Posts tonen met het label oorlog. Alle posts tonen
Posts tonen met het label oorlog. Alle posts tonen

zondag 8 oktober 2023

Het zal je kind maar zijn

Het zal je kind maar zijn, denk ik, als ik de jonge vrouw ontkleed op de open wagen zie liggen. Haar been ligt vreemd gedraaid onder haar lichaam. Ze was half Duits en half Israëlisch en ze ging naar een rave in de woestijn. Haar ouders herkenden haar aan haar tattoos. Op de wagen zitten jonge mannen die haar op deze manier tentoonstellen. Ogenschijnlijk onaangedaan, een beetje triomfantelijk zelfs. Ook van hen denk ik: het zal je kind maar zijn. 

Ruw en respectloos

Het zal je kind maar zijn, denk ik, als ik de jonge vrouw zie die aan haar haren uit de auto wordt gesleurd. Haar broek is rond haar kruis besmeurd met bloed. Je hebt niet veel verbeeldingskracht nodig om te weten wat daar is gebeurd. Een jongeman trekt haar uit de kofferbak en duwt haar in de auto. Ruw en respectloos. Het zal je kind maar zijn.

Vrouwen als oorlogsbuit

Vrouwen als oorlogsbuit. Ik ben vrouw en moeder van twee dochters en een zoon. Ik ben in eerste instantie geraakt als vrouw en als moeder van twee dochters. Ik zie de beelden met afschuw voorbijkomen. Het maakt me woedend. Daarna komt de gedachte aan de moeders van deze mannen. Het zal je kind maar zijn die zoiets doet. Wat zullen zij denken als ze deze beelden ziet? Wat zullen zij tegen hun zoon zeggen?  

Ik zie alleen maar verliezers. 

De illustraties op mijn blog zijn afkomstig van Boomerang CardsHier vind je deze.

zaterdag 15 maart 2014

Overleven

Bijna 20 jaar geleden werd onze zoon geboren. Dat leerde me het een en ander over mezelf. Hij werd namelijk direct na zijn geboorte erg ziek. Het is goed afgelopen, maar het was kantje boord. Hij belandde op de intensive care. Zelf wist ik dat eerst nog niet.

Hij werd om 1.00 uur 's nachts in het ziekenhuis geboren. Ik deed die nacht - strak van de adrenaline en dolblij met onze prachtige zoon- geen oog dicht. De baby's lagen niet op zaal bij de vier jonge moeders, maar in de naastgelegen babykamer. Wakker als ik was hoorde ik alles die nacht. Toen er rond 5.30 uur duidelijk commotie ontstond in de babykamer dacht ik nog: "Het zal je kind maar wezen". Ik stond er geen moment bij stil dat het mijn kind zou kunnen zijn. Hij was dan wel drie weken te vroeg geboren, maar met zijn bijna zeven pond was het toch een flinke baby. Dat het wel om mijn kind ging werd duidelijk toen de drie andere moeders op de zaal om 6.00 uur 's morgens hun kind kregen om te voeden en ik niet. Toen ik ernaar vroeg, gaven de verpleegkundigen aan dat ze hem zo zouden brengen. Op dat moment vochten ze in de intensive care om hem in leven te houden. Dat hoorde ik allemaal achteraf. Toen ik hem een half uur later weer zag, lag hij met heel veel toeters en bellen in een couveuse. Hij was een beer van een baby vergeleken bij de andere tere popjes daar.

Instincten die ik nog nooit had hoeven aanspreken namen het als vanzelf over: overlevingsdrang en moederinstinct hielden me op de been. Die andere baby's interesseerden me niet. Mijn baby moest het overleven. Aan hem moesten ze aandacht schenken. Later sprak ik er eens met een andere jonge moeder over. Ik vertelde haar dat die ervaring me veel over mezelf had geleerd. "Als de stroom in de IC was uitgevallen en er had nog maar een kindje in de couveuse kunnen blijven, dan had ik onmiddellijk eigenhandig de stekkers uit die andere couveuses getrokken en zijn couveuse ingeplugd.", zei ik tegen haar. "Ook al hadden die andere kleinere en duidelijk zwakkere kinderen het misschien meer nodig dan hij." Ze was geschokt en vond dat dat echt niet kon. Zij zou een eerlijke keuze maken. Ik denk dat je als het aankomt op het beschermen van je eigen nageslacht ver wilt gaan. Hoever? Dat weet je pas als het er op aankomt.

