Posts tonen met het label schoolfeest. Alle posts tonen
Posts tonen met het label schoolfeest. Alle posts tonen

zondag 24 juni 2007

Om in te lijsten



Onverwacht deden onze jongens ook nog mee. Ze waren bezig geweest met een onderstel voor de oude Berini die ze van hun opa hebben gekregen. Maar ze kregen het niet voor elkaar. Vrijdagmiddag kreeg mijn zwager de geest en laste nog een onderstel in elkaar voor achter de grasmaaier. Dus toen konden ze toch nog mee, afwisselend eentje op de maaier en eentje op de Berini. Een groot succes.

We hebben het weekend in het dorp doorgebracht. Dat doen we altijd met kermis. En dat is altijd heerlijk: verwend met een ontbijtje door mijn vader, lekker uitslapen en eindeloos in het dorp en op de kermis rondhangen. De kinderen hebben flink gezweefd. Ik heb deze keer overgeslagen: na een lange periode met rugklachten leek dat me niet zo verstandig. Maar ik kijk ook graag. Het was al met al weer een weekend om in te lijsten.


woensdag 20 juni 2007

Zweven


 

Kermis in mijn geboortedorp. Het stelt zo op het oog niet zoveel voor: een schiettent, een goktent, een snoepstalletje, een kindermolen en een zweefmolen. Maar het is met geen andere kermis te vergelijken. Het is een waar feest.

Dit weekend is het weer zover: het is kermis in het dorp. En dat niet alleen, het is ook nog eens schoolfeest. Dat is dubbel feest: het hele dorp is versierd. Weken -soms maanden- van tevoren is iedereen bezig met het maken van wagens en versieringen voor de straten. Al decennia worden de bogen op dezelfde plek opgebouwd. Het dorp toont zich op zijn best. 

De zweefmolen is de topattractie van de kermis. De opwinding in het dorp neemt in de loop van de week toe: hij is er... de zweef. Het orgelmuziekje in de molen heeft een onweerstaanbare aantrekkingskracht. Als de molen draait moet je er gewoon in. Gewoon rondjes zweven is er niet bij: een echte Woltersummer zet zich af. Dat is het mooie van zweven. Je pakt het ritme van de zweef en duwt jezelf op. Als je het goed doet, kijk je op het dak van de zweef. Ik heb hem zelf talloze malen gezien.

Eerst gingen we met pa of moe. Als echte Woltersummers konden die het natuurlijk ook. Ze leerden ons het ritme van de zweef herkennen. Daarna zweefden we zelf. Omdat wij thuis lange benen hebben, hadden we achterin het bakje ook vaak een passagier met kortere benen. Is het bakje ook direct een beetje stabieler. En dat zweeft beter.


1970: vol verwachting naar de kermis

Toen ik jonger was, had ik mijn armen na het kermisweekend meestal vanaf de polsen tot aan de ellebogen blauw. En ook op mijn rug, heupen; overal had ik blauwe plekken. Dat was gewoon, dat kwam van het afzetten en dat hoorde bij het zweven. We toonden onze blauwe plekken vol trots aan elkaar. Toen ik mijn eindexamendiploma kreeg, vroegen mijn ouders wat ik zou willen hebben. Het mooiste wat ik kon bedenken was: zoveel zweven als ik kan. En dat is gebeurd. Ik zweefde en ik zweefde. Heerlijk gewoon. Tot ik op zondagavond net een keer teveel zweefde. Ik lette even niet goed op en raakte met mijn onderbenen tussen twee bakjes bekneld. Verder niet ernstig, maar het zweven was voor dat weekend voorbij. Ik kon me niet meer afzetten.

Het gevoel onbeperkt te mogen zweven zal ik nooit vergeten. Rondje na rondje zweven, de wind in je haren, 's avonds met de lichtjes aan, en je eindeloos mee laten voeren op het ritme van de zweef. Alleen maar dat. Het was een onvergetelijke ervaring. Ik zou het iedereen toewensen.

donderdag 7 juni 2007

We maken een draak


Het is geen kinderachtig project. Maar daar houden we van, mijn zus en ik. We maken een wagen. Een wagen voor de optocht tijdens het schoolfeest in mijn geboortedorp. Eens in de drie jaar is het zover. Vroeger zat ik zelf op zo'n wagen. En in de afgelopen periode haar en mijn kinderen samen. Maar vier van de vijf zijn er alweer te groot voor. Dus alleen mijn jongste doet nog mee.

