Posts tonen met het label huwelijk. Alle posts tonen
Posts tonen met het label huwelijk. Alle posts tonen

vrijdag 8 januari 2016

Liever een schaap

Vanmorgen kijk ik met mijn moeder in haar behoorlijk chaotische foto-archief. Bij mij zag het er vroeger ongeveer net zo uit. Tot ik de geest kreeg en de foto's -geïnspireerd door mijn zus, die de koningin van het archiveren is- in nette bakjes ordende. Zo zijn ze tweeënhalf jaar geleden keurig geordend in vlammen opgegaan toen ons huis afbrandde.

Bij mijn moeder mag het dan een beetje chaotisch zijn, het is er wel allemaal nog. Ze haalt een doos tevoorschijn met foto's, maar ook met andere memorabilia. Een vouwdoosje van een auto, door E. gemaakt toen onze zoon 6 jaar werd. In het autootje werd de traktatie verstopt. Haar eigen zwemdiploma, een bedankbriefje van haar oma naar aanleiding van het erelidmaatschap van de vrouwenclub en nog veel meer.

Foto:Patries71 -  Flickr
Ook komt er een trouwfoto van haar oom en tante voorbij. Van haar eigen ouders heeft ze geen officiële trouwfoto. "Nee", zegt mijn moeder. "Ze hebben geen foto laten maken destijds. Mijn moeder had ook geen bruidsboeket." Ik ben verbaasd, want mijn oma had niet alleen groene vingers, ze was ook nog eens coupeuse. Dus ze zag er vast goed uit. "Voor het geld dat ze uitspaarden van de fotograaf en het bruidsboeket, konden ze namelijk ook een schaap kopen", legt mijn moeder uit. "En dat hadden ze liever." Het mag duidelijk zijn: het schaap kwam er.


Voor toen was het vast een prima beslissing, maar voor nu is het toch wel jammer. Een schaap heeft tenslotte geen eeuwigheidswaarde en een foto wel. 

zaterdag 1 september 2012

Tomtom is ook wel eens de weg kwijt

Gisteren trouwde collega. Ze deed dat in Friesland, waar ze woont. Met een aantal andere collega's was ik ook van de partij. Boezemvriendin en ik gingen voordat we afreisden eerst samen met andere collega's eten. Boezemvriendin zat achter het stuur. De heenreis bleef de tomtom in de tas, omdat collega haar tomtom had ingesteld. Het was immers nog licht en wij konden zo in de achtervolging. Dat ging prima, een onverwachte afslag buiten beschouwing gelaten.

De locatie van het trouwfeest is behoorlijk afgelegen. Dat heeft natuurlijk voordelen: geluidsoverlast zul je dan niet snel hebben. Maar als je er niet bekend bent, dan is het toch wel even zoeken. Eerst naar de locatie en toen naar de ingang (we hadden de verkeerde). Maar goed: eenmaal binnen kon het niet meer stuk. Voor de gelegenheid hadden we een lied ingestudeerd en dat ging zeer goed. Als een volleerd shantykoor zongen we onze tekst met een geraffineerde melodiecombinatie van "Toen wij uit Rotterdam vertrokken" en 'Lili Marleen'. Daarna gingen de voetjes nog even flink van de vloer.

Aan het eind van de avond stappen boezemvriendin en ik door en door gemarineerd weer in de auto. Boezemvriendin stelt de Tomtom in en dan zijn we klaar voor de reis van ongeveer een uur. Boezemvriendin volgt de aanwijzingen van de vriendelijke meneer van de Tomtom. "Zijn we hier vanavond ook langs gekomen?", vraag ik op een gegeven moment. "Dit lijkt me toch niet goed". De weg gaat over in een pad.Ik krijg een flashback van die keer dat mijn zusjes en ik met mijn moeder naar Spijk zouden gaan om daar in de zee te zwemmen. We eindigden midden in een weiland. Maar goed, dat was natuurlijk ver voor Tomtom. "Hij zegt het", zegt boezemvriendin. Zij twijfelt niet. "we zullen straks wel rechtsaf moeten." Het pad zit vol met kuilen, nu gevuld met grote plassen water; misschien een Romeinse ventweg? Boezemvriendin rijdt vol zelfvertrouwen door. "Volgens mij snijden we een flink stuk af", zegt ze. Dat denk ik ook wel. En inderdaad: even later komen we weer op een verharde weg. En daar zien we twee auto's met collega's voorbij rijden voor we de weg opdraaien. En ja, dan zitten we op de goede weg. Voor de rest van de rit had Tomtom geen Romeinse ventwegen meer op het programma: asfalt met vier banen. Wel zo lekker.


