Posts tonen met het label wonen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label wonen. Alle posts tonen

vrijdag 21 juli 2023

Green & graphic Scandinetno met een retrotwist


Ik ben lekker bezig in huis.  Ik heb onlangs mijn grotere planten in rieten manden gezet. Geïnspireerd door een cadeau van de oudste. Ook heeft E. de levensgrote Japanse prent opgehangen die ik vorig jaar voor mijn verjaardag zou krijgen. Dit jaar kreeg ik 'm ook echt. Het geeft de kamer een ander aanzien. Vandaag scoor ik een bloempot in de vorm van een hoofd bij de kringloop. Geschikt voor een wat kleiner plantje. En ik vind een kussen met een grafisch patroon. 

Genieten

"Ik haal de zwart met gouden fluwelen kussens met insecten en vlinders er nu even uit", zeg ik tegen E. Dat vindt hij helemaal niet erg, want hij is niet van de kussens en juist die vindt hij vreselijk. Hij is overigens ook niet blij met het bloempothoofd. En mijn kringloopvondst in de vorm van een geweldige kruik van Duits aardewerk valt ook niet in de smaak. Maar ik geniet er enorm van. En dat is hem ook wel wat waard.

Gedurfde combi's

Ik kijk graag naar VT Wonen weer verliefd op je huis. Ook al zou ik niet graag zien dat ze mijn huis even zouden restylen. Dat doe ik liever zelf. Meestal neem ik de uitzending op, dan kan ik bij het terugkijken doorspoelen. Ik ben vooral geïnteresseerd in het resultaat. Vaak hebben de stellen uiteenlopende smaken en daarom lukt het inrichten niet. Met -zoals ze in het voorfilmpje zeggen-  'als resultaat een laf compromis'. De stylist neemt het interieur in ogenschouw, de deelnemers maken een moodboard, in een woonwinkel mag het stel zijn eigen toonkamer inrichten en dan bedenkt de stylist een gedurfde combi voor het huis. En die stijl krijgt dan een nieuwe -bij voorkeur Engelse- naam. Bijvoorbeeld Ibiza meets fluffy industrial, of Urban jungle retro love of Pastel classic meets hotel chic. Zoiets. 

In het Engels

"Mijn stijl is Scandinetno", zeg ik tegen E . "Wel jammer dat het niet in het Engels is", zegt hij. En ook vindt hij dat het de lading niet dekt. Ik hou namelijk ook van groen in huis. En al die juweeltjes die ik uit de kringloop het huis insleep, dat is natuurlijk ook niet echt Scandi. Wel etno en nog vaker retro. "Dan noem ik het Green & graphic Scandinetno met een retrotwist" zeg ik. Beter. 


De illustraties op mijn blog zijn afkomstig van Boomerang CardsHier vind je deze.

zondag 1 september 2013

Aan belangstelling geen gebrek

Vanmiddag zitten de dames hier in huis even te relaxen. Ineens komt er een meisje onze oprit oplopen. Haar vriend blijft voor bij de weg staan wachten. De jongste gaat naar de schuifpui om te horen wie ze zoekt, maar dan keert het meisje om en gaat terug naar haar vriend. "Was zij het niet, die bij jou in de klas zat?", vraagt de jongste aan haar zus. Die ontkent. We speculeren nog even, maar gaan dan allemaal weer verder met onze bezigheden.

Even later kijk ik recht in de ogen van een oudere man. Omdat ons huis dicht op de stoep staat, hebben we roosters voor de ramen. Geen plakplastic, maar metalen roosters met klavertjes erin. Het doet zijn werk: het is niet afgesloten, maar je zit ook niet in een etalage. De man staat op zijn tenen over het rooster te gluren zo onze woonkamer in. Hij verbreekt het oogcontact en loopt verder naar achteren. Aan de kant van het huis staat hij even te kijken. Dan loopt hij terug naar voren. Ik verwacht dat hij naar de voordeur gaat en loop naar voren. Maar nee, hij loopt gewoon verder. Dus ik roep: "Meneer, zoekt u iets?" Hij komt teruglopen en zegt: "Nee hoor, ik wilde gewoon even kijken hoever het nu was met de bouw." "Nou het is klaar", zeg ik. "Nog wat laatste dingetjes binnen, de bestrating en de schuur en dan is het helemaal klaar." "Oh, nou ik wou het gewoon even weten", zegt hij.

