vrijdag 13 mei 2016

Ik leef nog

Ik beschouw mezelf niet als een overbezorgde moeder. Maar laatst was ik toch ongerust. Ik had op zaterdag onze oudste uit Enschede gehaald. Ze had de hele week daarvoor al zware hoofdpijn. Ze blijft het weekend en vertrekt dan weer naar haar kamer. Zo gaat het en daar staan we nooit bij stil. Tot de jongste dinsdag zegt:  "H. reageert helemaal niet op mijn appjes". Ze hebben samen plannen om naar Parijs te gaan. "Het gaat over Parijs", voegt ze er enigszins verontwaardigd aan toe. "Dat is wel vreemd", zeg ik. Normaal gesproken reageert de oudste direct. Haar telefoon is nog net niet geïmplanteerd, maar hij is nooit ver. Als ze hier in het weekend is, zijn we gewend aan een constante zoemtoon op de achtergrond: dat zijn haar binnenkomende appjes.

Leeg? 

Ook in de familie-groepsapp wordt deze dagen flink gecommuniceerd, maar ze doet niet mee. Berichtjes worden niet gelezen. Ook bellen levert geen resultaat op. "Misschien is haar telefoon leeg", zeg ik tegen de jongste. In huis zoek ik nog naar haar oplader. Maar die vind ik niet. Dus die is wel mee. En anders heeft ze inmiddels vast een andere gekocht. Een week zonder telefoon is een week niet geleefd.

Geen reactie

Als ze de volgende dag nog niet heeft gereageerd, begin ik toch licht onrustig te worden. Die telefoon had ze nu toch allang weer op kunnen laden. Ik ben niet voor een gat te vangen en benader haar via facebook. De laptop en de telefoon zullen wel niet tegelijkertijd leeg zijn. Maar ook daar geen reactie. Ik bel nog een aantal keren achter elkaar en spreek haar telefoon in, maar die dag ontvang ik geen reactie.

Speurtocht

De volgende dag is het donderdag. Nog steeds geen teken van leven. Voor de zekerheid app ik mijn zus nog even. Er was een verjaardag in de familie en doorgaans is onze oudste zeer attent. Dus iedereen kan rekenen op een felicitatie op zijn of haar verjaardag. Maar de felicitatie was uitgebleven. De lichte onrust maakt nu plaats voor een behoorlijke ongerustheid. "Ga erheen" appt mijn zus. En inderdaad: als ik vandaag niks hoor, dan ga ik in de loop van de dag uitrukken. Maar ik bedenk eerst iets anders. Ik bel de kamer van de studentenvereniging op de Universiteit en leg de situatie uit. Daar melden ze me dat ze haar dinsdag nog hebben gesignaleerd. "Ze zag er goed uit hoor", wordt mij verzekerd. Dat stelt me enigszins gerust. In een moeite door leg ik online contact met een vriendin van haar en met haar vrijwilligerswerk. Ook haar vriendin heeft dinsdag nog contact met haar gehad. Gelukkig maar. Ik wacht nog maar even af.

Vermist 

Rond een uur of twee 's middags gaat mijn telefoon als ik in het winkelcentrum loop. Het is de oudste. "Je had me gebeld?", appt ze. Ik vermeld dat ik inmiddels wel meer heb gedaan dan bellen en dat ik hier en daar heb geïnformeerd. Binnen een nanoseconde krijg ik een reactie: "Dat meen je niet!" "Jawel" app ik terug. "Niet", appt ze. Tot ze even bij haar vriendin checkt die mijn verhaal bevestigt. "Dat is wel redelijk extreem mem", is haar reactie. "Dacht het niet" app ik. "Als je vermist bent moet je er snel bij zijn." Eigenlijk in de eerste 24 uur, weet ik uit mijn detective-ervaring. Dus ik was al te laat. "Maar was ik vermist? Nee!" appt ze. "Maar dat wisten wij dus niet" app ik terug, "Je hebt mazzel gehad dat ik de politie niet gebeld heb." Ze schaamt zich diep voor mijn actie. Haar eigen radiostilte verklaart ze door haar lege telefoon en een internetstoring in haar huis. Helemaal tevreden ben ik natuurlijk niet met die verklaring. Ik weet namelijk dat ze zat stopcontacten heeft in haar kamer.

