vrijdag 28 februari 2014

Een vegeterend bestaan

Deze week was ik vrij. "Ga je nog iets bijzonders doen?", zegt de baas. "Ik ga helemaal niets doen", zeg ik. "Ik ga de hele week vegeteren." "Op de een of andere manier kan ik me jou niet zo goed vegeterend voorstellen", zegt hij. "Toch gaat het deze week gebeuren", zeg ik. Het gaat niet vanzelf, het bereiken van een vegetatieve staat. Ik vul mijn dagen graag met activiteiten en ik kom toch wel moeilijk los van het vele werk. Begin van de week krijg ik een berichtje van de baas: "Jij zou de week toch in complete afzondering doorbrengen?" Tja dat mislukte dus een beetje en eerlijk is eerlijk: dat wordt ook steeds moeilijker met alle communicatiemogelijkheden binnen handbereik.

Maar dinsdag kwam daar verandering in. Ik reisde 's ochtends met de jongste met de trein af naar de stad. We hadden er een leuke dag, maar toen ik 's middags thuiskwam was ik kapot. En dat bleek de voorbode van een griepje die tot vandaag nog doorsukkelt. Woensdag was ik compleet van de wereld. De jongste bediende me van natte washandjes en paracetamol om mijn lichaamstemperatuur een beetje te reguleren. Gisteren knapte het alweer wat op. Vandaag had het dus eigenlijk over moeten zijn, maar na een broodnodige boodschappensessie vanmorgen vroeg kakte ik bij thuiskomst toch weer behoorlijk in. Na de middag hang ik wat op de bank: het vegeteren gaat me nu een stuk gemakkelijker af. Ik vraag me hardop af of ik al dan niet weer aan de paracetamol moet. "Wat denk jij?", zegt de jongste tegen de oudste. "Vind jij dat mama paracetamol moet nemen?" "Ja, dat weet ik toch niet", zegt die. "Maar jij studeert toch gezondheidswetenschappen?", kaatst de jongste de bal terug. "Zelfmanagement is de zorg van de toekomst", zegt de oudste. "En als er iemand is die dat zelf wel kan managen, dan is dat mama wel." Ze heeft gelijk. Ik voel mijn temperatuur in de loop van de middag weer oplopen. Dan toch die paracetamol maar.

zaterdag 22 februari 2014

Een goede smaak

In het echt is hij nog mooier...
Vlak nadat ons huis was afgebrand, stonden mijn ouders vanachter het hek te kijken naar de verkoolde resten van ons huis. Als ze er even staan, krijgen ze gezelschap van een man en -naar later blijkt- zijn moeder. "Hier woonde een man met een hele goede smaak", zegt de man tegen zijn moeder. "En ik kende hem." Mijn ouders horen dit natuurlijk glimmend van trots aan: die man met de goede smaak, dat is namelijk hun schoonzoon E.

Je zou verwachten dat een man met zo'n goede smaak een dito vrouw zou hebben gekozen. En dat zou natuurlijk ook gebeurd zijn als hij goed had nagedacht op het moment van partnerkeuze. Maar geloof mij: van denken was toen geen sprake. Toen speelden hele andere zaken. E. koos voor mij. En ik hou van junk en oude meuk in huis. Dus ben ik een vaste klant bij kringloopwinkels. Daar scoor ik dingen waar ik heel erg gelukkig van word.

Vandaag was ik niet van plan om langs de kringloop te gaan. Ik was vroeg wakker en toog al op tijd naar de Intratuin om me alvast te oriënteren op mijn nieuwe hobby tuinieren. Het was nog rustig in de Intratuin, dus ik kon op mijn gemak rondkijken. Echt grote aanschaffen deed ik niet. Het was echt een oriënterend bezoek.

Toen ik uitgekeken was bij de Intratuin was het nog steeds erg vroeg. Tijd zat dus om nog even bij de kringloop langs te gaan. En daar vond ik iets prachtigs: een houten Mexicaan die een kannetje leegdrinkt. Voor mensen met een goede smaak ongetwijfeld een dubieuze keuze, maar voor mij een supervondst. Ik weet direct waar ik het wil plaatsen en twijfel geen moment: dit is een echte must have.

