Posts tonen met het label zoon. Alle posts tonen
Posts tonen met het label zoon. Alle posts tonen

zaterdag 25 juli 2026

Bezorgfrustratie


De zoon komt vorige week op zaterdagmorgen binnenlopen. Ik hang op dat moment net met Coolblue aan de lijn. De laptop die ik donderdag heb besteld, ligt als een bal in het zand bij DHL. De status blijft onveranderd: aangemeld. Mijn onderbuikgevoel zegt dat er iets niet in de haak is. Toen ik bij het opstaan zag dat er nog steeds niks was veranderd, heb ik direct gebeld om oplopende frustratie te voorkomen. 

Klantbelofte

Ik ga ervan uit dat producten van Coolblue de volgende dag worden geleverd. Dat is hun klantbelofte. Maar ze bezorgen de elektronica blijkbaar niet zelf. Dat doet DHL voor ze. De mevrouw van de klantenservice van Coolblue zoekt het verder uit. Het is een beetje een raadsel. Ze gaan het volgen en als er binnen vier werkdagen niks gebeurt, grijpen ze in. "Laat dat bezorgen maar zitten", zeg ik daarop tegen de medewerker. "Ik haal 'm zelf wel even op." Als ik geweten had dat de elektronica van Coolblue wordt bezorgd door DHL, was ik er sowieso niet aan begonnen. Maar zelf ophalen kan niet meer. Hij is namelijk al aangemeld bij DHL. Wat wel kan: nog een laptop betalen en dan melden ze de andere af. Het geld van de verdwenen laptop zou ik dan over een aantal dagen terugkrijgen. Dat gaat me net even te ver.  

Overstromende mailbox

De zoon heeft soortgelijke frustraties. Op de vroege zaterdagochtend heeft hij een aantal onderhoudsmiddelen voor zijn motor bij een plaatselijke leverancier gehaald. De hele week al stromen de pakjes binnen, omdat hij zijn motor reviseert. En omdat hij overdag niet thuis is, gebruikt hij ons als leverpunt. Maar aan online bestellen zit een behoorlijk minpunt.  "Voor je het weet heb je weer twintig mails binnen", zegt hij en hij vervolgt: "Bedankt voor uw bestelling - Hier is de factuur voor uw bestelling - Uw bestelling heeft ons pandje verlaten - Uw bestelling ligt nu bij de bezorger - Dit is de track and trace voor uw pakje - De bezorger is onderweg - De bezorger heeft het pakje afgeleverd - Bent u tevreden over ons product." Hij overdrijft niet. En in dit scenario is er ook nog niks bijzonders gebeurd.

Slechte ervaringen

Als ik de oudste over onze frustraties vertel, doet ook zij nog een duit in het zakje. "Ik laat het altijd bij een afhaalpunt brengen, want thuis afleveren is sowieso een drama." De jongste is jarig en het pakje dat ze  voor haar heeft besteld, is nog niet geleverd. Het ligt in Tynaarlo. "Ik haal 'm zelf wel even uit Tynaarlo", had ze voorgesteld. Maar dat was geen optie. 

De jongste heeft dit probleem niet. Zij heeft een postbus waarin je ook een pakket kunt afleveren. "Ideaal", zegt ze. Maar ze heeft wel sterke verhalen over pakjes die in de container worden gelegd vlak voordat ze geleegd worden - met alle gevolgen vandien.

Tevreden? 

Ik krijg zaterdag een mail of ik tevreden ben over het contact met de klantenservice. Ik vul het in. Ook vragen ze me wat ik morgen zou veranderen bij Coolblue. Onmiddellijk het contract met DHL opzeggen, schrijf ik. Ik vind het een onbetrouwbare bezorgdienst. Ook als ik zeker weet dat we thuis waren, gebeurt het te vaak dat we een berichtje krijgen dat ze het pakketje niet konden bezorgen.

Geen beweging

Na vier dagen is er nog geen beweging bij DHL. Ik wacht het initiatief van Coolblue niet af en benader Coolblue nu via de chat. De mevrouw van de klantenservice zoekt het uit. De zending blijkt verdwenen. Ze annuleert de zending en doet de hele exercitie opnieuw. Lange tijd is het bezorgtijdvak de volgende dag tussen 10.20 uur en 14.00 uur. Ik ben de hele tijd beneden, ga niet naar de wc en hou het scherp in de gaten. Om 13.06 uur krijg ik het volgende bericht: "We hebben elkaar gemist, we komen nog een keer langs". Dat bedoel ik nou. 100% zeker dat ze niet zijn geweest. En nog weer later: "We bezorgen je pakket bij een DHL ServicePoint." Zeg dan direct: we bezorgen alleen bij een DHL ServicePoint. Ik meld het onmiddellijk bij Coolblue. Ik kan er een formele klacht van maken, zeggen ze. Maar ik ga er niet meer tijd insteken.

´s Avonds wordt de laptop niet bij het dichtstbijzijnde DHL ServicePoint bezorgd, maar toch nog aan huis. En de volgende dag wordt er ook nog een geleverd via de pakketautomaat... 

De illustraties op mijn blog zijn afkomstig van Boomerang Cards.  Hier vind je deze.