Ik leef nog 

Nu krijg ik regelmatig berichtjes om te voorkomen dat ik mensen rondom haar lastig val. Het zijn appjes als: "Ik leef nog, maar ik kom niet thuis." Of gewoon: "Ik leef nog."

En toen ze samen in Parijs waren, kreeg ik voortdurend selfies om te voorkomen dat ik dacht dat iemand hun telefoon had gestolen en willekeurig kiekjes in Parijs had genomen. Het levert me een mooie collage van foto's van mijn dochters voor iedere denkbare bezienswaardigheid in Parijs op. Ik vind het een goede ontwikkeling.




woensdag 13 april 2016

Me, myself and I*




Extra grote afbeelding. Dat kan natuurlijk niet anders met deze titel.
Op het werk zijn wij van de communicatie. Als je van de communicatie bent, dan ben je voortdurend in contact. Met elkaar, met anderen. Dat beperkt zich niet tot onze werkuren. Zo hebben wij ons werk dan ook ingericht. We vergaderen al lang niet meer traditioneel. Daar hebben we een app voor. In die app hebben we verschillende lijsten aangemaakt. We vullen er bijvoorbeeld onze online conversatiekalender in, ons werkoverleg en ook thema's die we van belang vinden. Dat doen we op het moment dat het zich voordoet en dat gebeurt net zo vaak -misschien wel vaker- thuis als op het werk.

Ik heb de lijsten aangemaakt. Dat heb ik natuurlijk niet als mezelf gedaan, maar keurig als de afdeling met een bijpassend ikoontje (It is I). Daarnaast ben ik er als teamlid natuurlijk ook bij (me). Daarvoor heb ik een keurige profielfoto gekozen. Omdat ik het wel handig vind om deze meldingen ook op mijn privémobiel te ontvangen, heb ik ook mijn privéprofiel (myself) in de strijd gegooid. Daar ben ik aanwezig met een wilde door de wind verwaaide haardos. In onze conversaties duik ik dus in drie gedaanten op.

Dat geeft soms vreemde situaties. Laatst zag ik iets voorbijkomen waarop ik collega G. wilde attenderen. Op dat moment was ik mobiel in de lucht. Daar staat mijn account standaard op het afdelingsprofiel met het bijbehorende ikoontje. We hebben al een aantal opmerkingen gewisseld als hij zegt: Ben jij dat? Waarop ik antwoord: Ja ik ben het deze keer met mijn alter ego vanuit mijn telefoon. Misschien moet ik dat maar even veranderen. Het is wel voldoende als ik alleen als me en myself aanwezig ben in onze conversaties.

*Klassiek nummer van De La Soul

zondag 10 april 2016

Groningse romantiek

Vast een Groningse tekstschrijver. (kaart: Boomerang)
E. en ik zijn al heel lang bij elkaar. En door de jaren heen heb ik het verhaal over ons 'tot elkaar komen' behoorlijk vervolmaakt. Natuurlijk zit er een flinke kern van waarheid in, maar een verhaal vraagt natuurlijk ook om een beetje opsmuk. En daar ben ik niet vies van.

Dat wil ik ook 

Ik werd voor de opsmuk geïnspireerd door de reclame die Rintje Ritsma ooit eens maakte voor Sanex. Daarin omschreef hij zijn liefde voor de sport als volgt: "Ik zag het, ik dacht: dat wil ik ook. En toen was het één rechte lijn." Dat is tenminste wat ik me ervan herinner of wat ik ervan heb gemaakt.

