Posts tonen met het label Gronings. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Gronings. Alle posts tonen

zondag 24 augustus 2025

Wie nait - doe


Als je heel lang samen bent, dan is er steeds meer wij. Je vergroeit met elkaar. Sommige stellen nemen dat wel heel letterlijk. Die fietsen op dezelfde fietsen, dragen dezelfde outfits en hebben dezelfde kapsels. E en ik zijn niet gelijk, maar wel compatibel. Ik doe graag dingen met hem samen, maar er moet ook ruimte zijn voor mijn eigen dingen. Want we zijn niet gelijk. 

Meer tijd samen

Als je allebei werkt, dan gaat het vanzelf: je hebt je eigen werk met het netwerk dat daarbij hoort. Als je stopt met werken, krijg je veel tijd die je vaak ook meer samen invult. Dus dan gaat het met elkaar vergroeien dubbelop.

Compromissen

Mijn schoonouders kenden elkaar hun hele leven. Ze groeiden samen op in een klein dorp. Tijdens hun gepensioneerde bestaan trokken ze er veel met elkaar op uit. Met de caravan, wandelend of op de fiets. Mijn schoonmoeder vertelde daar altijd enthousiast over. Zo vertelde ze eens: "As wie in Delfziel binnen, din mouten wie eevm op diek kieken". Waarop mijn schoonvader zei: "Wie nait, doe." Hij keek ook wel even op de dijk, maar het was mijn schoonmoeder die dat graag wilde. Het was een compromis.

Doe

Het is hier in huis een gevleugelde uitspraak geworden. Vanmorgen bespreken we de voordelen van de fotozoekfunctie van Google met onze zoon. Ik gebruik die functie vaak om planten op te zoeken als we wandelen. Als ik vertel: "Dij bruken wie ook voak as wie wandeln", zegt E dan ook: "Wie nait, doe." 


De illustraties op mijn blog zijn afkomstig van Boomerang Cards.  Hier vind je deze.

De soundtrack bij de blog is: 


vrijdag 27 november 2015

Joa of nee? Nait of geern

Wij Nederlanders zijn heel rechtstreeks. In de rest van de wereld wordt dat wel eens als onbehouwen bestempeld, maar wij vinden het fijn. In het Noorden van het land zijn mensen nog net iets rechtstreekser dan in de rest van Nederland. En in Groningen spannen we de kroon. En van alle Groningers zijn de Oost-Groningers de kampioenen.

Iedere communicatiespecialist weet dat er altijd sprake is van 'ruis' bij het communiceren. Die ruis zorgt ervoor dat we elkaar net niet goed begrijpen. Ruis is dat kleine beetje onduidelijkheid dat bijvoorbeeld kan ontstaan doordat mensen beleefd willen zijn, of omdat ze de waarheid liever in het midden houden. Nou, daar is hier geen sprake van. Niks, 0,0 ruis. Ik zal een voorbeeld geven.

Deze week bezocht ik een plaatselijke supermarkt voor een paar kleine boodschappen. Ik schuif aan bij de kassa. "Dat is dan negen euro en vijf cent", zegt de kassière tegen de vrouw voor mij in de rij. "Vief sint derbie?", vraagt de vrouw. De kassière aarzelt. Ze hoeft die vijf cent duidelijk niet, maar vanuit haar culturele achtergrond is het onbehoorlijk om dat zo rechtstreeks te zeggen. "Joa of nee?", vraagt de vrouw. Ze haalt amper adem tussen de woorden, zodat het bijna klinkt alsof het een woord is: joa-of-nee. Ik schiet in de lach, het meisje bloost - ze voelt zich duidelijk ongemakkelijk onder deze directe confrontatie, maar ze komt er niet onderuit. Ze neemt de vijf centen van de vrouw aan en bedankt haar netjes. Tussen de lippen door mompelt de vrouw nog licht verontwaardigd "Joa, wel eevm zeggen". Hier is geen plek voor twijfel. Het is nait of geern.

En op zulke momenten weet ik het weer: wat is het toch een voorrecht om hier te wonen. Wat ben ik hier toch op mijn plek.

woensdag 21 oktober 2015

Dochters en leutje zeunen

Mijn vader en ik, toen ik ongeveer een half jaar oud was
Mijn vader heeft drie dochters, geen zoon. Er zouden misschien mannen van zijn generatie zijn geweest die dat vervelend hadden gevonden. Maar dat geldt niet voor mijn vader. Hij is en is altijd blij geweest met zijn dochters. En dat hebben wij altijd gevoeld. Hij is dan ook een echte vrouwenman. Geen Casanova of charmeur, maar een leukerd. Daar is een groot verschil tussen. Hij kan koketteren met het feit dat hij het maar moeilijk heeft tussen al die vrouwen, maar daar meent hij niets van. En dat weten wij natuurlijk. Wij stellen wel eens dat wij hem door het leven dragen, omdat wij hem op handen dragen. En dat is ook zo, maar daar zit natuurlijk ook een wederkerigheid in. Zoals wij hem dragen, droeg en draagt hij ons allemaal.