De soundtrack bij de blog is:

zaterdag 4 mei 2024

Persoonlijke wekservice


"En dan nog een keer roe", zegt mijn zus. Ik vertel haar dat ik wakker word gemaakt door een stel houtduiven. Die zitten 's morgens als de zon opkomt bij ons op het platte deel van het dak te koeren. Ze zijn mijn persoonlijke wekservice. 

Roekoeroe

"Ik dacht altijd dat het roekoe was", zegt mijn zus. Maar volgens haar is het dus altijd Roekoeroe. Mijn schoonvader roekoede altijd bij de hofmakerij van zijn zoons. Mijn schoonzusje kon het smakelijk vertellen. Tegen de tijd dat E. zover was, was zijn vader er overheen gegroeid. Ik heb het dus alleen van de overlevering.

Wat ben jij vroeg wakker

Vanmorgen zijn het niet de houtduiven die me wakker maken. Het is mijn telefoon. Ik krijg voor zes uur al een appje van de jongste. Ze is net verhuisd naar haar nieuwe huis. Ze heeft een vraag over het afval. "Verfspullen moeten bij het chemisch afval", vertel ik haar. We appen nog wat heen en weer en dan zegt ze: "Wat ben jij trouwens al vroeg wakker". "Dat komt omdat jij me wakker hebt geappt", zeg ik. Dat was nog niet bij haar opgekomen. Ook onze zoon komt op de lijn. Het is vlak na zessen. Hij is zijn werkschoenen hier gisteren vergeten. Maar hij lost het op door vandaag zijn klompen aan te trekken.

Mijn zus heeft gelijk

Om kwart voor zeven komt het laatste appje. Ik ben dan klaarwakker. En dan hoor ik ze: de houtduiven. Deze keer niet op ons dak, maar op dat van de buren. En mijn zus heeft gelijk. Het is Roekoeroe. Maar soms komt er dan toch nog een Roekoe achteraan. 


De illustraties op mijn blog zijn afkomstig van Boomerang Cards.  Hier vind je deze.

De soundtrack bij de blog is:

vrijdag 11 augustus 2023

Moeke Beere


Onze zoon was bij zijn geboorte de kleinste van onze drie kinderen. Dat zou je nu niet meer zeggen. Hij is ruim twee meter, leeft op grote voet en heeft een indrukwekkende spiermassa. Die laatste waarneming is volgens hem toe te schrijven aan mijn roze brilletje. Maar ik krijg steeds meer signalen die op het tegendeel wijzen. Mijn beeld is wel degelijk fel realistisch.

Grote jongens 

Ik ga nu in de zomervakantie ook twee avonden in de week naar de sportschool. Mijn aquajoglessen liggen namelijk stil in de zomer. Op de donderdagen tref ik onze zoon in de sportschool. Ik werk mijn oefeningen af in het deel dat voor hem de opwarmruimte is. Hij verdwijnt na de warming up naar de ruimte voor de grote jongens. Veel van de jongens in de sportschool doen alles voor een goede spiermassa. Bijvoorbeeld alleen kip met broccoli eten en iedere dag trainen. Onze zoon gaat net als ik twee keer in de week naar de sportschool. Hij eet normaal. Toch drukt en trekt hij net zoveel gewicht als de andere jongens in de sportschool. Het heeft hem daar de bijnaam Beere* opgeleverd. Volgens de andere jongens kan het niet anders dan dat het genetisch bepaald is. 

Ik spreek het niet tegen. Dat heb ik ook altijd gezegd. 

Gespot

Mijn oefenprogramma neemt niet zoveel tijd in beslag. Dus als ik klaar ben, loop ik even naar de andere kant om hem kort te groeten. Laatst vertelde hij dat ik werd herkend als zijn moeder. Een van de jongens van de sportschool had gezegd: Ik docht aal: dij het de Beere moakt. Dat is moeke Beere. En nu gaat het: Doar hest heur weer: moeke Beere.


*Oost-Gronings voor beer

De illustraties op mijn blog zijn afkomstig van Boomerang CardsHier vind je deze.

woensdag 21 oktober 2015

Dochters en leutje zeunen

Mijn vader en ik, toen ik ongeveer een half jaar oud was
Mijn vader heeft drie dochters, geen zoon. Er zouden misschien mannen van zijn generatie zijn geweest die dat vervelend hadden gevonden. Maar dat geldt niet voor mijn vader. Hij is en is altijd blij geweest met zijn dochters. En dat hebben wij altijd gevoeld. Hij is dan ook een echte vrouwenman. Geen Casanova of charmeur, maar een leukerd. Daar is een groot verschil tussen. Hij kan koketteren met het feit dat hij het maar moeilijk heeft tussen al die vrouwen, maar daar meent hij niets van. En dat weten wij natuurlijk. Wij stellen wel eens dat wij hem door het leven dragen, omdat wij hem op handen dragen. En dat is ook zo, maar daar zit natuurlijk ook een wederkerigheid in. Zoals wij hem dragen, droeg en draagt hij ons allemaal.

