Posts tonen met het label mode. Alle posts tonen
Posts tonen met het label mode. Alle posts tonen

zondag 13 oktober 2024

Totally outdated

'Totally outdated', zegt de vrouw in de video. Er zijn een aantal outfitjes voorbijgekomen die ik zo zou kunnen dragen. Niks mis mee, dacht ik. Maar dat zie ik verkeerd, legt ze me uit. Geen getailleerde jassen, geen aangesloten shirts of broeken met hakken eronder en een lang vest erover. Dat is allemaal totally outdated. Wat je nu moet hebben zijn vierkante truien, wijde jassen en slobberbroeken. Nou ben ik ook niet vies van een slobberige palazzobroek, maar dan alleen van dunne stof. Persoonlijk vind ik het geen kijk als de broek van een dikke stof gemaakt is. Maar het is wel duidelijk dat ik totaal niet mee kan met de trends. Jaren geleden confronteerde de jongste me daar al mee

Uitgesproken

Ik heb zeer uitgesproken ideeën over hoe ik me wil kleden. Dat had ik al van jongs af aan. Mijn moeder vertelt graag dat ik "Zo ging ik nait noar schoul" zei, toen ik iemand voorbij zag komen in een outfitje dat mijn goedkeuring niet weg kon dragen. Ik ging zelf toen nog niet naar school. 

Trendloos

Ik denk dat je je naar je figuur moet kleden. Zo'n slobberbroek van dikke stof of een boxy trui doen niets voor mij. Dus die laat ik mooi liggen. Hetzelfde geldt voor trendkleuren. Is het geen kleur die je goed staat?  Dan maar niet. Als je je niets aantrekt van trends, dan kun je je kleren maar blijven dragen zolang je figuur niet al te drastisch verandert. Mijn garderobe is dan ook redelijk trend- en tijdloos. Onlangs tikte ik voor €2,50 bij de kringloop een van mijn favoriete modellen broek van Miller & Monroe (z.g.a.n.) op de kop. Miller & Monroe ging in 2019 al failliet. En het kan nog gekker. Ik heb zelfs een mantel van mijn overgrootmoeder in de kast hangen. Die had ongeveer hetzelfde figuur als ik blijkbaar. En ik vind de getailleerde jas mooi.  

Het is voor mij dus geen verrassing dat ik totally outdated ben.  

De illustraties op mijn blog zijn afkomstig van Boomerang Cards.  Hier vind je deze.

De soundtrack bij de blog is:

zaterdag 20 december 2014

Crimescene no.1

Er loopt een dunne lijn tussen fijn relaxen en totale verslonzing. Onze zoon beticht zijn zussen altijd van het laatste. Het is een term die hij al bankhangend oppikte van het programma De Modepolitie waar zijn jongste zus graag naar kijkt.

De Modepolitie arresteert mensen die een modedelict begaan. Dat kan uiteenlopen van het je niet naar je leeftijd kleden tot ernstige delicten als totale verslonzing. De delinquenten worden 'opgepakt' door Thijs Willekes en Manon Meijers die zelf ook niet vies zijn van een modedelictje als je het mij vraagt. Thijs toupeert zijn haar nog net niet in een B52 en Manon doet niets voor haar lange lijzige lichaam met een tot aan haar magere hals dichtgeknoopte bloesje. 

Onze dochters maken zich volgens onze zoon schuldig aan totale verslonzing omdat zij in het weekend graag in joggingbroek en een hoodie rondlopen. De oudste maakt het af en toe nog bonter. Zij heeft in het weekend regelmatig pyjamadagen en haalt daarmee de gemiddelde leeftijd voor dit fenomeen behoorlijk omlaag. Op die pyjamadagen is het delict totale verslonzing zeker op haar van toepassing, maar het is de vraag of daar niet nog een overtreffende trap voor bedacht moet worden. Alhoewel voor deze vakantie de pyjama misschien nog te verkiezen is boven het alternatief: ze kreeg van haar vrienden voor haar verjaardag namelijk een rendiertrui met belletjes. Gisteravond kwam ze hier al aardappelend* (en dus rinkelend) binnenrollen. Hohoho!

Ik bereid me er alvast op voor: de komende twee weken is het hier crimescene no. 1 als het om modedelicten gaat.

