Posts tonen met het label brand. Alle posts tonen
Posts tonen met het label brand. Alle posts tonen

vrijdag 26 november 2021

Vals alarm


Bijna 10 jaar geleden werd ik wakker in een brandend huis. Alle kinderen waren thuis. Drie minuten later en we zouden geen van allen meer wakker zijn geworden, vertelden ze ons later. Toen ik wakker werd, was het in onze slaapkamer al flink mistig. Ik had direct in de gaten dat het binnen brandde. Ik wekte ze en allemaal namen we iets mee naar buiten. Ik pakte snel een aantal fotoalbums, E zijn computerkast, de oudste -die de dag ervoor aan een knie was geopereerd- de autosleutels, onze zoon zijn laptop - met daarop zijn stageverslag en de jongste de ipad en haar spaarcenten. Allemaal waren we min of meer ongeschonden. 

Niet ontspannend

Ik denk er niet zoveel meer aan. Maar vandaag wel even. Vanmorgen schrik ik om 10 voor 5 wakker. Ik ben direct gealarmeerd: ik ruik een brandlucht. Ik ga naar het toilet en blijf op de overloop even staan. De brandlucht is minder sterk. Het is niet binnen, maar buiten. Omdat we altijd een raam open hebben staan in onze slaapkamer, ruik je het daar sterker. Hoogstwaarschijnlijk heeft een van de buren de houtkachel aangestoken. Daar is het de tijd van het jaar voor. Eerder vond ik het wel een lekker luchtje: een vuurkorf, een barbecue of  houtkachel. Veel mensen vinden het ontspannend, staren in zo'n vuurtje. Voor mij is dat voorbij. Ik zal altijd gealarmeerd blijven bij brandluchtjes. Dat gaat niet weer over.

Ik draai me nog eens om. En nog eens. Maar ik kan de slaap niet weer vatten. Om half zeven is de vaatwasser uitgeruimd en draait de wasmachine. De dag is begonnen.

zondag 24 februari 2019

Mama's stem beter dan brandalarm

brandende liefde
De oudste appt me een artikel uit het tijdschrift Psychologie. De titel van het bericht is Mama's stem beter dan brandalarm. Het artikel verwijst naar een onderzoek dat nog moet verschijnen in The Journal of Pediatrics. De kans dat kinderen wakker worden van de stem van de moeder is namelijk drie keer groter dan van het brandalarm. Ze worden bovendien sneller wakker. Bij een pieptoon duurde het 2,6 minuten. De gealarmeerde stem van de moeder wekt kinderen gemiddeld binnen 2 seconden. Dus het is waarschijnlijk dat er in de toekomst brandmelders komen waarin de stem van de moeder kan worden geprogrammeerd.

Mazzel

Ze stuurt me dit artikel natuurlijk omdat ik nu bijna zeven jaar geleden wakker werd in een brandend huis. De rest van het gezin was nog in diepe rust. Het was toen ik wakker werd al mistig in onze slaapkamer. Op de overloop sloegen de vlammen uit. Ik heb E. en de kinderen wakker gemaakt. Ze werden wakker en het liep uiteindelijk allemaal goed af. Net op tijd. Volgens nacalculatie van de brandweer hadden we toen ik wakker werd nog drie minuten voordat we buiten westen zouden zijn geraakt. Zoveel zuurstof had het vuur al opgevreten."Met een brandalarm waren we dus de pijp uit gegaan. Echte mazzel" appt ze me. Ja. Echte mazzel.


zondag 19 oktober 2014

Onrustige dromen

Bang ben ik niet geworden na de brand. Maar er is wel degelijk sprake van verhoogde waakzaamheid. En dat is misschien ook niet zo vreemd als je ooit eens wakker bent geworden in een brandend huis. Toen ik destijds buiten stond in mijn ochtendjas dacht ik: "Kan ik ooit nog weer gewoon gaan slapen?" Maar dat kon. Sterker nog: ik heb geen nacht wakker gelegen van de brand. Echt niet. Gelukkig niet. Wel spookt het toch wat meer in mijn achterhoofd nu de houtkachels weer aangaan.

Ik ben extra waakzaam. Vorige week schrok ik wakker van een brandlucht. Dat was voor het eerst na de brand. Het was mistig. En hoogstwaarschijnlijk hadden onze buren de houtkachel gestookt. Met mistig weer blijft de brandlucht lang hangen. Ik weet natuurlijk dat de lucht hoogstwaarschijnlijk wordt veroorzaakt door die houtkachel. Maar dat wil ik dan wel graag even zeker weten. Dus sta ik op. Ik hang uit het raam en kijk of ik vuur zie. Ik ga naar beneden, kijk voor of ik vuur zie, achter of ik vuur zie. Dat is niet het geval, dus kan ik weer rustig gaan slapen.

