maandag 30 april 2012

Even aflikken!

Zeker 50.000 mensen komen er jaarlijks af op de koninginnebraderie voor ons huis. En dit jaar waren die er zeker. Het mooie weer bracht veel mensen op de been. Rond een uur of vijf beginnen de voorbereidende werkzaamheden en rond een uur of tien begint de muziek te spelen en dan begint het feest pas goed.

En ook al is de braderie elk jaar weer een herhaling van zetten, het is toch leuk. En dus ga ik ieder jaar die braderie over samen met dochters, moeder en zus(sen) met dochter. Niet ieder jaar per se in die samenstelling, maar dit jaar wel. Wij lopen altijd tot de kerk een eindje verderop. Daar hebben ze namelijk altijd een rommelmarkt waar we graag even rondneuzen. Vorig jaar scoorde ik er twee mooie houten boekensteunen in de vorm van twee antilopes, een mannetje en een vrouwtje. Ik denk zelfs dat het vrouwtje zwanger is. Ook kocht ik een fantastisch kitschkinderkopje. Jammer genoeg niet zulke mooie vondsten dit jaar. Er is verder nog van alles te beleven rond de kerk. Zo worden er ook kniepertjes gebakken en worden er handwerkspullen verkocht. Meestal nemen we ook een zakje kniepertjes mee. Een aantal bejaarde vrouwen zit daar de hele dag te bakken. Dit jaar sloegen we echter over. Nicht betrapte namelijk de vrouw die de kniepertjes van de bakplaat schepte op het aflikken van de draaispaan. En ook al verwachten we niet dat het aan alle HACCP-eisen voldoet, dit ging ons net iets te ver. 

zondag 29 april 2012

Een nieuwe hobby

We zitten sinds enige tijd zonder schoonmaakhulp. Dat is niet voor het eerst natuurlijk. Maar nu wel definitief denk ik. Ik heb namelijk geen zin om een nieuw iemand over de vloer te hebben. Ik was gewend en gehecht aan onze hulp. Nu zij is gestopt is het afgelopen: ik neem de schoonmaak weer zelf ter hand.

Eerder al bedacht ik tijdens een time out de vijf-minuten-regel. Iedere dag na het eten maakten we met zijn allen vijf minuten schoon. Ik had uitgerekend dat we dan ongeveer even lang bezig waren met schoonmaken als onze hulp een keer in de week. En dat werkte als een tierelier. Maar tegenwoordig ligt het anders: de oudste is uit huis en de andere twee zijn druk met school. Vijf minuten hebben ze toch wel over, denk je dan. Ja, dat hebben ze wel, maar ik heb liever dat ze dan andere dingen doen.

Dus moesten we het even anders oplossen. Nu stofzuigt E. op de vrijdag onze hele benedenverdieping en vervolgens maak ik schoon. Op de bovenverdieping doet ieder zijn eigen deel.  Ook al ben ik helemaal niet competitief ingesteld, ik vind het toch leuk om direct achter E. aan te gaan, kijken of ik hem met dweilen in kan halen. Hij heeft dat weer liever niet, omdat ik hem dan in de nek zit te hijgen.

Schoonmaken is heerlijk werk. Ik doe het liever dan koken, liever dan boodschappen halen. Vandaag sopte ik de badkamer, het toilet en dweilde ik ze, net als de hallen en de keuken.Voor het dweilen van de vloeren gebruik ik een mop. Die schafte ik op speciaal verzoek van onze hulp aan, maar nu ben ik er ook helemaal aan verslingerd. Ik maakte en passant de magnetron nog even schoon en wiedde het onkruid uit het grind voor ons huis. Vanavond stelde ik even een weekend-vijf-minuten in, om alle rotzooi die we met z'n allen maken even op te ruimen. En nu is het hele huis schoon en opgeruimd.

Om het allemaal een beetje interessant te houden, werk ik wel graag met een experiment of een project. Mijn experiment van vandaag is het bewerken van de wasbakken in de douche met autowax: even drogen en dan uitpoetsen (autoshampoo gebruik ik al langer met goed resultaat). En nu maar kijken of ze nu nog langer mooi glimmend blijven. En het project is het terugbrengen van mijn assortiment schoonmaakmiddelen: eigenlijk wil ik terug naar soda, vloeibare groene zeep en schoonmaakazijn.

Vanavond belt de oudste met mijn moeder. "Schoonmaken is mamma's nieuwe hobby.", zegt ze. Wie weet, misschien komt het ooit nog wel zover.

zaterdag 28 april 2012

Van nicht tot nicht

Mijn moeder komt uit een groot gezin. Ze is de oudste dochter. En haar broers en zussen hebben ook weer kinderen gekregen. Zo beschik ik alleen al van moeders kant over een flink aantal neven en nichten. Veel neven en nichten woonden bij ons in het dorp. Met hen hadden we als vanzelfsprekend contact. Maar we hadden natuurlijk ook neven en nichten buiten het dorp. Het meeste contact hadden we dan met onze nichten uit Loppersum, die qua leeftijd ook dicht bij ons lagen. Aarzelende pogingen om te gaan logeren -helden waren wij niet op dat gebied- werden daar ondernomen. Zij woonden aan het spoor en beschikten over een mooi zoutwaterbad. Dat waren voorzieningen waar we in ons dorp niet over konden beschikken. Niet dat we daar veel van meekregen, want onze logeerpartijen waren van zeer korte duur.

Gemakkelijker was het als zij kwamen logeren. En dat gebeurde ook nog wel eens. Vaak kwamen ze dan bij oma logeren, die natuurlijk ook in het dorp woonde. We konden het goed met elkaar vinden. J. en ik verschilden een jaar in leeftijd, dan kwam mijn zus en dan haar zusje. Zo waren we een in leeftijd aansluitend kwartet. Qua leeftijd lagen J. en ik dicht bij elkaar, maar qua karakter en interesses liepen we uiteen. Ze was stukken sportiever en misschien ook wel impulsiever dan ik. Ik was meer een boekenwurm. Voor het familiegevoel maakten al deze verschillen geen enkel verschil.

