Ik kijk naar Over mijn lijk. Over mijn lijk vertelt de verhalen van allemaal jonge mensen met kanker. Het laat zien hoe zij omgaan met de kanker en met het naderende einde van hun leven. In de eerste afleveringen gaat het allemaal nog. Ze zijn vol goede moed, hebben bucket lists met wat ze nog willen doen. Ze halen alles uit het beetje leven dat nog rest. Je kunt er niet anders dan met diep respect naar kijken. Nu zijn we aangeland bij het punt waarop er al twee zijn gestorven. En je weet dat er voor niemand een goede afloop is, hoe graag je dat scenario ook zou willen herschrijven.
Een van de deelnemers, Annemiek, is een jonge moeder. Samen met de baby groeide er in haar lichaam een kwaadaardige tumor zonder dat ze er erg in had. Nu is ze bezig met het vullen van een kist met herinneringen voor haar zoontje, opdat hij later zal weten wie zijn moeder is. Haar verhaal raakt me diep. Ongetwijfeld omdat ik zelf ook moeder ben.
Voordat ik kinderen kreeg was ik volstrekt niet met mijn eigen sterfelijkheid bezig. Het was eenvoudigweg geen item. De angst voor het sterven sloeg pas toe toen mijn oudste werd geboren. Niet zozeer om het sterven zelf, maar meer omdat ik niets van haar wilde missen. En ik wilde dat ze mij niet zou missen, dat ze zou weten wie ik ben. Vanaf de geboorte zijn je kinderen namelijk het allerbelangrijkste in je leven. En jij wilt ook graag belangrijk in hun leven zijn. Je wilt in ieder geval dat ze dat weten. Annemiek wil hetzelfde, maar ze zal er zelf niet bij zijn als haar kind opgroeit. Vandaar die kist.
Doorgaans spring je in het leven achteloos en kwistig met tijd om. Je gaat ervan uit dat je daar namelijk genoeg van hebt -zeker als je jong bent. De boodschap die na iedere aflevering blijft hangen is: leef je leven niet achteloos, geniet ervan en hou je alleen maar bezig met de dingen die er echt toe doen. Zelf ben ik heel tevreden over de keuzes die ik heb gemaakt en nog maak. Daar zou ik geen spijt van hebben, mocht er voor mij onverhoopt en vroegtijdig een eind aan komen.
Vorige week donderdag maakten we mee dat er een einde kwam aan het leven van Mark en Max. Ik ken ze niet, maar ik heb wel even zitten janken op de bank. Waarom ik er dan naar kijk? Ik zou weg kunnen kijken, het gaat immers -zoals mijn vader altijd zegt- 'aan mijn deur voorbij'. Toch doe ik dat niet: de deelnemers vertellen hun verhaal opdat het gehoord en gezien wordt. Kijken is wel het minste wat ik kan doen - en doneren natuurlijk.
http://www.fightcancer.nl
Posts tonen met het label kanker. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kanker. Alle posts tonen
zondag 9 november 2014
zondag 6 april 2014
Eén wens
Ik heb regelmatig een goed gesprek met mezelf. En ook dan schuw ik de doorvraag niet. Zo lag ik deze week 's nachts een keer wakker. Ik kon de slaap niet echt vatten. Ik weet niet of het met mijn droom te maken had, maar ik werd wakker met de volgende vraag: Wat als ik nou eens een wens mocht doen? Een wens die ook echt in vervulling zou gaan.
Mijn eerste ingeving is: dan zou ik wensen dat mijn oom en nicht geen kanker meer hadden. Miraculeus genezen. 's Avonds op bed met kanker en de volgende dag zonder kanker weer opstaan. Dat zou voor hen een wereld van verschil maken.
Maar is dat niet te makkelijk?, is de doorvraag die ik me vervolgens stel. Het is natuurlijk heel veel, als iemand zomaar weer geneest van kanker, maar als ik dan toch een wens mag doen... Ben ik dan niet te snel tevreden? Ik ken natuurlijk nog meer mensen met kanker. Dus ik stel mijn wens bij: dan zou ik wensen dat kanker niet meer bestond en dat iedereen die de afgelopen tien jaar is overleden aan kanker weer terug zou komen. Ik lig nog even te dubben en dan popt de volgende doorvraag op: Na hoeveel jaar zou het nog leuk zijn om weer terug te komen als je dood bent gegaan? Als het te lang geleden is, dan herken je de wereld en de mensen die je dierbaar zijn niet meer. En dat lijkt me ook pijnlijk. Ik hou het op tien jaar. Even ben ik tevreden. Ik draai me om en probeer de slaap weer te vatten.