Aan belangstelling geen gebrek dus hier.

woensdag 22 augustus 2012

Hoe bevalt het?

Iedere keer als we in het winkelcentrum komen, zijn er mensen die ons aanspreken over wat ons is overkomen. Vanmiddag ben ik met E. op pad. In een super waar we doorgaans niet komen, worden we aangesproken door mensen die hier in de buurt wonen. Vroeger woonden ze in een straat niet zo heel ver van ons oude huis.

"Hoe bevalt het?", vragen ze. "Het is een mooie rustige buurt, maar we hebben er natuurlijk niet zelf voor gekozen", zeg ik. "Wij horen op onze eigen plek". De vorige bewoners waren terughoudend met het geven van informatie over de buurt. Ik heb de verhuurder destijds nog gebeld om te vragen of er bijzonderheden te melden waren over de buurt. En ook de vorige bewoners heb ik op de man af gevraagd: "Is er iets waarom we hier niet zouden moeten gaan wonen?" Niet echt, zo bleek, alleen waren de mensen 'erg op zichzelf', vertelden ze. Dat is niet iets wat wij erg vonden. Ook bij ons oude huis liepen we in de buurt de deur niet plat bij de buren. We wonen hier bovendien tijdelijk en zijn niet uit op het maken van vrienden of het samen kijken van voetbalwedstrijden van het Nederlands elftal.

Maar goed, toen we hier aankwamen, leek het de jongste en mij een aardig idee om ons in de buurt even voor te stellen - met wisselend succes. En vorige week constateerden de oudste en ik al toen we even in de tuin aan de slag waren, dat er toch een groot verschil is. Bij ons oude huis zouden we aangesproken zijn door wildvreemden. Hier zijn er amper voorbijgangers en als ze er zijn, dan groeten ze zelfs lang niet altijd.

Als ik vanmiddag aan het stel in de super vertel over het voorstellen hier in de buurt, dan barsten ze in lachen uit. "Nee, dat is niet gebruikelijk". De man verwoordt het heel treffend. "Waar we vroeger woonden ging het zo: als iemand in de buurt met een aanhangwagen met zand de straat in kwam rijden, dan hielp de hele buurt om die kar leeg te maken. Een kratje bier erbij... Als ik hier met een aanhangwagen zand aan kom rijden, dan zit iedereen te kijken hoe ik die kar leegkrui." En, zo erkent hij: dat heeft voor- en nadelen. Volgens hem is het typisch voor een nieuwbouwbuurt. Dat zal het dan zijn.

vrijdag 27 april 2012

Het hart van ons huis

Ik maak er geen geheim van dat ik een groot liefhebber ben van huizenjachtprogramma's. Mijn absolute topper, de onbetwiste nummer 1, is natuurlijk De Grote Verhuizing met Phil en Kirsty. Iedere dag moet ik even kijken. En dat kan nu ook, dankzij de wonderen van de digitale televisie. Soms kijk ik 's avonds nog heel laat, maar als het even kan, dan zie ik het. En hoe vaak ik het ook zie: het blijft leuk. Het blijft leuk om in andere huizen rond te kijken en om te zien wat mensen beweegt om te gaan verhuizen.

Voor iedere zoektocht inventariseren Phil en Kirsty de wensen van de huizenzoekers. En wat keer op keer terugkomt is het volgende: de keuken is het hart van het huis - de allerbelangrijkste ruimte in het huis. Heel veel mensen geven aan dat ze meer tijd in de keuken doorbrengen dan in de huiskamer.Een belabberde keuken is vaak een breekpunt, een afknapper van jewelste. 

Bij ons is de keuken niet het hart van ons huis. De keuken ligt aan onze kamer. Via de suitedeuren hebben we een mooi uitzicht op de eettafel in onze keuken. De zelfgemaakte tafel biedt ruimte aan wel 8 mensen. Maar die zitten er nooit. Wij zitten namelijk in het hart van ons huis: onze huiskamer. Daar hangen we rond. Daar relaxen we. Niet in de keuken. De keuken is een plek waar gewerkt wordt: aan de maaltijd, aan het huiswerk, achter de naaimachine, of aan wat voor ambitieus of minder ambitieus knutselwerkje dan ook. En daarvoor is het een prima ruimte. Maar het is niet het hart van ons huis.