*zelfbedachte term voor een dansje waarbij enkel de heupen worden geschud. 

woensdag 9 oktober 2013

Tijdloos topstuk

En ik heb er weer eentje te pakken: een tijdloos topstuk. Ik was vanmorgen bij mijn ouders. En daar haalde ik een mantel uit de collectie van mijn moeder. Ik zeg met opzet mantel, want die naam verdient zo'n topstuk. De mantel werd ooit gedragen door mijn overgrootmoeder. Zij overleed in de jaren '40, dus de jas gaat al een paar jaar mee. Destijds werden jassen nog gemaakt om een leven lang - en langer, mee te gaan. De wollen stof is van hoge kwaliteit, stevig, maar toch soepel. De snit is onberispelijk. De kraag is geborduurd. Mijn moeder wijst me op de perfecte lijn van de figuurnaden langs de buste. Ze keert de jas binnenstebuiten. "Kijk, nog gemaakt met paardenhaar", zegt ze. Ik ben opgetogen. Hij past mij als een handschoen.

Deze aanwinst verzacht het verlies van mijn dierbare jasje een beetje. Al mijn kleding ging immers in vlammen op. Kleding is over het algemeen vervangbaar en inwisselbaar, maar dat gold niet voor het jasje. Die was begin vorige eeuw op maat gemaakt door mijn overgrootvader voor zijn dochter. Hij was een eersteklas kleermaker en het jasje was een eersteklas jasje. Als het niet was opgebrand dan hadden generaties na mij het jasje nog kunnen dragen- als ze gewild hadden tenminste. Ik droeg het jasje vanaf dat ik een twintiger was. Ik was eraan gehecht. En eerlijk, ik dacht dat het niet mooier kon worden dan dat jasje...

Maar nu heb ik dus de mantel. "Hij lijkt wel voor je gemaakt", zegt E. als ik ermee thuiskom. "Bijzonder hè?", zeg ik. "Mijn overgrootmoeder was dus net zo'n grote rondborstige vrouw als ik." Ik vind het een prachtig idee dat ik nu in dezelfde jas loop als mijn overgrootmoeder lang geleden. "Mijn oma droeg er een klein sjaaltje met felgekleurde bloemen bij", zegt mijn moeder. Goed idee.

woensdag 8 mei 2013

Missie volbracht

Sinds de brand hebben we nog twee 'brandongelukjes' gehad. Een tijdje geleden vatte mijn vest tijdens het koken vlam. Het vuurspoor op mijn vest was een lachertje vergeleken bij de vuurzee die ons huis verslond, dus van enige paniek was geen sprake. Ik heb het vest uitgetrokken en daarmee was het vuurtje ook gedoofd. Onze zoon maakt verhalen graag groter dan ze zijn. Dus hij vertelt er altijd bij dat ik het vest heb uitgetrokken, het keurig heb opgevouwen en het in de hoek heb gelegd om het gecontroleerd te laten uitbranden. Dat is -als je hem mag geloven- ook precies wat hij deed toen zijn spijkerbroek vlam vatte door een rondspringende vonk: uittrekken, opvouwen, in de hoek leggen en gecontroleerd uit laten branden. Uiteraard heeft de spijkerbroek het niet overleefd. Dus bleef er voor hem nog maar een (te grote) spijkerbroek over. 

De afgelopen dagen was onze zoon ziek, dus was hij aan huis gekluisterd. Als hij vanmiddag een beetje opknapt lijkt dat het aangewezen moment om in het winkelcentrum even naar een spijkerbroek te gaan kijken. Dat is voor hem, ruim 2 meter en slank, niet eenvoudig. Er zijn wel lange broeken (lengte 36) voorhanden, maar dat zijn dan vaak ook grotere maten. Juist de combinatie lang en slank is lastig. Met veel moeite en begeleiding vinden we twee spijkerbroeken. We rijden nog even naar het andere winkelcentrum om de deal af te ronden. Daar blijkt de combinatie lang en slank helemaal geen probleem te zijn. "Zijn jullie gespecialiseerd in kleding voor lange mensen?", vraag ik. De verkoper/eigenaar ontkent. Het is in zijn zaak heel gewoon om een uitgebreid assortiment te hebben. "Zijn jullie hier nog nooit geweest?", vraagt hij. "Ja, we zijn hier wel eens geweest.", herinner ik me. "Maar toen was er niets bij?", vraagt de eigenaar. "Jawel", zegt onze zoon "een jas, maar die was te duur." Ik schiet in de lach en de eigenaar ook. "Wat was het voor een jas?", vraagt hij geïnteresseerd door. "Net zoiets als deze, alleen dan veel duurder.", zegt onze zoon. Hij windt er geen doekjes om. De spijkerbroek die we er kopen is ook aan de prijs, maar dat kan er nog mee door. "Ik heb nou eenmaal geen figuur voor koopjes", aldus onze zoon. "De volgende keer gaan we hier direct weer heen." Missie volbracht.

