dinsdag 26 juni 2012

Zachtjes slopen

Het is alweer een maand geleden dat ons huis is afgebrand. Wat is er veel gebeurd in die maand! En wat een ongewone maand! Vandaag zijn ze begonnen met het slopen van ons huis. E. en ik waren er vanmorgen bij. Niet dat we iets konden doen, maar het voelde toch alsof we erbij moesten zijn. Het voelde een beetje alsof we ons huis lieten inslapen. Een vervelend moment, maar ook iets waar je niet onderuit komt. 

Ons huis is een belangrijk onderdeel geweest van ons leven.  Het heeft veel dingen met ons meegemaakt. Onze dochters werden in de voorkamer geboren. De een 's middags om een uur en de ander 's avonds om zeven uur. Het huis was er een stille getuige van. We hebben het 22 jaar geleden gekocht en het aangepast aan onze wensen. Het paste ons als een jas. Het weerspiegelde wie wij zijn en waren. Zo was ons huis. Maar dat is het nu dus al een maand niet meer. Het huis is door de brand ontzield. En dat went niet.

Zondag waren E. en ik er nog even om de schuur op te ruimen. De grijze lucht en aanhoudende regen onderstreepten de troosteloosheid van het huis. Binnen regende het net zo hard als buiten. Iedere keer hopen we er nog weer iets te vinden, maar steeds vinden we het niet. Het ligt er open en bloot voor vandalen die niet snappen dat wij in deze puinhoop nog steeds ons huis zien en die het niet behandelen met het respect dat het verdient. Maandag ging er ijskoud iemand het huis binnen om er koper te zoeken terwijl E. bezig was de schuur verder op te ruimen.

Dus is het goed zo. Ruim 117 jaar stond het er. Naar verwachting staat het er eind deze week niet meer. Zo snel gaat dat namelijk. De slopers waren vriendelijk. Ze lachen begripvol als ik zeg: "Willen jullie het zachtjes slopen?"
Vanmorgen arriveert de kraan

Vanavond ligt een deel van het voorhuis al plat



maandag 18 juni 2012

Proud mom

Vandaag deed onze oudste voor de tweede keer rijexamen. De verwachtingen waren niet hoog gespannen. In deze omstandigheden staan onze hoofden niet zo naar dit soort dingen. Zelf kwam ze er vrijdag pas achter dat haar examen vandaag was. En vandaag ging het examen ook met de nodige chaos gepaard: zijzelf en de rij-instructrice waren op het afgesproken tijdstip elk in een andere plaats. Gelukkig waren ze wel op tijd voor het examen.

Rond twaalven belt ze me. Ik sta al op de 'volgende-keer-beter-modus', maar wat blijkt? Ze staat in de Coop taart te kopen, want ze is geslaagd! Geweldig! Een rijbewijs legt de wereld voor je open. Je kunt gaan en staan waarheen en wanneer je wilt. Het is de sleutel tot onafhankelijkheid. Dat ervaar ik nu al jaren.

In het winkelcentrum zoek ik naar een leuk cadeautje voor haar. Natuurlijk neem ik de spekletters GESLAAGD mee. Bij de juwelier zie ik een serie kettinkjes. Ik kijk even of er nog iets leuks bij zit. Mijn oog valt op een collectie ragfijne kettinkjes met zeer subtiele hangers. Op een heel klein zilveren rondje staat Proud mom. Leuk en zeer toepasselijk! Maar aan de andere kant: daar zie ik haar niet mee lopen. En zou dat geen misverstanden opleveren? Dat zij wordt aangezien voor een proud mom? Maar niet dus. Ik neem uiteindelijk een zilveren sterretje mee. Want dat is ze natuurlijk: een ster.

zaterdag 16 juni 2012

In de commune

Drie weken zitten we nu alweer bij mijn zus. Vorig weekend sprak ik mijn moeder even aan de telefoon- een specialiteit van ons die op dit moment niet echt uit de verf komt. Maar vorige week dus wel even. Het voordeel van zo'n telefoongesprek is dat je even geconcentreerd met elkaar praat, zonder dat je wordt afgeleid en zonder dat iemand anders mee gaat doen. "Als je me drie weken geleden had verteld dat ik nu geen huis meer zou hebben, geen spullen meer en dat ik weken bij mijn eigen zus zou gaan wonen, dan had ik drie weken lopen janken.", zeg ik tegen haar. Maar nu dat het geval is doe ik dat niet. En daar hoef ik me niet eens voor te forceren. We gaan gewoon voorwaarts.

