Zeker 50.000 mensen komen er jaarlijks af op de koninginnebraderie voor ons huis. En dit jaar waren die er zeker. Het mooie weer bracht veel mensen op de been. Rond een uur of vijf beginnen de voorbereidende werkzaamheden en rond een uur of tien begint de muziek te spelen en dan begint het feest pas goed.
En ook al is de braderie elk jaar weer een herhaling van zetten, het is toch leuk. En dus ga ik ieder jaar die braderie over samen met dochters, moeder en zus(sen) met dochter. Niet ieder jaar per se in die samenstelling, maar dit jaar wel. Wij lopen altijd tot de kerk een eindje verderop. Daar hebben ze namelijk altijd een rommelmarkt waar we graag even rondneuzen. Vorig jaar scoorde ik er twee mooie houten boekensteunen in de vorm van twee antilopes, een mannetje en een vrouwtje. Ik denk zelfs dat het vrouwtje zwanger is. Ook kocht ik een fantastisch kitschkinderkopje. Jammer genoeg niet zulke mooie vondsten dit jaar. Er is verder nog van alles te beleven rond de kerk. Zo worden er ook kniepertjes gebakken en worden er handwerkspullen verkocht. Meestal nemen we ook een zakje kniepertjes mee. Een aantal bejaarde vrouwen zit daar de hele dag te bakken. Dit jaar sloegen we echter over. Nicht betrapte namelijk de vrouw die de kniepertjes van de bakplaat schepte op het aflikken van de draaispaan. En ook al verwachten we niet dat het aan alle HACCP-eisen voldoet, dit ging ons net iets te ver.
maandag 30 april 2012
Even aflikken!
Labels:
braderie,
kniepertjes,
koninginnedag,
rommelmarkt,
Sappemeer
zondag 29 april 2012
Een nieuwe hobby
We zitten sinds enige tijd zonder schoonmaakhulp. Dat is niet voor het eerst natuurlijk. Maar nu wel definitief denk ik. Ik heb namelijk geen zin om een nieuw iemand over de vloer te hebben. Ik was gewend en gehecht aan onze hulp. Nu zij is gestopt is het afgelopen: ik neem de schoonmaak weer zelf ter hand.
Eerder al bedacht ik tijdens een time out de vijf-minuten-regel. Iedere dag na het eten maakten we met zijn allen vijf minuten schoon. Ik had uitgerekend dat we dan ongeveer even lang bezig waren met schoonmaken als onze hulp een keer in de week. En dat werkte als een tierelier. Maar tegenwoordig ligt het anders: de oudste is uit huis en de andere twee zijn druk met school. Vijf minuten hebben ze toch wel over, denk je dan. Ja, dat hebben ze wel, maar ik heb liever dat ze dan andere dingen doen.
Dus moesten we het even anders oplossen. Nu stofzuigt E. op de vrijdag onze hele benedenverdieping en vervolgens maak ik schoon. Op de bovenverdieping doet ieder zijn eigen deel. Ook al ben ik helemaal niet competitief ingesteld, ik vind het toch leuk om direct achter E. aan te gaan, kijken of ik hem met dweilen in kan halen. Hij heeft dat weer liever niet, omdat ik hem dan in de nek zit te hijgen.
Schoonmaken is heerlijk werk. Ik doe het liever dan koken, liever dan boodschappen halen. Vandaag sopte ik de badkamer, het toilet en dweilde ik ze, net als de hallen en de keuken.Voor het dweilen van de vloeren gebruik ik een mop. Die schafte ik op speciaal verzoek van onze hulp aan, maar nu ben ik er ook helemaal aan verslingerd. Ik maakte en passant de magnetron nog even schoon en wiedde het onkruid uit het grind voor ons huis. Vanavond stelde ik even een weekend-vijf-minuten in, om alle rotzooi die we met z'n allen maken even op te ruimen. En nu is het hele huis schoon en opgeruimd.