Ooit schreef ze eens een zelfbedacht versje in mijn poëziealbum. Later en nu ook nog, vond ik het prachtig. Het zegt namelijk veel over haar karakter. Maar toen kon ik het niet echt waarderen: ik wilde een 'echt' versje dat netjes geschreven was, zonder schrijf- en taalfouten of doorhalingen. Maar dit werd het.

Als het van een ander kind was geweest, had ik de bladzijde ongetwijfeld verwijderd, maar omdat het om mijn nichtje ging -en het bloed kruipt waar het niet kan gaan- liet ik het zitten. Gelukkig maar. 

Toen we ouder werden stelde oma onze nichtjes regelmatig als voorbeeld: ze waren blijkbaar minder vrijgevochten dan wij. Mijn ouders hadden er naar oma's smaak minder de wind onder. Dat uitte zich bijvoorbeeld in onze kapsels. "J. had haar haar weer zo mooi geknipt", zei oma dan als ik mijn lange haren voor mijn ogen wegschoof. Ik ging nooit naar een kapper. Mijn tante -kapster van huis uit- knipte de punten van mijn lange haren bij en de pony nam ik zelf voor mijn rekening. Die draaide ik in een rolletje en dan knipte ik er een heel klein stukje af. Dat gaf het gewenste slordige effect. 

Nog steeds is ze denk ik beter gekapt dan ik. Vandaag viert ze een feestje omdat ze vijftig is geworden. En daarbij ben ik natuurlijk graag van de partij, want ook al hebben we niet heel veel contact, de basis is goed. Zo is zij die ene trouwe volger onderaan mijn blog.

vrijdag 27 april 2012

Het hart van ons huis

Ik maak er geen geheim van dat ik een groot liefhebber ben van huizenjachtprogramma's. Mijn absolute topper, de onbetwiste nummer 1, is natuurlijk De Grote Verhuizing met Phil en Kirsty. Iedere dag moet ik even kijken. En dat kan nu ook, dankzij de wonderen van de digitale televisie. Soms kijk ik 's avonds nog heel laat, maar als het even kan, dan zie ik het. En hoe vaak ik het ook zie: het blijft leuk. Het blijft leuk om in andere huizen rond te kijken en om te zien wat mensen beweegt om te gaan verhuizen.

Voor iedere zoektocht inventariseren Phil en Kirsty de wensen van de huizenzoekers. En wat keer op keer terugkomt is het volgende: de keuken is het hart van het huis - de allerbelangrijkste ruimte in het huis. Heel veel mensen geven aan dat ze meer tijd in de keuken doorbrengen dan in de huiskamer.Een belabberde keuken is vaak een breekpunt, een afknapper van jewelste. 

Bij ons is de keuken niet het hart van ons huis. De keuken ligt aan onze kamer. Via de suitedeuren hebben we een mooi uitzicht op de eettafel in onze keuken. De zelfgemaakte tafel biedt ruimte aan wel 8 mensen. Maar die zitten er nooit. Wij zitten namelijk in het hart van ons huis: onze huiskamer. Daar hangen we rond. Daar relaxen we. Niet in de keuken. De keuken is een plek waar gewerkt wordt: aan de maaltijd, aan het huiswerk, achter de naaimachine, of aan wat voor ambitieus of minder ambitieus knutselwerkje dan ook. En daarvoor is het een prima ruimte. Maar het is niet het hart van ons huis.

donderdag 26 april 2012

Van een cavia een kameel maken

Vandaag ging ik naar de fysiotherapeut. "Bent u hier bekend?", vraagt de man me. "Ja ik ben hier een paar jaar geleden nog geweest", zeg ik. Na diep graven in de computer vindt hij me: in 2007 kwam ik er ook al eens. Voor ik de fysiotherapeut belde, heb ik daar weken over geaarzeld. Zou het niet vanzelf overgaan? Zijn mijn klachten wel erg genoeg? Ondertussen probeer ik dan van alles om het zelf op te lossen: Afrikaans bukken, spierknopen verwijderen met een deegroller, noem maar op. Maar het wordt niet echt beter. Dus besluit ik dan toch maar te bellen. En vandaag kan ik er dan al terecht.

Hij loopt alles even langs en komt tot de conclusie dat een aantal gewrichten niet helemaal okee is: drie stuks maar liefst en bovendien staat mijn bekken scheef. Ik had boezemvriendin beloofd om haar op de hoogte te houden. Zij is immers dagelijks getuige van mijn gekruk op kantoor. "Ik stuur je wel even een tweet", zeg ik. En dat doe ik. Ik informeer haar over mijn mankementen en voeg daaraan toe: "Ik zou in het Midden-Oosten geen kameel meer waard zijn, hooguit een cavia." Als ik de tweet heb verstuurd vraag ik me af of ze in het Midden-Oosten eigenlijk wel cavia's hebben. Dat wil ik dan toch even weten. Een snelle zoektocht op internet leert me dat cavia's van oorsprong uit Zuid-Amerika komen. Boezemvriendin zal me deze kleine misser wel vergeven. Afijn, in de komende weken gaan we kijken of ik me weer op kan werken tot in ieder geval één kameel.

woensdag 25 april 2012

Rondhangen op de til

Je ziet ze hier regelmatig rondhangen in groepen: jongeren. Er wordt van alles bedacht om jongeren te verdrijven van plekken waar ze massaal rondhangen. Zo las ik laatst eens dat ze hele hoge pieptoontjes inzetten om hangjongeren -die dit soort toontjes nog horen en er helemaal gek van worden- te verjagen. Vanavond gaat de jongste nog even naar de Lidl. "Ze hangen rond bij de Trekpleister", zegt ze.

