![]() |
| Ook in 2019 |
Posts tonen met het label gezin. Alle posts tonen
Posts tonen met het label gezin. Alle posts tonen
vrijdag 22 februari 2019
Clean as you go of RAKO
zondag 11 maart 2018
Nachtbraken
Midden in de nacht gaat mijn mobiele telefoon. Ik ben direct paraat. Het is de oudste. Ze is met haar auto onderweg vanuit Maastricht via Zwolle en is bij Assen gestrand. Haar uitlaat sleept over de grond. "Wat moet ik nu doen?", vraagt ze. Ik geef E. een elleboogje. Die kreunt: "ANWB bellen".
Advies: ANWB
Ik informeer ook nog even bij onze zoon, van wie de auto eerst was. Die wordt met moeite wakker. Doorgaans doe ik direct het licht aan, maar dat laat ik in een vlaag van meegevoel achterwege. Een dergelijke subtiliteit is hij niet van mij gewend. Hij is dan ook in verwarring. "Wie praat daar?" vraagt hij. Eenmaal wakker adviseert hij ook om de ANWB te bellen. De uitlaat is volgens hem na zoveel kilometers te heet om 'm op te binden. "Oké, dan doe ik dat", klinkt onze oudste opgewekt. Ze is nog klaarwakker en ik inmiddels natuurlijk ook. Ik besluit dan ook om haar op te wachten. Als ze thuiskomt praten we nog even en zo werd het nog een hele late nacht.Wat scheelt het?
Vanmorgen evalueren we de situatie met het hele gezin. De ANWB kwam, zag en overwon. "Het was zo gefikst", zegt de oudste. "De man van de ANWB heeft er een pijpje tussen gezet. Eerst had 'íe de verkeerde maat. Ik bood hem nog wel mijn centimeterband aan, maar dat hoefde niet. Hij heeft ook nog zijn vinger gesneden aan het pijpje. Ik bood hem ook nog een pleister aan, maar dat hoefde dus ook niet." aldus de oudste die altijd op alles is voorbereid - behalve dan op een slepende uitlaat. "Misschien kun je zelf bij de ANWB gaan werken", aldus onze zoon. Onze oudste is veel en graag op pad, liefst bij nacht en ontij. Dus wat dat betreft zou het passen. "Dan ga je er met je pleisters en je centimeterband op af. En als er dan iets ingewikkelders moet gebeuren, dan zeg je gewoon: Oh ik haal er even een collega bij." "Nou olie verversen zou ik ook nog kunnen", zegt de oudste. Dus ja wat scheelt het?zaterdag 3 maart 2018
Dat doet de deur dicht
Verschil in karakter uit zich op heel veel manieren. Bij ons in huis kun je het aflezen aan de manier waarop we de deur opendoen. Dit weekend is de oudste ook thuis, dus we zijn hier in huis in volle bezetting. Ik ben als eerste paraat. Als een echt gewoontedier was ik rond een uur of zes wakker. Soms lukt het me nog wel eens om in te slapen, maar vanmorgen sta ik op. Zo zit ik voor dag en dauw met een boek op de bank.
Geruisloos
Rond een uur of acht hoor ik een gerommel en gestommel en komt de volgende naar beneden. Er is geen twijfel mogelijk: het is onze zoon. Hij stampt de trap af en opent de deur met een ferme zwaai. Een half uur later meen ik iets te horen. "Volgens mij komt er iemand naar beneden", zeg ik tegen onze zoon. Even later gaat de deur geruisloos en tergend langzaam open. Het is onze oudste, maar het had ook E. kunnen zijn. Om kwart voor negen herhaalt dit ritueel zich: een vermoeden van beweging en het fluisterzacht en behoedzaam openen van de deur. E. dient zich aan. De jongste is de laatste. Ik ben er niet als zij opstaat deze zaterdagmorgen, maar ik weet hoe het gaat. Zij komt iets minder geruisloos de trap af, maar opent de deur net als E. en haar zus.Kramer
"Niet normaal", verzucht ik als de een na de ander de deur zo langzaam opent. Hoe ik de deur open? Volgens E. en de oudste komt het dicht in de buurt van de manier waarop Kramer dat in de comedy Seinfeld doet. Nogal abrupt inderdaad. Helemaal niet raar.woensdag 18 februari 2015
Wat is DIT?
![]() |
| Boomerang kaart gemaakt door Mark |
Onze zoon is meestal de eerste die aanvalt op de maaltijd. Ik schets het verloop van de maaltijd met de bijbehorende dialogen en commentaren hierna.
"Wat is DIT?"(De eerste hap pasta met arrabiata toucheert de smaakpapillen van onze zoon.)
"Het is pasta arrabiata", zeg ik.
"Wat is die rommel ja heet" (Na een hap heeft de pasta al geen schijn van kans meer. Hij gaat enkel nog door om zijn vader niet voor het hoofd te stoten. Die heeft tenslotte de moeite genomen om te koken)
Het duurt maar even of we zitten allemaal te snuffen aan tafel. E. kan het best tegen heet eten, maar ook hij vindt het wel erg heet. Nog even later zijn onze monden gevoelloos. Het tintelt eerst een beetje aan de randen en langzaamaan breidt zich dat uit naar de hele mondholte. Die van onze zoon tintelt het eerst. Hij is tenslotte ook als eerste begonnen met eten.
"*&^@##@@!!!# jong!"(Hij drukt zich het best uit in krachttermen.Om de ernst van de zaak te onderstrepen verheft hij zijn toch al luide stem. )
"Je zou zo naar Hans kunnen gaan." (Hans is onze tandarts.)
"Die zou je hele gebit er van voor naar achter uit kunnen rooien zonder verdoving." (Uit deze opmerking wordt duidelijk dat zijn favoriete stijlfiguur de overdrijving is. Dat blijkt dominant over te erven. En ja, ik beken direct schuld.)
(Uit het gebruik van het woord rooien spreekt bovendien zijn diepe voorliefde voor de akkerbouw.)
