo'n man een vreemde eend in de bijt. Voor ons is zijn aanwezigheid licht ongemakkelijk en voor hemzelf ook, al was het alleen maar omdat de instructrice ons consequent aanspreekt met 'dames'. Voordat we te water gaan, staan we vaak nog even te kletsen. Dat doet zo'n man niet, die doet iets heel anders. Terwijl wij kletsen, kijkt hij traag vorsend rond. En dat leidt dan toch af: licht ongemakkelijk denk je aan de laatste keer dat je gewaxt, geschoren of geplukt bent. Te lang geleden, realiseer je je even later.

In dit geval kwam de geblesseerde man met zijn vrouw mee en zo'n sjokkend stel geeft dan nog weer een heel eigen dynamiek waar ik niet zo snel het etiket 'sport' op zou plakken. Ik zal er niet teveel over in detail treden. Hoe dan ook, het is nu voorbij. Hij is hoogstwaarschijnlijk weer hersteld en teruggekeerd naar zijn eigen mannensport: voetbal, rugby, boksen of iets dergelijks. In het bad is de natuurlijke orde weer hersteld en zijn als vanouds 'women in control'.

woensdag 25 mei 2011

Uit balans


Onlangs werd ik vijftig jaar en dat is oud genoeg om te weten dat het leven helemaal niet zo lang duurt. Zaak dus om je tijd te besteden aan dingen die je belangrijk vindt. Dat klinkt bedrieglijk eenvoudig, maar dat is het beslist niet. Echt plannen kun je immers niets. Niet voor niets is een levenswijsheid: Het leven is wat je overkomt terwijl je andere plannen maakt. Het enige wat rest is de regie nemen over dat wat je wel in eigen handen hebt.

Veel mensen worstelen met de balans tussen werk en privé. Die grens lijkt door alle moderne technologie steeds meer te vervagen. Dat heeft mooie kanten, maar het levert ook een gevaar op: nooit meer echt vrij zijn van je werk. Aangezien het werk nooit ophoudt is het zaak je eigen grenzen te stellen. En dit klinkt opnieuw bedrieglijk eenvoudig, maar dat is het ook zeker niet. Iedere dag moet je daarin opnieuw keuzes maken.

Het is alweer een aantal jaren geleden dat ik een cursus creatief denken volgde. Het was een leuke cursus waar praktische oefeningen centraal stonden. Een van de opdrachten die we moesten maken was het maken van een tekening van wat je belangrijk vond in je leven. Een van de tekeningen herinner ik me nog goed. Het was de tekening van een jonge ambitieuze vrouw met drie kinderen. Ze had bijna haar hele vel gebruikt voor het tekenen van haar gezinsleven, haar werk was teruggedrongen in een hoekje rechtsboven op het A4-tje. Toen we onze tekeningen bespraken vroeg de docente hoe haar leven er uitzag. Toen bleek dat ze heel weinig tijd doorbracht met haar gezin. Ik herinner het me nog, omdat ik het zo triest vond dat haar leven zo uit balans was.

maandag 23 mei 2011

De tijd knaagt


Dit weekend las ik een interview met Bob Geldof, sir Bob van Band Aid en daarvoor Bob van de Boomtown Rats. Behalve over muziek had hij het ook over ouder worden. Bob is namelijk ook al 59 jaar en dat is misschien nog niet zo oud, het is zeker ook niet 'piep' meer. En dat weet Bob zelf ook. Hij vindt dit zelf 'de beste jaren van zijn leven'. Hij moet er niet aan denken om weer 21 of 31 te zijn. Niet dat Bob altijd staat te juichen over het ouder worden. Hij zegt er iets prachtigs over: Maar er zijn van die momenten. Dat je gaat zitten en je jezelf hoort zuchten. Hè, denk je dan, ben ik dat? Of als je van die kleine vlekjes ontdekt op je huid. Heel langzaam maar zeker knaagt de tijd je toekomst weg." De laatste zin is prachtig, zeker als die gepaard gaat met relativeringsvermogen en humor: "Het is een gegeven. Joggen is zeker niet de oplossing."

