Posts tonen met het label denken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label denken. Alle posts tonen

dinsdag 14 januari 2014

Omdenken en tuimelen

Onze jongste heeft een geheel eigen kijk op zaken. Zij verstaat de kunst van het omdenken, ze zou zonder problemen tuimelteksten kunnen maken. Net even anders tegen iets aankijken geeft je een frisse kijk op zaken.

Ik geef een voorbeeld: gisteravond nemen E. en ik als afsluiter nog een mandarijn na de stamppot boerenkool. Dat geeft een fijne frisse tegenwicht tegen de boerenkool. Het zijn de eerste mandarijnen uit een nieuw netje. Die uit het vorige netje zaten lekker ruim in de schil. Lekker makkelijk pellen! Het valt onmiddellijk op dat we beginnen aan een nieuw netje, want deze mandarijnen zitten juist heel strak in de schil. Dat maakt dat je ze veel lastiger kunt pellen. Dat hebben we liever niet. Ik rol mijn mandarijn over de tafel. E. kijkt ook bedenkelijk. "Deze zitten wel heel strak in de schil hè?", zeg ik. "Nou, wees blij", zegt de jongste. "Dan heb je des te meer mandarijn."

Mooie staaltjes van omdenken:



En van tuimelteksten:



zaterdag 8 juni 2013

Stromende gedachten

"Waar denk je aan?" Het is een vraag die E. regelmatig aan me stelt. Hij weet namelijk dat ik altijd wel ergens aan denk. Mijn gedachten staan nooit stil. Ik denk na over de meest uiteenlopende dingen. Tegenwoordig heeft het vaak met de brand en ons nieuwe huis te maken. Soms ook met het werk. Ik vind die constante gedachtestroom prettig. Een enkele keer ontaardt het in malen, maar doorgaans dwalen mijn gedachten onbevangen. 

Eerder stelde ik dezelfde vraag ook vaak aan E. "Waar denk je aan?", waarop E. dan antwoordde "Nergens aan." Eerst dacht ik dat E. me gewoon niet wilde vertellen waar hij aan dacht. Later leerde en las ik dat dat typisch mannelijk is. Mannen hebben de gave om nergens aan te denken, die kunnen gewoon zijn. Dus nu stel ik de vraag minder vaak.

Vanmorgen ben ik bezig in onze wasserette. E. ligt nog in bed. Onze wasserette is door gordijnen gescheiden van onze slaapkamer. Tussen de kieren door zie ik E. liggen. En dan zie ik het duidelijk aan hem: hij ligt niet gewoon te liggen, hij denkt aan iets. Als ik hem ernaar vraag bevestigt hij dat. "Dat heb ik nou ook altijd", zeg ik tegen E. "Wat een hel", zegt E, die gehecht is aan zijn gedachteloze staat. 't Is maar wat je gewend bent. Mij bevalt het doorgaans prima.