Inmiddels heeft mijn vader al grote kleinkinderen, drie kleindochters en twee kleinzoons. Onze zoon belt zijn opa vanmorgen op. Hij is deze week vrij en de sloten rondom het huis van mijn ouders moeten worden schoongemaakt. Dat doen hun kleinzoons altijd en vandaag is het zover. Hij belt met mijn vader. "Moi opa, mit joen leutje zeun*. Wie kommen eerst eevm kovviedrinken en din moaken wie sloten eevm schoon. Goud? Moi."

Uiteindelijk zijn ze er dan toch gekomen, de zoons - in de vorm van leutje zeuns (en nog meer dochters natuurlijk in de vorm van leutje dochters). 

*Mijn zoon houdt van een rechttoe rechtaan vertaling van het Nederlands in het Gronings. En dit is zijn variant van kleinzoon.  

zondag 11 januari 2015

Zwaitstift en poedielok

Het zat allang niet meer in mijn actieve vocabulaire: het woord zwaitstift. Maar ooit was dat wel het geval. Ik weet niet wanneer ik overgestapt ben van zwaitstift naar deo. Deo klinkt natuurlijk frisser, maar zwaitstift komt dichter bij de waarheid. Het woord is hier weer in zwang geraakt na 5 december. Mijn moeder bracht het woord toen ter sprake. Zij had namelijk een verlanglijstje gekregen met daarop een deodorant als ultieme wens. Dat vond mijn moeder amusant: "n Zwaitstift?" Met name onze zoon werd geïnspireerd door deze reactie van zijn geliefde grootmoeder. Het was direct een hit: bijna dagelijks komt de zwaitstift wel even voorbij.

Zoals vanmorgen bijvoorbeeld. De afgelopen twee dagen was hij ziek en had hij niet zoveel praatjes. Vanmorgen staat hij zingend onder de douche als ik wakker word. "Hij is weer beter", zeg ik tegen E. Als ik hem even later tref in de badkamer, beaamt hij dat. "Jazeker", zegt hij. En onmiddellijk wordt het niveau van persoonlijke verzorging ook weer opgekrikt met deo en een geurtje. "Zo, eevm de zwaitstift en de poedielok* derbie", zegt hij tevreden. Hij is helemaal terug. 


Poedielok is het Groningse woord voor een mannengeurtje.

donderdag 25 december 2014

Tegeltaal

"Dat is geen echt woord", zegt E. Hij leest mijn blog Crimescene no. 1. Ik heb daar het woord aardappelen - dansen door enkel met de heupen te schudden - gebruikt. Voor mij zegt dat woord alles wat ik wil zeggen. "Is dat echt zo?", vraag ik. E. bevestigt het en de oudste valt hem bij. Ik had kunnen zweren dat het een algemeen bekende term voor het heupschuddende dansje was. En dat gebeurt wel vaker.

Vorige week lag hier het Groninger woordenboek bijvoorbeeld nog weer even op tafel. Tijdens een feestje nog wel! We zochten naar het gezegde Veur de keutel te duur, zoals in Dij is veur de keutel te duur of Dat is veur de keutel te duur. De betekenis van dit gezegde is 'geen cent waard zijn'.

Mijn zus en ik waren samen op stap toen ik het gebruikte. "Is het eigenlijk een bestaand gezegde?", vraag ik haar. Het is namelijk een gezegde dat vooral door onze zonen wordt gebruikt en die kunnen wel iets verzinnen. We komen tot de conclusie dat dit misschien geen Nederlands gezegde is, maar dan toch echt wel een Gronings gezegde. We zitten op dat moment in de auto, dus checken kunnen we het niet. Dat komt dus later - naar aanleiding van een anekdote van boezemvriendin. We zoeken op keutel - geen succes. "Körrel dan?" zeg ik. Maar ook bij körrel komen we het gezegde niet tegen. Het is dus hoogstwaarschijnlijk een gezegde dat we ons in de familie zo eigen hebben gemaakt dat het lijkt alsof het er altijd al geweest is.

Boezemvriendin vertelt op het feestje dat ze als Drentse ooit dacht goede sier te maken bij haar nieuwe buren op het Groningse platteland met haar Gronings. Bij ons thuis bezigden we vaak het gezegde Til mie der mor eevm òf als we 'laat maar even' bedoelden. Toen zij overtuigd tegen haar buurvrouw zei: "Til mie der mor eevm òf", keek die haar niet-begrijpend aan. "Woaròf?", was de reactie. Mijn moeder bedacht deze klassieker. Zij is op dit gebied dan ook een grote inspiratiebron voor onze zoon.