Vroeger was ik ook een hangjongere. Dat was helemaal niet raar. Iedereen in ons dorp hing rond. En daar hadden we een hele geschikte plek voor: de til, de witte brug over de Lustige Maar, midden in ons dorp. Niet dat wij ooit spraken over De Lustige Maar, wij zeiden gewoon 't daip. De til is een stenen brug met kijkgaten erin. Niet zomaar een brug, vernam ik laatst van mijn moeder: het is een heel bijzondere brug. Dat wisten wij toen al. Niet omdat het een monumentale brug is, maar vanwege de functie die het had in het dorp. 's Morgens verzamelden we ons op de til om naar de middelbare school te fietsen. 's Avonds hingen we er rond voor de gezelligheid. Het was het verzamelpunt bij uitstek.

Het gebeurde regelmatig dat auto's die over die brug moesten, op ons moesten wachten - tot de groep uiteen week en ze er langs liet. Daarmee lieten we zien dat het dorp was van ons, net als de til. Vanuit het perspectief van deze tijd zou dat misschien intimiderend zijn. Maar destijds was dat helemaal niet zo. Het woord hangjongere bestond namelijk nog niet. Groepen jongeren waren niet intimiderend. Wij waren gewoon 'de jeugd'.
Woltersum, uitzicht vanaf de til

zondag 22 april 2012

De vrouw met de dikke vingers

Vrijdagavond hadden we een feestje bij mijn zus. Daar trof ik een oud-klasgenootje van me. We zaten samen op de basisschool in het dorp. Ik tref haar zo nu en dan nog bij mijn zus. We raken aan de praat  over de nieuwe ring van mijn jongste zus. Die namen we voor haar mee uit Edinburgh. Ze durft niet te vliegen, dus had ze verstek laten gaan bij ons uitje anderhalf week geleden.

Het vinden van de ring was niet moeilijk. We wisten precies wat ze mooi zou vinden. Het probleem was alleen dat de ring die onze voorkeur had niet haar maat was. Hoe we dat wisten? Mijn zus en ik pasten de ring om onze pink. Als hij net iets te klein is voor onze pinken, dan past hij perfect om haar ringvinger. Het punt was alleen dat de ring perfect om onze pinken paste. En dat betekent dat het een ring is die zij om haar middelvinger zou moeten dragen. Dat doet ze alleen nooit. Bovendien blijkt de ring een uniek exemplaar te zijn, die lastig te verkleinen is. Uiteindelijk wagen we de gok en met succes: mijn zusje draagt 'm nu met veel plezier om haar middelvinger.

Het shockerende deel van dit verhaal is dat onze pinken even dik zijn als de middelvingers van mijn zusje. En van ons beiden span ik de kroon: mijn vingers hangen regelmatig als een kilo saucijzen in de aanbieding aan mijn hand. Ik leg mijn handen op de statafel waar we tegenaan leunen om het verhaal kracht bij te zetten. Niet dat dat nodig was, maar ik zet verhalen nou eenmaal graag kracht bij. "Mijn oma had ook hele dikke vingers", vertel ik. Ik kan ze me nog goed voor de geest halen. En dan zegt mijn oud-klasgenootje: "Ja dat herinner ik me ook nog: dat ze echt hele dikke vingers had." "Nou zie je nou wel", zeg ik. "Zo herinneren ze zich mij later natuurlijk ook: als de vrouw met de dikke vingers."

zaterdag 21 april 2012

Oetboudeln

De oudste en ik zijn vandaag wezen shoppen. We hebben maar liefst ruim drie uur in Winschoten rondgehangen. Dat is een topprestatie voor ons. Meestal zijn we veel eerder uitgekeken. Het gevolg was dat we daarna echt volledig zijn ingestort. Maar het resultaat is ernaar: de oudste is flink 'oetboudeld'.

We hadden vandaag een bijzondere ervaring. In een modezaak die eigenlijk net iets te netjes is naar de smaak van onze dochter, komt er een dame op ons toelopen. Ze heeft de revers van haar groene jasje beet en kijkt ons indringend aan. Wij proberen haar te ontwijken: we kijken haar niet aan en duiken in de rekken. Een medewerkster van de zaak ziet het gebeuren: "Dat is onze mannequin voor vandaag.", zegt ze. De mannequin van vandaag! Ik wist helemaal niet dat het woord mannequin nog in  zwang was, laat staan dat er zaken zijn waar dagelijks een mannequin rondloopt. "Ik draag schoenen van Schuurmans, de kleding is van Kams, zonnebril van Adema, een luchtje van ...", De stralende mannequin vertelt hoe de Winschoter middenstand heeft bijgedragen aan haar piekfijne uiterlijk. Een bijzondere manier om je waren aan te prijzen, concluderen de oudste en ik, ook al gaan wij niet tot koop over. "Hoe stellen ze zich dat eigenlijk voor bij dat geurtje?", zegt de oudste. "Moet je dan aan haar gaan ruiken?"

donderdag 19 april 2012

HALLO HOE doe je?

HALLO HOE doe je?, luidt het berichtje op mijn skype account. Het is een berichtje van ene James Mattis. Hij wil vrienden met me worden. Ik ken James Mattis natuurlijk helemaal niet. "Hoe komt zo iemand nou bij mij terecht?, vraag ik de kinderen. "Dan bekijken ze je foto", zegt de jongste. De oudste heeft nog een andere optie: "Of ze typen gewoon een letter." Op facebook kreeg ik een uitnodiging van ene Hany Kamel. Hany heeft nog maar vier vrienden en wil ook vrienden met mij worden. Ik ken Hany verder niet. Vrienden worden zit er dus niet in.

Vanmorgen hoorde ik op de radio een interview met de hoofdredacteur van het blad Psychologie. In dat interview komt naar voren dat de meeste mensen geen realistisch zelfbeeld hebben. Mensen denken van zichzelf dat ze leuker, knapper, aardiger en slimmer zijn dan ze echt zijn. Klinisch depressieve mensen hebben het meest realistische beeld van zichzelf. En daar word je dan niet echt blij van.