vrijdag 26 oktober 2012

De kracht van verbeelding

Vandaag ging ik samen met dochters, zussen, nicht en moeder shoppen in Enschede.We kochten vooral kleren. Er is een groot verschil tussen kleren kopen en kleren maken. Het verschil bestaat natuurlijk uit arbeid, het ambachtelijke werk dat het naaien van kleding is, maar ook uit verbeeldingskracht. Je moet je namelijk voor kunnen stellen hoe het kledingstuk eruit gaat zien, hoe het jou zal staan. Het is nog helemaal niet zo eenvoudig om een realistische voorstelling te maken. Soms ziet het er in gedachten gewoon veel beter uit dan in het echt. De grootste voldoening heb je als het een met het ander samenvalt. Dan leef je voor even in een maakbare wereld.

Maar het gebeurt ook vaak dat het toch niet helemaal is wat je je had voorgesteld. Een tijd geleden las ik eens dat je je bij het passen van een zelfgemaakt kledingstuk net zo moet opdoffen als bij het kopen van kleding. En dat is een gouden tip. Omwille van het pasgemak droeg ik bij het naaien namelijk vaak een joggingbroek en een floddershirt, dikwijls zonder de moeite te nemen om een bh aan te trekken. Er wordt dan niet even een lippenstift over de lippen getrokken, het oogpotlood blijft onaangeroerd. En vervolgens ga je dan voor de spiegel staan met een kledingstuk in wording. Dan kan het alleen maar tegenvallen, dat vraagt dan net even teveel van je voorstellingsvermogen. Sinds ik de tip gelezen heb, ga ik opgedoft voor de spiegel staan. En dat maakt een groot verschil, al is het natuurlijk geen garantie voor succes. Mijn cyclaamkleurige jurk heeft inmiddels de eerste passessies doorstaan.Tot nu toe veelbelovend.

maandag 21 maart 2011

In de jurk


Vandaag droeg ik mijn nieuwe jurk. Ik kocht 'm vrijdagmiddag in de stad. Samen met boezemvriendin bezocht ik er een symposium en op de weg terug naar de auto deden we nog een aantal winkels aan. Meestal zijn jurken voor mij te kort: aangezien ik 10 centimeter langer ben dan de gemiddelde Nederlandse vrouw mis ik meestal 5 centimeter lengte bij het lijfje en 5 centimeter bij de rok. Het resultaat ziet er meestal meer of minder uitgegroeid uit. Wil ik dan ook een jurk gaan passen, dan moet ik echt goede zin hebben. Maar dat had ik vrijdag.

Ik trek twee zwarte jurken uit het rek. De eerste jurk die ik pas heeft een ingenieus overslagsysteem. Zowel het lijfje als de rok hebben een overslag. In het hokje probeer ik mezelf in de jurk te hijsen. Dat lukt, alleen is het vast en zeker niet bedoeld zoals het eruit ziet. Ik heb weliswaar beide armen in een mouw, maar mijn middenrif is bloot en ik heb alleen van voren een rok. Ik zit er dus niet echt in. Ik schiet in de lach en ook boezemvriendin schiet in de lach als ze het resultaat ziet. De vriendelijke verkoopster vraagt: "Lukt het?" Boezemvriendin legt uit dat ik niet helemaal in de jurk zit zoals het zou moeten. Inmiddels ben ik er alweer uit. Ik probeer de jurk om te keren, maar op de een of andere manier raakt het steeds meer in de knoop. De schaamte voorbij geef ik de in elkaar gefrommelde jurk aan de verkoopster. Het is haar aan te zien dat dit voor haar geen alledaagse ervaring is: zoveel knulligheid bij het aanpassen van een jurk tref je natuurlijk ook niet vaak. Even later geeft ze 'm aan. "De armen hierin, dit over je hoofd en dan kan het eigenlijk niet misgaan", zegt ze. En inderdaad, zo moeilijk was het eigenlijk niet. Het model is lang genoeg en het staat goed. Het had alleen iets groter gemogen: iedere vetrol wordt uitvergroot weergegeven. En eerlijk is eerlijk: daar ben je uiteindelijk niet op uit. Behalve de oudere verkoopster is er ook een jong meisje in de winkel. Ze kijkt mee terwijl ik voor de spiegel sta. "Hij is te klein", zeg ik tegen boezemvriendin. "Jammer". "Als je er een corrigerend hemdje onder doet, kan het best", zegt het meisje. Ik trek een gezicht - lijkt me veel te benauwd. "Ik draag ze zelf ook altijd", zegt ze. Boezemvriendin en ik wisselen een blik van verstandhouding: "Waarom in godsnaam?" zegt die blik. Ik ben niet van plan om een jurk te kopen waar ik per se een corrigerend hemdje onder moet dragen. Dus dat gaat niet door.

