zaterdag 31 maart 2012

Vroege freestyler

Meestal hangen E. en ik 's avonds op gewone werkdagen onverantwoord lang rond. Omdat we zo lang rondhangen, zien we regelmatig 24/7 voorbij komen bij het allerlaatste zaprondje. Het is een leuk programma over het mooiste wat die dag online bracht. Gisteren zat Lange Frans bij 24/7. Vraag me niet waar het allemaal over ging, want ik was niet heel erg aan het opletten. Ik was druk bezig -ook niet zo slim zo laat op de avond- met multitasken: krantje erbij en met één oog en oor luisteren en kijken naar de televisie. Tot mijn aandacht ineens getrokken wordt. Er wordt gezongen over nasi en bami met veel Aiaiaiaiaiai's erbij. Vrolijk muziekje. En Lange Frans moet dan ineens invallen met een zelfverzonnen tekst. En dat noem je dan freestylen. "Oh weet je nog wel dat ik dat vroeger ook altijd deed als we stonden te afwassen?", zeg ik tegen E. Die weet het nog maar al te goed. Ik vond dat namelijk altijd ontzettend leuk. Toegegeven: E. echt een stuk minder. Ik doe het nog wel eens, maar niet met dezelfde ijzeren regelmaat als destijds. Wat een afwasmachine allemaal al niet kapot kan maken... "Eigenlijk was ik dus een freestyler avant la lettre", zeg ik. En ik was natuurlijk de eerste niet. De aller-, allereerste freestyler was natuurlijk...broodbakker en sneldichter Willy Alfredo! Jammer genoeg vind ik geen bewegend beeld van Willy en zelfs een geluidsfragment ontbreekt. Ik vind alleen een foto.

vrijdag 30 maart 2012

Grenzen aan het begrip

"De leukste stukjes vind ik die die over jouzelf gaan", zegt E. Op deze manier probeert hij me te stimuleren om het niet over hem te hebben. Hij heeft liever niet dat het over hem gaat. Dat is op zich jammer en ook niet erg realistisch, want ik heb een real life blog en in mijn real life is E. heel belangrijk. Dus komt hij ook regelmatig in mijn blog voor. Zo ook gisteren. Met bijna een dag vertraging leest E. het vanavond op zijn ipad. Hij zit op zijn favoriete stoel in de kamer. "Dit komt totaal niet overeen met de werkelijkheid!" zegt E. "Dat is toch zeker precies zoals het ging", zeg ik. "Nee, dat zei ik helemaal niet", zegt E. Op dit moment is er geen spoor van de vergeetachtigheid -die hem toch regelmatig plaagt- te bekennen. Hij kan de conversatie letterlijk reproduceren. "Ik zei dat ik zeker een begripvolle vrouw heb, maar dat ik me er scherp van bewust ben dat daar grenzen aan zijn." Ik dacht dat dat ook was wat ik had geschreven, dus ik lees het stukje er nog even op na. En nee, dat staat er niet precies, maar wel ongeveer dacht ik. In de geest is het hetzelfde, tenminste in mijn beleving. Maar goed, het was dus geen letterlijke quote. En omdat ik de werkelijkheid beslist geen geweld aan wil doen -ik schrijf tenslotte een real life blog- zet ik het bij deze even recht.  

donderdag 29 maart 2012

Een begripvolle vrouw

De woensdag is mijn vrije dag. Zo ook gisteren. Heerlijk is dat, zo'n break in de week. Het is ook een ideale dag voor een klusje. Meestal draai ik mijn hand niet om voor een klusje, maar als het op loodgieterszaken aankomt, doe ik graag een beroep op E. Die is, omdat hij aan huis werkt, bovendien altijd beschikbaar. Dat wil zeggen: hij is aan het werk, maar wel onder handbereik.

Al langere tijd stoor ik me aan een van de wasbakken in onze badkamer. Die stroomt praktisch niet door en dat gaat alleen maar van kwaad tot erger. Hier in huis is een niet goed doorspoelende wasbak bovendien absoluut geen reden om 'm niet te gebruiken, ook niet als de wasbak ernaast een prima afvoer heeft. Ik zal de onsmakelijke gevolgen die dit heeft hier verder niet uit de doeken doen, maar ik kan er wel het volgende over zeggen: wees diep dankbaar voor een goed doorspoelende wasbak. De oorzaak van het euvel kennen we, omdat we de andere wasbak eerder al aanpakten. Er is namelijk zo'n honderduizend meter haar samengeklonterd in een worst die de afvoer precies afsluit, op een heel klein haargaatje na. En door dat minuscule gaatje sijpelt dan nog wat water.

Nadat ik mijn gebruikelijke klusjes heb gedaan, zeg ik tegen E.: "Ik wil ook graag even naar de wasbak kijken." E. is duidelijk: "Nu niet, een andere keer. Ik heb het druk." Ja, ik ben vrij, maar E. natuurlijk niet, realiseer ik me dan. Wel balen natuurlijk, want als ik eenmaal mijn boze oog op een dergelijk euvel heb laten vallen, wil ik het ook zo snel mogelijk verhelpen. Dus ik zeg: "Dat snap ik ook wel. Dit weekend dan maar." Ik ben weer enorm ruimtegevend bezig. Tevreden zeg ik: "Wat ben ik een begripvolle vrouw hè?" "Ik ben me er scherp van bewust dat ik een heel begripvolle vrouw heb", zegt E. op een zeker toontje. Ik ken dat toontje; ben ik zo begripvol bezig, zit hij me ijskoud in de zeik te nemen. Niet mooi.

woensdag 28 maart 2012

De paddenredster

Foto Flickr Rob Stoeltje
De jongste ging vandaag helpen bij de paddentrek. Ze heeft altijd al een voorkeur gehad voor kikkers, slakken en dergelijke. Ze heeft zelfs eens een slak geadopteerd. Bij gebrek aan huisdier op dat moment adopteerde ze torren, slakken en wat er in de tuin verder maar voorbijkwam. De slak had ze ook een naam gegeven: koediekoe. Of het iedere keer dezelfde koediekoe was, is natuurlijk sterk de vraag. Maar dat hebben we haar nooit verteld.