Inmiddels heeft mijn vader al grote kleinkinderen, drie kleindochters en twee kleinzoons. Onze zoon belt zijn opa vanmorgen op. Hij is deze week vrij en de sloten rondom het huis van mijn ouders moeten worden schoongemaakt. Dat doen hun kleinzoons altijd en vandaag is het zover. Hij belt met mijn vader. "Moi opa, mit joen leutje zeun*. Wie kommen eerst eevm kovviedrinken en din moaken wie sloten eevm schoon. Goud? Moi."

Uiteindelijk zijn ze er dan toch gekomen, de zoons - in de vorm van leutje zeuns (en nog meer dochters natuurlijk in de vorm van leutje dochters). 

*Mijn zoon houdt van een rechttoe rechtaan vertaling van het Nederlands in het Gronings. En dit is zijn variant van kleinzoon.  

zondag 11 januari 2015

Zwaitstift en poedielok

Het zat allang niet meer in mijn actieve vocabulaire: het woord zwaitstift. Maar ooit was dat wel het geval. Ik weet niet wanneer ik overgestapt ben van zwaitstift naar deo. Deo klinkt natuurlijk frisser, maar zwaitstift komt dichter bij de waarheid. Het woord is hier weer in zwang geraakt na 5 december. Mijn moeder bracht het woord toen ter sprake. Zij had namelijk een verlanglijstje gekregen met daarop een deodorant als ultieme wens. Dat vond mijn moeder amusant: "n Zwaitstift?" Met name onze zoon werd geïnspireerd door deze reactie van zijn geliefde grootmoeder. Het was direct een hit: bijna dagelijks komt de zwaitstift wel even voorbij.

Zoals vanmorgen bijvoorbeeld. De afgelopen twee dagen was hij ziek en had hij niet zoveel praatjes. Vanmorgen staat hij zingend onder de douche als ik wakker word. "Hij is weer beter", zeg ik tegen E. Als ik hem even later tref in de badkamer, beaamt hij dat. "Jazeker", zegt hij. En onmiddellijk wordt het niveau van persoonlijke verzorging ook weer opgekrikt met deo en een geurtje. "Zo, eevm de zwaitstift en de poedielok* derbie", zegt hij tevreden. Hij is helemaal terug. 


Poedielok is het Groningse woord voor een mannengeurtje.

woensdag 3 december 2014

Een mooie dag

E. werkt aan huis, zijn werk is zijn hobby en hij is met mij getrouwd. Hij heeft dus een mooi leven en ik ook. En vandaag is het leven nog net iets mooier, want onze zoon is twintig jaar geleden geboren. Hij is vandaag dus jarig. Zelf is hij er de hele dag niet, maar wij zijn er wel. Het is namelijk mijn vrije dag. "Laten we even een kop koffie drinken samen", zeg ik tegen E. Hij klaagt wel eens dat ik hem als ik thuis ben teveel van het werk hou. Dit is weer zo'n moment. Maar vandaag is immers geen gewone dag.

Het is des te bijzonderder omdat onze zoon van onze drie kinderen de slechtste start had. Voor hetzelfde geld had hij het niet overleefd. Daar denk ik op de dag van zijn verjaardag altijd wel even aan terug - en natuurlijk ook wel eens op andere dagen. En daar wil ik met E. dan wel even over praten. En natuurlijk over het feit dat hij -net als onze dochters- zo goed gelukt is. We drinken koffie, E. schenkt zich nog eentje in en wil dan weer naar zijn kantoor gaan. Hij staat alweer op. "Blijf nog even zitten", zeg ik. "Het is tenslotte de verjaardag van onze jongen. Even gezellig toch?" E. mompelt iets over abbaaiden*. "Twintig jaar geleden was je daar toch ook niet mee bezig", zeg ik. Ik denk hem natuurlijk tuk te hebben, maar ik had beter kunnen weten. "Ja en daar heeft de economie toen al genoeg onder geleden", zegt E. We zijn uitgepraat. Het werk wordt weer hervat.

*werken

zondag 30 november 2014

Klompen en wildplassen

En na 1 dag gebruik al flinke gebruikssporen...
Eergisteren reisde ik met onze zoon naar Eenrum. Hij is volgende week jarig en voor zijn verjaardag wil hij graag een paar tripklompen van de klompenmaker uit Eenrum. Hij weet al wat hij wil en we zijn er dan ook snel uit: hij kiest voor de onbewerkte klompen en wil er graag een voetbedekkend leertje tussen. "Die werden vroeger vooral gebruikt door smeden", vertelt de mevrouw van de klompenmakerij. "Dan konden er geen vonken op de sokken springen." Het leertje van de Eenrumer klomp wordt in de klomp gezet. Op een Bergumer klomp wordt het leertje erop gezet, leren we. "Dat hoort niet bij onze klompen", aldus de klompenmevrouw. Ze zegt het niet, maar tussen de regels door vatten we de boodschap: dat ziet er natuurlijk niet uit. We lopen met de gekozen klompen in de hand mee naar de klompenmakerij. Daar worden de leertjes gekozen en op zijn voet afgesteld. Aan een kant met nietjes en aan de andere kant met spijkers, zodat ze altijd nog weer bijgesteld kunnen worden. In de klompenmakerij ruikt het naar hout en de klompenproductie is in volle gang.