E. en ik eten naar behoren van de pasta, maar onze kinderen gooien de handdoek al snel in de ring. De jongste haalt het tosti-apparaat tevoorschijn en zo worden de magen dan toch nog gevuld. Terwijl de jongste de tosti's bakt, komt onze zoon met de uitsmijter. Hij richt het woord tot mij.
"Weet je wat jij eens moet doen?"
"Je moet eens even aan je zus vragen hoe zij macaroni maakt".
(We snappen het: die kookt tenminste normaal).
woensdag 21 januari 2015
Aanrechtcommunicatie
Eergisteravond gingen E. en ik naar de bioscoop. Ons nog thuiswonende kroost bleef samen thuis achter. Bij onze terugkeer uit de bioscoop lagen ze allebei al in bed. Op het aanrecht zaten twee briefjes geplakt. Het eerste briefje is van de jongste. Ze schrijft precies zoals ze is: vriendelijk, aanhankelijk en belangstellend. Ik heb er even een foto van gemaakt.
Voor degenen die het niet goed kunnen lezen zal ik het even transcriberen:
Lieve pap en mam,
Ten eerste: morgen is mijn dag zoals normaal (valt nix uit)
Ten tweede: hoe was de film? Zoals gehoopt? Ik hoor graag verslag.
Ten derde: Welterusten
xxx
Het briefje ernaast is van onze zoon. Het is een reactie op het briefje van zijn zusje. Ook hij schrijft precies zoals hij is: nuchter en kort voor de kop. Hij gebruikt graag krachttermen om zijn punt te maken.
En opnieuw een transcriptie:
1. <---------------------
2. Dit is toch godverdomme niet gewoon.
3. Moi
Wat zijn kinderen toch een bron van vreugde.
woensdag 8 januari 2014
Het knooppunt van ons gezin
Hij komt binnen en is direct vol in de lucht. Onze zoon is veel op pad, maar als hij aanwezig is, dan is hij ook echt aanwezig. Hij weet een ruimte te vullen en dat is niet alleen omdat hij 2 meter lang is. Hij zingt bij voorkeur uit volle borst of fluit een snerpend fluitconcert. Er wordt veel en hard gelachen en gepraat. Zijn telefoongesprekken worden op dusdanig hoge toon gevoerd, dat het apparaat schier overbodig is: met zijn stemgeluid kan hij kilometers overbruggen. Radiozenders lijken als vanzelf te verspringen als hij de ruimte betreedt. Hij start te kust en te keur een discussie, ongeacht de concentratie waarmee de andere huisgenoten zich op iets richten.
Zelf heeft hij een goede verklaring voor zijn gedrag. "Dat komt omdat ik het knooppunt van dit gezin ben", zegt hij. "Alles loopt via mij". Een argeloze lezer zou kunnen denken dat ons gezin dus stuurloos is bij zijn afwezigheid. Dat is gelukkig niet het geval. Wat hij eigenlijk bedoelt is dat hij zich werkelijk overal tegenaan bemoeit, gevraagd, maar meestal -en bij voorkeur- ongevraagd. Van jongs af aan is hij altijd bij opstootjes in het gezin betrokken. Hij zal geen gesprek aan zich voorbij laten gaan. Nu pas begrijp ik dat dat een logisch gevolg is van het knooppunt-zijn.
Van het zogenaamde middelste kind-syndroom heeft hij geen last. Middelste kinderen zouden namelijk minder aandacht krijgen dan de jongste en de oudste en sommige middelste kinderen zijn daarover zo gefrustreerd dat ze zelf niet voor drie kinderen kiezen. En dat is toch echt jammer, want het kan dus ook heel anders: ons middelste kind heeft nooit gewacht tot hij aandacht kreeg. Hij kwam, zag, nam en overwon. In ons geval heeft het dus heel goed uitgepakt. Ik kan het in ieder geval aanbevelen. Zo'n knooppunt wens ik iedereen toe.
Zelf heeft hij een goede verklaring voor zijn gedrag. "Dat komt omdat ik het knooppunt van dit gezin ben", zegt hij. "Alles loopt via mij". Een argeloze lezer zou kunnen denken dat ons gezin dus stuurloos is bij zijn afwezigheid. Dat is gelukkig niet het geval. Wat hij eigenlijk bedoelt is dat hij zich werkelijk overal tegenaan bemoeit, gevraagd, maar meestal -en bij voorkeur- ongevraagd. Van jongs af aan is hij altijd bij opstootjes in het gezin betrokken. Hij zal geen gesprek aan zich voorbij laten gaan. Nu pas begrijp ik dat dat een logisch gevolg is van het knooppunt-zijn.
Van het zogenaamde middelste kind-syndroom heeft hij geen last. Middelste kinderen zouden namelijk minder aandacht krijgen dan de jongste en de oudste en sommige middelste kinderen zijn daarover zo gefrustreerd dat ze zelf niet voor drie kinderen kiezen. En dat is toch echt jammer, want het kan dus ook heel anders: ons middelste kind heeft nooit gewacht tot hij aandacht kreeg. Hij kwam, zag, nam en overwon. In ons geval heeft het dus heel goed uitgepakt. Ik kan het in ieder geval aanbevelen. Zo'n knooppunt wens ik iedereen toe.
dinsdag 24 september 2013
Crisisbakken
"We komen weer niet uit", zegt E. vanmorgen. Hij staat met het laatste restje brood in de hand. Twee maal in de week halen we een vaste bestelling bij de bakker. Een deel gaat op voor direct gebruik, de rest gaat in de vriezer, zodat het vers blijft. Onze bestelling is al sinds jaar en dag gelijk. Toen de oudste uit huis ging moesten we het een klein beetje naar beneden bijstellen, maar sindsdien is het weer constant. Er zit niet veel variatie in onze gezinsconsumptie. Het gebeurt wel eens dat we niet genoeg hebben. Dan halen we gewoon bij. Maar nu lijkt er een lijn in te zitten. Al weken achtereen moeten we een dag eerder brood halen. Aangezien we niet meer eten is daar maar een verklaring voor: de broodjes zijn kleiner. "Volgens mij zijn ze kleiner", zeg ik tegen E. "Ik heb er laatst al iets over gezegd, maar ze zeiden dat het allemaal hetzelfde gewicht is. De ene keer pakt het gewoon net iets groter uit dan de andere keer." Maar nu zijn het wel heel veel keren op een rij. Dat kan geen toeval zijn. De bakker bakt het broodje vast net iets kleiner om de crisis door te komen: het is crisisbakken.
zondag 20 januari 2013
Het-geboren-voor-de-kunst-zaakje
De jongste kocht gisteren een mooie doos Rembrandt pastelkrijtjes. Als we thuis zijn gaat ze enthousiast aan de slag. Het resultaat mag er zijn, dat vindt ze zelf ook. Ze plaatst 'm op Tumblr en ik mag 'm van haar op mijn blog plaatsen. Ze laat het vol trots zien. "Laten we 'm inlijsten", zeg ik. Maar voordat we dat kunnen doen moet de tekening gefixeerd worden.