Ik ben duidelijk niet depressief. Ik ga ervan uit dat dit soort vriendschapsverzoeken van wildvreemden te maken hebben met mijn goede looks en leuke positieve uitstraling. Maar dat is natuurlijk niet het geval. Hoogstwaarschijnlijk is het pure willekeur of  wanhoop. 

woensdag 18 april 2012

Ontspannen ongeorganiseerd

Onze jongste wordt regelmatig verrast. Dat komt omdat ze niet erg georganiseerd is. Ze heeft een agenda, maar die is voornamelijk decoratief. Echt belangrijke boodschappen worden er niet in opgetekend. Gelukkig krijgen we toch nog het een en ander mee via het huiswerkportaal. Vanmiddag belt ze me. Ik ben bij wijze van uitzondering op woensdag aan het werk. "Hoi mam, ik ga uit eten in Duitsland", jubelt ze door de telefoon. Ze doet tweetalig onderwijs Duits en is bij de beste drie van de klas. Bij wijze van traktatie gaan ze met de verantwoordelijke leerkrachten over de grens eten.
"Had ik je dat niet verteld?", zegt ze. Nee, dat had ze me niet verteld. Ze had me wel verteld dat ze hun proefwerken moesten laten zien om te kijken of ze goed presteerden. Maar dat heeft ze vervolgens niet gedaan. De docent was echter niet voor een gat te vangen en haalde haar cijfers uit het huiswerkportaal. "En kunnen jullie ons ophalen uit Weener vanavond?", vraagt ze. Ik zeg dat het vast wel kan. Als ik thuis ben is ze al vertrokken.

Haar ongeorganiseerdheid vraagt veel van ons improvisatievermogen. Gelukkig zijn we flexibel. Dat is een voorwaarde als je met zijn vijven - nu eigenlijk met zijn vieren- in een huis woont. We zijn allemaal anders. Onze zoon en ik zijn graag op tijd en goed voorbereid: we lijken daarin veel op elkaar. Ik zou ons geen planners willen noemen, daarvoor houden we teveel van ruimte. E. en onze oudste zijn losser: ze zijn wel op tijd, maar niet -zoals onze zoon en ik- bij voorkeur te vroeg. In het voorbereiden van zaken zijn ze net iets relaxter, in mijn ogen soms te relaxed. Bij onze jongste heeft relaxedheid plaatsgemaakt voor ongeorganiseerdheid. Die ongeorganiseerdheid hanteert ze zeer ontspannen. Ze lijkt er altijd vanuit te gaan dat het wel los zal lopen. En dankzij onze flexibliteit is dat ook zo.

Om kwart over zeven belt ze: of we haar om kwart over acht willen komen halen. Mooi op tijd! Dat is haar duidelijk ingefluisterd door haar georganiseerde Duitse leerkracht.

dinsdag 17 april 2012

Even stilstaan

Het lijkt helemaal nog niet zo lang geleden dat ik naar de middelbare school ging. Toch is dat al heel lang geleden. Het was in de jaren ´70, toen disco nog in was.
Het lijkt ook nog niet zo lang geleden dat E. en ik samen kwamen. Toch is dat ook al heel lang geleden. Het was nog in de tijd van schuurfeesten, cassettebandjes, lp's en de telefooncel. Kun je nagaan.
Het lijkt zeker ook niet lang geleden dat ik begon met werken. Maar inmiddels is dat ook alweer een indrukwekkende tijd geleden. De computer was nog een noviteit: Collega H. werkte als enige met een joekel van een apparaat. Ikzelf werkte nog met een typemachine.
Het lijkt evenmin lang geleden dat de oudste werd geboren, maar inmiddels woont ze al wel op zichzelf. 

Meestal sta ik niet stil bij het verstrijken van de tijd. Maar vanmiddag ging ik naar de begrafenis van een oude baas. En dat is een moment om even stil te staan. En pas als je echt stilstaat valt het je op hoe snel het leven gaat.

Oude baas en ik waren jarenlang buren op kantoor. Hij was een erudiet man met een brede interesse. Dat zag je ook als je op zijn kamer kwam; de clean desk had zijn intrede nog niet gedaan - en als het al wel zo was geweest, dan had hij daar ook niet aan meegedaan. Op zijn kantoor stapelden de boeken en het papier zich steeds hoger op. Regelmatig schoof hij even aan bij mijn opgeruimde vergadertafel. Daar zaten we dan stilzwijgend bij elkaar. Ik werkte imiddels met de computer en hij schreef brieven of maakte aantekeningen met zijn vulpen. Hij nam er de tijd voor om een brief of een toespraak te schrijven. En dat lijkt dan al wel heel lang geleden -en dat is het ook.

zondag 15 april 2012

n Raive dat wie hebben...

Zelf groeide ik op in Woltersum. Dat ligt in Fivelingo: het hart van Groningen. Toen ik opgroeide sprak iedereen het dialect van die omgeving met elkaar. Het mooiste Gronings vond ik dat. En iedereen vond dat heel gewoon. Tot ik op de middelbare school kwam. Daar was het helemaal niet gewoon dat je thuis en in je directe omgeving Gronings sprak. Sterker nog: het mocht niet, ook niet onderling. De Nederlandse lerares pikte alle kinderen met een Gronings accent eruit. Grappig genoeg was ik daar niet bij, terwijl ik een van de weinigen was die zelf dialect sprak. De ouders van het grootste deel van mijn klasgenoten spraken uiteraard Gronings, maar die hadden hun best gedaan om met hun kinderen keurig Nederlands te praten. Maar niet goed genoeg dus, volgens mijn Nederlandse lerares.