zondag 25 maart 2012

Voor ieder probleem een oplossing

Al sinds E. en ik samenwonen hebben we een probleem. We laten de aangebroken flessen van de drankjes die we nuttigen rondslingeren. Jaren geleden zochten onze oude bovenburen ons hier op. Een fles Spa stond discreet tegen de tafel aangeschoven. "Oh, de fles Spa staat nog steeds paraat.", zei zij. Tot op dat moment was ik me niet echt van die gewoonte bewust. Maar sindsdien dus wel. Tegenwoordig laten we onze flessen niet meer in de kamer staan. We verplaatsen ze nu discreet naar de keuken. En omdat we niet meer met z'n tweeën zijn, staat daar een enorme flessencollectie, variërend van Strongbow, onze favoriete rode wijn, cola, cassis tot -nog steeds- Spa. Dat is me al een tijd een doorn in het oog. Dus ben ik al enige tijd vastberaden maar geduldig naar een oplossing, want voor ieder probleem bestaat ergens ooit een oplossing.

Laatst tikte ik in de kringloop een flessenrek op de kop voor onze wijnflessen. Dat was het begin van een oplossing, een dappere poging van mijn kant. De wijnflessen pasten er keurig in. Maar nog steeds was het probleem niet opgelost, want rond dat wijnrek verzamelde zich als vanzelf een collectie van grote en kleine flessen die niet in het rek pasten.

Tot ik vorige week DE oplossing vond. Ik kocht bij de Leenbakker een witte kubus met daarin een kruis die de kubus in vier driehoeken verdeelt. En in die driehoeken kun je dus flessen van alle formaten schuiven. Ik ben opgetogen als ik het in de folder zie. Dat is precies wat wij nodig hebben! Dus ik rij vastberaden naar de Leenbakker en kom tevreden met het kastje weer over. Als het kastje gemonteerd is -en dat viel nog helemaal niet mee-  plaats ik het op een plateau achter ons aanrecht. Alle flessen en flesjes worden erin geschoven en alles past ook nog eens! Ik ben meer dan 100% tevreden; dit is echt een enorme verbetering van de kwaliteit van mijn leven!

De enige keerzijde van de medaille is dat E. mijn enthousiasme niet deelt. Hij stoort zich minder aan de rondslingerende flessen dan aan de kubus die naar zijn idee te pontificaal op het plateau staat. Onbegrijpelijk!


En ik tikte het voor nog minder op de kop!

zaterdag 5 maart 2011

Niet zonder bank


Het wonen is enorm veranderd sinds de generatie van mijn opa en oma. Dat wat in je huis en de belangrijkste ruimten staat, zegt veel over hoe je er leeft. Mijn ouders wonen in het huis waar vroeger mijn opa woonde, maar hoe ze in het huis leven is niet te vergelijken met hoe mijn opa dat deed.

Toen mijn opa er nog woonde had het huis uit de jaren dertig suitedeuren die de romp van het huis verdeelden in een voor- en achterkamer. In de voorkamer werd niet geleefd. De laatste jaren van zijn leven sliep opa in de voorkamer. Het leven speelde zich volledig af in de achterkamer. Maar liefst drie deuren kwamen uit in de achterkamer. Er stond een tafel met rechte stoelen die waren bekleed met donkerrode stof met een smalle zwarte streep. Er was één stoel met leuningen waar opa vaak op zat. Als er visite was, zat die ook voornamelijk in de achterkamer. De stoelen werden tegen de muur aangeschoven om de ruimte optimaal te benutten.

Zo'n huiskamer zou tegenwoordig ondenkbaar zijn. Mijn ouders haalde de suitedeuren uit de voor- en achterkamer en hebben er één ruimte van gemaakt. Het is naar de begrippen van deze tijd een ruime, maar niet overdreven grote kamer geworden. In de achterkamer staat de eethoek. Voor in de kamer staan de crapauds die mijn opa ook al had, maar nu met een ander stofje. En er staat natuurlijk een bank, een meubelstuk dat mijn opa helemaal niet had. Destijds werd er namelijk niet rondgehangen in de huiskamer. Als je wilde liggen of hangerig werd, ging je gewoon naar bed.