En omdat dit hoogstwaarschijnlijk de laatste keer is dat we meedoen, hebben we er een megaproject van gemaakt. We maken een wagen met de titel F. en de laatste draak. En inderdaad: die draak is het megaproject. Het wordt een draak van ongeveer 2.20 meter hoog en 3.90 meter lang (inclusief staart). Na het denkwerk volgde het maken van het frame. Het frame is -op advies van onze vader- gemaakt van cirkels van mdf. Mijn zus woont op een boerderij, dus ruimte zat voor zo'n megaproject.
Laatst waren we zeer luchtig gekleed bezig om de draak in elkaar te zetten. Bij mijn zus op de boerderij rijdt het af en aan. Zo kwam er dan ook iemand iets ophalen. "In de schuur blijven", zei mijn zus. "We kunnen ons zo niet vertonen." Maar te laat: de tractorbestuurder had al iets zien schemeren in de schuur. Dus: de tractor uit en even een praatje maken. Waar waren wij mee bezig? Wij uitleggen. "En kommen doar din gain kirrels aan te pas?", was zijn vraag. "Nee," zeggen we "hier nait bie." Hij vond het maar vreemd. Eerlijk is eerlijk: mijn zwager heeft de draak later 'op poten' gezet en ervoor gezorgd dat het gevaarte op de wagen kwam.

Na de vervelende klus die het bevestigen van kippengaas op het frame was, zijn we nu in de weer met papier maché. Een klus die wij wel leuk vinden, maar die verder alleen mijn oudste leuk vindt. De anderen vinden het allemaal smerig: dat slijmerige behangplaksel aan je handen. Dus wij lekker kliederen: mijn zus, mijn oudste en ik. En mijn moeder, want die is ook niet vies van een potje smeren. Heerlijk; en dan 's avonds de overgebleven restjes behangplaksel van je armen peuteren.


maandag 14 mei 2007

Onder de navel

Een broek hoort onder de navel. Hij brengt het alsof het een natuurwet is. Hij ligt werkelijk in een deuk omdat twee meisjes in zijn klas hun gymfietsbroek tot onder de oksels optrekken. Ik vermoed dat dit iets is overdreven. Het is allemaal des te erger, omdat ze hun shirt bij hun broek instoppen. Dat kan helemaal niet. Hij demonstreert het met verve en ligt opnieuw in een deuk.

"Het is geen gezicht", hijgt hij na. En dan volgt er een nauwgezette uitleg. Een broek hoort niet boven de navel te komen. Dat kan niet. Hijzelf draagt 'm natuurlijk precies zoals het hoort. Maar als je moet kiezen tussen een broek die te laag hangt en eentje die te hoog zit? Daar is geen twijfel over mogelijk: altijd kiezen voor de afzakkende broek. 

"Het is geen natuurwet", werp ik tegen. "Het is een modewet. En die verandert. Het is maar of je eraan mee wilt doen." En ik vertel dat bijvoorbeeld in de jaren zeventig, ten tijde van Grease je juist compleet voor paal stond met een afzakkende broek. Het maakt natuurlijk geen indruk. Maar dat had ik ook niet verwacht.

Toen ik zo oud was als hij, deden we op de lagere school een show. Een muziekgroep uit Hawaï arriveerde op Bongerd Airport (genoemd naar het dorpshuis waarin de show werd opgevoerd). Ik was destijds erg van de hoge onderbroeken. Mijn moeder heeft als Brugmans moeten praten om me ervan te overtuigen dat een Hawaïmeisje haar rokje laag op de heupen draagt. Ik was niet te bewegen tot het dragen van een heupslip, dus mijn moeder - niet voor één gat te vangen- naaide één van mijn hoge Nibbelke-onderbroeken om.  Niet iedere moeder had evenveel overtuigingskracht en vindingrijkheid, getuige de foto's die er van dit evenement zijn gemaakt. Maar die van mij godzijdank wel: bij wijze van hoge uitzondering ging ik om en liet ik mijn onderbroek zakken tot onder de navel.