woensdag 30 april 2014

Embarrassing bodies

Wij zijn echte bofkonten. Zijn wij in Newcastle, is daar juist deze dagen de uitzending van Embarrassing bodies gaande. De truck staat niet ver van ons hotel in een drukke winkelstraat. Thuis mag ik niet naar Embarrassing bodies kijken in verband met het hoge onsmakelijkheidsgehalte. In het programma laten mensen namelijk hun medische aandoening zien waar ze zich diep voor schamen. Denk aan een fistel op een plek waar je die echt niet wilt hebben, een doorontwikkelde aambei of een andere aandoening - bij voorkeur in de schaamzone.

De oudste zet me even op de foto voor de truck. Een lid van de crew spreekt me aan. Of ik ook iets heb waar ik mee voor de camera's wil. "No thank you", zeg ik "there is nothing embarrassing about my body." "Nooo", zegt hij. De man is expert, dus dat ziet hij natuurlijk zelf ook wel. Het was vast een beleefdheidsvraag. Hij is tenslotte een Engelsman.

dinsdag 29 april 2014

If you know what I mean

We zijn in Newcastle,  ook wel Geordie Shore. Newcastle staat bekend om glitter, glam, zelfbruiner en het heavy accent of course. Ik kan het niet echt nadoen, maar het klinkt een beetje als de veenkoloniaalse versie van het Engels. Zonder het gebruik van medeklinkers. Je hebt hier kaarten met 'Get berra soon' en als je een scone bestelt vragen ze 'Do you wan bu'a on e?' Er zijn gidsjes met Geordie en bekers met Born & bred Geordie. Proud to be Geordie zeg maar.

Onze zoon is niet mee op deze trip. Hij blijft thuis om het fort te bewaken. Ik bel hem even vanachter een pint cider in een van de gezellige pubs in Old Newcastle. "Je zou het taaltje wel waarderen", zeg ik. "net veenkoloniaals". Hij gelooft het onmiddellijk. Nooit om een woordje verlegen zegt hij: "En wat zeg jij dan? "Uhahohehoheh, if you know what I mean?"

maandag 28 april 2014

Natte messen

Bij voorbaat mijn excuses voor de ranzige titel van deze blog. Maar het is niet anders: de titel dekt de lading volledig. Ik ga het namelijk hebben over het fenomeen natte messen. 

Het gaat om het volgende: onze steakmessen lekken. Het gevolg is dat je met klamme handen vlees zit te eten. Wel een goede manier om van vlees af te kicken. Het is namelijk niet fijn om met klamme handen te eten. Lekker en klam gaan niet samen.

Na de brand kocht ik een partij steakmessen bij de Action. Na gebruik worden die bij ons afgewassen- in de afwasmachine natuurlijk. Niet heel ongewoon denk ik. Dat eten met vochtige handen ben ik inmiddels wel zat. "Ik zal even nieuwe steakmessen kopen bij de Action.", zeg ik tegen E. "Ja, dat zou ik maar doen", zegt E. Ik herken de toon: het is niet als aanmoediging bedoeld, het is cynisme. Hij denkt dat het komt omdat ik ze voor een prikje op de kop tikte. Dat gaat niet altijd op, want voor de brand hadden we steakmessen die ik nog goedkoper op de kop tikte en die deden het niet. Daar braken de handvatten op den duur vanaf, maar ze lekten geen drup. Toch zet E's opmerking me zoals zo vaak aan het denken. Zou het in dit geval dan toch zo zijn dat goedkoop duurkoop is? Ik besluit voor een iets betere kwaliteit en een hogere prijsklasse te gaan en ik schaf nieuwe steakmessen aan bij de Blokker. De oude gooi ik zonder pardon weg. De nieuwe messen zijn per stuk verpakt met een plastic beschermhoesje om het mes. Mijn voetafdruk op aarde is daarmee weer enigszins vergroot, maar het  ziet er wel dusdanig professioneel uit dat ik overstag ga. Dit worden ze. 