Soms zie ik in woonbladen nog wel eens ruimtes zonder bank. Voor mij is een huiskamer zonder bank echt ondenkbaar. Wij hebben er dan ook twee met een chaise longue. In onze huiskamer moet namelijk gerelaxed kunnen worden. We stellen het moment van naar bed gaan uit -rekken de dag zo lang mogelijk- en hangen graag onderuitgezakt op de bank. Heerlijk. Wat moet je in een ruimte waar je niet lekker onderuit kunt zakken? Ik zou er niet tegen kunnen. Voor mij geen huiskamer zonder bank.

zaterdag 19 februari 2011

Voor het leven getekend


Ik lees in de 101 woonideeën dat het combineren van slapen en baden in één ruimte helemaal 2011 is. In de eighties van de vorige eeuw, woonden E. en ik in een huis waar die functies ook gecombineerd waren. Dat wil zeggen: er was een blauwe plastic douchebak in de slaapkamer geplaatst. Wij kozen ervoor om niet in die slaapkamer te gaan slapen, we kozen liever de kleine slaapkamer aan de voorkant van het huis. Ons leek dat namelijk helemaal geen aangenaam idee. Natuurlijk kan het ermee te maken hebben, dat onze huisbaas die douchebak nogal onconventioneel op een houten vloer had gezet. Hij had dat gedaan zonder zich al te veel te bekommeren om rottende planken. Het vochtige klimaat in de slaapkamer zorgde ervoor dat de douchegordijnen rondom altijd sporen van schimmel vertoonden. Tijdens het douchen werden die beschimmelde douchegordijnen als twee magneten naar je lichaam gezogen. De vieze kleffigheid van die koude natte gordijnen doet me nu nog huiveren. Op de randen van de douchebak bleef het niet bij sporen van schimmel: daar groeiden heuse paddestoelen. Het romantische beeld van de combinatie van baden en slapen is dus niet aan mij besteed. Ik ben voor het leven getekend.

woensdag 16 februari 2011

Het hoogst haalbare


Van nature ben ik niet erg geordend. Ik doe wel altijd mijn best, maar wanorde ligt altijd meer binnen mijn bereik dan orde. Laatst wilde ik nog laten zien hoe ik voor onze zoon ooit een blauwe auto maakte van een hele grote kartonnen doos. Ik stroomlijnde de auto door de achterzijde van de doos rond te snijden en met papieren plakband te vormen. Blauwe kwast erover, blikjes als koplampen, een flesje met schroefdopje weggewerkt als tank, knipperlichten van lege danoontjes. Kortom, te leuk. Zo leuk, dat ik het meer dan eens op de gevoelige plaat vastlegde. Alleen toen het erop aankwam, kon ik de foto niet te voorschijn toveren uit de grote stapel foto's die her en der verspreid door het huis zwierven. (Jawel, let op! Ik gebruik hier niet voor niets de verleden tijd!) Ik had al eens een poging gedaan om orde aan te brengen door alle foto's die nog niet in een album waren geplakt in een doos waar eens nieuwe kussens in pasten te gooien. Dat is meestal de manier waarop ik zaken opruim: ik verzamel spullen die bij elkaar horen wel bij elkaar, maar zodanig dat je nog met geen mogelijkheid iets kunt vinden. Dat is dan ook eigenlijk geen ordenen, eerder het verplaatsen of verzamelen van rotzooi. Daar ben ik namelijk wel goed in. Ik wist dus dat die foto's ergens in die doos zaten, maar om ze eruit te selecteren, had ik misschien wel een halve dag moeten zoeken.

Daar moest maar eens verandering in komen vond ik. Wonderlijk genoeg geïnspireerd door mijn moeder (bij haar ligt net als bij mij namelijk ook wanorde altijd meer binnen het bereik dan orde), schafte ik bij de HEMA doosjes aan om mijn foto's als in een kaartenbak te ordenen. Ik sorteerde de foto's op jaartal. Vandaag werkte ik de laatste foto's in doosjes. Ik heb nu vijf kaartenbakken met foto's, natuurlijk een 'oude doos' en dan nog de foto's van de kinderen die niet in een album belandden. Omdat het zo mooi ging heb ik ook een doosje gemaakt voor kaarten, rouwkaarten en gedichten die ik wil bewaren.