Of het met al die brandluchtjes te maken heeft weet ik niet, maar ik droomde vorige week ook over brand. Dat wil zeggen: ik droomde dat ik thuiskwam van het werk en dat ons nieuwe huis was afgebrand. Het dak was eraf, de ramen waren gesprongen en ons hele interieur lag geblakerd en verpieterd in huis. Geen spoor van E. of de kinderen. Paniek! Als ik E. bel, blijkt hij op zijn dooie gemak bij zijn ouders te zitten. Ik ben natuurlijk hoogst verontwaardigd: "Ons huis brandt af en jij belt me niet eens?", vraag ik aan E. "Ik heb je wel geprobeerd te bellen, maar je nam je telefoon niet op", antwoordt hij onverstoorbaar. Om een lang verhaal kort te maken: het draait op een scheiding uit. Ik kan me er niet overheen zetten dat hij me niet eens even op de hoogte heeft gesteld van het afbranden van ons huis.

Gelukkig is het maar een droom, alhoewel E. ook realistische aspecten in mijn droom ontdekt: "Dat gedeelte van het niet opnemen van je telefoon is natuurlijk wel heel realistisch..."

Deze is voor E. natuurlijk. Je kunt 'm kopen bij: http://www.stickeridee.nl/kussensloopdromen

zaterdag 17 mei 2014

En ook de minister zegt 'nee'

En ook de minister heeft zijn ei gelegd. Of eigenlijk de Algemeen Directeur Belastingen voor hem. Niet het ei dat we graag hadden gezien, want ook hier krijgen we nul op rekest. We moeten belasting betalen over de inboedeluitkering van de brandverzekering.

"De wet maakt geen onderscheid naar bestedingsdoelen", staat er in de brief.  Er is wel een hardheidsclausule die in uitzonderlijke gevallen wordt toegepast. Maar daar zijn wij dan weer niet uitzonderlijk genoeg voor. Het wordt als volgt uitgelegd. "De wet kent een speciale bevoegdheid, de zogenoemde hardheidsclausule (artikel 63...). De wet staat toepassing van de hardheidsclausule uitsluitend toe in zeer uitzonderlijke gevallen. Daarvan is in uw situatie geen sprake. De hardheidsclausule kan alleen worden toegepast bij een "onbillijkheid van overwegende aard". Daarvan is sprake als het gaat om een gevolg dat de wetgever had voorkomen als hij dat bij het maken van de wet had voorzien. De wetgever heeft er bewust voor gekozen om geld in contante en girale vorm dat op de peildatum in uw bezit is tot het box 3 vermogen te rekenen. Het is daarbij niet van belang hoe het bedrag is verkregen."

We ontvangen bewijsstukken uit de Staatscourant als bijlage, met alle artikelen over de fiscale gevolgen van tegemoetkomingen naar aanleiding van bijzondere gebeurtenissen zoals oorlogen en rampen. Uit dit besluit blijkt dat ook andere tegemoetkomingen, zoals tegemoetkoming voor slachtoffers van de Nieuwjaarsbrand in Volendam niet zijn vrijgesteld van heffing in box 3. Dat wordt nog even apart in de brief vermeld. Tussen de regels door lees je eigenlijk dat we ons moeten schamen dat wij met ons Ieniemienie-leed een brief durven schrijven. En natuurlijk willen wij ons niet vergelijken met de slachtoffers van de brand in Volendam. Er zijn veel ergere dingen, ook leed komt in gradaties.

Wat ik wel heel schokkend vind: de overheid incasseert dus ruimhartig en willens en wetens naar aanleiding van het leed van burgers. Iedere uitkering bij overstroming, oorlog, brand, stormschade of ander onheil is dus een bron van inkomsten voor de overheid. En als wij als burgers met het restant van het uitgekeerde bedrag onze goederen gaan vervangen of repareren, dan betalen we opnieuw belasting. En dat alles wordt niet gezien als iets wat bij het maken van de wet voorzien had kunnen worden als onrecht. Ben ik nou gek?

De Algemeen Directeur Belastingen vervolgt: "De hardheidsclausule is niet bedoeld voor een gevolg van de wet dat iemand om persoonlijke redenen als een hardheid ervaart." Zo persoonlijk zijn die redenen toch echt niet. Alles is persoonlijk, maar als 99% van de mensen er persoonlijk net zo over denken, dan hebben we denk ik toch een gemene deler te pakken. En ik denk dat het gros van de burgers in Nederland dit als harde en onbegrijpelijke wetgeving beschouwt. Daar zijn wij geen uitzondering in.

