Posts tonen met het label dorp. Alle posts tonen
Posts tonen met het label dorp. Alle posts tonen

zondag 19 juni 2011

De ziel van het dorp



"Contact is de ziel van het dorp", kopt het regionale dagblad deze week. Het artikel verdedigt de stelling dat niet de voorzieningen, maar het contact de ziel van het dorp is. Dit weekend heb ik weer ervaren hoe waar dat is. In mijn geboortedorp Woltersum was dit weekend namelijk het jaarlijkse dorpsfeest.

Toen ik vijftig jaar geleden geboren werd, waren er in dit kleine dorp verschillende bedrijfjes en winkels: een bakker, twee kruideniers, een fourniturenzaak, een winkel voor verf en huishoudelijke artikelen, een smederij, een schoenmaker, een schildersbedrijf en een timmerbedrijf. De slager en de melkboer ventten langs de deur. Er was zelfs een busbedrijf. De fourniturenzaak, de smederij, een kruidenier en het busbedrijf verdwenen al in mijn jonge jaren. De slager vent al lang niet meer. De winkel voor verf en huishoudelijke artikelen sloot toen de eigenaar veel te vroeg overleed. De schoenmaker ging door met het repareren van schoenen, het vervangen van leertjes aan schaatsen en het klaarmaken van visgerei, tot hij overleed- en hij werd oud. Een aantal jaren geleden stopte de laatste kruidenier. Dat die winkel er nog zo lang was, dat was een meevaller: toen de oude kruidenier overleed nam zijn dochter het namelijk over. Niet zo lang geleden stopte ook de bakker, omdat hij met pensioen ging. Het verlies van al deze voorzieningen was een gemis voor de bedrijvigheid binnen het dorp. Het is echter iets wat niet te stoppen valt. Voor dit soort winkels is er eenvoudigweg geen bestaansgrond meer in zo'n kleine gemeenschap. Dat heeft het dorp natuurlijk veranderd en het is ook zeker een gemis: voor het halen van eerste levensbehoeften moet uitgeweken worden naar grotere plaatsen. Maar de wereld was ook zonder deze verandering groter geworden dan het dorp: de komst van televisie en internet staan daar alleen al garant voor.

Ook als is het verdwijnen van deze bedrijvigheid een gemis, het raakt het dorp niet werkelijk in de kern en dat komt omdat de ziel van het dorp onaangetast blijft. De ziel is namelijk het onderlinge contact. Een dorpsfeest is een middel bij uitstek om dat contact goed te houden. Voor een buitenstaander is zo'n feest misschien een minder interessant gebeuren, maar in het dorpsleven en voor de dorpelingen is het het hoogtepunt van het jaar. En dat is het ook voor mij, die al heel veel jaren niet meer in het dorp woont. Iets anders plannen in dat weekend?

Geen haar op mijn hoofd die daar aan denkt. Ik ben geen uitzondering: voor veel oud-dorpelingen is het dorpsfeest, het kermisweekend, een moment om even weer terug te komen in het dorp.

Zoals altijd speelt een belangrijk deel van het feest zich af rond de zweefmolen. In het door de dorpelingen eigenhandig gebouwde dorpshuis is het uitzicht op de zweefmolen geweldig. Dezelfde zweefmolen staat al zo'n 65 jaar op de kermis in het dorp -en misschien nog wel langer. Vroeger was het overdag een kindermolen, die 's avonds werd omgebouwd tot een zweefmolen voor volwassenen. Nu is het alleen nog een zweefmolen. Al die generaties dorpelingen hebben dus in deze zweefmolen gezweefd. En ook al zweven ze nu dan niet meer, het gevoel dat je hebt als je zweeft komt weer terug door ernaar te kijken. En daarom kijkt iedereen graag, zeker 's avonds als de lichtjes op de molen branden. Voor dit uitzicht moet je in het dorpshuis zijn.

De molen draait vaak door tot middernacht. Naarmate de avond vordert, maar zeker na middernacht, trekken steeds meer mensen naar de kroeg bij de brug, waar het feest vaak tot in de kleine uurtjes doorgaat. Toen mijn zus en ik gisteravond de kroeg binnenkwamen, troffen we daar zanger Klaus aan bovenop het biljart. Zanger Klaus is zeker geen groot zanger, maar weet goed hoe hij stemming maakt met een gewillig publiek. Al gauw veranderde de mensenmassa in één deinende menigte. De vertolking van Bloody Mary -waarvoor de grote buiktrom van stal werd gehaald die altijd in het café staat te wachten om een feestje luister bij te zetten- was misschien wel het hoogtepunt.

Met de handen in de lucht en luid zingend is het mooi contact maken. Zo samen zijn, dat is voeding voor de ziel- niet alleen voor de ziel van het dorp.

De illustraties op mijn blog zijn afkomstig van Boomerang Cards.  Hier vind je deze.


donderdag 2 juni 2011

Fout


Als je opgroeit in een kleine gemeenschap, heeft ieder verhaal een gezicht. In het dorp waar ik opgroeide kunnen we vaak generaties lang teruggaan: je kent elkaar door en door. Ik ken de vader en moeder van veel leeftijdgenoten, maar ook hun opa's en oma's, ooms en tantes. Wat er ook gebeurt: je leeft met elkaar en komt elkaar vroeger of later altijd weer tegen. Dat geeft reliëf aan ieder verhaal.

Zo moest ik vorige week denken aan een verhaal naar aanleiding van de arrestatie van Ratko Mladic. Niet zozeer de terugblikken op zijn genadeloosheid en misdaden riepen het verhaal op, maar het feit dat hij bij zijn arrestatie ziek was.