Toen ik later Nederlands ging studeren was mijn Groningse dialect juist heel waardevol. Het was een tweede taal! Eigenlijk was het natuurlijk mijn eerste taal: ik denk en droom in het Gronings. Als ik op het werk bijvoorbeeld diep in gedachten ben en je stoort me, dan reageer ik in het Gronings. Het Nederlands is mijn tweede taal en dat beheers ik ook heel behoorlijk. Ik leerde op de universiteit hoe het kon dat de Nederlandse lerares mij er niet uitpikte en veel van mijn klasgenoten wel. Het is namelijk juist goed om twee talen volstrekt gescheiden aan te leren: school, televisie kijken en voorlezen in het Nederlands en al het andere in het Gronings.

Toen onze eerste werd geboren, gingen E. en ik Gronings tegen haar praten. Dat voelde heel natuurlijk aan: tegen alles wat niet terugpraat, praat ik sowieso Gronings. Het grappige is, dat ze eerst in het Gronings terugpraatte, maar onder invloed van de crèche al snel overstapte op het Nederlands. En dat deed ze heel consequent. Zo ontstond de situatie die nu nog steeds bestaat: wij praten Gronings tegen de kinderen en zij praten Nederlands terug. Tenminste, tot voor kort.

Onze zoon spreekt namelijk steeds meer Gronings en dat gaat hem goed af. In onze woonplaats wordt het veenkoloniaalse Gronings gesproken en daar geniet hij zeer van. Zelf spreekt hij net als wij het Gronings van het Fivelingo, maar zo nu en dan geeft hij er een veenkoloniaals tintje aan: de klabbe (klapbrug), het draaigie (een brug die draait), tweie, dreie, vaare, als het even kan plakt hij er een -ie of een -e achter, ook als dat niet hoeft. Voor hem geldt nou eenmaal net als voor mij dat de overdrijving zijn favoriete stijlfiguur is.

Zo nu en dan loopt hij tegen een mooie spreuk aan die hij met ons deelt. Zoals deze tekst die hij las op een hele oude tractor: Geld dat hebben wie nait, mor n raive dat wie hebben...

zaterdag 14 april 2012

Koop dat spul!

Een tijdje geleden verraste collega A. me op een kuipje luchtige Lätta. Het was een cadeautje naar aanleiding van een stukje dat ik erover had geschreven. De reclame van de nieuwe Lätta doet je namelijk watertanden.

Mijn eerste ervaring met de flink gekoelde Lätta viel enigszins tegen: ik had meer luchtbelletjes verwacht. Maar wat blijkt? De luchtbelletjes komen pas goed tot hun recht als de boter niet helemaal gekoeld is - het kan natuurlijk ook dat onze koelkast te koud staat. Dat is niet uitgesloten.

Pas als het even buiten de koelkast staat is het dus goed luchtig. En dan is het werkelijk heerlijk. De paasdagen stelden me in de gelegenheid om het op veel verschillende soorten brood te proeven. Op roggebrood, suikerbrood, ontbijtkoek, compactbrood, maanzaad bruin, krentenbrood, mueslibonk, noem maar op, het smaakt goed op alles. Naar het werk neem ik twee compactbroodjes met niets anders dan luchtige Lätta mee in een broodtrommel: niet te versmaden!

Ik heb dus maar één advies: koop dat spul!

vrijdag 13 april 2012

Moeke en de wichter in de wolken

Nou het is gelukt! Moeke is de lucht in geweest en we hebben prachtige dagen gehad in Edinburgh. Echt een tripje om in te lijsten. Met een appartement aan de High Street in Edinburgh zaten we in het hart van the Old Town. Moeke en zus zijn prima gezelschap, we kennen elkaar als onze broekzak en kunnen goed met elkaar, dus het was fantastisch. Mijn zus en ik sliepen op een slaapkamer. Dat is heel lang geleden. Ooit verhuisden we van het kleine huisje waar we allebei werden geboren naar een groter huis. Ik was een jaar of vijf denk ik, mijn zus een jaar of drie. In het grote huis hadden we ieder een slaapkamer: een ongekende luxe! Maar blijkbaar zaten we niet op die luxe te wachten, want nog jarenlang kropen we 's avonds bij elkaar in het eenpersoonsbed. Dat zit er nu niet meer in, maar het is nog steeds zo dat we niet snel te diep in de comfortzone van de ander zitten: we kunnen elkaar bijzonder goed verdragen. Of zoals mijn zus het zei: "Wij irritaaieren mekaar nooit."

Je eerste keer vliegen is een bijzondere ervaring. Zeker met de toegenomen veiligheidsvoorschriften is het inchecken op het vliegveld een hele onderneming. Mijn moeder is met haar twee nieuwe heupen van flink wat lichaamsvreemd materiaal voorzien, dus bij haar gingen de beveiligingspoortjes natuurlijk af. De blieper op het lichaam gaf keurig een bliepje op iedere heup. Toen die hindernis eenmaal genomen was, kon het avontuur beginnen. In het vliegtuig bleek er nog een extraatje te zijn. Twee banken voor ons zat namelijk een stel dat blijkbaar ambities had om lid te worden van de Mile High Club (de club van mensen die het ooit in een vliegtuig hebben gedaan). En wel op de bank voor ons. Zoiets zou natuurlijk heel spannend en opwekkend kunnen zijn, maar dat was het niet. Het was al met al vrij onsmakelijk. "Hij doet het helemaal verkeerd", zeg ik tegen mijn zus. "Hij zit als een wilde in haar mond te centrifugeren. Het is gewoon onsmakelijk. Eigenlijk zou iemand dat tegen hem moeten zeggen." De eerlijkheid gebiedt me echter te zeggen dat zijn vriendin blijkbaar geen moeite met zijn centrifugerende bewegingen had. Dat hebben we uitgebreid kunnen constateren, want het was geen bevlieging van affectie of lust: het was een sessie van één uur en veertig minuten.

