zondag 10 april 2016

Groningse romantiek

Vast een Groningse tekstschrijver. (kaart: Boomerang)
E. en ik zijn al heel lang bij elkaar. En door de jaren heen heb ik het verhaal over ons 'tot elkaar komen' behoorlijk vervolmaakt. Natuurlijk zit er een flinke kern van waarheid in, maar een verhaal vraagt natuurlijk ook om een beetje opsmuk. En daar ben ik niet vies van.

Dat wil ik ook 

Ik werd voor de opsmuk geïnspireerd door de reclame die Rintje Ritsma ooit eens maakte voor Sanex. Daarin omschreef hij zijn liefde voor de sport als volgt: "Ik zag het, ik dacht: dat wil ik ook. En toen was het één rechte lijn." Dat is tenminste wat ik me ervan herinner of wat ik ervan heb gemaakt.

Alhoewel ik E. vast al heel vaak was tegengekomen, was hij me nooit opgevallen. Tot die ene avond: toen zag ik hem en werd ik getroffen door lust op het eerste gezicht. Ik vertel het nu altijd in de woorden van Rintje: ik zag hem, ik dacht: dat wil ik ook (ook omdat hij op dat moment met een ander meisje was) en vanaf dat moment was het één rechte lijn. (Dat is misschien niet helemaal waar, maar eventuele afleidingen onderweg doen er in retrospectief helemaal niets meer toe).

Sober

Daar waar ik het verhaal graag aandik en voorzie van opsmuk, doet E. er alles aan om het allemaal zo sober mogelijk te houden. Dat zit in zijn aard. Hij weet het niet meer (tot ik één verkeerd detail vertel, dan blijkt dat hij het precies weet) of hij betuigt zijn aanhankelijkheid op z'n Gronings. Als je niet bekend bent met de Groningse romantiek, dan lijkt het misschien een beetje zuinig. Ik schets een aantal uit het leven gegrepen situaties:

Ik: Holst nog n beetje van mie? (Hou je nog van me?)
E.: Scheelt nait zoveul (Letterlijke vertaling: Best wel. Interpreteren als: Ja, ik hou echt heel veel van jou)*

Aan tafel. We verwonderen ons erover hoe snel de tijd gaat.
Ik: Bin ik din de laifde van dien leven? (Ben ik misschien de liefde van je leven?)
E: t Begunt der wel op te lieken. (Letterlijke vertaling: Daar lijkt het wel op. Interpreteren als: Ja, dat ben je zeker. Geen twijfel mogelijk.)


De mooiste

E. legt het er dus liever niet te dik bovenop. En ik zou ook beter moeten weten: echte liefdesverklaringen komen niet als je erom vraagt. Die komen spontaan. Zoals een tijdje geleden. Ik was met hem meegegaan naar een bijeenkomst waar hij werd verwacht. Toen ik vroeg of hij het fijn vond dat ik mee was geweest zei hij: Alles is leuker astoe der bie bist. (Alles is leuker als jij erbij bent). Dat ontroerde me. Geen betere romantiek dan echte Groningse romantiek. 

*Omdat een letterlijke vertaling je niet het hele verhaal vertelt, heb ik er een intentievertaling bijgevoegd.

zaterdag 2 april 2016

Kom op zeg!

Boomerang freecard van Monoumo
Ik zit in de auto als ik het hoor: Johan Cruijff heeft postuum een hoge onderscheiding gekregen van de Spaanse overheid. Hij is geëerd met een gouden medaille in de koninklijke orde voor verdiensten in de sport. Als bij donderslag word ik overvallen door ergernis. "Dat is toch achterlijk?", zeg ik later tegen E.

Mijn ergernis zit vooral in het postume karakter van de onderscheiding. Want waarom pas nu hij dood is? Wat heb je daar nou aan? Waarom niet toen hij nog leefde? Johan Cruijff is dan wel niet zo oud geworden, maar 68 jaar is oud genoeg om een momentje te vinden om hem te onderscheiden. Want dat hij onderscheidend en een gouden medaille waard was, dat was niet iets van de laatste jaren. Het was van meet af aan  duidelijk. Voor iedereen.

