Posts tonen met het label oud. Alle posts tonen
Posts tonen met het label oud. Alle posts tonen

zondag 13 juni 2021

Over de drempel


Ik ben 60 geworden in mei. Dat is eigenlijk helemaal niet echt anders dan 59. Toch ben ik ongemerkt een drempel overgegaan. Het is een drempel waar ik niet op zat te wachten. En dat is voor het eerst. Als je jong bent, dan kun je niet wachten tot je volwassen bent. Maar ik heb nog nooit iemand gehoord die niet kon wachten tot 'ie senior werd. En daar ben ik nu terecht gekomen. Ik kom er gaandeweg achter.  

Een uitdaging

In gepersonaliseerde advertenties merk ik het. Zo krijg ik op instagram een advertentie van Samengezond.nl.  Jouw gezonde steuntje in de rug. Samen gezond heeft een nieuwe app waarin je jezelf uitdagingen kunt stellen. Ik ben op zich gek op een uitdaging. Tot ik de uitdaging van deze week zie. Zet zes dagen 2000 stappen. En beweeg deze week 60 minuten. Dat zijn denk ik uitdagingen voor collega-senioren die nog net iets verder gevorderd senior zijn. Ik realiseer me nu eigenlijk pas dat uitdagingen leeftijdsgebonden zijn. 

Triple-city

Deze week zoek ik meer informatie over de nachttrein naar Wenen. Nu de coronacrisis over het hoogtepunt is, is daar ruimte voor. "We kunnen in het najaar wel een triple-citytrip maken", zeg ik tegen E. "Dan gaan we met de nachttrein naar Wenen. Daar blijven we een paar dagen en dan reizen we door naar Boedapest, terug naar Bratislava en dan weer met de nachttrein terug vanuit Wenen." E. vindt het ook een goed idee. Als ik even kijk wat zo'n reisje zou kosten, moet ik mijn leeftijd invullen. Ik ben er al aan gewend dat mijn geboortejaar 1961 een heel eind terug scrollen betekent. Nu zie ik dat ik kan kiezen uit drie categorieën. De categorie waarin ik het grootste deel van mijn leven heb doorgebracht - die van volwassene van 18 tot 59 jaar, heb ik achter me gelaten. Ik zit nu in de categorie senior - vanaf 60 jaar. Dat levert verder overigens geen enkel voordeel op, behalve het herhaalde besef dat ik een drempel ben gepasseerd. Ik deel mijn ervaring met E. -zelf al een jaar eerder senior dan ik. Die heeft het laatste woord. "We zullen wel ingedeeld worden in het laatste wagonnetje", zegt hij.


zondag 6 april 2014

Eén wens

Ik heb regelmatig een goed gesprek met mezelf. En ook dan schuw ik de doorvraag niet. Zo lag ik deze week 's nachts een keer wakker. Ik kon de slaap niet echt vatten. Ik weet niet of het met mijn droom te maken had, maar ik werd wakker met de volgende vraag: Wat als ik nou eens een wens mocht doen? Een wens die ook echt in vervulling zou gaan.

Mijn eerste ingeving is: dan zou ik wensen dat mijn oom en nicht geen kanker meer hadden. Miraculeus genezen. 's Avonds op bed met kanker en de volgende dag zonder kanker weer opstaan. Dat zou voor hen een wereld van verschil maken.

Maar is dat niet te makkelijk?, is de doorvraag die ik me vervolgens stel. Het is natuurlijk heel veel, als iemand zomaar weer geneest van kanker, maar als ik dan toch een wens mag doen... Ben ik dan niet te snel tevreden? Ik ken natuurlijk nog meer mensen met kanker. Dus ik stel mijn wens bij: dan zou ik wensen dat kanker niet meer bestond en dat iedereen die de afgelopen tien jaar is overleden aan kanker weer terug zou komen. Ik lig nog even te dubben en dan popt de volgende doorvraag op: Na hoeveel jaar zou het nog leuk zijn om weer terug te komen als je dood bent gegaan? Als het te lang geleden is, dan herken je de wereld en de mensen die je dierbaar zijn niet meer. En dat lijkt me ook pijnlijk. Ik hou het op tien jaar. Even ben ik tevreden. Ik draai me om en probeer de slaap weer te vatten.

