Posts tonen met het label jeugd. Alle posts tonen
Posts tonen met het label jeugd. Alle posts tonen

zaterdag 11 maart 2023

58 jaar te laat


"In dit soort situaties neemt de familie het niet zo nauw met de regels".
De uitvaartverzorger doelt op de coronaregels. Hij heeft gelijk. Bij het afscheid van het leven is nabijheid het allerbelangrijkst. Mijn zusje en ik krijgen dan ook corona. De uitvaartverzorger liep het zo al drie keer op. Bij mij zijn de klachten zeer mild. Een beetje verkouden. Na een dag of twee verdwijnen ook de verkoudheidsklachten. Zo gaat dat, denk ik dan nog. Ik ben gevaccineerd, geboosterd en al eens besmet. 
We zijn tot op het laatst dichtbij mijn lieve vader. We doen er alles aan om hem een mooi afscheid te geven. We kijken er moe maar voldaan op terug. De corona ben ik dan al bijna vergeten.
 

Emotionele achtbaan

Twee weken na de postieve test zit ik bij de huisarts. Mijn aanvankelijke vermoeidheid schrijf ik toe aan de emotionele achtbaan die de afgelopen periode was. Als ik benauwd word, vermoed ik dat er toch meer aan de hand is. "Het is berucht bij corona. Ook bij zeer milde klachten kan dit erachter vandaan komen", zegt hij. Ik heb een virale longontsteking.

Dat wil ik ook

Ooit was het een vurige wens van me om een longontsteking te hebben. Mijn moeder vertelt graag dat ze mij als 4-jarige bovenop een stoel voor een open raam aantrof. Met de borst vooruit stond ik er wind te vangen. "Wat dust?" vroeg mijn moeder. "Ik wil ook longoetsteken", zei ik. Ik bleek jaloers te zijn op een ziek jongetje in de klas. Hij had een longontsteking. Om hem op te peppen moesten we allemaal een tekening voor hem maken. De juf zou ze gaan brengen. Heel leuk. Zo leuk, dat ik ook wel een longontsteking wilde.

Het komt dus eigenlijk 58 jaar te laat. 

De illustraties op mijn blog zijn afkomstig van Boomerang CardsHier vind je deze.

zondag 11 augustus 2013

Kom jij maar eens even...

Teveel mensen in mijn omgeving gaan te jong dood. De gemiddelde levensverwachting van een man is 79 jaar en van een vrouw maar liefst 83. Als ik uitga van mijn eigen omgeving, dan moeten er toch een flink aantal honderdjarige mannen komen om het gemiddelde weer een beetje op peil te brengen. Het lijkt me een goed idee als mijn vader daar een van is. Die wordt dit jaar namelijk 80 en zit dan een jaartje boven het gemiddelde.

Gisteren hoorde ik dat een klasgenoot van mij van de lagere school is overleden. Ik zat op een kleine school waar we in dubbele klassen zaten. Hij zat een klas hoger en was dus nog maar 53 jaar. Hij was een verlegen jongen met veel gevoel voor humor. Hij leefde nu een rustig leven net buiten het dorp. Op feesten en partijen zag je hem niet zoveel, met een uitzondering: hij schitterde ieder jaar op het toneel van de plaatselijke toneelvereniging. Daar speelde hij de sterren van de hemel.

Op zich verbaast dat me niks. Ik herinner me nog dat hij in de laatste klas van de basisschool Sinterklaas speelde. We geloofden niet meer in Sinterklaas en maakten pakjes voor elkaar, maar hij speelde zijn rol met verve. Zo verlegen als hij anders was, zo ondeugend was hij als Sinterklaas. "Kom jij maar eens even bij Sinterklaas op schoot zitten", zei hij tegen mij. Daar kon natuurlijk geen sprake van zijn, maar het was toch leuk geprobeerd.

En nu is zijn leven voorbij. Onvoorstelbaar. Het had nog zoveel voor hem in petto moeten hebben.

dinsdag 15 januari 2013

Hoezo koud?