We voelen het slot al aankomen: "Het is dan ook niet mogelijk in uw situatie een uitzondering te maken." Regels zijn regels; begrip is er wel. Maar daar koop je niets voor.

vrijdag 2 mei 2014

Telefoontje van de ombudsman

We waren nog maar net thuis van ons vakantietripje naar Newcastle toen we een telefoontje kregen van de Ombudsman in reactie op de brief die we schreven. Ruim anderhalve week geleden stuurden we een brief naar de minister en naar de Nationale Ombudsman. Van de ombudsman hadden we de volgende dag een ontvangstbevestiging. Van het ministerie ontvingen we die deze week. De afhandeling op het ministerie kan enkele weken in beslag nemen. De ombudsman was er nu al klaar mee.

In een persoonlijk gesprek laat hij weten dat de Nationale Ombudsman niets voor ons kan doen. Als we bezwaar hebben tegen het heffen van belasting, dan moeten we daar de gerechtelijke weg voor kiezen. Dat kan door eerst bezwaar aan te tekenen tegen de aanslag. Ben je het niet eens met de uitslag (dat voelen we al aankomen...) dan kun je het indienen voor de belastingrechter. De afspraak is dat de ombudsman zich niet in deze zaken mengt. Ik ben teleurgesteld, maar niet echt verrast. "We hebben het juist bij u aangekaart omdat het gaat om een overstijgend belang en niet alleen om ons belang. Hoe dienen we dat belang dan als we enkel die individuele route kiezen?", vraag ik. "Het kan toch niet zo zijn dat afspraken dat blokkeren?" Hij adviseert me om de reactie van de minister af te wachten (tussen de regels door begrijp ik dat ik daar ook niet al te veel hoop op moet vestigen), het aan moet vechten en het daarnaast via de Tweede Kamer moet spelen. Daar wordt het gezamenlijk belang gediend. En het is - bevestigt hij - een kwestie die meer mensen aangaat dan ons alleen.

Ik zucht diep. Het ontgaat hem niet. "Ik vind wel dat er heel veel van ons gevraagd wordt, terwijl iedereen die ik spreek snapt dat dit niet deugt.", zeg ik. "Nou zijn wij "goed" uit de brand gekomen - behalve het verlies van al onze spullen zijn we zelf ongedeerd. Als je zelf gewond bent of iemand hebt verloren dan heb je de strijdlust toch helemaal niet om zoiets aan te gaan? Als je nagaat hoeveel strijdlust er alleen al voor nodig is om weer terug te komen op het punt waar je was, om te krijgen waar je recht op hebt, dan vind ik het schandalig dat dit nog nodig is." De ombudsman is een vriendelijke man. Hij hoort mijn relaas aan en af en toe bevestigt hij het. "Het is inderdaad vreemd. Als u als het ware in allerijl spullen had gekocht en die in opslag had gezet, was het geen probleem geweest." Ware het niet dat het aanschaffen van spullen natuurlijk ook tijd kost.

Deze weg loopt dus ook dood. Wel netjes, zo'n telefoontje in plaats van een formeel briefje. Daar hebben we er namelijk al genoeg van gehad.

donderdag 24 april 2014

Brief aan de minister



"Het gebeurt niet iedere dag dat burgers zich genoodzaakt voelen om het woord rechtstreeks te richten tot de minister van Financiën. Toch doen wij dat. Ons rechtvaardigheidsgevoel drijft ons hiertoe." Zo begint de brief die ik dit weekend namens E. en mijzelf schreef aan de minister van Financiën. 


Dat onze woning in mei 2012 afbrandde, was voor ons een persoonlijk drama met onder andere grote financiële onzekerheden en gevolgen. Gelukkig waren we er met de opstalverzekering snel uit. De inboedelverzekering vroeg iets meer tijd. Na ruim een half jaar onderhandelen keerde de verzekeraar de tegenwaarde van onze inboedel eind 2012 uit. Fijn, want toen wisten we eindelijk waar we aan toe waren.

Betalen maar...

