Posts tonen met het label boeken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label boeken. Alle posts tonen

zaterdag 16 maart 2024

Aan het hoogste adres

Ik ben nooit te beroerd om mee te denken. Gevraagd of ongevraagd adviseren - ik doe het graag. Het is mijn werk, maar ook in mijn vrije tijd werkt het door. 

Flink aanschaffen

Ik kijk iedere week op de website van de bibliotheek om de nieuwe aanwinsten te bekijken. Als er iets van mijn gading bijzit, reserveer ik het direct. Maar de laatste tijd domineren de kinderboeken. Heel goed dat ze daar ook flink aanschaffen, maar ik kan me niet voorstellen dat er alleen maar kinderboeken worden aangeschaft. 

Genoeg is genoeg

Deze week is het genoeg geweest. Ik ga op zoek naar een mogelijkheid om in contact te komen. Dat was gemakkelijk op deze site. Je ziet het wel eens anders. Ik vind het klantencontactformulier en maak mijn punt: Bij de carrousel met nieuwe aanwinsten onder Collectie domineren de boeken voor kinderen al een tijdje. Ik zie amper nieuwe aanwinsten voor volwassenen voorbij komen. Is het niet voor de hand liggender om de jeugdboeken in een carrousel onder het kopje Jeugd & Jongeren uit te lichten? Het punt is gemaakt, dus ik kan het weer loslaten. Ik had er dan ook niet meer aan gedacht, tot ik een reactie in mijn mailbox zie van de klantenservice: Binnen onze bibliotheek kunnen wij dit niet veranderen. Binnen 3 maanden worden collecties gerouleerd, daar hebben wij geen directe invloed op. Ik ga de vraag van je doorzetten naar de KB (Koninklijke bibliotheek). Deze gaat over dit soort dingen. Ik hoop dat je nu eerst genoeg op de hoogte bent.

Het is geweldig

Ik zie het pas twee dagen later, maar ze reageerde 10 minuten na mijn bericht al. Geweldig. Jammer dat ik niet om feedback word gevraagd, want dat was een 10 geworden. Mijn ongevraagde advies ligt nu dus bij de Koninklijke Bibliotheek. Ik ben aan het hoogste adres. 

De illustraties op mijn blog zijn afkomstig van Boomerang Cards.  Hier vind je deze.

De soundtrack bij de blog is:

dinsdag 28 december 2021

Een beetje zeer

 


Als je een boek leest met de titel Het licht dat we verloren, dan weet je al dat het lezen ervan zeer gaat doen. In ieder geval een beetje. Vanaf de eerste pagina word ik in het verhaal gezogen. Het schrijnt vanaf het begin. Want je weet dat het niet goed af gaat lopen. Het gaat over een hartverscheurende liefde. Een liefde die je nooit meer loslaat en voor altijd verandert, welke weg je ook kiest. 

Vuur

In het boek wordt liefde vergeleken met vuur. Het kan als een bosbrand zijn: allesverterend, veel adrenaline, maar ook doodvermoeiend - geen relatiemateriaal. Of als een haardvuur, kabbelend, stabiel en bestendig -wel relatiemateriaal, maar misschien ook een beetje saai. Het mooist is misschien wel een vreugdevuur, met dansende vlammen en af en toe een steekvlam - dat houdt je alert.

Het zwarte gat

Vlak voordat ik het boek uit heb, leg ik het nog even weg. Ik wil niet dat het over is. Ik wil het eigenlijk niet weten. Maar toch ook wel. Echt wel. En nu zit ik in het zwarte gat dat onvermijdelijk komt na het lezen van zo´n boek. Ik kan het natuurlijk altijd een keer herlezen, maar nooit meer voor de eerste keer. Zucht, diepe zucht...