zondag 22 mei 2011

Lekker atypisch


Vrijdag doe ik de wekelijkse boodschappen bij de super. Zoals wel vaker staat er een bemand standje waarin een nieuw product wordt aangeprezen. Tenminste, ik denk dat het een nieuw product is. Als ik via de groente dichterbij kom, zie ik dat het geen nieuw product is. Het is Jillz, een zoete appelcider. De jongeman die het drankje staat aan te prijzen heeft beet bij een oudere dame. Het is een appetijtelijke jongeman met een tight fit zwart shirt aan. Het shirt is voorzien van smaakvolle reclame – het mag gezegd worden. Hij prijst de Jillz aan als een echt damesdrankje, lekker zoet en fris. "Dit is meer een herendrankje, dat is iets pittiger. Het lijkt meer op bier." Voor de oudere dame dringt hij aan op de Jillz. Ik ben ondertussen bezig bij de zuivel en beweeg verder naar het vlees.

Als ik langs het broodbeleg schuif, bedenk ik ineens dat ik de appels ben vergeten. De jongeman is nu weer vrij en snelt met een flesje Jillz in mijn richting. "Kent u dit?", vraagt hij. "Ja, Jillz – mij te zoet", zeg ik. "Dan is dit meer iets voor u." Hij houdt een kartonnetje Strongbow in de lucht. En inderdaad, ik vind Strongbow lekkerder. Voor de helft van de prijs kan ik het kartonnetje meenemen. "Oh ja, die vind ik lekkerder", zeg ik. "Veel lekkerder, vind ik ook", zegt hij. "Maar dit is toch niet nieuw?", vraag ik. "Nee, ze willen het alleen anders in de markt zetten." Ik realiseer me dat hij dit drankje net als mannendrankje aanprees. Het is een mooiprater, maar ik kan het van hem hebben.

's Avonds zie ik inderdaad een reclame voor Strongbow voorbij komen. Een tien jaar oudere look a like van de jongen die me de drankjes verkocht schiet als een heuse Willem Tell een appel doormidden. Duidelijk een campagne op mannen gericht. Ik ben weer lekker atypisch bezig.

vrijdag 20 mei 2011

Vrolijk toekomstperspectief


Vanmiddag zag ik op yammer, een soort bedrijfstwitter, een filmpje over de toekomst van de gezondheidszorg. Het filmpje is een promo voor een boek van trendwatcher Adjiedj Bakas. Een collega plaatste het met de volgende tekst: "Wat je er ook van vindt, het zet je in ieder geval aan het denken." En inderdaad: mij zette het wel aan het denken.

Vanavond tafelen we uitgebreid. De jongste en ik hebben zelf pizza's gemaakt en pakten zo terloops weer even een moeder-dochter-moment mee. Als we de pizza's in de oven hebben geschoven, dekt ze de tafel. "Ik vind het zo leuk om thuis te doen alsof we in een restaurant zitten", zegt ze. Ze zet een wijnglas bij ieder bord en pakt een karaf met water om de glazen te vullen. Ze wast aardbeien voor het toetje en vult twee sausbakjes met chocoladesaus en poedersuiker om de aardbeien in te dippen. Opgetogen roept ze ons allemaal als de pizza's klaar zijn.

Aan tafel vertel ik ze over het filmpje van Adjiedj Bakas. "In de toekomst zal er geen geld meer zijn om al die oudere mensen te verzorgen, dus moeten kinderen hun ouders weer in huis nemen", zeg ik. "Ik wil even met jullie bespreken bij wie we later in zullen trekken." "Dat is niet de toekomst, dat is het verleden", zegt de oudste. Daar heeft ze een punt. "In Duitsland kost een plaats in een verzorgingshuis alleen al € 70.000,-", zeg ik. "Veel Duitsers kiezen er dan ook voor om hun ouders in huis te nemen." "Okee, de opties zijn dus € 70.000,-, jullie in huis nemen, of een spuitje", zegt de oudste. De oudste en onze zoon bedenken de wildste scenario's om ons op onze oude dag onder dak te krijgen. Het gaat de jongste te ver: "Ik wil toch graag in ons huis gaan wonen, dus dan kunnen jullie wel bij mij wonen", zegt ze. Ze heeft al een plan: we zouden twee slaapkamers boven kunnen samenvoegen en dan hebben wij een leuke plek om te wonen. "En dan zouden jullie hier achter in de tuin begraven kunnen worden als jullie doodgaan", zegt ze. Haar konijn ligt daar al met een beschilderde gasbetonplaat als grafsteen. "Laten we allemaal € 5,- opzij leggen van ons zakgeld", zegt de oudste. "dan hebben we dat geld wel bij elkaar tegen de tijd dat jullie in een verzorgingshuis moeten." Onze zoon verhoogt de stemming met een van zijn favoriete Boer zoekt vrouw-imitaties. Met een zware Friese tongval zegt hij: "Jaaa, jullie weten natuurlijk wel waar jullie heen moeten. Jullie moeten naar Makkum." Dat was namelijk waar de mem van boer Jan heen zou gaan als er een geschikte vrouw op de proppen zou komen voor haar zoon.