Probleem opgelost. Dat dacht ik tenminste, maar niets is minder waar. Ook deze steakmessen lekken. Dus zitten we weer met klamme handen te eten. Het is ranzig. Er zit niets anders op: ik zal een specialist moeten raadplegen. 

zaterdag 26 april 2014

In showroomconditie

Deze week gingen we naar de tandarts. Sinds onze kinderen jong zijn gaan we als familie met z'n allen. In verband met brand en bouw was de afgelopen twee jaar de klad een beetje in onze halfjaarlijkse controles gekomen. Alleen de oudste - die zelf haar afspraken plant, verzaakte vorig jaar niet.

Het is niet erg dat we een jaartje hebben overgeslagen, verzekert de assistente me als ik haar bel voor een afspraak. Al onze gebitten zijn in prima conditie, dus dan kan dat wel. Maar woensdag was het dus weer zover. De jongste, onze zoon en E. en ik waren terug voor een controle.

De tandarts ontvangt ons in het kleine kamertje in de praktijk. Toen ze jong waren gingen we mee in de praktijkruimte, maar nu wachten we op elkaar en verdwijnen we een voor een in het kamertje. De jongste moet elektrisch gaan poetsen, vertelt ze als ze terugkomt. Onze zoon heeft een prima gebit. Hij wordt dit jaar 20 jaar en heeft nog nooit een gaatje gehad, net als de oudste. Volgens onze zoon was ook de tandarts zeer over zijn gebit te spreken. Aangezien we er niet bij waren, moeten we afgaan op het verhaal dat hij vertelt. "Hij zei dat hij nog nooit een gebit zo had zien staan pronken", aldus onze zoon. Aangezien pronken en pronkjewailen (een zelf verzonnen werkwoord afgeleid van het Groningse zelfstandige naamwoord pronkjewail) zijn favoriete woorden van dit moment zijn, is het overduidelijk dat dit geen tekst van onze niet zo spraakzame tandarts is. "Hij zei dat mijn gebit werkelijk in showroomconditie was.",  gooit hij vervolgens nog in de strijd. Ook dit heeft hij overduidelijk zelf verzonnen. Niet dat het daarom minder waar is. De tandarts was vast tevreden, zijn gebit is namelijk inderdaad in showroomconditie. Wat zeg ik? Hij is helemaal in showroomconditie!

donderdag 24 april 2014

Brief aan de minister


"Het gebeurt niet iedere dag dat burgers zich genoodzaakt voelen om het woord rechtstreeks te richten tot de minister van Financiën. Toch doen wij dat. Ons rechtvaardigheidsgevoel drijft ons hiertoe." Zo begint de brief die ik dit weekend namens E. en mijzelf schreef aan de minister van Financiën. 

Dat onze woning in mei 2012 afbrandde, was voor ons een persoonlijk drama met onder andere grote financiële onzekerheden en gevolgen. Gelukkig waren we er met de opstalverzekering snel uit. De inboedelverzekering vroeg iets meer tijd. Na ruim een half jaar onderhandelen keerde de verzekeraar de tegenwaarde van onze inboedel eind 2012 uit. Fijn, want toen wisten we eindelijk waar we aan toe waren.

Maar... eind januari staat er op de peildatum van de Belastingdienst dus een behoorlijk bedrag op onze rekening. Om problemen te voorkomen zoeken we contact met de Belastingdienst. We gaan er dan namelijk vanuit dat we wel een bewijs zullen moeten overleggen dat dit bedrag de tegenwaarde is van onze verloren gegane inboedel. Gedoe, maar goed - zo gaat dat, denken we dan nog. E. belt eerst met de belastingtelefoon. De medewerker die hem te woord staat is echter in geen enkel bewijs geïnteresseerd. "Het maakt ons niet uit waar dat geld vandaan komt. Het staat er, dus u moet er belasting over betalen.", is zijn boodschap. Ik kan het bijna niet geloven en bel ook nog eens. De boodschap wordt bij mij iets diplomatieker gebracht, maar is dezelfde: we zullen belasting moeten betalen over het uitgekeerde bedrag voor onze inboedel. Natuurlijk kunnen we schriftelijk bezwaar aantekenen bij de Hoofdinspecteur van de Belastingdienst en dat doen we dan ook.