Ik heb me er inmiddels overheen gelezen met Jongen verslindt heelal. En aan deze titel zie je direct dat het goed afloopt. 

vrijdag 17 augustus 2018

Mensen van het gepasseerde station

...dat is niets bijzonders
We grasduinen in Schotland in een van de vele kringloopwinkeltjes daar. Daar hebben ze mini-kringloopwinkels per goed doel. Ik kijk graag tussen het glas- en steenwerk en om de tijd te doden kijkt E. tussen de cd's. Hij vindt er eentje van Rufus. Die nemen we mee.

"Het is eigenlijk een gepasseerd station natuurlijk", zegt E. Tegenwoordig kun je immers streamen wat je wilt - en dat doen we ook. Maar cd's hebben nog steeds aantrekkingskracht. Als ons huis niet was afgebrand, dan hadden we ook nog een flinke collectie lp's gehad."Wat maakt het uit?", zeg ik. "We lezen toch ook kaart?" We hebben de navigatie-assistentie uitgeschakeld - behalve als we een grote stad in- of uitrijden. We waren de dwingende instructies van de dienstdoende dame al snel zat. We zijn tenslotte met vakantie. Het leek af en toe wel alsof we met z'n drieën in de auto zaten. Dus hebben we de kaart die we nog in de auto hadden liggen erbij gepakt. En dat bevalt prima. Zo kom je nog eens ergens. "En we lezen gewoon boeken", vul ik aan. We hebben een flinke stapel boeken achterin de auto liggen. Ook dat hoort bij vakantie. De e-reader is thuis gebleven. Superhandig als je met het vliegtuig gaat, maar als dat niet het geval is, dan lees ik liever een boek.

"Misschien zijn wij wel mensen van het gepasseerde station", zeg ik tegen E. Voor een deel in ieder geval. En dat bevalt prima.

donderdag 7 juni 2018

Weer een compleet mens

Ik heb de afgelopen dagen een traumatische ervaring gehad: ik was mijn biebpas kwijt. We gaan wekelijks naar de bieb. Mijn pas zit standaard in mijn biebtas. Dat werkt als een tierelier. Vorige week merkte ik ineens dat mijn pas niet in mijn tas zat.
De wereld ligt weer open...

En dan begint het zoeken:

  • Welke jas had ik aan - Geen jas, 
  • Had ik iets met broekzakken aan? - Daar zit het niet in. Ook niet in die, die ik niet aanhad.
  • Toch misschien in een handtas gestopt?- In geen van de handtassen die nu in de roulatie zijn. 
  • Per ongeluk in mijn werktas? - Ook niet.
  • In een boek of een tijdschrift? - Dat doe ik nooit, maar toch maar even checken. 
  • Waren we op de fiets of met de auto? -Auto, dus daar ook maar even kijken, onder de matten, in alle vakjes. Ik vind van alles, maar geen biebpas.
  • Ik ruim lades op en richt ze weer opnieuw in, maar de pas blijft onvindbaar. 
  • Maar even bij de bieb vragen dan. - Nee geen pas gevonden. "Als we iets vinden, dan sturen we het meestal op. Ik blokkeer het account maar even. Dat is dan altijd beter", aldus de bibliotheekman. "Dan kunt u thuis nog even verder zoeken."


Ondertussen houdt het zeurende gevoel aan: ik mis iets. Ik mis de onbeperkte onmiddellijke gratis toegang tot een wereld vol boeken. "Je mag wel op mijn pasje", zegt de jongste. En ook E. biedt me zijn pas aan. Maar dat is niet hetzelfde. Dat druist in tegen mijn hang naar zelfstandigheid. Ik wil mijn eigen kaart.

Gisteren valt er een envelop op de mat. "Er zit iets hards in", zegt de jongste. En het is inderdaad iets hards: het is mijn bibliotheekpas. Ik ben weer een compleet mens! Lang leve de mensen van de bibliotheek!


zaterdag 19 oktober 2013

Million Pages Club

Als er niets anders op het programma staat, gaan E. en ik op vrijdagavond samen naar de bieb. Ik vind dat altijd het hoogtepunt van de week. Ik ga graag naar de bieb. Ik hou van het idee dat je alles wat daar staat kunt lenen. De bijna onbegrensde mogelijkheden die dat biedt maakt me erg gelukkig. En dan het keuzeproces: deze? Nee, toch maar niet- met een zekere achteloosheid. Er staan er immers nog zoveel! Die? Ja, die neem ik mee. En als ik dan klaar ben, dan ga ik aan een van de grote leestafels zitten om een blad te lezen. De VT Wonen of, zoals gisteren, de Flow. E.gaat ondertussen naar boven om muziek te lenen.