Adjiedj Bakas heeft het ongetwijfeld niet zo bedoeld, maar de toekomst van de gezondheidszorg stemt de jeugd hier aan tafel bijzonder vrolijk. "Wat een geweldig onderwerp", hikt de oudste na. "Waarom hebben we het hier niet vaker over onder het eten?"

donderdag 19 mei 2011

Briljant


Vanavond beleefde ik een hoogtepunt: de oudste ging met mij aquajoggen. Ik had er al eerder op aangedrongen, maar tot nu toe is het er nooit van gekomen. De reden die ze daarvoor steeds aanvoerde was: "Dan gaan ze natuurlijk allemaal zeggen dat ik zo op jou lijk". En inderdaad, toen we vanavond het zwembad instapten, sjokten de dames al babbelend in het rond. Twee oudere dames: "Zou dat haar dochter zijn?", zegt de een tegen de ander. "Dat moet wel, het is een gezicht", zegt de ander. "Is dat je dochter alweer?", vraagt de badjuf. Ik knik trots. "Schrijf maar dat ik briljant was", zegt ze als ik dit opschrijf. En dat is wat ik doe: ze was briljant.

dinsdag 17 mei 2011

Een doorbloed brein


Ze heeft nu twee dagen examens achter de rug en inmiddels al een echte routine ontwikkeld. Zo'n examen duurt maar liefst drie uur. "Vanmiddag zat er iemand te surveilleren die ik niet ken en die had Parkinson ofzo, want het duurde zoooo lang voor hij een snoepje uit een papiertje had gewikkeld. En dat ritselde zooooo irritant. Niet normaal gewoon. En wij mogen geen snoepjes met wikkels meenemen, juist om die reden." Ook een trage klasgenoot die een sultana uit het papiertje wikkelde wekt irritatie. "Eet je zelf ook iets onder het examen?", vraag ik haar. "Ben je gek? Als je gaat eten, dan gaat er bloed naar je spijsverteringsstelsel. En ik wil al dat bloed in mijn hersens hebben." Er wordt dus niet gegeten tijdens het examen. "Ik neem drie kwartier voor het examen een banaan. Het kost namelijk maar een half uur om een banaan te verteren. Dus tegen de tijd dat ik begin met het examen kan al het bloed weer richting mijn hersens gaan." Ze heeft het duidelijk allemaal onder controle. "Nou ik er zo over nadenk: weet je dat het drie kwartier kost om helemaal leeg te bloeden als je je polsen doorsnijdt? Dus stel, je eet een banaan en je snijdt dan je polsen door. Dan is die banaan nog verteerd voor je helemaal bent leeggebloed." Ik kijk haar aan, toch wel enigszins in verwarring over het thema: hebben we het nu over bananen, bloed, examens, hersens, zelfdoding, irritatie? Ik ben de weg even kwijt. Ze zit middenin haar betoog. "Nu we het er toch over hebben, vraag ik me af of het ook langer duurt voor je leeggebloed bent als je een banaan hebt gegeten dan wanneer je niks hebt gegeten. Omdat het bloed dan in het spijsverteringsstelsel zit vanwege die banaan natuurlijk. Wat denk je?" Ik weet het niet, maar ik heb de indruk dat haar brein wel redelijk doorbloed is.

