vrijdag 29 november 2013

Zeg er iets van

"Oh ja", zegt E. als we de dag gisteren afsluiten. "Je moeder heeft nog gebeld, ook namens je vader." Ze belde naar aanleiding van mijn blog Join the conversation. "Ik moest er iets van zeggen dat je met ongure types aanpapt. Ik heb gezegd dat ik daar geen enkele invloed op heb."

Nou ja, ongure types. Het is waar: de jongen met wie ik maandagochtend toch een heel leuk contact had, begaf zich natuurlijk niet helemaal precies binnen de mazen van de wet. Maar dat maakt hem niet direct tot een foute jongen. Ik laat mijn intuïtie op dat gebied altijd de doorslag geven. En eerlijk is eerlijk: ik heb me wel eens onveiliger gevoeld bij mensen die zich wel aan de alom geaccepteerde normen houden. 

Op de een of andere manier vind ik niet zo snel iets vreemd. Daar ben ik me pas van bewust sinds ik naar de middelbare school ga. In mijn jaar ging ik als enige uit het dorp naar mijn middelbare school. Als het kon fietste ik met de groep uit het dorp, maar het gebeurde ook regelmatig dat ik alleen fietste door het kale Groninger land. Dat vond ik nooit vervelend. Als ik het eerste uur vrij was en ik alleen fietste, dan was het vaste prik: een oudere man kwam me achterop fietsen. Hij fietste zo'n 10 kilometer met me mee tot ik op school was. En ondertussen praatte hij dan tegen me aan. Geen vrolijke verhalen: lugubere verhalen over de streken die zijn foute zoon uithaalde. Of die zoon ook echt bestond weet ik niet. De verhalen die hij vertelde hoor je eigenlijk niet te vertellen aan een meisje van een jaar of dertien, veertien. Op een zeker moment zal ik het mijn moeder verteld hebben.  "Jij weet toch wel dat dat niet normaal is?", zei mijn moeder tegen me. Dat wist ik wel, maar ik heb me nooit onveilig gevoeld.

Volgens mij is het aangeboren. En wat mijn vader en moeder ook zeggen: het zit vast ergens in mijn genenpakketje. En E. heeft natuurlijk gelijk: hij heeft er geen enkele invloed op.

dinsdag 26 november 2013

Streepje onder of boven?

Een van mijn favoriete bezigheden is mensen kijken. Jammer genoeg komt het daar lang niet vaak genoeg van. Natuurlijk: ik kijk wel, maar niet echt. Daar heb ik het dan te druk voor, ik gun me er de tijd niet voor, of ik zit er teveel middenin. Om echt te kijken heb je namelijk afstand en een beetje rust nodig. Dus echt kijken doe ik bijvoorbeeld op vakantie. Zitten voor de tent en dan kijken en nadenken over de mensen op de rest van het veldje. Heerlijk is dat. En vaak valt mij op deze momenten van beschouwing ineens iets op wat ik nog niet eerder had opgemerkt, of waar ik nog niet eerder over heb nagedacht. En hoe ouder ik word, hoe bijzonderder ik dat vind: dat er nog altijd dingen overblijven die je niet eerder zijn opgevallen, of waar je nog niet over hebt nagedacht. Het stemt me ook hoopvol, want zo hou je je leven lang iets om je over te verwonderen. En verwondering is fijn. Daar word ik blij van.

Maandag was ik weer eens in de gelegenheid om uitgebreid naar mensen te kijken. Ik ging namelijk met de trein naar Utrecht. Doorgaans lees ik stukken in de trein. Maar maandag moest ik onverhoopt staan tussen Zwolle en Amersfoort. En staand lezen, dat is voor mij geen optie. We stonden met een groepje van ongeveer 12 personen in het treinportaal voor een stiltecoupé. Dat zijn best veel mensen  in zo'n kleine ruimte en dan kun je dus echt goed van dichtbij kijken.