Het bladeren in een tijdschrift laat zich prima combineren met bibliotheekobservaties. Zo ken je de vaste gasten zo'n beetje. De man die in zichzelf praat en zomer en winter in zijn gevoerde leren jas rondloopt. Hij ruikt niet heel fris, dus je kunt beter niet te dicht bij hem gaan zitten aan de leestafel. Of de man met een korte broek en zwarte panty's aan. Of het stel dat -wanneer je er ook komt- altijd in de bibliotheek is. En dan de minder vaste klanten, de passanten.

Gisteren was het stel dat er altijd is er ook weer. Ze gedroegen zich volgens hun routine: achter de computer, bij de tijdschriften, dan weer terug naar de computer. Niets bijzonders. Tot ik ze - als E. me ophaalt van de leestafel- samen naar het toilet zie gaan. Misschien hoort het bij hun routine: het bibliotheekbezoek afronden met een gezamenlijk toiletbezoek. Maar ik had het nog niet eerder gespot. Als ik mijn boeken afstempel hou ik de deur van het toilet in de gaten. Het duurt wel eventjes. Ik kijk dusdanig opzichtig dat een mevrouw die ook staat af te stempelen me aankijkt met een blik van WAT- heb ik iets van je aan? Ook E. valt het op dat ik niet helemaal gefocust ben op het afstempelen. "Ze zitten er nog steeds", zeg ik tegen E. "Doen ze daar nou ijskoud een no.1 of is er iets heel anders gaande? Zou je ook mile high clubs hebben in de bibliotheek, geprikkeld door de aanwezigheid van al die boeken?" Ik zit net op dit spoor als ze tegelijk het toilet weer uitkomen. We lopen de bibliotheek uit. Even later volgt het stel ons. "Wat denk jij?", zeg ik tegen E. "Ik denk dat hun bioritme perfect op elkaar is afgestemd", zegt hij. E. zal wel weer gelijk hebben. Heel even had ik een fantasie van een million pages club. Dat sprak eerlijk gezegd meer tot mijn verbeelding.

maandag 23 juli 2012

Een groot verlies

Met een oor luister ik naar Zomergasten. Henny Vrienten is de zomergast. De oudste ergert zich aan alle geluidjes die hij maakt. Maar Henny zegt ook dingen die raken. Een uitspraak die mij raakt gaat over boeken. "Aan iemands boekenkast kun je zien wie hij is", zegt Henny. Henny vertelt dat hij vaak rondneust in dozen met boeken op het Waterlooplein. Hele nalatenschappen vind je daar en aan zo'n doos kun je zien wie iemand is, aldus Henny. Hij heeft gelijk: je boekenkast, je muziek, de spullen die je in je leven verzamelt vertellen jouw verhaal. Daar ben ik me altijd van bewust geweest. Ik ervaar nu echter dat je ook zonder wat je verzameld hebt nog bent wie je was. Mensen lezen je misschien minder gemakkelijk. Het verzamelen vertelt iets over je, maar het definieert je niet. Dat zit in andere dingen. Maar het is wel een gemis. Dat zal ik niet ontkennen. Het verliezen van je stoffelijke geschiedenis is een groot verlies.

woensdag 15 juni 2011

Tip 798


Zaterdag ging ik naar de rommelmarkt. "Je moet nog even bij de boeken kijken", zegt mijn moeder. "Daar ligt een heel oud boekje met huishoudelijke tips." Zo lijkt het misschien alsof ik dol ben op het huishouden. Dat is niet het geval, maar ik ben wel dol op huishoudelijke tips. En dit is voor de liefhebber werkelijk een gouden vondst. Het heet 1100 raadgevingen voor de huisvrouw. Ik weet niet hoe oud het is, want het is nergens gedateerd, maar het is oud. De ondertitel is: Wilt u van een dubbeltje een gulden maken, dan moet u deze raadgevingen niet verzaken! Ik voorspel nu alvast dat ik regelmatig een van deze 1100 raadgevingen ga delen op mijn blog.