Onze zoon is blij met zijn klompen. Het zijn mooie klompen, de Eenrumer klompen. "Jenteg*", zegt hij. Hij wijst naar de neus van de klomp. Die is een beetje spits en niet rond zoals je bij veel gele klompen ziet. Het zijn inderdaad prachtexemplaren.

We besluiten om niet linea recta weer naar huis te rijden. We zijn nu tenslotte op t Hogeland, dus we maken even een rondritje. De lucht is blauw en de horizon weids. Geweldig. We komen hier en daar een fietser tegen, zo nu en dan een auto, maar het is rustig op t Hogeland. Het is op deze mooie winterse vrijdag vooral bestemmingsverkeer dat ons passeert. Op een gegeven moment kruisen we een andere rondrijder. Dat wil zeggen: op het moment dat wij ze spotten wordt er niet gereden. De man zit achter het stuur en de vrouw spoedt zich naar een elektriciteitshuisje, het enige obstakel in een landschap met enkel grasland en sloten. Het zou een decor voor een film van Alex van Warmerdam kunnen zijn. "Die moet plassen", zeg ik tegen onze zoon. "Duidelijk", zegt hij. We herkennen de tekenen van hoge nood. Met grote passen beent ze naar het huisje. Helaas biedt het huisje haar geen beschutting. Ze gaat zo zitten dat haar man haar niet ziet, maar andere toevallige voorbijgangers -zoals wij- hebben vol zicht op haar naar achteren gestoken achterste.

De vrouw is duidelijk geen ervaren wildplasser. "Ze zit helemaal verkeerd", zeg ik tegen onze zoon.  Er staat een straffe wind en dan is het zaak om goed positie te kiezen. Misschien was de nood te hoog om weloverwogen positie te kiezen. Ik vermoed dat ze het niet droog houdt. Onze zoon denkt dat het meevalt: hij verwacht dat het huisje de wind voldoende breekt om ongelukken te voorkomen. Wie van ons gelijk heeft gekregen weten we niet. We denken natuurlijk dat we allebei gelijk hebben. Ik hoop voor haar dat onze zoon gelijk heeft, maar ik vrees eerlijk gezegd het ergste.

*elegant, sierlijk

vrijdag 14 november 2014

Dokter grootmoeder

Onze zoon is graag bezig. Met vakantie doe je hem geen plezier, want werken is zijn hobby. Samen met zijn neef en tevens beste vriend is hij altijd in de weer. Laatst waren ze achter het huis van hun opa en oma bezig met de bestrating. Bij een klein ongelukje met een betonbandje raakte zijn middelvinger beklemd. Een open wond was het gevolg. Ook dat stopt de werkzaamheden niet. 's Avonds werd de vinger een beetje stijf, maar tijdens de dag had hij geen centje pijn. "Dankzij Dokter grootmoeder", zegt onze zoon.

Mijn moeder draait net als ik haar hand niet om voor kleine medische ingrepen. Voor de beknelde vinger rukte ze uit met een flinke dosis sterilon - 'dit prikt een beetje'- , verband en leukoplast. De sterilon vloeide rijkelijk en vervolgens werd de vinger stevig afgebonden. In de loop van de middag bleek zelfs een beetje te stevig, maar dat werd door Dokter grootmoeder zelf gediagnosticeerd en hersteld.

Dat Dokter grootmoeder de eed van Hippocrates niet heeft afgelegd is duidelijk, aldus mijn vader.  Haar inzet is volgens hem namelijk niet voor iedere patiënt gelijk. De sterilon, het verband en de leukoplast bleven een week erna onaangeroerd toen hij -naar eigen zeggen- zijn vingertopje bijna verloor. Maar goed: het vingertopje van mijn vader zit er nog aan. En de vinger van onze zoon is mooi geheeld. Puik werk van Dokter grootmoeder.

zaterdag 26 april 2014

In showroomconditie


Deze week gingen we naar de tandarts. Sinds onze kinderen jong zijn gaan we als familie met z'n allen. In verband met brand en bouw was de afgelopen twee jaar de klad een beetje in onze halfjaarlijkse controles gekomen. Alleen de oudste - die zelf haar afspraken plant, verzaakte vorig jaar niet.

In prima conditie

Het is niet erg dat we een jaartje hebben overgeslagen, verzekert de assistente me als ik haar bel voor een afspraak. Al onze gebitten zijn in prima conditie, dus dan kan dat wel. Maar woensdag was het dus weer zover. De jongste, onze zoon en E. en ik waren terug voor een controle.