zondag 15 mei 2011

Vuurkorfmoment


Jaren geleden ontmoette ik een cosmopolitisch adviseur. Hij bereisde de complete EU zoals ik onze provincie bereis. In zijn huis was een aparte ruimte waar de 'nanny' verbleef. Niet dat hij erover pochte, maar zo terloops kreeg je toch heel veel informatie over hem. Al zijn verhalen barstten van de dynamiek. Ik trof hem meestal samen met de baas. Iedere keer als hij was vertrokken, keken de baas en ik elkaar aan met een blik van: wat doen wij verkeerd? Waarom zitten wij niet in Griekenland aan de feta en de Griekse wijn? Tot die ene keer; misschien ontkwam het hem, omdat we elkaar inmiddels zo vaak hadden gezien. Hij vertelde namelijk dat hij op de zondagavond rond een uur of negen samen met zijn vrouw met een glaasje wijn bij de vuurkorf had gezeten. Geïnteresseerd en verwachtingsvol luisterden wij. Het minste wat we verwachtten was dat Carel Kraaijenhof een privéconcert voor hem en zijn vrouw had gegeven, waarna het nog lang onrustig zou blijven in randstedelijk Nederland. Maar dat bleek niet het geval. Zijn vrouw en hij bleken toch ook maar heel gewone mensen te zijn. Uitgeput waren ze naast elkaar bij de vuurkorf in slaap gevallen. Daar hadden wij zeker meer van kunnen maken. Het vuurkorfmoment was een moment van waarheid.

Vanavond zag ik op de televisie ook zo'n vuurkorfmoment voorbij komen. We keken naar Nederlandse Hollywoodvrouwen. En die titel zegt alles: drie Nederlandse vrouwen en één Vlaamse vrouw worden gevolgd in hun Hollywoodleven. Een van de vrouwen is niet helemaal in orde: zij geeft als volwassen vrouw verjaardagsfeestjes voor haar hond en noemt zichzelf Prinses Inge. Een andere jonge vrouw is alcoholiste. De Vlaamse is redelijk normaal. En dan is er nog de Nederlandse die enorm perfectionistisch is en die veel beroemde vrienden heeft. De boodschap van de serie is: zelfs de sky is niet the limit, er is gewoon geen limit. In deze aflevering ontving de vrouw met de beroemde vrienden onder andere het model Heidy Klum met haar man Seal voor een etentje. Het was gezellig en er werd gezongen: Seal zong dat het een lieve lust was. Misschien iets waar veel vrouwen van zouden dromen; in ieder geval de vrouwen daar aanwezig. En toen zag ik het: alle vrouwen, behalve zijn eigen Heidy. Heidy was totaal niet geboeid en keek met een blik van: "Ja, we weten nou wel dat je kunt zingen. Shut up!" Of natuurlijk in haar moedertaal: "Klappe!" Ook in de wereld waar de sky the limit is, zijn er limits. Dit was er beslist een: een vuurkorfmoment.

zaterdag 14 mei 2011

Van groen naar geel


"Dat is binnenkort afgelopen". Ik sta voor de kassa bij de super. De kassière is aan het woord. Ze heeft het over de snelkassa. Daar verwijst ze de vrouw heen die met een mandje achter mijn band volgepakt met boodschappen staat te wachten.

Rond de zomer wordt onze super een Jumbo en de sjumbo kent geen snelkassa's. "Komt u wel eens in de Jumbo hier verderop?" Ik vertel haar dat ik er wel eens geweest ben, maar dat ik geen fan ben. "Bij de Jumbo zitten de kassières met z'n tweeën in een hokje met de rug naar elkaar", vertelt ze. "Dat krijgen wij dus ook: zes kassa's en geen snelkassa." Ik vertel haar waarom ik geen fan van de Jumbo even verderop ben. Ze kijkt me begrijpend aan. Ook haar moeder is niet tevreden over het beheer van de voorraad. "Ze moet soms wel eens drie keer terug voor een product." "Het zal ook afhangen van de bedrijfsleiding", zeg ik. Ik vestig mijn hoop namelijk op de ambities van jonge en oude baas. Zij beaamt het. "Het zal nu wel verbeteren daar, want ze hebben het daar overgenomen", zegt ze. Ze doelt op jonge en oude baas. Dat is nieuws voor mij. Ik dacht dat ze de Super de Boer vlakbij mijn werk hadden overgenomen. Maar dat blijkt alweer verleden tijd. Ik vraag haar natuurlijk naar de reden daarvan (de voor de hand liggende doorvraag), maar die kan ze me niet geven. Dat is dan weer een beetje onbevredigend, maar ik kom toch een stuk wijzer weer uit de Super. Nog een maand of twee en dan zal het groen worden verruild voor geel.