Als ik thuiskom geef ik het Mexicaantje direct een prominente plek. Tevreden kijk ik onder het eten naar mijn nieuwe aanwinst. "Het is toch geweldig", zeg ik. "Net een vruchtbaarheidssymbool. Ik vind het echte kunst." E. kijkt bedenkelijk. Hij denkt daar duidelijk anders over; zijn goede smaak zit hem natuurlijk in de weg. "Het is eerder kitsch", zegt hij. Ook goed, mij maakt het niet uit. "Ik word er heel blij van", zeg ik. "Dan is het natuurlijk goed", zegt E. En zo leg ik er dag in dag uit eer in om enig tegenwicht te bieden aan de goede smaak van mijn man.


donderdag 20 februari 2014

Liever thuis

Een van mijn favoriete programma's is Floortje naar het einde van de wereld van BNN. Floortje Dessing reist naar de verste uithoeken op aarde. Elke aflevering trekt ze naar een andere afgelegen en geïsoleerde bestemming waar ze mensen bezoekt die een bijzonder bestaan leiden. Vanavond is het weer zover. Ik ga er even lekker voor zitten.

Onze zoon zit met de ipad op de bank. "Die heeft toch ook geen leven", zegt hij. Wij kijken allemaal verbaasd op. Wij denken namelijk dat Floortje een heel leuk leven heeft. Ze ziet alle uithoeken van de wereld en verdient daar haar geld mee. Hoe leuk wil je het hebben? "Juist een heel leuk leven toch?", zeg ik. "Moet je zien waar ze allemaal heenreist." "Ja, ze is overal behalve thuis", zegt onze zoon. "En dat is nou net waar je moet wezen."

Hij kan er ook niets aan doen. Het is aangeboren. Al toen hij heel klein was kwam dat honkvaste naar boven. We gingen toen de kinderen klein waren een aantal jaren achter elkaar naar Lauwersoog. Onze dochters hadden last van wagenziekte en Lauwersoog was nog net te doen. Toen hij zeven jaar werd stopten we daar mee. Het leek ons tijd om weer eens verder te kijken. Denemarken zou het worden. Dat stuitte toen al op heftig verzet. Hij wilde eigenlijk weer naar Lauwersoog. Zo ging het niet: hij ging met ons mee naar Denemarken, Zweden, Frankrijk, Engeland, Italië, Tsjechië, Duitsland en Polen. Maar in wezen is er niets veranderd: het liefst is hij thuis.



woensdag 19 februari 2014

Love is in the air

Valentijnsdag is weer onopgemerkt aan ons voorbij gegaan. E. vindt het dikke flauwekul en ik kan niet anders dan het met hem eens zijn. Op facebook word ik vanuit de zijlijn echter wel overspoeld met date-verzoeken en knappe, trouwe mannen die vlakbij mij wonen en in zijn voor serieuze dingen. Misschien dat ze dit soort acties juist plannen rondom Valentijnsdag; wellicht voelen de singles zich extra single als gevolg van al dat gekweel rondom deze dag. Love zal wel in the air zijn.

Op facebook heb ik niet aangegeven dat ik een relatie heb, omdat E. niet van de social media is. Hij wil er niet ingezogen worden.* Als gevolg daarvan ziet facebook mij als single en het gevolg daarvan is dat ik continu een mooi aanbod van gewillige mannen langszij krijg op facebook. Vaak wordt gesuggereerd dat er een verzoek voor je is. Aangezien ik me nergens heb ingeschreven, weet ik dat dat niet waar kan zijn, dus ik klik -mijn nieuwsgierigheid onderdrukkend- NIET. Toch heb ik wel steeds een mooie nieuwe aanvoer. Dat wil ik jullie natuurlijk niet onthouden. Kijk toch eens wat leuk volk. De oogst van een paar uur. En het goede nieuws is: ik heb ze over, dus als iemand van jullie deze mannen wil...be my guest.




























*Hetzelfde geldt eigenlijk voor mijn blog, maar ja: je hebt het niet altijd voor het kiezen. 

zondag 16 februari 2014

De man/vrouw-verhouding onder vissen

Vrijdag haalden we de vissen voor het aquarium van de jongste. Met een ph-waarde van 7.7 konden de vissen te water worden gelaten. Bij de selectie moet je met allerlei zaken rekening houden. Sommige vissen vreten andere vissen op. Of ze vreten elkaars 'sluiers' op. En ook over de man-vrouw-verhouding onder vissen ben ik het een en ander te weten gekomen.