Alle overstappers uit de trein naar Groningen moesten staan. De Zwollenaren hadden nog een plekje op een klapstoeltje kunnen bemachtigen. In het hoekje zitten twee meisjes op een bankje. Een van de Groningers weet zichzelf op het bankje te kletsen. De meisjes schuiven een stukje op. Ze praten geanimeerd met elkaar. Een jaar of achttien schat ik ze. Een van beide meisjes lijkt een beetje op Bracha van Doesburg, valt me op. En dan zie ik het ineens. Bracha heeft alleen een lijntje getrokken boven haar oog en haar vriendin alleen onder haar oog. Waarom zou je kiezen voor het een of het ander, vraag ik me daar ter plekke af. Daar is vast een reden voor. Dat moet ik verder uitzoeken.

Thuis zoek ik het op. En dan leer ik het volgende: Door een lijntje boven de ogen te trekken worden je ogen groter, een lijntje onder de ogen maakt je ogen kleiner. Aan het uiteinde van de ogen laat je het lijntje wat breder lopen zodat je een sprekend effect krijgt. Dat klinkt heel eenvoudig, maar gemakkelijk is het echt niet, getuige de volgende tekst: Als het je niet lukt om in een keer een rechte lijn te trekken, doe het dan in stukjes. Heb je de lijn te groot of onnauwkeurig aangebracht dan kun je dit makkelijk verwijderen met een vochtig wattenstaafje. Ga altijd met een wattenstaafje over de onderrand van je ogen voor een open blik en een strak lijntje. Altijd wattenstaafjes in huis dus! Wat een beetje verwondering je al niet aan kennis kan opleveren!

maandag 25 november 2013

Join the conversation - in het openbaar vervoer

Het is even na zessen als ik aankom op station Sappemeer. Als ik mijn fiets parkeer komt een jongeman me tegemoet lopen - hij is 23 jaar vertelt hij me later. Ik ken hem niet, maar hij roept mij toch duidelijk. "Mevrouw, mevrouw! Kunt u geld wisselen voor de trein?" Hij is de man die op het perron staat voorbij gelopen en in plaats daarvan mij gevolgd naar de fietsenstalling. Een goede inschatting. Ik ben doorgaans wel in voor een beetje contact en het openbaar vervoer biedt je volop mogelijkheid om in gesprek te gaan.

De jongeman is duidelijk niet gewend aan het reizen met de trein. En dat klopt: hij neemt doorgaans de auto, vertelt hij me. Nu is hij komen lopen vanaf Veendam. Zijn auto is namelijk door de politie in beslag genomen. Of eigenlijk -technisch gezien- is het niet zijn auto. Het is de auto van een kameraad van hem uit Vlaardingen. "Die gaat niet blij zijn mevrouw", zegt hij. De auto werd ingenomen omdat hij zonder rijbewijs reed. Die was al eerder in beslag genomen. Echt slim is dat niet, realiseert hij zich nu ook.

Hij vertelt me dit allemaal tijdens het treinreisje naar de stad. Hij gaat namelijk tegenover me zitten. "Als u het goed vindt kom ik even bij u zitten mevrouw. Ik weet niet hoe het werkt met de trein." Ik vind het goed natuurlijk, het is een heel aardige jongen. "Mijn moeder gaat ook zeker niet blij zijn mevrouw". En ook dat kan ik me voorstellen. Hij kijkt op zijn grote horloge. Om half tien moet hij op school zijn. "Ik ga monteur worden mevrouw. Mijn auto is mijn alles. Ik moet gewoon rijden. Hoe ga ik nu op school komen?" "Stadsbus, fiets?", opper ik. Hij kijkt me aan of het in Keulen dondert. "Nee mevrouw, ik ga altijd met mijn auto." Maar nu even niet dus. "En hoe kom je nu thuis, ga  je verder met de stadsbus of ga je lopen?", vraag ik. Nee, dat is hij niet van plan. Hij heeft eerst even genoeg van lopen en het openbaar vervoer. Hij neemt een taxi. Als onze wegen zich scheiden bedankt hij me nog eens hartelijk. "Dank u wel mevrouw. Zonder mevrouw was ik nu niet in de stad geweest. Misschien komen we elkaar nog eens tegen in de trein." Het lijkt me niet waarschijnlijk. Ik wens hem succes en onze wegen scheiden zich in opperbeste stemming.