Mijn moeder had er minder oog voor dan ik, maar ik zat dan ook aan het gangpad met geen uitzicht op het geweldige wolkendek of de spectaculaire Schotse heuvels. En dan word je natuurlijk gemakkelijker afgeleid. Achteraf bleken ze ook de terugreis in het vliegtuig te zitten, maar niet op een plek waar wij ze konden zien. Pas toen ze -net als de heenvlucht- als laatste het vliegtuig verlieten, herkende ik ze -dankzij mijn oplettende observaties tijdens de heenvlucht.

Kortom: je beleeft nog eens wat als je op stap gaat!

dinsdag 10 april 2012

De lucht in

Morgen gaat het gebeuren: dan gaat mijn moeder voor het eerst in haar 76-jarige bestaan vliegen. En ze gaat dat doen in bijzonder goed gezelschap, namelijk van mijn zus en mijzelf. Onze bestemming is Edinburgh. We vliegen vanuit Bremen. Het leek mijn moeder al langer leuk, maar het was er nog nooit van gekomen. Mijn vader ziet het niet zitten en in voorgaande jaren liep mijn moeder niet zo goed. Nu ze twee nieuwe heupen heeft, loopt ze beter dan de jaren daarvoor. Voor mijn zus en mij geldt dat onze kinderen nu groot zijn en dat we in de dagelijkse zorg best even gemist kunnen worden. Dus gaan we voor het eerst in hele lange tijd weer met elkaar op vakantie. Leuk!

Vanmiddag bel ik mijn moeder even hoe het ervoor staat. Ze heeft er zin in. De koffer is natuurlijk al gepakt en het is een komen en gaan van mensen die haar een goede vlucht toewensen, persoonlijk, of telefonisch. Ook als ik bel, heeft ze bezoek. Geen probleem, want mijn moeder betrekt het bezoek met het grootste gemak bij het telefoongesprek. We houden het toch maar kort. "Nou, dat is al lang geleden dat ik met jullie op vakantie ging hè?", zeg ik tegen mijn moeder. En de laatste keren dat ik meeging was ik niet te pruimen, volgens mijn zus. Ik wilde namelijk weer terug naar mijn vriend, toen ook al E.! "De laatste keer dat ik meeging was ik niet te genieten, omdat ik terug wilde naar E, maar ik beloof je dat ik dat nu niet zal doen", verzeker ik haar. Ik heb er zin in.

maandag 9 april 2012

Orde op zaken

Buiten de paasfestiviteiten om ben ik de afgelopen dagen bezig geweest in de schuur. Het opruimen van de schuur is een terugkerende klus, maar ik vind het fijn om orde op zaken te stellen. Het punt is alleen dat ik voortdurend orde op zaken moet stellen en dan gaat de lol er toch vanaf. Eerlijkheidshalve moet ik toegeven dat ik zelf ook een flinke vinger in de pap heb bij het creëren van de wanorde: ik gooi te weinig weg. Deze keer heb ik echter goede hoop dat er een permanente oplossing is. Boezemvriendin is onlangs namelijk verhuisd naar de stad. Uit haar overcomplete boedel kregen wij een opbergsysteem van robuuste stellingen. Die staan er nu deels en ik voorzie dat dit een enorme verbetering gaat geven. En ik ben nog maar pas begonnen! Ik ben namelijk van plan om allemaal kratten met een deksel te kopen die dan -voorzien van een sticker- op de robuuste stellingen gaan. Omdat de stellingen zo robuust zijn, kunnen de kratten ook robuust zijn. En dat betekent dat er ontzettend veel in kan. En dat is dan weer precies wat we nodig hebben.

Het stickeren van de kratten is ook geïnspireerd op een ingenieus kastensysteem in het nieuwe huis van boezemvriendin. De vorige eigenares had daar namelijk de sokkenladen met een lettertang voorzien van de teksten blauw, bruin en zwart, zodat de sokken goed op kleur gesorteerd werden. Ik ga de verfblikken niet op kleur sorteren, maar ik ga alles per bewerkingssoort sorteren: voorbewerking (schuurpapier, schuurgel, plamuur, kit, et cetera) en dan de lak- en latexverven apart. Het gaat geweldig worden!

zondag 8 april 2012

Het perfecte perfecte horloge

Ik ben dol op horloges. Altijd ben ik op zoek naar het perfecte horloge, tot ik er dan eentje vind. En dan gaat dat horloge niet meer af, tenzij onze oudste het ook een perfect horloge vindt. Als dat namelijk het geval is, kan ik opnieuw gaan zoeken.

Dit is 'm: het perfecte perfecte horloge.
Vorig jaar vond ik weer een perfect horloge: niet duur, hoog draagcomfort (geen sluiting, maar een elastische schakelband) en een perfecte tijdweergave. En dat voor €7,50 met een gratis batterij erbij. Omdat het zo'n perfect horloge is, draag ik het altijd: als ik op stap ga, maar ook als ik aan het klussen sla. Dat was bijvoorbeeld vrijdag het geval. Ik was samen met de jongste in de schuur bezig om de muren te ontdoen van losdwarrelend stucwerk. De bewoners voor ons verfden en stucten een buitenmuur meer dan twintig jaar geleden aan de binnenkant mokkabruin met  materiaal dat hoogstwaarschijnlijk alleen geschikt was voor een binnenmuur. Het gevolg: kruimelend, dwarrelend stucwerk, waar we nou al twintig jaar 'plezier' van hebben. Vorig jaar krabde ik een hoekje schoon en dat ziet er nu prima uit. Nu dus de andere hoek. De jongste en ik gaan flink tekeer op de muur en het fijne stof dwarrelt dan ook samen met brokstukken stuc in het rond. Het gaat echt van dik hout. Op een gegeven moment ontdek ik dat ik mijn horloge nog draag. Dat gaat een beetje ver en ik stop 'm dan ook in de broekzak van mijn spijkerbroek.