Om het allemaal een beetje interessant te houden, werk ik wel graag met een experiment of een project. Mijn experiment van vandaag is het bewerken van de wasbakken in de douche met autowax: even drogen en dan uitpoetsen (autoshampoo gebruik ik al langer met goed resultaat). En nu maar kijken of ze nu nog langer mooi glimmend blijven. En het project is het terugbrengen van mijn assortiment schoonmaakmiddelen: eigenlijk wil ik terug naar soda, vloeibare groene zeep en schoonmaakazijn.
Vanavond belt de oudste met mijn moeder. "Schoonmaken is mamma's nieuwe hobby.", zegt ze. Wie weet, misschien komt het ooit nog wel zover.
Eerder al bedacht ik tijdens een time out de vijf-minuten-regel. Iedere dag na het eten maakten we met zijn allen vijf minuten schoon. Ik had uitgerekend dat we dan ongeveer even lang bezig waren met schoonmaken als onze hulp een keer in de week. En dat werkte als een tierelier. Maar tegenwoordig ligt het anders: de oudste is uit huis en de andere twee zijn druk met school. Vijf minuten hebben ze toch wel over, denk je dan. Ja, dat hebben ze wel, maar ik heb liever dat ze dan andere dingen doen.
Dus moesten we het even anders oplossen. Nu stofzuigt E. op de vrijdag onze hele benedenverdieping en vervolgens maak ik schoon. Op de bovenverdieping doet ieder zijn eigen deel. Ook al ben ik helemaal niet competitief ingesteld, ik vind het toch leuk om direct achter E. aan te gaan, kijken of ik hem met dweilen in kan halen. Hij heeft dat weer liever niet, omdat ik hem dan in de nek zit te hijgen.
Schoonmaken is heerlijk werk. Ik doe het liever dan koken, liever dan boodschappen halen. Vandaag sopte ik de badkamer, het toilet en dweilde ik ze, net als de hallen en de keuken.Voor het dweilen van de vloeren gebruik ik een mop. Die schafte ik op speciaal verzoek van onze hulp aan, maar nu ben ik er ook helemaal aan verslingerd. Ik maakte en passant de magnetron nog even schoon en wiedde het onkruid uit het grind voor ons huis. Vanavond stelde ik even een weekend-vijf-minuten in, om alle rotzooi die we met z'n allen maken even op te ruimen. En nu is het hele huis schoon en opgeruimd.
Om het allemaal een beetje interessant te houden, werk ik wel graag met een experiment of een project. Mijn experiment van vandaag is het bewerken van de wasbakken in de douche met autowax: even drogen en dan uitpoetsen (autoshampoo gebruik ik al langer met goed resultaat). En nu maar kijken of ze nu nog langer mooi glimmend blijven. En het project is het terugbrengen van mijn assortiment schoonmaakmiddelen: eigenlijk wil ik terug naar soda, vloeibare groene zeep en schoonmaakazijn.
Vanavond belt de oudste met mijn moeder. "Schoonmaken is mamma's nieuwe hobby.", zegt ze. Wie weet, misschien komt het ooit nog wel zover.
zaterdag 28 april 2012
Van nicht tot nicht
Mijn moeder komt uit een groot gezin. Ze is de oudste dochter. En haar broers en zussen hebben ook weer kinderen gekregen. Zo beschik ik alleen al van moeders kant over een flink aantal neven en nichten. Veel neven en nichten woonden bij ons in het dorp. Met hen hadden we als vanzelfsprekend contact. Maar we hadden natuurlijk ook neven en nichten buiten het dorp. Het meeste contact hadden we dan met onze nichten uit Loppersum, die qua leeftijd ook dicht bij ons lagen. Aarzelende pogingen om te gaan logeren -helden waren wij niet op dat gebied- werden daar ondernomen. Zij woonden aan het spoor en beschikten over een mooi zoutwaterbad. Dat waren voorzieningen waar we in ons dorp niet over konden beschikken. Niet dat we daar veel van meekregen, want onze logeerpartijen waren van zeer korte duur.