Taal kun je je eigen maken. Het is dynamisch en helemaal van jou. Daarom hou ik er zo van. En tja: bij sommigen is het net iets dynamischer dan bij anderen.

vrijdag 9 mei 2014

Vlinderknippen, diedelandaantjen en tuutjefloiten


Collega A. neemt binnenkort afscheid op het werk. Ze gaat vervroegd met pensioen. Daarbij sluit ze aan bij een lange rij collega's die ik liever niet zag gaan. Niet dat het ze niet gegund is natuurlijk, maar met hun vertrek sluit je ook een tijd af. Het was een mooie tijd. Zo af en toe ben ik weemoedig.

Bovenste beste 

Boezemvriendin noemt A. altijd bovenste beste A. En daar heeft ze een goed punt. Ooit praatte A. me het bestuur van een Groninger culturele vereniging in. Het begon met samen Gronings praten op het werk en toen bleek dat we nog eens prima konden samenwerken waaierde de samenwerking uit naar ons privéleven. Het was een leuke tijd. Inmiddels zijn we daar allebei alweer zo'n tien jaar mee gestopt, maar de samenwerking op het werk is onverminderd goed. Ik zie nu al op tegen het gemis van die goede samenwerking en verstandhouding.

Maar goed, zo gaat dat. De tijd vliegt voorbij en voor collega A. nadert het pensioen rap. De tijd tussen het moment van beslissen en vertrekken verdampt razendsnel en voor ze gaat wil ze nog heel veel doen, vertelt ze.

Wat is dat? 

Op het werk praten A. en ik altijd Gronings met elkaar, ook in het bijzijn van andere collega's die dat niet doen. Het is een automatisme: zodra ik haar aankijk gaat de knop om. "Dus din begunt t grode vlinderknippen?", zeg ik tegen haar. "Vlinderknippen, wat is dat?", vraagt een collega. "Diedelandaantjen", zeg ik - wel wetend dat ook dat woord natuurlijk niet bekend is. "Of tuutjefloiten", zegt A. "Lanterfanten?", zegt een andere collega. Inderdaad, lanterfanten. Ook wel een mooi woord, maar het heeft toch bij lange na niet de flair en luchtigheid van vlinderknippen, diedelandaantjen of tuutjefloiten.

maandag 21 april 2014

Joa -moi, mooi -moi

Het Gronings is een heel efficiënte taal. Voor Groningers is dat natuurlijk heel gewoon. In plaats van 'Hoe ging het?' of  'Hoe was het?' zeg je gewoon 'En?'. Ooit vertelde een dierbare collega -van oorsprong afkomstig uit Twente- me dat hij het volgende meemaakte op het busstation. Iemand vroeg een buschauffeur waar de bus naar Appingedam stond. Het hele gesprek bestond uit de volgende twee woorden. 'Daam?' 'Doar'. Hij vertelde het het liefst met een hele aanloop, waarbij hij de situatie tot in detail schetste. Hij voerde de spanning langzaam op en dan kwam het twee-woord-gesprek als klap op de vuurpijl. Hilarisch vond hij het.

In E's familie gebruiken ze liever ook niet teveel tekst. Een voorbeeld. E. maakte een album van de foto's van het 60-jarig huwelijk van zijn ouders. Zoiets kun je gewoon bij Albelli doen natuurlijk. Gewoon op de knop 'fotoboek maken' drukken en klaar is kees. Maar zo werkt dat niet bij E. Hij is grafisch ontwerper en beoordeelt die service van 'in-een-druk-op-de-knop-een-fotoalbum' heel anders dan de meeste mensen. Hij voelt die service als een beperking. Hij heeft namelijk zo zijn eigen ideeën over hoe je een fotoboek opmaakt. Dus zocht en vond hij een site waar hij het album naar eigen inzicht op kon maken.

Voor hij de order plaatst stuurt hij een kopie naar zijn broers met de tekst: Kin t der zo mit deur? Zijn broers reageren vlot. 'Joa. Moi.' mailt de een en 'Mooi. Moi.', mailt de ander. Als onze oudste hem dan ook laat weten 'Ziet er kek uit. Mooie sfeerimpressie.' is dat veruit de meest uitgebreide recensie.

donderdag 20 maart 2014

Vaaier? Vaare!


Onze zoon is een groot liefhebber van het Oost-Groningse dialect. Hij spreekt het zelf ook, maar is natuurlijk ook beïnvloed door het Gronings van E. en mij. En dat is het Gronings van Fivelingo. Zijn kameraad en diens vader zijn twee van zijn Oost-Groningse dialectvoorbeelden. "Hoe is het mogelijk hè", zegt hij. "eerst dacht ik dat het taalbederf was." Hij doelt op het gebruik van het woord 'stokkend' door zijn kameraad. Stokkend wordt hier gebruikt voor kapot. In Fivelingo zeggen we gewoon stuk. "Maar het is gewoon puur goed. Stokkend, dat is toch een prachtig woord." E. vindt het vermakelijk: "Ja het is een echt staaltje taalpurisme", zegt hij.

