Posts tonen met het label opa. Alle posts tonen
Posts tonen met het label opa. Alle posts tonen

zaterdag 7 juni 2025

Smart in huis


"Er komt nooit meer een generatie die zoveel heeft zien veranderen." Dat zei mijn opa altijd. Hij werd in 1895 geboren en hij is 85 jaar geworden. In zijn tijd van leven maakte hij de mechanisatie en industrialisatie mee. Tractoren, vliegtuigen en auto's veranderen alles. Je draaicirkel vergroot namelijk enorm als je de beschikking hebt over gemotoriseerd vervoer. Een vliegtuig brengt de wereld dichtbij. De industrialisatie betekende veel voor de inzet van mankracht. 

Geen grenzen

Dat hij dacht dat er nooit meer zoveel zou veranderen komt omdat je geen idee hebt waar de grens aan mogelijkheden ligt. Die verschuift namelijk voortdurend. Hij had niet kunnen voorzien welke impact de digitalisering, automatisering en AI zouden hebben op de samenleving. Er zijn geen grenzen. 

Met de app

Gisteren dacht ik even aan mijn opa. We kregen namelijk nieuwe rolgordijnen. Je kunt ze met de app bedienen. E. vindt het zwaar overdreven, maar ik vind het te gek. De man die de rolgordijnen komt installeren vindt dat duidelijk ook. Hij stelt ze allemaal in en test uitgebreid of het werkt. Hij legt me uit wat ik allemaal kan instellen en vertrekt met de boodschap: "Speel er maar even mee". En dat heb ik gedaan. Gistermiddag heb ik voor ieder gordijn timers ingesteld. 

Smart

Gisteravond is het dan zover. De lampen zijn al smart. Dus die gaan vanzelf aan. Ik wacht vol spanning af wat er gaat gebeuren. En ja hoor, een uurtje later zakken de gordijnen automatisch. Op eentje na. Die gaat helemaal omhoog. Daar had ik even een instelling over het hoofd gezien. 

Het zijn bescheiden stapjes op weg naar een smart home. Waar het gaat eindigen? Ik weet het niet, maar ik ga het meemaken. 


De illustraties op mijn blog zijn afkomstig van Boomerang Cards.  Hier vind je deze.

De soundtrack bij de blog is: 

maandag 31 juli 2023

Dikke sigaar voor je!


E. was deze week jarig. Meestal heeft hij geen wensen. Als je hem vraagt wat hij graag wil hebben, antwoordt hij steevast met een van zijn favoriete familiegezegden: Je kinnen zunder geven ook wel goud wezen. En dat is natuurlijk ook zo, maar ik wil toch graag iets aan hem geven.  

Geen volume

Ik bestel een boek over typografie, dat in de collectie van een letterliefhebber zoals hij niet mag ontbreken. Maar het boek wordt geïmporteerd uit Engeland. Dus dat is even onderweg. Het is niet op tijd. Ik vouw een bootje en stop er een miniboekje in om toch nog iets te hebben om te geven. Ik boek twee tickets voor een film die in november wordt vertoond in het Filmhuis. En ik maak een kaart waaruit duidelijk wordt dat ik hem een abonnement geef voor Hard Hoofd. Allemaal leuk, maar het heeft geen volume, het is niet echt tastbaar. Dus ik bedenk nog iets: ik haal twee deurstoppers.

Deurstoppers

Als het warm is en het waait een beetje, dan zetten we de deuren van de woonkamer en zijn kantoor namelijk graag open. Dat geeft de wind vrij spel. Om ervoor te zorgen dat de deuren niet voortdurend dichtslaan, zet E. er dan een afgedankte schoen van onze zoon voor. En dat vindt hij een prima oplossing. Maar ik vind het geen kijk. Dus die deurstoppers zijn eigenlijk ook een cadeautje voor mij.