Ik vind dat je mensen altijd bij leven moet onderscheiden of complimenteren. Daar moet je nooit mee wachten. Direct doen. De enige reden om iemand postuum te onderscheiden is als je iets recht wilt zetten. Dus als je altijd gedacht hebt dat iemand een schurk was, maar plotseling -in het licht van de geschiedenis- blijkt hij een held te zijn. Dan klopt het. Maar hier klopt niets van. Johan Cruijff is altijd een held geweest. Kom op zeg!

zaterdag 19 maart 2016

Wie plakt hier eigenlijk de stickers?

We gaan er even voor zitten. E. heeft een film meegenomen van de bieb. Dat doet hij met enige regelmaat. Je zou denken dat het lenen van een film niet meer nodig zou zijn met al die films die we digitaal tot onze beschikking hebben. Maar het overgrote deel daarvan spreekt niet tot onze verbeelding.

Het gebeurt tegenwoordig  niet zo vaak meer dat we allemaal tegelijk thuis zijn en in de stemming om een film te gaan bekijken. Het valt bovendien niet mee om iets te vinden wat we allemaal leuk vinden. We hebben nou eenmaal uitgesproken meningen en voorkeuren. Dus het is dapper van E. dat hij iedere keer weer een poging waagt.

Deze keer is het een roadmovie met daarop een smiley. In de categorie humor dus. Vol vrolijke verwachting starten we de film. Het gaat over twee oude mannen die afreizen naar IJsland. Onderweg zijn ze met elkaar in gesprek. Af en toe glimlachen we. Maar niet genoeg om zo'n smiley te rechtvaardigen. Het is vooral een vreemde film. En eerlijk gezegd geldt dat voor de meeste films die van deze sticker zijn voorzien en de weg vinden naar onze dvd-speler.

"Wie plakt die stickers in vredesnaam?", vraagt onze oudste op een zeker moment. Zij stelt 'm, maar die vraag leeft bij ons allemaal. We weten het niet. Wat we wel weten: er is in ieder geval één iemand die keihard gelachen heeft. En dat is de anoniem gebleven stickerplakker die vreemde films voorziet van een smiley.


donderdag 3 maart 2016

Schaamgroen

Voor de liefhebbers: RGB, R51, G102, B0
Eskimo's hebben oneindig veel omschrijvingen voor de kleur wit. Dat is geen wonder: ze zijn omgeven door wit en dan zie je veel nuances. Hoogezand-Sappemeer is misschien niet de plek waar je genuanceerde omschrijvingen voor de kleur groen zou verwachten. Dan denk je toch eerder aan Drenthe dan aan de prachtige Veenkoloniale door industrie gedomineerde lintbebouwing alhier.*

De rest van Nederland kent misschien termen als grasgroen, mosgroen, antiekgroen, flessengroen, lichtgroen, lindegroen, donkergroen, gifgroen, lentegroen, legergroen et cetera. Daar voegen we hier schaamgroen aan toe. Inderdaad, schaamgroen.

Wij kennen de term schaamgroen in samenhang met de HOP. HOP staat voor Herenontmoetingsplaats. Herenontmoetingsplaats is een eufemisme voor een seksplek voor mannen. Die hebben we hier namelijk bij het Zuidlaardermeer. Daar hebben we behalve een recreatief strand ook een naaktstrand. Dat naaktstrand is niet bedoeld als seksplek, maar sinds de Heren er hun ontmoetingsplaats van hebben gemaakt is het dat wel. En daarom zit het strand al een tijd in het verdomhoekje. Het trok niet veel bezoekers. Slechts twee groepen wisten het strandje te vinden: surfers en Heren. 's Winters is het geliefd bij surfers en het hele jaar door bij Heren. Het naaktstrand biedt de surfers 's winters beschutting. Voor de Heren zijn de bosschages rond het naaktstrand een ideale omgeving voor gezochte intimiteit. Zij zijn daar namelijk -en daar komt het- omgeven door schaamgroen. Er wordt wel eens geklaagd over de overlast die de expliciete seksuele handelingen in het schaamgroen opleveren. In een onlangs gehouden raadsvergadering sprak een heer zich hierover uit. Van overlast was echt geen sprake, aldus de heer. Hooguit een beetje hinder. Dankzij het schaamgroen natuurlijk.

Daar denkt de gemeente anders over. Het naakstrand wordt een gecombineerd naakt-/surfstrand.Het schaamgroen gaat er dus af, maar het woord raken we natuurlijk nooit meer kwijt. En de kleur is bij deze vastgelegd. Er kan geschilderd worden!