En dus wonen we in wat wij nu met een knipoog 'de commune' noemen: samen met het gezin van mijn zus bij haar op de boerderij. Ik had nooit gedacht dat ik er geschikt voor zou zijn. Het fenomeen commune is natuurlijk ook over zijn hoogtepunt heen. Na de seventies heb ik er niet veel meer over gehoord. Maar wij doen het nu even voor een periode van vijf of zes weken. En dat gaat boven verwachting. We leven hier in harmonie in de commune. Heerlijk op het platteland. Dat is voor mij na al die jaren toch ook een beetje thuiskomen. Dat ik goed dicht op mijn zus zou kunnen leven is voor mij geen verrassing. Toen we opgroeiden kropen we bij elkaar in een eenpersoonsbed en als er samengewerkt moet worden, doen we dat geruisloos met elkaar. Dat is heel fijn. Maar dat het ook samen met onze gezinnen heel goed gaat, dat is een vette bonus.

Hoe het communeleven eruit ziet? We lossen alles in gezamenlijkheid op. Mijn zus doet de wasserij voor de commune- in samenwerking met mijn moeder, die het strijkgoed voor haar rekening neemt. We zorgen gezamenlijk voor de boodschappen. Als ik eerder thuis ben dan zij, dan kook ik. Ik zorg dan ook voor de boodschappen. Is zij eerder thuis, dan kookt zij. Het schoonmaken is een gezamenlijke activiteit. Op mijn vrije vrijdag pakken we het woonhuis gezamenlijk aan. En vandaag nemen we het bedrijfsgedeelte voor onze rekening.
Wij zetten als gezin een deel van onze gewoontes hier door: 's morgens pakken we bijvoorbeeld direct de vaatwasmachine uit. En twee keer in de week halen we brood bij onze eigen bakker (een iets verruimde bestelling natuurlijk om de hele commune te kunnen voeden.) De mannen hebben daar hun eigen aandeel in en beperken zich niet alleen tot de traditionele mannentaken. Al is het natuurlijk wel zo dat als er beton gestort moet worden, dat een klus is voor de mannen van de commune.

Nog een aantal weken en dan zullen we de commune verlaten om weer op eigen benen te gaan staan en dat is ook goed. Maar ik weet nu al dat ik warme herinneringen zal koesteren aan onze tijd in de commune. Het verstevigt onze toch al sterke onderlinge band nog meer.

donderdag 14 juni 2012

Een sticker op de inboedel

Mijn oma plakte altijd stickertjes onder haar bezittingen. Met die stickertjes verdeelde ze haar inboedel, zodat daar na haar dood geen misverstanden over zouden bestaan. Het kenmerkte haar laconieke en nuchtere houding tegenover de dood. Die trof haar toen ze 72 was -veel te vroeg- in haar slaap. De avond ervoor was ze nog druk bezig geweest met haar grote hobby fotograferen. Zo'n onverwachte dood is voor de persoon in kwestie een zegen. Voor de achterblijvers is het onwerkelijk en abrupt.

Ik herken die houding wel. Zelf heb ik geen angst voor mijn eigen dood, ook niet na de brand -waar we er allemaal heel dichtbij zijn geweest. Ik hoop alleen dat het nog lang op zich laat wachten. Waar ik wel moeite mee heb is het onvermijdelijke afscheid dat bij de dood hoort. Vandaag nam ik afscheid van een veel te vroeg en zeer onverwachts overleden gewaardeerde collega. Een gouden man, die ik in mijn werk ontzettend zal missen vanwege zijn energie en daadkracht en omdat hij zo prettig in de omgang was. Hij kreeg het afscheid dat hij verdiende in de vorm van een prachtige dienst in de schouwburgzaal bij ons op het werk. 