Kerstsfeer op station Groningen.

zaterdag 23 november 2013

Kist zain woar brand veur helpen wil

Vanmiddag stap ik op de fiets en rij naar een nabijgelegen winkelcentrum. Door de intocht van Sinterklaas is het hier nog drukker dan op een gemiddelde zaterdag. Ik kijk even rond in de Action; zo rond de feestdagen is dat toch een hele fijne winkel. Mijn oog is weer net iets groter dan mijn fietstassen, dus het is even passen en meten. Een van de tassen draag ik met de hengsels over de schouders - alsof het een rugzak is.

Terwijl ik sta te passen en meten komt een oude bekende voorbij. Hij vraagt me of het ons bevalt in het nieuwe huis. Ik antwoord bevestigend. En dat is ook wel zo, maar het is niet enkel onverdeelde vreugde. Toch vertel ik dat lang niet altijd: je wilt immers niet ondankbaar lijken. Dus ik zeg: "Prima!" "Kist zain woar brand veur helpen wil. Zo'n mooi hoes", zegt hij. Ik ben geshockeerd en weet - geheel tegen de gewoonte in- even niets meer te zeggen. Dat valt hem natuurlijk ook wel op. "Joa zo is t wel", zegt hij en -omdat ik nog steeds weinig tekst heb- loopt hij verder. Even ben ik ontredderd, ik kan het niet anders benoemen.

Ik stap op de fiets en de zin zingt voortdurend door mijn hoofd: Kist zain woar brand veur helpen wil,
Kist zain woar brand veur helpen wil, Kist zain woar brand veur helpen wil, Kist zain woar brand veur helpen wil. Eigenlijk wilde ik op de markt nog bloemen gaan kopen, maar ik vergeet het helemaal. Kist zain woar brand veur helpen wil, Kist zain woar brand veur helpen wil,
Kist zain woar brand veur helpen wil, Kist zain woar brand veur helpen wil. 

Thuis vertel ik het nog steeds ontdaan aan E. "Wat een eikel", zegt E. 

Zo zie je maar: in een handomdraai ben je van slachtoffer profiteur. Hij heeft echt geen idee.







vrijdag 22 november 2013

Magic Body Control

Magic Body Control; dat klinkt als iets wat iedereen wel zou willen hebben. Topsporters trainen er jaren voor. Ze richten hun hele leven in om het - ook al is het maar een keer- te voelen: magic body control. Een kip hoeft daar gek genoeg niets voor te doen. Die heeft het van nature. En Mercedes liet zich door die kip inspireren. Als je de nieuwe commercial van Mercedes tenminste mag geloven.

Ik heb ook momenten dat ik denk dat ik magic body control heb. Het zijn prachtige momenten die ik koester. Bij mij gaat het niet vanzelf, zoals bij een kip. Alles moet wel echt meezitten. Hier op de glad gelakte bamboevloer ga ik bijvoorbeeld als een speer: ik moonwalk als Michael Jackson en ik schaats rondjes als Sven Kramer. En dat is heerlijk, maar zoals ik al zei: dan moet alles echt wel meezitten.


Bedenk het maar eens. Ik vind een kip geen bijster sympathiek dier, maar dit is toch echt een ode aan de kip. Briljant: in de commercial komt geen auto voor. Ik zeg een Gouden Loeki voor deze commercial!

donderdag 21 november 2013

Ze lijkt echt op mij

"Stuur me foto's!" whats app-te ik gisteren naar de oudste. Ik had even 'jank' naar mijn kind. Vandaag krijg ik een linkje naar een foto-album. Fijn! Het album heeft de titel 'Leven als bestuur in Enschede'. Ze zit dit jaar namelijk in het bestuur van de studievereniging. Daar houdt ze zich bezig met onderwijs en internationalisering. Het is een druk maar aangenaam leven, zo blijkt wel uit de foto's. In het kader van haar bestuurstaken hult ze zich zelfs regelmatig in een heus mantelpakje. Maar er zijn ook zat momenten zonder mantelpakje. 

"Laat mij die foto's ook eens zien", zegt E. We kijken met trots en tevredenheid rond in haar album. Ons kind! "Kijk!", zeg ik tegen E. "hier lijkt ze echt op mij. Zulke foto's had ik ook van mezelf." Op de volgende foto staat ze met een keu in haar hand. "Maar hier lijkt ze dan weer sprekend op mij", zegt E.