Buitenstaanders horen het verschil misschien niet, maar Groningers weten precies wat wel en niet bij hun eigen dialect past. Ik zou nooit stokkend zeggen. Dat past niet in mijn dialect. Zo zeg ik ook vaaier (vier) en niet vaare zoals hier gebruikelijk is. Dat hoort niet. De kameraad van onze zoon zegt vaare. Toen hij ooit eens gedachteloos vaaier zei, zei zijn vader: "Wat zegstoe? Vaaier? Vaare!" En zo leren we allemaal onze eigen variant van het Groningse dialect. Allemaal even mooi natuurlijk.

De illustraties op mijn blog zijn afkomstig van Boomerang Cards.  Hier vind je deze.

zondag 29 september 2013

Dat is een pikolpanzarl



Dat is een pikolpanzarl. Dat is een komparteilam. Dat is een talimanei. Dat is een kantamulie. Nee, ik leer geen esperanto. Het is ook geen andere vreemde taal. Deze woorden bestaan niet. Het zijn verzinsels. Ik krijg ze aangeboden via het Meertens Instituut. Die doen namelijk een onderzoek naar klemtoongebruik in Nederland. Ik moet aangeven hoe ik de klemtoon zou leggen, zodanig dat het volgens mij het meest Nederlands klinkt. Het duurt ongeveer een kwartier om mee te doen aan het onderzoek. Ik vind het leuk. 

Als je zoals ik in het Noorden van het land woont, dan weet je natuurlijk dat er veel verschil is in klemtoongebruik. Het is hier namelijk vergeven van de Friezen en die leggen de klemtoon op geheel eigen wijze zal ik maar zeggen. Niet zoals wij Groningers dat doen. Neem nou de plaats Hoogkerk. Een echte Groninger weet hoe het hoort: je zegt Hoogkerk. Juist, met de klemtoon op kerk. Maar geef ze de kost eens die zeggen Hoogkerk, met de klemtoon op Hoog. Een ding weet je dan in ieder geval: dat zijn geen Groningers. 


















zaterdag 28 september 2013

Een bofkont

Wat ben ik toch een bofkont! Vanmorgen hoor ik voor de radio dat de hersenen van mensen die tweetalig zijn langer fit blijven. Zit ik met mijn Gronings (en daarnaast het Nederlands) toch even helemaal gebeiteld! Ik wist het altijd al. Gisteravond had ik een etentje, deels met mensen die ik al lang niet gezien had. Een van hen haalde herinneringen op: ooit waren we met z'n allen op kerken- en kroegentocht toen we een ploeg van Radio Noord tegen het lijf liepen. "Jij gaf toen nog een interview in onvervalst Gronings", zegt hij nog steeds enigszins verbaasd. Hij is de enige niet. Ooit kreeg ik een heel verbaasde reactie van iemand omdat ik als rasechte Groningse Nederlands ging studeren. Alsof dat ook maar iets met elkaar te maken heeft. Nou ja wat zal ik zeggen; nu ik weet wat ik weet over mentale fitheid en tweetaligheid: er zijn mensen die op jonge leeftijd al gebaat zouden zijn bij tweetaligheid.

Mijn houding ten opzichte van het Gronings is niet veranderd. Met onze kinderen praat ik Gronings, net als met E. Voor de kinderen geldt dat ze niet allemaal Gronings tegen ons praten. Onze zoon wel. Hij is vandaag aan het werk. Voordat ik ga koken informeer ik even of hij thuis eet, of bij zijn oom, die dit weekend alleen thuis is. "Eetstoe hier of bie dien oompie?" sms ik hem. Even later krijg ik een sms'je retour. "Ik eet gewoon thuis". Het is afkomstig van de aannemer. Die had ik deze week nog een berichtje gestuurd. Met de kinderen whatsApp ik meestal, maar omdat ik denk dat hij nu geen beschikking heeft over internet, sms ik maar even. Maar goed, het sms'je is dus verstuurd naar de laatste persoon die ik ge-sms't heb. Ik ruim het misverstand even uit de weg. "Nou eetse din! Blij dat ik weet dat je gewoon thuis eet vanavond :). Het sms'je was voor onze zoon bedoeld" sms ik. "Dat had ik al begrepen" sms't hij terug. Met enig knip- en plakwerk komt het sms'je ook nog bij onze zoon terecht. Die laat weten dat hij niet thuis komt eten. Hij eet samen met zijn oom.

zaterdag 20 juli 2013

Mien pokkellaid

Er zijn dingen die je graag wilt onthouden. En soms ben ik die dan zomaar kwijt. Er zijn ook dingen waarvan het niet zo belangrijk is om het te onthouden. Die dingen onthoud ik erg goed. Zo weet ik bijvoorbeeld nog steeds goed wat een oorwurm is. En dat is dan geen wurmpje dat in je oor leeft, maar een liedje dat ongewild maar steeds in je hoofd blijft hangen.In dit geval gaat het om het liedje Tik tak tun van Zuver Scheerwol. Gaat er niet direct een belletje rinkelen? Niet vreemd. Bij mij is het ook niet blijven hangen omdat ik het op televisie of op de radio heb gehoord. Het blijft maar in mijn hoofd rondzingen omdat onze zoon het voortdurend zingt. Tik tak tun, veur niks schient de zun, tik tak tun, is dit t ende of t begun? Met name het refrein blijft maar rondzingen.