*Begrijp me niet verkeerd: ik verkies dit zonder enige vorm van twijfel boven een bosrijke omgeving.

dinsdag 1 maart 2016

Leerpuntjes

"Is het dan nooit af?" We hebben een gesprek op het werk en collega stelt me de vraag. Ik heb net verteld dat ik graag iedere dag iets nieuws bijleer. Dat ik mezelf altijd afvraag: "Wat kan ik hier zelf mee?" Of ik nou een boek lees, tv kijk of iets anders. Het gaat vanzelf. Thuis noemen ze me om die reden competitief. Het is mijn dagelijkse competitie met mezelf. Dat is al zo zolang ik me herinner: een dag niet geleerd is een dag niet geleefd. Voor mij is dat niet vermoeiend, mijn omgeving vindt dat soms wel vermoeiend. "Nee, het is nooit af", zeg ik. Ik heb een intrinsieke drive om me voortdurend te verbeteren. En daar is altijd ruimte voor. Vandaag heeft de jongste een aantal leerpuntjes voor me.

Economisch model 

Rond tien uur klap ik mijn laptop dicht. "Nu stop ik ermee", zeg ik. Ik heb vakantie, maar het werk was nog niet af. Dan ga ik door tot het af is. Vrijdag, zondag, maandag en vandaag dus nog even aan aan de slag. Het is een bron van voortdurende kritiek van met name de jongste twee. Onze zoon is een groot liefhebber van het economisch model. Ik werk meer dan het aantal uren dat ik betaald krijg en dat past niet in dat model. Voor mij is het resultaat van mijn werk belangrijker dan het exacte aantal uren dat ik investeer. Ik wil tevreden zijn over mijn werk. Aan de andere kant word ik natuurlijk wel afgerekend op het aantal uren en niet op het resultaat. Dat kan ik niet ontkennen en dat wringt soms ook. Hij vindt dat ik heel verkeerd bezig ben omdat ik mijn werk volgens hem belangrijker vind dan mijn werkgever. "Anders zouden ze er wel voor betalen.", is zijn moeilijk te weerleggen logica.

Verbeteren

Ook de jongste is ontevreden over mijn tijdsbesteding. Ze heeft deze dagen het rijk even alleen. Haar zus zit in Enschede en haar broer is een paar dagen in Duitsland. En dan heeft ze graag onverdeelde aandacht. "Nu moet je ook echt stoppen!", zegt ze. "Je hebt vakantie!!" "Je hebt gelijk, het is nu ook afgelopen", zeg ik. "Dat ga ik later echt anders doen als ik kinderen heb", moppert de jongste terwijl ik mijn spullen opruim. Dat juich ik toe. Het is een goede zaak als kinderen iets hebben om te verbeteren. Je moet er toch niet aan denken dat je perfecte ouders hebt.

Rolmodel

Het is me blijkbaar aan te zien dat ik er niet te zwaar aan til. "Je moet niet vergeten dat je een rolmodel bent.", spreekt ze me vermanend toe. "Breng ik het er niet best vanaf?", vraag ik. "Nee, op dit punt niet. Je bent veel teveel met je werk bezig. Ik zie echt wel leerpuntjes. Voor jou en ook voor papa." E. lijdt aan hetzelfde euvel: teveel op zijn werk geconcentreerd. Laat ik nou denken dat we ons leven juist heel erg op de kinderen hadden ingericht. Ze hebben bijvoorbeeld nooit een buitenschoolse opvang gezien en zijn nooit overgebleven tussen de middag. Tussen de middag kwamen ze thuis. Dat kon, omdat E. thuis werkt. 's Middags was ik er als ze uit school kwamen. Vakanties probeerden we thuis te zijn. Maar ik werk inderdaad wel veel thuis.

Ik ben natuurlijk altijd bereid om mijn leven te beteren. En vandaag is daar een uitstekende dag voor. We gaan vandaag met z'n tweeën op stap. "Hoe heb ik het er vandaag vanaf gebracht met dat leerpuntje?", vraag ik haar vanavond. "Ja ging goed", zegt ze. Weer wat geleerd vandaag.

zondag 21 februari 2016

In de analyse

Boomerang card van Emilegraphics
"Mijn moeder vindt dat u bijzonder goed gebouwd bent." We zitten aan tafel en verschillende anekdotes komen voorbij. Niet zelden speelt de jongste daarin de hoofdrol. Dit is er een van. Een van de meesters op de basisschool was inderdaad bijzonder goed gebouwd. En ook al ben ik dan getrouwd met een man die dat ook is, ik heb mijn ogen niet in mijn zak. Ik ventileer mijn observaties snel en gemakkelijk en zo kwam dit natuurlijk ook voorbij. De meester in kwestie was een van de eersten die erover hoorde. Onze jongste vertelde het hem namelijk openhartig.