Maar ho es even, hoe zit dat dan met al die andere ziekten?, denk ik dan ineens. Ja, als ik dan toch iets mag wensen, waarom wens ik dan niet dat de gezondheid van mensen onaantastbaar is? Iedereen kan doen wat ie wil: je blijft toch wel gezond. Een auto-ongeluk? Lullig voor de materiële schade, maar je stapt er zelf toch altijd ongeschonden uit. Wat een goed idee: alle ziekten de wereld uit. Dat zou spectaculair zijn. De hele zorgsector zou in een keer overbodig zijn, we zouden geen cent meer uit hoeven geven aan gezondheidszorg. Dus met dat geld zouden we allerlei andere dingen kunnen doen. De medicijnenindustrie zou overbodig zijn, de zorgverzekeraar zou overbodig zijn. Ik zou zelf dan ook zonder werk zitten, maar daar zou ik echt wel weer iets op vinden. Ik ben tevreden over mijn wens.

Betekent dat dan dat mensen ook niet meer doodgaan? is een doorvraag die me te binnen schiet als ik alweer half sluimer. Ik maak het mezelf niet makkelijk. Maar dat hoeft ook niet, ik ben bereid om voor mijn wens tot het gaatje te gaan. Heb je dan het eeuwige leven? Nee, dat hoeft van mij dan ook weer niet. Als je oud bent en de dagen moe, dan bepaal je zelf dat het genoeg is geweest. Als je denkt: ik heb het nou allemaal al zo vaak voorbij zien komen, ik heb geen connectie meer met deze tijd, dan stop je ermee. Je gaat naar bed, slaapt in en wordt niet meer wakker. En dan ben je uit de tijd gekomen. Mooi en vredig. Zo stel ik me dat voor.

Volgens mij ben ik er wel ongeveer. Mijn wens is af, maar waar kan ik 'm indienen?

maandag 23 september 2013

Wat is oud?

Wat is oud? Zelf ben je het in ieder geval niet. Gisteren werd mijn vader 80 jaar. Dat is best al oud, vind ik als 52-jarige. Maar mijn vader vindt weer anderen oud. Voor iemand van 20 ben je best al oud als je 52 bent. Maar zelf vind ik dat ik nog helemaal niet oud ben. Als werknemer ben je boven je 45-ste al oud.

Vanmiddag hoorde ik iemand zeggen: "Eruit met die ouwe hap!" Ze refereerde naar oudere medewerkers. Medewerkers waarin de organisatie heeft geïnvesteerd, medewerkers die al heel veel voorbij hebben zien komen. Medewerkers met een schat aan informatie en een uitgebreid arsenaal aan interventies. Uiteraard zijn er ook medewerkers die niet voor- of achteruit willen. En soms zijn dat ouderen. Vaak en gemakkelijk worden oudere  medewerkers snel even op een hoop geveegd als ouwe hap. Het vertegenwoordigt een bepaalde kijk op ouderen. Ouder ben je al snel en ouder zijn betekent: niet jong en fris, saai, weinig flexibel. Ik denk dat dat niets te maken heeft met leeftijd. Waar het alles mee te maken heeft is houding. Je hebt ouderen die niet voor- of achteruit willen, maar je hebt ook jongeren die enorm vastgeroest zitten en kortzichtig zijn, jongeren die op jonge leeftijd al 'oldgeboorntjes'* zijn.

Ik vind het een onterechte opmerking en dat zeg ik ook, maar al te druk maak ik me er niet over. Als je al wat langer meeloopt, weet je dat je op zo'n moment rustig achterover kunt leunen: oud word je namelijk allemaal en vanzelf. Als je een beetje mazzel hebt.

