Posts tonen met het label huisdier. Alle posts tonen
Posts tonen met het label huisdier. Alle posts tonen

zondag 9 februari 2014

Een droom die is uitgekomen


Als je dromen binnen handbereik liggen, dan ben je een gelukkig mens. Je bent sowieso een gelukkig mens als je dromen hebt. "Een van mijn dromen is uitgekomen". Met die woorden sleept de jongste haar oudste zus mee naar haar kamer. Ze heeft zich namelijk een heus aquarium aangeschaft. Het is een lang gekoesterde wens. En nu heeft ze dan zoveel gespaard dat haar droom werkelijkheid kan worden.

De jongste is altijd al dol geweest op dieren. Bij gebrek aan huisdier adopteerde ze torren, slakken en wat er in de tuin verder maar voorbijkwam. Ooit gaf ze een slak een naam: koediekoe. Of ze iedere keer dezelfde koediekoe te pakken had, is natuurlijk sterk de vraag. Maar dat hebben we haar nooit verteld. Later wierp ze zich op als konijnenredster. Toen de oudste twee een konijn kregen, deed ze het deurtje open omdat ze het zo zielig vond voor de konijnen om opgesloten te zitten in een hokje. Een van beide konijnen is ondanks een intensieve postercampagne van de oudste twee nooit meer teruggekomen.

Toen er in 2002 een konijn aan kwam lopen, wist ze inmiddels beter. Het hokje bleef gesloten. Omdat de andere twee al een konijn hadden gehad, werd dit haar konijn. Toen Skippy in 2008 overleed, namen we met veel ceremonieel afscheid.

En nu gaat ze dus vissen houden. Vrijdag ging ik met haar naar de hengelsportzaak hier in de buurt. Daar verkopen ze namelijk behalve benodigdheden om vissen te vangen ook spullen om vissen te houden. De eigenaar is een echte liefhebber. De dag ervoor heeft de jongste al een tijd in de zaak doorgebracht om te fantaseren over de vissen die ze zou willen aanschaffen. De eigenaar van de zaak vindt dat helemaal niet vreemd. Dat blijkt wel als we vrijdag komen om een aquarium op te halen. De eigenaar staat dan met een andere vissenliefhebber in het vissenkamertje. Ze praten over vissen. Uiteindelijk schaft de man ook nog een visje aan. Maar uit alles blijkt dat dat niet per se hoeft. Even praten over vissen is ook prima. Ze zijn allebei duidelijk liefhebber.

Vrijdag schaften we een aquarium aan. Over een week is het aquarium zover dat er vissen in kunnen. Dan is haar droom dus werkelijkheid geworden.

donderdag 19 juli 2012

En we noemen hem Törf!

Ooit zette ik onze toen nog prille relatie op het spel door E. een paar hondensloffen te geven. Achteraf bleken het ook nog beren in plaats van honden te zijn. Maar dat mocht de pret (bij mij) niet drukken. Ik heb complete eenakters opgevoerd. Dan zwaaide ik bijvoorbeeld met mijn voeten (met sloffen) op de bank en dan zei ik: "Nee jongens, dat mag niet, dat vindt de baas niet goed - niet op de bank". Meestal zat E. op zo'n moment onverstoorbaar de krant te lezen en zijn uiterste best te doen om mij te negeren. Dat stimuleerde mij natuurlijk alleen maar om er nog een schepje bovenop te doen door bijvoorbeeld mijn voet tegen E. op te werpen onder de begeleidende tekst: "Niet tegen de baas opspringen". Hilarisch vond ik het zelf. E. vond het vooral erg irritant.

Hij is altijd wars geweest van subtiele en minder subtiele hints van mijn kant om ons gezin uit te breiden met een hond. Na de brand zag ik mijn kans schoon: een hondje voor de troost, dat was toch wel het minste. De kinderen en ik zagen het al helemaal voor ons: we zouden 'm Törf gaan noemen indachtig de geschiedenis van mijn voorouders (turfschippers) en de streek waarin we wonen. En hoe zou E. na dag in dag uit te zijn omringd door Ylva, de liefste hond die je je maar kunt voorstellen, niet om kunnen zijn? Maar E. is E. gebleven, dus geen hond. 