Een doos sigaren

Mijn opa had daar ooit korte metten mee. Mijn opa en oma waren vlak na elkaar jarig. Zij op 4 januari en hij op 6 januari. Op 6 januari kreeg mijn opa een plant van mijn oma. Blijkbaar vond hij dat meer een cadeautje voor mijn oma, die inderdaad groene vingers had, dan voor hemzelf. Zonder er verder een woord aan vuil te maken gaf hij mijn oma, die niet rookte, een jaar later voor haar verjaardag een doos sigaren.

De illustraties op mijn blog zijn afkomstig van Boomerang CardsHier vind je deze.

vrijdag 8 januari 2016

Liever een schaap

Vanmorgen kijk ik met mijn moeder in haar behoorlijk chaotische foto-archief. Bij mij zag het er vroeger ongeveer net zo uit. Tot ik de geest kreeg en de foto's -geïnspireerd door mijn zus, die de koningin van het archiveren is- in nette bakjes ordende. Zo zijn ze tweeënhalf jaar geleden keurig geordend in vlammen opgegaan toen ons huis afbrandde.

Bij mijn moeder mag het dan een beetje chaotisch zijn, het is er wel allemaal nog. Ze haalt een doos tevoorschijn met foto's, maar ook met andere memorabilia. Een vouwdoosje van een auto, door E. gemaakt toen onze zoon 6 jaar werd. In het autootje werd de traktatie verstopt. Haar eigen zwemdiploma, een bedankbriefje van haar oma naar aanleiding van het erelidmaatschap van de vrouwenclub en nog veel meer.

Foto:Patries71 -  Flickr
Ook komt er een trouwfoto van haar oom en tante voorbij. Van haar eigen ouders heeft ze geen officiële trouwfoto. "Nee", zegt mijn moeder. "Ze hebben geen foto laten maken destijds. Mijn moeder had ook geen bruidsboeket." Ik ben verbaasd, want mijn oma had niet alleen groene vingers, ze was ook nog eens coupeuse. Dus ze zag er vast goed uit. "Voor het geld dat ze uitspaarden van de fotograaf en het bruidsboeket, konden ze namelijk ook een schaap kopen", legt mijn moeder uit. "En dat hadden ze liever." Het mag duidelijk zijn: het schaap kwam er.


Voor toen was het vast een prima beslissing, maar voor nu is het toch wel jammer. Een schaap heeft tenslotte geen eeuwigheidswaarde en een foto wel. 

woensdag 21 oktober 2015

Dochters en leutje zeunen

Mijn vader en ik, toen ik ongeveer een half jaar oud was
Mijn vader heeft drie dochters, geen zoon. Er zouden misschien mannen van zijn generatie zijn geweest die dat vervelend hadden gevonden. Maar dat geldt niet voor mijn vader. Hij is en is altijd blij geweest met zijn dochters. En dat hebben wij altijd gevoeld. Hij is dan ook een echte vrouwenman. Geen Casanova of charmeur, maar een leukerd. Daar is een groot verschil tussen. Hij kan koketteren met het feit dat hij het maar moeilijk heeft tussen al die vrouwen, maar daar meent hij niets van. En dat weten wij natuurlijk. Wij stellen wel eens dat wij hem door het leven dragen, omdat wij hem op handen dragen. En dat is ook zo, maar daar zit natuurlijk ook een wederkerigheid in. Zoals wij hem dragen, droeg en draagt hij ons allemaal.

Inmiddels heeft mijn vader al grote kleinkinderen, drie kleindochters en twee kleinzoons. Onze zoon belt zijn opa vanmorgen op. Hij is deze week vrij en de sloten rondom het huis van mijn ouders moeten worden schoongemaakt. Dat doen hun kleinzoons altijd en vandaag is het zover. Hij belt met mijn vader. "Moi opa, mit joen leutje zeun*. Wie kommen eerst eevm kovviedrinken en din moaken wie sloten eevm schoon. Goud? Moi."