Pronken

De tandarts ontvangt ons in het kleine kamertje in de praktijk. Toen ze jong waren gingen we mee in de praktijkruimte, maar nu wachten we op elkaar en verdwijnen we een voor een in het kamertje. De jongste moet elektrisch gaan poetsen, vertelt ze als ze terugkomt. Onze zoon heeft een prima gebit. Hij wordt dit jaar 20 jaar en heeft nog nooit een gaatje gehad, net als de oudste. Volgens onze zoon was ook de tandarts zeer over zijn gebit te spreken. Aangezien we er niet bij waren, moeten we afgaan op het verhaal dat hij vertelt. "Hij zei dat hij nog nooit een gebit zo had zien staan pronken", aldus onze zoon. Aangezien pronken en pronkjewailen (een zelf verzonnen werkwoord afgeleid van het Groningse zelfstandige naamwoord pronkjewail) zijn favoriete woorden van dit moment zijn, is het overduidelijk dat dit geen tekst van onze niet zo spraakzame tandarts is. "Hij zei dat mijn gebit werkelijk in showroomconditie was.",  gooit hij vervolgens nog in de strijd. Ook dit heeft hij overduidelijk zelf verzonnen. Niet dat het daarom minder waar is. De tandarts was vast tevreden, zijn gebit is namelijk inderdaad in showroomconditie. Wat zeg ik? Hij is helemaal in showroomconditie!

De illustraties op mijn blog zijn afkomstig van Boomerang CardsHier vind je deze.

woensdag 8 januari 2014

Het knooppunt van ons gezin

Hij komt binnen en is direct vol in de lucht. Onze zoon is veel op pad, maar als hij aanwezig is, dan is hij ook echt aanwezig. Hij weet een ruimte te vullen en dat is niet alleen omdat hij 2 meter lang is. Hij zingt bij voorkeur uit volle borst of fluit een snerpend fluitconcert. Er wordt veel en hard gelachen en gepraat. Zijn telefoongesprekken worden op dusdanig hoge toon gevoerd, dat het apparaat schier overbodig is: met zijn stemgeluid kan hij kilometers overbruggen. Radiozenders lijken als vanzelf te verspringen als hij de ruimte betreedt. Hij start te kust en te keur een discussie, ongeacht de concentratie waarmee de andere huisgenoten zich op iets richten.

Zelf heeft hij een goede verklaring voor zijn gedrag. "Dat komt omdat ik het knooppunt van dit gezin ben", zegt hij. "Alles loopt via mij". Een argeloze lezer zou kunnen denken dat ons gezin dus stuurloos is bij zijn afwezigheid. Dat is gelukkig niet het geval. Wat hij eigenlijk bedoelt is dat hij zich werkelijk overal tegenaan bemoeit, gevraagd, maar meestal -en bij voorkeur- ongevraagd. Van jongs af aan is hij altijd bij opstootjes in het gezin betrokken. Hij zal geen gesprek aan zich voorbij laten gaan. Nu pas begrijp ik dat dat een logisch gevolg is van het knooppunt-zijn.

Van het zogenaamde middelste kind-syndroom heeft hij geen last. Middelste kinderen zouden namelijk minder aandacht krijgen dan de jongste en de oudste en sommige middelste kinderen zijn daarover zo gefrustreerd dat ze zelf niet voor drie kinderen kiezen. En dat is toch echt jammer, want het kan dus ook heel anders: ons middelste kind heeft nooit gewacht tot hij aandacht kreeg. Hij kwam, zag, nam en overwon. In ons geval heeft het dus heel goed uitgepakt. Ik kan het in ieder geval aanbevelen. Zo'n knooppunt wens ik iedereen toe. 

dinsdag 24 december 2013

Een gelukkig mens

Ik heb twee heel attente dochters. Dat hebben ze niet van mij. Niet dat ik nooit eens attent ben, maar ik moet er erg mijn best voor doen. Ik moet erover nadenken. Het is geen natuurlijke staat voor mij.

Vorige week was de oudste jarig. Zij is van nature bijzonder attent. Neem nou dit: voor haar verjaardag kreeg ik van haar een kaart met daarop Mum you are the best. In de kaart zat een cd met allerlei nummers die met de voor- en aanloopgeschiedenis van haar wording hebben te maken. Het eerste nummer is bijvoorbeeld eentje van de onvolprezen Hot Chocolat: It started with a kiss en zo staan er nog een aantal nummers op. Ik krijg de kaart omdat ze blij is met haar leven. Dat is natuurlijk voor een moeder het hoogst haalbare: dat is waar je als je kinderen krijgt van droomt. 

Ooohhhh
De jongste is van jongs af aan ook heel attent. Als ze vroeger iets te snoepen kreeg, wilde ze dat het liefst met andere kinderen delen. Haar zakgeld geeft ze graag uit aan cadeautjes voor een ander en voor mij in het bijzonder. Daar moet ik haar altijd een beetje in afremmen. Vandaag tikte ze voor zichzelf een showmodel kunstkerstboom op de kop. Ik had een tafelmodel in  gedachten, maar goed: dat werd het dus niet. Het is een complete kerstboom voor de helft van de helft van de helft van de prijs. Dat dan weer wel. Een piek vindt ze niet voor de helft van de helft van de helft. Dus daar gaat ze toch nog even achteraan. Als ze terugkomt heeft ze een piek, maar ook voor mij twee mooi ingepakte pakjes. Het zijn kerstballen met daarop lieve teksten: Je bent een engel in alles wat je doet en Liefste moeder met jou is kerstmis pas echt warm en gezellig.  Lief. 