Törf onder onze provisorische kapstok
Gisteren liep ik met onze dochters door de kringloopwinkel en daar zie ik 'm. Een massief hondje voor de troost, voor ons het hoogst haalbare. We besluiten het hondje mee te nemen. Hij weegt er flink in. Er zijn massa's levende hondjes die dat gewicht niet halen. Dat vinden ze ook bij de kassa van de kringloop. Als een van de dames de hond uit de mand tilt zegt ze weinig respectvol: "Och het is die hooooond." Voor ons mag dat de pret niet drukken. Wij hebben onze Törf gevonden, net echt.

donderdag 8 mei 2008

Mijn opa had een baviaan

Dit weekend las ik een interview met de vrouw die door de gorilla Bokito is gegrepen. Het blijft een opmerkelijk verhaal. Zij heeft voortdurend met de aap staan flirten en heeft daarbij de verkeerde signalen afgegeven. Ze had haar ogen neer moeten slaan. En niet haar tanden bloot moeten geven. Dan had ze zich onderdanig betoond. Zij dacht dat ze gewoon tegen elkaar lachten.

Ik weet al vanaf dat ik een klein meisje ben, dat je een aap die zijn tanden laat zien, het best kan negeren. Mijn opa had namelijk een baviaan. Dat zou tegenwoordig niet meer kunnen, maar ook toen was het al apart.

Samen met mijn oom, die op een vrachtwagen reed, haalde hij de aap uit Schagen. Het was de bedoeling om een ezeltje aan te schaffen, maar het werd een baviaan. Hij noemde hem Bavvi. Bavvi werd een niet over het hoofd te zien deel van de familie.

Ik was niet dol op Bavvi. Als wij kinderen langs zijn hok liepen om naar de appelhof te gaan, hing Bavvi altijd met een ontbloot gebit aan het gaas te schreeuwen. Wij vonden dat eng en dat had hij heel goed in de gaten. Hij deed het alleen bij kinderen en degenen die een hekel aan hem hadden.
Bavvi zorgde wel voor leven in de brouwerij. Hij ontsnapte regelmatig. Gewoon om de jampot in de keuken leeg te snoepen, of om in het dorp in een lantaarnpaal te klimmen. En daar ging hij dan de aap uithangen. Alhoewel mijn opa heer en meester was, was die niet meer in staat om een baviaan te vangen. Mijn vader moest dat doen. Die baalde daar wel eens van en dat wist Bavvi ook. Nadat pa ‘m dan uiteindelijk gevangen had, grijnslachte bavvi altijd even achterom als hij met mijn opa aan de hand weer vertrok. Een spottend lachje leek het wel.

Mijn opa ging graag met Bavvi op stap. Hij nam ‘m wel mee op de fiets. Mijn vader moet nog altijd heel hard lachen om het incident op de fiets waarbij Bavvi zijn voet in het wiel kreeg. Bavvi werd boos op mijn jongste oom die met mijn opa meefietste. Die kreeg er de schuld van, omdat Bavvi niet in de gaten had dat het zijn eigen poot was geweest. Ook ging mijn opa graag met Bavvi naar het voetbalveld. Mijn oma naaide voor dit soort gelegenheden diverse outfits voor Bavvi. Zo had hij als hij met mijn opa naar het voetballen ging het voetbaltenue van onze plaatselijke SC Woltersum aan. Met zijn zwarte broekje en witte shirt zag hij er strak uit. Maar hij had ook andere pakjes. Daarin poseerde hij dan gewillig met mijn opa voor de camera. En dan zag het er altijd schattig uit. 

Bavvi is al heel lang dood. Hij overleed iets eerder dan mijn opa. Zijn schedel is er nog. Die staat bij mijn oom op de schoorsteenmantel.


De foto bij deze blog komt uit een artikel van het Nieuwsblad van het Noorden. Het hele artikel vind je hier of hier.

zondag 9 maart 2008

Dag Skippy



de grafsteen van Skippy
Hij zou vandaag weer naar zijn zomerhok gaan. Maar het is niet meer nodig. Ons konijn blijkt dan toch niet onsterfelijk te zijn. Vanmorgen lag hij dood in zijn winterhok. Volkomen onverwachts. Alles leek in orde te zijn. Natuurlijk, hij had last van reumatiek. We moesten hem kammen, omdat hij zichzelf niet meer op zijn rug kon krabben. Maar verder geen voortekenen.