Gemakkelijker was het als zij kwamen logeren. En dat gebeurde ook nog wel eens. Vaak kwamen ze dan bij oma logeren, die natuurlijk ook in het dorp woonde. We konden het goed met elkaar vinden. J. en ik verschilden een jaar in leeftijd, dan kwam mijn zus en dan haar zusje. Zo waren we een in leeftijd aansluitend kwartet. Qua leeftijd lagen J. en ik dicht bij elkaar, maar qua karakter en interesses liepen we uiteen. Ze was stukken sportiever en misschien ook wel impulsiever dan ik. Ik was meer een boekenwurm. Voor het familiegevoel maakten al deze verschillen geen enkel verschil.
Ooit schreef ze eens een zelfbedacht versje in mijn poëziealbum. Later en nu ook nog, vond ik het prachtig. Het zegt namelijk veel over haar karakter. Maar toen kon ik het niet echt waarderen: ik wilde een 'echt' versje dat netjes geschreven was, zonder schrijf- en taalfouten of doorhalingen. Maar dit werd het.
Als het van een ander kind was geweest, had ik de bladzijde ongetwijfeld verwijderd, maar omdat het om mijn nichtje ging -en het bloed kruipt waar het niet kan gaan- liet ik het zitten. Gelukkig maar.
Toen we ouder werden stelde oma onze nichtjes regelmatig als voorbeeld: ze waren blijkbaar minder vrijgevochten dan wij. Mijn ouders hadden er naar oma's smaak minder de wind onder. Dat uitte zich bijvoorbeeld in onze kapsels. "J. had haar haar weer zo mooi geknipt", zei oma dan als ik mijn lange haren voor mijn ogen wegschoof. Ik ging nooit naar een kapper. Mijn tante -kapster van huis uit- knipte de punten van mijn lange haren bij en de pony nam ik zelf voor mijn rekening. Die draaide ik in een rolletje en dan knipte ik er een heel klein stukje af. Dat gaf het gewenste slordige effect.
Nog steeds is ze denk ik beter gekapt dan ik. Vandaag viert ze een feestje omdat ze vijftig is geworden. En daarbij ben ik natuurlijk graag van de partij, want ook al hebben we niet heel veel contact, de basis is goed. Zo is zij die ene trouwe volger onderaan mijn blog.
Gemakkelijker was het als zij kwamen logeren. En dat gebeurde ook nog wel eens. Vaak kwamen ze dan bij oma logeren, die natuurlijk ook in het dorp woonde. We konden het goed met elkaar vinden. J. en ik verschilden een jaar in leeftijd, dan kwam mijn zus en dan haar zusje. Zo waren we een in leeftijd aansluitend kwartet. Qua leeftijd lagen J. en ik dicht bij elkaar, maar qua karakter en interesses liepen we uiteen. Ze was stukken sportiever en misschien ook wel impulsiever dan ik. Ik was meer een boekenwurm. Voor het familiegevoel maakten al deze verschillen geen enkel verschil.
Ooit schreef ze eens een zelfbedacht versje in mijn poëziealbum. Later en nu ook nog, vond ik het prachtig. Het zegt namelijk veel over haar karakter. Maar toen kon ik het niet echt waarderen: ik wilde een 'echt' versje dat netjes geschreven was, zonder schrijf- en taalfouten of doorhalingen. Maar dit werd het.
Als het van een ander kind was geweest, had ik de bladzijde ongetwijfeld verwijderd, maar omdat het om mijn nichtje ging -en het bloed kruipt waar het niet kan gaan- liet ik het zitten. Gelukkig maar.
Toen we ouder werden stelde oma onze nichtjes regelmatig als voorbeeld: ze waren blijkbaar minder vrijgevochten dan wij. Mijn ouders hadden er naar oma's smaak minder de wind onder. Dat uitte zich bijvoorbeeld in onze kapsels. "J. had haar haar weer zo mooi geknipt", zei oma dan als ik mijn lange haren voor mijn ogen wegschoof. Ik ging nooit naar een kapper. Mijn tante -kapster van huis uit- knipte de punten van mijn lange haren bij en de pony nam ik zelf voor mijn rekening. Die draaide ik in een rolletje en dan knipte ik er een heel klein stukje af. Dat gaf het gewenste slordige effect.