"Heb je fixeer meegenomen?", vraagt E. haar. "Oh nee, vergeten", zegt ze. "We hadden wel fixeer", zeg ik. "Ja, en vernis", zegt de jongste. Voor de brand hadden we inderdaad een goed gesorteerde voorraad kunstbenodigdheden. "Wat is vermis?", zegt onze zoon. "Oh, jij hebt ook wel een zeer laag niveau dat je niet weet wat vernis is.", zegt de jongste. Dat laat onze zoon zich natuurlijk niet zeggen. "Okee, dan zal ik jou nog even een vraag stellen als ik een laag niveau heb.", zegt hij. "Wat is de spanningsrelaxatie in een kunststof?" "Ik bedoel gewoon dat jij een laag niveau hebt op het gebied van de kunst.", zegt de jongste. Ooit vertelde ze haar wiskundeleraar dat zij is geboren voor de kunst. "Maar ik ben dan ook niet geboren voor de kunst", zegt onze zoon. "Nee, jij bent geboren voor de techniek", zegt ze.
Zelf ben ik aan het schetsen in een dagboekje. "Wil jij niet weer een boekje waar je in kunt schetsen?", zeg ik tegen de jongste. "Ja, ik had zo'n boekje van papa gekregen", zegt ze. "Die hadden we gekocht in zo'n speciaal kunstzaakje." Die opmerking is voor onze zoon reden om nog even verder te gaan op het geboren-voor-de-kunst-verhaal. "Ja, daar kom ik niet in natuurlijk", zegt onze zoon. "Daar komen alleen mensen in die geboren zijn voor de kunst. Dan staan ze bij de deur en dan zeggen ze: hier mag je alleen binnenkomen als je weet wat vermis is. Dus kom ik niet binnen in het geboren-voor-de-kunst-zaakje. Tenzij papa natuurlijk zegt: Hai heurt bie mie." "Ja niet iedereen kan zo'n gave hebben", zegt de jongste.
Daarmee is het gesprek eerst afgelopen. Ik zeg eerst, want de ervaring leert dat dit nog niet het laatste is wat erover gezegd is. Sterker nog: ik voorspel dat vernis, laag niveau en geboren voor de kunst in de komende weken in de top 100 van veelgebruikte woorden of woordcombinaties hier in huis zullen belanden.
"Heb je fixeer meegenomen?", vraagt E. haar. "Oh nee, vergeten", zegt ze. "We hadden wel fixeer", zeg ik. "Ja, en vernis", zegt de jongste. Voor de brand hadden we inderdaad een goed gesorteerde voorraad kunstbenodigdheden. "Wat is vermis?", zegt onze zoon. "Oh, jij hebt ook wel een zeer laag niveau dat je niet weet wat vernis is.", zegt de jongste. Dat laat onze zoon zich natuurlijk niet zeggen. "Okee, dan zal ik jou nog even een vraag stellen als ik een laag niveau heb.", zegt hij. "Wat is de spanningsrelaxatie in een kunststof?" "Ik bedoel gewoon dat jij een laag niveau hebt op het gebied van de kunst.", zegt de jongste. Ooit vertelde ze haar wiskundeleraar dat zij is geboren voor de kunst. "Maar ik ben dan ook niet geboren voor de kunst", zegt onze zoon. "Nee, jij bent geboren voor de techniek", zegt ze.
Daarmee is het gesprek eerst afgelopen. Ik zeg eerst, want de ervaring leert dat dit nog niet het laatste is wat erover gezegd is. Sterker nog: ik voorspel dat vernis, laag niveau en geboren voor de kunst in de komende weken in de top 100 van veelgebruikte woorden of woordcombinaties hier in huis zullen belanden.
zaterdag 19 januari 2013
Zijn jullie een tweeling?
"Broers en
zussen zijn het merg van je bot", zeggen Surinamers. "Het is de langstlevende relatie die je hebt", aldus familietherapeute Else-Marie van den Eerenbeemt. "Samen met hen vorm je als kind het laboratorium van het leven." Ik doe deze inzichten op in een Flow die ik gisteren meenam uit de bibliotheek. Ik heb zelf twee zusjes, allebei jonger dan ik. Veel mensen zien wel dat we zussen zijn. Van mijn jongste zusje kan ik me nog herinneren dat ze geboren werd. Dat herinner ik me, omdat mijn middelste zusje stampij maakte: ze wilde erbij zijn. Mijn jongste zus is zes jaar jonger dan ik. Dat is best veel. Mijn middelste zus en ik schelen twee jaar. Wij deden alles samen. Soms denken mensen dat we een tweeling zijn. Deze week gebeurde dat nog.
"Zijn jullie een tweeling?" De vraag komt als we naast elkaar voor de kluisjes in het zwembad staan. De vraag wordt gesteld door iemand van onze aquarobicles.
Heel vroeger leken we niets op elkaar, mijn zusje en ik. Op de lagere school hoorde ik nooit dat we veel op elkaar leken. En dat was ook niet zo. Wel waren we twee handen op één buik. We vulden (en vullen) elkaar naadloos aan. Ook al hadden we ieder een bed, we sliepen veel liever samen in één bed. We speelden veel samen: poppenkast bijvoorbeeld. Ik moest spelen, zij was van de organisatie. Juist omdat we zo verschillend waren, werkte het goed. Zij pushte mij, ik durfde samen met haar veel meer dan alleen. Zij kon haar organisatietalent op mij uitproberen en durfde dingen omdat ik haar niet zou laten zitten.