Zo overwoog de jongste de aankoop van een zwarte vis met een blauwe sluier. "Daar kun je een mannetje van nemen of een mannetje met twee vrouwtjes", aldus de specialist. "Als je maar één vrouwtje hebt, dan gaat ze dood", vervolgt hij. "Dat mannetje jaagt haar dan net zo lang op tot ze dood is." Een echte liefhebber dus, deze zwart blauw gesluierde. En niet alleen deze vis doet dat: het is schering en inslag onder vissen. Voor vissenvrouwtjes is er dus geen ruimte om 'nee' te zeggen. En hoe zou ze dat ook moeten doen anders dan door weg te zwemmen? Een tik met de staart? Een frontale aanvaring? Al met al: het ziet er dus allemaal heel vredig uit, zo'n rustig borrelend aquarium, maar dieren houden is niet voor teerhartigen. (Dat wisten ze in de dierentuin in Kopenhagen al ver voor het slachten van de giraf Marius.)

zaterdag 15 februari 2014

Olympische na- en bijpraatjes

"Die Henry Schut is ook leuk", zeg ik. We kijken naar de dagelijkse talkshow waarin nagepraat wordt over de Olympische Spelen. "Bij Mart Smeets vergeleken is iedereen leuk", zegt E. "Nee, ik bedoel dat hij echt leuk is.", zeg ik. "Hij lijkt een beetje op The Mentalist". Ik bedoel Simon Baker, de acteur die de hoofdrol speelt in deze serie. Ik zie regelmatig gelijkenissen waar E. zich over verbaast. Zo vind ik dat Martin Hersman lijkt op Lurch van de Addams Family.

Ook Rintje Ritsma zit aan tafel. Rintje is de grondlegger van het Nederlandse schaatssucces, daar zijn ze het aan tafel over eens. Hij begon immers met een commerciële schaatsploeg en dat heeft ervoor gezorgd dat het niveau in Nederland nu zo hoog is. Voor een schaatser namelijk een startplaats heeft voor een groot toernooi, heeft hij al een zware competitie achter de rug. "Toen Rintje nog schaatste hadden ze allemaal spandoeken met daarop RINTJE, IK WIL VAN JOU EEN KINDJE", vertel ik. Het was in de tijd dat Rintje zijn machtige lijf in een bad met ijs liet zakken. Dan vraag je ook om dit soort spandoeken. Het levert me hier in huis ongelovige blikken op. "Heeft Rintje eigenlijk nageslacht?", vraag ik me hardop af. Dat is voor de jongste het signaal om het op te zoeken. Rintje is van 1970 en hij is nog geen vader, verneem ik van haar. Toch jammer dat daar (nog) geen nageslacht van is.

Ondertussen richt ik me weer op Henry Schut. Wat vind ik eigenlijk zo leuk aan Henry Schut? Hij is vriendelijk, rustig en bescheiden. In zijn ogen blinkt soms een aarzeling als hij een vraag stelt. Hij laat zijn tafelgenoten tot hun recht komen. Het gaat niet over Henry Schut, maar om de mensen die aan tafel zitten. Een dergelijke beschaafdheid is ongewoon voor een talkshowpresentator. Go Henry!
 

 Rintje in de tijd dat iedereen een kindje van hem wilde.


vrijdag 14 februari 2014

Onder de huid

"Wat moeten we nu?" E. stelt de vraag. We drinken een kop thee. Vanmiddag schaatsen ze niet in Sochi en we zijn compleet onthand. Zo gaat dat hier altijd: ik was compleet afgekickt van het schaatsen, maar ik ben zeer verslavingsgevoelig als het om toernooien gaat -of het nou om voetbal, atletiek of schaatsen gaat. Aanvankelijk sta ik licht onverschillig tegenover het toernooi. Op dat moment begrijp ik al die drukte helemaal niet. Maar na een dag of twee heb ik het te pakken. Dan kijk ik wat ik kan. En als het kan kijk ik alles: alle ritten, alle commentaren, het strikken van de veters, het slijpen van de schaatsen, het stretchen, het uitfietsen, noem maar op. Ik voel me er ontzettend goed bij. En dan bedenken ze zomaar dat ze een dag overslaan. Wat rest is dan een enorm zwart gat - in het voortdurende, aanhoudende en slopende besef dat er iets ontbreekt.

Donderdagavond merk ik dat al die commentaren je ook onder de huid gaan zitten. Ik was onderweg om te gaan aquajoggen. Enkele minuten daarvoor had ik mijn zwemtas van de kapstok gegrist en was ik haastig op pad gegaan. Ik ben namelijk altijd precies op tijd, niet te vroeg en niet te laat. Halverwege overvalt het me: zit mijn donkerblauwe badpak met het roze splash-achtige flubbertje eigenlijk wel in mijn tas? Ik tast en vind niet: die hangt nog thuis. Ik kan het aquajoggen wel vergeten, dat haal ik nooit meer als ik eerst mijn badpak nog moet gaan halen. Het is niet anders: ik moet er maar in berusten. Ik zie het zelf als een bevestiging van wat ik al wist: als je rommelt met je materiaal of je materiaal niet op orde hebt, dan ben je niet in topvorm. Het zij zo.