En steeds als ik het dan bijna kwijt ben, dan zingt hij het weer en dan zit het er weer ingebakken. "Nou zit het weer in mijn hoofd", zeg ik tegen onze zoon. Hij kan er niets aan doen, zegt hij. "Het is mien pokkellaid". Hij spreekt als enige van onze kinderen Gronings tegen ons. Dat juichen wij van harte toe. Maar gewoon Gronings is voor hem nog niet Gronings genoeg. Hij 'overgroningst' het: lijflied wordt dus pokkellaid. Als ik de tekst op internet opzoek, ben ik toch wel enigszins verbaasd. Met name over het laatste couplet rond het AOW. Dat lijkt mij toch niet op zijn pokkel geschreven. Maar goed, een kniesoor die daarover valt, aldus onze zoon. Hij vindt het een topnummer.

Het Groningstalige nummer zelf vind ik niet op internet, maar de tekst wel.

TIK TAK TUN
(TEKST&MEZIEK: FRIES WOLMA)

AS N BOER, NAIT MEER WAARKEN KIN , DIN IS DAT N STROP
DIN KRIEGEN WIE OOK GAIN STOET MEER, DE EERAPPELS ROAKEN OP
BAISTEN STOAN OP STAL, BOER ZIT MIT STRONTOVERSCHOT
VERBAAUWT HAI OOK GAIN BAITEN MEER, VERDWIENT DE SUKER OET DE POT

TIK TAK TUN
VEUR NIKS SCHIENT DE ZUN
TIK TAK TUN
IS DIT T ENDE OF T BEGUN ?

KLOJO’S IN DE STAD, BREKEN HAILE BOUDEL ÓF
T IS OORLOG OP GROOT MAARK, MIT BULTEN STAIN EN HAIL VEUL STOF
ZAI WILLEN NIJMOODS GOAN, ZETTEN N HAIL NIJ FORUM OP
MOR WAOR BLIFT DEN DIJ NOFLEKHAID, HEBBEN ZAI N BREDDE VEUR DE KOP .

TIK TAK TUN
VEUR NIKS SCHIENT DE ZUN
TIK TAK TUN
IS DIT T ENDE OF T BEGUN

EN MIT VIEVENZESTEG JOAR, KRIEGEN WIE AOW
NOOIT MEER SMÖRGENS NOAR BOAS TOU, EN TEGEN DEURWAARKEN ZEGGEN WIE NEE
REGEREN IS NAIT GOUD SNIK, MIT HEUR NIJ BESLOET
T PENZIOUN KIN WEL OP ZOLDER, WIE KINNEN DE’R LAANGE NOG NAIT OET

TIK TAK TUN
VEUR NIKS SCHIENT DE ZUN
TIK TAK TUN
IS DIT T ENDE OF T BEGUN

dinsdag 26 februari 2013

Het betere knovvelwaark

Vanmorgen maakte onze zoon kennis met de gezondheidszorg. Veel ervaring heeft hij gelukkig nog niet. Maar vanmorgen kwam het er dan toch even van. Het schoot hem namelijk in de rug. Bewegen was direct schier onmogelijk. Tja, wat doe je dan? Je belt de huisarts, de poortwachter van de gezondheidszorg. Na een kwartier wachten krijgt hij de assistente aan de lijn. Hij hoeft niet te komen, zegt ze. "Rusten en de gebruikelijke dosis pijnstillers nemen" is het devies. Onze zoon is helemaal niet bekend met gebruikelijke doses pijnstillers. Hij heeft dus meer toelichting nodig en verneemt dan dat 3 maal daags twee paracetamol de toegestane dosis is. Maar gewoon maar een beetje afwachten tot het over is met behulp van pijnstillers, dat lijkt hem toch niets. Dat is niet zijn stijl. Dus belt hij de fysiotherapeute van zijn sportschool en daar kan hij binnen anderhalf uur terecht. Ook met fysiotherapie heeft hij niet veel ervaring. Hij ziet het dan ook met de nodige scepsis tegemoet.

Om de tijd even te overbruggen belt hij met twee ervaringsdeskundigen: zijn opa en oma. En zo maakt hij dan ook kennis met het Gronings jargon voor rugklachten. "Is die t in n kloet schoten?", vraagt mijn moeder hem. En ja, zo geeft hij toe, zo voelt het wel 'n beetje. Ook mijn vader deelt zijn ervaringen. Hij vindt het een prima idee dat onze zoon naar de fysiotherapeut gaat. "Dat beknovveln helpt goud", zegt hij. "Gain zaalfstriekerij, dat is gain cent weerd".