In de zomer van 2013 horen we dat ons bezwaar goed is ontvangen, maar dat het niets verandert aan de zaak. We zullen over het uitgekeerde schadebedrag, natuurlijk minder dan de 100% tegenwaarde van onze inboedel, ook nog eens belasting moeten betalen. Op dat moment zitten we nog midden in de bouwperikelen. We zijn dan meer dan een jaar onderweg en zijn inmiddels beroofd van onze goedgelovigheid en voor altijd verlost van onze naïviteit. Met name in de overheid zijn we teleurgesteld. We voelen ons bij tijd en wijle een echte melkkoe. In de zomervakantie zet ik grofweg op een rij hoeveel geld de overheid overhoudt aan onze persoonlijke ellende. Ik ben geschokt. In de eerste week begint het al in onze gemeente: we betalen een fikse boete voor het verlies van onze identiteitspapieren. Gedurende het hele proces betalen we een aanzienlijk bedrag aan BTW: 21% over de hele nieuwbouw, BTW over alle nieuwe spullen die we kopen en meer dan 12.000 euro leges aan de gemeente. "Het zou voor de overheid gemakkelijk uit kunnen om een staatspyromaan in dienst te nemen", zeg ik tegen E. "Goed voor de economie". Zo'n brand levert de overheid een aardige duit op. En dat wringt, dat schuurt, dat voelt niet goed.

En dan dit. Dit jaar doen we netjes belastingaangifte over 2013. Het uitgekeerde bedrag voer ik niet op als spaartegoed. Het is een principekwestie. Omdat het niet onze bedoeling is om zaken te verzwijgen, sturen we opnieuw een brief naar de Hoofdinspecteur. Ik leg uit waarom we het niet opvoeren als spaartegoed: "...omdat het hier gaat om de (onvolledige) tegenwaarde van onze inboedel en niet om een vrij besteedbaar spaartegoed. Tegenover dat bedrag staan uitgaven van minstens dit bedrag, omdat de uitgekeerde tegenwaarde van onze inboedel niet 100% was. Naar ons idee zouden we dat dan als schuld op moeten voeren. In de belastingaangifte zien we hier geen mogelijkheid voor."

Dit weekend ontvangen we een brief van de Hoofdinspecteur. "Hoewel ik begrip heb voor uw standpunt kan ik helaas uw standpunt niet delen." Of we het bedrag toch even als spaartegoed op willen nemen in box 3. Onze verloren gegane inboedel kan ook niet als schuld worden gezien. "Onder schulden worden verstaan verplichtingen die rechtens afdwingbaar zijn.", aldus de Belastingdienst. En onze inboedel is niet rechtens afdwingbaar. We kunnen het immers ook zonder doen!


Zo zijn de regels, dat is de wet. Dat kan zo zijn, maar het deugt van geen kant. Dus schrijf ik dit weekend een brief aan minister Dijsselbloem, waarin ik onze frustratie verwoord. "We hebben doorgaans geen moeite met het afdragen van belasting, omdat het bijdraagt aan een samenleving waar de lusten en lasten eerlijk verdeeld worden. In de afgelopen twee jaar hebben we door onze persoonlijke ellende al meer dan ons steentje bijgedragen aan de overheidsfinanciën met onder andere boetes over onze verloren identiteitspapieren, BTW over het nieuw te bouwen huis en BTW over alle nieuw aangeschafte spullen. Al met al een niet onaanzienlijk bedrag. Het voelt echter heel verkeerd om ook nog eens extra belasting over de uitgekeerde inboedelvergoeding te moeten betalen. We worden dan immers twee keer financieel gedupeerd: eerst vanwege de niet-volledige uitkering van onze inboedel en dan nog eens door een belastingheffing over het uitgekeerde bedrag. Dat is naar ons idee niet hoe de overheid met gedupeerde burgers om hoort te gaan." 

"Ik stuur het ook direct even door naar de Nationale Ombudsman.", zeg ik tegen E. Dit is immers iets wat verder reikt dan alleen ons eigen belang. Dit raakt iedere burger die net als wij de pech heeft om getroffen te worden door brand of een andere rampspoed.