Uiteindelijk zijn ze er dan toch gekomen, de zoons - in de vorm van leutje zeuns (en nog meer dochters natuurlijk in de vorm van leutje dochters). 

*Mijn zoon houdt van een rechttoe rechtaan vertaling van het Nederlands in het Gronings. En dit is zijn variant van kleinzoon.  

maandag 7 juli 2014

In de ban van Louis

Mijn opa was slager. Een echte zakenman was hij niet. Hij zei namelijk met het grootste gemak zijn eigen klanten op. "Joe kinnen beter noar n aander goan", zei hij als iets hem niet aanstond zonder met zijn ogen te knipperen. De klant kon gaan en wegblijven. Echt zakelijk is het niet en het kan natuurlijk niet. Sommigen zullen het dom vinden - je snijdt jezelf immers in de vingers, maar ik vind het om diezelfde reden juist heel sterk. Maar ik ben dan ook zijn kleindochter. 

Ik denk eraan als ik zaterdag in de NRC een artikel over -wie anders- Louis van Gaal lees. Het zijn vijf ontmoetingen met Louis van Gaal. Louis gaat altijd voor de winst, ook al toen hij een fanatiek schreeuwende gymleraar was. Louis mag dan een prima trainer zijn die op dit moment wereldwijd de hemel wordt ingeprezen, een diplomaat is hij niet. Met de media kan hij niet goed omgaan. Daarvoor is Louis 'te kort voor de kop'. In het artikel lees ik bijvoorbeeld dat Louis ooit eens in een persconferentie informeerde wie zijn toehoorders waren. De verslaggever van De Telegraaf kon direct vertrekken toen hij zich bekend maakte: "De Telegraaf? Die heeft schandalig over mij geschreven. Daar is de deur." Echt diplomatiek is dat natuurlijk niet en vaak is hoongelach dan ook zijn deel. Louis ergert zich misschien aan wat anderen van hem vinden, hij verandert er zelf niet door. Dat kan ik wel waarderen. Dat hij soms ondertekent met "Met minder vriendelijke groet" vind ik ronduit inspirerend. Ik had niet gedacht dat ik dat ooit zou zeggen. Ik ben toch meer in de ban van de voetbalgekte dan ik gedacht had.

zondag 30 december 2012

'k Wil graag voldoen aan jouw verzoek...

Door de brand is er van alles verloren gegaan. Dat is iets waar je iedere dag wel even bij stilstaat. Het is geen drama, want het leven is mooi, maar het is wel spijtig. En sommige dingen zijn spijtiger dan andere dingen.

Je wordt op de meest onverwachte momenten met de dingen die je kwijt bent geconfronteerd. Zo had iemand laatst het versje dat haar opa in haar poëziealbum had geschreven op facebook geplaatst. Dat is dan zo'n moment dat ik denk: oh ja, die is er dus ook niet meer. En dan direct daarna: wat schreven mijn opa's en oma's eigenlijk in mijn poëziealbum? Weet ik dat nog?

Van mijn opa weet ik het nog uit mijn hoofd en dat zal ik ook nooit vergeten. Dat komt omdat die tekst diep in mijn genen zit ingebakken en naadloos aansluit bij de opvoeding die ik heb genoten. Het versje luidde:

Vraag niet wat een ander zegt
van je doen en laten.
Handel eerlijk en oprecht
en laat de rest maar praten.

Het versje van oma kan ik niet meer helemaal reproduceren. Het was geschreven met het besef dat ik dat vers ooit nog eens zou lezen als zij er niet meer zou zijn. Ik heb gezocht op het internet, maar de versie die oma schreef heb ik niet gevonden. Zoiets was het, maar ik denk dat er nog een aantal zinnen missen:   

k Wil graag voldoen aan je verzoek
om hier in je versjesboek
een vers voor jou te schrijven 

Al was het enkel hierom maar
dat jij dan na zoveel jaar
nog eens aan mij zult denken

Zou dat niet aardig zijn?

