Vanmorgen maakte onze zoon kennis met de gezondheidszorg. Veel ervaring heeft hij gelukkig nog niet. Maar vanmorgen kwam het er dan toch even van. Het schoot hem namelijk in de rug. Bewegen was direct schier onmogelijk. Tja, wat doe je dan? Je belt de huisarts, de poortwachter van de gezondheidszorg. Na een kwartier wachten krijgt hij de assistente aan de lijn. Hij hoeft niet te komen, zegt ze. "Rusten en de gebruikelijke dosis pijnstillers nemen" is het devies. Onze zoon is helemaal niet bekend met gebruikelijke doses pijnstillers. Hij heeft dus meer toelichting nodig en verneemt dan dat 3 maal daags twee paracetamol de toegestane dosis is. Maar gewoon maar een beetje afwachten tot het over is met behulp van pijnstillers, dat lijkt hem toch niets. Dat is niet zijn stijl. Dus belt hij de fysiotherapeute van zijn sportschool en daar kan hij binnen anderhalf uur terecht. Ook met fysiotherapie heeft hij niet veel ervaring. Hij ziet het dan ook met de nodige scepsis tegemoet.
Om de tijd even te overbruggen belt hij met twee ervaringsdeskundigen: zijn opa en oma. En zo maakt hij dan ook kennis met het Gronings jargon voor rugklachten. "Is die t in n kloet schoten?", vraagt mijn moeder hem. En ja, zo geeft hij toe, zo voelt het wel 'n beetje. Ook mijn vader deelt zijn ervaringen. Hij vindt het een prima idee dat onze zoon naar de fysiotherapeut gaat. "Dat beknovveln helpt goud", zegt hij. "Gain zaalfstriekerij, dat is gain cent weerd".
En inderdaad, het 'beknovveln' heeft geholpen: het was het betere knovvelwaark. Als ik vanavond thuiskom, zijn de scherpste randjes er weer af. Gelukkig maar.
Posts tonen met het label gezondheidszorg. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gezondheidszorg. Alle posts tonen
dinsdag 26 februari 2013
Het betere knovvelwaark
Labels:
fysiotherapie,
gezondheidszorg,
Gronings,
rugklachten
zaterdag 17 november 2012
Topsportklimaat op het werk
"Jij gedijt ook goed in een topsportklimaat", zegt de oudste. Ze geeft me een glas Spa rood aan. Mijn vertrokken gezicht -ik verdraaide eerder een spier op mijn rug- is voor haar genoeg om in actie te komen. Ik beaam het. Wie zou nou niet goed gedijen in een topsportklimaat?
Het thema 'topsportklimaat' werd gisteren door de baas op het werk geïntroduceerd. Het was het thema van de dag. De baas gedijt namelijk ook goed in een topsportklimaat. Hij illustreert het met een verhaal. "Toen Pieter van den Hoogenband zijn gouden medailles won op de Olympische Spelen gebeurde er het volgende: Pieter vergat zijn tas. Je bent je tas vergeten, zegt zijn coach. Die moet je nog even gaan halen. Nee, zegt Pieter, die moet jij gaan halen. Want de inspanning die het kost om die tas te halen kan het verschil maken tussen een gouden en een zilveren medaille." De rest is geschiedenis: de coach haalde de tas en Pieter won goud. Zijn boodschap is duidelijk: hij moet uit de wind gehouden worden. "Ik wil best een kop koffie voor je halen", zegt M. bereidwillig. Zij en ik zijn de toehoorders. Maar een kop koffie halen is niet genoeg. Het moet verder gaan, aldus de baas. Hij moet uit de wind gehouden worden, zodat hij tot grote hoogten kan komen. De baas is lekker op dreef, het verhaal zwelt aan. Bij het vertellen van dit soort verhalen is de baas in zijn element. Of de oorsprong van het verhaal nou een op waarheid gebaseerd artikel is of een verhaal uit zijn goedgevulde verhalentrommel. "En dat geldt ook voor jou." richt hij het woord tot mij. "Tot welke hoogten zou jij niet kunnen stijgen als je in een topsportklimaat werkte?" Dan zou the sky the limit zijn, daar zijn we het over eens.