Dit zijn ze. Het album was denk ik niet bedoeld om met de hele wereld te delen, maar dit mag vast wel. Als bestuur heb je tenslotte een publieke functie ;).

 Hier lijkt ze echt op mij...

En hier dan weer op E.

Staatsieportret

woensdag 20 november 2013

Een perfecte inplant

Vanmorgen ben ik bij de kapper. "Wat gaan we doen?", zegt hij. Hij gaat het natuurlijk doen, maar ik zeg wat er moet gebeuren. En dan zegt hij of dat een goed idee is, of dat hij iets anders zou adviseren. Mijn kapper heeft namelijk verstand van zaken: het is een echte sterrenkapper. Als je een keer een plekje hebt, doe je er verstandig aan om direct een volgende boeking te doen, want anders moet je lang op je beurt wachten. Maar ik zit ertussen en ik plan mijn knipbeurten strak in. Dus geen vuiltje aan de lucht.

"Mijn haar is aan de rechterkant dunner, dus daar moet je niet zoveel afhalen", zeg ik. "Je haar is helemaal niet dunner aan de rechterkant", zegt hij. "Daar groeit je haar gewoon naar achteren en aan de andere kant groeit het naar voren. Daarom lijkt het daar voller. Dat heeft met je haarinplant te maken." Hij pakt een spiegel en laat het me zien. Het is inderdaad duidelijk. Dat ik 52 jaar ben geworden zonder dat ik wist dat mijn haar in het rond groeit! "Ik dacht dat het gewoon netjes naar beneden was ingeplant", zeg ik. "Dacht je dat je een perfecte haarinplant had?", vraagt de kapper. Hij vindt het grappig, want hij ziet de hele dag natuurlijk niets anders dan dwarse lokken. "Ja, dat dacht ik eigenlijk wel", zeg ik. Die illusie ben ik nu dus ook kwijt: ik heb gewoon een haardraaikolk op mijn hoofd! Eigenlijk past alleen een rondgevlochten vlecht zoals de moeder van Sissi die droeg bij mijn natuurlijke haarinplant. Gelukkig heb ik een goede kapper die het allemaal in goede banen weet te leiden.

dinsdag 19 november 2013

Grote zwarte gatenverminderaarsters

Boezemvriendin en ik kregen vandaag een mailtje van een oud-collega. Wij zijn allebei dol op hem. Hij deugt namelijk. We kennen elkaar al meer dan 25 jaar. De band ontstond toen we samen uit ons kantoor werden verbannen voor een verbouwing op onze werkplek. We werden met z'n allen in een ander gebouw geplaatst. Boezemvriendin en ik zaten samen op een kamer. Oud-collega had de aangrenzende kamer. Iedere vrijdag aten we gebak. We hadden een gouden tijd: het was gezellig, maar we konden het ook hartgrondig met elkaar oneens zijn. In die tijd kregen we de naam 'de golden girls next door'. 

Tot zijn pensioen hebben we wekelijks samen een taartje gegeten. Daarna verslapte het contact enigszins. We kregen wel altijd een kaartje van hem en zijn vrouw (haar werk schat ik) als ze met hun zeilboot op vakantie waren of rond de jaarwisseling. En zo nu en dan troffen we elkaar als onze paden elkaar toevallig kruisten tijdens onze middagwandeling. Zo ging het. Tot enige tijd geleden zijn vrouw ziek werd. Hij hield ons via de mail op de hoogte van de stand van zaken. Het ging niet goed, maar toch werd ik overvallen door haar overlijden. Ze was namelijk een sterke vrouw. En samen waren ze een sterke combinatie.