Het is nu toch wel flink koud. Vanmorgen was ik maar wat blij dat ik de voorruit had afgedekt, want er zat een flinke laag ijs op de auto. Onderweg naar huis kom ik verscheidene jongeren tegen. Hen lijkt de kou niet te deren. Gisteren zag ik een meisje achterop een scooter waar je zonder helm op mag rijden. Zij zat in een ronduit luchtig jackje, haar handen diep in de mouwen teruggetrokken met wapperende haren weggekropen achter een jongeman. Hoezo koud? Ook hij droeg geen handschoenen en geen muts of iets anders wat hem zou kunnen beschermen tegen de bittere kou. Vanmiddag rij ik voorbij een groep meisje die uit school komen. Ook daar geen muts of handschoenen te bekennen. Met wapperende haren en blote oren trotseren ze de kou. Het taboe op mutsen en handschoenen geldt niet voor de sjaal. Die zie je in allerlei soorten en maten: van een gigantische col tot ellenlange sjaals. Ik signaleer het en herken het. Sommige dingen doe je gewoon niet, ook niet als het niet zo comfortabel is. Net als een regenpak bijvoorbeeld. Heel praktisch natuurlijk, maar je wilt er vanzelfsprekend niet in gezien worden. Dan maar liever nat. Op een gegeven moment verdwijnt dat. Dan wordt het opeens belangrijker dat je warme handen en oren hebt, dat je niet nat wordt. Wel zo comfortabel. En natuurlijk een teken dat je ouder wordt. 

zondag 20 mei 2012

Klein aber gemütlich

Vandaag ontvingen we onze Oostenrijkse gaste. Het is de tweede uitwisselingsstudent die dit jaar bij ons komt logeren in het kader van het Comeniusproject waar de jongste aan meedoet. Zelf ging ze al een keer naar Duitsland. Deze hele week wordt het dus volop Duits praten. Vermoeiend, maar leerzaam. De jongste doet het erg goed. De oudste twee houden zich zeer op de vlakte: Duits is niet hun fort. Ik babbel er lustig op los, ook al is mijn Duits geen Engels. E. beheerst het Duits beter dan ik, maar is minder gedreven om te babbelen.

Sinds de komst van onze eerste uitwisselingsstudent twee jaar geleden, zijn we er helemaal klaar voor. Het logeerkamertje dat ooit als babykamer dienst deed en later rommelhok werd, is nu permanent klaar voor een extra slaper. Het is een van mijn favoriete ruimtes in het huis. Vreemd misschien, want het is heel klein, maar het is ook reuzegezellig. Of, zoals onze vorige gaste zei: "Klein aber gemütlich". En zo is het.

Ik heb altijd al een zwak gehad voor de kleinste slaapkamer. Toen we jaren geleden verhuisden van het kleine huisje waarin mijn middelste zus en ik geboren werden, mocht ik als oudste kiezen welke slaapkamer ik wilde in het nieuwe grote huis. Ik koos voor de achterste kamer, de kleinste van allemaal - maar ook de gezelligste. Het waren de seventies en mijn ouders lieten ons zelf kiezen welke kleuren we in onze kamer wilden. Ook de vloerbedekking mochten we zelf uitkiezen. Natuurlijk koos ik voor bruin op de kozijnen met rauhfaser behang op de muren. En als vloerbedekking koos ik bizar gesneden tegels in oranje en mosgroen. Dat werd in een oranje-groen-oranje-groen psychedelisch patroon gelegd. Absoluut te gek voor woorden. Nog te gekker voor woorden natuurlijk dat mijn ouders nooit gezegd hebben: "Ben je nou helemaal..." Ik kreeg het gewoon. Het was een superkamertje. Ik heb er nog altijd fantastische herinneringen aan. Ondanks de hysterische vloerbedekking voelde ik me er geborgen.  

