Posts tonen met het label hond. Alle posts tonen
Posts tonen met het label hond. Alle posts tonen

woensdag 10 juli 2013

Een hard gelag

Als het allemaal even niet meezit is een hondje voor de troost heel fijn. Dat heb ik aan den lijve mogen ervaren na de brand. De vanzelfsprekende aanwezigheid van een hond helpt je dan echt. Ik had er graag eentje willen hebben, maar E. is faliekant tegen. Dus is het: E. of een hondje. Tot nu toe slaat de balans nog altijd door naar E. Ik moet er maar in berusten. Toen we hier kwamen wonen hebben we Törf aangeschaft. Maar dat is toch niet hetzelfde als een echte hond.

Gelukkig hadden we twee hondjes in de familie om ons te troosten. Maar nu is er nog maar één, want Tom het vrolijk huppelende troosthondje is er niet meer. Dat wat hem zo bijzonder maakte: zijn onbevangenheid, zijn vrolijkheid en vluchtigheid, is hem ook fataal geworden: hij is doodgereden. Dat ziet er heel hard uit zo zwart op wit. En dat is het ook.

zondag 30 september 2012

Dierendag en burenplicht

Ik ben alweer met vooruitwerkende kracht goed bezig geweest voor dierendag. En in het kader van de burenplicht natuurlijk. Even verderop komen namelijk nieuwe mensen wonen. We hadden ze nog niet gesignaleerd, maar vanmiddag belt de nieuwe buurvrouw bij ons aan de deur. Wat blijkt? Samen met haar man, een vriend en hun honden zijn ze hier aan de wandel geweest. En tijdens die wandeling zijn ze met z'n allen door een wespennest gewandeld. Met als gevolg talloze wespensteken voor mens en dier.

De nieuwe buurvrouw heeft zelf ook een flink aantal steken, maar daar is ze niet zo van onder de indruk. Ze is overstuur omdat haar hond apatisch is en niet meer wil gaan staan. Ze hebben zoveel wespen uit zijn vacht geborsteld, dat ze vreest voor het ergste. Ze komen uit het zuiden van het land en hebben dus geen idee waar ze hier een dierenarts kunnen vinden. Ze heeft al bij verschillende huizen aangebeld, maar wij zijn de eersten die de deur opendoen. We nodigen haar uit om binnen te komen en zoeken het adres van de dichtstbijzijnde dierenarts. Die bellen we, maar dan blijkt dat die geen dienst heeft dit weekend. Daarvoor moeten ze naar Zuidlaren. En tja, ze weten natuurlijk ook niet hoe ze in Zuidlaren moeten komen.

Dat weet ik natuurlijk maar al te goed; ik rij er immers dagelijks heen om naar mijn werk te gaan. Onze dochters printen snel uit waar de dierenarts woont en samen met de buurvrouw en haar vriend en twee honden rijd ik naar Zuidlaren. Gelukkig valt het allemaal mee. De hond is alleen enigszins verdoofd door zoveel steken, maar gaat het wel redden. En de nieuwe buurvrouw is weer gerustgesteld.

zondag 12 augustus 2012

Nobody puts Törf in a corner

Na de vakantie zijn we weer verder gegaan met het inrichten en op orde brengen van ons tijdelijke huis. Een van de klusjes die E. opknapte toen ik aan de slag was voor schildersbedrijf De Commune, was het ophangen van de kapstok. Mijn opa en oma kregen 'm voor hun verloving en nou hangt hij hier. Met het ophangen van de kapstok zijn we weer een stapje dichter bij een georganiseerd huis. Met het ophangen van de kapstok was er echter een kleinigheidje mis gegaan. Törf, ons mooie troosthondje, was namelijk verhuisd van een mooie prominente plek in de gang naar het uiterste hoekje vlakbij de wc. Dat kan natuurlijk niet. Of, naar de beroemde Dirty Dancing oneliner: Nobody puts Törf in a corner. ( Of zoals Patrick het zei: Nobody puts Baby in a corner). Dus nu ligt hij weer op zijn plek, prominent onder de kapstok.


donderdag 19 juli 2012

En we noemen hem Törf!

