zaterdag 14 september 2013

Pasteitjes natuurlijk

Jammer genoeg heb ik geen foto's gemaakt...
Ooit wilde ik bakker worden. Het is er niet van gekomen en ik kan me er zelfs niet op laten voorstaan dat ik een puike thuisbakker ben. Het hele proces van bakken en koken is niet aan mij besteed. Mijn bakactiviteiten hebben zich het laatste jaar beperkt tot het bakken van 2 Hermannen en het kijken van programma's als Heel Holland bakt en de Engelse variant daarvan. Tot vorige week dan. Vorige week bakte ik namelijk pasteitjes, geïnspireerd door Heel Engeland bakt.

Aangezien ik altijd royale hoeveelheden kook, gaat er nog wel eens een restje in de vriezer. Als het aardappels zijn dan bakken we ze op, of we maken een aardappelomelet. Maar de aardappelomelet is hier een beetje uit de gratie. Dat gebeurt wel vaker met gerechten die snel en smakelijk zijn: die komen net iets te vaak op tafel.

Deze keer had ik een schnitzel over en vier aardappels. Met Heel Engeland bakt nog vers in het geheugen leek het me niet meer dan logisch om van deze restjes pasteitjes te bakken. Zo moeilijk leek dat op de televisie namelijk helemaal niet. Een kleine check leert me dat ik niet alle ingredi├źnten in huis heb, maar aangezien we nu weer op loopafstand van de supers wonen is dat geen probleem. Ik wandel even heen voor een pakje diepvriesbladerdeeg. Dat kun je namelijk wel zelf maken - ik heb het op tv gezien, maar dat doe je natuurlijk niet. Daar hebben ze mensen voor bij Koopmans. Die doen dat met plezier voor je.

Met goede zin ga ik aan de slag. Ik laat de bladerdeeg ontdooien en maak een prutje voor het pasteitje: aardappels, diepvriesdoperwtjes, schnitzel en winterwortel, beetje kippenbouillon en flink wat garam massala en klaar is mijn vulling. De bladerdeeg is ontdooid. Dan sta ik voor het eerste dilemma: in Heel Engeland bakt hebben pasteitjes met reden de kenmerkende halfronde vorm met de kunstig omgevouwen rand. Destijds waren pasteitjes namelijk het voedsel voor mijnwerkers. Hun vrouwen verwerkten restjes in de pastei en vouwden de rand dan om als een soort handvat. Zo konden de mijnwerkers het pasteitje opeten zonder het met hun vieze handen aan te raken. Het handvat werd na het eten weggegooid.

Voor mij gaat die mooie halfronde vorm niet lukken. Ik heb nog geen deegroller en die heb ik nodig om een pasteitje van formaat te maken. Vol goede moed begin ik aan vierkante pasteitjes, maar na de eerste is een ding mij al wel duidelijk: of ik heb teveel vulling, of te weinig bladerdeeg. Enfin, ik ga onverstoorbaar door. Ik kom er al snel achter dat het nog helemaal niet eenvoudig is om die rand te vouwen en alle vulling 'binnen' te houden. Anders gezegd: het pulkt er van alle kanten uit. Met een beetje forceren lukt het toch nog om de pasteitjes dicht te drukken. Ik prik bovenin gaatjes en werk het af met een beetje melk voor wat glans.

Als ik het resultaat samen met een bak sla op tafel zet ben ik tevreden: elegant zijn deze volgepropte vierkanten niet, maar het is toch maar mooi gelukt. Mijn gezin is niet razend enthousiast, maar ze gaan ook niet over hun nek. Dat noem ik een succes. "Best lekker toch?", zeg ik tegen E. "Ik vind het lekker." "Het kan best wel", zegt E. "Als je maar niet elke week pasteitjes gaat bakken." Ik denk dat het wel meevalt: dit was eerst weer voldoende bakavontuur voor mij.





Geen opmerkingen:

Een reactie posten