vrijdag 13 mei 2011

De vinger


Vanmiddag reed ik onder het genot van de muziek van Adele terug naar huis. Bijna thuis draai ik nog eens het nummer Rollin in the deep. Dat is een geweldig nummer; mij lukt het niet om dan stil te blijven zitten. Met name als het achtergrondkoortje mee gaat doen. Adele begint aardig, maar de swing komt er pas in als de dames van het achtergrondkoortje inzetten. Ik draai het volume even vol open. Als vanzelf gaat mijn hoofd meebewegen. Mijn hand maakt rollende bewegingen (binnen de bebouwde kom kan ik best met een hand aan het stuur rijden). Het lijkt me geweldig om in het achtergrondkoortje van Adele te zingen. Eigenlijk – bedenk ik terwijl ik zo rij, luister, zing en swing- lijkt het zingen in het achtergrondkoortje wel een beetje op mijn werk als adviseur. Het heeft absoluut toegevoegde waarde, wat heet: de swing komt er pas echt goed in met het koortje erbij. Het is een kwestie van de lijn vasthouden: waar Adele op de muziek heen en weer beweegt, zorgt het koortje voor een solide basis. En het is een kwestie van doorzetten en volhouden.

Ik heb het reuze naar mijn zin. Ik let absoluut niet op de mintgroene metallic auto voor me. Dat wil zeggen tot ik aangeef dat ik wil afslaan. Het bestuurdersraampje van de auto voor me gaat open en de bestuurder geeft me tot mijn stomme verbazing een middelvinger. Het is de middelvinger van een volwassen man. Hij steekt zijn arm zo ver naar buiten dat ik kan zien dat hij een blauw t-shirt met korte mouwen draagt. Ik ben me van geen kwaad bewust en trek mijn schouders op. Opnieuw gaat de arm het raam uit en ik krijg nogmaals de vinger. Ik snap er niks van.

En dan begint het me ineens te dagen: hij heeft mijn wiegend meebewegen op de muziek van Adele vast opgevat als afkeurend 'nee' schudden en de rollende beweging met mijn rechterhand heeft hij misschien misverstaan als een teken dat hij door moest rijden. Ondertussen beweeg ik nog even mee op de laatste tonen van 'Rollin in the deep'. Het blijft leuk; ik draai 'm snel nog een keer voor ik thuis ben.

maandag 9 mei 2011

Schokkende beelden


"Ik weet al wat de titel voor het stukje van de dag is", meldt collega me vanmiddag na een gezamenlijke bijeenkomst. "Schokkende beelden", vervolgt ze. En dat is inderdaad de titel geworden. De aanleiding was een bijeenkomst op het werk.

Tussen de middag beginnen we met de hele staf aan een serieus treffen waar de baas over een serieus onderwerp een serieus praatje gaat houden. De baas vertelt het soepel, ondersteund door een powerpoint gemaakt door een extern adviseur. Aanvankelijk lijkt het er niet op, maar die powerpoint zorgt even later voor schokkende beelden. De baas toont een dia met grote cirkels erop. Door een simpele druk op de knop ploppen animaties op in de powerpoint. Eerst verschijnen er in de binnenste 'zelfhulpring' twee poppetjes die stotende bewegingen maken. Een van beide poppetjes draagt een blinddoek. Dan verschijnen er ook in de ring 'fysieke omgeving' twee poppetjes, die dan een variatie op de stotende bewegingen van de eerste twee laten zien. Het gebeurt niet snel en ook niet vaak, maar we vallen toch echt even stil. "Wat zijn ze aan het doen?", vraagt collega uiteindelijk. Voor de baas de gelegenheid krijgt om het uit te leggen, barsten we allemaal in lachen uit. We weten allemaal hoe het eruit ziet, maar sinds wanneer heeft dat iets met onze 'core business' te maken? "Hij is gemaakt voor een Mac en dan loopt het vloeiend", aldus de baas. Of het er dan anders uitziet? Dat moeten we dan maar weer geloven.

zondag 8 mei 2011

Geen stroopwafels voor Hugo



In mijn door snot gesmoorde slaap heb ik deze week heel veel gedroomd. De oudste weet precies waar dat van komt; zij verdiept zich al een tijdje in het fenomeen slaap. Dromen doe je namelijk in je REM-slaap, niet in je diepe slaap. En door al dat gerochel en gesnuif, raak ik niet echt in een diepe slaap, maar blijf ik een beetje in de REM-slaap hangen. En dan droom ik de meest bijzondere dingen.