Of het iets oplevert? Misschien. Gezien onze ervaringen: vast niet. Maar als ik iets heb geleerd de afgelopen jaren, dan is het wel dat je naar jezelf moet luisteren. Ik heb goed geluisterd en ik hoorde luid en duidelijk NEE, hier gaan we niet zomaar mee akkoord.

dinsdag 22 april 2014

Hemels uitzicht

Begin vorige week was het volle maan. Normaal gesproken merk je dat niet, maar sinds we in ons nieuwe huis wonen zie ik het. Dat heeft niets met verscherpte waarneming te maken. Ik zie het gewoon iedere avond als ik naar bed ga.

Dat zit zo.Toen we in dit huis kwamen wonen, was ik er niet bij toen ons bed in de slaapkamer werd geplaatst. E. bedacht dat het een goed idee was om met het voeteneind naar het raam te slapen en hij plaatste het bed. Ik vond het een idioot idee: gevoelsmatig zou ik het bed andersom hebben neergezet. Het leek mij volstrekt niet feng shui om met je hoofd naar de deur te liggen. Maar toen ik de kamer binnenkwam stond het er al en E. was beslist niet van plan om het te gaan verschuiven. Hij heeft duidelijk ideeën over hoe iets in een ruimte moet staan. Onwrikbare ideeën. Ik trok dan ook aan het kortste eindje.

Inmiddels ben ik eraan gewend. Wat ik niet had voorzien is dat het me iedere avond een hemels uitzicht biedt. Het raam is namelijk een dakkapel en als we de gordijnen open laten dan liggen we -als het niet bewolkt is tenminste- met z'n tweeën op de eerste rang. Op 14 mei is het weer zover.

Alles rondom volle maan op www.volle-maan.info


maandag 21 april 2014

Joa -moi, mooi -moi

Het Gronings is een heel efficiënte taal. Voor Groningers is dat natuurlijk heel gewoon. In plaats van 'Hoe ging het?' of  'Hoe was het?' zeg je gewoon 'En?'. Ooit vertelde een dierbare collega -van oorsprong afkomstig uit Twente- me dat hij het volgende meemaakte op het busstation. Iemand vroeg een buschauffeur waar de bus naar Appingedam stond. Het hele gesprek bestond uit de volgende twee woorden. 'Daam?' 'Doar'. Hij vertelde het het liefst met een hele aanloop, waarbij hij de situatie tot in detail schetste. Hij voerde de spanning langzaam op en dan kwam het twee-woord-gesprek als klap op de vuurpijl. Hilarisch vond hij het.

In E's familie gebruiken ze liever ook niet teveel tekst. Een voorbeeld. E. maakte een album van de foto's van het 60-jarig huwelijk van zijn ouders. Zoiets kun je gewoon bij Albelli doen natuurlijk. Gewoon op de knop 'fotoboek maken' drukken en klaar is kees. Maar zo werkt dat niet bij E. Hij is grafisch ontwerper en beoordeelt die service van 'in-een-druk-op-de-knop-een-fotoalbum' heel anders dan de meeste mensen. Hij voelt die service als een beperking. Hij heeft namelijk zo zijn eigen ideeën over hoe je een fotoboek opmaakt. Dus zocht en vond hij een site waar hij het album naar eigen inzicht op kon maken.

Voor hij de order plaatst stuurt hij een kopie naar zijn broers met de tekst: Kin t der zo mit deur? Zijn broers reageren vlot. 'Joa. Moi.' mailt de een en 'Mooi. Moi.', mailt de ander. Als onze oudste hem dan ook laat weten 'Ziet er kek uit. Mooie sfeerimpressie.' is dat veruit de meest uitgebreide recensie.

donderdag 17 april 2014

Koester het verhaal

Ik ben dol op verhalen. Ik vertel ze graag en ik hoor ze ook graag. Deze week liep ik toevallig binnen toen de baas het verhaal van Eva vertelde. Het ging zo. 