Gisteravond was ik al flink gevorderd; ik had vier doosjes vol gesorteerde foto's. Mijn zus kwam me halen voor de zumbales. "Wat netjes!", zegt ze. "Dat wil ik ook!" Ze doelt op mijn mooie fotodoosjes. "Waar heb je ze gekocht? IKEA?" Ik vertel haar dat ze van de HEMA zijn. Mijn zus is een stuk geordender dan ik. Zij bewaart zaken keurig in ordners, ze vouwt handdoeken zo dat ze in keurige rijtjes liggen. Kortom, ze bedenkt dingen die ik echt nooit zou bedenken als het op orde en netheid aankomt. Zij is mijn goeroe op dat gebied. En nu neemt zij een voorbeeld aan mij voor het ordenen van haar foto's. Het complimentje van mijn zus is dan ook wat de Oscar is voor de filmwereld en de Grammy voor de muziekwereld: het is het hoogst haalbare. Negenenveertig jaar en nu al zover!

donderdag 15 januari 2009

Eerder Spiek aan diek dan Shanghai

We hebben het over verhuizen. Onze zoon kijkt op Funda naar huizen. Een vriendje vertelde vandaag dat hij gaat verhuizen. Zelf zijn we er niet echt voor in, dat niet. Maar stel dat, waar zouden we dan heen gaan? "Zouden jullie hier blijven en dan een eindje verderop gaan wonen?", vraagt onze zoon. "Nee, dat denk ik niet", zeg ik. "Als we hier willen wonen, woon ik het liefst in dit huis." Niet dat er niets aan dit huis mankeert, maar het is onze plek hier. Daar is hij het volkomen mee eens.

Dan gaat de telefoon. De jongste neemt 'm aan. Ze kleurt licht als ze de hoorn aan E. overgeeft. "Het is een Chinees die Engels praat", zegt ze. Het lijkt ons onwaarschijnlijk. E. pakt de hoorn en luistert naar de woordenstroom. Hij reageert inderdaad in het Engels. Hij houdt het netjes af en loopt met de telefoon de kamer uit. Wij kijken hem vragend aan. Even later komt hij weer binnen. "Ze gaan een Business Park in Shanghai bouwen", vertelt hij. "Het is helemaal op design gericht. En ze vroegen of ik geïnteresseerd was."

Onze zoon pakt de draad van het gesprek gewoon weer op. "Waar zou jij willen wonen als je hier niet woonde?", vraagt hij aan E. "Shanghai?", vraag ik. Maar nee, dat toch maar niet. "Ergens aan zee.", zegt E. "In Noord-Holland?", vraag ik. "Neuh", zegt E. "Spiek aan diek of Termunterziel."

woensdag 10 december 2008

Woonwalhalla

Een kleurrijke medelander rijdt tegen de stroom in. Hij zit op een scootmobiel. Op zijn hoofd prijkt een wit-paars mutsje met ingewikkelde breipatronen. Hij rijdt met één hand, want in de andere hand houdt hij een beker koffie. Het is duidelijk: hij komt van de opening van het nieuwe Praxis-pand. Dat is vandaag namelijk geopend.

Aan de rand van onze woonplaats verrijst een nieuw bedrijventerrein. Twee weken geleden opende de Gamma daar de deuren al. Vandaag is het de beurt aan de Praxis er tegenover. Het zijn de eerste panden, maar er zullen nog veel volgen. Een heuse meubel- en klusboulevard moet het eindresultaat zijn. De wegen op het bedrijventerrein zijn niet erg breed. Vandaar dat de tegen-het-verkeer-inrij-actie van de man best gevaarlijk is. Zo'n opening maakt iedereen nou eenmaal een beetje wild. En dat combineert niet goed met smalle wegen.

Ik ga naar de Praxis om nieuwe plintjes voor het laminaat te kopen. Ik heb er nou een aantal vervangen en dat ziet er zoveel beter uit, dat ik de andere ook nog wil vervangen. Ik vond een bijpassende kleur bij de Praxis, dus vandaar mijn tocht naar het nieuwe bedrijventerrein. In de hal galmt het dat het een lieve lust is. Er loopt een clown rond die ballonfiguren maakt. Ook loopt er een man in een zilveren pak. Wat zijn functie in het geheel is, wordt niet duidelijk. Iedereen is duidelijk opgewonden.

In de oude Praxis wist ik precies waar ik moest zijn, maar nu is het even zoeken. Ik vind ze uiteindelijk, maar ik ga direct weer weg. Zoveel publiek en gezelligheid is mij teveel. Het is me er te druk. De opgewonden kassières mogen iedereen een bloemetje aanbieden. Ik neem de witte kerstster mee, het gouden potje laat ik -kieskeurig als ik ben- mooi staan. Ook krijg ik nog een timmermanspotlood en een tegoedbon voor oliebollen.