Maar... eind januari staat er op de peildatum van de Belastingdienst dus een behoorlijk bedrag op onze rekening. Om problemen te voorkomen zoeken we contact met de Belastingdienst. We gaan er dan namelijk vanuit dat we wel een bewijs zullen moeten overleggen dat dit bedrag de tegenwaarde is van onze verloren gegane inboedel. Gedoe, maar goed - zo gaat dat, denken we dan nog. E. belt eerst met de belastingtelefoon. De medewerker die hem te woord staat is echter in geen enkel bewijs geïnteresseerd. "Het maakt ons niet uit waar dat geld vandaan komt. Het staat er, dus u moet er belasting over betalen.", is zijn boodschap. Ik kan het bijna niet geloven en bel ook nog eens. De boodschap wordt bij mij iets diplomatieker gebracht, maar is dezelfde: we zullen belasting moeten betalen over het uitgekeerde bedrag voor onze inboedel. Natuurlijk kunnen we schriftelijk bezwaar aantekenen bij de Hoofdinspecteur van de Belastingdienst en dat doen we dan ook.

Melkkoe

In de zomer van 2013 horen we dat ons bezwaar goed is ontvangen, maar dat het niets verandert aan de zaak. We zullen over het uitgekeerde schadebedrag, natuurlijk minder dan de 100% tegenwaarde van onze inboedel, ook nog eens belasting moeten betalen. Op dat moment zitten we nog midden in de bouwperikelen. We zijn dan meer dan een jaar onderweg en zijn inmiddels beroofd van onze goedgelovigheid en voor altijd verlost van onze naïviteit. Met name in de overheid zijn we teleurgesteld. We voelen ons bij tijd en wijle een echte melkkoe. In de zomervakantie zet ik grofweg op een rij hoeveel geld de overheid overhoudt aan onze persoonlijke ellende. Ik ben geschokt. In de eerste week begint het al in onze gemeente: we betalen een fikse boete voor het verlies van onze identiteitspapieren. Gedurende het hele proces betalen we een aanzienlijk bedrag aan BTW: 21% over de hele nieuwbouw, BTW over alle nieuwe spullen die we kopen en meer dan 12.000 euro leges aan de gemeente. "Het zou voor de overheid gemakkelijk uit kunnen om een staatspyromaan in dienst te nemen", zeg ik tegen E. "Goed voor de economie". Zo'n brand levert de overheid een aardige duit op. En dat wringt, dat schuurt, dat voelt niet goed.

Aangifte

En dan dit. Dit jaar doen we netjes belastingaangifte over 2013. Het uitgekeerde bedrag voer ik niet op als spaartegoed. Het is een principekwestie. Omdat het niet onze bedoeling is om zaken te verzwijgen, sturen we opnieuw een brief naar de Hoofdinspecteur. Ik leg uit waarom we het niet opvoeren als spaartegoed: "...omdat het hier gaat om de (onvolledige) tegenwaarde van onze inboedel en niet om een vrij besteedbaar spaartegoed. Tegenover dat bedrag staan uitgaven van minstens dit bedrag, omdat de uitgekeerde tegenwaarde van onze inboedel niet 100% was. Naar ons idee zouden we dat dan als schuld op moeten voeren. In de belastingaangifte zien we hier geen mogelijkheid voor."

Brief

Dit weekend ontvangen we een brief van de Hoofdinspecteur. "Hoewel ik begrip heb voor uw standpunt kan ik helaas uw standpunt niet delen." Of we het bedrag toch even als spaartegoed op willen nemen in box 3. Onze verloren gegane inboedel kan ook niet als schuld worden gezien. "Onder schulden worden verstaan verplichtingen die rechtens afdwingbaar zijn.", aldus de Belastingdienst. En onze inboedel is niet rechtens afdwingbaar. We kunnen het immers ook zonder doen!

Regels


Zo zijn de regels, dat is de wet. Dat kan zo zijn, maar het deugt van geen kant. Dus schrijf ik dit weekend een brief aan minister Dijsselbloem, waarin ik onze frustratie verwoord. "We hebben doorgaans geen moeite met het afdragen van belasting, omdat het bijdraagt aan een samenleving waar de lusten en lasten eerlijk verdeeld worden. In de afgelopen twee jaar hebben we door onze persoonlijke ellende al meer dan ons steentje bijgedragen aan de overheidsfinanciën met onder andere boetes over onze verloren identiteitspapieren, BTW over het nieuw te bouwen huis en BTW over alle nieuw aangeschafte spullen. Al met al een niet onaanzienlijk bedrag. Het voelt echter heel verkeerd om ook nog eens extra belasting over de uitgekeerde inboedelvergoeding te moeten betalen. We worden dan immers twee keer financieel gedupeerd: eerst vanwege de niet-volledige uitkering van onze inboedel en dan nog eens door een belastingheffing over het uitgekeerde bedrag. Dat is naar ons idee niet hoe de overheid met gedupeerde burgers om hoort te gaan." 