Zo droomde ik deze week dat ik bij Hugo Borst op bezoek ging. Natuurlijk: ik mis Hugo voor de tv. Niemand kan beschouwen zoals Hugo dat doet. Het is niet iets wat me dagelijks bezighoudt, tenminste dat dacht ik. In mijn droom was Hugo enigszins verstoord door het bezoek; net als ik kon hij het ook niet zo goed plaatsen. Hij was een beetje chagrijnig, maar dat vond ik niet erg: dat is precies zoals Hugo moet zijn. Uit de media heb ik inmiddels vernomen dat Hugo al lange tijd antidepressiva slikte. Hij had meer dan genoeg van al die televisieoptredens. En dat was ook tijdens het bezoek wel duidelijk. Hugo wond er geen doekjes om: geen Hugo Borst meer op tv. De droom eindigde abrupt toen ik me hardop afvroeg wat Hugo nu wil gaan doen. Hugo vond niet dat ik daar iets mee te maken had. Toen ik vroeg of stroopwafelbakker niet iets zou zijn, kon ik vertrekken.

Geen stroopwafels voor Hugo


In mijn door snot gesmoorde slaap heb ik deze week heel veel gedroomd. De oudste weet precies waar dat van komt; zij verdiept zich al een tijdje in het fenomeen slaap. Dromen doe je namelijk in je REM-slaap, niet in je diepe slaap. En door al dat gerochel en gesnuif, raak ik niet echt in een diepe slaap, maar blijf ik een beetje in de REM-slaap hangen. En dan droom ik de meest bijzondere dingen.

Zo droomde ik deze week dat ik bij Hugo Borst op bezoek ging. Natuurlijk: ik mis Hugo voor de tv. Niemand kan beschouwen zoals Hugo dat doet. Het is niet iets wat me dagelijks bezighoudt, tenminste dat dacht ik. In mijn droom was Hugo enigszins verstoord door het bezoek; net als ik kon hij het ook niet zo goed plaatsen. Hij was een beetje chagrijnig, maar dat vond ik niet erg: dat is precies zoals Hugo moet zijn. Uit de media heb ik inmiddels vernomen dat Hugo al lange tijd antidepressiva slikte. Hij had meer dan genoeg van al die televisieoptredens. En dat was ook tijdens het bezoek wel duidelijk. Hugo wond er geen doekjes om: geen Hugo Borst meer op tv. De droom eindigde abrupt toen ik me hardop afvroeg wat Hugo nu wil gaan doen. Hugo vond niet dat ik daar iets mee te maken had. Toen ik vroeg of stroopwafelbakker niet iets zou zijn, kon ik vertrekken.

vrijdag 6 mei 2011

Supermoment


Vanmorgen arriveer ik tegelijkertijd met de oude baas bij de super. Hij begint vol goede zin aan zijn werkdag en ik probeer al vroeg mijn boodschappen binnen te halen. Jonge baas zet ondertussen een reclamebord buiten. Oude baas en jonge baas lijken zo op het eerste gezicht uiterlijk niet op elkaar, maar als jonge baas voor me aan naar binnen loopt, zie ik dat ze dezelfde fysiek hebben: een vrij lang bovenlichaam met een stel goede billen.

Als ik mijn rondje door de super maak, natuurlijk weer gestuurd door een boodschappenlijstje, heb ik de oude baas een aantal keren voor de kar. Eenmaal kijkt hij net de andere kant op; alleen door mijn volledige gewicht in de strijd te gooien krijg ik de rollende kar tot stilstand. Hij verontschuldigt zich. Even later kom ik hem weer tegen. Hij loopt langs alle afdelingen en maakt een praatje met de medewerkers. Bij de kassa wurmt hij hij tussen de karren door en krijg ik 'm voor de derde keer voor de kar. "Ik ben wel lastig he?", zegt hij. Ik zeg dat het wel meevalt. "Zeg maar gerust dat hij lastig is hoor", zegt jonge baas. Ondertussen zijn ze samen bezig om een stapel voordeelpakken met keukenrollen op te stapelen tot een keurig nette toren. "Zou je dat liever hebben?", vraag ik. Jonge baas lacht een beetje. Een tegenvraag verwachtte hij duidelijk niet. "Eigenlijk vind ik het wel goed", zeg ik. "We kwamen hier tegelijk binnen en het valt me op dat eerst links en rechts een praatje wordt gemaakt, overal even kijken…" De oude baas beaamt het: "'s Morgens eerst altijd een rondje", zegt hij. "Altijd". Kijk dat is nou management by walking around. Dat is nou hart hebben voor de zaak. En deze houding van oude baas – en overigens ook van jonge baas- maken van onze super een supersuper, een meermalen bekroonde super.