Alhoewel ik E. vast al heel vaak was tegengekomen, was hij me nooit opgevallen. Tot die ene avond: toen zag ik hem en werd ik getroffen door lust op het eerste gezicht. Ik vertel het nu altijd in de woorden van Rintje: ik zag hem, ik dacht: dat wil ik ook (ook omdat hij op dat moment met een ander meisje was) en vanaf dat moment was het één rechte lijn. (Dat is misschien niet helemaal waar, maar eventuele afleidingen onderweg doen er in retrospectief helemaal niets meer toe).

Sober

Daar waar ik het verhaal graag aandik en voorzie van opsmuk, doet E. er alles aan om het allemaal zo sober mogelijk te houden. Dat zit in zijn aard. Hij weet het niet meer (tot ik één verkeerd detail vertel, dan blijkt dat hij het precies weet) of hij betuigt zijn aanhankelijkheid op z'n Gronings. Als je niet bekend bent met de Groningse romantiek, dan lijkt het misschien een beetje zuinig. Ik schets een aantal uit het leven gegrepen situaties:

Ik: Holst nog n beetje van mie? (Hou je nog van me?)
E.: Scheelt nait zoveul (Letterlijke vertaling: Best wel. Interpreteren als: Ja, ik hou echt heel veel van jou)*

Aan tafel. We verwonderen ons erover hoe snel de tijd gaat.
Ik: Bin ik din de laifde van dien leven? (Ben ik misschien de liefde van je leven?)
E: t Begunt der wel op te lieken. (Letterlijke vertaling: Daar lijkt het wel op. Interpreteren als: Ja, dat ben je zeker. Geen twijfel mogelijk.)


De mooiste

E. legt het er dus liever niet te dik bovenop. En ik zou ook beter moeten weten: echte liefdesverklaringen komen niet als je erom vraagt. Die komen spontaan. Zoals een tijdje geleden. Ik was met hem meegegaan naar een bijeenkomst waar hij werd verwacht. Toen ik vroeg of hij het fijn vond dat ik mee was geweest zei hij: Alles is leuker astoe der bie bist. (Alles is leuker als jij erbij bent). Dat ontroerde me. Geen betere romantiek dan echte Groningse romantiek. 

*Omdat een letterlijke vertaling je niet het hele verhaal vertelt, heb ik er een intentievertaling bijgevoegd.

zaterdag 2 april 2016

Kom op zeg!

Boomerang freecard van Monoumo
Ik zit in de auto als ik het hoor: Johan Cruijff heeft postuum een hoge onderscheiding gekregen van de Spaanse overheid. Hij is geëerd met een gouden medaille in de koninklijke orde voor verdiensten in de sport. Als bij donderslag word ik overvallen door ergernis. "Dat is toch achterlijk?", zeg ik later tegen E.

Mijn ergernis zit vooral in het postume karakter van de onderscheiding. Want waarom pas nu hij dood is? Wat heb je daar nou aan? Waarom niet toen hij nog leefde? Johan Cruijff is dan wel niet zo oud geworden, maar 68 jaar is oud genoeg om een momentje te vinden om hem te onderscheiden. Want dat hij onderscheidend en een gouden medaille waard was, dat was niet iets van de laatste jaren. Het was van meet af aan  duidelijk. Voor iedereen.

Ik vind dat je mensen altijd bij leven moet onderscheiden of complimenteren. Daar moet je nooit mee wachten. Direct doen. De enige reden om iemand postuum te onderscheiden is als je iets recht wilt zetten. Dus als je altijd gedacht hebt dat iemand een schurk was, maar plotseling -in het licht van de geschiedenis- blijkt hij een held te zijn. Dan klopt het. Maar hier klopt niets van. Johan Cruijff is altijd een held geweest. Kom op zeg!

zaterdag 19 maart 2016

Wie plakt hier eigenlijk de stickers?

We gaan er even voor zitten. E. heeft een film meegenomen van de bieb. Dat doet hij met enige regelmaat. Je zou denken dat het lenen van een film niet meer nodig zou zijn met al die films die we digitaal tot onze beschikking hebben. Maar het overgrote deel daarvan spreekt niet tot onze verbeelding.