Maar ho es even, hoe zit dat dan met al die andere ziekten?, denk ik dan ineens. Ja, als ik dan toch iets mag wensen, waarom wens ik dan niet dat de gezondheid van mensen onaantastbaar is? Iedereen kan doen wat ie wil: je blijft toch wel gezond. Een auto-ongeluk? Lullig voor de materiële schade, maar je stapt er zelf toch altijd ongeschonden uit. Wat een goed idee: alle ziekten de wereld uit. Dat zou spectaculair zijn. De hele zorgsector zou in een keer overbodig zijn, we zouden geen cent meer uit hoeven geven aan gezondheidszorg. Dus met dat geld zouden we allerlei andere dingen kunnen doen. De medicijnenindustrie zou overbodig zijn, de zorgverzekeraar zou overbodig zijn. Ik zou zelf dan ook zonder werk zitten, maar daar zou ik echt wel weer iets op vinden. Ik ben tevreden over mijn wens.
Betekent dat dan dat mensen ook niet meer doodgaan? is een doorvraag die me te binnen schiet als ik alweer half sluimer. Ik maak het mezelf niet makkelijk. Maar dat hoeft ook niet, ik ben bereid om voor mijn wens tot het gaatje te gaan. Heb je dan het eeuwige leven? Nee, dat hoeft van mij dan ook weer niet. Als je oud bent en de dagen moe, dan bepaal je zelf dat het genoeg is geweest. Als je denkt: ik heb het nou allemaal al zo vaak voorbij zien komen, ik heb geen connectie meer met deze tijd, dan stop je ermee. Je gaat naar bed, slaapt in en wordt niet meer wakker. En dan ben je uit de tijd gekomen. Mooi en vredig. Zo stel ik me dat voor.
Volgens mij ben ik er wel ongeveer. Mijn wens is af, maar waar kan ik 'm indienen?
Mijn eerste ingeving is: dan zou ik wensen dat mijn oom en nicht geen kanker meer hadden. Miraculeus genezen. 's Avonds op bed met kanker en de volgende dag zonder kanker weer opstaan. Dat zou voor hen een wereld van verschil maken.
Maar is dat niet te makkelijk?, is de doorvraag die ik me vervolgens stel. Het is natuurlijk heel veel, als iemand zomaar weer geneest van kanker, maar als ik dan toch een wens mag doen... Ben ik dan niet te snel tevreden? Ik ken natuurlijk nog meer mensen met kanker. Dus ik stel mijn wens bij: dan zou ik wensen dat kanker niet meer bestond en dat iedereen die de afgelopen tien jaar is overleden aan kanker weer terug zou komen. Ik lig nog even te dubben en dan popt de volgende doorvraag op: Na hoeveel jaar zou het nog leuk zijn om weer terug te komen als je dood bent gegaan? Als het te lang geleden is, dan herken je de wereld en de mensen die je dierbaar zijn niet meer. En dat lijkt me ook pijnlijk. Ik hou het op tien jaar. Even ben ik tevreden. Ik draai me om en probeer de slaap weer te vatten.
Maar ho es even, hoe zit dat dan met al die andere ziekten?, denk ik dan ineens. Ja, als ik dan toch iets mag wensen, waarom wens ik dan niet dat de gezondheid van mensen onaantastbaar is? Iedereen kan doen wat ie wil: je blijft toch wel gezond. Een auto-ongeluk? Lullig voor de materiële schade, maar je stapt er zelf toch altijd ongeschonden uit. Wat een goed idee: alle ziekten de wereld uit. Dat zou spectaculair zijn. De hele zorgsector zou in een keer overbodig zijn, we zouden geen cent meer uit hoeven geven aan gezondheidszorg. Dus met dat geld zouden we allerlei andere dingen kunnen doen. De medicijnenindustrie zou overbodig zijn, de zorgverzekeraar zou overbodig zijn. Ik zou zelf dan ook zonder werk zitten, maar daar zou ik echt wel weer iets op vinden. Ik ben tevreden over mijn wens.