In april 2002 kwam hij bij ons 'aanlopen'. Volgens de dierenarts was hij toen ongeveer vijf jaar. Daarna is hij nog een keer door een kat gegrepen. Dat leek hem fataal te worden, maar wonder boven wonder kwam hij er bovenop. Dat gaf ons een beetje het idee dat ons konijn onsterfelijk was: een superkonijn. Omdat de oudste twee destijds allebei al een konijn hadden gehad, werd Skippy van onze jongste. De andere konijnen stierven op jeugdige leeftijd. Onze jongste was destijds nog zo klein dat ze iedere keer het hokje openzette, omdat ze het zo zielig voor de konijnen vond dat ze opgesloten waren. We hebben ze verschillende keren gevangen, maar uiteindelijk had eentje de smaak te pakken. Een posteractie ten spijt, het konijn bleef zoek. Het andere konijn leefde nog ruim een jaar en gaf toen ook de geest. Toen Skippy kwam, wist onze jongste inmiddels beter. Het hokje bleef gesloten.

Vanmorgen is ze verdrietig. Met veel gevoel voor ceremonieel zoekt  ze muziek uit voor de begrafenis. Ze kiest voor He's got the whole world in his hands in de vertolking van Nina Simone. Nina zingt het slepend, geheel passend bij de gelegenheid. Nadat ze zichzelf herpakt heeft, gaat ze aan de slag met een grafsteen. Geen half werk. Een groot blok gasbeton wordt uit de schuur gehaald en daar kerft ze in SKIPPY HET ALLERLIEFSTE KONIJN, 11 jaar. Ze tekent er nog een hartbloemetje bij, als teken dat hij "altijd in haar hart zal zijn". Het geheel wordt ingekleurd met verf. De zuil wordt vervolgens nog voorzien van een wolkenmotief. Onze zoon graaft ondertussen een graf in de tuin. Ik leg hem in een mooie doos en dan zijn we klaar voor de begrafenis. Toch moeten we nog even wachten op onze oudste. Zij doet samen met een klasgenoot een wiskunde-opdracht en is er dus niet. En ze wil er wel graag bij zijn.
Dan is het zover. Het keukenraam gaat open en Nina schalt "He's got the whole world in his hand". Onze zoon moppert, omdat er wat hem betreft geen muziek bij hoeft. Het konijn wordt in het graf gelegd en liefdevol toegedekt met de zelfgemaakte grafsteen. We zijn op verzoek van onze jongste een paar minuten stil, er worden nog wat woorden gesproken. Rondom het graf worden nog gipsen vogels en een egel gezet en het grafmonument is klaar. Dag Skippy.

zondag 29 juli 2007

Konijn op zijn plek


Bijschrift toevoegen
Ons konijn is weer terug. Als wij met vakantie gaan, logeert het konijn bij mijn ouders. Vandaag hebben we hem weer opgehaald. Hij zit weer in zijn hokje alsof hij nooit is weggeweest. Liefst buiten, ook als het regent zoals nu. Hij heeft daardoor akelige klitten op zijn rug, die we nu hij toch vervoerd moest worden ook maar even uit zijn vacht gekamd hebben.

Ruim vier jaar geleden kwam het konijn bij ons aanlopen. We dachten dat het -gezien zijn leeftijd- geen lange periode van verzorging zou zijn. Maar hij houdt het maar vol. Fijn vindt hij het niet om opgepakt te worden. Dus dat voorkomen we maar zoveel mogelijk. Eens per jaar moet hij uit zijn hokje en dat is als we met vakantie gaan. Anders komt 'ie als we gaan voeren vanzelf naar het deurtje, maar als het moet geeft dat altijd enorme problemen. Hij zoekt het uiterste plekje in de ren en blijft dan zitten waar hij zit. Bij het zien van de doos waarin we hem vervoeren is iedere kans op vrijwillige medewerking verkeken. Dat is zo als we hem brengen en ook weer als we hem gaan halen.

Tijdens de vakantie hebben de kinderen de acht konijnen van de campinghoudster op Sjaelland verzorgd. Beklagenswaardige konijnen vonden ze het: ze zaten in kleine hokjes en kregen maar een handje vol geperst gras. Ons konijn blieft dat niet. Die keert zijn bakje om als er teveel geperst gras in het voer zit. Zijn voorkeur gaat -ondanks zijn enorme omvang- uit naar dwergkonijnenvoer, maar dan niet in dwergkonijnenporties. En hij eet graag vers gras, een wortel, wat slabladen of een appelschilletje. Opa verwent hem met verse wortels, kool en bietenloof uit de tuin. Toch is hij volgens de kinderen blij dat hij weer thuis is.

Wij in ieder geval wel.