Het tweelingding begon op en net na de middelbare school. Ik kwam eens uit de stad en zij stapte even later in Appingedam bij dezelfde buschauffeur in de bus. "Ik heb net al net zo ain in Ten Boer òfzet", zei de buschauffeur tegen mijn zusje. En vanaf dat moment gebeurt het regelmatig dat mensen mij voor haar aanzien of haar voor mij. Als ik gegroet word door mensen die ik niet ken, dan groet ik extra vriendelijk terug, omdat ik er rekening mee hou dat ze denken dat ik haar ben. Een meisje dat me vriendelijke groet: "Hoi, ik zag je nog in de manege vanmiddag!" Mij niet dus. Of een vrouw die ik eigenlijk niet ken, maar die een heel verhaal tegen me houdt. Tot ik in de gaten krijg dat ze denkt dat ik mijn zusje ben. Ze blijkt de vrouw van een jager te zijn die mijn zusje kent.
"Nee", zeggen we, "we zijn geen tweeling, wel zussen". Geen twijfel mogelijk. "De volgende keer zeggen we gewoon ja", zeg ik later tegen mijn zusje. We hebben dan wel niet samen bij mijn moeder in de baarmoeder gezeten, maar we hebben daarna altijd heel dicht op elkaar geleefd.
"Zijn jullie een tweeling?" De vraag komt als we naast elkaar voor de kluisjes in het zwembad staan. De vraag wordt gesteld door iemand van onze aquarobicles.
Heel vroeger leken we niets op elkaar, mijn zusje en ik. Op de lagere school hoorde ik nooit dat we veel op elkaar leken. En dat was ook niet zo. Wel waren we twee handen op één buik. We vulden (en vullen) elkaar naadloos aan. Ook al hadden we ieder een bed, we sliepen veel liever samen in één bed. We speelden veel samen: poppenkast bijvoorbeeld. Ik moest spelen, zij was van de organisatie. Juist omdat we zo verschillend waren, werkte het goed. Zij pushte mij, ik durfde samen met haar veel meer dan alleen. Zij kon haar organisatietalent op mij uitproberen en durfde dingen omdat ik haar niet zou laten zitten.
"Nee", zeggen we, "we zijn geen tweeling, wel zussen". Geen twijfel mogelijk. "De volgende keer zeggen we gewoon ja", zeg ik later tegen mijn zusje. We hebben dan wel niet samen bij mijn moeder in de baarmoeder gezeten, maar we hebben daarna altijd heel dicht op elkaar geleefd.
zaterdag 29 december 2012
Drie banken en twee statafels
Zo af en toe bespreken we de inrichting van ons nieuwe huis. "We moeten maar een extra bank nemen", zeg ik tegen E. Nu alle kinderen thuis zijn, komen we zitplaatsen - of eigenlijk ligplaatsen- tekort. Iedereen wil namelijk op de bank liggen. Onze zoon is graag op pad, maar als hij thuis is, dan eist hij een bank op. Omdat hij ruim twee meter lang is, blijft er op die bank dan heel weinig ruimte over. En dat is ook precies de bedoeling: hij wil die bank voor zichzelf. De stoelen die we van mijn zus kregen, bezorgen hem namelijk een 'houten ari'. "Ja, we hebben drie banken en twee statafels nodig", zegt hij. Hij licht het even toe: een bank voor hem natuurlijk en eentje voor E. en eentje voor mij. En die twee statafels zijn natuurlijk voor zijn zussen. Dikke pret.
zondag 7 oktober 2012
Lekker jeuzelen is er niet bij
De zondag is toch een prima dag om vreemd te moede te zijn. Het is mijn minst favoriete dag van de week. Vrijdag, dat is pas een topdag: het begin van het weekend. Twee vrije dagen voor de boeg. Heerlijk. Maar goed, hij komt iedere keer weer, die zondag.
Vandaag overvalt het me ineens dat de kinderen zo snel groot zijn geworden. Over het algemeen vind ik dat meer dan prima. Het betekent immers ook dat ik meer tijd voor mezelf heb en dat E. en ik meer tijd voor ons samen hebben. Maar goed, vandaag weegt vooral wat voorbij is. Aan het eind van de middag vertrekt de oudste naar Enschede. Onze zoon torent hoog boven me uit en zelfs de jongste is al net zo groot als ik ben. Voor mij dus geen eindeloze knuffelpartijen meer met lekker ruikende kinderen die niets liever willen dan hun moeder onder snotteren of kwijlen. Ik zou er gemakkelijk in kunnen zwelgen, maar daar krijg ik hier bar weinig ruimte voor. "We worden oud E.", jeuzel ik. "Nou zijn de kinderen alweer groot en wonen we hier in een vreemd huis." E. doet niet echt lekker mee. "Wat wil jij dan?", zegt hij. "Een graf bestellen? Een plek reserveren in het Sint Jozef?" Er zit niks anders op: ik pak mezelf maar weer bij elkaar. Lekker jeuzelen is er hier toch niet bij.