maandag 8 augustus 2011

Huwelijksadvies


In het kader van het absolute vakantieniksen in combinatie met het belabberde weer, zag ik vanmiddag een klein stukje van het programma van Dr. Phil. En Dr. Phil zou Dr. Phil niet zijn, als hij niet zou zorgen voor een eye opener. Deze keer ging zijn programma over mensen die bang zijn om te gaan trouwen. Vaak wonen ze al jarenlang samen, maar die laatste stap durven ze niet te nemen. "Wat is het probleem?", zou je zeggen. Het probleem is dat hun partners wel graag willen trouwen. En wie kan dat probleem beter aanpakken dan dr. Phil met zijn modelhuwelijk? Dr. Phil vraagt door tot hij de weigerachtige Kelly heel bedreven in de hoek heeft gedreven. Het huwelijk gaat erom, zegt Phil, dat je elkaars leven iedere dag een beetje beter maakt. "Als dat zo is, dan doe ik het", zegt Kelly. Phil vraagt het aan zijn vrouw Robin, die altijd trouw in de zaal zit. "Doe ik dat?", vraagt hij aan haar. En Robin kan niet anders dan zeggen dat Phil iedere dag een beetje beter maakt en dat ze 's avonds in slaap valt in het warme besef dat Phil van haar houdt, dag na dag na dag na dag na dag. Is dat nou niet mooi?

Dat lijkt me ook een mooie doelstelling voor E. en mij. Of het voor iedere dag opgaat weet ik niet, maar we komen een eind in de richting. Voor de dagen dat dat niet opgaat, zijn er dan weer de dagen dat het stukken beter is omdat hij er is. En nu we dit weten, kunnen we er ook nog eens gericht aan gaan werken, te beginnen bij vandaag. Dus ook al heb ik helemaal geen zin in koken, ik doe het toch. En in plaats van me er met twintig minuten vanaf te maken, investeer ik een uur om het extra lekker te maken. Het resultaat is er dan ook naar: E. verzekert me dat ik met deze maaltijd zijn dag weer een beetje beter heb gemaakt. En op zijn beurt zet hij een puike pot koffie, waarmee hij ook mijn dag weer een beetje beter maakt. We zijn goed bezig in ons huwelijk!

vrijdag 28 januari 2011

t Is aal wat


Vanmiddag tref ik in de super onverwacht mijn afstudeerpartner van 25 jaar geleden. We deden samen onderzoek en schreven samen onze afstudeerscriptie. Ik heb haar nadien nog wel eens gezien, maar het is denk ik wel 20 jaar geleden dat ik haar zag. Haar moeder woont hier en die is nu zo oud dat ze wel een beetje ondersteuning kan gebruiken. Vandaar.

We raken gemakkelijk weer met elkaar in gesprek. Natuurlijk gaat het ook even over vroeger. "Had jij dat vroeger nou gedacht?", zegt ze. "Nait aal over vrouger proaten. Doar komt gain gouds van." Een kleine iele oude vrouw kijkt ons aan. Het kleine bosje haar dat haar nog rest, heeft ze in een staartje gebonden. De sleutel aan de knalgele keycord verschaft haar straks weer toegang tot haar woning. Wij staan in de hoek bij de gesneden groente. Ze stelt zich zo op dat we er niet langs kunnen. "Nee zo mooi was dat nait hur, vrouger. Veur televisie ook. Aal over oorlog. Nou zo mooi ist nait as je de oorlog mitmoakt hebben. Dat mouten ze nait weer opreukeln. Komt niks gain gouds van. Dat is west." We hummen begrijpend met haar mee. Misschien was dat niet echt een verstandige keuze. Het ene onderwerp na het andere volgt namelijk. "Je zain veul te veul op televisie. Aal dij minsen dij stroat op goan mit spandouken. Hierzoot." Ze wijst op haar voorhoofd. "En dij zwaarten. Ze zeggen wel dat ze t veul minder hebben as wie, mor dat is nait meer zo hur. Niks van woar." "Nou, er zijn toch echt wel landen waar ze het veel minder hebben dan wij hier.", werpen wij tegen. Dat is niet de bedoeling. Ze luistert er niet naar en snijdt het volgende onderwerp aan. "En schaaiden. Elk gait mor schaaiden. Dat is toch ook n schandoal?" "Nou wie binnen nait van plan om te schaaiden", stel ik haar gerust. "Ik bin zulf wel schaaiden", zegt ze tot onze verrassing. "Mor toun wazzen wie al wel 18 joar bie mekoar west." En zo gaat het verder. Ze vertelt nog dat ze daarna een man heeft getroffen met wie ze tot aan zijn dood 30 jaar heeft samengewoond. "Gain botterbraifke meer hur, naargens veur neudeg." Wij begrijpen dat het gesprek niet weer over gaat als we niet zelf even ingrijpen. "Wie proaten nog even mit zien baaident verder as joe t goud vinden", zeg ik. Ze rolt haar kar langzaam vooruit, maar draait zich dan weer om en pruttelt nog wat na over allerlei schandalige kwesties.