Natuurlijk gingen boezemvriendin en ik naar de crematie. De dag erna stuurden we hem een mailtje om hem te vertellen dat we het zo'n mooi en liefdevol afscheid vonden. Ook nodigden we hem uit om samen met ons te gaan lunchen - om hem te helpen het zwarte gat iets minder zwart te maken. We hadden hem daarna alweer even gesproken, maar nu stuurde hij ons dus een mailtje retour om een afspraak te maken. Bovenaan het mailtje stond: Goedemorgen Golden Girls next door, Beste (grote) zwarte gaten verminderaarsters. Als dat toch eens zou kunnen: er is niets wat ik liever zou zijn dan dat: een grote-zwarte-gaten- verminderaarster. Ook al was het maar een speldenknopje...

woensdag 13 november 2013

De Vennegoor of Hesselinkjes

Gisteren was ik op het werk bezig met het maken van een blad. Dat doe ik al jaren. De laatste jaren staan bladen onder druk. Het ene blad meer dan het andere, maar toch. Zo hoorde ik dat Sanoma Media 101 Woonideeën wil afstoten. Nou heeft Sanoma Media wel meer onzalige ideeën gehad -daar weet ik als voormalig blogger van web-log.nl alles van. Dit is er opnieuw eentje.

Op het werk staat het maken van bladen ook onder druk en ook hiervoor geldt: het ene blad meer dan het andere. Maar gisteren maakte ik er dus nog eentje. Als eindredacteur bepaal ik de samenstelling van het blad en doe ik de laatste controle. Zaken die me bevreemden check ik. Zo lees ik gisteren iets over een zeskoppig gezelschap. Toch lees ik maar vijf namen. Dat wil zeggen: een van de namen is een dubbele, zeg maar Vennegoor of Hesselink. Ik corrigeer de tekst: mevrouw Vennegoor en mevrouw Hesselink. Dan zit ik precies op een zestal en is de tekst weer kloppend.

Ik ga verder met de correcties, maar in mijn achterhoofd blijft het toch nog knagen: zou het niet gewoon Vennegoor of Hesselink zijn? Collega weet hier vast meer van, dus ga ik bij haar te rade. "Het is een dubbele naam. Dat heb je veel meer in de Achterhoek", zegt ze. En zij kan het weten. Ik vertel dat ik er al een duo van had gemaakt. Andere collega vraagt zich hardop af hoe deze achternaam tot stand is gekomen en deelt haar theorie met ons: "Het is de twijfel", zegt ze. "Ik denk dat de twijfel toesloeg bij de burgerlijke stand. Wat zal ik doen: Vennegoor of Hesselink? En omdat 'ie niet kon kiezen werd het allebei." Het is een alleszins plausibele verklaring. "Stel je voor dat dit de naam van haar man is en dat ze dan ook nog haar eigen naam heeft.", zeg ik. "Vennegoor of Hesselink-Jansen bijvoorbeeld." "En wat als de Vennegoor of Hesselinkjes een taxi bellen.", draven we door. "Voor je er erg in hebt, heb je dan misverstanden. Stuurt het taxibedrijf een busje omdat ze denken dat het een groepsreis is." We lachen er smakelijk om. Het zijn momenten op mijn werkdag die ik koester.

dinsdag 12 november 2013

De peer die denkt dat hij een appel is

Boezemvriendin woont sinds een jaar in de grote  stad. Mijn omgeving is iets kleinstedelijker. En dat vertaalt zich in het productaanbod in de directe omgeving. Zo zag ik haar in de afgelopen week een vreemde bleke appel eten, eigenlijk leek het ook wel een beetje op een peer. "Is dat nou een appel of een peer?", vraag ik haar. "Het is een nashipeer", zegt ze. Nooit eerder van gehoord.

Hoogste tijd om mijn gezin te verpletteren met mijn nieuw opgedane kennis. "Weten jullie wat een nashipeer is?" Ze weten het niet. "Dat is het resultaat van een appel en een peer die het met elkaar gedaan hebben." E. schudt zijn hoofd. Hij vindt het een sterk verhaal. "Echt waar!", zeg ik. De jongste haalt de ipad erbij. "De nashipeer, zandpeer of Aziatische peer is een perensoort, die van nature voorkomt in het oosten van Azië, waar hij veel wordt gekweekt voor zijn eetbare vruchten. De sappige vruchten hebben de vorm van appels. Vanwege deze overeenkomst worden ze ook wel appelperen genoemd. Het is een populaire vrucht, die als dorstlesser kan worden gebruikt. Ze zijn zoet en knapperig als ze rijp van de boom worden geplukt.", leest ze voor. "Het is dus helemaal geen kruising", zegt de oudste. Het is een peer in de vorm van een appel, dus het is een transgender!"