Vandaag overvalt het me ineens dat de kinderen zo snel groot zijn geworden. Over het algemeen vind ik dat meer dan prima. Het betekent immers ook dat ik meer tijd voor mezelf heb en dat E. en ik meer tijd voor ons samen hebben. Maar goed, vandaag weegt vooral wat voorbij is. Aan het eind van de middag vertrekt de oudste naar Enschede. Onze zoon torent hoog boven me uit en zelfs de jongste is al net zo groot als ik ben. Voor mij dus geen eindeloze knuffelpartijen meer met lekker ruikende kinderen die niets liever willen dan hun moeder onder snotteren of kwijlen. Ik zou er gemakkelijk in kunnen zwelgen, maar daar krijg ik hier bar weinig ruimte voor. "We worden oud E.", jeuzel ik. "Nou zijn de kinderen alweer groot en wonen we hier in een vreemd huis." E. doet niet echt lekker mee. "Wat wil jij dan?", zegt hij. "Een graf bestellen? Een plek reserveren in het Sint Jozef?" Er zit niks anders op: ik pak mezelf maar weer bij elkaar. Lekker jeuzelen is er hier toch niet bij.
donderdag 9 augustus 2012
In overtreding
Gisteren maakten de jongste en ik een grote pijl op de muur van 112 reflectoren. We waren er erg tevreden over: de grote pijl wijst je als het ware de weg naar boven. Het leek me zelfs heel geschikt om zo'n pijl op iedere hoek naar boven te plaatsen. Maar het heeft ook een ongewenst effect blijkt nu. Vanavond komt de jongste naar beneden. "Ik heb steeds het gevoel dat ik in overtreding ben als ik naar beneden ga.", zegt ze. Overtreding of niet, het heeft haar er niet van weerhouden om naar beneden te komen. Bewegwijzering met grote pijlen naar beneden lijkt me dan ook niet nodig.
donderdag 19 juli 2012
En we noemen hem Törf!
Hij is altijd wars geweest van subtiele en minder subtiele hints van mijn kant om ons gezin uit te breiden met een hond. Na de brand zag ik mijn kans schoon: een hondje voor de troost, dat was toch wel het minste. De kinderen en ik zagen het al helemaal voor ons: we zouden 'm Törf gaan noemen indachtig de geschiedenis van mijn voorouders (turfschippers) en de streek waarin we wonen. En hoe zou E. na dag in dag uit te zijn omringd door Ylva, de liefste hond die je je maar kunt voorstellen, niet om kunnen zijn? Maar E. is E. gebleven, dus geen hond.
| Törf onder onze provisorische kapstok |
zondag 27 mei 2012
De inventaris van ons leven
Gisteren is ons iets verschrikkelijks overkomen: ons huis is afgebrand. Dat is te verschrikkelijk voor woorden, maar gelukkig niet het allerverschrikkelijkst, want wij zijn er allemaal nog. E. heeft zijn voetzolen tweedegraads verbrand. Daarvoor moeten we nog dagelijks naar het ziekenhuis, maar verder zijn we in orde. Spullen hebben we helemaal niet meer. Niet alleen geen huisraad meer, maar ook geen kleding, geen identiteitsbewijzen, geen telefoons, geen pasjes. Dus je hebt geen idee van tijd, geen cent te makken en geen mogelijkheden tot contact met anderen. Dat slaat de grond behoorlijk onder je voeten weg. Gisteren overheerste de opluchting dat we het er met zijn allen levend vanaf hadden gebracht.
En nu?
Vandaag zijn we er alweer aan gewend dat we het er levend vanaf hebben gebracht. We zitten comfortabel bij mijn zus, die het prima voor ons heeft georganiseerd. Nu worden we in beslag genomen door de vraag: en nu? Ook zijn we bezig met het opmaken van de inventaris van ons leven. Om de vijf minuten rijst het besef: dat hebben we nu ook niet meer. Spullen met emotionele waarde: die leuke boekjes die ik schreef over onze vakantie, de geboorteverhalen van onze kinderen, al E's schetsboeken, de eerste leesboekjes die ik voor onze kinderen schreef. En heel veel foto's. Gelukkig lagen onze belangrijkste fotoalbums voor het grijpen. De baby-albums heb ik dus nog mee kunnen nemen. Maar veel meer niet.
Opnieuw beginnen
Daar stonden we op straat: in badjas en pyjama met niets om onze voeten te kijken naar het afbranden van ons eigen huis. Machtelozer kun je je niet voelen. We stonden er niet alleen, want zo'n grote brand met veel materieel erbij, trekt veel kijkers. Het water moest -om voldoende druk te kunnen maken- uit het Winschoterdiep komen. Al dat water heeft ervoor gezorgd dat de panden naast ons huis niet zijn afgebrand. Gelukkig maar. Ons huis was niet meer te redden. Het was een fijn huis dat we met veel liefde en moeite naar onze smaak hebben ingericht en verbouwd. Nu moeten we opnieuw beginnen. Dat is iets waarvoor we nooit zouden hebben gekozen, maar een keuze hebben we niet. We zullen vooruit moeten.
En dat gaan we ook doen. We pakken onszelf bij elkaar en pakken zo snel mogelijk onze routines weer op. Dus blog ik weer.
Er zijn verschillende filmopnamen gemaakt: http://www.112hoogezand.nl/index.php?subaction=showfull&id=1338015832&archive=&start_from=&ucat=12&
En dat gaan we ook doen. We pakken onszelf bij elkaar en pakken zo snel mogelijk onze routines weer op. Dus blog ik weer.
Er zijn verschillende filmopnamen gemaakt: http://www.112hoogezand.nl/index.php?subaction=showfull&id=1338015832&archive=&start_from=&ucat=12&
woensdag 16 mei 2012
Tunewiki voor de lieve vrede
Ik zing graag mee. En zelf denk ik vaak dat dat aardig gaat, maar het schijnt tegen te vallen als ik mijn gezin moet geloven. Toegegeven: ik ben niet echt tekstvast. Maar gelukkig is daar tegenwoordig een perfecte oplossing voor: tunewiki! Gewoon het liedje opzoeken op Spotify en dan tunewiki aanzetten: dan krijg je zo de karaokeversie. Ideaal!
Een voorbeeld. Vanmiddag luister ik naar het liedje You and me van Joan Franka. Heel aanstekelijk vind ik. Niet zo verwonderlijk dat ik dat vind, want ik ben nou eenmaal erg gevoelig voor een hoge pitch. Dus als Joan een toontje hoger gaat zingen, dan ben ik verkocht. Ik heb het liedje vanmorgen op de radio gehoord en het zit de hele dag al in mijn hoofd. Vanmiddag zoek ik het liedje op youtube op. Ik zing -onderuitgezakt op de bank- mee. De jongste zit achter aan de tafel schoolwerk te doen. Plop - daar komt een chatbericht binnen. "Mam zingen is niet je sterkste punt weet je?" Ik laat het er even bij. Dit heb ik al eerder gehoord. Plop - nog een bericht: "Ik weet dat je me negeert!" Tijd voor een bijdehante opmerking van mijn kant: "Daarom moet ik ook veel oefenen!" Zij: "Ja ok maar doe dat met lyrics!!! Dan weet je de tekst die je moet zingen anders zit je er de hele tijd tussendoor te neuriën." Ik: "Ik heb het al opgezocht op spotify. Tunewiki erbij, komt helemaal goed!" Zij: "Nice, thanks!" Zo bewaren we hier de lieve vrede!