Ooit reisde de baas met zijn beste vriend naar Scandinavië. Het was vroeger, nog voor de baas een cent te makken had. Hij reisde dus met de trein. En in die trein had hij een onvergetelijke toevallige ontmoeting. Hij ontmoette er Eva. En niet alleen hij, ook zijn vriend ontmoette Eva. Ze reisden samen met haar door de nacht. En gaandeweg de nacht raakten ze allebei meer in de ban van Eva. Toen de trein Kopenhagen -hun eindbestemming- naderde, deed Eva de beide mannen een mooi aanbod. Zij nodigde hen uit om langs te komen bij haar thuis aan de kust, zo'n 20 kilometer boven Kopenhagen. Het had er dus alle schijn van dat de opgebouwde spanning tot een prachtige ontlading zou kunnen komen. Er was alleen een probleem: ze begeerden Eva allebei. Het begin van een romance van een van beiden met Eva zou het einde van hun vriendschap betekenen. Hun keuze was heroïsch: ze lieten de lust niet boven de vriendschap gaan. Eva bleef een onvervulde belofte en werd daardoor een formidabele herinnering.

We vallen even stil na dit romantische verhaal. "Ze nodigde jullie toch allebei uit?", zegt M.  "Misschien hadden jullie helemaal niet hoeven kiezen." M. is een collega die denkt in mogelijkheden. Na al die jaren is dit een volstrekt nieuwe invalshoek voor de baas. Hij is even uit het veld geslagen. De mythische Eva wordt ineens weer een vrouw van vlees en bloed. Dat geeft even het ongemakkelijke gevoel van de gemiste kans. Je ziet het ook vaak bij het  programma Memories. Daar treffen mannen en vrouwen op leeftijd elkaar weer, op zoek naar dat magische gevoel van de eerste liefde uit hun jeugd, vaak gedreven door de behoefte om iets recht te zetten of te repareren. Soms brengt het geluk, meestal niet. Vaak is het verhaal mooier. Daarom koester ik verhalen.

Rosi Golan zingt erover: Some things you can't go back to

maandag 14 april 2014

Dat heeft zo'n jongen toch niet nodig

"Hier hest de key", zei mijn oma vroeger tegen haar Schotse bijna-schoondochter. Oma vlocht Engelse woorden met het grootste gemak door haar Gronings. Het was behelpen, maar oma redde zich ermee zolang het duurde. Destijds vonden we dat echt een giller.

Ik denk er even aan terug als ik in een vergadering zit waar Engelse woorden naar hartenlust in een Nederlandse zin worden verwerkt. Werving wordt recruitment, als iets 'in de lucht' gaat is het up and running, betrokkenheid wordt engagement, beschikbaarheid wordt availability en ga zo maar door, leidinggevenden en bestuurders worden managers. Niemand knippert met zijn ogen. Het is namelijk heel gewoon. Sterker nog: het wordt vaak gezien als het bewijs van ultieme deskundigheid. Dat is het natuurlijk niet. Laten we wel zijn: dat is het  a b s o l u u t niet. Als je je taal moet doorspekken met moeilijke of Engelse woorden om gewicht in de schaal te leggen, dan sta je niet boven de materie. Als je boven de materie staat, heb je dat namelijk helemaal niet nodig. 

Thuis vertel ik het aan E. "Ik vind dat toch zo'n aanstellerij", zeg ik. "Ik denk dan altijd: dou eevm normoal. Jammer ook, want het was verder best een aardig verhaal. Ik was eigenlijk wel enthousiast." "Hij had het dus helemaal niet nodig", zegt E. Inderdaad, dat heeft zo'n jongen toch niet nodig.

donderdag 10 april 2014

Dik voor elkaar

Vandaag hadden we het op het werk even over 'onze generatie', de vroege vijftigers zeg maar. Eerst sprak ik er met boezemvriendin over: er is niets veranderd en toch is alles veranderd. Hetzelfde thema speelt later in een gesprek met de baas. We komen allemaal tot de conclusie dat we blij zijn dat we van 'onze tijd' zijn. We hadden het niet anders gewild.

We zijn ook van de generatie die als eersten langer door moeten werken voor we met pensioen kunnen. Dan is het belangrijk dat je een beetje lol in je werk houdt. "Ik heb je net iets gestuurd over betrokkenheid bij het werk", zegt boezemvriendin. "Ik heb ook iets rood gemaakt."

