Vanmorgen kwart voor zeven: E. ligt te lachen in bed. Ik ben gealarmeerd, want dit is een zeer ongewone situatie. Meestal is lachen er 's morgens vroeg niet bij bij E. "Wat?", zeg ik. "Dat is toch vreemd", zegt hij. "nu schrijf je weer dat die bordjes mintgroen zijn. Ze zijn gewoon lichtblauw." Ik ben direct klaarwakker. "Hoe kom je erbij? Ze zijn duidelijk mintgroen. Jij zei ook al dat de wand in de kamer oranje is, terwijl dat toch echt okergeel is.", zeg ik. Beneden hou ik onze zoon het bordje onder zijn neus. "Welke kleur?", zeg ik. "Blauwgroen", zegt hij. E. kijkt verbaasd, ik triomfantelijk. "Of wacht even, nee hij is toch meer lichtblauw." Tevreden loopt E. heen en weer om de krant te halen. "Het is mintgroen", fluister ik mijn zoon toe. "Mintgroen, zeg mintgroen." "Ja, lichtblauw", zegt hij. Hij lacht zich een deuk. "Dat is toch niet normaal dat je me in de nek staat te hijgen dat het mintgroen is.", zegt hij. "Je bent een vreselijke zoon", zeg ik. "Je had net zo goed kunnen zeggen dat het mintgroen was."
Even later komt onze oudste uit bed. Het bord staat inmiddels weer in de kast. Ik pak 'm weer en laat 'm aan onze oudste zien. "Licht turquoise", zegt ze als ik haar vraag welke kleur het bord heeft. Ze kent de voorgeschiedenis niet, dus ze reageert blanco. "Meer blauw of meer groen?", vraag ik. "Meer groen", zegt ze. "Loop maar even naar je vader en laat 'm dit groene bord even zien." Ik hoor het haar zeggen. Even later komt E. een kop koffie halen. "Jij ziet gewoon meer geel", zegt hij. "Eerst al met die oranje wand en nu maak je van lichtblauw mintgroen. Gewoon teveel geel." "Misschien heb ik daarom wel zo'n zonnige kijk op het leven", zeg ik. "Komt het gewoon omdat ik alles altijd net een beetje geler zie."
Aan het eind van de dag is de stand 2-2. De mannen vinden het bord lichtblauw, de vrouwen neigen meer naar groen. Tijdens het avondeten staat onze zoon ineens op. Hij haalt het mintgroene bord met de rozen en laat het aan onze jongste zien. "Welke kleur?", zegt hij. "Heel lichtblauw", zegt ze. Ik ben nog niet overtuigd. Ik vond ze juist zo mooi, omdat ze mintgroen waren. Lichtblauw vind ik minder.
Posts tonen met het label discussie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label discussie. Alle posts tonen
woensdag 15 oktober 2008
vrijdag 26 september 2008
Man van het gesproken woord
Voor ik ga slapen, lees ik iedere avond even. Dat moet. Als ik niet lees, kan ik niet slapen. Soms zijn het maar een paar bladzijden, soms houdt een boek me uit de slaap. Maar er wordt gelezen. Deze week is ook onze zoon aan het lezen geslagen. Niet geheel uit vrije wil: hij kreeg een leeslijst mee van school. Het boek dat hij aanvankelijk op het oog had, bleek er eentje met 500 bladzijden te zijn. Dus dat was direct over. "Mooi niet, dat ik zo'n dik boek ga lezen." Vanavond hebben we het erover. Hij leest een boek over eerwraak. Best interessant, vindt hij. 's Avonds gaat hij iets eerder naar bed en leest dan een stukje. "Hoever ben je?", vraag ik. "Ongeveer op bladzijde 50", zegt hij. "Oh maar, dat gaat hartstikke goed, dan ben je al bijna op de helft", zeg ik. Hij knikt. "En bevalt het goed, ga je er ook mee door nu?", vraag ik hoopvol. Ik weet namelijk hoe leuk het is om een stukje te lezen. "Dat ga ik zeker niet doen", zegt hij stellig.
Nee, hij is meer een man van het gesproken woord. Hij praat liever, dan dat hij leest. Zijn favoriete vorm van praten is discussiƫren. Hij kan het goed, doet het leuk en en denkt dat het altijd wel kan. Met name dat laatste is natuurlijk niet zo. Aan tafel vertelt hij dat ze bij Nederlands gesproken hebben over de gebiedende wijs. "Dat is heel makkelijk voor mij, want dat is jouw favoriete vorm", zegt hij tegen mij. Hij geeft een imitatie van mij als zij de kamerdeur open laten staan. "Dan zeg jij: Dicht! of Deur! of je wijst gewoon naar de deur." Nou had zijn lerares vandaag voorbeelden gegeven van de gebiedende wijs. "Ze zei Geef mij de mayonaise eens aan" , vertelt hij. "Ik zei: Nou, dat vind ik geen gebiedende wijs. Zo klinkt dat niet. Dan zeg je Geef op die mayonaise." "Nee," vertelt onze oudste: "alle zinnen die met een werkwoord beginnen staan in de gebiedende wijs." Hij is er niet van overtuigd. "Kijk," zegt E. "daar zijn gewoon regels voor. Het is niet zo dat je daarover in discussie kunt gaan. Daar is dit geen onderwerp voor." Je ziet hem denken: "Dat zeg jij nou wel, maar daar wil ik nog wel even een boom over opzetten."
Nee, hij is meer een man van het gesproken woord. Hij praat liever, dan dat hij leest. Zijn favoriete vorm van praten is discussiƫren. Hij kan het goed, doet het leuk en en denkt dat het altijd wel kan. Met name dat laatste is natuurlijk niet zo. Aan tafel vertelt hij dat ze bij Nederlands gesproken hebben over de gebiedende wijs. "Dat is heel makkelijk voor mij, want dat is jouw favoriete vorm", zegt hij tegen mij. Hij geeft een imitatie van mij als zij de kamerdeur open laten staan. "Dan zeg jij: Dicht! of Deur! of je wijst gewoon naar de deur." Nou had zijn lerares vandaag voorbeelden gegeven van de gebiedende wijs. "Ze zei Geef mij de mayonaise eens aan" , vertelt hij. "Ik zei: Nou, dat vind ik geen gebiedende wijs. Zo klinkt dat niet. Dan zeg je Geef op die mayonaise." "Nee," vertelt onze oudste: "alle zinnen die met een werkwoord beginnen staan in de gebiedende wijs." Hij is er niet van overtuigd. "Kijk," zegt E. "daar zijn gewoon regels voor. Het is niet zo dat je daarover in discussie kunt gaan. Daar is dit geen onderwerp voor." Je ziet hem denken: "Dat zeg jij nou wel, maar daar wil ik nog wel even een boom over opzetten."
Abonneren op:
Posts (Atom)