En inderdaad, het 'beknovveln' heeft geholpen: het was het betere knovvelwaark. Als ik vanavond thuiskom, zijn de scherpste randjes er weer af. Gelukkig maar.  


vrijdag 11 januari 2013

ja"ie strie"e kist eem noe kiekn eaejeaoeejojdoajdo

Gisteren kreeg ik een e-mail van onze zoon. De titel van het bericht luidde: ja"ie strie"e  kist eem noe kiekn eaejeaoeejojdoajdo. Het mailtje was verder leeg, afgezien van een bijlage. Het verzoek was om het document even na te kijken. Dat kon ik ook nog zo ongeveer afleiden: eem kiekn is Gronings voor even kijken. Verder bedient hij zich van de volgens hem typische Veenkoloniaalse kunst van het weglaten van letters. Zo is het volgens hem in de Veenkoloniën not done om je te bedienen van de dubbele k: de dubbele k is stom, die spreek je dus niet uit. Een aantal voorbeelden: n di'e auto. Als hij goed op dreef is wordt dit n di'e au'o. Of dat is le'er, of wat n di'e tre'er. En soms draaft hij door. Dat herken ik dan wel weer.

zaterdag 20 oktober 2012

Kwitjen anno 2012

Gisteren gingen E. en ik -de harde kern- alleen naar de bieb. Als we klaar zijn in de bieb halen we in het winkelcentrum nog even kaas bij de nieuwe kaasboer. Bij de ingang van het winkelcentrum staat al jaren een stand met Vietnamese loempiaatjes. Een jong stel loopt in de richting van het standje. In het voorbijgaan spuugt de jonge man zijn kauwgum uit. De kauwgum wordt eruit gewerkt met een flinke straal speeksel. "Gadver", zeg ik. E. heeft het niet gezien, dus ik licht het even toe. "Die vent loopt te kwitjen", zeg ik. E. begrijpt het onmiddellijk.

Alhoewel het een onsmakelijke gewoonte is, is kwitjen is wel een heel mooi Gronings woord. "Dat woord gebruik je eigenlijk amper meer", zeg ik hardop denkend tegen E.  Ik denk nog even verder. "Misschien is dat omdat er minder gekwitjed wordt." Kwitjen, het ferm uitspugen van een waterige straal speeksel, trad vooral op bij de onsmakelijke gewoonte van het tabak kauwen. Het continu kauwen op een pruim tabak zorgde namelijk voor een overvloedige speekselproductie. Het overtollige, vaak bruine speeksel, werd met grote kracht uitgespuugd en dan had je het: kwitjen. Het gebeurde op grote schaal.

Zelf zat ik op de lagere school echter met iemand in de klas die toen al geen pruim tabak nodig had om te kwitjen. Hij miste een stukje van een voortand en had er zijn handelsmerk van gemaakt om daar tussendoor te kwitjen. Dus het mag dan op minder grote schaal voorkomen, geheel uitgestorven is kwitjen toch niet. Misschien is kauwgumgebonden kwitjen het nieuwe kwitjen: kwitjen anno 2012. 

zondag 15 april 2012

n Raive dat wie hebben...

Zelf groeide ik op in Woltersum. Dat ligt in Fivelingo: het hart van Groningen. Toen ik opgroeide sprak iedereen het dialect van die omgeving met elkaar. Het mooiste Gronings vond ik dat. En iedereen vond dat heel gewoon. Tot ik op de middelbare school kwam. Daar was het helemaal niet gewoon dat je thuis en in je directe omgeving Gronings sprak. Sterker nog: het mocht niet, ook niet onderling. De Nederlandse lerares pikte alle kinderen met een Gronings accent eruit. Grappig genoeg was ik daar niet bij, terwijl ik een van de weinigen was die zelf dialect sprak. De ouders van het grootste deel van mijn klasgenoten spraken uiteraard Gronings, maar die hadden hun best gedaan om met hun kinderen keurig Nederlands te praten. Maar niet goed genoeg dus, volgens mijn Nederlandse lerares.

Toen ik later Nederlands ging studeren was mijn Groningse dialect juist heel waardevol. Het was een tweede taal! Eigenlijk was het natuurlijk mijn eerste taal: ik denk en droom in het Gronings. Als ik op het werk bijvoorbeeld diep in gedachten ben en je stoort me, dan reageer ik in het Gronings. Het Nederlands is mijn tweede taal en dat beheers ik ook heel behoorlijk. Ik leerde op de universiteit hoe het kon dat de Nederlandse lerares mij er niet uitpikte en veel van mijn klasgenoten wel. Het is namelijk juist goed om twee talen volstrekt gescheiden aan te leren: school, televisie kijken en voorlezen in het Nederlands en al het andere in het Gronings.