Nu ligt onze uitwisselingsgast in ons kleine kamertje te slapen. Ik hoop dat ze ook goede herinneringen zal bewaren aan dit kleine kamertje.

woensdag 25 april 2012

Rondhangen op de til

Je ziet ze hier regelmatig rondhangen in groepen: jongeren. Er wordt van alles bedacht om jongeren te verdrijven van plekken waar ze massaal rondhangen. Zo las ik laatst eens dat ze hele hoge pieptoontjes inzetten om hangjongeren -die dit soort toontjes nog horen en er helemaal gek van worden- te verjagen. Vanavond gaat de jongste nog even naar de Lidl. "Ze hangen rond bij de Trekpleister", zegt ze.

Vroeger was ik ook een hangjongere. Dat was helemaal niet raar. Iedereen in ons dorp hing rond. En daar hadden we een hele geschikte plek voor: de til, de witte brug over de Lustige Maar, midden in ons dorp. Niet dat wij ooit spraken over De Lustige Maar, wij zeiden gewoon 't daip. De til is een stenen brug met kijkgaten erin. Niet zomaar een brug, vernam ik laatst van mijn moeder: het is een heel bijzondere brug. Dat wisten wij toen al. Niet omdat het een monumentale brug is, maar vanwege de functie die het had in het dorp. 's Morgens verzamelden we ons op de til om naar de middelbare school te fietsen. 's Avonds hingen we er rond voor de gezelligheid. Het was het verzamelpunt bij uitstek.

Het gebeurde regelmatig dat auto's die over die brug moesten, op ons moesten wachten - tot de groep uiteen week en ze er langs liet. Daarmee lieten we zien dat het dorp was van ons, net als de til. Vanuit het perspectief van deze tijd zou dat misschien intimiderend zijn. Maar destijds was dat helemaal niet zo. Het woord hangjongere bestond namelijk nog niet. Groepen jongeren waren niet intimiderend. Wij waren gewoon 'de jeugd'.
Woltersum, uitzicht vanaf de til

vrijdag 21 november 2008

Queen of the road

Onze zoon wordt over twee weken veertien. Hij weet echt niet wat hij voor zijn verjaardag wil. Over twee jaar, dan weet hij het wel. Dan wil hij een brommer. Het type heeft hij ook al uitgekozen. Hij wil een oldtimer, een Kreidler eitank. Onze oudste wordt zestien, maar voor haar speelt dat helemaal niet. Het komt niet bij haar op om een brommer te vragen of te willen. Dat gold voor mij destijds ook toen ik zestien werd. Toch kreeg ik er eentje. Niet op mijn verjaardag, maar zomaar, van mijn oom. Het is een verhaal dat nog altijd wordt verteld op feestjes en partijen.

Toen mijn oom me de brommer aanbood, sloeg ik het genereuze aanbod eerst af. Ik had geen idee wat ik met een brommer moest. Ik kon toch ook wel fietsen? "Misschien moet je er toch maar even over denken", zei mijn moeder. "Het is toch een mooi aanbod en het kan handig zijn." En of het handig was! Ik ben van mening veranderd en kreeg de brommer. Mijn eerste brommerritje was onvergetelijk. Mijn oom zette de brommer naast het huis, startte hem en zei: "Rijden maar!". Dat was niet tegen dovemansoren gezegd. Ik trok het gas vol open en joeg met duizelingwekkende snelheid door de hoofdstraat van het dorp. Een rondje langs de school, bij het dorpshuis lang, allemaal op topsnelheid.
Ik had het handvat namelijk stevig vast. Het kwam niet in me op om de greep te verslappen. Na mijn tweede rondje, wilde ik toch wel stoppen. Mijn zus vertelt het nog altijd in -liefst grote- gezelschappen. Iedere keer lacht ze zich opnieuw tranen, als ze vertelt: "En toen reed ze op topsnelheid voorbij op die rode brommer met die lichtblauwe helm. Wij allemaal langs de kant van de weg. En terwijl ze vol gas voorbij stoof, riep ze: Stoppen, ik wil stoppen. Hoe doe ik dat?" Dit is ongeveer het moment waarop mijn zus een zakdoek tevoorschijn haalt om haar lachtranen weg te vegen.