Ze is opgetogen en kan bijna niet wachten tot het kwart over acht is. Dan treft ze de mevrouw met wie ze op paddenjacht gaat. Aan tafel vertelt ze wat ze allemaal mee moet nemen: een zaklantaarn, een verkeershesje en natuurlijk een emmer. "Ze hebben een emmer ingegraven en die moet je dan omkeren in je eigen emmer en dan moet je ze naar de vijver brengen", vertelt ze. "Hebben ze emmers ingegraven?", zeg ik. "Dat wist ik helemaal niet." "Wist jij dat niet?", zegt onze zoon. Ik ben verbaasd dat hij het wel weet. "Van Klokhuis.", zegt hij. "Dat komt omdat pappa altijd zei: zet hom mor eevm op drij als we lekker naar Dikke Linoleum (de verbastering die hier in huis voor Nickelodeon wordt gebruikt) zaten te kijken. Of natuurlijk: lees mor eevm n boukje." E. herinnert zich hier niets meer van, maar dat is niet zo ongewoon. Sommige mensen zijn oostindisch doof, E. is oostindisch vergeetachtig. Hoe dan ook, het heeft er in ieder geval toe geleid dat onze kinderen weten hoe de paddentrek gaat.

Vanavond staat ze in haar blauwe jas met haar reflecterende hesje, gewapend met een emmer en een zaklantaarn, klaar om padden te redden. "We hadden toch ook nog zo'n zaklantaarn die je om je hoofd kunt doen? Die zit toch in het krat met onze kampeerspullen?", vraagt ze. Ze gaat duidelijk helemaal op in haar rol als paddenredster. "Ik denk dat het hier ook wel mee lukt", zeg ik, en dan is ze weg.

Ruim een uur later is ze stralend terug. "Ik heb drie padden en een kikker gered.", zegt ze. "Geweldig toch?" Morgen gaat ze weer.

dinsdag 27 maart 2012

Technologie omarmen

Gisteravond zag ik Maurice de Hond bij De wereld draait door. Hij wil een nieuwe school oprichten waar de moderne technologie centraal staat. De school moet de Steve Jobsschool gaan heten. Hoe Maurice op het idee kwam? Hij heeft nog een dochtertje van drie uit een tweede leg. En die is in huize De Hond opgegroeid met smartphones en ipads. Het meisje leert door de moderne technologie spelenderwijs. Eerst dacht Maurice erover om haar thuis onderwijs te geven. Maar een ontmoeting met Lodewijk Asscher bracht hem andere gedachten. Die gaf hoog op van de invloed van school op de sociale ontwikkeling van kinderen. Daar zag Maurice ook het nut van in en zo kwam hij op het idee van de Steve Jobsschool.

Ik vind het een heel goed idee van Maurice. Het is heel bijzonder dat in basisscholen nog zo weinig ruimte is voor het werken met computers en moderne technologie. Mijn zus werkt in het onderwijs. Vanavond praten we er over als we onderweg zijn naar Zumba. "Het is vooral een kwestie van geld", zegt ze. En inderdaad: het kost geld. Behalve geld kost het ook tijd. Er gebeurt zoveel, in zo'n hoog tempo, dat je voortdurend tijd moet investeren om bij te blijven. Ik heb mezelf in de afgelopen periode een aantal open source webtoepassingen eigen gemaakt. En als je dat dan onder de knie hebt, dat is geweldig! Al die technologische vernieuwingen moet je omarmen. En dat mag van mij best beginnen op de Steve Jobsbasisschool.

maandag 26 maart 2012

De kunst van het bekvechten

Toen onze kinderen nog klein waren, lazen E. en ik ooit een artikel waarin stond dat ruziemaken kinderen traint in hun sociale vaardigheden. Dat ontlokte E. menigmaal de uitspraak: "Ze leren weer keihard bij." En dat doen ze nog steeds, tot op de dag van vandaag.

Sinds onze oudste op kamers is, is de dynamiek in huis veranderd. Toen ze hier nog 24/7 met z'n drieën rondliepen, gebeurde er altijd wel ergens wat. Nu zijn de jongste twee voor een deel van de week op elkaar aangewezen als het gaat om het bijleren. En dat gebeurt nog volop. De nobele kunst van het bekvechten viert hier hoogtij, afgewisseld met momenten van extreme aanhankelijkheid. Dat is niet veranderd.

Vorige week viel me ineens op dat iets anders wel veranderd is: ze trekken namelijk heel andere teksten uit de kast dan vroeger. Ging het toen nog van: welles - nietes, wel waar - niet waar, ik heb gelijk - het is zo omdat ik het zeg. Tegenwoordig worden er andere teksten gebezigd. Meestal gaat het om niets: om waar het pak met vlokken staat, hoeveel vlokken er gebruikt worden, dat het boterkuipje te dicht bij de een of de ander staat en ga zo maar door. E. en ik voelen ons zelden geroepen om voor dit soort dingen te gaan 'scheidsrechteren'. Vorige week becommentarieert de jongste onze zoon aan tafel. Hij is daar niet van gediend. Zij is niet onder de indruk: "Vrijheid van meningsuiting" dient ze hem van repliek. Maar hij kan er natuurlijk overheen met: "Vetorecht!" Daar heeft ze niet van terug.

zondag 25 maart 2012

Voor ieder probleem een oplossing

Al sinds E. en ik samenwonen hebben we een probleem. We laten de aangebroken flessen van de drankjes die we nuttigen rondslingeren. Jaren geleden zochten onze oude bovenburen ons hier op. Een fles Spa stond discreet tegen de tafel aangeschoven. "Oh, de fles Spa staat nog steeds paraat.", zei zij. Tot op dat moment was ik me niet echt van die gewoonte bewust. Maar sindsdien dus wel. Tegenwoordig laten we onze flessen niet meer in de kamer staan. We verplaatsen ze nu discreet naar de keuken. En omdat we niet meer met z'n tweeën zijn, staat daar een enorme flessencollectie, variërend van Strongbow, onze favoriete rode wijn, cola, cassis tot -nog steeds- Spa. Dat is me al een tijd een doorn in het oog. Dus ben ik al enige tijd vastberaden maar geduldig naar een oplossing, want voor ieder probleem bestaat ergens ooit een oplossing.