Volgende week weer aquajoggen, morgen weer schaatsen kijken. 

zondag 9 februari 2014

Een droom die is uitgekomen


Als je dromen binnen handbereik liggen, dan ben je een gelukkig mens. Je bent sowieso een gelukkig mens als je dromen hebt. "Een van mijn dromen is uitgekomen". Met die woorden sleept de jongste haar oudste zus mee naar haar kamer. Ze heeft zich namelijk een heus aquarium aangeschaft. Het is een lang gekoesterde wens. En nu heeft ze dan zoveel gespaard dat haar droom werkelijkheid kan worden.

De jongste is altijd al dol geweest op dieren. Bij gebrek aan huisdier adopteerde ze torren, slakken en wat er in de tuin verder maar voorbijkwam. Ooit gaf ze een slak een naam: koediekoe. Of ze iedere keer dezelfde koediekoe te pakken had, is natuurlijk sterk de vraag. Maar dat hebben we haar nooit verteld. Later wierp ze zich op als konijnenredster. Toen de oudste twee een konijn kregen, deed ze het deurtje open omdat ze het zo zielig vond voor de konijnen om opgesloten te zitten in een hokje. Een van beide konijnen is ondanks een intensieve postercampagne van de oudste twee nooit meer teruggekomen.

Toen er in 2002 een konijn aan kwam lopen, wist ze inmiddels beter. Het hokje bleef gesloten. Omdat de andere twee al een konijn hadden gehad, werd dit haar konijn. Toen Skippy in 2008 overleed, namen we met veel ceremonieel afscheid.

En nu gaat ze dus vissen houden. Vrijdag ging ik met haar naar de hengelsportzaak hier in de buurt. Daar verkopen ze namelijk behalve benodigdheden om vissen te vangen ook spullen om vissen te houden. De eigenaar is een echte liefhebber. De dag ervoor heeft de jongste al een tijd in de zaak doorgebracht om te fantaseren over de vissen die ze zou willen aanschaffen. De eigenaar van de zaak vindt dat helemaal niet vreemd. Dat blijkt wel als we vrijdag komen om een aquarium op te halen. De eigenaar staat dan met een andere vissenliefhebber in het vissenkamertje. Ze praten over vissen. Uiteindelijk schaft de man ook nog een visje aan. Maar uit alles blijkt dat dat niet per se hoeft. Even praten over vissen is ook prima. Ze zijn allebei duidelijk liefhebber.

Vrijdag schaften we een aquarium aan. Over een week is het aquarium zover dat er vissen in kunnen. Dan is haar droom dus werkelijkheid geworden.

donderdag 6 februari 2014

Wie kaatst...

"Everybody likes sausage". Het is een van de favoriete oneliners van onze zoon. Hij zegt het in ronkend Engels en is naar eigen zeggen geïnspireerd door een van onze uitwisselingsgasten. De zin wordt te pas en te onpas gebruikt, ook als er in de verste verte geen worst te bekennen is. Het is gewoon een gevleugelde uitspraak geworden. Meestal reageren we er dan ook niet op. Maar nu reageert de jongste: "Niet als je een vegetarian bent." "Fuck vegetarians", zegt onze zoon. "Nou, dan krijg je het nog druk", kaatst de jongste de bal terug. "Daar zijn er namelijk heel veel van."

Vandaag zit onze zoon met zijn vingers aan onze grote groene plant. "Laat die plant met rust. Straks komen er weer bruine punten aan", zeg ik tegen hem. Ik heb de plant vorige week net bijgeknipt: de bruine puntjes eraf. Het hoort niet zo, maar het ziet er wel puik uit. "Dat komt helemaal niet omdat ik er met mijn vingers aan zit", zegt hij. "Dat komt omdat jij hem de hele winter geen water hebt gegeven." Dat klopt, maar dat heb ik natuurlijk alleen maar gedaan omdat dat zo goed voor de plant is.