10 kilo bovenmaatse!
Onze zoon is niet zo van de cadeautjes en kaartjes. Dat vindt hij maar kapitaalvernietiging. Maar vanmiddag komt hij thuis met een zak met tien kilo bovenmaatse aardappels. Hij heeft er zelf aan meegewerkt dat ze uit de grond kwamen. Ook een fantastisch cadeau.

Ik ben een gelukkig mens.


vrijdag 6 september 2013

Vuistregels voor geldverkeer

Onze zoon krijgt op school economie. Economie vindt hij 'hartstikke makkelijk'. Hij heeft dan ook een heldere kijk op geldverkeer. Dat heeft ermee te maken dat hij het simpel houdt. Zo hanteert hij twee vuistregels voor de verschillende geldstromen: eentje voor geld verdienen en eentje voor geld uitgeven.

De vuistregel voor geld verdienen is:
Tiktaktun, veur niks schient de zun!

En voor geld uitgeven:
Kist rekenen? Reken der mor nait op!

Het mag duidelijk zijn dat we met deze twee vuistregels nooit uit de economische crisis komen. Het geld rolt dan namelijk maar een kant op: zijn kant.

woensdag 8 mei 2013

Missie volbracht

Sinds de brand hebben we nog twee 'brandongelukjes' gehad. Een tijdje geleden vatte mijn vest tijdens het koken vlam. Het vuurspoor op mijn vest was een lachertje vergeleken bij de vuurzee die ons huis verslond, dus van enige paniek was geen sprake. Ik heb het vest uitgetrokken en daarmee was het vuurtje ook gedoofd. Onze zoon maakt verhalen graag groter dan ze zijn. Dus hij vertelt er altijd bij dat ik het vest heb uitgetrokken, het keurig heb opgevouwen en het in de hoek heb gelegd om het gecontroleerd te laten uitbranden. Dat is -als je hem mag geloven- ook precies wat hij deed toen zijn spijkerbroek vlam vatte door een rondspringende vonk: uittrekken, opvouwen, in de hoek leggen en gecontroleerd uit laten branden. Uiteraard heeft de spijkerbroek het niet overleefd. Dus bleef er voor hem nog maar een (te grote) spijkerbroek over. 

De afgelopen dagen was onze zoon ziek, dus was hij aan huis gekluisterd. Als hij vanmiddag een beetje opknapt lijkt dat het aangewezen moment om in het winkelcentrum even naar een spijkerbroek te gaan kijken. Dat is voor hem, ruim 2 meter en slank, niet eenvoudig. Er zijn wel lange broeken (lengte 36) voorhanden, maar dat zijn dan vaak ook grotere maten. Juist de combinatie lang en slank is lastig. Met veel moeite en begeleiding vinden we twee spijkerbroeken. We rijden nog even naar het andere winkelcentrum om de deal af te ronden. Daar blijkt de combinatie lang en slank helemaal geen probleem te zijn. "Zijn jullie gespecialiseerd in kleding voor lange mensen?", vraag ik. De verkoper/eigenaar ontkent. Het is in zijn zaak heel gewoon om een uitgebreid assortiment te hebben. "Zijn jullie hier nog nooit geweest?", vraagt hij. "Ja, we zijn hier wel eens geweest.", herinner ik me. "Maar toen was er niets bij?", vraagt de eigenaar. "Jawel", zegt onze zoon "een jas, maar die was te duur." Ik schiet in de lach en de eigenaar ook. "Wat was het voor een jas?", vraagt hij geïnteresseerd door. "Net zoiets als deze, alleen dan veel duurder.", zegt onze zoon. Hij windt er geen doekjes om. De spijkerbroek die we er kopen is ook aan de prijs, maar dat kan er nog mee door. "Ik heb nou eenmaal geen figuur voor koopjes", aldus onze zoon. "De volgende keer gaan we hier direct weer heen." Missie volbracht.

donderdag 25 april 2013

Mum's car

Sinds vandaag ben ik de moeder van twee kinderen met een rijbewijs! Onze zoon haalde vandaag namelijk zijn rijbewijs. In een keer! Dat is natuurlijk geweldig. One small step for mankind but a giant leap for man. (Om maar eens een beroemde oneliner naar eigen smaak en inzicht te verdraaien.)

Wel komt er met al die rijdende kinderen natuurlijk meer druk te staan op de ene auto die wij bezitten. Nou zit de oudste in Enschede en als zij in het weekend gebruik wil maken van de auto, is dat geen probleem. Onze zoon woont echter nog thuis en hij is bovendien van het sterk uithuizige type. Dus hij zal veel vaker een beroep doen op de auto.

Voordat hij begon met autorijden zei ik al eens tegen E: "Als we zelf ooit nog weer auto willen rijden als hij zijn rijbewijs heeft, dan zal er toch nog wel een auto bij moeten." Maar goed, daar zal hij zelf dan ook aan bij moeten dragen.