Laatst tikte ik in de kringloop een flessenrek op de kop voor onze wijnflessen. Dat was het begin van een oplossing, een dappere poging van mijn kant. De wijnflessen pasten er keurig in. Maar nog steeds was het probleem niet opgelost, want rond dat wijnrek verzamelde zich als vanzelf een collectie van grote en kleine flessen die niet in het rek pasten.

Tot ik vorige week DE oplossing vond. Ik kocht bij de Leenbakker een witte kubus met daarin een kruis die de kubus in vier driehoeken verdeelt. En in die driehoeken kun je dus flessen van alle formaten schuiven. Ik ben opgetogen als ik het in de folder zie. Dat is precies wat wij nodig hebben! Dus ik rij vastberaden naar de Leenbakker en kom tevreden met het kastje weer over. Als het kastje gemonteerd is -en dat viel nog helemaal niet mee-  plaats ik het op een plateau achter ons aanrecht. Alle flessen en flesjes worden erin geschoven en alles past ook nog eens! Ik ben meer dan 100% tevreden; dit is echt een enorme verbetering van de kwaliteit van mijn leven!

De enige keerzijde van de medaille is dat E. mijn enthousiasme niet deelt. Hij stoort zich minder aan de rondslingerende flessen dan aan de kubus die naar zijn idee te pontificaal op het plateau staat. Onbegrijpelijk!


En ik tikte het voor nog minder op de kop!

donderdag 22 maart 2012

Geloven in een goede afloop

Iedereen gelooft in een goede afloop, omdat we daar graag in willen geloven. Dat is fijn, daar voel je je prettig bij. Tegenslagen zijn er immers om overwonnen te worden. Vorig jaar kreeg een jonge vrouw in ons aquajoggroepje borstkanker. Ze werd geopereerd, kreeg chemo en kwam weer terug om te aquajoggen. Het was ingrijpend, het was zwaar geweest, maar ze was 'schoon', dus al met al was het de moeite waard geweest. "En daar doe je het toch voor?", zei ze onder de douche tegen me. Daarmee was het allemaal gezegd en het was vervolgens geen onderwerp van gesprek meer. Het leven hervatte zich, de kanker was een intermezzo - het was overwonnen, precies zoals het hoort.

Na nieuwjaar was ze er niet. Kan gebeuren, ik spring ook wel eens een lesje over. Aan de kanker had ik niet meer gedacht. We hadden toch een goede afloop? Het was toch klaar? Toen ze vier of vijf keer niet was geweest, vroeg ik aan de vrouwen met wie ze meestal kwam: "Is jullie vriendin gestopt?" "Nee," zei een van hen: "ze is heel ziek". De kanker was terug of nooit helemaal verdwenen. De vrouwen hadden het ook die dag pas gehoord. In een groepje blijven we nog even staan praten. Geen van ons had hier rekening mee gehouden. We spreken af dat we de volgende week een kaart zullen sturen. Maar nog geen week later bleek dat al niet meer nodig: de kanker sloeg snel en verwoestend toe. Boven de rouwadvertentie stond: We zijn verbijsterd door de snelheid waarmee de dood het leven heeft ingehaald. Daaronder stond haar naam geschreven.

Gisteren ging ik naar een begrafenis. Ook daar won de kanker het van de vrouw, minder snel, maar even verwoestend. Ook hier had de vrouw geen schijn van kans. Des te vaker zoiets gebeurt, des te moeilijker wordt het om te geloven in een goede afloop. Maar die drang blijft.  

woensdag 21 maart 2012

Voorwaar een topprestatie

Voor je het weet is het 's avonds alweer laat. Het lukt me zelden om ruim voor middernacht naar bed te gaan. De jongste gaat een stuk vroeger, maar ook zij probeert de dag altijd nog een beetje te rekken. Gisteren duurde het maar liefst vijftig minuten voor ze klaar was om naar bed te gaan. Waar ze haar tijd dan zoal aan besteedt, is me een raadsel. En dat houdt ze ook graag zo.Vanavond hang ik met mijn moeder aan de telefoon als ze zich gaat omkleden. "Wacht even", zeg ik tegen mijn moeder. Ik roep de jongste na: "Het is nu half negen. Ik let op de tijd!" Het is niet anders: ze gedijt bij een beetje druk. Vier minuten later komt ze met een overwinningsgebaar en vier vingers in de lucht de kamer binnenhuppelen. "Vier minuten", zegt ze. Ik hang nog steeds met mijn moeder aan de telefoon. "Ze komt in een overwinningsroes binnen", zeg ik tegen mijn moeder. "Alsof ze de elfstedentocht heeft gewonnen", zegt onze zoon. En inderdaad, de euforie is te vergelijken met die van Henk Angenent toen hij in 1997 de elfstedentocht won. "Mijn moeder deed altijd alsof ze een olympische medaille verdiende als ze een aspirine had genomen.", vertelt mijn moeder. Blijkbaar zit het hebben van een verwrongen beeld van een topprestatie in de familie.

dinsdag 20 maart 2012

Amandels pellen

Een aantal weken geleden gingen boezemvriendin en ik naar de Hormonologen in Martiniplaza. Dat is een voorstelling van drie vrouwen speciaal gericht op de vrouw. Er waren wel mannen in de zaal, maar dat waren echte witte raven. Alle nukken grillen en ongemakken van vrouwen in, voor en na de overgang kwamen aan bod. En dat was zeer vermakelijk.