We lachen er nu smakelijk om en ook toen heb ik er smakelijk om gelachen. Het voelde voor mij niet ongemakkelijk. Ik ben nou eenmaal niet snel gegeneerd. Onze oudste weet wel waarom. "Dat komt omdat jij het niet belangrijk vindt dat mensen je leuk vinden. Je hebt er geen behoefte aan om bij een groep te horen. En gêne en schaamte worden veroorzaakt door de angst om buiten de groep te vallen. Die angst heb jij niet. Dus daarom schaam jij je ook niet. Dat interesseert je gewoon niks. Jij hebt gewoon genoeg aan jezelf, ondanks het feit dat je het ook wel gezellig vindt met anderen." Ik denk erover na. Zelf weet ze het zeker. "Het is gewoon zo. Ik heb gelijk. Dat weet je zelf ook wel." En daarmee is het klaar. De analyse is afgerond.

donderdag 11 februari 2016

Wrijving

Het is niet anders. Ik zal het ermee moeten doen: bij mij is er altijd sprake van wrijving. Vooral bij de bovenbenen. Zo ben ik nu eenmaal gebouwd. Mijn hele familie bestaat uit grote vrouwen die bekend zijn met het fenomeen wrijving. Zo is het en zo is het altijd geweest.

Een angstig moment

Ik herinner me nog een van de meest angstige momenten in mijn leven. Dat was toen mijn moeder zoveel was afgevallen dat je tussen haar benen door kon kijken. Ik kwam aanfietsen, mijn moeder stond buiten en toen zag ik de kerktoren tussen haar benen door. Gelukkig was die periode snel voorbij en zijn haar bovenbenen weer naar elkaar toe gegroeid.

Neerwaartse wrijving

Twee weken geleden heb ik opnieuw een angstig moment. Nu op het werk. Ik draag die dag mijn zelfgemaakte kokerrok waarin ik geen vaste voeringrok heb gemaakt. Ik gebruik een losse onderrok.Die heb ik echt nodig, omdat de rok anders omhoog kruipt. (hier komt die wrijving weer om de hoek kijken). Op een gegeven moment laat ik een gast uit en dan gebeurt er iets wat voor mij anatomisch gezien eigenlijk vrijwel onmogelijk is. Vlak voor ik met mijn gast de trap afdaal en naar beneden loop, voel ik op mijn bovenbeen een niet-lichaamseigen richeltje. Het blijkt de rand van mijn onderrok te zijn. Met nog geen tien stappen te gaan voor de trap moet ik snel handelen. Zo discreet als maar mogelijk is wurm ik mijn hand bij mijn kokerrok in (dit ging ook niet zonder wrijving!) en vis naar de bovenrand van de onderrok. Ik krijg 'm net op tijd te pakken. Ik slaak een zucht van verlichting. Dit was echt een sterk staaltje van neerwaartse wrijving.

Opwaartse wrijving

Ik heb mijn lesje geleerd en ik ga onmiddellijk op jacht naar een nieuwe losse onderrok. Dat is nog niet zo eenvoudig, want losse onderrokken zijn natuurlijk een voorhistorisch artikel. Uiteindelijk vind ik er eentje in een fourniturenwinkeltje hier vlakbij. Vandaag draag ik 'm voor het eerst. En van afzakken heb ik geen last. Wel voel ik als ik aankom op het werk een niet-lichaamseigen rolletje rond mijn taille. Het is mijn nieuwe onderrok. Die is omhoog gekruld en zit nu als een flinke lovehandle rond mijn taille. Ik sjor 'm weer naar beneden, maar halverwege de ochtend merk ik al dat het een heilloze exercitie is. De opwaartse wrijving is te groot. Hij zit meer rond mijn middel dan rond mijn benen.

Er zit niks anders op: ik zal ze vast moeten naaien in mijn rokken. En dan maar hopen dat het stiksel bestand is tegen de opwaartse of neerwaartse wrijving.