Sinds zaterdag pas ik tip 798 toe. Deze tip valt in de categorie lichaams-, gezondheids- en schoonheidsverzorging. De tip luidt: In de eerste uren slaapt men, om het eten goed te verteren, steeds op de rechterzijde, dan pas op de linker. Al die jaren ben ik dus helemaal verkeerd bezig geweest: ik deed het namelijk net andersom! Waarom het wordt aanbevolen om eerst op de rechterzijde te gaan liggen, weet ik niet. Wie het wel weet mag het zeggen. Ik neem ondertussen het zekere voor het onzekere en begin de nacht nu op mijn rechterzij.

woensdag 17 december 2008

Wel zun, gain weelde

Nooitgedacht maar welgelegen. Het boekje zit tussen allemaal pockets voor jongens. Mijn schoonmoeder kreeg ze van een vriendin. Het verdwaalde boekje gaat over de geschiedenis van de huisnamen in Nederland. Op het omslag staan een aantal voorbeelden: De Mensch wikt, God Beschikt, 't is Genade, Naar de lust, Op heem, Casa Cara, Mijn laatste stuiver. Het is een uitgave van de HEMA uit 1986.
Ik blader het boekje door en leer er weer heel wat bij. Als ik er goed over nadenk, ken ik niet zo heel veel huizen met een naam. Hier in onze woonplaats staat een borg met de naam Welgelegen. Die kom ik ook tegen in het boekje in het hoofdstuk Is Welgelegen nog altijd welgelegen? Welgelegen valt in de categorie huizen die vernoemd zijn naar hun ligging. En tja; Borg Welgelegen kijkt nu uit op een gaslocatie en het spoor. Iets minder welgelegen dan toen het gebouwd werd, denk ik.
In mijn geboortedorp staat een huis dat Zonneweelde heet. Ik schat dat het uit de jaren dertig stamt. Zolang ik me kan herinneren wordt het door dezelfde familie bewoond. Inmiddels woont er nog een vrijgezelle man. Vroeger kon je hem regelmatig signaleren in het dorpsleven. Hij had een luidruchtige dronk over zich. Vrolijk, dat wel. Ik herinner me nog dat hij altijd zong: "Tsieboem, tsieboem, en de vraauwluu worden nait doen."* Daarna volgde er dan nog een regel die ik hier maar niet zal herhalen. Meestal ging hij na zo'n vrolijke drinkpartij naar huis en zette dan de frituur aan. Zo zijn er in Zonneweelde al een aantal keukenbrandjes geweest. Want als de frituur eenmaal aanstond, viel hij in slaap. Na een aantal van dit soort akkefietjes heeft hij het drinken afgezworen. En nu wordt hij niet meer in het dorp gesignaleerd. En zo staat Zonneweelde er nu weer rustig, onbedreigd door nachtelijke keukenbrandjes weelderig te zijn in de zon. Alhoewel zijn eigenaar altijd een kleine correctie aanbracht: Wel zun, gain weelde.
* "Tsieboem, tsieboem, vrouwen worden niet dronken."