Ombudsman

"Ik stuur het ook direct even door naar de Nationale Ombudsman.", zeg ik tegen E. Dit is immers iets wat verder reikt dan alleen ons eigen belang. Dit raakt iedere burger die net als wij de pech heeft om getroffen te worden door brand of een andere rampspoed.

NEE

Of het iets oplevert? Misschien. Gezien onze ervaringen: vast niet. Maar als ik iets heb geleerd de afgelopen jaren, dan is het wel dat je naar jezelf moet luisteren. Ik heb goed geluisterd en ik hoorde luid en duidelijk NEE, hier gaan we niet zomaar mee akkoord.

De illustraties op mijn blog zijn afkomstig van Boomerang CardsHier vind je deze.

dinsdag 4 februari 2014

De finale

Let op de ballonnenboog! Echt een aanrader.
Vrijdag hadden we een feestelijke dag. We organiseerden een open huis om het eind van een periode te markeren.
 

Een lange weg

In de vroege ochtend van 26 mei 2012 stonden we abrupt op straat. Samen met een grote groep Sappemeersters zagen we ons huis afbranden. Dat was het begin van een lange weg. Vrijdag bereikten we gevoelsmatig de eindbestemming. Dat hebben we gedeeld met meer dan 100 mensen die allemaal langskwamen om ons huis te bekijken. Dat deed ons goed.

Confronterend

In de voorbereiding maakte ik een fotoshow met foto's van het hele proces. Natuurlijk had ik de foto's al eerder gezien, maar zo levensgroot op de televisie is het toch een ander verhaal. Confronterend. Samen met mijn zus, onmisbaar in dit hele proces - en ook bij deze finale, bekijk ik de beelden. Ik wist natuurlijk wel dat het erg was. Maar nu zie ik het ook. "Daar zijn we allemaal doorheen gegaan", zeg ik. "Verschrikkelijk eigenlijk." Alsof ik het nu- nu ik het met enige afstand beschouw- pas goed besef. Maar het is goed afgelopen. In alle opzichten.

Verwarring

Het huis is af. We zitten weer in de kleren. We koken, slapen, wassen, kijken televisie, maken weer tosti's, zijn weer in het bezit van een mixer en we hebben zelfs alweer een kniepertjesijzer. Dat is toch pure luxe. In onze basisbehoeften is dus inmiddels meer dan voorzien.

Iets waar ik na bijna twee jaar nog niet aan gewend ben is de verwarring die onherroepelijk deel uitmaakt van de nasleep van een brand. Vorige week nog stond ik in de la te zoeken naar de rood met witte pizzasnijder. Ik zoek de laden grondig door, mopperend: "Waar is die pizzasnijder toch?" "Die hebben we niet meer", zegt de jongste. Ze heeft gelijk. Die hadden we voor de brand. Het gebeurt regelmatig. Het lijkt alsof je geheugen een spelletje met je speelt.

Vanzelfsprekend

Vanmorgen word ik wakker uit een akelige droom. Uit het niets schiet ineens mijn aardappelbak me te binnen. Dat was zo'n handige bak, denk ik. En dat krukje dat E. zelf maakte voor de kinderen. Allang niet meer als krukje in gebruik, maar als bijzettafeltje niet weg te denken uit onze inventaris. Of die metalen verhogers die mijn schoonvader maakte. Die gebruikte E. om zijn beeldschermen op  te zetten, maar die kon je voor allerlei dingen gebruiken. Ik heb ze niet dagelijks, deze flashbacks van spullen, maar wel vaak. Het overvalt je op het moment dat je er niet op verdacht bent. 's Avonds als je bijna in slaap valt of 's ochtends als je nog niet helemaal wakker bent. Op weerloze momenten. Het zijn niet de grote dingen die je te binnen schieten, niet de zaken waarvan je het gemis direct voelt. Het zijn juist de dingen die heel vanzelfsprekend waren.

Vrije tijd

Het zal op den duur minder worden. Ooit komt het moment dat alle dingen die je kwijt bent door je gedachten zijn gegaan. Maar dat zal nog wel even duren. Ondertussen verheug ik me enorm over de  vrije tijd die ik weer terugkrijg. Het is heerlijk om niet meer voortdurend op pad te zijn om zaken aan te schaffen of uit te zoeken. Het is een enorme luxe om gewoon lekker op de bank van ons mooie nieuwe huis te zitten.