Wij werken in de zorg en dat is topsport. Ook als je -zoals wij- niet in de directe zorg werkt is het topsport. We werken namelijk met hele kleine formaties in de staf. In een topsportklimaat gaat het om presteren en faciliteren. Voor wat betreft presteren zitten we zeker op topsportniveau, maar het faciliteren blijft achter. In de zorg werken we namelijk niet met topsportbudgetten.
Het thema 'topsportklimaat' werd gisteren door de baas op het werk geïntroduceerd. Het was het thema van de dag. De baas gedijt namelijk ook goed in een topsportklimaat. Hij illustreert het met een verhaal. "Toen Pieter van den Hoogenband zijn gouden medailles won op de Olympische Spelen gebeurde er het volgende: Pieter vergat zijn tas. Je bent je tas vergeten, zegt zijn coach. Die moet je nog even gaan halen. Nee, zegt Pieter, die moet jij gaan halen. Want de inspanning die het kost om die tas te halen kan het verschil maken tussen een gouden en een zilveren medaille." De rest is geschiedenis: de coach haalde de tas en Pieter won goud. Zijn boodschap is duidelijk: hij moet uit de wind gehouden worden. "Ik wil best een kop koffie voor je halen", zegt M. bereidwillig. Zij en ik zijn de toehoorders. Maar een kop koffie halen is niet genoeg. Het moet verder gaan, aldus de baas. Hij moet uit de wind gehouden worden, zodat hij tot grote hoogten kan komen. De baas is lekker op dreef, het verhaal zwelt aan. Bij het vertellen van dit soort verhalen is de baas in zijn element. Of de oorsprong van het verhaal nou een op waarheid gebaseerd artikel is of een verhaal uit zijn goedgevulde verhalentrommel. "En dat geldt ook voor jou." richt hij het woord tot mij. "Tot welke hoogten zou jij niet kunnen stijgen als je in een topsportklimaat werkte?" Dan zou the sky the limit zijn, daar zijn we het over eens.
Wij werken in de zorg en dat is topsport. Ook als je -zoals wij- niet in de directe zorg werkt is het topsport. We werken namelijk met hele kleine formaties in de staf. In een topsportklimaat gaat het om presteren en faciliteren. Voor wat betreft presteren zitten we zeker op topsportniveau, maar het faciliteren blijft achter. In de zorg werken we namelijk niet met topsportbudgetten.
Labels:
gezondheidszorg,
medaille,
Olympische Spelen,
Pieter van den Hoogenband,
topsport,
topsportklimaat,
werk,
zorg
vrijdag 24 augustus 2012
Kleine medische ingrepen
"Dat had ik ook best even kunnen doen", zeg ik. Collega is naar de huisarts om zijn oren uit te laten spuiten. Er wordt met smart op hem gewacht voor een vergadering. De baas is er ook bij. "Dat is nou net zo'n kleine medische ingreep die ik heel goed uit kan voeren." vertel ik mijn collega's vol zelfvertrouwen."Ja, dan hebben ze het steeds over de hoge kosten in de gezondheidszorg", zegt de baas, "ze zouden jou gewoon een of ander kitje moeten geven en dan kon je daar in die nieuwe wijk van jou goed werk doen.* Dat scheelt weer in het huisartsbezoek." Gestimuleerd door een aantal toehoorders vervolgt hij: "Ze heeft ook zo'n speciale bril". Hij doelt op de oranje veiligheidsbril die ik ooit gratis bij een bouwmarkt kreeg voor een evenement waarbij de verwachtingen rond Oranje hooggespannen waren.
Oranje bril
De bril gebruikte ik -destijds geïnspireerd door de ziekenhuisserie ER- thuis toen de kinderen nog klein waren om bijvoorbeeld pleisters te plakken. De show die ik opvoerde leidde ze dan enigszins af van de verwonding. Het leuke van kleine kinderen is dat die niks raar vinden. Ze vonden het dus ook heel gewoon dat ik pleisters plakte met een oranje bril op, maar het leidde toch wel eens tot vreemde situaties. Zo was er ooit eens een gelegenheid waarbij een van de kinderen de oranje bril als kleuter mee naar school nam. Juf vertelde me later dat ze had gezegd: "Die bril moet wel weer mee naar huis hoor juf, want die heeft mijn moeder nodig om ziekenhuisje te spelen."