Na het klussen stop ik alles in de wasmachine. Op een gegeven moment hoor ik getik tegen het wasmachineruitje. En wat zie ik voorbij komen? Precies: het perfecte horloge. Balen! Hij is namelijk niet waterproof. Als ik de was uitlaad, zie ik dat het horloge nog loopt. Zou het dan ook nog waterproof zijn? Dat maakt het tot het perfecte perfecte horloge! Maar daar lijkt het niet op, want op een gegeven moment beslaat het glaasje en kan ik niet meer zien hoe laat het is.

Vandaag komt de jongste binnenwandelen als ik in bad lig. "Ik heb op internet uitgezocht hoe je dat water weg kunt krijgen", zegt ze. "Je kunt het op een dikke laag zout leggen en daar bovenop dan weer een dikke laag zout." "Zou dat niet slecht zijn voor het metaal?", vraag ik haar.  Ze haalt haar schouders op. "Föhnen kan trouwens ook", zegt ze. "Dan doen we dat eerst", zeg ik. Ze neemt de föhn mee en even later hoor ik het vertrouwde geloei van onze föhn uit de kamer. Weer even later komt ze opgetogen binnenlopen met mijn horloge in haar hand. "Nou je mag me wel bedanken", zegt ze. En dat heb ik gedaan, want het horloge loopt weer en ik draag 'm alweer!

zaterdag 7 april 2012

Keiharde magie

In de auto luister ik nu naar Wilco. Het is moeilijk om Wilco te typeren: een beetje een mix van country en keiharde gitaarmuziek. Ik kende Wilco eigenlijk niet, tot E. en ik een tijdje geleden naar een concert in de Oosterpoort gingen. Daar waren we omringd door keiharde fans. Dat wil zeggen: bijna omringd door keiharde fans. Ik zat namelijk naast een man die me -zodra E. een drankje voor ons ging scoren- vroeg: "Ken jij Wilco eigenlijk?". "Niet echt", zeg ik. Wij hadden van tevoren nog even muziek geluisterd, maar voor deze man was het een echte blind date. "Een beetje bluegrass hoop ik", zegt hij. Nou, bluegrass was het niet en na een aantal gierende gitaarsolo's kneep mijn buurman er dan ook tussenuit.

Voor ons zitten keiharde fans. Vier daarvan komen niet uit deze regio. De vrouw die vlak voor ons zit, ziet er redelijk fataal uit. Ze was wat je vroeger 'een stoot' noemde. Nog steeds is ze een knappe vrouw, alleen jammer dat ze nog steeds een stoot wil zijn. Haar jurkje is net iets te kort en te bloot - op zich geen probleem, maar later blijkt dat ze buiten zichzelf raakt als Wilco begint te spelen. Iedere gitaarsolo wordt fluitend en schreeuwend met de armen en benen in de lucht verwelkomd. Ik kan op gezette tijden ook best enthousiast zijn, maar op dat moment voel ik me een bijzonder nuchtere Groninger. Het leidt me bovendien af. Het enthousiasme blijft onverminderd, maar na verloop van tijd wordt de smartphone tevoorschijn gehaald om de wereld te informeren over dit fantastische concert. Anderhalf uur onafgebroken alleen maar kijken en luisteren is blijkbaar teveel gevraagd voor deze keiharde fan.

De volgende dag lezen E. en ik dat we getuige zijn geweest van een magisch concert. Misschien zijn we verwend, maar E. en ik hebben echt al magischer momenten meegemaakt. We vonden het een aardig concert, maar een van de -ongetwijfeld virtuoze- gitaristen, leefde zich wel erg dominant uit. "Ik kan me best voorstellen dat het leuk is om een eindeloze gitaarsolo te spelen", zeg ik tegen E. "Maar dat betekent nog niet dat het ook altijd leuk is om naar te luisteren." We zijn het eens, maar E. beluisterde de cd al eens en adviseert me om de cd eens te beluisteren.  E. heeft gelijk, het is beter in balans -ik heb er alleen steeds beelden bij van een hysterische fan met de armen en benen in de lucht.

donderdag 5 april 2012

Een seconde contact

Gisteravond ging ik met de jongste aan de slag voor de fancy fair die ze vandaag op school houden. Ze willen schoolmeubilair naar Gambia verschepen en daarvoor hebben ze € 2000,- nodig. Van de kinderen wordt gevraagd hun creativiteit te gebruiken. Wij maken worstenbroodjes en leuke schaaltjes.

Met de schaaltjes gaan we alvast aan de slag. Het is de bedoeling om kleine beeldjes op witte schoteltjes te lijmen. En op die schoteltjes gooien we dan smarties of m&m's. Lekker kitsch! Dat lijmen moet gebeuren met secondelijm. Speciaal daarvoor heb ik weer een tubetje aangeschaft. De jongste prikt 'm door, maar krijgt geen lijm uit het tubetje. Ik neem de tube over en knijp flink in de achterkant met mijn dikke vingers. En met resultaat: het beeldje, mijn vingers, mijn nagels, het aanrecht, de gootsteen, alles zit onder de secondelijm. Snel dompel ik mijn handen in het water. Maar secondelijm heet niet voor niets secondelijm. Voor ik aan dompelen toekom is het al gedroogd. In witte korsten zit het vast op mijn vingers. Mijn nagels zien eruit of ik een french manicure heb gehad van een dolgedraaide nagelstyliste. Nu weet ik ook weer waarom ik die secondelijm altijd weggooi. Ik heb dit namelijk eerder meegemaakt. Sterker nog, iedere keer als ik secondelijm gebruik kom ik er zelf niet ongeschonden vanaf. Zo heb ik al eens eerder een tijdlang zonder fatsoenlijke vingerafdruk rondgelopen - alle groeven in mijn duim en wijsvinger waren toen namelijk geëgaliseerd door secondelijm. Ideaal als je in het criminele circuit circuleert, maar als je -zoals ik-een liefhebber bent van contact met de materie, is het verdraaid vervelend als er een laagje lijm tussen jou en de materie zit.