zaterdag 12 februari 2011

De prijs van domheid


Mijn opa zei het vroeger al: beter een slimme luie werker dan een domme harde werker. Mijn opa was geen manager, maar hij was wel verstandig. De uitspraak is van alle tijden of mijn opa was zijn tijd ver vooruit. Vandaag lees ik namelijk soortgelijke uitspraken in de nieuwe Sprout. Alexander Rinnooy Kan komt nog het dichtst bij de uitspraak van mijn opa: Mensen die denken dat kennis duur is, weten niet wat domheid kost. Een andere aardige quote van Edward de Bono: "the biggest problem of the world is not climate change or overpopulation, the biggest problem is poor thinking." Het zijn allemaal citaten uit de column van Arko van Brakel. Hij ontzenuwt in zijn column verder de fabel dat moderne denkers altijd jonge mensen zijn. Ik werd aangetrokken door de titel Baasjes zijn geen leiders en vervolgens het artikel ingezogen door de eerste alinea: Moderne leiders spelen nooit de baas, maar verdienen het respect. Zij geven richting vanuit visie en vertrouwen, vanuit hun eigen krachtige denkvermogen, hun eigen doelen. Kortom vanuit authenticiteit. Maar is dat wel zo modern? Arko neemt de proef op de som op Big Improvement Day, waar vier generaties ondernemers centraal stonden, en hij komt tot de conclusie dat het antwoord op de vraag die hij zichzelf stelt 'nee' is. Leiders geven altijd al op die manier leiding. En moderne denkers zijn niet altijd jongeren, modern denken heeft niets te maken met leeftijd, maar alles met levenshouding. En waarom baasjes geen leiders zijn? Ego geeft anderen namelijk nauwelijks richting.

Mijn opa is al lang geleden overleden. Als hij vandaag terug zou komen, zou hij de wereld niet meer herkennen. Hij zou zich verbaasd afvragen waar ik toch mee bezig ben met dat apparaat op mijn schoot. Hij zou zich afvragen hoe dat toch werkt met al die mobiele telefoons. Hij zou zich over heel veel dingen hebben verbaasd, maar over dit stukje zou hij zich niet hebben verbaasd. Waarom niet? Omdat verhoudingen tussen mensen onderling niet wezenlijk veranderen. Leiderschap is van alle tijden, baasjes ook.

zondag 11 januari 2009

Een goede tweede

Om het Hollands ijsfestijn helemaal af te maken, heb ik vandaag snert gekookt. Het lijkt er immers op dat het de laatste schaatsdag is. Vandaag gingen E. en onze zoon naar het Schildmeer. Gisteren deden ze het Zuidlaardermeer aan. De oudste viel er op haar buik en knieën, dus die haakte vandaag geblesseerd af. Maar ze had dan ook vrijdagmiddag al de hele middag geschaatst. Dus er is uitgesleept wat erin zat. Op het Schildmeer was het aanmerkelijk rustiger dan op het Zuidlaardermeer. Het ijs was dan ook van mindere kwaliteit. Maar toch: twee rondjes waren voor cracks als mijn mannen geen probleem. Een rondje rond het meer is zo'n tien kilometer. "Als Sven Kramer het in 13 minuten kan, dan moeten wij het toch in een half uurtje kunnen doen.", aldus onze zoon.

Vanavond schuiven we dus aan voor de snert. We zijn vroeg, want ik had de snert overdag al gekookt. Net als mijn schoonvader gebruik ik krabbetjes en verse worst voor het trekken van de bouillon voor de snert. De snert wordt goedgekeurd, alhoewel die van opa iets dikker is. En dus beter. Maar dat hoef ik me helemaal niet aan te trekken, aldus onze zoon. Opa is nou eenmaal de chef. Dus daar mag ik het als goedbedoelende amateur rustig tegen afleggen. "Opa is ook heel precies", aldus de kinderen. "Heel anders dan oma Moeke. Die gooit er als ze kookt uit de losse hand van alles in." En dat is eerlijk gezegd ook meer mijn stijl. Van opa's snert gaat het geruisloos over op de kippenpoten van opa. "Die zou jij ook heel lekker vinden", zegt de oudste. "Die kippenpoten van opa, die zijn zo lekker. Precies goed gekruid. Daar zou een vegetariër nog vlees van gaan eten.", aldus onze zoon. Praten over het eten onder het eten. Heerlijk.