Stickertjes plakken doen wij ook. Mijn ouders lieten onlangs twee stoelen die nog van mijn grootouders waren, opnieuw bekleden. "Plak daar maar een stickertje voor mij onder", zeg ik tegen mijn moeder. Ook ik had thuis al spullen bestickerd: de oudste zou bijvoorbeeld de Balinese houten kop krijgen die ik bij de kringloop op de kop had getikt. Al die bestickerde spullen zijn er nu natuurlijk niet meer. Maar die gaan er natuurlijk wel weer komen. En dan gaan we gewoon weer stickeren.

maandag 11 juni 2012

Een hondje voor de troost

Ieder leed staat op zich, maar toch is leed er in gradaties. Dat je huis afbrandt is erg, maar dat je man overlijdt is erger. Dit weekend overleed een collega met wie ik met ontzettend veel plezier heb samengewerkt. Een man die veel te levendig was om dood te gaan. En toch gebeurde dat -heel onverwachts. Zijn vrouw zou- als ze een keuze zou hebben- ongetwijfeld met mij hebben geruild. Ik heb geen spullen meer, geen huis meer, maar nog wel mijn man en kinderen. En dan kun je een stootje verdragen. Maar die keuze had zij niet, net zomin als ik een keuze had in het al dan niet afbranden van ons huis.

Hoe kun je iemand troosten die iets ergs is overkomen? Wat kun je zeggen? Niet zoveel. Een tijdje geleden gingen boezemvriendin en ik naar de Hormonologen. In de voorstelling werd als laatste remedie 'een hondje voor de troost' aangeraden. En dat een hondje goed is voor de troost, kan ik nu zelf bevestigen. We wonen tijdelijk bij mijn zus en die hebben een hond. En ik ervaar het nu aan den lijve: met een vanzelfsprekende aanhankelijkheid en aanwezigheid gaat er een enorme troost uit van zo'n hond. 

"Misschien moeten we nu ook maar een hondje nemen", zegt de oudste, die dat blijkbaar ook zo ervaart. We bespreken regelmatig even wat we anders gaan doen na deze levensveranderende gebeurtenis. Niet meer klussen, denk ik. Misschien wel tuinieren. Kamperen? Nu in ieder geval eerst niet. Geen cd's meer kopen: alleen nog streaming muziek luisteren. Alle foto's online zetten. Geen boeken meer kopen, alleen nog maar lenen van de bieb. En de vrouwen onder ons zijn dus toe aan een hondje, een hondje voor de troost. "Hij hoeft niet zo groot te zijn als Ylva. Misschien iets groter dan Tom", zegt ze - verwijzend naar de familiehonden. Ylva is een hele lieve Dobermann en Tom is een klein hondje, merk onbekend. Ik ben er meteen voor in. Daar zijn we nu aan toe! Sterker nog: daar heb ik recht op! Ik wil een hondje voor de troost. 's Avonds mailt ze na nader onderzoek: "EEN BEAGLE!!!", met daarbij allemaal links naar Dogbreedworld en een nadere omschrijving op Wikipedia. Maar hoe levensveranderend de gebeurtenissen ook waren, E. is op dit gebied niet veranderd. "Dan toch maar twee huizen zoeken", zegt hij. Voor hem geen hondje voor de troost.

Tom
Ylva

zaterdag 9 juni 2012

Onderdak!

Het is gelukt om onderdak te vinden! Dat was geen eenvoudig klusje. Na de brand leefden we nog in de veronderstelling dat ons een huis zou worden aangeboden. Maar dat bleek niet het geval: de gemeente heeft geen huizen, we komen niet in aanmerking voor sociale woningbouw en particuliere verhuurders verhuren een woning aan degene die het eerst komt. Dat je dan als gezin dakloos bent, speelt niet echt een rol. Dus er is geen andere keuze dan makelaars bellen, mailen, nog eens bellen, weer mailen om maar aan de beurt te komen. En soms word je dan aangenaam verrast. Een makelaar meldde zich bij onze buren. Hij was mijn telefoonnummer kwijt, maar had een aanbod voor ons. Jammer genoeg was dat pas per 1 oktober. En dat duurt net iets te lang.

Maar nu is het gelukt: we hebben een huis in de buurt gevonden. Weliswaar veel kleiner dan ons eigen huis, maar dat wisten we van tevoren. We zijn verwend met ruimte. Op dit moment is het niet zo erg dat het huis veel kleiner is: we hebben toch geen inventaris meer. Dat heeft ook voordelen: verhuizen wordt een eitje. Ik heb een nieuw zwartleren tasje en een kratje vol met kleding. Dat is het. Zo gepiept. E. heeft alleen een kratje kleren en zijn computer. De jongste heeft inmiddels de grootste garderobe. Zij heeft van alle kanten kleren gekregen.