Vandaag las ik het boek De Vertrouwelinge van David R. Gilham over een getrouwde Berlijnse vrouw die verwikkeld raakt in het verzet, over haar verboden liefde voor een joodse man die later een 'jager' blijkt, een jood die joden aangaf bij de Gestapo. Alles om zijn eigen gezin te beschermen en ze uiteindelijk toch te verliezen. Het is niet fraai, maar in tijden van vrede en voorspoed is het gemakkelijk oordelen. 

zaterdag 5 mei 2012

Verpletterend persoonlijk leed

Groot leed is vaak te groot om te bevatten. Meestal kun je beter relateren aan persoonlijk leed. Dan wordt duidelijk hoe onbeschrijfelijk veelomvattend en vernietigend het grote leed is. Gisteravond overkwam me dat even toen een Joodse vrouw een krans ging leggen. Op effen toon zegt de verslaggeefster: "Mevrouw Flora Cats werd door haar ouders als baby op een onderduikadres achtergelaten. Haar ouders overleefden de oorlog niet." Dat komt bij mij als een kanonskogel binnen. Ik zie opeens die jonge ouders voor me, dolgelukkig met hun baby - weggestuurd naar een kamp. Wat wisten zij? Wat maakte dat ze beslisten om hun kind achter te laten? Eerst dat moment van die verschrikkelijke beslissing, want dat kan natuurlijk helemaal niet: je pasgeboren baby achterlaten. En dan het moment van afscheid: het afstand nemen van je kind om dan te worden afgevoerd naar een vreselijk einde en nooit meer naar je kind terug te keren. Dat is verpletterend.

Je wordt er koud van als je daarbij stilstaat. En toch moet dat, dat stilstaan. Als iedereen dat deed: stilstaan bij het persoonlijk leed en dat goed op je in te laten werken, dan zou er veel minder groot leed in de wereld zijn.


donderdag 2 juni 2011

Fout


Als je opgroeit in een kleine gemeenschap, heeft ieder verhaal een gezicht. In het dorp waar ik opgroeide kunnen we vaak generaties lang teruggaan: je kent elkaar door en door. Ik ken de vader en moeder van veel leeftijdgenoten, maar ook hun opa's en oma's, ooms en tantes. Wat er ook gebeurt: je leeft met elkaar en komt elkaar vroeger of later altijd weer tegen. Dat geeft reliëf aan ieder verhaal.

Zo moest ik vorige week denken aan een verhaal naar aanleiding van de arrestatie van Ratko Mladic. Niet zozeer de terugblikken op zijn genadeloosheid en misdaden riepen het verhaal op, maar het feit dat hij bij zijn arrestatie ziek was.

65 jaar geleden verdeelde de Tweede Wereldoorlog landen en mensen. In het dorp waar ik opgroeide was dat niet anders: sommige inwoners waren 'fout', zij kozen de kant van de Duitsers. Niet al die foute mensen waren even fout. Sommigen liepen met een geweer op de schouder, brachten de Hitlergroet en verraadden dorpsgenoten, anderen gingen niet zo ver. Je had daarbij opportunisten en zij die er werkelijk in geloofden. Voor de een was je op je hoede, voor de ander hoefde dat niet. Vijf jaar lang hield die verdeeldheid het dorp in de greep. Tot enorme gruweldaden kwam het niet, maar de angst en de verdeeldheid richtten schade aan.

Aan het eind van de oorlog werden de mensen die fout waren opgepakt en afgevoerd naar een kamp. Een van de ouderen was ziek op het moment van het transport. Dat leverde een moment van twijfel op: moesten ze zo'n oude vrouw die ziek was wel meenemen naar het kamp? Een van de jonge vrouwen gaf de doorslag: "Zeker, ze is in de oorlog nooit ziek geweest, nu gaat ze mee." De oude vrouw ging mee en overleed in het kamp. Haar man en dochter kwamen terug in het dorp na hun periode in het kamp. Het leven hernam zich weer. Ze waren in de oorlog fout geweest; dat wist en weet iedereen, maar de grond voor de verdeeldheid verdween. Het dorp werd weer een in al zijn verscheidenheid, de tijd deed zijn helende werk.