Ooit zette ik onze toen nog prille relatie op het spel door E. een paar hondensloffen te geven. Achteraf bleken het ook nog beren in plaats van honden te zijn. Maar dat mocht de pret (bij mij) niet drukken. Ik heb complete eenakters opgevoerd. Dan zwaaide ik bijvoorbeeld met mijn voeten (met sloffen) op de bank en dan zei ik: "Nee jongens, dat mag niet, dat vindt de baas niet goed - niet op de bank". Meestal zat E. op zo'n moment onverstoorbaar de krant te lezen en zijn uiterste best te doen om mij te negeren. Dat stimuleerde mij natuurlijk alleen maar om er nog een schepje bovenop te doen door bijvoorbeeld mijn voet tegen E. op te werpen onder de begeleidende tekst: "Niet tegen de baas opspringen". Hilarisch vond ik het zelf. E. vond het vooral erg irritant.

Hij is altijd wars geweest van subtiele en minder subtiele hints van mijn kant om ons gezin uit te breiden met een hond. Na de brand zag ik mijn kans schoon: een hondje voor de troost, dat was toch wel het minste. De kinderen en ik zagen het al helemaal voor ons: we zouden 'm Törf gaan noemen indachtig de geschiedenis van mijn voorouders (turfschippers) en de streek waarin we wonen. En hoe zou E. na dag in dag uit te zijn omringd door Ylva, de liefste hond die je je maar kunt voorstellen, niet om kunnen zijn? Maar E. is E. gebleven, dus geen hond. 

Törf onder onze provisorische kapstok
Gisteren liep ik met onze dochters door de kringloopwinkel en daar zie ik 'm. Een massief hondje voor de troost, voor ons het hoogst haalbare. We besluiten het hondje mee te nemen. Hij weegt er flink in. Er zijn massa's levende hondjes die dat gewicht niet halen. Dat vinden ze ook bij de kassa van de kringloop. Als een van de dames de hond uit de mand tilt zegt ze weinig respectvol: "Och het is die hooooond." Voor ons mag dat de pret niet drukken. Wij hebben onze Törf gevonden, net echt.

maandag 11 juni 2012

Een hondje voor de troost

Ieder leed staat op zich, maar toch is leed er in gradaties. Dat je huis afbrandt is erg, maar dat je man overlijdt is erger. Dit weekend overleed een collega met wie ik met ontzettend veel plezier heb samengewerkt. Een man die veel te levendig was om dood te gaan. En toch gebeurde dat -heel onverwachts. Zijn vrouw zou- als ze een keuze zou hebben- ongetwijfeld met mij hebben geruild. Ik heb geen spullen meer, geen huis meer, maar nog wel mijn man en kinderen. En dan kun je een stootje verdragen. Maar die keuze had zij niet, net zomin als ik een keuze had in het al dan niet afbranden van ons huis.

Hoe kun je iemand troosten die iets ergs is overkomen? Wat kun je zeggen? Niet zoveel. Een tijdje geleden gingen boezemvriendin en ik naar de Hormonologen. In de voorstelling werd als laatste remedie 'een hondje voor de troost' aangeraden. En dat een hondje goed is voor de troost, kan ik nu zelf bevestigen. We wonen tijdelijk bij mijn zus en die hebben een hond. En ik ervaar het nu aan den lijve: met een vanzelfsprekende aanhankelijkheid en aanwezigheid gaat er een enorme troost uit van zo'n hond. 

"Misschien moeten we nu ook maar een hondje nemen", zegt de oudste, die dat blijkbaar ook zo ervaart. We bespreken regelmatig even wat we anders gaan doen na deze levensveranderende gebeurtenis. Niet meer klussen, denk ik. Misschien wel tuinieren. Kamperen? Nu in ieder geval eerst niet. Geen cd's meer kopen: alleen nog streaming muziek luisteren. Alle foto's online zetten. Geen boeken meer kopen, alleen nog maar lenen van de bieb. En de vrouwen onder ons zijn dus toe aan een hondje, een hondje voor de troost. "Hij hoeft niet zo groot te zijn als Ylva. Misschien iets groter dan Tom", zegt ze - verwijzend naar de familiehonden. Ylva is een hele lieve Dobermann en Tom is een klein hondje, merk onbekend. Ik ben er meteen voor in. Daar zijn we nu aan toe! Sterker nog: daar heb ik recht op! Ik wil een hondje voor de troost. 's Avonds mailt ze na nader onderzoek: "EEN BEAGLE!!!", met daarbij allemaal links naar Dogbreedworld en een nadere omschrijving op Wikipedia. Maar hoe levensveranderend de gebeurtenissen ook waren, E. is op dit gebied niet veranderd. "Dan toch maar twee huizen zoeken", zegt hij. Voor hem geen hondje voor de troost.