Toen onze eerste werd geboren, gingen E. en ik Gronings tegen haar praten. Dat voelde heel natuurlijk aan: tegen alles wat niet terugpraat, praat ik sowieso Gronings. Het grappige is, dat ze eerst in het Gronings terugpraatte, maar onder invloed van de crèche al snel overstapte op het Nederlands. En dat deed ze heel consequent. Zo ontstond de situatie die nu nog steeds bestaat: wij praten Gronings tegen de kinderen en zij praten Nederlands terug. Tenminste, tot voor kort.

Onze zoon spreekt namelijk steeds meer Gronings en dat gaat hem goed af. In onze woonplaats wordt het veenkoloniaalse Gronings gesproken en daar geniet hij zeer van. Zelf spreekt hij net als wij het Gronings van het Fivelingo, maar zo nu en dan geeft hij er een veenkoloniaals tintje aan: de klabbe (klapbrug), het draaigie (een brug die draait), tweie, dreie, vaare, als het even kan plakt hij er een -ie of een -e achter, ook als dat niet hoeft. Voor hem geldt nou eenmaal net als voor mij dat de overdrijving zijn favoriete stijlfiguur is.

Zo nu en dan loopt hij tegen een mooie spreuk aan die hij met ons deelt. Zoals deze tekst die hij las op een hele oude tractor: Geld dat hebben wie nait, mor n raive dat wie hebben...

maandag 12 maart 2012

De taal waarin het leven mij is uitgelegd

Er komt veel ergerlijke taal voorbij, maar er komt ook veel mooie taal voorbij. Een tijdje geleden las ik in het kader van het streektaalfestival Reur een interview met Harry Niehof, Groningstalig zanger, gitarist en liedjesschrijver. Harry vertelde in het interview dat hij heel lang in het Engels heeft gezongen. Hij bereisde de wereld. Op een gegeven moment vond Harry het natuurlijker om in het Gronings te gaan zingen. Waarom hij dat vond? Om dat uit te leggen citeert Harry een wonderschone dichtregel van Jan Glas, een Groningse dichter: Het is de taal waarin het leven mij is uitgelegd. Op de website van Harry lees ik: Soms moeten jongens ver reizen om te weten waar ze vandaan komen. En daarmee is het verhaal verteld. Als je je van zulke zinnen kunt bedienen, heb je er niet veel nodig. Hulde aan Jan Glas en natuurlijk ook hulde aan Harry Niehof. Ik ben fan.

Lees ook dit prachtige stuk over Harry op zijn website. http://www.harryniehof.com/jongen.html

donderdag 9 juni 2011

Tranen lachen


We zijn thuis niet echt van het moppen tappen. We zijn meer verhalenvertellers. Maar soms lachen we ons tranen om moppen. Dat was het geval bij het Groningse programma De Stamtoavel. Onze zoon kent het programma zelf niet, maar vond fragmenten van ver voor zijn geboorte op internet. En die schotelt hij ons nou om de haverklap voor. Een van de ingrediënten die hij zelf het meest waardeert is zijn imitatie van de vette lach nadat de mop is getapt. Ze zijn natuurlijk op internet te beluisteren of via de CD Doezend stamtoavels van Radio Noord.

Boer en zien zeun lopen op Grode Maarkt langs n petatkroam. Zegt t jonkje tegen boer: "Oh pa wat roekt dat hier ja lekker." Zegt boer: "Joa jong vinstoe dat zo lekker? Din lopen wie hier toch nog n moal laangs?"WHAAAAAAAAAAAAAHAAAAAAAAAAAHAAAAAAAAAAAAHAAAAAAAAAAHAAAAAAAAAAAAAAAAAAAHAAAAA!!!

"Heb je t al heurd? In Hortus hebben ze n plant en as je doar vief minuten onder goan liggen din bin je dood." "Is dat zo mien jong? Wat is dat din veur n plant?" "n Woaterlelie." WHAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAHAAAAAAAAAAAAAAAAAAAHAAAAAAAAAAAAAAAAAHAAAAAAAAAAAAAA!!!

Om een indruk te krijgen:
 

dinsdag 8 maart 2011

Pokkelsmeer


Zomaar ineens is het 's morgens licht als ik naar het werk ga. Heerlijk vind ik dat. Het voorjaar komt er weer aan en dat is denk ik toch wel mijn favoriete seizoen. Nog niet te warm, maar wel lekker. Tijd ook om weer in de weer te zijn met doucheolie en bodylotion zodat de huid klaar is voor de zomer. Vorige week las ik in een blad het aanbevolen Groningse woord voor het relatief nieuwe woord bodylotion: pokkelsmeer. Het woord is niet erg goed ingeburgerd, in tegenstelling tot bijvoorbeeld het Groningse woord voor CD: spaigelploatje.