Nog steeds is ze denk ik beter gekapt dan ik. Vandaag viert ze een feestje omdat ze vijftig is geworden. En daarbij ben ik natuurlijk graag van de partij, want ook al hebben we niet heel veel contact, de basis is goed. Zo is zij die ene trouwe volger onderaan mijn blog.
vrijdag 27 april 2012
Het hart van ons huis
Ik maak er geen geheim van dat ik een groot liefhebber ben van huizenjachtprogramma's. Mijn absolute topper, de onbetwiste nummer 1, is natuurlijk De Grote Verhuizing met Phil en Kirsty. Iedere dag moet ik even kijken. En dat kan nu ook, dankzij de wonderen van de digitale televisie. Soms kijk ik 's avonds nog heel laat, maar als het even kan, dan zie ik het. En hoe vaak ik het ook zie: het blijft leuk. Het blijft leuk om in andere huizen rond te kijken en om te zien wat mensen beweegt om te gaan verhuizen.
Voor iedere zoektocht inventariseren Phil en Kirsty de wensen van de huizenzoekers. En wat keer op keer terugkomt is het volgende: de keuken is het hart van het huis - de allerbelangrijkste ruimte in het huis. Heel veel mensen geven aan dat ze meer tijd in de keuken doorbrengen dan in de huiskamer.Een belabberde keuken is vaak een breekpunt, een afknapper van jewelste.
Bij ons is de keuken niet het hart van ons huis. De keuken ligt aan onze kamer. Via de suitedeuren hebben we een mooi uitzicht op de eettafel in onze keuken. De zelfgemaakte tafel biedt ruimte aan wel 8 mensen. Maar die zitten er nooit. Wij zitten namelijk in het hart van ons huis: onze huiskamer. Daar hangen we rond. Daar relaxen we. Niet in de keuken. De keuken is een plek waar gewerkt wordt: aan de maaltijd, aan het huiswerk, achter de naaimachine, of aan wat voor ambitieus of minder ambitieus knutselwerkje dan ook. En daarvoor is het een prima ruimte. Maar het is niet het hart van ons huis.
Voor iedere zoektocht inventariseren Phil en Kirsty de wensen van de huizenzoekers. En wat keer op keer terugkomt is het volgende: de keuken is het hart van het huis - de allerbelangrijkste ruimte in het huis. Heel veel mensen geven aan dat ze meer tijd in de keuken doorbrengen dan in de huiskamer.Een belabberde keuken is vaak een breekpunt, een afknapper van jewelste.
Bij ons is de keuken niet het hart van ons huis. De keuken ligt aan onze kamer. Via de suitedeuren hebben we een mooi uitzicht op de eettafel in onze keuken. De zelfgemaakte tafel biedt ruimte aan wel 8 mensen. Maar die zitten er nooit. Wij zitten namelijk in het hart van ons huis: onze huiskamer. Daar hangen we rond. Daar relaxen we. Niet in de keuken. De keuken is een plek waar gewerkt wordt: aan de maaltijd, aan het huiswerk, achter de naaimachine, of aan wat voor ambitieus of minder ambitieus knutselwerkje dan ook. En daarvoor is het een prima ruimte. Maar het is niet het hart van ons huis.
donderdag 26 april 2012
Van een cavia een kameel maken
Vandaag ging ik naar de fysiotherapeut. "Bent u hier bekend?", vraagt de man me. "Ja ik ben hier een paar jaar geleden nog geweest", zeg ik. Na diep graven in de computer vindt hij me: in 2007 kwam ik er ook al eens. Voor ik de fysiotherapeut belde, heb ik daar weken over geaarzeld. Zou het niet vanzelf overgaan? Zijn mijn klachten wel erg genoeg? Ondertussen probeer ik dan van alles om het zelf op te lossen: Afrikaans bukken, spierknopen verwijderen met een deegroller, noem maar op. Maar het wordt niet echt beter. Dus besluit ik dan toch maar te bellen. En vandaag kan ik er dan al terecht.