Betekent dat dan dat mensen ook niet meer doodgaan? is een doorvraag die me te binnen schiet als ik alweer half sluimer. Ik maak het mezelf niet makkelijk. Maar dat hoeft ook niet, ik ben bereid om voor mijn wens tot het gaatje te gaan. Heb je dan het eeuwige leven? Nee, dat hoeft van mij dan ook weer niet. Als je oud bent en de dagen moe, dan bepaal je zelf dat het genoeg is geweest. Als je denkt: ik heb het nou allemaal al zo vaak voorbij zien komen, ik heb geen connectie meer met deze tijd, dan stop je ermee. Je gaat naar bed, slaapt in en wordt niet meer wakker. En dan ben je uit de tijd gekomen. Mooi en vredig. Zo stel ik me dat voor.
Volgens mij ben ik er wel ongeveer. Mijn wens is af, maar waar kan ik 'm indienen?
dinsdag 1 april 2014
Ze moeten wel opschieten
Dit weekend kochten E. en ik drie enorme vazen voor op ons terras. We plantten er seringenstruiken in. Vandaag kwamen ze de (enorme) lamp in onze vide ophangen en als alles meezit worden ook onze stoelen eindelijk geleverd. Fijn, dat noem ik nou vooruit komen in de wereld. Het maakt me blij en dat is fijn, want dat weegt dan weer een beetje op tegen de dingen die me niet blij maken. Die zijn er namelijk ook. Je kunt rustig stellen dat ik een beetje in een dip zit. Teveel mensen te dichtbij krijgen kanker. En teveel van hen gaan daar ook nog eens dood aan. Terwijl ze toch zeggen dat kanker steeds beter te genezen valt. Waarom merk ik daar dan niets van? Wanneer ga ik dat merken?
Deze week zag ik bij De Wereld draait door weer een interview met een wetenschapper die belooft dat kanker over een jaar of tien best eens een chronische ziekte zou kunnen worden. Door behandeling 'aan' en 'uit' te zetten, wordt het kankergezwel op het verkeerde been gezet en op die manier kan het onder controle worden gehouden. Dat is tenminste grofweg wat ik ervan begrijp. De wetenschapper is tevreden. "Zo zien de mensen ook", zegt hij, "dat het geld aan kankerbestrijding goed wordt besteed." Dat is mooi, maar in tien jaar kunnen er nog heel veel mensen in mijn omgeving doodgaan aan kanker. Doodgaan is meestal heel fout, maar doodgaan aan kanker is ronduit kloten. Ik ben het eigenlijk wel zat, ik word onderhand ongeduldig. Voor de goede zaak zal ik dan nog wat extra geld overmaken voor de kankerbestrijding. Maar dan moeten ze wel opschieten.
Deze week zag ik bij De Wereld draait door weer een interview met een wetenschapper die belooft dat kanker over een jaar of tien best eens een chronische ziekte zou kunnen worden. Door behandeling 'aan' en 'uit' te zetten, wordt het kankergezwel op het verkeerde been gezet en op die manier kan het onder controle worden gehouden. Dat is tenminste grofweg wat ik ervan begrijp. De wetenschapper is tevreden. "Zo zien de mensen ook", zegt hij, "dat het geld aan kankerbestrijding goed wordt besteed." Dat is mooi, maar in tien jaar kunnen er nog heel veel mensen in mijn omgeving doodgaan aan kanker. Doodgaan is meestal heel fout, maar doodgaan aan kanker is ronduit kloten. Ik ben het eigenlijk wel zat, ik word onderhand ongeduldig. Voor de goede zaak zal ik dan nog wat extra geld overmaken voor de kankerbestrijding. Maar dan moeten ze wel opschieten.
