"Onze
auto schudt met zijn kont.", zeg ik. E. neemt het voor kennisgeving aan en
belt de garage. Vandaag kon
ik er terecht. "Wat is er aan de hand?", vraagt de baas van de
garage. "Onze auto schudt met zijn kont en niet te zuinig ook.", zeg
ik. Hilariteit alom in de garage. Zo praat je natuurlijk niet over auto’s.
"Kom, dan gaan we eerst een stukje rijden.", zegt de baas van de
garage.
We stappen in, maar rijden alleen het terrein maar af, want dan merkt
hij het al wel. "Een kapotte veer of een breuk in het canvas van je
band.", zegt hij. "Ik zei toch al dat ‘ie met zijn kont schudde?",
zeg ik.
"Het is net een cakewalk.", zegt hij als hij de monteurs
inlicht. Peter, mijn favoriete monteur helpt me verder. De auto komt op de brug
en dan is het snel duidelijk: er zit een breuk in het canvas van de band. Aan
de buitenkant ziet de band er nog prima uit, maar hij is niet rond meer en dat
zorgt voor die wiebelende kont. "Ik dacht dat ‘ie uitgebalanceerd moest
worden.", vertel ik Peter. "Je moet zelf uitgebalanceerd
worden.", zegt Peter. Hij noemt me zonder schroom ‘de sloper’, omdat ik ooit
een autodeur met metaalmoeheid uit de sponning (zeg je dat eigenlijk wel bij
een auto?) heb gerukt. (En nog een aantal andere kleine dingetjes.)
Ik
krijg twee nieuwe achterbanden. "Kun je ook nog even rechtsvoor
kijken?", vraag ik Peter. "Ik heb het idee dat die veer niet goed
meer is. Als ik over verkeersdrempels rij, dan kraakt het een beetje."
Volgens E. komt het omdat ik niet rem voor verkeersdrempels. Dat vertel ik
Peter ook. Hij loopt alle mogelijkheden na en somt het – om mij een plezier te
doen- hardop op. "E. heeft gelijk.", zegt Peter. "Je rijdt
gewoon te hard over die drempels. Er is niks mee aan de hand. Misschien zijn de
rubbers een beetje droog en hoor je die kraken." Ze bieden me nog een kop
koffie aan. Maar dat sla ik af. "Chocolademelk?", vraagt de baas.
"Nee, bedankt.", zeg ik. "Thee?", vraagt Peter. "Nee,
het is aardig aangeboden, maar ik ga weer." "Dan moet je het zelf
weten. We gaan je geen glaasje wijn aanbieden.", zegt Peter. "Nee,
want dan zou niet de kont maar de hele auto schudden.", zeg ik.
"Stuur de rekening maar naar E.!", zeg ik nog, terwijl ik instap.
"Jij hebt het goed geregeld!", klinkt het in koor.
Zo is
het: ik kan weer rijden.
Onze
oudste is niet van het opstaan. ‘s Avonds krijg je haar met geen stok naar bed
en ‘s morgens krijg je haar er met geen stok uit. Daar kan zij zelf niets aan
doen. "Dat is mijn biologische ritme mam. Als ik eerder naar bed ga, dan
slaap ik toch niet." Dus het heeft geen zin om haar ‘s avonds achter de
broek te zitten. Dat is de boodschap die ik nu al een tijdje krijg. "Het
is gewoon belachelijk dat ze de school zo vroeg laten beginnen. Pas na de pauze
kom ik een beetje op gang." Ze heeft het allemaal nagezocht. Op school is
ze bezig om een voorstel te maken voor Commissaris van de Koningin Max van der
Berg om hem te laten inzien dat het echt heel onredelijk is dat ze om 8.00 uur
moeten beginnen. Een uur of elf zou een stuk beter zijn. "Dan word ik zo
tegen een uur of tien spontaan wakker en zo tegen een uur of elf ben ik er dan
wel klaar voor." Zelf heb ik geen hoge pet op van het spontaan wakker
worden om een uur of tien. "Ik ben bang dat als het allemaal spontaan moet
gaan, dat de ochtend toch een dagdeel is waar je niet veel van mee zult
krijgen.", zeg ik. Ze grijnslacht om aan te geven dat dat heus niet
grappig is.
Alle
pogingen om zelf op een tijdstip wakker te worden dat buiten haar biologische
ritme ligt, strandden tot nu toe. Zo werkt de wekfunctie op haar telefoon voor
ons allemaal, behalve voor haar. Gooooodmornin
Rikki Sakamoto, Goooooodmornin Rikki Sakamoto!, Goooooodmornin Rikki Sakamoto!
tettert het apparaat eindeloos. Laatst had ze ‘m beneden in de kamer laten
liggen. Wij slapen boven aan de andere kant van het huis, waar ik er wakker van
werd. Zij kan bovenop haar telefoon liggen en nog niet wakker worden.
Doorgaans
roepen wij haar om zeven uur. Meestal komt ze dan om twee minuten voor half
acht beneden. Gekleed en gewapend met een haarborstel schuift ze dan aan aan de
ontbijttafel, want dat is een van onze huisregels. Afwisselend borstelt ze haar
haar en neemt ze een hap of slok. Tussendoor grauwt ze ons nog korte
boodschappen toe en dan is ze zo rond twee minuten over half acht klaar voor
vertrek.
Gisteren komt ze
opmerkelijk vroeg beneden. "Jezus, ik had een bijna-dood-ervaring",
verzucht ze. Het blijkt dat ze in een keer wakker werd van de ouderwetse
rinkelwekker die ze voor haar verjaardag kreeg. Die had ze voor de eerste keer
gezet. Haar bijna-dood-ervaring noemen wij gewoon wakker worden. Maar goed: de
rinkelwekker werkt dus. Ze is niet alleen opmerkelijk vroeg beneden, maar ze is
ook opmerkelijk vrolijk voor dit tijdstip, constateren E. en ik nadat ze is
vertrokken. Het is werkelijk een goede morgen voor Rikki Sakamoto. Dan is het
nu natuurlijk de vraag of ze ‘m ook nog vaker gaat gebruiken.