Dan de tweede jurk – en die past als een handschoen. Ook hier is weliswaar zichtbaar dat ik niet vetrolloos ben, maar dat is dan ook de realiteit. Hier kan ik mee leven. Ik twijfel nog even over de halslijn, maar boezemvriendin verzekert me dat die okee is. Dus ik neem 'm! Als ik afreken, zeg ik tegen de verkoopster: "Maar goed ook eigenlijk, bij die andere had ik toch een kleedster nodig." Tevreden over de aankoop gaan we huiswaarts. En ik ben nog steeds erg tevreden. Misschien toch vaker gaan shoppen.

maandag 21 februari 2011

Nuttige handwerken


Vroeger deed ik nog aan nuttige handwerken. Waar ik nu met een laptop op schoot zit om te bloggen, hanteerde ik toen de breinaalden. Haken deed ik ook wel, maar toch vooral breien. De resultaten van die inspanning liggen hier nu nog ongebruikt in hoezen, toch zeker zo´n vijfentwintig jaar al. Waarom ik ze dan nog bewaar? Omdat ik me nog herinner hoeveel werk het was. En natuurlijk omdat ik me nog herinner hoe goed we er destijds uitzagen in die truien.

Vandaag haalde ik twee truien van E. uit de verpakking. Ik breide ze in de periode dat ik E. nog probeerde te imponeren met mijn huisvlijt. Anders kan ik het namelijk niet verklaren. Ik breide ze namelijk van veelkleurig dun sokkenwol met dunne naalden. Een blauwgroene met een V-hals en een roodbruine met een sjaalkraag. Als ik ze uit de hoes haal, vind ik ze qua verhouding een beetje vreemd. Ze zijn nogal breed en ook nogal kort. Met name dat laatste roept nogal wat hilariteit op. "Dat was toen natuurlijk lang genoeg", verkneutert de oudste zich, "want toen had je nog hoge broeken." En inderdaad uit die tijd stammen ze nog. Ik had ze onze zoon toebedacht, maar die meet tegenwoordig zo'n 1.95 m, dus aan hem zijn die korte truitjes niet besteed. E. past ze nog even. "Ik nam toen denk ik ook iets minder op", zegt hij als hij de kamer binnenkomt. "Zal ik ze dan maar wegdoen?", vraag ik – ik ben namelijk in een opruimerige bui. E. vindt het eigenlijk zonde. "Als je ze nou nog twintig jaar laat liggen, dan kan het wel weer", zegt de oudste "vooral die donkerblauwe." Ze vindt het nog steeds heel vermakelijk. Morgen zal ik ze weer opbergen, samen met de witte, donkerbruine en grijsbruine schapenwollen truien. Allemaal voor over een jaar of twintig, op warme truiendag.

maandag 2 juli 2007

De knopendoos



Ik ben gek op fournituren. Altijd al geweest. Knopen, band, voering, zijde, kant, ritsen; alles om kleding mee af te werken vind ik prachtig. Mijn oma had altijd een mooie knopendoos. Ze knipte de knopen van oude kleren en die kwamen dan in de doos. Ook had ze een mooie verzameling met kantjes. En mijn moeder nam die gewoonte van haar over. Uit de boedel van mijn oma kreeg zij de kantjes en de knopen. Sommige zijn al heel erg oud.

Toen ik in de stad ging wonen, stond er op de markt een leuke fourniturenman. Geflankeerd door twee leuke vrouwen die hem ook leuk vonden. De onderlinge verhouding was me niet helemaal duidelijk, maar het was wel spannend. Hij was fourniturenman uit overtuiging, dat zag je zo. Ik denk dat hij de eerste carrièreswitchman was. Het leek mij destijds ook reuzegezellig: fourniturenvrouw op de markt te zijn. Ik ging er regelmatig langs.

Ik heb zelf inmiddels een collectie knopen en kantjes opgebouwd. Ik heb zelfs een tijdje zelf stofknopen gemaakt. Ook heb ik wel knopen, kant en band opgekocht uit opgedoekte fourniturenzaken. Want gespecialiseerde fourniturenzaken zijn er bijna niet meer in Nederland. In België wel, ontdekte ik. Soms neem ik zomaar mooie knopen mee. Ook als ik er nog geen bestemming voor heb. Af en toe wissel ik de knopen van een jasje. Dan is het opeens een heel ander jasje.