donderdag 8 mei 2008

Mijn opa had een baviaan

Dit weekend las ik een interview met de vrouw die door de gorilla Bokito is gegrepen. Het blijft een opmerkelijk verhaal. Zij heeft voortdurend met de aap staan flirten en heeft daarbij de verkeerde signalen afgegeven. Ze had haar ogen neer moeten slaan. En niet haar tanden bloot moeten geven. Dan had ze zich onderdanig betoond. Zij dacht dat ze gewoon tegen elkaar lachten.

Ik weet al vanaf dat ik een klein meisje ben, dat je een aap die zijn tanden laat zien, het best kan negeren. Mijn opa had namelijk een baviaan. Dat zou tegenwoordig niet meer kunnen, maar ook toen was het al apart.

Samen met mijn oom, die op een vrachtwagen reed, haalde hij de aap uit Schagen. Het was de bedoeling om een ezeltje aan te schaffen, maar het werd een baviaan. Hij noemde hem Bavvi. Bavvi werd een niet over het hoofd te zien deel van de familie.

Ik was niet dol op Bavvi. Als wij kinderen langs zijn hok liepen om naar de appelhof te gaan, hing Bavvi altijd met een ontbloot gebit aan het gaas te schreeuwen. Wij vonden dat eng en dat had hij heel goed in de gaten. Hij deed het alleen bij kinderen en degenen die een hekel aan hem hadden.
Bavvi zorgde wel voor leven in de brouwerij. Hij ontsnapte regelmatig. Gewoon om de jampot in de keuken leeg te snoepen, of om in het dorp in een lantaarnpaal te klimmen. En daar ging hij dan de aap uithangen. Alhoewel mijn opa heer en meester was, was die niet meer in staat om een baviaan te vangen. Mijn vader moest dat doen. Die baalde daar wel eens van en dat wist Bavvi ook. Nadat pa ‘m dan uiteindelijk gevangen had, grijnslachte bavvi altijd even achterom als hij met mijn opa aan de hand weer vertrok. Een spottend lachje leek het wel.

Mijn opa ging graag met Bavvi op stap. Hij nam ‘m wel mee op de fiets. Mijn vader moet nog altijd heel hard lachen om het incident op de fiets waarbij Bavvi zijn voet in het wiel kreeg. Bavvi werd boos op mijn jongste oom die met mijn opa meefietste. Die kreeg er de schuld van, omdat Bavvi niet in de gaten had dat het zijn eigen poot was geweest. Ook ging mijn opa graag met Bavvi naar het voetbalveld. Mijn oma naaide voor dit soort gelegenheden diverse outfits voor Bavvi. Zo had hij als hij met mijn opa naar het voetballen ging het voetbaltenue van onze plaatselijke SC Woltersum aan. Met zijn zwarte broekje en witte shirt zag hij er strak uit. Maar hij had ook andere pakjes. Daarin poseerde hij dan gewillig met mijn opa voor de camera. En dan zag het er altijd schattig uit. 

Bavvi is al heel lang dood. Hij overleed iets eerder dan mijn opa. Zijn schedel is er nog. Die staat bij mijn oom op de schoorsteenmantel.