Die ongemakken zijn er natuurlijk om te overwinnen. Daarom deelden de vrouwen op het toneel ook een aantal tips en tricks met ons. Een daarvan sprak wel zeer tot de verbeelding. We kregen de opdracht om diep in de vagina een amandel te pellen. We moesten de amandel draaien en draaien... net zolang tot het vliesje eraf was. Het is een vrij eenvoudige oefening (behalve natuurlijk voor de mannen in de zaal) en het schijnt een geweldige bekkenbodemspieroefening te zijn. Het voordeel van het pellen van een denkbeeldige amandel is dat niemand er iets van merkt: je kunt de oefening altijd en overal doen. Inmiddels heb ik kilo's amandels gepeld. En die truc heb ik nu wel onder de knie. Misschien moet ik overstappen op het persen van amandels. Bijkomend voordeel daarvan is natuurlijk de denkbeeldige olie die daarbij vrijkomt.

maandag 19 maart 2012

Zuignap met haarlak

Ik heb een merkwaardige voorkeur voor zuignappen. Dat komt omdat ik een merkwaardige afkeer heb van het boren van gaten in tegels. Normaal gesproken draai ik mijn hand niet om voor een klusje. Maar boren in tegels... dat staat me tegen. Die afkeer is ontstaan sinds E. en ik zelf getegeld hebben: het stuit me tegen de borst om het prachtige gladde oppervlak van een tegel te doorboren. Dat heeft iets definitiefs, iets onherstelbaars. Voor sommige mensen is het moeilijk te begrijpen. Ik ben de schaamte voorbij en schreef dus ook al eerder over mijn bijzondere voorkeur. Toen kreeg ik het advies om in voegen te boren. Maar waarom zou je dat doen als er zuignappen zijn?

Dus ben ik hier in huis altijd druk in de weer met zuignappen. Alles hang ik eraan: natuurlijk handdoeken en ruitenwissers, maar ook rondslingerende kleding, tassen en dergelijke. Met natuurlijk het voor de hand liggende resultaat: regelmatig is het zuignapje het zuigen zat en dan ligt alles op de grond. En dat is dan ook direct het enige zwaarwegende nadeel.

Naarmate de kinderen opgroeien, merk ik dat ik mijn extreme voorkeur voor zuignappen ook heb overgedragen op de kinderen. Onze oudste, nu woonachtig in Enschede, is bijvoorbeeld ook een groot liefhebber van zuignappen. In het appartement waar ze eerst woonde was dat algemeen bekend. En daar deed zij de volgende gouden tip op van een Duitse huisgenote: spuit voordat je de zuignap bevestigt haarlak op de nap en dan zit 'ie muurvast. Of het nou op tegels, een kast of een ander glad oppervlak is, het werkt altijd. Zij heeft geen haarlak in huis, maar gebruikte haar schoenenspray. Ook muurvast.

Te geweldig om alleen voor mezelf te houden, deze tip. Ik ben dolgelukkig.

zondag 18 maart 2012

Hoe buikvet te verliezen

Het is bedenkelijk. Vanmorgen check ik met een fris gemoed facebook. Hoe buikvet te verliezen lees ik in de marge. Ik word toch even afgeleid. Bij de advertentie staat een dame die nooit buikvet heeft gehad, geen idee heeft wat buikvet is en in de nabije toekomst vast ook geen buikvet zal krijgen. Corrigerende badpakken. Het effect is ongelofelijk! staat eronder. De badpakken worden getoond door vrouwen die geen enkele correctie nodig hebben. Tip om vet te verliezen. Anders dan bij de andere berichten staat hier een vrouw enigszins wezenloos te kijken. Alsof ze net iets vreselijks heeft meegemaakt. Ik klik. Afrikaanse mango en nog wat. Pillen dus. En nou heb ik ook nog geklikt, dus nou kom ik helemaal niet meer van al die advertenties af. Okee, het eerste menopauzale buikvet dient zich aan. En ja, dat is zo ongeveer de enige plek waar ik nog niet zoveel vet had. Maar om me dan te bestoken met dit soort reclames...

Ik beklaag me er vanmiddag over bij mijn zus, die even langskomt. "Heb je dat zeker ingetikt?", zegt ze. Ik ontken. "Buikspieroefeningen dan?" Nee, ook dat heb ik niet ingetypt. Ik weet wel hoe je die moet doen. "Of zou het komen dat ik wel eens XL ingevoerd heb als kledingmaat?" vraag ik me hardop af. "Dat ze denken: als iemand XL heeft, dan zal er ook wel genoeg buikvet voorradig zijn." Enerzijds is het geweldig wat de computer allemaal voor ons onthoudt. Anderzijds is het soms ook ergerlijk. "Je hebt het ook als je bij Wehkamp hebt gekeken. Laatst nog, zag ik een leuk badpak en nou krijg ik dat badpak iedere keer als ik mijn hotmail open. En dan denk ik: ja, leuk." Tja, zo werkt het. Ik word ook bestookt met vesten. Vooral met vesten die mijn buikvet leuk bedekken...

vrijdag 16 maart 2012

Blind naaien

Er was een tijd dat naaien mijn hobby was. Dat was voordat ik aangewezen was op de leesbril. Dat was toen ik het nog heel gewoon vond dat ik 's avonds met zwart garen kon naaien. En nog voor de tijd dat ik bijverlichting van een bouwlamp nodig heb om een eenvoudig naadje te naaien.

Vanmiddag heb ik dan eindelijk het kussen genaaid voor onze oudste. Een paar weken geleden tikten we een 'vintage' gehaakt kussen op de kop in de kringloopwinkel. Uiteraard moest dat kussen eerst gesloopt worden, want we wilden het gehaakte dekje -waar het uiteindelijk om ging- natuurlijk wel wassen. Het binnenkussen gooiden we weg. Dat moest worden vervangen.

Vol goede moed begin ik met het knippen van het hoesje van de restanten van haar gordijnstof. Vervolgens de naaimachine op tafel en naaien maar. Ik heb geen leesbril bij de hand, maar die heb ik denk ik ook niet nodig. Voor een kussenhoes draai ik mijn hand niet om: dat kan ik ook nog wel blind naaien. En dat is precies wat ik doe. Ik voel op de tast of de draad door de naald zit. Het lijkt erop. Dan maar stikken- echt blind stikken, want ik zie niet wat ik doe. Maar het zit vast! Het andere naadje nog, het kussen erin en dan kan het bovenste randje met de hand worden genaaid. Het gehaakte dekje zet ik opnieuw vast met een haaknaald. Morgen gaan we naar Enschede, dan gaat het kussen mee.

Ik ben tevreden over het resultaat, maar of naaien ooit weer mijn hobby gaat worden? Ik vraag het me af.

donderdag 15 maart 2012

ROFLMAO


Sinds de oudste in Enschede woon heb ik een skype account. We skypen regelmatig even. En dat is  geweldig! Vandaag liet ze me zien dat ze een kapstok heeft gemaakt van haakjes. De verbinding is niet altijd even goed, maar dan stappen we gewoon over op chatten met beeld. Ook dat is nieuw voor ons, want als je samen in een huis woont, raak je toch sneller ouderwets in gesprek.