Ik breng de plintjes naar de auto en loop vervolgens naar de Gamma, waar het nu een oase van rust is. Twee weken geleden was het daar een gekkenhuis. Niet dat ik er zelf geweest ben, dat niet. Maar onze oudste vertelde -hun school ligt aan de andere kant van de weg- dat hele groepen scholieren tussen de middag snel even naar de Gamma gingen. De ene middag was er popcorn, een andere keer poffertjes. Allemaal gratis. Daar kan geen schoolkantine tegenop. Op mijn gemak zoek ik nog een latje met de juiste maat. De man bij de Gamma heeft alle tijd en helpt me even. Ik ben niet helemaal de enige in de grote hal, maar het leeuwendeel van de klandizie is toch bij de overburen. Ik reken af en rij het terrein weer af. Nu is het nog kaal, maar in de toekomst... Ik kan het me al helemaal voorstellen: het wordt een waar woonwalhalla.

zaterdag 22 november 2008

Mit nöchtern spij

Ik ben de koningin van de zuignapjes. Alles hang ik op aan zuignapjes. In de douche: een bakje voor de tandenborstels, een bakje voor de gel en deo en natuurlijk overal waar ik het kan bedenken een haakje voor een handdoek. Vandaag trok ik weer een nieuw pakje zuignapjes open. Deze keer om in de keuken mijn keukengerei aan op te hangen. Bakspaan, pannenlappen, metworst, schuimspaan, allemaal aan een zuignapje. Voordat ik de keuken had opgeknapt, hingen ze aan het lichtsnoer onder de kastjes. Afhankelijk van het gewicht zakte het lichtsnoer verder door. Het was een rommelig gezicht. En het mag duidelijk zijn dat ik dat in mijn opgeknapte keuken niet langer kan tolereren. Ik heb de zuignapjes zich nu kaarsrecht vast laten zuigen. Mijn timmermansoog doet namelijk niet onder voor een waterpas met laserstraal.

Innig tevreden kijk ik naar het resultaat. De oudste komt binnen. "Dit gaat niet werken, dat weet je zelf ook wel hè?" "Misschien moet er toch op den duur wel een stang komen", aarzel ik. Maar ik heb iets tegen het boren van gaten in tegels. Het is dezelfde weerstand die ik heb tegen tattoos en piercings. Aan mijn lijf geen polonaise en ook niet aan mijn tegels. Die blijven mooi in één stuk. Als je gaat boren, krijg je er altijd gedonder van. Zo hebben we in de badkamer ons verwarmingselement laten vervangen. We hebben precies hetzelfde model weer besteld. Maar toch moesten er nieuwe gaten worden geboord: ze hadden de ophangpunten weer verplaatst. Dus nu kijken we tegen die pijnlijk doorboorde tegels aan. Dat lossen we wel weer op, maar toch...

"Op den duur zakken ze naar beneden", vervolgt onze oudste dreigend. Onze zoon ziet het niet als een groot probleem. "Als ze vallen, dan kun je ze ook even natmaken", zegt hij "dan plakken ze weer prima." "Mit nöchtern spij", zeg ik. "Dat deed mijn oma ook. Die genas, repareerde en plakte alles mit nöchtern spij." De kinderen kijken me bevreemd aan. "Dat is je ochtendspeeksel, nog voor je gegeten hebt", leg ik ze uit. Van die uitleg wordt het niet echt beter. Maar hoe dan ook: vooralsnog hangt het zaakje er keurig bij. 

zondag 7 september 2008

De blik

"Je hebt de blik weer." Enigszins verdwaasd kijk ik E. aan. "De blik?", vraag ik. "Ja, de alles-moet-hier-anders-blik." Het is de blik die E. vreest, de blik die hij verafschuwt. De blik is namelijk een voorbode van gerommel in huis. En daar houdt E. niet van. Soms heb ik het nadat ik een VT-Wonen heb gelezen. Maar dan gaat het ook wel snel weer over. Nu zit het verder ingebakken.
Ik ben namelijk bezig met het opknappen van onze keuken. Van de vijf kozijnen heb ik er nu drie geverfd. Vorige week moest ik voor het werk een beleidsplan schrijven, dus toen had ik het te druk. Maar nu kan het weer, ik heb weer ruimte. Dus ben ik inderdaad voortdurend bezig om afwezig omhoog te kijken (ik heb een deel van het plafond al gestuct). Of ik wrijf afwezig maar liefdevol over de kozijnen. Als ik de radar eenmaal op klussen heb staan, dan zie ik van alles wat nog zou kunnen of moeten gebeuren naar mijn smaak. Het beperkt zich dus niet alleen tot de keuken.