65 jaar geleden verdeelde de Tweede Wereldoorlog landen en mensen. In het dorp waar ik opgroeide was dat niet anders: sommige inwoners waren 'fout', zij kozen de kant van de Duitsers. Niet al die foute mensen waren even fout. Sommigen liepen met een geweer op de schouder, brachten de Hitlergroet en verraadden dorpsgenoten, anderen gingen niet zo ver. Je had daarbij opportunisten en zij die er werkelijk in geloofden. Voor de een was je op je hoede, voor de ander hoefde dat niet. Vijf jaar lang hield die verdeeldheid het dorp in de greep. Tot enorme gruweldaden kwam het niet, maar de angst en de verdeeldheid richtten schade aan.

Aan het eind van de oorlog werden de mensen die fout waren opgepakt en afgevoerd naar een kamp. Een van de ouderen was ziek op het moment van het transport. Dat leverde een moment van twijfel op: moesten ze zo'n oude vrouw die ziek was wel meenemen naar het kamp? Een van de jonge vrouwen gaf de doorslag: "Zeker, ze is in de oorlog nooit ziek geweest, nu gaat ze mee." De oude vrouw ging mee en overleed in het kamp. Haar man en dochter kwamen terug in het dorp na hun periode in het kamp. Het leven hernam zich weer. Ze waren in de oorlog fout geweest; dat wist en weet iedereen, maar de grond voor de verdeeldheid verdween. Het dorp werd weer een in al zijn verscheidenheid, de tijd deed zijn helende werk.

Toen ik opgroeide kende ik al die mensen als gewone dorpsgenoten. Voor mij was het niets bijzonders dat de ene buur samen met de andere de krant las. Dat werd pas bijzonder toen ik het verhaal erachter hoorde. Jaren later lazen de vrouw die er op stond dat de oude vrouw werd meegenomen naar het kamp en haar dochter samen de krant. Bijzonder aan dit verhaal vind ik de compassie voor elkaar van beide kanten.

Met Ratko Mladic heeft het verder niets te maken. Hij moet worden berecht.

woensdag 12 januari 2011

Sjiebèm, Sjieboem


"Ik weet wel waarom jij sh'bam (spreek uit als sjiebèm) vindt klinken als iets wat je niet in een publieke ruimte met anderen doet", zegt mijn zus. We zitten na onze Zumba/sh'bam-les bij ons op de bank. E. heeft ons een kop koffie ingeschonken en we evalueren de les. "Het doet je denken aan Sjieboem." Ze heeft gelijk. Een dorpsgenoot met een luidruchtige vrolijke dronk over zich zong altijd: "Sjieboem, Sjieboem, en de vraauwluu worden nait doen."* Daarna volgde er dan nog een seksueel getinte regel die een wel heel bijzondere voorkeur verraadde. Ik zal er niet veel over zeggen, behalve dit: hij bleef begrijpelijkerwijs vrijgezel. Meestal ging hij na een vrolijke drinkpartij naar huis en zette dan de frituur aan met een aantal keukenbrandjes tot gevolg. Want als de frituur eenmaal aanstond, viel hij in slaap. Na een aantal van dit soort akkefietjes heeft hij het drinken afgezworen. Tegenwoordig zien we hem eigenlijk niet meer. Hij heeft zich teruggetrokken uit het dorpsleven.

woensdag 17 december 2008

Wel zun, gain weelde

Nooitgedacht maar welgelegen. Het boekje zit tussen allemaal pockets voor jongens. Mijn schoonmoeder kreeg ze van een vriendin. Het verdwaalde boekje gaat over de geschiedenis van de huisnamen in Nederland. Op het omslag staan een aantal voorbeelden: De Mensch wikt, God Beschikt, 't is Genade, Naar de lust, Op heem, Casa Cara, Mijn laatste stuiver. Het is een uitgave van de HEMA uit 1986.
Ik blader het boekje door en leer er weer heel wat bij. Als ik er goed over nadenk, ken ik niet zo heel veel huizen met een naam. Hier in onze woonplaats staat een borg met de naam Welgelegen. Die kom ik ook tegen in het boekje in het hoofdstuk Is Welgelegen nog altijd welgelegen? Welgelegen valt in de categorie huizen die vernoemd zijn naar hun ligging. En tja; Borg Welgelegen kijkt nu uit op een gaslocatie en het spoor. Iets minder welgelegen dan toen het gebouwd werd, denk ik.
In mijn geboortedorp staat een huis dat Zonneweelde heet. Ik schat dat het uit de jaren dertig stamt. Zolang ik me kan herinneren wordt het door dezelfde familie bewoond. Inmiddels woont er nog een vrijgezelle man. Vroeger kon je hem regelmatig signaleren in het dorpsleven. Hij had een luidruchtige dronk over zich. Vrolijk, dat wel. Ik herinner me nog dat hij altijd zong: "Tsieboem, tsieboem, en de vraauwluu worden nait doen."* Daarna volgde er dan nog een regel die ik hier maar niet zal herhalen. Meestal ging hij na zo'n vrolijke drinkpartij naar huis en zette dan de frituur aan. Zo zijn er in Zonneweelde al een aantal keukenbrandjes geweest. Want als de frituur eenmaal aanstond, viel hij in slaap. Na een aantal van dit soort akkefietjes heeft hij het drinken afgezworen. En nu wordt hij niet meer in het dorp gesignaleerd. En zo staat Zonneweelde er nu weer rustig, onbedreigd door nachtelijke keukenbrandjes weelderig te zijn in de zon. Alhoewel zijn eigenaar altijd een kleine correctie aanbracht: Wel zun, gain weelde.
* "Tsieboem, tsieboem, vrouwen worden niet dronken."