Het gebeurt tegenwoordig  niet zo vaak meer dat we allemaal tegelijk thuis zijn en in de stemming om een film te gaan bekijken. Het valt bovendien niet mee om iets te vinden wat we allemaal leuk vinden. We hebben nou eenmaal uitgesproken meningen en voorkeuren. Dus het is dapper van E. dat hij iedere keer weer een poging waagt.

Deze keer is het een roadmovie met daarop een smiley. In de categorie humor dus. Vol vrolijke verwachting starten we de film. Het gaat over twee oude mannen die afreizen naar IJsland. Onderweg zijn ze met elkaar in gesprek. Af en toe glimlachen we. Maar niet genoeg om zo'n smiley te rechtvaardigen. Het is vooral een vreemde film. En eerlijk gezegd geldt dat voor de meeste films die van deze sticker zijn voorzien en de weg vinden naar onze dvd-speler.

"Wie plakt die stickers in vredesnaam?", vraagt onze oudste op een zeker moment. Zij stelt 'm, maar die vraag leeft bij ons allemaal. We weten het niet. Wat we wel weten: er is in ieder geval één iemand die keihard gelachen heeft. En dat is de anoniem gebleven stickerplakker die vreemde films voorziet van een smiley.


donderdag 3 maart 2016

Schaamgroen

Voor de liefhebbers: RGB, R51, G102, B0
Eskimo's hebben oneindig veel omschrijvingen voor de kleur wit. Dat is geen wonder: ze zijn omgeven door wit en dan zie je veel nuances. Hoogezand-Sappemeer is misschien niet de plek waar je genuanceerde omschrijvingen voor de kleur groen zou verwachten. Dan denk je toch eerder aan Drenthe dan aan de prachtige Veenkoloniale door industrie gedomineerde lintbebouwing alhier.*

De rest van Nederland kent misschien termen als grasgroen, mosgroen, antiekgroen, flessengroen, lichtgroen, lindegroen, donkergroen, gifgroen, lentegroen, legergroen et cetera. Daar voegen we hier schaamgroen aan toe. Inderdaad, schaamgroen.

Wij kennen de term schaamgroen in samenhang met de HOP. HOP staat voor Herenontmoetingsplaats. Herenontmoetingsplaats is een eufemisme voor een seksplek voor mannen. Die hebben we hier namelijk bij het Zuidlaardermeer. Daar hebben we behalve een recreatief strand ook een naaktstrand. Dat naaktstrand is niet bedoeld als seksplek, maar sinds de Heren er hun ontmoetingsplaats van hebben gemaakt is het dat wel. En daarom zit het strand al een tijd in het verdomhoekje. Het trok niet veel bezoekers. Slechts twee groepen wisten het strandje te vinden: surfers en Heren. 's Winters is het geliefd bij surfers en het hele jaar door bij Heren. Het naaktstrand biedt de surfers 's winters beschutting. Voor de Heren zijn de bosschages rond het naaktstrand een ideale omgeving voor gezochte intimiteit. Zij zijn daar namelijk -en daar komt het- omgeven door schaamgroen. Er wordt wel eens geklaagd over de overlast die de expliciete seksuele handelingen in het schaamgroen opleveren. In een onlangs gehouden raadsvergadering sprak een heer zich hierover uit. Van overlast was echt geen sprake, aldus de heer. Hooguit een beetje hinder. Dankzij het schaamgroen natuurlijk.

Daar denkt de gemeente anders over. Het naakstrand wordt een gecombineerd naakt-/surfstrand.Het schaamgroen gaat er dus af, maar het woord raken we natuurlijk nooit meer kwijt. En de kleur is bij deze vastgelegd. Er kan geschilderd worden!