De oudste bedient zich bij het chatten van allerlei afkortingen. En daar ben ik minder in thuis. Maar ik leer bij. Zo ontspon zich laatst het volgende gesprek.


Ik: thnx
Zij: oh hip doen ja
Ik: laugh laugh (ik leer hard bij)
Zij: heeft F. -de jongste- je dat geleerd, want dat laugh laugh kan echt niet, heel fout
Ik: Tuurlijk heb ik dat van F. Van wie anders?
Zij: kijk LMAO is meer wat voor jou
Zij: (dat staat voor Laughing My Ass Off)
Zij: of ROFL (Rolling On Floor Laughing)
Ik: haha lmao en rofl
Zij: kijk V -een vriendin- combineert dat dan nog weer tot Rolling On Floor Laughing My Ass Off  ROFLMAO


Helemaal op dreef verzin ik even later in de conversatie zelf ook nog een afkorting.


Ik: F. heeft bij Action twee leuke rokjes gekocht. Ook nog wat voor jou? (IWJIRZ)
Dat laatste stond voor Ik wil jou in rokjes zien. Dat begreep zij feilloos, maar de afkortingen die zij daarop terug chatte, plaatsten mij voor een raadsel:
Zij: DIJ
Zij: GZI
Ik: ????
Zij: Dat Is Jammer
Zij: Geen Zin In
En zo ging het nog even door. Hoe het afliep? ROFLMAO natuurlijk.


 

woensdag 14 maart 2012

Maniakaal

Ik geef het eerlijk toe: soms ben ik behoorlijk maniakaal. Dan voer ik iets net even te ver door, ben ik net iets te gedreven. Gisteren viel het woord hier voor het eerst weer. E. nam het in de mond. Ik kwam van het werk en daar was ik met iets bezig wat ik eigenlijk af wilde maken. Ik zat in een zogenaamde 'flow' en die laat ik dan niet onderbreken door een autoritje, een gezin of wat dan ook.

E. is teruggekomen van een cursus, onze zoon uren later van een Techniekbeurs, maar aan mij is het allemaal zo goed als voorbijgegaan. Ik was namelijk bezig, diep in gedachten: dit nog even, dat nog even en als ik dit nou zo doe, dan kan ik daar... Soms -zoals gisteren- heeft het betrekking op het werk, maar ik kan ook binnenshuis maniakaal aan het veranderen of klussen slaan. Ook dan wordt een energiegevende kettingreactie op gang gebracht.

Vanmorgen ben ik al om vier uur wakker. Ik ben vandaag vrij, dus alle ruimte om de dag naar eigen inzicht in te vullen. Voor vijven sta ik op. Ik ga toch geen oog dicht doen en zo lang duurt een dag ook niet, dus ik kan maar beter opstaan. Om vijf uur draaien zowel de wasmachine als de droger hun volgende lading. Om vijf over vijf sta ik onder de douche, zodat ik fris gewassen aan de nieuwe dag kan beginnen. E. is dan nog niet wakker. Zou dat wel het geval zijn geweest, dan had hij opnieuw het woord maniakaal in de mond genomen. Ik ruim de vaatwasser uit, maak mezelf een kom kwark met notencruesli en lees de krant.

Als E. beneden komt ben ik met een meetlat in de weer. Hij kijkt ronduit angstig. Maniakaliteit rondom het werk kan hij veel beter verdragen dan in en om huis: "Wat moet er nou weer gebeuren?", vraagt hij. Ik mompel wat, ik informeer hem niet te uitvoerig. Daar heb ik geen goede ervaringen mee: hij probeert me dan nog wel eens op andere gedachten te brengen. En daar heb ik helemaal geen zin in. "Heb je de krant van vanmorgen al in de papierbak gegooid?", vraagt E. Ik kijk hem verstoord aan: "Niet bewust". Maar hij lag er dus wel.

Kortom: het gaat lekker zolang het duurt. Maar één ding is zeker: der komt n stoeperd op.

maandag 12 maart 2012

De taal waarin het leven mij is uitgelegd

Er komt veel ergerlijke taal voorbij, maar er komt ook veel mooie taal voorbij. Een tijdje geleden las ik in het kader van het streektaalfestival Reur een interview met Harry Niehof, Groningstalig zanger, gitarist en liedjesschrijver. Harry vertelde in het interview dat hij heel lang in het Engels heeft gezongen. Hij bereisde de wereld. Op een gegeven moment vond Harry het natuurlijker om in het Gronings te gaan zingen. Waarom hij dat vond? Om dat uit te leggen citeert Harry een wonderschone dichtregel van Jan Glas, een Groningse dichter: Het is de taal waarin het leven mij is uitgelegd. Op de website van Harry lees ik: Soms moeten jongens ver reizen om te weten waar ze vandaan komen. En daarmee is het verhaal verteld. Als je je van zulke zinnen kunt bedienen, heb je er niet veel nodig. Hulde aan Jan Glas en natuurlijk ook hulde aan Harry Niehof. Ik ben fan.

Lees ook dit prachtige stuk over Harry op zijn website. http://www.harryniehof.com/jongen.html

zondag 11 maart 2012

Taal in beweging

"Daar irriteer ik me vreselijk aan", zegt onze zoon. Het is een van zijn favoriete bezigheden. "Je irriteert je" zegt E. "Of je ergert je ergens aan", vul ik aan. Hij is niet de enige die zegt dat hij zich ergens aan irriteert. Taal verandert: als een fout maar vaak genoeg en door heel veel mensen gemaakt wordt, dan wordt het vanzelf correct Nederlands. Krom maar waar. Irriteren aan zal binnen afzienbare tijd als correct Nederlands worden bestempeld.

Ook 'een beslissing maken' zal binnenkort correct Nederlands zijn. Vooral jongeren gebruiken het. "Ik zeg ook altijd: een beslissing maken", zegt onze zoon als we het erover hebben. "Dat is toch ook goed." Hij illustreert het punt perfect. "Nee, het is een beslissing nemen", zeg ik. "In het Engels zeg je make a decision. Daar komt het vandaan." 