Toen ik opgroeide kende ik al die mensen als gewone dorpsgenoten. Voor mij was het niets bijzonders dat de ene buur samen met de andere de krant las. Dat werd pas bijzonder toen ik het verhaal erachter hoorde. Jaren later lazen de vrouw die er op stond dat de oude vrouw werd meegenomen naar het kamp en haar dochter samen de krant. Bijzonder aan dit verhaal vind ik de compassie voor elkaar van beide kanten.

Met Ratko Mladic heeft het verder niets te maken. Hij moet worden berecht.

woensdag 4 mei 2011

Even stilstaan


Rond 4 mei neemt de aandacht voor de Tweede Wereldoorlog toe. Gisteravond zag ik een deel van de documentaire over Kindjeshaven. De twee vrouwen die honderden Joodse kinderen redden in hun crèche vertelden in de documentaire hun verhaal. Ze zijn inmiddels allebei al overleden. Vanmorgen neem ik de rouwpagina´s in de krant door en dan realiseer ik het me opnieuw: het zal niet zo heel lang meer duren dat de laatste getuigen van de oorlog hun verhaal nog kunnen vertellen.

Mijn ouders maakten de oorlog nog mee als kind. Mijn moeder begreep er nog niet zoveel van. Met haar ouders, broers en zussen en andere kleine zelfstandigen bleef ze achter in het dorp dat onder water was gezet. Al die lege huizen met openstaande deuren vormden toen het water in de winter tot ijs was geworden een ongekend mooie ijsbaan. Overal konden ze gewoon naar binnen schaatsen! En die Duitsers, die konden helemaal niet schaatsen! Dat er tijdens de oorlog wel heel veel roodharigen aanschuiven of blijven logeren, valt haar wel op. Het dreigende geluid van laagvliegende vliegtuigen deert haar niet: haar moeder zei toch zelf dat die niet voor hen bedoeld waren? Het enige wat ze eigenlijk graag wil -om voedsel veilig te stellen in dat ondergelopen gebied- is een koe op zolder. Maar daar wordt niet naar geluisterd.

Mijn vader is ruim twee jaar ouder. Zijn herinneringen zijn heel anders, getekend door het onderweg zijn met het binnenvaartschip samen met zijn ouders en zijn tien jaar oudere broer. De andere broer en zussen waren al aan de wal. Hij wist al snel dat vliegtuigen niet altijd overvlogen: hij maakte immers zelf mee dat een vliegtuig in het open veld op hem, zijn broer en een aantal andere kinderen dook. In Hoogezand zag hij met eigen ogen dat een trein kapot werd geschoten. De mensen rondom hem waren in paniek en niemand had oog voor dat jongetje op zijn step die onderweg was om een boodschap voor zijn grootmoe te doen. Onderweg zag hij treinen waar door de kieren van de wagons mensen naar buiten keken. Zijn vader vertelde hem dat dat allemaal Joden waren. Waar ze heen gingen, wist hij niet, maar wel wist hij dat het 'nait best' was. Hij voelde de angst en de intimidatie toen hun mooie fietsen op het dek door Duitsers werden 'getest' en vervolgens in beslag genomen. Later in de oorlog werd ook hun schip in beslag genomen door de Duitsers om aardappelen voor de Duitse troepen te leveren. De rest van de oorlog zijn ze onderweg geweest met een lading aardappelen die allengs slonk omdat iedereen er van at, maar die nooit op de plek van bestemming aankwam. In Bolsward maakte mijn vader de bevrijding mee.

De angst, de intimidatie, de onzekerheid; wij kennen het niet. Gelukkig maar. Wij zijn geboren en gewend aan vrijheid. Die vrijheid lijkt voor ons vanzelfsprekend. Het is goed om er een keer per jaar bij stil te staan dat vrijheid nooit vanzelfsprekend is.