Het mailtje dat ze me stuurt vertelt iets over de 12 factoren die betrokkenheid bij het werk bepalen:
1. Ik weet wat van me verwacht wordt op het werk
2. Ik heb de materialen en apparatuur die ik nodig heb om mijn werk goed te doen
3. Op het werk heb ik de kans om wat ik het beste doe elke dag te doen
4. In de laatste zeven dagen, kreeg ik erkenning of lof voor het doen van goed werk
5. Mijn begeleider, of iemand op het werk, is betrokken bij mij als persoon
6. Op het werk lijkt mijn mening te tellen
7. Er is iemand op het werk die mijn ontwikkeling stimuleert
8. De missie of het doel van mijn organisatie geeft me het gevoel dat mijn werk belangrijk is
9. Mijn medewerkers of collega’s zijn toegewijd om een goede kwaliteit te leveren.
10. Ik heb een beste vriend op het werk.
11. In de afgelopen zes maanden heeft iemand met mij gesproken over mijn vooruitgang op het werk 12. Het afgelopen jaar heb ik kansen gehad op het werk om te leren en te groeien

 En inderdaad: 10 is voor ons in ieder geval dik voor elkaar!




(De 12 factoren komen uit: The elements of great managing’ van Wagner & Harte)

dinsdag 8 april 2014

Nageslacht!

Hoera! E. en ik hebben nageslacht! Dat is toch geen nieuws, zul je dan misschien denken. Maar dat is het wel! Onze jongste vernoemde namelijk twee vissen in haar aquarium naar ons. Ze vond al dat het een overdreven aanhankelijk setje was, maar nu heeft die aanhankelijkheid dan ook vrucht afgeworpen in de vorm van een piepklein oranje visje. Vorige week kwam ze al opgetogen beneden: "Jullie hebben een baby gekregen!", riep ze. Maar na een tijd navelstaren voor het aquarium kwam ik tot de conclusie dat het vast een blaadje was geweest. "Ik weet het zeker!, zei ze nog.

Vanmiddag komt ze triomfantelijk beneden met een doorzichtig plastic bekertje. "Nou wat zei ik?" En inderdaad in het bekertje zwemt een minuscuul visje. "Dat is een goed teken", zeg ik "dan voelen ze zich lekker in het aquarium". Even later komt ze met het bekertje met twee kleine visjes beneden. Ook het zwarte setje heeft gejongd. Alhoewel het nog onduidelijk is wie de vader van het zwarte visje is. Een paar weken geleden lag een van beide visjes namelijk dood in het aquarium. Geen idee of dat het mannetje of het vrouwtje was natuurlijk. Maar ook daar nu dus heuglijk nieuws!

zondag 6 april 2014

Eén wens

Ik heb regelmatig een goed gesprek met mezelf. En ook dan schuw ik de doorvraag niet. Zo lag ik deze week 's nachts een keer wakker. Ik kon de slaap niet echt vatten. Ik weet niet of het met mijn droom te maken had, maar ik werd wakker met de volgende vraag: Wat als ik nou eens een wens mocht doen? Een wens die ook echt in vervulling zou gaan.

Mijn eerste ingeving is: dan zou ik wensen dat mijn oom en nicht geen kanker meer hadden. Miraculeus genezen. 's Avonds op bed met kanker en de volgende dag zonder kanker weer opstaan. Dat zou voor hen een wereld van verschil maken.

Maar is dat niet te makkelijk?, is de doorvraag die ik me vervolgens stel. Het is natuurlijk heel veel, als iemand zomaar weer geneest van kanker, maar als ik dan toch een wens mag doen... Ben ik dan niet te snel tevreden? Ik ken natuurlijk nog meer mensen met kanker. Dus ik stel mijn wens bij: dan zou ik wensen dat kanker niet meer bestond en dat iedereen die de afgelopen tien jaar is overleden aan kanker weer terug zou komen. Ik lig nog even te dubben en dan popt de volgende doorvraag op: Na hoeveel jaar zou het nog leuk zijn om weer terug te komen als je dood bent gegaan? Als het te lang geleden is, dan herken je de wereld en de mensen die je dierbaar zijn niet meer. En dat lijkt me ook pijnlijk. Ik hou het op tien jaar. Even ben ik tevreden. Ik draai me om en probeer de slaap weer te vatten.