Vanmiddag belde hij zijn vader op na zijn succesvolle examen. "Bel de garage maar", zei hij. De laatste keren dat onze auto in onderhoud was, ging hij namelijk al even mee om auto's te spotten. Ter voorbereiding.  Maar zover is het nog niet. Hij zal eerst vooral gebruik maken van onze auto. Om de feestvreugde te verhogen kocht ik vandaag twee sleutelhangers voor hem: een stoere zonder tekst voor aan zijn spijkerbroek en eentje met daarop I love my car. Voor als het moment daar is. Voor mezelf kocht ik er ook eentje met daarop: Mum's car. Om de zaken maar even scherp te stellen.

zondag 20 januari 2013

Het-geboren-voor-de-kunst-zaakje

De jongste kocht gisteren een mooie doos Rembrandt pastelkrijtjes. Als we thuis zijn gaat ze enthousiast aan de slag. Het resultaat mag er zijn, dat vindt ze zelf ook. Ze plaatst 'm op Tumblr en ik mag 'm van haar op mijn blog plaatsen. Ze laat het vol trots zien. "Laten we 'm inlijsten", zeg ik. Maar voordat we dat kunnen doen moet de tekening gefixeerd worden.

"Heb je fixeer meegenomen?", vraagt E. haar. "Oh nee, vergeten", zegt ze. "We hadden wel fixeer", zeg ik. "Ja, en vernis", zegt de jongste. Voor de brand hadden we inderdaad een goed gesorteerde voorraad kunstbenodigdheden. "Wat is vermis?", zegt onze zoon. "Oh, jij hebt ook wel een zeer laag niveau dat je niet weet wat vernis is.", zegt de jongste. Dat laat onze zoon zich natuurlijk niet zeggen. "Okee, dan zal ik jou nog even een vraag stellen als ik een laag niveau heb.", zegt hij. "Wat is de spanningsrelaxatie in een kunststof?" "Ik bedoel gewoon dat jij een laag niveau hebt op het gebied van de kunst.", zegt de jongste. Ooit vertelde ze haar wiskundeleraar dat zij is geboren voor de kunst. "Maar ik ben dan ook niet geboren voor de kunst", zegt onze zoon. "Nee, jij bent geboren voor de techniek", zegt ze.

Zelf ben ik aan het schetsen in een dagboekje. "Wil jij niet weer een boekje waar je in kunt schetsen?", zeg ik tegen de jongste. "Ja, ik had zo'n boekje van papa gekregen", zegt ze. "Die hadden we gekocht in zo'n speciaal kunstzaakje." Die opmerking is voor onze zoon reden om nog even verder te gaan op het geboren-voor-de-kunst-verhaal. "Ja, daar kom ik niet in natuurlijk", zegt onze zoon. "Daar komen alleen mensen in die geboren zijn voor de kunst. Dan staan ze bij de deur en dan zeggen ze: hier mag je alleen binnenkomen als je weet wat vermis is. Dus kom ik niet binnen in het geboren-voor-de-kunst-zaakje. Tenzij papa natuurlijk zegt: Hai heurt bie mie." "Ja niet iedereen kan zo'n gave hebben", zegt de jongste.

Daarmee is het gesprek eerst afgelopen. Ik zeg eerst, want de ervaring leert dat dit nog niet het laatste is wat erover gezegd is. Sterker nog: ik voorspel dat vernis, laag niveau en geboren voor de kunst in de komende weken in de top 100 van veelgebruikte woorden of woordcombinaties hier in huis zullen belanden.

zaterdag 29 december 2012

Drie banken en twee statafels


Zo af en toe bespreken we de inrichting van ons nieuwe huis. "We moeten maar een extra bank nemen", zeg ik tegen E. Nu alle kinderen thuis zijn, komen we zitplaatsen - of eigenlijk ligplaatsen- tekort. Iedereen wil namelijk op de bank liggen. Onze zoon is graag op pad, maar als hij thuis is, dan eist hij een bank op. Omdat hij ruim twee meter lang is, blijft er op die bank dan heel weinig ruimte over. En dat is ook precies de bedoeling: hij wil die bank voor zichzelf. De stoelen die we van mijn zus kregen, bezorgen hem namelijk een 'houten ari'. "Ja, we hebben drie banken en twee statafels nodig", zegt hij. Hij licht het even toe: een bank voor hem natuurlijk en eentje voor E. en eentje voor mij. En die twee statafels zijn natuurlijk voor zijn zussen. Dikke pret.

zondag 2 september 2012

Vierkant achter jou

Ik sta altijd achter mijn zus, wat er ook gebeurt. Dat ventileer ik ruimhartig, zodat daar geen misverstand over bestaat. Als er maar de geringste aanleiding voor is, dan zeg ik: "Ïk sta achter D." Dat is altijd al zo geweest, dus hier in huis is dat helemaal niet raar. Sterker nog, het wordt op grote schaal overgenomen. Ook onze kinderen hebben zo hun loyaliteit. Zo staat onze zoon altijd vierkant achter zijn neef- en achter zijn nicht. Het wordt alleen lastig als er iets is waarbij gekozen moet worden tussen neef en nicht. Maar vooralsnog lijkt het niet veel problemen op te leveren.

Vanavond gaat onze zoon snel languit op de bank liggen als zijn vader de kamer even verlaat. Als hij terugkomt spreekt E. hem aan. En dan ziet de jongste haar kans schoon om haar loyaliteit te ventileren: "Zet hem op pap, ik sta vierkant, rond, ovaal en in iedere denkbare vorm achter jou."

zondag 15 april 2012

n Raive dat wie hebben...