De foto bij deze blog komt uit een artikel van het Nieuwsblad van het Noorden. Het hele artikel vind je hier of hier.

donderdag 13 maart 2008

Het jasje

Ik ben niet van het weggooien. Ik ben een verzamelaar. Ik hou van spullen met een geschiedenis. Dat geldt ook voor kleding. Toch heb ik onlangs een zak met kleding weggedaan. Dat is denk ik de eerste keer dat ik als volwassene zelf een stapel spullen heb afgedankt. Natuurlijk gooi ik ze wel weg als ze versleten of kapot zijn, maar verder eigenlijk niet.
Dat verzamelen zit in de genen. Moeke heeft een zolder vol met kleding die meer dan een eeuw oud is. Oma verzamelde het. Toen zij overleed ging de collectie naar moeke. Die heeft er goed voor gezorgd. Toen ik een jaar of twintig was, ging ik een mantelpakje uit haar collectie dragen. Moeke tornde het bontje op de kraag eraf, want ik wilde geen dood dier in de nek hebben. Toen ik studeerde droeg ik het regelmatig als we naar concerten gingen. De rok is gesneuveld, maar het jasje is er nog steeds.
Het mantelpak is gemaakt door mijn overgrootvader, Kornelis Ruben. Hij was een kleermaker, een kleine gesoigneerde man. Eind 19e eeuw liet hij zijn oog vallen op mijn overgrootmoeder, een grote statige vrouw. Mijn opa was een van hun kinderen. Het mantelpakje was van zijn jongere zus Janna. Het jasje is met vakmanschap en liefde gemaakt. Dat zie je nu, bijna 100 jaar later, nog steeds. In de schoudervullingen zit paardehaar. Zo deed je dat destijds. En om het jasje mooi recht te laten hangen, werden er kleine stukjes lood in de zoom genaaid. De grote kraag is stevig en in een mooi v-patroon doorgestikt. Je zet ‘m gemakkelijk omhoog. De zwarte stof vertoont na bijna een eeuw nog steeds geen slijtplekken. Het jasje zit me als gegoten. Mijn oudtante was ook een grote vrouw, zeker in die tijd. Het jasje past mij -toch van bovengemiddelde lengte- dan ook precies.
Een aantal jaren geleden verhuisde het jasje voor een speciale gelegenheid weer naar mijn moeder. Laatst had mijn moeder weer een collectie oude kleren uitgeleend.  Zo kwam het jasje weer ter sprake. "Je kunt ‘m wel weer terug krijgen", zei mijn moeder. "Dan kun je ‘m weer dragen." En zo droeg ik vandaag het jasje weer. Ik vind het zelf leuk om erbij te vertellen dat ‘ie al zo oud is en dat het een familiestuk is. Maar als ik het niet zou doen, zou het niemand opvallen. Het is met recht een tijdloos jasje.  
Ik ben niet van het weggooien. Ik ben een verzamelaar. Ik hou van spullen met een geschiedenis. Dat geldt ook voor kleding. Toch heb ik onlangs een zak met kleding weggedaan. Dat is denk ik de eerste keer dat ik als volwassene zelf een stapel spullen heb afgedankt. Natuurlijk gooi ik ze wel weg als ze versleten of kapot zijn, maar verder eigenlijk niet.

Dat verzamelen zit in de genen. Moeke heeft een zolder vol met kleding die meer dan een eeuw oud is. Oma verzamelde het. Toen zij overleed ging de collectie naar moeke. Die heeft er goed voor gezorgd. Toen ik een jaar of twintig was, ging ik een mantelpakje uit haar collectie dragen. Moeke tornde het bontje op de kraag eraf, want ik wilde geen dood dier in de nek hebben. Toen ik studeerde droeg ik het regelmatig als we naar concerten gingen. De rok is gesneuveld, maar het jasje is er nog steeds.