Maar ho es even, hoe zit dat dan met al die andere ziekten?, denk ik dan ineens. Ja, als ik dan toch iets mag wensen, waarom wens ik dan niet dat de gezondheid van mensen onaantastbaar is? Iedereen kan doen wat ie wil: je blijft toch wel gezond. Een auto-ongeluk? Lullig voor de materiële schade, maar je stapt er zelf toch altijd ongeschonden uit. Wat een goed idee: alle ziekten de wereld uit. Dat zou spectaculair zijn. De hele zorgsector zou in een keer overbodig zijn, we zouden geen cent meer uit hoeven geven aan gezondheidszorg. Dus met dat geld zouden we allerlei andere dingen kunnen doen. De medicijnenindustrie zou overbodig zijn, de zorgverzekeraar zou overbodig zijn. Ik zou zelf dan ook zonder werk zitten, maar daar zou ik echt wel weer iets op vinden. Ik ben tevreden over mijn wens.

Betekent dat dan dat mensen ook niet meer doodgaan? is een doorvraag die me te binnen schiet als ik alweer half sluimer. Ik maak het mezelf niet makkelijk. Maar dat hoeft ook niet, ik ben bereid om voor mijn wens tot het gaatje te gaan. Heb je dan het eeuwige leven? Nee, dat hoeft van mij dan ook weer niet. Als je oud bent en de dagen moe, dan bepaal je zelf dat het genoeg is geweest. Als je denkt: ik heb het nou allemaal al zo vaak voorbij zien komen, ik heb geen connectie meer met deze tijd, dan stop je ermee. Je gaat naar bed, slaapt in en wordt niet meer wakker. En dan ben je uit de tijd gekomen. Mooi en vredig. Zo stel ik me dat voor.

Volgens mij ben ik er wel ongeveer. Mijn wens is af, maar waar kan ik 'm indienen?

zaterdag 5 april 2014

Stoelen retour

Deze week zouden onze stoelen worden bezorgd. We hadden er maar liefst 12 weken op gewacht. Dat is in onze persoonlijke geschiedenis ongekend, nog nooit eerder vertoond. We deden het lang met een gekregen bankstel. Dat werd vervangen door nog weer een gekregen bankstel. Daar kochten we uiteindelijk twee nieuwe stoelen bij die direct geleverd konden worden. Die stoelen hadden we nog toen ons huis afbrandde. Toen we afreisden om de nieuwe stoelen van onze keuze te gaan bekijken, hadden we er sterk rekening mee gehouden dat we ze direct mee terug zouden nemen. Ik begreep namelijk van de website dat ze ze in voorraad hadden. Maar jammer genoeg, was dat niet het geval. Omdat we ze toch wel graag wilden, namen we de levertijd (tussen 4 en 12 weken) voor lief. Het werden er 12 weken. Vol verwachting wachtten we de bezorging van de stoelen af.

Donderdag was het zover. Twee potige mannen kwamen ze bezorgen. Uitgepakt en al werden ze hier zo de kamer in gedragen. Ik loop ze in de hal tegemoet. Ik kijk een beetje raar tegen de kleur aan en als ze in de kamer gezet worden snap ik waarom: de stoelen zijn niet grijs, maar bruin. "Dit is niet de kleur die we besteld hebben", zeg ik tegen de bezorger. "Het staat wel op het papier", zegt hij. Dat zal wel, maar dat verandert natuurlijk niets aan de zaak: wij hoeven deze stoelen niet. Hij kent deze stoel ook helemaal niet in de kleur 'stone' die wij besteld hebben, alleen in donkerbruin en cognac. "Fijn, zul je zien dat die helemaal niet meer leverbaar zijn", zeg ik tegen E. De bezorger kan daar natuurlijk geen uitspraken over doen. We mogen de stoelen houden als we ze betalen. Maar dat gaan we natuurlijk niet doen. We betalen alleen voor de stoelen die we besteld hebben. We hebben de afgelopen 12 weken immers ook gezeten. Dus vertrekken de bezorgers weer met de stoelen. Ik zoek contact met de leverancier en de volgende dag laat die E. weten dat de stoelen in de kleur 'stone' nog wel leverbaar zijn. Maar wel weer 12 weken wachten natuurlijk...