Zodra we ons inventarislijstje af hebben, kunnen we dus beginnen met het maken van een aanschaf/opscharrellijstje.

vrijdag 8 juni 2012

Het geluid van sirenes

We hebben de brand allemaal goed doorstaan. We worden niet geplaagd door nachtmerries of nabelevingen. Zelf ben ik ook niet veel banger voor brand geworden. Ik was altijd al alert: 's nachts nooit een droger aan en iedere maand het grote filter ontdoen van stof. Drogers zijn immers een belangrijke oorzaak van woningbrand.

Toch zullen sommige dingen voor altijd anders zijn. Het geluid van een brandweerauto bijvoorbeeld. Vanmiddag hoorde ik het voor het eerst na de brand weer. We brengen net de trainingsbroek, een shirt en schoenen van de overbuurman terug. Als we weer naar buiten lopen klinkt het bekende geluid van sirenes: twee brandweerauto's rijden in volle vaart over de straat. 

Terwijl ik de sirenes hoor, realiseer ik me dat dat nooit meer hetzelfde zal zijn. Eerder had de sirene van de brandweerauto geen betekenis voor mij. Natuurlijk wist ik wel dat die auto's op dan op weg zijn naar een brand. Maar ik wist niet wat het is om getroffen te worden door brand. En dat weet ik nu wel. 

dinsdag 5 juni 2012

Hervonden schatten

Als je niks meer hebt, is alles wat je terugkrijgt een bonus. Voor de sloper een deel van de muren omgooit mogen we nog aangeven naar welke spullen hij moet gaan zoeken. Ik stuur hem het huis in om naar mijn sieraden te zoeken. Hij vindt het tasje met het grootste deel van mijn sieraden terug. Gelukkig! De ring van mijn oma, het gitje van mijn overgrootmoeder, de zilveren zigzagketting, mijn burgemeestersketting en nog een aantal ringen en hangers.

Uit de vensterbank vis ik een torso dat de oudste gemaakt heeft. Van de schoorsteenmantel worden nog twee zelfgemaakte beelden gehaald. Ze zijn zwartgeblakerd, maar dat valt vast nog wel schoon te maken. De sloper is minder optimistisch: "Je krijgt de geur er nooit meer af", zegt hij. Maar dit is toch een mooie compensatie voor al die verloren kindertekeningen en schilderijen.

Verder valt er niet veel te redden. Het is onvoorstelbaar: van alles wat we op de bovenverdieping hadden is helemaal niets terug te vinden: bedden, kasten, alles is tot as vergaan. Dat is natuurlijk heel verdrietig. Maar toch overheerst de blijdschap om wat teruggevonden is. Die ring van mijn oma had ik niet graag gemist. En het gitje kan dan naar de oudste, want al haar sieraden zijn er niet meer. En met die beelden kunnen we op een nieuwe inrichting toch weer ons eigen stempel drukken. Dat is dan toch mooi meegenomen.
Torso, gemaakt door de oudste

Geblakerd, maar nog helemaal  intact

Beetje luguber zo, dit zelfportret van de jongste

zondag 3 juni 2012

Als een lopend vuurtje

Er zijn heel veel uitdrukkingen in de Nederlandse taal die verwijzen naar brand. Iemand uit de brand helpen, iets staat niet in de brand, iets gaat als een lopend vuurtje... Met name dat laatste deed zich ook voor rondom wat ons gebeurd is.

E. werd op de zaterdagochtend dat ons huis afbrandde afgevoerd naar het ziekenhuis in een ambulance. Hij verbrandde zijn voet bij een heldhaftige poging om de brand te blussen. In het heetst van de strijd ging hij in het vuur staan. Aanvankelijk wilde hij niet naar het ziekenhuis, maar het ambulancepersoneel was onverbiddelijk: tweedegraads brandwonden in combinatie met straatvuil (op blote voeten op straat), dus naar het ziekenhuis. Anderhalf uur later konden we hem alweer ophalen.