woensdag 4 mei 2011

Even stilstaan


Rond 4 mei neemt de aandacht voor de Tweede Wereldoorlog toe. Gisteravond zag ik een deel van de documentaire over Kindjeshaven. De twee vrouwen die honderden Joodse kinderen redden in hun crèche vertelden in de documentaire hun verhaal. Ze zijn inmiddels allebei al overleden. Vanmorgen neem ik de rouwpagina´s in de krant door en dan realiseer ik het me opnieuw: het zal niet zo heel lang meer duren dat de laatste getuigen van de oorlog hun verhaal nog kunnen vertellen.

Mijn ouders maakten de oorlog nog mee als kind. Mijn moeder begreep er nog niet zoveel van. Met haar ouders, broers en zussen en andere kleine zelfstandigen bleef ze achter in het dorp dat onder water was gezet. Al die lege huizen met openstaande deuren vormden toen het water in de winter tot ijs was geworden een ongekend mooie ijsbaan. Overal konden ze gewoon naar binnen schaatsen! En die Duitsers, die konden helemaal niet schaatsen! Dat er tijdens de oorlog wel heel veel roodharigen aanschuiven of blijven logeren, valt haar wel op. Het dreigende geluid van laagvliegende vliegtuigen deert haar niet: haar moeder zei toch zelf dat die niet voor hen bedoeld waren? Het enige wat ze eigenlijk graag wil -om voedsel veilig te stellen in dat ondergelopen gebied- is een koe op zolder. Maar daar wordt niet naar geluisterd.

Mijn vader is ruim twee jaar ouder. Zijn herinneringen zijn heel anders, getekend door het onderweg zijn met het binnenvaartschip samen met zijn ouders en zijn tien jaar oudere broer. De andere broer en zussen waren al aan de wal. Hij wist al snel dat vliegtuigen niet altijd overvlogen: hij maakte immers zelf mee dat een vliegtuig in het open veld op hem, zijn broer en een aantal andere kinderen dook. In Hoogezand zag hij met eigen ogen dat een trein kapot werd geschoten. De mensen rondom hem waren in paniek en niemand had oog voor dat jongetje op zijn step die onderweg was om een boodschap voor zijn grootmoe te doen. Onderweg zag hij treinen waar door de kieren van de wagons mensen naar buiten keken. Zijn vader vertelde hem dat dat allemaal Joden waren. Waar ze heen gingen, wist hij niet, maar wel wist hij dat het 'nait best' was. Hij voelde de angst en de intimidatie toen hun mooie fietsen op het dek door Duitsers werden 'getest' en vervolgens in beslag genomen. Later in de oorlog werd ook hun schip in beslag genomen door de Duitsers om aardappelen voor de Duitse troepen te leveren. De rest van de oorlog zijn ze onderweg geweest met een lading aardappelen die allengs slonk omdat iedereen er van at, maar die nooit op de plek van bestemming aankwam. In Bolsward maakte mijn vader de bevrijding mee.

De angst, de intimidatie, de onzekerheid; wij kennen het niet. Gelukkig maar. Wij zijn geboren en gewend aan vrijheid. Die vrijheid lijkt voor ons vanzelfsprekend. Het is goed om er een keer per jaar bij stil te staan dat vrijheid nooit vanzelfsprekend is.