Zo nu en dan kijk ik namelijk naar Rob's grote tuinverbouwing. In dat programma verbouwt Rob niet alleen een tuin, maar geeft hij ook tips over het omgaan met kamerplanten. En in een van de afleveringen zag ik mijn kamerplant voorbijkomen. "Van november tot februari geen water geven", zei Rob. Als Rob dat zegt, wie ben ik dan om daar tegenin te gaan? Dus vanaf 1 november heeft de plant geen drup water meer gekregen. Toen de plant begin januari allemaal bruine bladen kreeg, begon ik toch een beetje te twijfelen: zou Rob het echt wel zeker weten, of was het misschien toch niet mijn plant? Half januari ga ik overstag: het is bijna 1 februari, dus een klein slokje water is misschien niet verkeerd. De plant slurpt het dankbaar op en nu hij wekelijks een slokje krijgt, leeft hij helemaal weer op. 

"Dat is gewoon beter volgens Rob de tuinman", zeg ik. "Fuck Rob de tuinman", zegt onze zoon. "Krijg je het nog drukker", zegt de jongste.

dinsdag 4 februari 2014

De finale

Let op de ballonnenboog! Echt een aanrader.
Vrijdag hadden we een feestelijke dag. We organiseerden een open huis om het eind van een periode te markeren. In de vroege ochtend van 26 mei 2012 stonden we abrupt op straat. Samen met een grote groep Sappemeersters zagen we ons huis afbranden. Dat was het begin van een lange weg. Vrijdag bereikten we gevoelsmatig de eindbestemming. Dat hebben we gedeeld met meer dan 100 mensen die allemaal langskwamen om ons huis te bekijken. Dat deed ons goed.

In de voorbereiding maakte ik een fotoshow met foto's van het hele proces. Natuurlijk had ik de foto's al eerder gezien, maar zo levensgroot op de televisie is het toch een ander verhaal. Confronterend. Samen met mijn zus, onmisbaar in dit hele proces - en ook bij deze finale, bekijk ik de beelden. Ik wist natuurlijk wel dat het erg was. Maar nu zie ik het ook. "Daar zijn we allemaal doorheen gegaan", zeg ik. "Verschrikkelijk eigenlijk." Alsof ik het nu- nu ik het met enige afstand beschouw- pas goed besef. Maar het is goed afgelopen. In alle opzichten.

Het huis is af. We zitten weer in de kleren. We koken, slapen, wassen, kijken televisie, maken weer tosti's, zijn weer in het bezit van een mixer en we hebben zelfs alweer een kniepertjesijzer. Dat is toch pure luxe. In onze basisbehoeften is dus inmiddels meer dan voorzien.

Iets waar ik na bijna twee jaar nog niet aan gewend ben is de verwarring die onherroepelijk deel uitmaakt van de nasleep van een brand. Vorige week nog stond ik in de la te zoeken naar de rood met witte pizzasnijder. Ik zoek de laden grondig door, mopperend: "Waar is die pizzasnijder toch?" "Die hebben we niet meer", zegt de jongste. Ze heeft gelijk. Die hadden we voor de brand. Het gebeurt regelmatig. Het lijkt alsof je geheugen een spelletje met je speelt.

Vanmorgen word ik wakker uit een akelige droom. Uit het niets schiet ineens mijn aardappelbak me te binnen. Dat was zo'n handige bak, denk ik. En dat krukje dat E. zelf maakte voor de kinderen. Allang niet meer als krukje in gebruik, maar als bijzettafeltje niet weg te denken uit onze inventaris. Of die metalen verhogers die mijn schoonvader maakte. Die gebruikte E. om zijn beeldschermen op  te zetten, maar die kon je voor allerlei dingen gebruiken. Ik heb ze niet dagelijks, deze flashbacks van spullen, maar wel vaak. Het overvalt je op het moment dat je er niet op verdacht bent. 's Avonds als je bijna in slaap valt of 's ochtends als je nog niet helemaal wakker bent. Op weerloze momenten. Het zijn niet de grote dingen die je te binnen schieten, niet de zaken waarvan je het gemis direct voelt. Het zijn juist de dingen die heel vanzelfsprekend waren.

Het zal op den duur minder worden. Ooit komt het moment dat alle dingen die je kwijt bent door je gedachten zijn gegaan. Maar dat zal nog wel even duren. Ondertussen verheug ik me enorm over de  vrije tijd die ik weer terugkrijg. Het is heerlijk om niet meer voortdurend op pad te zijn om zaken aan te schaffen of uit te zoeken. Het is een enorme luxe om gewoon lekker op de bank van ons mooie nieuwe huis te zitten.