| Vooruit komen in de wereld: lamp hangt. |
donderdag 29 november 2012
Te erg
Soms ben je gewoon uitgepraat. Dan heb je echt niets meer te zeggen. Dat had ik vandaag even. Op het werk hoorde ik vorige week van de ziekte van een jonge collega. Hij is geen naaste collega, niet iemand die mij na staat, maar wel iemand uit mijn naaste omgeving. Hij ging vorige week met pijn naar de huisarts. Die pijn was niet wat hij of de huisarts had gedacht. Het bleek leverkanker te zijn. Leverkanker is er in veel verschillende soorten. We speculeerden over verschillende scenario's. Deze week bleek het om uitgezaaide leverkanker te gaan. Verschrikkelijk vonden we het allemaal: dat hij geen toekomst meer had en nu al afscheid van het leven moest gaan nemen. Hoe doe je zoiets als je nog in de bloei van je leven bent? Dat is toch amper te bevatten? Vandaag blijkt dat zelfs dat afscheid hem niet is gegund. Hij is in een coma geraakt en het eind is nu al bijna daar. Het is te erg. Ik heb er geen woorden voor.
donderdag 22 maart 2012
Geloven in een goede afloop
Iedereen gelooft in een goede afloop, omdat we daar graag in willen geloven. Dat is fijn, daar voel je je prettig bij. Tegenslagen zijn er immers om overwonnen te worden. Vorig jaar kreeg een jonge vrouw in ons aquajoggroepje borstkanker. Ze werd geopereerd, kreeg chemo en kwam weer terug om te aquajoggen. Het was ingrijpend, het was zwaar geweest, maar ze was 'schoon', dus al met al was het de moeite waard geweest. "En daar doe je het toch voor?", zei ze onder de douche tegen me. Daarmee was het allemaal gezegd en het was vervolgens geen onderwerp van gesprek meer. Het leven hervatte zich, de kanker was een intermezzo - het was overwonnen, precies zoals het hoort.
Na nieuwjaar was ze er niet. Kan gebeuren, ik spring ook wel eens een lesje over. Aan de kanker had ik niet meer gedacht. We hadden toch een goede afloop? Het was toch klaar? Toen ze vier of vijf keer niet was geweest, vroeg ik aan de vrouwen met wie ze meestal kwam: "Is jullie vriendin gestopt?" "Nee," zei een van hen: "ze is heel ziek". De kanker was terug of nooit helemaal verdwenen. De vrouwen hadden het ook die dag pas gehoord. In een groepje blijven we nog even staan praten. Geen van ons had hier rekening mee gehouden. We spreken af dat we de volgende week een kaart zullen sturen. Maar nog geen week later bleek dat al niet meer nodig: de kanker sloeg snel en verwoestend toe. Boven de rouwadvertentie stond: We zijn verbijsterd door de snelheid waarmee de dood het leven heeft ingehaald. Daaronder stond haar naam geschreven.
Gisteren ging ik naar een begrafenis. Ook daar won de kanker het van de vrouw, minder snel, maar even verwoestend. Ook hier had de vrouw geen schijn van kans. Des te vaker zoiets gebeurt, des te moeilijker wordt het om te geloven in een goede afloop. Maar die drang blijft.
Na nieuwjaar was ze er niet. Kan gebeuren, ik spring ook wel eens een lesje over. Aan de kanker had ik niet meer gedacht. We hadden toch een goede afloop? Het was toch klaar? Toen ze vier of vijf keer niet was geweest, vroeg ik aan de vrouwen met wie ze meestal kwam: "Is jullie vriendin gestopt?" "Nee," zei een van hen: "ze is heel ziek". De kanker was terug of nooit helemaal verdwenen. De vrouwen hadden het ook die dag pas gehoord. In een groepje blijven we nog even staan praten. Geen van ons had hier rekening mee gehouden. We spreken af dat we de volgende week een kaart zullen sturen. Maar nog geen week later bleek dat al niet meer nodig: de kanker sloeg snel en verwoestend toe. Boven de rouwadvertentie stond: We zijn verbijsterd door de snelheid waarmee de dood het leven heeft ingehaald. Daaronder stond haar naam geschreven.
Gisteren ging ik naar een begrafenis. Ook daar won de kanker het van de vrouw, minder snel, maar even verwoestend. Ook hier had de vrouw geen schijn van kans. Des te vaker zoiets gebeurt, des te moeilijker wordt het om te geloven in een goede afloop. Maar die drang blijft.
Abonneren op:
Posts (Atom)