Tom
Ylva

zaterdag 10 maart 2012

Hond in de bieb

Ik sta in de bibliotheek bij het tijdschriftenrek. In de periode dat mijn blog uit de lucht was, is de plaatselijke bibliotheek hier gesloten. De jongste en ik gingen iedere vrijdagavond naar de bieb. Dat was, aldus de jongste, ons 'moeder-dochter-moment'. We keken samen naar boeken en maakten een praatje met de bibliothecaresse, die we natuurlijk allemaal kenden. "Hoe moet dat nou verder met ons moeder-dochter-moment?", was dan ook de brandende vraag na de sluiting. Tegenwoordig gaan we naar de bieb verderop samen met E. Dus nu is het een vader-moeder-dochter-moment. Haar favoriete moeder-dochter-momenten zijn nu shopsessies.

De bieb die we nu bezoeken is veel groter. Dat heeft voordelen, maar ook nadelen. Het voordeel is natuurlijk de veel grotere collectie. Het nadeel is dat je elkaar gemakkelijk uit het oog verliest. De bieb heeft twee verdiepingen, dus we waaieren al snel uiteen naar verschillende hoeken van de bibliotheek. Gelukkig hebben we allemaal een mobiele telefoon, dus we kunnen elkaar altijd bereiken.

Het tijdschriftenaanbod in de grote bibliotheek is ook groter. Ik probeer er een beetje overzicht op te krijgen, als ik word afgeleid door het geblaf van een flinke hond. Ik kijk verstoord rond. "Welke idioot neemt zijn hond nou mee naar de bibliotheek?", vraag ik me af. Ik krijg de hond niet in het vizier. Opnieuw begint de hond te blaffen. "Mag dat eigenlijk wel?", vraag ik me vervolgens af. Ik kijk opnieuw geërgerd rond. Tot ik me opeens realiseer dat het wel van heel dichtbij komt. Sterker nog, het komt uit mijn eigen tas. Het blijkt de ringtone te zijn die de jongste voor zichzelf heeft geprogrammeerd in mijn nieuwe iphone. Ze is klaar, meldt ze, net als haar vader. Ik wandel naar de  doe-het-zelf-scanbalie en daar treffen we elkaar.

zaterdag 17 januari 2009

Licht aan

Mijn moeder groeide op in een gezin waar altijd honden waren. Haar vader kreeg vaak honden waar niets mee te beginnen viel, afgekeurd politiehonden en dergelijke. Die richtte hij dan af. Ik herinner me natuurlijk alleen de laatste hond nog: Trix, een hele lieve hond. Maar aan Trix ging een hele serie honden vooraf. Het waren altijd grote honden: Deense doggen, herders. Als jong meisje is mijn moeder ook wel gebeten door die honden. Nieuwsgierig als ze was naar zo'n nieuwe hond, ging ze dan in de schuur kijken. Medelijden had haar vader niet als ze werd gebeten: ze had beter moeten weten dan een vreemde hond aan te raken.

Een paar huizen verderop bij mijn opa en oma woonden zijn broer met zijn vrouw. Ik herinner het me niet, maar ik ken de verhalen. De broer van mijn opa was net als hij een stille man. Maar daar hield alle gelijkenis dan ook wel op. Samen met zijn keurige vrouw kreeg hij een keurig kind. Bij mijn opa en oma was het een vrijgevochten bende met zeven kinderen. De broer van mijn opa had net als opa ook altijd een hond. Maar daar hield dan ook de gelijkenis weer op. Terwijl mijn opa grote honden had met een voorgeschiedenis, had zijn broer keurig gekamde schoothondjes.

Een verhaal dat graag verteld werd in de familie ging over het hondje van mijn opa's broer. Op een avond waren opa en oma op visite bij zijn broer. Het hondje was er natuurlijk ook. Het was een keffertje. Niet echt mijn opa's type hondje. Het keffertje deed zijn naam eer aan: het kefte aan de lopende band. "Ach", zei de vrouw des huizes, "hai wil t licht aan hebben".  Dus ging het licht aan. Aan het keffen kwam natuurlijk geen einde. "Volgens mie wil e t nou weer oet hebben", zei mijn opa op een gegeven moment.