"Jij gedijt ook goed in een topsportklimaat", zegt de oudste. Ze geeft me een glas Spa rood aan. Mijn vertrokken gezicht -ik verdraaide eerder een spier op mijn rug- is voor haar genoeg om in actie te komen. Ik beaam het. Wie zou nou niet goed gedijen in een topsportklimaat?
Het thema 'topsportklimaat' werd gisteren door de baas op het werk geïntroduceerd. Het was het thema van de dag. De baas gedijt namelijk ook goed in een topsportklimaat. Hij illustreert het met een verhaal. "Toen Pieter van den Hoogenband zijn gouden medailles won op de Olympische Spelen gebeurde er het volgende: Pieter vergat zijn tas. Je bent je tas vergeten, zegt zijn coach. Die moet je nog even gaan halen. Nee, zegt Pieter, die moet jij gaan halen. Want de inspanning die het kost om die tas te halen kan het verschil maken tussen een gouden en een zilveren medaille." De rest is geschiedenis: de coach haalde de tas en Pieter won goud. Zijn boodschap is duidelijk: hij moet uit de wind gehouden worden. "Ik wil best een kop koffie voor je halen", zegt M. bereidwillig. Zij en ik zijn de toehoorders. Maar een kop koffie halen is niet genoeg. Het moet verder gaan, aldus de baas. Hij moet uit de wind gehouden worden, zodat hij tot grote hoogten kan komen. De baas is lekker op dreef, het verhaal zwelt aan. Bij het vertellen van dit soort verhalen is de baas in zijn element. Of de oorsprong van het verhaal nou een op waarheid gebaseerd artikel is of een verhaal uit zijn goedgevulde verhalentrommel. "En dat geldt ook voor jou." richt hij het woord tot mij. "Tot welke hoogten zou jij niet kunnen stijgen als je in een topsportklimaat werkte?" Dan zou the sky the limit zijn, daar zijn we het over eens.
Wij werken in de zorg en dat is topsport. Ook als je -zoals wij- niet in de directe zorg werkt is het topsport. We werken namelijk met hele kleine formaties in de staf. In een topsportklimaat gaat het om presteren en faciliteren. Voor wat betreft presteren zitten we zeker op topsportniveau, maar het faciliteren blijft achter. In de zorg werken we namelijk niet met topsportbudgetten.
Posts tonen met het label zorg. Alle posts tonen
Posts tonen met het label zorg. Alle posts tonen
zaterdag 17 november 2012
maandag 10 september 2012
Het laatste wagonnetje
Vanmiddag heb ik een afspraak met een collega in het verpleeghuis. In de hal wacht ik tot ze me komt halen. Dat is geen straf, want er gebeurt van alles. Ik neem plaats op het ronde bankje bij de boom. Het lijkt een beetje op een binnentuin. Het pleintje is omringd door een winkeltje, een café, een kapper en een gemeenschapsruimte. Twee dochters wandelen met hun moeder rustig naar binnen. Moeder loopt in het midden. Ze praten zachtjes met elkaar. Het is een harmonieus beeld, terwijl de omstandigheden toch beslist niet gemakkelijk zullen zijn. Een mevrouw loopt druk heen en weer. Twee mannen rollen een plateau over de gang. Ze hebben net werkzaamheden verricht. "Ja jongens, gaan jullie dat maar doen, dan ga ik ... verzorgen." De naam van degene die verzorgd moet worden versta ik niet. Ze is heel bezig en komt zich verschillende malen melden op het pleintje.
Rust
Anderen nemen naast mij plaats en zien het allemaal rustig aan. Verderop in de gang komt een oude stijlvolle dame in een vrolijk gebloemd colbert en met een zonnebril op, rustig aanschuiven. Aan haar rollator hangen kleurige tassen die goed passen bij haar kleurige colbert. Het is een rustige wereld, waar tijd geen rol meer speelt. Alleen medewerkers lopen met versnelde tred.
Leger
De ouderen hebben geen haast. En waarom zouden ze ook? Alle bewoners bevinden zich -zoals mijn vader het altijd zegt- in het laatste wagonnetje. Haasten is nergens meer voor nodig. Daar ben ik me terdege van bewust, maar het wordt nog weer eens onderstreept als twee medewerkers van een begrafenisonderneming een vurenhouten kist naar binnen rollen. Ze melden zich bij de balie en rollen de kist vervolgens de gang in. Niemand kijkt er raar van op. Zo gaat dat als je in het laatste wagonnetje zit. Vandaag is die weer iets leger geworden.
Labels:
dementie,
dood,
harmonie,
oud,
ouder worden,
verpleeghuis,
werk,
zorg
dinsdag 16 december 2008
Als de stoppen doorslaan...