Echt vreemd vind ik het niet dat dit woord geen doorslaand succes is. Bodylotion klinkt als iets waarmee je jezelf verwent. Pokkelsmeer daarentegen klinkt als afscheiding van het lichaam waar je niet op zit te wachten. Ik associeer het direct met oorsmeer – al met al toch meer een noodzakelijk kwaad dan iets om van te genieten.

vrijdag 28 januari 2011

t Is aal wat


Vanmiddag tref ik in de super onverwacht mijn afstudeerpartner van 25 jaar geleden. We deden samen onderzoek en schreven samen onze afstudeerscriptie. Ik heb haar nadien nog wel eens gezien, maar het is denk ik wel 20 jaar geleden dat ik haar zag. Haar moeder woont hier en die is nu zo oud dat ze wel een beetje ondersteuning kan gebruiken. Vandaar.

We raken gemakkelijk weer met elkaar in gesprek. Natuurlijk gaat het ook even over vroeger. "Had jij dat vroeger nou gedacht?", zegt ze. "Nait aal over vrouger proaten. Doar komt gain gouds van." Een kleine iele oude vrouw kijkt ons aan. Het kleine bosje haar dat haar nog rest, heeft ze in een staartje gebonden. De sleutel aan de knalgele keycord verschaft haar straks weer toegang tot haar woning. Wij staan in de hoek bij de gesneden groente. Ze stelt zich zo op dat we er niet langs kunnen. "Nee zo mooi was dat nait hur, vrouger. Veur televisie ook. Aal over oorlog. Nou zo mooi ist nait as je de oorlog mitmoakt hebben. Dat mouten ze nait weer opreukeln. Komt niks gain gouds van. Dat is west." We hummen begrijpend met haar mee. Misschien was dat niet echt een verstandige keuze. Het ene onderwerp na het andere volgt namelijk. "Je zain veul te veul op televisie. Aal dij minsen dij stroat op goan mit spandouken. Hierzoot." Ze wijst op haar voorhoofd. "En dij zwaarten. Ze zeggen wel dat ze t veul minder hebben as wie, mor dat is nait meer zo hur. Niks van woar." "Nou, er zijn toch echt wel landen waar ze het veel minder hebben dan wij hier.", werpen wij tegen. Dat is niet de bedoeling. Ze luistert er niet naar en snijdt het volgende onderwerp aan. "En schaaiden. Elk gait mor schaaiden. Dat is toch ook n schandoal?" "Nou wie binnen nait van plan om te schaaiden", stel ik haar gerust. "Ik bin zulf wel schaaiden", zegt ze tot onze verrassing. "Mor toun wazzen wie al wel 18 joar bie mekoar west." En zo gaat het verder. Ze vertelt nog dat ze daarna een man heeft getroffen met wie ze tot aan zijn dood 30 jaar heeft samengewoond. "Gain botterbraifke meer hur, naargens veur neudeg." Wij begrijpen dat het gesprek niet weer over gaat als we niet zelf even ingrijpen. "Wie proaten nog even mit zien baaident verder as joe t goud vinden", zeg ik. Ze rolt haar kar langzaam vooruit, maar draait zich dan weer om en pruttelt nog wat na over allerlei schandalige kwesties.

De groenteboer geeft me een veelbetekenende glimlach. Hij kent zijn pappenheimers. In het Gronings kun je het hele verhaal in vier woorden kernachtig samenvatten: t Is aal wat.

zondag 28 september 2008

Peerogen

Vorige week ging ik naar de huisarts. Ik laat mijn bloeddruk regelmatig meten. Bij de nacontrole van de zwangerschap van onze jongste had ik een spectaculair hoge bloeddruk. Daarvoor had ik - ook tijdens mijn zwangerschappen- nooit een hoge bloeddruk. Maar sindsdien dus wel. Dat wil zeggen: ik scoor nu al twee keer achtereen bijzonder laag. Er is nog sprake van bloeddruk, maar dat is het dan ook. En deze keer mag dat een wonder heten. De bloeddruk werd namelijk opgemeten door de krengerige assistente. Ze was verrassend ontspannen en vriendelijk.

Na de meting spreek ik haar aan: "Ik wil nog even terugkomen op de keer dat ik hier met mijn dochter was. Ik vond dat je toen zeer onaangenaam was." Ze verschiet van kleur. "Dat was wederzijds", zegt ze. "Ik wil de achtergrond van mijn onaangenaamheid wel even toelichten", zeg ik schappelijk als altijd. Dus heb ik haar het hele verhaal nog even haarfijn uit de doeken gedaan. "Ja maar er zijn heel veel mensen die zo even naar de dokter willen", zegt ze. We praten er nog even over door. We worden het niet eens, maar het is wel goed om het zo even te zeggen. Thuis vertel ik E. dat ik het tegen haar heb gezegd. "Waist wel hou t gait, aans hol ik peerogen op heur." E. knikt, hij weet hoe het werkt. Als ik het later aan collega's vertel, noem ik ook de term peerogen. Meestal verstaan ze het Gronings wel, maar deze term kennen ze nog niet. Peerogen op iemand hebben, betekent dat je de pest aan iemand hebt.