Vorige week kreeg ik een knopendoos van A.. Hij is van haar moeder, maar die gebruikt 'm niet meer. Ze had me geen groter plezier kunnen doen. Ik heb thuis eerst de hele doos omgekeerd en ze bekeken, ze stuk voor stuk door mijn handen laten gaan. Er zitten hele mooie in. Ik heb er vier uitgelegd: kijken waar ik die aan kan zetten. Misschien moet ik er maar iets voor maken. 


donderdag 14 juni 2007

Een hopeloos geval


"Nou mam, dat ziet er niet best uit." Ze kijkt zorgelijk in haar Grote Meisjes Handboek. Ze heeft me terwijl ik stond te koken de modegevoeligheidstest afgenomen. Ik heb de laagst mogelijke score. "Je hebt overal ruitjes. Je had eigenlijk balletjes moeten kiezen mam." Ik kom uit op 3 punten.


Op de stelling Deze zomer is roze hip kies ik het antwoord: Daar heb je nu net een hekel aan. Je kleren van vorig jaar kunnen best nog wel een jaartje mee. En ik had natuurlijk moeten kiezen: Je koopt een volledig nieuwe garderobe om helemaal in te zijn. Dat was het balletje!

Op de stelling Je hebt nieuwe gymschoenen nodig kies ik: Het mag best wat minder duur: je verslijt ze toch snel. Waar ik natuurlijk had moeten kiezen: Een bekend merk of helemaal niets!

En de stelling Onder de kerstboom lag gaat ook al helemaal de mist in. Ik kies een naaimachine, waar ik natuurlijk vette punten had kunnen scoren met: De jas die je favoriete topmodel ook draagt.

Ze leest me vermanend voor: Je hebt 4 punten of minder? Comfort gaat bij jou boven alles en mode is een verschrikking! Toch een kleine moeite: mooi gekleed zijn is ook een vorm van jezelf en het beeld dat anderen van je hebben, verzorgen.

Ze slaat het Grote Meisjes Handboek met een zucht dicht. Het is wel duidelijk: ik ben een hopeloos geval.

De illustraties op mijn blog zijn afkomstig van Boomerang Cards.  Hier vind je deze.

maandag 14 mei 2007

Onder de navel

Een broek hoort onder de navel. Hij brengt het alsof het een natuurwet is. Hij ligt werkelijk in een deuk omdat twee meisjes in zijn klas hun gymfietsbroek tot onder de oksels optrekken. Ik vermoed dat dit iets is overdreven. Het is allemaal des te erger, omdat ze hun shirt bij hun broek instoppen. Dat kan helemaal niet. Hij demonstreert het met verve en ligt opnieuw in een deuk.

"Het is geen gezicht", hijgt hij na. En dan volgt er een nauwgezette uitleg. Een broek hoort niet boven de navel te komen. Dat kan niet. Hijzelf draagt 'm natuurlijk precies zoals het hoort. Maar als je moet kiezen tussen een broek die te laag hangt en eentje die te hoog zit? Daar is geen twijfel over mogelijk: altijd kiezen voor de afzakkende broek. 

"Het is geen natuurwet", werp ik tegen. "Het is een modewet. En die verandert. Het is maar of je eraan mee wilt doen." En ik vertel dat bijvoorbeeld in de jaren zeventig, ten tijde van Grease je juist compleet voor paal stond met een afzakkende broek. Het maakt natuurlijk geen indruk. Maar dat had ik ook niet verwacht.

Toen ik zo oud was als hij, deden we op de lagere school een show. Een muziekgroep uit Hawaï arriveerde op Bongerd Airport (genoemd naar het dorpshuis waarin de show werd opgevoerd). Ik was destijds erg van de hoge onderbroeken. Mijn moeder heeft als Brugmans moeten praten om me ervan te overtuigen dat een Hawaïmeisje haar rokje laag op de heupen draagt. Ik was niet te bewegen tot het dragen van een heupslip, dus mijn moeder - niet voor één gat te vangen- naaide één van mijn hoge Nibbelke-onderbroeken om.  Niet iedere moeder had evenveel overtuigingskracht en vindingrijkheid, getuige de foto's die er van dit evenement zijn gemaakt. Maar die van mij godzijdank wel: bij wijze van hoge uitzondering ging ik om en liet ik mijn onderbroek zakken tot onder de navel.