Zelf groeide ik op in Woltersum. Dat ligt in Fivelingo: het hart van Groningen. Toen ik opgroeide sprak iedereen het dialect van die omgeving met elkaar. Het mooiste Gronings vond ik dat. En iedereen vond dat heel gewoon. Tot ik op de middelbare school kwam. Daar was het helemaal niet gewoon dat je thuis en in je directe omgeving Gronings sprak. Sterker nog: het mocht niet, ook niet onderling. De Nederlandse lerares pikte alle kinderen met een Gronings accent eruit. Grappig genoeg was ik daar niet bij, terwijl ik een van de weinigen was die zelf dialect sprak. De ouders van het grootste deel van mijn klasgenoten spraken uiteraard Gronings, maar die hadden hun best gedaan om met hun kinderen keurig Nederlands te praten. Maar niet goed genoeg dus, volgens mijn Nederlandse lerares.

Toen ik later Nederlands ging studeren was mijn Groningse dialect juist heel waardevol. Het was een tweede taal! Eigenlijk was het natuurlijk mijn eerste taal: ik denk en droom in het Gronings. Als ik op het werk bijvoorbeeld diep in gedachten ben en je stoort me, dan reageer ik in het Gronings. Het Nederlands is mijn tweede taal en dat beheers ik ook heel behoorlijk. Ik leerde op de universiteit hoe het kon dat de Nederlandse lerares mij er niet uitpikte en veel van mijn klasgenoten wel. Het is namelijk juist goed om twee talen volstrekt gescheiden aan te leren: school, televisie kijken en voorlezen in het Nederlands en al het andere in het Gronings.

Toen onze eerste werd geboren, gingen E. en ik Gronings tegen haar praten. Dat voelde heel natuurlijk aan: tegen alles wat niet terugpraat, praat ik sowieso Gronings. Het grappige is, dat ze eerst in het Gronings terugpraatte, maar onder invloed van de crèche al snel overstapte op het Nederlands. En dat deed ze heel consequent. Zo ontstond de situatie die nu nog steeds bestaat: wij praten Gronings tegen de kinderen en zij praten Nederlands terug. Tenminste, tot voor kort.

Onze zoon spreekt namelijk steeds meer Gronings en dat gaat hem goed af. In onze woonplaats wordt het veenkoloniaalse Gronings gesproken en daar geniet hij zeer van. Zelf spreekt hij net als wij het Gronings van het Fivelingo, maar zo nu en dan geeft hij er een veenkoloniaals tintje aan: de klabbe (klapbrug), het draaigie (een brug die draait), tweie, dreie, vaare, als het even kan plakt hij er een -ie of een -e achter, ook als dat niet hoeft. Voor hem geldt nou eenmaal net als voor mij dat de overdrijving zijn favoriete stijlfiguur is.

Zo nu en dan loopt hij tegen een mooie spreuk aan die hij met ons deelt. Zoals deze tekst die hij las op een hele oude tractor: Geld dat hebben wie nait, mor n raive dat wie hebben...

maandag 5 maart 2012

De nieuwe Skippy

Het is alweer jaren geleden dat we een konijn hadden. Hij kwam op een goede dag bij ons aanlopen. De oudste twee hadden daarvoor al eens een konijn gehad, dus de jongste claimde dit konijn en noemde hem Skippy. Het konijn was al behoorlijk op leeftijd toen hij bij ons kwam, maar we hebben toch nog ruim vier jaar van hem genoten.


Nog regelmatig praat onze jongste over Skippy. Ze mist hem nog steeds, verzekert ze me regelmatig. En eerlijk gezegd mis ik hem soms ook wel eens. Het was geen aanhalig konijn, het was een eigenzinnig konijn op leeftijd. Maar op de een of andere manier paste het dier bij ons. En hij was een dankbare afnemer van afval van groente. Ik gooi liever niets weg, dus dat kwam goed uit.


Nog steeds gooi ik liever niets weg. Regelmatig verdwijnt er dan ook een restje in de vriezer. En sinds onze oudste op kamers is, is ze een dankbare afnemer van zo'n  restje. Kleine bakjes met inhoud  variërend van een stukje hartige taart tot tortilla's of stamppot verdwijnen in de vriezer. En aan het eind van het weekend gaat dat regelmatig bij haar in de tas. Laatst zei onze zoon: "Zij is de nieuwe Skippy". Wij wisten precies wat hij bedoelde.

maandag 11 juli 2011

Harde neus 2


Deze week mocht onze zoon zijn diploma ophalen. De ceremonie verliep een stuk chaotischer dan bij onze dochter. De groep was groter en luidruchtiger en minder gedisciplineerd. Een persoonlijk woordje kon er niet vanaf. Hij mocht nog wel even gaan staan, omdat hij had meegedaan met een project waarvoor hij samen met twee anderen de eerste prijs had gehaald. Onze zoon vond het teleurstellend dat er zo weinig werk was gemaakt van de uitreiking. En dat kon ik me goed voorstellen, maar die teleurstelling gold hem natuurlijk niet. Ik was evengoed trots: weer een harde neus.