zondag 2 november 2008

Het lot van de familie Meijer

Ik ben er stil van. Vandaag heb ik het boek Het lot van de familie Meijer van Charles Lewinsky uitgelezen. In bijna 700 pagina's word je deelgenoot gemaakt van de belevenissen van de familie Meijer. De familie Meijer is een joodse familie uit Zwitserland. Je maakt kennis met antisemitisme. Uiteenlopend van subtiel antisemitisme tot de haatcampagnes en de moordpartijen van de nazi's. Je leest dat antisemitisme van alle tijden is. Dat leer je via Oom Melnitz, een oom die is overleden maar die-zolang het nodig is om zijn verhaal te vertellen- steeds weer terugkomt. Zijn verhaal begint al in 1648 in de Oekraïne met de kozak Chmielnicki. Hij slachtte in Oekraiense dorpen de joden massaal af. Dat gebeurde pas nadat er lange tijd terreur werd uitgeoefend: vrouwen werden met een riem om de hals achter een paard aangesleept. Iemand een rood lint schenken, werd dat genoemd. Ongeboren kinderen werden uit zwangere vrouwen gesneden. Iemand de keel doorsnijden werd sjechten (kosjer slachten) genoemd. Uiteindelijk lieten de kozakken de joden naakt aantreden. Steeds moest er een rij naar voren komen, de kozakken deden hun werk en sloegen rij na rij toe met hun sabels. Alleen de knappe jonge vrouwen werden gespaard. Die werden naar de kerk gesleept, gedoopt, en zwanger gemaakt door de kozakken. Uiteindelijk werd Chmielnicki verslagen. Alle vrouwen die kozakkenkinderen hadden gebaard, werden weer opgenomen in de joodse gemeenschap - of wat daar nog van over was. Elke joodse ziel was immers nodig. Kinderen van wie men de vader niet kende, kregen een bijnaam; ze werden Chmielnicki's genoemd. Omdat ze hun bestaan aan de vijand hadden te danken. Oom Melnitz heet Chmielnicki, na jaren verbasterd tot Melnitz: een kind van de vijand. De andere leden van de familie Meijer horen zijn verhalen liever niet. Ze verdrijven de geest van oom Melnitz met sussende woorden. "Dat was toen", "In duistere tijden", "Nu gebeurt zoiets niet meer", stellen ze zichzelf gerust. Tot de Tweede Wereldoorlog het tegendeel zal bewijzen.
Het vergaat de familie Meijer nog relatief goed: ze zijn Zwitserse joden. Maar ieder gezin Meijer maakt op zijn manier kennis met de gruwelijkheden van de Tweede Wereldoorlog. Op geen enkele manier kunnen ze zich onttrekken aan hun lot. In iedere joodse familie zijn de sporen van het antisemitisme dat er door de eeuwen heen geweest is, aanwezig. Het minste wat je kunt doen is kennis nemen van dat lot. Ook als je het liever niet had geweten. Het is namelijk goed om te weten. Alleen door interesse in elkaar te tonen, door geïnteresseerd te zijn, kun je vijanddenken voorkomen.
Charles Lewinsky maakt het je makkelijk om kennis te nemen van het lot van de familie Meijer. Het is een meeslepend boek, dat je met zaken confronteert zonder dat het je afschrikt. Dat is knap. Het is dan ook het beste boek dat ik de laatste tijd heb gelezen. Aan het eind van het boek is oom Melnitz nog steeds aanwezig. Het is nog steeds nodig om zijn verhaal te vertellen. Om te blijven waarschuwen. De laatste zin van het boek is dan ook: Altijd als hij gestorven was, kwam hij weer terug.

zaterdag 27 september 2008

Belachelijk goed

Onze oudste is een ambitieus kind. Toetsen waar ze een 7,5 op haalt, gaat ze rustig herkansen om boven een 8 uit te komen. Met dezelfde inzet wijdt ze zich aan projecten en werkstukken. Zo was de school nog maar net weer begonnen, of ze kreeg al de opdracht om een leesautobiografie te maken. Ze is een echte lezer, dus ze had wel wat te vertellen. Een hele ochtend heeft ze hier in de bibliotheek gezeten om nauwkeurig aan te geven welke boeken ze had gelezen. Het ontbrak er nog net aan dat ze ook alle boeken heeft opgevoerd die ik heb gelezen toen ik zwanger was van haar. Ze is daarin soms grenzeloos. Ik herken dat wel, maar spreek haar toch vermanend toe: "Op een gegeven moment moet je er een punt achter zetten. Dan weegt de extra inspanning niet meer op tegen wat je ervoor terugkrijgt. Voor dit werkstuk moet je nu eigenlijk een 10 halen. En dat gebeurt niet, want een werkstuk is nooit perfect." Ze hoort me aan, maar trekt haar eigen plan.