Labels:
gezin,
Joan Franka,
muziek,
songfestival,
spotify,
tunewiki,
You and me,
zingen
woensdag 18 april 2012
Ontspannen ongeorganiseerd
Onze jongste wordt regelmatig verrast. Dat komt omdat ze niet erg georganiseerd is. Ze heeft een agenda, maar die is voornamelijk decoratief. Echt belangrijke boodschappen worden er niet in opgetekend. Gelukkig krijgen we toch nog het een en ander mee via het huiswerkportaal. Vanmiddag belt ze me. Ik ben bij wijze van uitzondering op woensdag aan het werk. "Hoi mam, ik ga uit eten in Duitsland", jubelt ze door de telefoon. Ze doet tweetalig onderwijs Duits en is bij de beste drie van de klas. Bij wijze van traktatie gaan ze met de verantwoordelijke leerkrachten over de grens eten.
"Had ik je dat niet verteld?", zegt ze. Nee, dat had ze me niet verteld. Ze had me wel verteld dat ze hun proefwerken moesten laten zien om te kijken of ze goed presteerden. Maar dat heeft ze vervolgens niet gedaan. De docent was echter niet voor een gat te vangen en haalde haar cijfers uit het huiswerkportaal. "En kunnen jullie ons ophalen uit Weener vanavond?", vraagt ze. Ik zeg dat het vast wel kan. Als ik thuis ben is ze al vertrokken.
Haar ongeorganiseerdheid vraagt veel van ons improvisatievermogen. Gelukkig zijn we flexibel. Dat is een voorwaarde als je met zijn vijven - nu eigenlijk met zijn vieren- in een huis woont. We zijn allemaal anders. Onze zoon en ik zijn graag op tijd en goed voorbereid: we lijken daarin veel op elkaar. Ik zou ons geen planners willen noemen, daarvoor houden we teveel van ruimte. E. en onze oudste zijn losser: ze zijn wel op tijd, maar niet -zoals onze zoon en ik- bij voorkeur te vroeg. In het voorbereiden van zaken zijn ze net iets relaxter, in mijn ogen soms te relaxed. Bij onze jongste heeft relaxedheid plaatsgemaakt voor ongeorganiseerdheid. Die ongeorganiseerdheid hanteert ze zeer ontspannen. Ze lijkt er altijd vanuit te gaan dat het wel los zal lopen. En dankzij onze flexibliteit is dat ook zo.
Om kwart over zeven belt ze: of we haar om kwart over acht willen komen halen. Mooi op tijd! Dat is haar duidelijk ingefluisterd door haar georganiseerde Duitse leerkracht.
"Had ik je dat niet verteld?", zegt ze. Nee, dat had ze me niet verteld. Ze had me wel verteld dat ze hun proefwerken moesten laten zien om te kijken of ze goed presteerden. Maar dat heeft ze vervolgens niet gedaan. De docent was echter niet voor een gat te vangen en haalde haar cijfers uit het huiswerkportaal. "En kunnen jullie ons ophalen uit Weener vanavond?", vraagt ze. Ik zeg dat het vast wel kan. Als ik thuis ben is ze al vertrokken.
Haar ongeorganiseerdheid vraagt veel van ons improvisatievermogen. Gelukkig zijn we flexibel. Dat is een voorwaarde als je met zijn vijven - nu eigenlijk met zijn vieren- in een huis woont. We zijn allemaal anders. Onze zoon en ik zijn graag op tijd en goed voorbereid: we lijken daarin veel op elkaar. Ik zou ons geen planners willen noemen, daarvoor houden we teveel van ruimte. E. en onze oudste zijn losser: ze zijn wel op tijd, maar niet -zoals onze zoon en ik- bij voorkeur te vroeg. In het voorbereiden van zaken zijn ze net iets relaxter, in mijn ogen soms te relaxed. Bij onze jongste heeft relaxedheid plaatsgemaakt voor ongeorganiseerdheid. Die ongeorganiseerdheid hanteert ze zeer ontspannen. Ze lijkt er altijd vanuit te gaan dat het wel los zal lopen. En dankzij onze flexibliteit is dat ook zo.
Om kwart over zeven belt ze: of we haar om kwart over acht willen komen halen. Mooi op tijd! Dat is haar duidelijk ingefluisterd door haar georganiseerde Duitse leerkracht.
donderdag 29 maart 2012
Een begripvolle vrouw
De woensdag is mijn vrije dag. Zo ook gisteren. Heerlijk is dat, zo'n break in de week. Het is ook een ideale dag voor een klusje. Meestal draai ik mijn hand niet om voor een klusje, maar als het op loodgieterszaken aankomt, doe ik graag een beroep op E. Die is, omdat hij aan huis werkt, bovendien altijd beschikbaar. Dat wil zeggen: hij is aan het werk, maar wel onder handbereik.
Al langere tijd stoor ik me aan een van de wasbakken in onze badkamer. Die stroomt praktisch niet door en dat gaat alleen maar van kwaad tot erger. Hier in huis is een niet goed doorspoelende wasbak bovendien absoluut geen reden om 'm niet te gebruiken, ook niet als de wasbak ernaast een prima afvoer heeft. Ik zal de onsmakelijke gevolgen die dit heeft hier verder niet uit de doeken doen, maar ik kan er wel het volgende over zeggen: wees diep dankbaar voor een goed doorspoelende wasbak. De oorzaak van het euvel kennen we, omdat we de andere wasbak eerder al aanpakten. Er is namelijk zo'n honderduizend meter haar samengeklonterd in een worst die de afvoer precies afsluit, op een heel klein haargaatje na. En door dat minuscule gaatje sijpelt dan nog wat water.