Ze smaken overigens goed. 


maandag 11 november 2013

Doordrammen voor gevorderden

Ik ben altijd al vasthoudend geweest. Het afgelopen jaar heeft die vasthoudendheid echter een compleet andere dimensie gekregen. Voor het bouwen van een huis en het afhandelen van verzekeringskwesties is er namelijk meer dan vasthoudendheid nodig. Daarvoor moet je een dramkont van de bovenste plank zijn, want niets gaat vanzelf.

Zo wonen we nu al enige tijd in ons nieuwe huis. Toen we erin trokken, hadden we nog geen aanrechtblad en geen wasbakken in de badkamer. Op de een of andere manier wilde niemand de verantwoordelijkheid nemen voor het opmeten van het natuurstenen blad. Uiteindelijk deed de natuursteenhandelaar het zelf. Toen dat eenmaal gebeurd was kon het blad gemaakt worden. Dat was  een week na de bouwvak. De inmiddels geleverde wasbakken werden bij de natuursteenhandelaar afgeleverd om ze te plaatsen. Maar wat bleek? De wasbakken waren te groot. Vervolgens begon het getouwtrek: wie is verantwoordelijk en wie betaalt dus de rekening voor de fout?

De sanitairleverancier trok uiteindelijk aan het kortste eind. We konden nieuwe wasbakken gaan uitzoeken en die zouden dan in week 40 worden geleverd. In week 40 blijft het stil. Als ik in week 41 de natuursteenleverancier bel om te vragen hoever het is, zijn de wasbakken er nog steeds niet. Dus bellen naar de installateur. Wat blijkt? De betreffende leverancier is failliet. De installateur heeft goede hoop dat de wasbakken nog geleverd zullen worden. Maar die hoop blijkt ijdel. De wasbakken worden niet geleverd. Opnieuw op zoek naar een alternatief dan maar. Inmiddels zijn we er al zo flauw van dat de verleiding groter en groter wordt om overal mee akkoord te gaan. Maar we weerstaan de verleiding.

Ik bel de installateur bijna dagelijks en soms zelfs twee keer per dag. Ik ken de voltallige personeelsbezetting van a tot z uit mijn hoofd. Vorige week komt dan eindelijk het verlossende woord: er kan deze week één wasbak worden geleverd. De andere wordt nageleverd. Ik ben benieuwd. Vrijdag ga ik weer bellen hoever het staat. Zou het dan toch zo zijn dat we volgende week onze tanden kunnen poetsen boven een wasbak in plaats van het bad? Ik kan het bijna niet geloven.

zaterdag 9 november 2013

Echt girly



"Hebben jullie je kleding op elkaar afgestemd?" Het is een vraag die boezemvriendin en ik regelmatig krijgen. De laatste tijd is dat helemaal het geval. En dat is ook geen wonder, want we dragen namelijk kleding uit dezelfde garderobe: die van boezemvriendin. Zij is enigszins in omvang gekrompen en ik ook: het gevolg is dat ik in haar kleding pas.

Boezemvriendin houdt van kleurige kleding. Haar zul je niet gekleed in een aardetint betrappen. Zij houdt van felle kleuren met prints of opsmuk anderszins. Wat dat betreft zou ze eerder de boezemvriendin van Maya Wildevuur kunnen zijn dan die van mij. Ik draag ook wel eens een kleurtje, maar dat blus ik dan graag af met zwart. Daar doet boezemvriendin niet aan. Onlangs kreeg ik een mooie bloemenrok van haar. Het was een van haar lievelingsrokken, maar helaas zakte hij van haar smal geworden middel. Bij mij is dat anatomisch gezien vrijwel onmogelijk en de rok paste mij dan ook precies.