*Begrijp me niet verkeerd: ik verkies dit zonder enige vorm van twijfel boven een bosrijke omgeving.

dinsdag 1 maart 2016

Leerpuntjes

"Is het dan nooit af?" We hebben een gesprek op het werk en collega stelt me de vraag. Ik heb net verteld dat ik graag iedere dag iets nieuws bijleer. Dat ik mezelf altijd afvraag: "Wat kan ik hier zelf mee?" Of ik nou een boek lees, tv kijk of iets anders. Het gaat vanzelf. Thuis noemen ze me om die reden competitief. Het is mijn dagelijkse competitie met mezelf. Dat is al zo zolang ik me herinner: een dag niet geleerd is een dag niet geleefd. Voor mij is dat niet vermoeiend, mijn omgeving vindt dat soms wel vermoeiend. "Nee, het is nooit af", zeg ik. Ik heb een intrinsieke drive om me voortdurend te verbeteren. En daar is altijd ruimte voor. Vandaag heeft de jongste een aantal leerpuntjes voor me.

Economisch model 

Rond tien uur klap ik mijn laptop dicht. "Nu stop ik ermee", zeg ik. Ik heb vakantie, maar het werk was nog niet af. Dan ga ik door tot het af is. Vrijdag, zondag, maandag en vandaag dus nog even aan aan de slag. Het is een bron van voortdurende kritiek van met name de jongste twee. Onze zoon is een groot liefhebber van het economisch model. Ik werk meer dan het aantal uren dat ik betaald krijg en dat past niet in dat model. Voor mij is het resultaat van mijn werk belangrijker dan het exacte aantal uren dat ik investeer. Ik wil tevreden zijn over mijn werk. Aan de andere kant word ik natuurlijk wel afgerekend op het aantal uren en niet op het resultaat. Dat kan ik niet ontkennen en dat wringt soms ook. Hij vindt dat ik heel verkeerd bezig ben omdat ik mijn werk volgens hem belangrijker vind dan mijn werkgever. "Anders zouden ze er wel voor betalen.", is zijn moeilijk te weerleggen logica.

Verbeteren

Ook de jongste is ontevreden over mijn tijdsbesteding. Ze heeft deze dagen het rijk even alleen. Haar zus zit in Enschede en haar broer is een paar dagen in Duitsland. En dan heeft ze graag onverdeelde aandacht. "Nu moet je ook echt stoppen!", zegt ze. "Je hebt vakantie!!" "Je hebt gelijk, het is nu ook afgelopen", zeg ik. "Dat ga ik later echt anders doen als ik kinderen heb", moppert de jongste terwijl ik mijn spullen opruim. Dat juich ik toe. Het is een goede zaak als kinderen iets hebben om te verbeteren. Je moet er toch niet aan denken dat je perfecte ouders hebt.

Rolmodel

Het is me blijkbaar aan te zien dat ik er niet te zwaar aan til. "Je moet niet vergeten dat je een rolmodel bent.", spreekt ze me vermanend toe. "Breng ik het er niet best vanaf?", vraag ik. "Nee, op dit punt niet. Je bent veel teveel met je werk bezig. Ik zie echt wel leerpuntjes. Voor jou en ook voor papa." E. lijdt aan hetzelfde euvel: teveel op zijn werk geconcentreerd. Laat ik nou denken dat we ons leven juist heel erg op de kinderen hadden ingericht. Ze hebben bijvoorbeeld nooit een buitenschoolse opvang gezien en zijn nooit overgebleven tussen de middag. Tussen de middag kwamen ze thuis. Dat kon, omdat E. thuis werkt. 's Middags was ik er als ze uit school kwamen. Vakanties probeerden we thuis te zijn. Maar ik werk inderdaad wel veel thuis.

Ik ben natuurlijk altijd bereid om mijn leven te beteren. En vandaag is daar een uitstekende dag voor. We gaan vandaag met z'n tweeën op stap. "Hoe heb ik het er vandaag vanaf gebracht met dat leerpuntje?", vraag ik haar vanavond. "Ja ging goed", zegt ze. Weer wat geleerd vandaag.