Nadat ik mijn gebruikelijke klusjes heb gedaan, zeg ik tegen E.: "Ik wil ook graag even naar de wasbak kijken." E. is duidelijk: "Nu niet, een andere keer. Ik heb het druk." Ja, ik ben vrij, maar E. natuurlijk niet, realiseer ik me dan. Wel balen natuurlijk, want als ik eenmaal mijn boze oog op een dergelijk euvel heb laten vallen, wil ik het ook zo snel mogelijk verhelpen. Dus ik zeg: "Dat snap ik ook wel. Dit weekend dan maar." Ik ben weer enorm ruimtegevend bezig. Tevreden zeg ik: "Wat ben ik een begripvolle vrouw hè?" "Ik ben me er scherp van bewust dat ik een heel begripvolle vrouw heb", zegt E. op een zeker toontje. Ik ken dat toontje; ben ik zo begripvol bezig, zit hij me ijskoud in de zeik te nemen. Niet mooi.
Al langere tijd stoor ik me aan een van de wasbakken in onze badkamer. Die stroomt praktisch niet door en dat gaat alleen maar van kwaad tot erger. Hier in huis is een niet goed doorspoelende wasbak bovendien absoluut geen reden om 'm niet te gebruiken, ook niet als de wasbak ernaast een prima afvoer heeft. Ik zal de onsmakelijke gevolgen die dit heeft hier verder niet uit de doeken doen, maar ik kan er wel het volgende over zeggen: wees diep dankbaar voor een goed doorspoelende wasbak. De oorzaak van het euvel kennen we, omdat we de andere wasbak eerder al aanpakten. Er is namelijk zo'n honderduizend meter haar samengeklonterd in een worst die de afvoer precies afsluit, op een heel klein haargaatje na. En door dat minuscule gaatje sijpelt dan nog wat water.
Nadat ik mijn gebruikelijke klusjes heb gedaan, zeg ik tegen E.: "Ik wil ook graag even naar de wasbak kijken." E. is duidelijk: "Nu niet, een andere keer. Ik heb het druk." Ja, ik ben vrij, maar E. natuurlijk niet, realiseer ik me dan. Wel balen natuurlijk, want als ik eenmaal mijn boze oog op een dergelijk euvel heb laten vallen, wil ik het ook zo snel mogelijk verhelpen. Dus ik zeg: "Dat snap ik ook wel. Dit weekend dan maar." Ik ben weer enorm ruimtegevend bezig. Tevreden zeg ik: "Wat ben ik een begripvolle vrouw hè?" "Ik ben me er scherp van bewust dat ik een heel begripvolle vrouw heb", zegt E. op een zeker toontje. Ik ken dat toontje; ben ik zo begripvol bezig, zit hij me ijskoud in de zeik te nemen. Niet mooi.
maandag 26 maart 2012
De kunst van het bekvechten
Toen onze kinderen nog klein waren, lazen E. en ik ooit een artikel waarin stond dat ruziemaken kinderen traint in hun sociale vaardigheden. Dat ontlokte E. menigmaal de uitspraak: "Ze leren weer keihard bij." En dat doen ze nog steeds, tot op de dag van vandaag.
Sinds onze oudste op kamers is, is de dynamiek in huis veranderd. Toen ze hier nog 24/7 met z'n drieën rondliepen, gebeurde er altijd wel ergens wat. Nu zijn de jongste twee voor een deel van de week op elkaar aangewezen als het gaat om het bijleren. En dat gebeurt nog volop. De nobele kunst van het bekvechten viert hier hoogtij, afgewisseld met momenten van extreme aanhankelijkheid. Dat is niet veranderd.
Vorige week viel me ineens op dat iets anders wel veranderd is: ze trekken namelijk heel andere teksten uit de kast dan vroeger. Ging het toen nog van: welles - nietes, wel waar - niet waar, ik heb gelijk - het is zo omdat ik het zeg. Tegenwoordig worden er andere teksten gebezigd. Meestal gaat het om niets: om waar het pak met vlokken staat, hoeveel vlokken er gebruikt worden, dat het boterkuipje te dicht bij de een of de ander staat en ga zo maar door. E. en ik voelen ons zelden geroepen om voor dit soort dingen te gaan 'scheidsrechteren'. Vorige week becommentarieert de jongste onze zoon aan tafel. Hij is daar niet van gediend. Zij is niet onder de indruk: "Vrijheid van meningsuiting" dient ze hem van repliek. Maar hij kan er natuurlijk overheen met: "Vetorecht!" Daar heeft ze niet van terug.
Sinds onze oudste op kamers is, is de dynamiek in huis veranderd. Toen ze hier nog 24/7 met z'n drieën rondliepen, gebeurde er altijd wel ergens wat. Nu zijn de jongste twee voor een deel van de week op elkaar aangewezen als het gaat om het bijleren. En dat gebeurt nog volop. De nobele kunst van het bekvechten viert hier hoogtij, afgewisseld met momenten van extreme aanhankelijkheid. Dat is niet veranderd.