Het is geen rok die ik zelf uit de rekken zou hebben getrokken: een grote bloemenprint, draperieën in de naden, dat zou teveel voor me zijn geweest. Maar als ik me in de rok hul, dan staat het eigenlijk best goed. Natuurlijk blus ik het geheel af met mijn beige laarzen en een zwart vestje, waar boezemvriendin ongetwijfeld was gegaan voor rode laarzen en een rood shirt, maar al met al vind ik het toch erg leuk. Ik whats app boezemvriendin een foto van mezelf in de rok met daarbij de tekst "echt girly".

Inmiddels is boezemvriendin bezig met een grote opruiming onder haar shirts. Vandaag draag ik een paars exemplaar uit haar collectie. En als ik zeg paars, dan is dat ook echt paars. Ik vind het een mooie kleur, alhoewel ik eigenlijk van paars was afgestapt. Als ik in de plastic tas tuur zie ik dat het shirt ook strikjes heeft. "Het was mijn lievelingsshirt", zegt boezemvriendin. "Nou dat met die strikjes dat weet ik niet hoor", zeg ik. "Dat ben ik niet helemaal."  "Dan doe je 'm maar weg", zegt ze. Maar wat blijkt? De strikjes zaten maar met een steekje vast en konden dus eenvoudig verwijderd worden. Ik ben de dag begonnen met strikjes, maar ze zijn er inmiddels vanaf. En hij zit inderdaad heerlijk.
ooohhhh....

vrijdag 8 november 2013

Aanbevolen: pulp

Het zijn lastige tijden bij ons op het werk. Gelukkig wordt er ook nog wel gelachen. Vanmorgen hangen collega's, de baas, boezemvriendin en ik even rond zo aan het begin van de laatste werkdag van de week. We hebben het over de dingen des levens in het algemeen en tv-programma's in het bijzonder. Collega kijkt vooral actualiteitenprogramma's. Ik kijk vooral pulp, verbouwings- en verhuisprogramma's, tuinprogramma's, ziekenhuisseries, detectives, politieseries, kookprogramma's, budgetprogramma's, make over-programma's, Seinfeld, enzovoorts. Ik kijk kortom alles, maar liever geen praatprogramma's. Ook de baas kan overal over meepraten. Dat betekent niet dat we iedere avond koploos voor de televisie hangen. Nee, de baas is net als ik een multitasker pur sang. De baas combineert tv-kijken met werken, ik kijk televisie en ik blog of schrijf een ander stukje, ik kijk televisie en vouw de was, ik kijk televisie en lees een krantje. Er zijn ontzettend veel dingen die ik kan combineren met tv-kijken.

Collega die vooral actualiteitenprogramma's kijkt heeft ooit eens gebeld met iemand die op dat moment  Hotter than my daughter keek. Dichter is hij niet bij tv-pulp geweest. Hij kent het fenomeen niet. De baas en ik praten hem even bij over de formule van Hotter than my daughter: dat dochters die zich schamen voor hun vaak schaars geklede moeder ze opgeven en dat er vervolgens een make over op uitnodiging van Gordon himself volgt. Ik geef nog even een imitatie van de vette lach van Gordon ten beste.

Het is genieten. Behalve dat, leer ik ook ontzettend veel van het kijken van al die programma's: hoe ik mijn huis moet stylen, hoe ik me wel of niet moet kleden, hoe ik mijn planten moet verzorgen (dat je sommige planten in de winter geen water moet geven!), hoe ik levensreddende handelingen en kleine medische ingrepen moet verrichten, welke lekkere dingen ik zou kunnen koken als ik tijd en zin had en van alles en nog wat over mens-zijn (want daar gaan alle series tenslotte over). Ik kan het iedereen en collega in het bijzonder aanbevelen. Het levert je veel blijvende bagage op, in tegenstelling tot actualiteitenprogramma's. Actualiteiten zijn morgen immers alweer oud nieuws.

woensdag 6 november 2013

Ben je een juf?

"Ben je een juf?". Ze kijkt me met haar grote ogen vragend aan. "Nee, ik doe de presentatie", zeg ik. "Lijk ik op een juf dan?'", vraag ik. "Zou kunnen", zegt ze. Vanmiddag spring ik even bij bij de Grunneger Veurleescup. een voorleeswedstrijd in het Gronings voor kinderen van de basisschool. Jarenlang zat ik in de organisatie en was ik jurylid.  Ook presenteerde ik het al eerder. Maar ik ben er ook alweer jaren geleden mee gestopt. Nu deed ik het even weer, voor een keertje- als invaller.