*Gronings woord voor mensen die zich heel jong al oud gedragen.

zondag 7 oktober 2012

Lekker jeuzelen is er niet bij

De zondag is toch een prima dag om vreemd te moede te zijn. Het is mijn minst favoriete dag van de week. Vrijdag, dat is pas een topdag: het begin van het weekend. Twee vrije dagen voor de boeg. Heerlijk. Maar goed, hij komt iedere keer weer, die zondag.

Vandaag overvalt het me ineens dat de kinderen zo snel groot zijn geworden. Over het algemeen vind ik dat meer dan prima. Het betekent immers ook dat ik meer tijd voor mezelf heb en dat E. en ik meer tijd voor ons samen hebben. Maar goed, vandaag weegt vooral wat voorbij is. Aan het eind van de middag vertrekt de oudste naar Enschede. Onze zoon torent hoog boven me uit en zelfs de jongste is al net zo groot als ik ben. Voor mij dus geen eindeloze knuffelpartijen meer met lekker ruikende kinderen die niets liever willen dan hun moeder onder snotteren of kwijlen. Ik zou er gemakkelijk in kunnen zwelgen, maar daar krijg ik hier bar weinig ruimte voor. "We worden oud E.", jeuzel ik. "Nou zijn de kinderen alweer groot en wonen we hier in een vreemd huis." E. doet niet echt lekker mee. "Wat wil jij dan?", zegt hij. "Een graf bestellen? Een plek reserveren in het Sint Jozef?" Er zit niks anders op: ik pak mezelf maar weer bij elkaar. Lekker jeuzelen is er hier toch niet bij.

maandag 10 september 2012

Het laatste wagonnetje



Vanmiddag heb ik een afspraak met een collega in het verpleeghuis. In de hal wacht ik tot ze me komt halen. Dat is geen straf, want er gebeurt van alles. Ik neem plaats op het ronde bankje bij de boom. Het lijkt een beetje op een binnentuin. Het pleintje is omringd door een winkeltje, een café, een kapper en een gemeenschapsruimte. Twee dochters wandelen met hun moeder rustig naar binnen. Moeder loopt in het midden. Ze praten zachtjes met elkaar. Het is een harmonieus beeld, terwijl de omstandigheden toch beslist niet gemakkelijk zullen zijn. Een mevrouw loopt druk heen en weer. Twee mannen rollen een plateau over de gang. Ze hebben net werkzaamheden verricht. "Ja jongens, gaan jullie dat maar doen, dan ga ik ... verzorgen." De naam van degene die verzorgd moet worden versta ik niet. Ze is heel bezig en komt zich verschillende malen melden op het pleintje.

Rust

Anderen nemen naast mij plaats en zien het allemaal rustig aan. Verderop in de gang komt een oude stijlvolle dame in een vrolijk gebloemd colbert en met een zonnebril op, rustig aanschuiven. Aan haar rollator hangen kleurige tassen die goed passen bij haar kleurige colbert. Het is een rustige wereld, waar tijd geen rol meer speelt. Alleen medewerkers lopen met versnelde tred. 

Leger

De ouderen hebben geen haast. En waarom zouden ze ook? Alle bewoners bevinden zich -zoals mijn vader het altijd zegt- in het laatste wagonnetje. Haasten is nergens meer voor nodig. Daar ben ik me terdege van bewust, maar het wordt nog weer eens onderstreept als twee medewerkers van een begrafenisonderneming een vurenhouten kist naar binnen rollen. Ze melden zich bij de balie en rollen de kist vervolgens de gang in. Niemand kijkt er raar van op. Zo gaat dat als je in het laatste wagonnetje zit. Vandaag is die weer iets leger geworden. 

zaterdag 13 augustus 2011

How do you know when you're getting old?