Ik heb er destijds niet veel van meegekregen, maar als ik de beelden terugkijk zie ik enorme hordes mensen staan. Die hebben allemaal hun eigen verhaal over de brand. Hoogstwaarschijnlijk hebben al die mensen E. zien vertrekken en was het al wat rustiger toen E. terugkwam. Die informatie is in ieder geval niet doorgekomen: veel mensen denken dat E. in het ziekenhuis ligt. Ook het huis-aan-huis-blad kopt dat er een gewonde is bij de brand. Verder wordt E. als held afgeschilderd; de bewoner die als laatste het pand verliet loopt verwondingen op door de brand en heeft problemen als gevolg van inademing van rook. Laat er hier even geen twijfel over bestaan: natuurlijk is E. een held. Maar dat wist ik allang, daar had ik deze brand echt niet voor nodig. Afijn, de rest van de wereld weet het nu dus ook.

Als we woensdag bij de buurdrogist komen vertelt die ons dat ze even verderop in de straat hoorde dat E. zijn been kwijt is. Boezemvriendin vertelde het op het werk en een verdieping lager ging daar al het verhaal dat de brand was aangestoken. En gisteren vertelde iemand ons dat alleen de voorgevel van ons huis was blijven staan. Gelukkig heeft E. zijn been nog en gelukkig is het niet aangestoken en er staat nog meer dan de voorgevel van ons huis - niet dat we daar veel aan hebben, want de muren zijn allemaal zo heet geworden dat ze niets meer kunnen dragen.

De verhalen verschillen dus, maar dat ons huis is afgebrand is algemeen bekend. Zo'n nieuwtje gaat namelijk als een lopend vuurtje. En wij weten nu uit eigen ervaring hoe snel dat gaat.

zaterdag 2 juni 2012

Hulp en boete

Je hebt geen idee wat je kunt en moet verwachten als je huis is afgebrand. We krijgen ontzettend veel lieve en hartelijke reacties. Dat doet ontzettend goed. Er wordt ons ook veel hulp aangeboden. Dat is heel fijn en ook ontroerend.

Je moet eigenlijk je hele leven opnieuw organiseren. Dat is ongewoon: niet veel mensen komen voor die opgave te staan. En ook instanties zijn daar niet op ingesteld. Met ons huis ging namelijk alles in vlammen op: onze identiteitsbewijzen, onze pasjes, rijbewijzen, al E's papieren werk en de administratie.

Nu we bij mijn zus onderdak hebben, is het opnieuw aanvragen van onze papieren het belangrijkst. Zonder papieren ben je niemand, heb je niks en kun je niks. Dus dinsdagmorgen bel ik eerst met het gemeentehuis om te vragen of ik ook even alles in een keer kan regelen, anders dan door gewoon een nummertje te trekken bij de balie. Maar nee, we moeten gewoon een nummertje trekken. Dus op naar Hoogezand. Eerst een uittreksel van het bevolkingsregister voor ons allemaal, dan naar het politiebureau. "Hebt u even iets anders te doen?", vraagt de vriendelijke baliemedewerkster op het politiebureau. Zoveel proces-verbalen heeft ze namelijk niet in een keer klaar. We benutten de tijd om voor mij een basisgarderobe bij elkaar te shoppen. Dat lukt en als we terugkomen liggen de papieren klaar.

Op woensdag gaan we weer met zijn allen naar het gemeentehuis om onze identeitspapieren en rijbewijzen weer aan te vragen. Onze zoon is sinds de laatste aanvraag voor papieren maar liefst 20 centimeter gegroeid, tot nu 2.00 meter. Bij de afrekening vertelt de baliemedewerkster enigszins beschaamd dat we een boete van ruim 100 euro moeten betalen voor de vermissing van onze paspoorten en rijbewijzen. Zonder gĂȘne gebruik ik het pasje van mijn zus om de aanzienlijke som te betalen.

E. loopt tegen problemen aan met zijn belastingen, want het is bijna 1 juni. Hij belt de belastingdienst om het uit te leggen en uitstel te vragen. Maar nee, het afbranden van je huis is voor de belastingdienst geen reden om uitstel te verlenen. "Dan maar een boete", zegt E. Wat moet je er ook verder aan doen? Als je huis is afgebrand zijn dat geen zaken waar je je nog erg druk over maakt.