Al haar inspanningen zijn aan het resultaat af te zien: een heel mooi werkstuk, waar ze veel zorg aan heeft besteed. Deze week was ze even ziek. Toen ze terugkwam, kreeg ze haar leesautobiografie terug. Van haar klasgenoten had ze al gehoord dat de lerares het rijtje cijfers had opgedreund, 5,6,6,10. En die 10 was voor haar. "Het was gewoon belachelijk goed.", zei haar Nederlandse lerares tegen haar. "Ik ben gewoon ontzettend goed", snoeft ze als ze thuiskomt. Daar hebben wij niets tegenin te brengen. "Het is fantastisch", zeg ik. "En wat zei jij ook nog maar? Was het niet dat je nooit een 10 op een werkstuk kunt halen, omdat het nooit perfect is? Nou ik kan het dus wel." Ze kijkt me tevreden aan. Heerlijk zo'n goed cijfer en nog eens extra heerlijk om je moeder haar ongelijk even onder de neus te wrijven. Dit is haar moment van glorie.

vrijdag 26 september 2008

Man van het gesproken woord

Voor ik ga slapen, lees ik iedere avond even. Dat moet. Als ik niet lees, kan ik niet slapen. Soms zijn het maar een paar bladzijden, soms houdt een boek me uit de slaap. Maar er wordt gelezen. Deze week is ook onze zoon aan het lezen geslagen. Niet geheel uit vrije wil: hij kreeg een leeslijst mee van school. Het boek dat hij aanvankelijk op het oog had, bleek er eentje met 500 bladzijden te zijn. Dus dat was direct over. "Mooi niet, dat ik zo'n dik boek ga lezen." Vanavond hebben we het erover. Hij leest een boek over eerwraak. Best interessant, vindt hij. 's Avonds gaat hij iets eerder naar bed en leest dan een stukje. "Hoever ben je?", vraag ik. "Ongeveer op bladzijde 50", zegt hij. "Oh maar, dat gaat hartstikke goed, dan ben je al bijna op de helft", zeg ik. Hij knikt. "En bevalt het goed, ga je er ook mee door nu?", vraag ik hoopvol. Ik weet namelijk hoe leuk het is om een stukje te lezen. "Dat ga ik zeker niet doen", zegt hij stellig.

Nee, hij is meer een man van het gesproken woord. Hij praat liever, dan dat hij leest. Zijn favoriete vorm van praten is discussiëren. Hij kan het goed, doet het leuk en en denkt dat het altijd wel kan. Met name dat laatste is natuurlijk niet zo. Aan tafel vertelt hij dat ze bij Nederlands gesproken hebben over de gebiedende wijs. "Dat is heel makkelijk voor mij, want dat is jouw favoriete vorm", zegt hij tegen mij. Hij geeft een imitatie van mij als zij de kamerdeur open laten staan. "Dan zeg jij: Dicht! of Deur! of je wijst gewoon naar de deur." Nou had zijn lerares vandaag voorbeelden gegeven van de gebiedende wijs. "Ze zei Geef mij de mayonaise eens aan" , vertelt hij. "Ik zei: Nou, dat vind ik geen gebiedende wijs. Zo klinkt dat niet. Dan zeg je Geef op die mayonaise." "Nee," vertelt onze oudste: "alle zinnen die met een werkwoord beginnen staan in de gebiedende wijs." Hij is er niet van overtuigd. "Kijk," zegt E. "daar zijn gewoon regels voor. Het is niet zo dat je daarover in discussie kunt gaan. Daar is dit geen onderwerp voor." Je ziet hem denken: "Dat zeg jij nou wel, maar daar wil ik nog wel even een boom over opzetten."