Ineens gaat het er overal over: oud zijn of oud worden. Het is alsof je op je vijftigste een magische grens tussen jong en oud overschrijdt. Grappig, daar had ik geen moment bij stilgestaan. Blijkbaar gaat er ergens een seintje dat je 50 wordt en dat zet dan van alles in gang. Vanmorgen kreeg ik bijvoorbeeld post van het tijdschrift Plus, met een aanbod voor een voordelig abonnement. Als vijftiger pas ik blijkbaar perfect in de doelgroep.
Gisteren praatte ik bijna een uur lang met een aardige vrouw die iets ouder is dan ik. En als vanzelf komt het gesprek er dan op. "Voel jij je oud?", zegt zij. Ik voel me niet oud. "Nee toch?", zegt ze. "Dan wordt je haar maar grijs en je wordt wat dikker. Nou en?" We zijn het hartgrondig met elkaar eens. De oudste is getuige van dit gesprek. Af en toe doet ze ook nog een duit in het zakje. Uiteraard praat ze niet mee over ouder worden. Dat is voor haar nog een ver-van-mijn-bed-show. Vandaag stuurt ze me een mailtje. Dat is – ook al wonen we nog in hetzelfde huis- een van haar favoriete manieren van communiceren. "Omdat jullie het gisteren hadden over oud voelen. Nou als je dit overkomt dan is dat het moment dat je je oud voelt: "How do you know when you're getting old? When you feel a sharp pain in your chest, you look down, and you're standin' on your titty."

donderdag 25 december 2008

Hartverscheurend

Hoe ouder je wordt, hoe langer je wilt leven. Tenminste, daar lijkt het op. Als je jong bent, lijkt vijftig je al een behoorlijke leeftijd. Als je zoals ik nog zo'n twee jaar te gaan hebt tot je vijftigste, dan stelt vijftig nog niets voor. Dus zo verleg je de grens steeds naar een comfortabel aantal jaren tussen jouw leeftijd en de 'deadline'. Want dat is de dood: een echte deadline. De meest onherroepelijke van allemaal.

Als kind sta je daar nog niet zo bij stil. Dat leer je naarmate je ouder wordt. Mensen die eenmaal zijn overleden komen niet meer terug. Daar heb je het mee te doen.

Gisteravond zag ik een ontroerende Zweedse documentaire op Canvas over twee mensen die bijna honderd jaar oud waren: Hugo och Rosa. Ze worden tien jaar met de camera gevolgd. De tijd op het Zweedse platteland is stil blijven staan voor broer en zus Hugo en Rosa. Als bijna honderdjarige klooft Hugo in de strenge Zweedse winters nog al het hout voor hun houtkachel zelf. Het zachte oranje schijnsel van de petroleumlampen vormt hun verlichting. Ze zingen graag liedjes. Rosa zingt overal bij voorkeur faldera achteraan. Terwijl je naar de documentaire kijkt zie je de seizoenen in elkaar overgaan. En je weet dat er een moment komt dat het voor Hugo of Rosa is afgelopen. En dat moment zal niet meevallen, ondanks de geloofsbeleving van Hugo en Rosa. Ze zijn immers al zo'n 100 jaar samen. Als Hugo ziek wordt, gaan ze allebei naar een rusthuis. En dat staat Rosa niet aan. Ze wil naar huis. Je ziet dat ze in de nieuwe omgeving ontredderd en ontworteld is. Als Hugo herstelt, worden ze met elkaar herenigd. Dat is hartverwarmend om te zien. Ze leven nog een tijd samen in het rusthuis. Hun huis in Gunby bezoeken ze alleen nog eens. En zodra ze daar binnen zijn, is het volstrekt duidelijk: daar horen ze. Ze kunnen er alleen niet meer zijn.
Uiteindelijk sterft Rosa, die vijf jaar jonger is dan Hugo, als eerste in haar slaap. Drie maanden later overlijdt Hugo. Het was een prachtige, maar hartverscheurende documentaire. Als ik dat zie, dan denk ik: zo oud zou ik dus liever niet worden. Maar misschien denk ik daar als ik negentig ben wel anders over.
In Grey's Anatomy, mijn favoriete ziekenhuisserie, weten ze wat iedereen eigenlijk graag wil. Denny, de veel te vroeg overleden verloofde van Izzy, komt even terug. Zo kan zij hun onafgemaakte relatie nog afmaken. Maar ook dat is dan weer hartverscheurend.