"Achterhoedegevechten", zegt E, doelend op mijn corrigerende opmerkingen. Hij heeft gelijk. Taal is nou eenmaal in beweging. Je kunt maar beter meebewegen.

zaterdag 10 maart 2012

Hond in de bieb

Ik sta in de bibliotheek bij het tijdschriftenrek. In de periode dat mijn blog uit de lucht was, is de plaatselijke bibliotheek hier gesloten. De jongste en ik gingen iedere vrijdagavond naar de bieb. Dat was, aldus de jongste, ons 'moeder-dochter-moment'. We keken samen naar boeken en maakten een praatje met de bibliothecaresse, die we natuurlijk allemaal kenden. "Hoe moet dat nou verder met ons moeder-dochter-moment?", was dan ook de brandende vraag na de sluiting. Tegenwoordig gaan we naar de bieb verderop samen met E. Dus nu is het een vader-moeder-dochter-moment. Haar favoriete moeder-dochter-momenten zijn nu shopsessies.

De bieb die we nu bezoeken is veel groter. Dat heeft voordelen, maar ook nadelen. Het voordeel is natuurlijk de veel grotere collectie. Het nadeel is dat je elkaar gemakkelijk uit het oog verliest. De bieb heeft twee verdiepingen, dus we waaieren al snel uiteen naar verschillende hoeken van de bibliotheek. Gelukkig hebben we allemaal een mobiele telefoon, dus we kunnen elkaar altijd bereiken.

Het tijdschriftenaanbod in de grote bibliotheek is ook groter. Ik probeer er een beetje overzicht op te krijgen, als ik word afgeleid door het geblaf van een flinke hond. Ik kijk verstoord rond. "Welke idioot neemt zijn hond nou mee naar de bibliotheek?", vraag ik me af. Ik krijg de hond niet in het vizier. Opnieuw begint de hond te blaffen. "Mag dat eigenlijk wel?", vraag ik me vervolgens af. Ik kijk opnieuw geërgerd rond. Tot ik me opeens realiseer dat het wel van heel dichtbij komt. Sterker nog, het komt uit mijn eigen tas. Het blijkt de ringtone te zijn die de jongste voor zichzelf heeft geprogrammeerd in mijn nieuwe iphone. Ze is klaar, meldt ze, net als haar vader. Ik wandel naar de  doe-het-zelf-scanbalie en daar treffen we elkaar.

vrijdag 9 maart 2012

Talking Tom

Een tijd geleden verruilde ik mijn geliefde oude koelkast (een originele oldtimer Nokia telefoon van de beste soort) voor een iphone. "Ik ga 'm niet inruilen hoor, ik wil 'm houden", zeg ik voor we de iphone gaan aanschaffen. Als ik dat ook tegen de jongens van The Phonehouse zeg, kijken ze me meevoelend aan. Het was niet in ze opgekomen. Ze hebben geen enkele belangstelling voor mijn oldtimer. Ik bevind me in de wereld van de onbegrijpelijke aanbiedingen en telefoons met onbegrensde mogelijkheden. "Nou mevrouw, u gaat wel van het ene uiterste naar het andere", zegt de snelle jongen met de rappe tong, terwijl hij alle opties met me doorneemt. En zo is het.

Ik heb de iphone alweer een tijdje en ik ben er dol op. Niet zo dat ik 'm niet kan laten liggen, maar ik geniet er enorm van. Het heeft ongekende mogelijkheden. Na een gewenningsperiode ben ik nu gewend aan alle luxe. Ik luister muziek op spotify, ik internet all over the place, zit bovenop het laatste nieuws en voorzie mezelf van allerlei gemakken met apps. En dan praat ik nog niet over het gebruiksgemak: ik kan zelfs zonder mijn leesbril op te zetten sms'en!

Vandaag laat ik boezemvriendin mijn laatste app zien. We werken ons de hele ochtend al uit de naad. We hebben wel even een moment van ontspanning verdiend. En met deze app heb ik het toppunt van ontspanning in huis. De jongste zette hem er vorige week op en het heet talking Tom. Tom is een kat. Het principe is even eenvoudig als lachwekkend als onzinnig. Tom praat je op een hoger toontje na. Of je zingt een liedje en dan zingt Tom het na. Lachen, zuchten? Tom lacht en zucht ook. Het klinkt simpel, maar het is bijzonder lachwekkend. Boezemvriendin en ik lachen ons tranen. "Het is superkinderachtig, maar wel erg leuk", zegt boezemvriendin, terwijl ze haar tranen droogt. En dat is het: superkinderachtig, maar ook superleuk.

donderdag 8 maart 2012

De grote tietspier

Vanavond gaat de oudste met me mee aquajoggen. Ze is in de vroege avond thuisgekomen. De afgelopen weken was ik niet geweest, omdat ik op de donderdagavond steeds uitstapjes had. De spieren moesten dus even flink aangetrokken worden. En dat gebeurde. "Met aquajoggen kun je ook echt doodgaan.", zegt ze. Ze roeit en daar gaat ze keer op keer 'dood'.
Bij het aquajoggen waren de buik- en armspieren aan de beurt. In de auto terug bespreken we welke spieren we precies voelen. Zij voelt de nekspieren: "Het is de musculus trapezius", zegt ze. De vorige periode heeft ze anatomie gevolgd, vandaar. Ik voel vooral de spier over mijn borst. "Dat is de musculus pectoris major", zegt ze. "Je grote tietspier." En inderdaad: dat is 'm.

woensdag 7 maart 2012

De ster van het wachtwoordherstel

"Wat was mijn personeelsnummer ook alweer?" Ik probeer iets te regelen op het werk en daar heb ik mijn personeelsnummer voor nodig. Ik praat hardop in mezelf. "Ik heb 'm uit mijn hoofd geleerd", zegt boezemvriendin. Ja, waarom heb ik dat eigenlijk niet gedaan? Ik rommel in mijn laden en kijk of ik een verdwaald bericht met daarop mijn personeelsnummer kan vinden. Maar nee, ik vind het niet. Gelukkig hebben we tegenwoordig een digitaal personeelsdossier, waar we overal en op elk moment op in kunnen loggen. Tenminste als je je inlogcode nog weet. Had ik niet ergens een apart digitaal mapje met al mijn inlogcodes? Ik vind het direct, maar helaas: die voor het digitale personeelsdossier zit er niet bij. Dan bedenk ik me ineens dat ik nog niet zo lang geleden ook al gevraagd heb om wachtwoordherstel voor mijn personeelsdossier. Ik vind het linkje nog in een bericht in mijn postbus. Maar dat linkje is verlopen... Uiteindelijk komt het goed. Ik vraag opnieuw een wachtwoord aan en vind het personeelsnummer zonder problemen in mijn personeelsdossier.