*als gevolg van onze brand wonen we tijdelijk even verderop in een nieuwe wijk.
Labels:
ER,
gezondheidszorg,
medisch,
oren uitspuiten,
ziekenhuisserie
vrijdag 20 mei 2011
Vrolijk toekomstperspectief
Vanmiddag zag ik op yammer, een soort bedrijfstwitter, een filmpje over de toekomst van de gezondheidszorg. Het filmpje is een promo voor een boek van trendwatcher Adjiedj Bakas. Een collega plaatste het met de volgende tekst: "Wat je er ook van vindt, het zet je in ieder geval aan het denken." En inderdaad: mij zette het wel aan het denken.
Vanavond tafelen we uitgebreid. De jongste en ik
hebben zelf pizza's gemaakt en pakten zo terloops weer even een
moeder-dochter-moment mee. Als we de pizza's in de oven hebben geschoven, dekt
ze de tafel. "Ik vind het zo leuk om thuis te doen alsof we in een
restaurant zitten", zegt ze. Ze zet een wijnglas bij ieder bord en pakt
een karaf met water om de glazen te vullen. Ze wast aardbeien voor het toetje
en vult twee sausbakjes met chocoladesaus en poedersuiker om de aardbeien in te
dippen. Opgetogen roept ze ons allemaal als de pizza's klaar zijn.
Aan tafel vertel ik ze over het filmpje van Adjiedj
Bakas. "In de toekomst zal er geen geld meer zijn om al die oudere mensen
te verzorgen, dus moeten kinderen hun ouders weer in huis nemen", zeg ik.
"Ik wil even met jullie bespreken bij wie we later in zullen
trekken." "Dat is niet de toekomst, dat is het verleden", zegt
de oudste. Daar heeft ze een punt. "In Duitsland kost een plaats in een verzorgingshuis
alleen al € 70.000,-", zeg ik. "Veel Duitsers kiezen er dan ook voor
om hun ouders in huis te nemen." "Okee, de opties zijn dus
€ 70.000,-, jullie in huis nemen, of een spuitje", zegt de oudste. De
oudste en onze zoon bedenken de wildste scenario's om ons op onze oude dag
onder dak te krijgen. Het gaat de jongste te ver: "Ik wil toch graag in
ons huis gaan wonen, dus dan kunnen jullie wel bij mij wonen", zegt ze. Ze
heeft al een plan: we zouden twee slaapkamers boven kunnen samenvoegen en dan
hebben wij een leuke plek om te wonen. "En dan zouden jullie hier achter
in de tuin begraven kunnen worden als jullie doodgaan", zegt ze. Haar
konijn ligt daar al met een beschilderde gasbetonplaat als grafsteen.
"Laten we allemaal € 5,- opzij leggen van ons zakgeld", zegt de
oudste. "dan hebben we dat geld wel bij elkaar tegen de tijd dat jullie in
een verzorgingshuis moeten." Onze zoon verhoogt de stemming met een van
zijn favoriete Boer zoekt vrouw-imitaties. Met een zware Friese tongval zegt
hij: "Jaaa, jullie weten natuurlijk wel waar jullie heen moeten. Jullie
moeten naar Makkum." Dat was namelijk waar de mem van boer Jan heen zou
gaan als er een geschikte vrouw op de proppen zou komen voor haar zoon.
Adjiedj Bakas heeft het ongetwijfeld niet zo bedoeld,
maar de toekomst van de gezondheidszorg stemt de jeugd hier aan tafel bijzonder
vrolijk. "Wat een geweldig onderwerp", hikt de oudste na.
"Waarom hebben we het hier niet vaker over onder het eten?"
De illustraties op mijn blog zijn afkomstig van Boomerang Cards. Hier vind je deze.
Labels:
Adjiedj Bakas,
gezondheidszorg,
ouder worden,
toekomst
Abonneren op:
Posts (Atom)