Ooit dacht ik dat ik in het onderwijs terecht zou komen. Dat leek me ook best aantrekkelijk. Ik vond mijn schooltijd namelijk een toptijd. Dus haalde ik mijn eerstegraads onderwijsbevoegdheid. Voor mijn onderwijsbevoegdheid moest ik natuurlijk wel lesgeven. Als student Nederlandse taal- en letterkunde kreeg je die bevoegdheid namelijk niet automatisch. Later gaf ik in het kader van onderzoek nog een jaar Nederlandse les aan een Internationale Schakelklas. Dat was in alle opzichten een bijzondere ervaring. Voor de jongens van Turkse en Marokkaanse komaf was het namelijk niet vanzelfsprekend dat ze de autoriteit van een vrouw accepteerden. Toch ging het goed. Het kon omdat ik zo'n grote vrouw was, legde een van de jongens me eens uit.

Dat ik niet in het onderwijs terecht ben gekomen is toeval, maar misschien ook wel een zegen. Ik weet niet of ik het in me had gehad. Mijn zus is juf en haar dochter ook. Nou lijken mijn zus en ik wel op elkaar, maar we hebben toch een aantal karaktereigenschappen die verschillen. En die eigenschappen maken van haar een goede juf. Zij is namelijk geduldig. Daar kun je mij echt niet op betrappen. Ook maakt ze geen verschil tussen kinderen. Dat kan ook echt niet als je in het onderwijs zit.  Ik maak wel verschil; sommige kinderen vind ik leuk, andere niet. Dat is altijd al zo geweest.  Dus nee, ik ben geen juf.

dinsdag 5 november 2013

In gesprek met Fonq

Ik meldde het hier al eerder: ik ben helemaal los met shoppen op internet. En ook de jongste heeft het nu ontdekt. Zo zocht ze voor zichzelf na een zorgvuldig en langdurig keuzeproces een prullenbak uit bij Fonq. Het was een leuk ding dat snel werd geleverd.

De jongste zou de jongste niet zijn als ze een rechttoe rechtaan prullenbak had gekocht. Nee, ze kocht er een met vuilniszakhouder en deksel. Jammer genoeg werden die er niet bijgeleverd en kreeg ze dus toch een gewone rechttoe rechtaan prullenbak. Met dit verschil: het was niet voor een rechttoe rechtaan-prijs. Dat konden we natuurlijk niet over onze kant laten gaan. Gepokt en gemazeld als ik inmiddels ben in het indienen van klachten en de kunst van het 'pressietelefoneren' nam ik contact op met Fonq.

Even bellen met de klantenservice dan maar. Het was een fijn gesprek: de mevrouw van de  klantenservice was het meer dan 100% met me eens: dit kon niet. Ze zou er direct werk van maken. Afgeleid door allerlei andere zaken kwam ik er twee weken later achter dat de ontbrekende onderdelen nog steeds niet geleverd waren. De afleverbon was inmiddels verdwenen. "Die heb ik aan papa gegeven", aldus de jongste, maar E. weet van geen afleverbon. Nog maar eens bellen met de klantenservice dan. En opnieuw: meer dan 100% overeenstemming met de telefoniste dat dit niet door de beugel kan. Mijn vorige gesprekspartner had de vraag 'doorgezet naar de leverancier'. Maar tot nu toe dus zonder resultaat. Deze mevrouw zou dit onmiddellijk rechtzetten. Nog eens twee weken later hebben we nog steeds geen ontbrekende onderdelen. Ik kies een nieuw kanaal: ik stap over naar de mail. Vanmiddag word ik gebeld: de leverancier heeft nog twee weken nodig om de ontbrekende onderdelen te leveren. Maar dan krijgen we ze echt. En voor het ongemak krijgen we nog een tegoedbon van €17,50. Als dat allemaal gaat lukken, dan is het toch wel netjes van Fonq. Dan kan ik er nog eens iets gaan kopen en hoef ik ze niet op mijn persoonlijke zwarte lijst zetten.