Gisteren zag ik onze bijzetkrukjes. Dat zijn drie rollen waar karton op heeft gezeten. Onze zoon nam ze mee van de basisschool. Jammer om weg te gooien, vond hij. Inmiddels staan ze alweer een jaar of vier in onze kamer als bijzetter. We hebben de rol met een deksel afgedekt, er snippers papier op geplakt en daarna heb ik ze gelakt. Vier viltjes eronder en de bijzetters waren klaar voor gebruik. Een kleine beschadiging wordt eenvoudig weer bijgewerkt. Maar dat is in die vier jaar nog maar een keer voorgekomen. Dus ze zijn redelijk onverwoestbaar. Maar nu ben ik ze zat. Dus gistermorgen zat ik op de bank, kreeg ik de blik en zei: "Die gaan er ook uit." Het leidde tot fel protest van de kinderen, dus staan ze er nog- maar ze hebben hun langste tijd gehad. Als ik mijn blik erop heb laten vallen, is het onomkeerbaar.

Vanmorgen zag ik de spiegel boven onze schoorsteenmantel. Toen ik 'm eenmaal had bekeken met de blik, was het genoeg. Die moest ook weg: veel te klein. Dat is altijd al zo geweest, maar een blik met de blik maakt een einde aan dit soort misstanden. Onze zoon vond het zeer vermakelijk. Volgens hem was het eerste wat ik vanmorgen deed, de kamer inwandelen om met de spiegel weer weg te wandelen. 

En zo loop ik hier door het hele huis. Nadat ik de keuken heb aangepakt, ga ik door, zo heb ik mezelf voorgenomen. Er kan hier nog van alles verbeterd worden.

zondag 8 juli 2007

Keukenklassiekers


 

Sinds twee jaar hebben we nieuwe - in de winkel gekochte- meubels. Tot dat moment woonden we op een jaren '60 setje dat -wanneer de kussens waren versleten- gewoon weer van een nieuw stofje werd voorzien. Onze oudste zei toen ze nog klein was altijd ter geruststelling tegen vriendjes en vriendinnetjes: "Het geeft niet als je knoeit. Dan gooit mijn moeder er gewoon weer een nieuw kleed over." Twee jaar geleden kwam daar een eind aan. Er was zoveel op geknoeid, dat een nieuw kleed niet meer mocht baten.

Wat is gebleven zijn de keukenklassiekers: houten jaren '60 stoelen. Zes kregen we uit de inboedel van E's oma. Vier kocht ik voor vier gulden in de dump in Winschoten. Het geheel wordt afgemaakt met een caféstoel met leuningen in dezelfde lijn. Die stoel heet Lucas, naar zijn baasje. Mijn vader kreeg 'm ooit van Lucas toen hij last van zijn rug had. Lucas werd uitgeleend aan mijn tante. En op een gegeven moment deed die 'm naar de rommelmarkt. Daar kocht ik 'm vervolgens weer, zonder dat ik wist dat de bewuste stoel onze Lucas was.

Thuis zit ik op Lucas. E. en de kinderen zitten op een identieke keukenklassieker. Toch spreken de kinderen onveranderd over 'mijn stoel'. "Mam, als je een stoel pakt om te bloggen, heb ik liever dat je die van papa pakt. Niet die van mij. Je zet het iedere keer verkeerd terug. En dan zit ik op die van papa." Ik zie het verschil niet, maar ze helpt me uit de droom: "Hier zit een schuine kras. Die is van mij." De oudste heeft het nog bonter gemaakt. Zij heeft haar initialen in 'haar' stoel gekrast. Daar kan helemaal geen misverstand over bestaan.

Ook al ben ik blij met onze nieuwe meubels, ik hou meer van meubels met een historie. Ik ben gehecht aan onze keukenklassiekers. En die ingekraste initialen laten we mooi zitten: dat is nieuwe geschiedenis.