Een kneep in de secondelijm maakte voor mij dus een eind aan deze knutselsessie. De jongste gaat alleen verder, terwijl ik google op 'secondelijm verwijderen van huid'. Eerst word ik afgeleid door de volgende noodkreet van 'Zwaffel' (ik verzin het echt niet!): Godsamme :( Mn vriend dacht "grappig" te zijn,door ff een munt met seconden lijm op mn gezicht te plakken :( Nu zit er een laag seconden lijm op.Iemand enig idee hoe ik dat eraf krijg? Niet met wasbenzine,en ook niet met tonic :( Het doet echt serieus enorm veel pijn :S  Eerst de vriendschap maar eens opzeggen, denk ik dan.

Maar goed, op Huishoudplaza lees ik dat ik er met aceton, terpentine of wasbenzine op los moet gaan. Zwaffel heeft geen goede ervaringen met wasbenzine, dus dat kan ik alvast achterwege laten. Een andere aanbeveling is dat je je handen goed moet invetten met een vette creme voor je met secondelijm begint. Maar daar is het nu natuurlijk alweer te laat voor. Dan wordt mijn oog getrokken door de gerelateerde artikelen: chemisch afval, lijst met stoffen die erin horen, nagellak verwijderen, applecrumble met crème fraiche?!? Wat is daar nou chemisch aan, vraag ik me af.

Ver voor ik klaar ben met googelen of lijm verwijderen is de jongste klaar met haar klusje: "Mam het zit echt heel snel vast!" Inderdaad: in één seconde!







woensdag 4 april 2012

Ook lief!

Op dinsdagmorgen ben ik alweer vroeg diep in gedachten verzonken. Ik ben op het werk met iets bezig waar ik me volledig op focus. Als collega A. binnenkomt en demonstratief een kuipje op mijn tafel zet, dringt het dan ook eerst niet tot mij door. Het is een Lättadoosje. En zelfs dan dringt het nog niet echt tot me door. Dat komt door mijn moeder: die bewaart boterdoosjes en stopt daar werkelijk alles in. Ze worden ingevroren, meegegeven, noem maar op. Maar als je van mijn moeder een boterdoosje krijgt, zit daar meestal iets anders in dan boter.

Dus als ik dat Lättakuipje op tafel zie staan, denk ik niet direct aan boter. Ook leg ik niet direct een link naar mijn blogbericht over de nieuwe luchtige Lätta. Ik kijk haar dan ook enigszins verdwaasd aan. Met een brede lach zegt ze: "Dat wou je toch graag?" En wat blijkt? Ze is speciaal even naar de Albert Heijn gegaan om voor mij een kuipje luchtige Lätta op te halen. Ook lief! Zouden er ook t-shirts met die tekst erop zijn voor volwassenen?

dinsdag 3 april 2012

Lief

Toen ze geboren werd waren ze er nog niet: de t-shirts met de tekst Lief. En eerlijk gezegd was ik daar vroeger toen onze kinderen een baby waren ook bijzonder allergisch voor. Dat kwam door de crèche. Als ik de kinderen 's middags ging halen, hoorde ik veel moeders komen en gaan die dan vroegen: "En, is ze ook lief geweest?" Die vraag stelde ik nooit. Belangrijker vond ik het of ze het leuk hadden gehad. Ik vind en vond het namelijk helemaal niet nodig dat mijn kinderen altijd lief zijn of lief gevonden worden. Maar ze zijn het natuurlijk doorgaans wel.

Vanmiddag pruttel ik nog even na van het werk. Ondertussen luister ik op youtube naar een liedje van Frans Halsema, vertolkt door Claudia de Breij. Voor haar heet het en het is van een ongeëvenaarde schoonheid. De versie van Frans vind ik ietwat gedragen, maar Claudia brengt het prachtig. De tekst staat misschien wel op gelijke hoogte met het legendarische One. Ik beluister er een bestendige liefde in, voorbij de hitte van het moment. De jongste luistert met me mee en blijkbaar hoort zij dat ook, maar ze vult het anders in. "Hoor je dat mam?", zegt ze. "Dat gaat over ons." Zo af en toe kan ze puberaal venijnig zijn en zo hoort dat ook. Maar lief is ze ook.


zondag 1 april 2012

Lekkerder met lucht erin

Het zijn prachtige momenten, de momenten dat je tot een nieuw inzicht komt. Dat hoeven geen hemelbestormende inzichten te zijn. Integendeel, ik kan juist erg genieten van hele alledaagse inzichten. Deze week overviel me ineens de gedachte dat dingen waar lucht in zit lekker zijn. Dat viel me in na het bekijken van de reclame van de nieuwe luchtige Lätta. De nieuwe Lätta ziet er ronduit heerlijk uit. De reclame riep direct het gewenste effect bij me op: ik wilde onmiddellijk die nieuwe Lätta gaan kopen en het ontzettend dik op een verse -liefst zelfgesneden- boterham smeren.

Welke dingen waar lucht in zit nog meer lekker zijn? Een Bros natuurlijk, zo'n chocoladereep met luchtbelletjes erin, chocolade- of vruchtenmousse, Haagse bluf (geklopte eiwit met suiker en bessensap), cake, kruidcake, een omelet, bronwater, cider, noem maar op. Het is bijna altijd lekkerder als er een beetje lucht in zit.

Ik heb de nieuwe Lätta nog niet gehaald. Het blijkt namelijk dat Albert Heijn de exclusieve dealer van de nieuwe Lätta is. Dus als ik het wil, zal ik het daar moeten gaan halen. En dat idee staat me totaal niet aan: als het me niet zo lekker leek, zou het voor mij zelfs een reden kunnen zijn om het product volledig te boycotten.