Het mantelpak is gemaakt door mijn overgrootvader, Kornelis Ruben. Hij was een kleermaker, een kleine gesoigneerde man. Eind 19e eeuw liet hij zijn oog vallen op mijn overgrootmoeder, een grote statige vrouw. Mijn opa was een van hun kinderen. Het mantelpakje was van zijn jongere zus Janna. Het jasje is met vakmanschap en liefde gemaakt. Dat zie je nu, bijna 100 jaar later, nog steeds. In de schoudervullingen zit paardehaar. Zo deed je dat destijds. En om het jasje mooi recht te laten hangen, werden er kleine stukjes lood in de zoom genaaid. De grote kraag is stevig en in een mooi v-patroon doorgestikt. Je zet ‘m gemakkelijk omhoog. De zwarte stof vertoont na bijna een eeuw nog steeds geen slijtplekken. Het jasje zit me als gegoten. Mijn oudtante was ook een grote vrouw, zeker in die tijd. Het jasje past mij -toch van bovengemiddelde lengte- dan ook precies.

Een aantal jaren geleden verhuisde het jasje voor een speciale gelegenheid weer naar mijn moeder. Laatst had mijn moeder weer een collectie oude kleren uitgeleend.  Zo kwam het jasje weer ter sprake. "Je kunt ‘m wel weer terug krijgen", zei mijn moeder. "Dan kun je ‘m weer dragen." En zo droeg ik vandaag het jasje weer. Ik vind het zelf leuk om erbij te vertellen dat ‘ie al zo oud is en dat het een familiestuk is. Maar als ik het niet zou doen, zou het niemand opvallen. Het is met recht een tijdloos jasje.   
  
Inmiddels is ons huis afgebrand, dus is alles rigoreus opgeruimd. Het jasje is verloren gegaan.

woensdag 23 mei 2007

Een onbeschreven blad


Mijn lichaam is een onbeschreven blad. Natuurlijk, het is getekend door het leven: de jaren, de zwangerschappen. Ik heb een litteken op mijn duim van die keer dat ik achterop de fiets van een vriendje zat. Maar er is niet in gesneden, gepierced of op getatoeëerd. Waar vind je dat nog? Als ik in het zwembad ga aquajoggen, dobberen rondom mij onder andere dolfijntjes, slangen, zeehonden, boeketten en spinnenwebben. De badmeester gaat soms zover dat hij mensen aanspreekt met hun tatoeage "Hé zeehondje, wel even opletten hè."


Er is bij mij zelfs geen gaatje voor een oorbel geprikt. Een tattoo gaat nog weer een andere grens over. Mijn beeld van tattoos is bepaald door de tattoo van mijn opa. Vol jeugdige overmoed liet hij een wulpse vrouw op zijn onderarm tatoeëren. Een vrouwennaakt in blauw met golvend haar tot op haar enkels. Duidelijk geïnspireerd op de Venus van Milo. Hoe dan ook, hij heeft zich er zijn hele leven voor geschaamd. Zijn onderarmen bleven bedekt. Alleen af en toe vingen we een glimp van haar op. In de loop der jaren was ze een beetje uitgelopen. Dat wat ooit een mooi strak en dun lijntje was, leek met het verstrijken der jaren steeds meer op een schets met een dikpunter. Zijn advies was: "Nooit doen." En hij kon het weten. Hij heeft er ongeveer zeventig jaar aan vast gezeten.

Veel mensen denken niet veel verder dan het moment als ze zo'n tattoo laten zetten. Daarvan ben ik overtuigd. Ze denken er niet aan dat die prachtige krans op hun bovenarm later gaat flubberen. Dat schattige blaadjes straks donkerblauwe vlekken zullen zijn. Of dat dat hartje boven op hun borst later tien centimeter lager hangt. En dat er weinig liefdes een heel leven meegaan.

Ook mijn oom liet een hartje op zijn pols tatoeëren. Met een banier met daarop de naam Paula. We hebben Paula nooit gekend. Dat was alweer over toen de inkt gedroogd was. Laatst trof ik hem. Hij zat in de auto en hij leunde nonchalant met zijn arm buiten het raam. "Hé, zeg ik, wat is er met Paula gebeurd?" De P, de A, de U, de L en de A; ze waren samengesmolten tot een blauwe balk. En zo is Paula dan toch definitief uit zijn leven verdwenen.