Vorige week viel me ineens op dat iets anders wel veranderd is: ze trekken namelijk heel andere teksten uit de kast dan vroeger. Ging het toen nog van: welles - nietes, wel waar - niet waar, ik heb gelijk - het is zo omdat ik het zeg. Tegenwoordig worden er andere teksten gebezigd. Meestal gaat het om niets: om waar het pak met vlokken staat, hoeveel vlokken er gebruikt worden, dat het boterkuipje te dicht bij de een of de ander staat en ga zo maar door. E. en ik voelen ons zelden geroepen om voor dit soort dingen te gaan 'scheidsrechteren'. Vorige week becommentarieert de jongste onze zoon aan tafel. Hij is daar niet van gediend. Zij is niet onder de indruk: "Vrijheid van meningsuiting" dient ze hem van repliek. Maar hij kan er natuurlijk overheen met: "Vetorecht!" Daar heeft ze niet van terug.
woensdag 21 maart 2012
Voorwaar een topprestatie
Voor je het weet is het 's avonds alweer laat. Het lukt me zelden om ruim voor middernacht naar bed te gaan. De jongste gaat een stuk vroeger, maar ook zij probeert de dag altijd nog een beetje te rekken. Gisteren duurde het maar liefst vijftig minuten voor ze klaar was om naar bed te gaan. Waar ze haar tijd dan zoal aan besteedt, is me een raadsel. En dat houdt ze ook graag zo.Vanavond hang ik met mijn moeder aan de telefoon als ze zich gaat omkleden. "Wacht even", zeg ik tegen mijn moeder. Ik roep de jongste na: "Het is nu half negen. Ik let op de tijd!" Het is niet anders: ze gedijt bij een beetje druk. Vier minuten later komt ze met een overwinningsgebaar en vier vingers in de lucht de kamer binnenhuppelen. "Vier minuten", zegt ze. Ik hang nog steeds met mijn moeder aan de telefoon. "Ze komt in een overwinningsroes binnen", zeg ik tegen mijn moeder. "Alsof ze de elfstedentocht heeft gewonnen", zegt onze zoon. En inderdaad, de euforie is te vergelijken met die van Henk Angenent toen hij in 1997 de elfstedentocht won. "Mijn moeder deed altijd alsof ze een olympische medaille verdiende als ze een aspirine had genomen.", vertelt mijn moeder. Blijkbaar zit het hebben van een verwrongen beeld van een topprestatie in de familie.
woensdag 14 maart 2012
Maniakaal
Ik geef het eerlijk toe: soms ben ik behoorlijk maniakaal. Dan voer ik iets net even te ver door, ben ik net iets te gedreven. Gisteren viel het woord hier voor het eerst weer. E. nam het in de mond. Ik kwam van het werk en daar was ik met iets bezig wat ik eigenlijk af wilde maken. Ik zat in een zogenaamde 'flow' en die laat ik dan niet onderbreken door een autoritje, een gezin of wat dan ook.
E. is teruggekomen van een cursus, onze zoon uren later van een Techniekbeurs, maar aan mij is het allemaal zo goed als voorbijgegaan. Ik was namelijk bezig, diep in gedachten: dit nog even, dat nog even en als ik dit nou zo doe, dan kan ik daar... Soms -zoals gisteren- heeft het betrekking op het werk, maar ik kan ook binnenshuis maniakaal aan het veranderen of klussen slaan. Ook dan wordt een energiegevende kettingreactie op gang gebracht.
Vanmorgen ben ik al om vier uur wakker. Ik ben vandaag vrij, dus alle ruimte om de dag naar eigen inzicht in te vullen. Voor vijven sta ik op. Ik ga toch geen oog dicht doen en zo lang duurt een dag ook niet, dus ik kan maar beter opstaan. Om vijf uur draaien zowel de wasmachine als de droger hun volgende lading. Om vijf over vijf sta ik onder de douche, zodat ik fris gewassen aan de nieuwe dag kan beginnen. E. is dan nog niet wakker. Zou dat wel het geval zijn geweest, dan had hij opnieuw het woord maniakaal in de mond genomen. Ik ruim de vaatwasser uit, maak mezelf een kom kwark met notencruesli en lees de krant.
Als E. beneden komt ben ik met een meetlat in de weer. Hij kijkt ronduit angstig. Maniakaliteit rondom het werk kan hij veel beter verdragen dan in en om huis: "Wat moet er nou weer gebeuren?", vraagt hij. Ik mompel wat, ik informeer hem niet te uitvoerig. Daar heb ik geen goede ervaringen mee: hij probeert me dan nog wel eens op andere gedachten te brengen. En daar heb ik helemaal geen zin in. "Heb je de krant van vanmorgen al in de papierbak gegooid?", vraagt E. Ik kijk hem verstoord aan: "Niet bewust". Maar hij lag er dus wel.
Kortom: het gaat lekker zolang het duurt. Maar één ding is zeker: der komt n stoeperd op.
E. is teruggekomen van een cursus, onze zoon uren later van een Techniekbeurs, maar aan mij is het allemaal zo goed als voorbijgegaan. Ik was namelijk bezig, diep in gedachten: dit nog even, dat nog even en als ik dit nou zo doe, dan kan ik daar... Soms -zoals gisteren- heeft het betrekking op het werk, maar ik kan ook binnenshuis maniakaal aan het veranderen of klussen slaan. Ook dan wordt een energiegevende kettingreactie op gang gebracht.
Vanmorgen ben ik al om vier uur wakker. Ik ben vandaag vrij, dus alle ruimte om de dag naar eigen inzicht in te vullen. Voor vijven sta ik op. Ik ga toch geen oog dicht doen en zo lang duurt een dag ook niet, dus ik kan maar beter opstaan. Om vijf uur draaien zowel de wasmachine als de droger hun volgende lading. Om vijf over vijf sta ik onder de douche, zodat ik fris gewassen aan de nieuwe dag kan beginnen. E. is dan nog niet wakker. Zou dat wel het geval zijn geweest, dan had hij opnieuw het woord maniakaal in de mond genomen. Ik ruim de vaatwasser uit, maak mezelf een kom kwark met notencruesli en lees de krant.
Als E. beneden komt ben ik met een meetlat in de weer. Hij kijkt ronduit angstig. Maniakaliteit rondom het werk kan hij veel beter verdragen dan in en om huis: "Wat moet er nou weer gebeuren?", vraagt hij. Ik mompel wat, ik informeer hem niet te uitvoerig. Daar heb ik geen goede ervaringen mee: hij probeert me dan nog wel eens op andere gedachten te brengen. En daar heb ik helemaal geen zin in. "Heb je de krant van vanmorgen al in de papierbak gegooid?", vraagt E. Ik kijk hem verstoord aan: "Niet bewust". Maar hij lag er dus wel.
Kortom: het gaat lekker zolang het duurt. Maar één ding is zeker: der komt n stoeperd op.
Abonneren op:
Posts (Atom)