Ik heb geleerd om te stoppen, alhoewel gas geven me altijd beter afging. De brommer stond bij mijn opa in de schuur. Omdat ik altijd met vol gas wegstoof, stoof het grind van zijn oprit bij de ramen omhoog. Hij kwam wel eens zorgelijk bij mijn ouders: "Of dat wel goed gaat..." Maar het is goed gegaan. Ik heb schadevrij gereden en genoten van het brommerrijden. Ik was de Queen of the road met mijn rode brommer en mijn lichtblauwe helm op. De brommer werd gesloopt, dat wel. Na mij geen andere gebruiker. Ik reed namelijk overal in weer en wind op die brommer heen - en dat met mijn vriendin achterop. Ooit kwamen we midden in de nacht terug terwijl het sneeuwde en ijzelde. Zij met beide voeten aan de grond om balans te houden en ik gassen. Het brommertje was eigenlijk niet bedoeld voor twee personen. Maar dat mocht de pret niet drukken.

Ik denk met veel plezier terug aan mijn brommeravonturen. Maar wat ben ik blij dat mijn oudste er nog niet naar taalt en dat het voor onze zoon nog twee jaar duurt!

woensdag 22 oktober 2008

Sjekje

Gisteren ging E. naar de drukker, niet eentje uit zijn eigen stal, maar een connectie van een opdrachtgever. "Ik heb nog een oud klasgenoot van je gesproken", zegt E. "Hoe kom je daarbij?", vraag ik. "Hij zei het", aldus E. Na enig doorvragen over fysieke kenmerken, kwam ik tot de volgende conclusie: "Het was Sjekje". E. kijkt mij bevreemd aan. "Sjekje", zeg ik. "Zo noemden we hem, want hij rookte graag sjekjes."

Toen ik opgroeide, hadden we in mijn geboortedorp de gewoonte om mensen bijnamen te geven. Ik ben daar een beetje in blijven hangen. Mijn moeder wees me erop. "Heeft Appel dat gedaan?", vroeg ik toen ze iets hadden veranderd op het gebied van telefonie. Appel was onze voormalige overbuurjongen.  "Hou toch op met je Appel", zegt mijn moeder. "Zo wordt hij allang niet meer genoemd." Appel was een verwijzing naar zijn rode appelwangen. En die heeft hij nog steeds. De man van de kringloopwinkel in het dorp verderop groeide ook op in ons dorp. Hij was een leeftijdgenoot en we noemden hem Oeroebaai. Waar de naam vandaan komt, weet ik niet meer. Maar voor mij kleeft de naam nog steeds aan de man - meer nog dan zijn eigen naam.

Sjekje is inmiddels verhuisd en misschien is hij zelfs wel gestopt met roken. 

donderdag 18 september 2008

Zusjes


Ik ben de oudste thuis. Mijn jongste zusje is zes jaar jonger dan ik. Dat is als je kind bent best veel. Toen zij op de lagere school kwam, ging ik eraf. En toen ik van de middelbare school ging, ging zij er voor het eerst heen. Ik herinner me nog dat ze als baby een roze teddyjasje had. Ze was net een grote babypop. Ook zijn er nog foto's van mij op het ijs. Ik hou haar vast en een minder fortuinlijk klasgenootje -die niet zo'n babyzusje had- kijkt gelaten toe. Ik herinner me ook nog dat ze geboren is.
Dat ik me dat herinner, is te danken aan mijn andere zusje. Zij is twee jaar jonger dan ik. Wij zijn meer samen opgegroeid.

Toen mijn jongste zusje werd geboren, merkte ze dat er iets aan de hand was. Zij was vier en wou er met alle geweld bij zijn. Daarbij maakte ze mij wakker. Wij sliepen, ook toen we elk al een eigen kamer hadden, nog samen. We kropen dan 's avonds bij elkaar in bed. Ook al was ze twee jaar jonger, ze nam altijd het voortouw. Ik liet me snel overrompelen en was snel in tranen. Zij was voor de duvel niet bang. Waar ik aarzelde, handelde zij. Ze was in veel dingen mijn tegenpool. Ze schrok jongens drie keer zo oud als zij af door een bezem achter zich aan te slepen. Ze sleepte me mee in activiteiten. Er zijn veel foto's van ons samen; en zo herinner ik me dat ook. We vulden elkaar perfect aan. Ik had het nodig om meegesleept te worden en zij wilde nooit iets alleen doen. Naarmate we ouder worden, blijven die verschillen, maar tegenpolen zijn we niet meer.