Zondagavond zag ik een documentaire van Zembla met de titel Zwakbegaafd en opgesloten. De documentaire gaf een beeld van het gebruik van opsluiting bij zwakbegaafden. Mag je mensen die ziek zijn opsluiten?, is de vraag die ten grondslag lag aan de documentaire. Nee, natuurlijk niet. Niet zomaar, was het antwoord van de hulpverleners. Maar in sommige gevallen kan het niet anders. De documentaire laat de worsteling van hulpverleners zien met aan de ene kant hun ideaal van goede hulpverlening en aan de andere kant de realiteit van beperkte middelen. En het vertelt natuurlijk het verhaal van de mensen die dit lot beschoren is.
Een van de bewoners is Richard. Richard is een jongen die, zoals hij zelf zegt: "snel geïrriteerd is". Hij raakt dan zo geïrriteerd dat hij gaat gooien en smijten. Daarom is zijn slaapkamer ingericht als een cel. Zijn bed is in de grond verankerd, het tv-toestel en de klok staan achter onbreekbaar glas. Dat is nodig, legt Richard zelf uit, want anders gaat hij met het bed gooien. Omdat Richard snel geïrriteerd is, kan hij geen activiteiten in een groep doen. Hij zit dan ook alle dagen op zijn kamer, of hij beweegt even op het terras, dat door hoge hekken is omgeven. Als hij er uit wil, kan dat alleen onder begeleiding van een hulpverlener. Dat is dus een luxe.
We krijgen ook even een indruk hoe het gaat als Richard geïrriteerd is. Zijn kussensloop is niet op de juiste manier om het kussen getrokken. En daardoor slaan bij Richard alle stoppen door. De begeleidster mag op zo'n moment zijn cel niet alleen in. Dat mag alleen met twee hulpverleners. En die zijn er op het moment van de uitbarsting niet. Je hoort hoe Richard schopt en beukt en de begeleidster uitmaakt voor kankerhoer, teringwijf. Hij wenst haar van alles toe en is dreigend in zijn taalgebruik.
Een aandoenlijk fragment komt uit het interview met Richard. Hij is hulpeloos in zijn woedebeheersing. Hij weet dat het niet deugt, maar hij kan het niet helpen. Er is geen medicijn voor en ook geen andere behandeling. Hij vertelt dat de hulpverleners "het ook niet leuk vinden dat ik zo doe. Maar ze zeggen altijd: daar staan zoveel leuke momenten met jou tegenover." Het is duidelijk dat dat werkelijk tekst van de hulpverleners is. En dat ontroert me dan. Voor zulke hulpverleners neem ik mijn petje af.
De documentaire kan nog bekeken worden bij Uitzending gemist.
Een van de bewoners is Richard. Richard is een jongen die, zoals hij zelf zegt: "snel geïrriteerd is". Hij raakt dan zo geïrriteerd dat hij gaat gooien en smijten. Daarom is zijn slaapkamer ingericht als een cel. Zijn bed is in de grond verankerd, het tv-toestel en de klok staan achter onbreekbaar glas. Dat is nodig, legt Richard zelf uit, want anders gaat hij met het bed gooien. Omdat Richard snel geïrriteerd is, kan hij geen activiteiten in een groep doen. Hij zit dan ook alle dagen op zijn kamer, of hij beweegt even op het terras, dat door hoge hekken is omgeven. Als hij er uit wil, kan dat alleen onder begeleiding van een hulpverlener. Dat is dus een luxe.
We krijgen ook even een indruk hoe het gaat als Richard geïrriteerd is. Zijn kussensloop is niet op de juiste manier om het kussen getrokken. En daardoor slaan bij Richard alle stoppen door. De begeleidster mag op zo'n moment zijn cel niet alleen in. Dat mag alleen met twee hulpverleners. En die zijn er op het moment van de uitbarsting niet. Je hoort hoe Richard schopt en beukt en de begeleidster uitmaakt voor kankerhoer, teringwijf. Hij wenst haar van alles toe en is dreigend in zijn taalgebruik.
Een aandoenlijk fragment komt uit het interview met Richard. Hij is hulpeloos in zijn woedebeheersing. Hij weet dat het niet deugt, maar hij kan het niet helpen. Er is geen medicijn voor en ook geen andere behandeling. Hij vertelt dat de hulpverleners "het ook niet leuk vinden dat ik zo doe. Maar ze zeggen altijd: daar staan zoveel leuke momenten met jou tegenover." Het is duidelijk dat dat werkelijk tekst van de hulpverleners is. En dat ontroert me dan. Voor zulke hulpverleners neem ik mijn petje af.
De documentaire kan nog bekeken worden bij Uitzending gemist.
Abonneren op:
Posts (Atom)