Maar al die wachtwoorden, hoe onthou je het allemaal? Ik ben paranoia genoeg om niet overal hetzelfde wachtwoord te hebben. Maar vervolgens kan ik ze alleen onthouden als ik ze ergens opsla. En dat schiet natuurlijk ook niet op. Dus probeer ik ze te onthouden, wat natuurlijk niet lukt en dan vraag ik maar weer een wachtwoordherstel aan. Ik ben de ster van het wachtwoordherstel.

Met mijn pincodes heb ik geen probleem. Die zitten er gebeiteld in, tenminste... Zo rond de kerst ging mijn zus samen met haar dochter naar Londen. Bij het boeken van het reisje had ze een creditcard nodig. En die had ze niet. Ze belt me als ik in het plaatselijke winkelcentrum loop. Ik geef haar mijn creditcardnummer door en zo is het reisje zomaar geboekt. Als ze vlak daarna vertrekken geef ik mijn creditcard mee. Dat is tenslotte de kaart waarop geboekt is. Ook de pincode lever ik erbij. Als mijn zus een dag in Londen zit, belt ze me. "Weet je zeker dat dit de goede pincode is? Hij heeft al twee keer geweigerd. Nog één keer en hij is ongeldig." Vol zelfvertrouwen zeg ik: "Ga door, ik weet het zeker." Ik nestel me weer in de bank, tot ik een half uur later opeens een inval krijg: was het niet zo dat je bij een nieuwe creditcard ook een nieuwe pincode kreeg? En had ik haar niet mijn oude pincode gegeven? Waar had ik toch mijn nieuwe pincode alweer opgeschreven? Ik spit mijn boekenkast door en dan vind ik 'm ergens waar niemand 'm zou verwachten (en dat is natuurlijk de bedoeling!). Het is inderdaad een andere.  Snel sms ik mijn zus: "Het is toch een andere!" en ik vermeld mijn nieuwe pincode. Als mijn zus het nog een keer geprobeerd had was het natuurlijk te laat geweest. Maar zij was verstandig en had anders betaald.

Dus als het zou kunnen: eén persoonlijke code voor alles alsjeblieft! Ik ben bereid de brief waarop de code verstrekt wordt op te eten.

dinsdag 6 maart 2012

Don't give up

E. geeft me een brief van de KPN. Op 12 maart willen ze ons overzetten op het alles-in-een-pakket. "Dat hebben we toch allang?", vraag ik. "Sinds december", zegt E. Er is dus hoogstwaarschijnlijk sprake van een communicatiefoutje. We willen niet het risico nemen dat er op 12 maart iets onherstelbaars wordt gedaan. Dus bellen we. Dat wil zeggen: ik bel, want E. heeft het druk. Lees: E. heeft een broertje dood aan dit soort telefoontjes.

Direct maar bellen dan. Met de wetenschap dat iedere minuut me 10 cent kost, luister ik het menu af. Ik luister gedachteloos naar het wachtmuziekje, tot ik opeens hoor wat er gedraaid wordt: Don't give up. Dat getuigt wel van zelfinzicht van de KPN, je moet namelijk wel van het vasthoudende type zijn. En dan krijg ik eindelijk iemand aan de telefoon. Ik leg het hele verhaal uit. "Dan is er blijkbaar iets misgegaan", zegt de telefoniste. Zover waren wij ook al. "Het heeft elkaar hoogstwaarschijnlijk gepasseerd. U kunt het als niet verzonden beschouwen." Dat gaat wel erg makkelijk. "Moet u niet even naar onze gegevens kijken?", vraag ik. Hoe weten ze anders dat ze op 12 maart niets voor ons hoeven te doen?  Ik dring haar onze gegevens op en dan ziet ze dat we inderdaad al voorzien zijn van een alles-in-een-pakket. "U hoeft dus op 12 maart helemaal niets voor ons te doen", herhaal ik nog eens. Ze verzekert me dat ik me daar niet ongerust over hoef te maken.


En zo is het dan zomaar weer geregeld: ik heb op eigen kosten een foutje van de KPN hersteld. En nou maar hopen dat op 12 maart internet niet op z'n gat ligt, de telefoon het nog doet en het beeld niet op zwart gaat.



maandag 5 maart 2012

De nieuwe Skippy

Het is alweer jaren geleden dat we een konijn hadden. Hij kwam op een goede dag bij ons aanlopen. De oudste twee hadden daarvoor al eens een konijn gehad, dus de jongste claimde dit konijn en noemde hem Skippy. Het konijn was al behoorlijk op leeftijd toen hij bij ons kwam, maar we hebben toch nog ruim vier jaar van hem genoten.


Nog regelmatig praat onze jongste over Skippy. Ze mist hem nog steeds, verzekert ze me regelmatig. En eerlijk gezegd mis ik hem soms ook wel eens. Het was geen aanhalig konijn, het was een eigenzinnig konijn op leeftijd. Maar op de een of andere manier paste het dier bij ons. En hij was een dankbare afnemer van afval van groente. Ik gooi liever niets weg, dus dat kwam goed uit.