Sterker nog: tegenwoordig zegt iedereen dat we zoveel op elkaar lijken. Als ik heel vriendelijk word gegroet door wildvreemden, dan knik ik vriendelijk terug. Negen van de tien keer verwisselen ze me dan met mijn zusje. Nog niet zo lang geleden raakte ik aan de praat met een vrouw die me vaag bekend voorkwam. We waren in een geanimeerd gesprek verwikkeld. Tot ik op een gegeven moment in de gaten kreeg dat ze dacht dat ik mijn zusje was. Ze was zeer geshockeerd toen bleek dat dat niet het geval was. Onze stemmen lijken op elkaar, we lijken op elkaar in doen en laten, en blijkbaar lijken we ook uiterlijk op elkaar. Wij vinden nog steeds van niet, maar zo langzamerhand kunnen we er niet meer omheen. 

De illustraties op mijn blog zijn afkomstig van Boomerang Cards.  Hier vind je deze.

vrijdag 5 september 2008

Poppenkast


Toen ik een jaar of vijf was, namen we onze intrek in een voormalige kapperswinkel in het dorp waar we woonden. De voormalige kapperswinkel werd opgeknapt, de besmeten buitenmuren werden stralend wit geschilderd en de kozijnen donkerblauw. Het grotere huis bood meer ruimte aan ons gezin, mijn zusje, mijn ouders en ik. Later werd mijn jongste zusje nog geboren.

In de voormalige kapperswinkel richtten onze ouders een speelkamer voor ons in. We hadden een schoolbord aan de wand en een poppenkast waarmee we voorstellingen konden geven. De rest van ons speelgoed kon in de grote kastenwand worden opgeborgen of achter de gordijntjes onderlangs. Als we wilden, konden we in onze speelkamer zelfs hinkelen. Toen vond ik dat heel gewoon. Maar dat was het natuurlijk niet. Onze ouders ruimden een groot deel van hun leefruimte in als speelruimte voor ons. Het was een waar kinderwalhalla. Er waren dan ook altijd wel kinderen die met ons in 'het kamertje' wilden spelen. En het gebeurde ook wel eens dat wij er niet waren, maar dat er toch kinderen in het kamertje speelden.

De vrolijke gele poppenkast was door mijn vader zelf gemaakt. Een vriend van de familie had er stripfiguren op gemaakt. Hij was zo groot, dat we er gewoon op een krukje achter konden gaan zitten om te spelen. En dat deden we dan ook. We organiseerden zelfs heuse voorstellingen. Dan maakten we eerst een affiche om onze voorstelling aan te kondigen en die hingen we dan voor het voormalige winkelraam. Mijn zusje ging over de financiën, want aan benefietvoorstellingen deden we niet. Ik speelde, want ik had een ruimere fantasie. Voor de vriendenprijs van een cent mochten kinderen binnenkomen. Geen cent, dan kwamen ze ook niet binnen. Daar was mijn zusje onverbiddelijk in. Mijn moeder heeft -zo bekende ze achteraf- wel eens een cent door het raam aan een sneu ronddrentelend kind gegeven.

Op een gegeven moment werd het kamertje een keuken. Het had zijn functie gehad; wij hebben er naar hartenlust gespeeld. We hebben ons er volledig uit kunnen leven. En toen het kamertje keuken werd, veranderde de functie, maar het bleef evengoed een zoete inval bij ons thuis. Het kamertje was namelijk niet de sleutel: dat waren mijn ouders die ons op iedere leeftijd de ruimte gaven die we nodig hadden.

De illustraties op mijn blog zijn afkomstig van Boomerang Cards.  Hier vind je deze.