dinsdag 3 mei 2011

Gesnotter


Geen beter moment om in te kakken dan de vakantie. En dat doe ik dan ook met overgave. Ik heb al weken een lichte hoofdpijn die duidt op vastzittend snot. En nu ik dan een weekje vrij ben, wil dat snot er graag uit. Vooral ´s nachts. Je snapt het niet: overdag heb ik er ruim tijd voor om in de weer te zijn met zakdoeken, stoom ik en ben ik helemaal klaar voor het afvoeren van al die rotzooi. Maar overdag blijft het lekker zitten waar het zit. Pas 's nachts wil het eruit. Het begint 's avonds al: mijn amandelen spelen één voor één op. En als je dan denkt dat je ze allebei gehad hebt, dan begint de andere gewoon weer. Mijn ogen worden waterig en zo rond de tijd dat ik naar bed wil, begint het pas goed te stromen en te kriebelen. Met als gevolg: 's nachts veel gehoest en gerochel. Ik hou daarbij niet alleen mezelf wakker, maar ook E. Vanavond wijd ik aan tafel nog even uit over mijn gehoest en gerochel. Een aantal keren ben ik zelfs overeind geweest omdat ik dreigde te stikken in het snot. Een vervelende manier van aan je eind komen lijkt me. "Het is me niet ontgaan", zegt E. "Nou het was hooguit vier keer", zeg ik. "Ik geloof niet dat ik er eentje van heb gemist." kaatst E. terug. Hopen dat het vannacht beter gaat, alhoewel de voortekenen vanavond niet heel hoopvol zijn.

maandag 2 mei 2011

Mooi spul


Zaterdagmorgen maken we ons op om naar de braderie te gaan. E. past deze keer, maar hij biedt sportief zijn portemonnee aan. "Geen rotzooi kopen", zegt hij. Zonder pardon sla ik zijn portemonnee af: ik ga de rommelmarkt even verderop zeker bezoeken en dan wil ik niet aan banden worden gelegd. Onderweg naar de rommelmarkt doe ik de Marokkaan met de tassen nog even aan. Hij legt een blauwe tas voor me achteruit. Nog weer iets verder bekijk ik de horloges. Vorig jaar kocht ik er twee voor € 5,00 per stuk. En ook dit jaar vind ik er eentje. Wel ietsje duurder, maar dan heb je ook wat. Op de rommelmarkt is het direct raak: ik vind twee houten antilopeboekensteunen. Het is een paar en gezien de welving van een van beide, vermoed ik dat het vrouwtje zwanger is. "Wat moet je daar nou mee?", vraagt de oudste. "Je hebt alle boeken dwars gestapeld." Ik aarzel nog wat, maar ik vind ze erg leuk. "Een euro", zegt de verkoper die me ziet twijfelen. "Je krijgt er een echte telefoonklapper gratis bij." Dat geeft voor mij de doorslag: geen geld voor zo'n prachtig antilopenpaartje. De telefoonklapper sla ik af. De oudste zucht diep. Even verderop word ik gegrepen door een buste van een kinderkopje. Het kind kijkt schuin omhoog. Als dat het enige was geweest, had ik het kunnen weerstaan, maar het had ook nog een mutsje met een pompon op. "1 euro", zegt de verkoper. Ik sta verlekkerd naar het kinderkopje te kijken. Terwijl ik ernaar kijk, realiseer ik me dat dit precies het soort rotzooi is dat E. vanmorgen in gedachten had. "Hier gaat mijn man niet blij van worden", zeg ik tegen de verkoper. "Maar ik wel", zegt hij. "Tja, maar wat zou belangrijker zijn?", zeg ik. Toch neem ik het kopje mee, want ik word er namelijk wel gelukkig van. En dat is nog belangrijker.

Als we verderlopen, zie ik tussen alle stoelen een kantoorklassieker. We hebben hier in huis al een enorme collectie keukenklassiekers, zo'n kantoorklassieker zou zeker niet misstaan. We bekijken 'm van alle kanten, maar ik zie toch geen mogelijkheid om 'm te plaatsen. "Of die daar met Joop op de zitting?", vraagt de oudste. Ze wijst naar een regisseursstoel waar inderdaad 'Joop' op de zitting staat. "Wat moet ik nu met een regisseursstoel met Joop op de zitting?", vraag ik. "Dat slaat toch nergens op?" "Dat heeft je toch net ook niet weerhouden?", zegt ze. Even later krijgt ze bijval van een collega die we toevallig treffen. Ik trek trots het kinderkopje uit de plastic zak. "Dat is vreselijk", zegt ze. Het maakt mij niet uit. Ik ben meer dan tevreden. Het antilopepaartje staat met de steunkanten tegen elkaar mooi te wezen in de kamer en het kinderkopje kijkt nu naar ons plafond. Het is een enorme verbetering van de kwaliteit van mijn leven. En dat voor maar 2 euro.