Nog steeds gooi ik liever niets weg. Regelmatig verdwijnt er dan ook een restje in de vriezer. En sinds onze oudste op kamers is, is ze een dankbare afnemer van zo'n  restje. Kleine bakjes met inhoud  variërend van een stukje hartige taart tot tortilla's of stamppot verdwijnen in de vriezer. En aan het eind van het weekend gaat dat regelmatig bij haar in de tas. Laatst zei onze zoon: "Zij is de nieuwe Skippy". Wij wisten precies wat hij bedoelde.

zondag 4 maart 2012

Afrikaans bukken en de deegroller


Regelmatig word ik geplaagd door rugpijn. Daar ben ik aan gewend. Ik weet er -al zeg ik het zelf- goed mee om te gaan. Iedere ochtend -op een enkele spijbelbeurt na- doe ik grondoefeningen. Dat heeft geleid tot het gewenste spiercorset langs de ruggengraat. De rolbeweging over de vloer is als het ware een massagebeurt.


Zo af en toe loopt het een beetje uit de hand. En dat is nu het geval. Vorige week had ik het er nog met mijn moeder over: "Dat zittende werk van jou is ook funest", zegt ze. "Ja, wat dan?", zeg ik. Ooit wilde ik warme bakker worden. Regelmatig prijs ik me gelukkig dat ik daar niet voor gekozen heb. "Staand werk is ook niks en liggend werk had je toch ook niet leuk gevonden, of wel?" Maar ze heeft wel gelijk. Deze week kon ik iets meer variëren in houding en dat is echt beter.


Ondertussen probeer ik alles wat ik zo links en rechts lees. Een tijdje geleden las ik dat Afrikaanse volken amper rugklachten hebben. In het artikel dat ik las werd dat toegeschreven aan de manier waarop Afrikanen bukken: met gespreide benen en een rechte rug. Ik heb het de afgelopen weken toegepast en ik ben enthousiast. De wasmand til ik nu met gespreide benen van de grond, ik haal de was met gespreide benen uit de wastrommel en ik pak de pannen gespreid uit de kast. Dus als de jongste vanmiddag behulpzaam vraagt: "Zal ik die rijstwafels even voor je onder uit de kast halen?", zeg ik: "Nee hoor, het lukt wel." "Ze gaat Afrikaans bukken", zegt de oudste. En inderdaad: ik buk op z'n Afrikaans en geen vuiltje aan de lucht. In één vloeiende beweging worden de rijstwafels vanuit de kast naar de tafel verplaatst.


Een eigen vinding is het hanteren van de  deegroller als massageinstrument. Met name mijn bovenbenen en bilspieren moeten het ontgelden. Daar zitten allemaal triggerpoints die gevoelig zijn als je rugklachten hebt, las ik. En die zitten daar inderdaad! Die triggerpoints ga ik met grof geweld te lijf: onder het motto Wel is boas, triggerpoint of ik? Me dunkt dat die spierknopen dan toch wel moeten toegeven dat ik de baas ben.


En als dat niet zo is en het allemaal niet helpt, moet ik toch maar eens gaan kennismaken met onze nieuwe huisarts.

vrijdag 2 maart 2012

Pussende autodrop

Vorige week haalde neef T. zijn rijbewijs. Dat moest gevierd worden! En natuurlijk neem je dan ook een aardigheidje mee. Als extraatje dacht ik aan Autodrop. Dat is volgens de reclame tenslotte absurd lekker.  Total Lossjes doen we maar niet, maar Drop Donders, Dubbeldekkers of Bosvruchtrode Cadillacs bijvoorbeeld. Op jacht naar autodrop vond ik vorige week bij de Jumbo alleen maar een aanbieding met de nieuwste uitvinding van autodrop: drop of winegum met een vloeibare kern. Op voorhand spreekt het idee me niet aan, maar Autodrop is vast van plan om de consument over de streep te trekken, want ze gooien bij de Jumbo twee voor de prijs van één in de aanbieding. Dus ik twijfel, maar neem toch een zak Volle Bakjes en Cola Caddies mee. 


Om mijn twijfel weg te nemen trekken we thuis de Volle Bakjes open. De buitenkant van het Volle Bakje dat ik in mijn mond heb is een beetje taai. Zoals gewoonlijk heb ik weinig genade met het snoepje: in één beet halveer ik het. En dan stroomt er een stroompje mierzoete stroop in mijn mond. Ik vertrek mijn gezicht. Dat is helemaal niet absurd lekker, dat is absurd smerig! Natuurlijk laat ik het er niet bij zitten. Ik neem nog één en nog één en nog één. De dropvariant van het Volle Bakje smaakt iets beter dan de winegum, maar het is nog steeds niet best. Het is gewoon pussende autodrop!


Met z'n allen zetten we de schouders eronder en zo werken we ons door het zakje Volle Bakjes. Eigenlijk vindt niemand het lekker. We besluiten dat we zoiets niet cadeau kunnen geven en halen te elfder ure nog iets anders. De Cola Caddies staan hier nog steeds onaangeroerd in de la. Niemand komt in de verleiding...

donderdag 1 maart 2012

Bewijs dat je geen robot bent

Ik ben druk doende met het terugplaatsen van de berichten van mijn vorige weblog naar mijn nieuwe account bij Blogger. Dat moet handmatig, één voor één. Maar ik heb tenslotte vakantie, dus waarom niet? Inmiddels heb ik zo'n 160 berichten teruggeplaatst: knippen, plakken, labelen en terugzetten op de datum dat het ooit geplaatst werd.


160 berichten, dat is ruim 10% van alles wat ik ooit heb geschreven. Van de 1500 berichten denk ik de helft terug te plaatsen. Niet alles hoeft terug, want wat ik ooit heb geschreven over ziekenhuisseries of andere favoriete series in 2007, dat geloof ik nu wel. Dat kan best in het archief blijven. Dus ik heb naar schatting nog zo'n 40% te gaan.


Als ik op een dag 50 berichten plaats, wordt Blogger achterdochtig, getuige de boodschap: Bewijs dat je geen robot bent. Dat moet ik dan bewijzen door een nonsenstekst over te typen. En zo makkelijk is het helemaal niet om te bewijzen dat je geen robot bent! Tenminste voor mij niet, want ik kan de vervormde teksten maar met moeite lezen. Als ik voor bericht nummer 51 'onloweb onplegi' heb ingevuld, voor bericht 52 'nandsSe ultyps', voor bericht 53 'apandi pubsel' en voor 54 'ememe orrad', zet ik er maar een punt achter voor vandaag.


Morgen weer verder.