De groenteboer geeft me een veelbetekenende glimlach. Hij kent zijn pappenheimers. In het Gronings kun je het hele verhaal in vier woorden kernachtig samenvatten: t Is aal wat.

zondag 14 december 2008

Mevrouw K.

Ik heb mijn eigen naam gehouden. Geen haar op mijn hoofd -en dat zijn er nogal wat- die eraan dacht om E's achternaam aan te nemen. Net zoals er geen haar op E's hoofd -dat zijn er een stuk minder- over dacht om mijn naam aan te nemen. Het is bij ons zelfs nooit een onderwerp van gesprek geweest. Voor generaties voor ons was het vanzelfsprekend om de naam van je man aan te nemen. En ook nu zijn er weer meer vrouwen die de naam van hun man aannemen.

Onze kinderen hebben wel E's achternaam. Destijds was het zo, dat als de man de kinderen erkende, ze automatisch zijn achternaam kregen. Maar eerlijkheidshalve denk ik dat dat ook nu het geval zou zijn geweest. Na de bevalling werd ik namelijk overvallen door een combinatie van toegeeflijkheid en superioriteitsgevoel. Ik vond mijn bevallingen fantastische ervaringen. Na die oergebeurtenis voelde ik me tegelijkertijd kwetsbaar en onoverwinnelijk. En E. kon bij zo'n oergebeurtenis nooit meer dan een toeschouwer zijn. Dat vond ik sneu - ook al heb ik E. er nooit over horen klagen. Dus vond ik het prima dat ze zijn achternaam kregen. E. was er bovendien zeer op gesteld. Hij liet en laat graag zien dat zijn kinderen mienent zienent zijn.

Ook al heb ik niet de achternaam van E. aangenomen, ik word natuurlijk wel eens aangesproken als mevrouw K. En ik zal mezelf nooit zo voorstellen, maar ik doe er niet moeilijk over. Dat vind ik kinderachtig. Laatst bijvoorbeeld nog. Ik loop binnen bij de bakker op de woensdag om onze broodbestelling op te halen. Omdat ik de laatste tijd veel geklust heb in huis, ging E. vaak even naar de bakker. Dus ik kom voor het eerst na een tijdje weer binnenlopen op de woensdag. De te keurige jongeman achter de balie, groet me zeer vriendelijk: "Ik haal uw bestelling op mevrouw K." Hij komt terug met twee heerlijke compactbroden. "Alstublieft", zegt hij te vriendelijk.

Hij is het type jongen dat op de middelbare school bij mij werkelijk geen schijn van kans zou hebben gehad. En nu nog irriteert zijn vriendelijkheid mij. Het is onredelijk. Ik weet het, maar het is niet anders. "Meneer K. neemt er op woensdag vaak nog een zonnebloempittenbroodje bij", prijst hij zijn waren aan. En inderdaad, ook de zonnebloempittenbroodjes bij onze bakker zijn heel lekker. "Ja," zeg ik "maar mevrouw K. doet dat niet." Enigszins beteuterd, zegt hij: "Zo dan maar?" Ik reken af en vertrek. Hij zal wel denken: die mevrouw K. is een bitch. Maar zo heet ik gelukkig niet.