Hij loopt alles even langs en komt tot de conclusie dat een aantal gewrichten niet helemaal okee is: drie stuks maar liefst en bovendien staat mijn bekken scheef. Ik had boezemvriendin beloofd om haar op de hoogte te houden. Zij is immers dagelijks getuige van mijn gekruk op kantoor. "Ik stuur je wel even een tweet", zeg ik. En dat doe ik. Ik informeer haar over mijn mankementen en voeg daaraan toe: "Ik zou in het Midden-Oosten geen kameel meer waard zijn, hooguit een cavia." Als ik de tweet heb verstuurd vraag ik me af of ze in het Midden-Oosten eigenlijk wel cavia's hebben. Dat wil ik dan toch even weten. Een snelle zoektocht op internet leert me dat cavia's van oorsprong uit Zuid-Amerika komen. Boezemvriendin zal me deze kleine misser wel vergeven. Afijn, in de komende weken gaan we kijken of ik me weer op kan werken tot in ieder geval één kameel.
Hij loopt alles even langs en komt tot de conclusie dat een aantal gewrichten niet helemaal okee is: drie stuks maar liefst en bovendien staat mijn bekken scheef. Ik had boezemvriendin beloofd om haar op de hoogte te houden. Zij is immers dagelijks getuige van mijn gekruk op kantoor. "Ik stuur je wel even een tweet", zeg ik. En dat doe ik. Ik informeer haar over mijn mankementen en voeg daaraan toe: "Ik zou in het Midden-Oosten geen kameel meer waard zijn, hooguit een cavia." Als ik de tweet heb verstuurd vraag ik me af of ze in het Midden-Oosten eigenlijk wel cavia's hebben. Dat wil ik dan toch even weten. Een snelle zoektocht op internet leert me dat cavia's van oorsprong uit Zuid-Amerika komen. Boezemvriendin zal me deze kleine misser wel vergeven. Afijn, in de komende weken gaan we kijken of ik me weer op kan werken tot in ieder geval één kameel.
Labels:
cavia,
fysiotherapie,
gewrichten,
kameel,
rugklachten
woensdag 25 april 2012
Rondhangen op de til
Je ziet ze hier regelmatig rondhangen in groepen: jongeren. Er wordt van alles bedacht om jongeren te verdrijven van plekken waar ze massaal rondhangen. Zo las ik laatst eens dat ze hele hoge pieptoontjes inzetten om hangjongeren -die dit soort toontjes nog horen en er helemaal gek van worden- te verjagen. Vanavond gaat de jongste nog even naar de Lidl. "Ze hangen rond bij de Trekpleister", zegt ze.
Vroeger was ik ook een hangjongere. Dat was helemaal niet raar. Iedereen in ons dorp hing rond. En daar hadden we een hele geschikte plek voor: de til, de witte brug over de Lustige Maar, midden in ons dorp. Niet dat wij ooit spraken over De Lustige Maar, wij zeiden gewoon 't daip. De til is een stenen brug met kijkgaten erin. Niet zomaar een brug, vernam ik laatst van mijn moeder: het is een heel bijzondere brug. Dat wisten wij toen al. Niet omdat het een monumentale brug is, maar vanwege de functie die het had in het dorp. 's Morgens verzamelden we ons op de til om naar de middelbare school te fietsen. 's Avonds hingen we er rond voor de gezelligheid. Het was het verzamelpunt bij uitstek.
Het gebeurde regelmatig dat auto's die over die brug moesten, op ons moesten wachten - tot de groep uiteen week en ze er langs liet. Daarmee lieten we zien dat het dorp was van ons, net als de til. Vanuit het perspectief van deze tijd zou dat misschien intimiderend zijn. Maar destijds was dat helemaal niet zo. Het woord hangjongere bestond namelijk nog niet. Groepen jongeren waren niet intimiderend. Wij waren gewoon 'de jeugd'.
Vroeger was ik ook een hangjongere. Dat was helemaal niet raar. Iedereen in ons dorp hing rond. En daar hadden we een hele geschikte plek voor: de til, de witte brug over de Lustige Maar, midden in ons dorp. Niet dat wij ooit spraken over De Lustige Maar, wij zeiden gewoon 't daip. De til is een stenen brug met kijkgaten erin. Niet zomaar een brug, vernam ik laatst van mijn moeder: het is een heel bijzondere brug. Dat wisten wij toen al. Niet omdat het een monumentale brug is, maar vanwege de functie die het had in het dorp. 's Morgens verzamelden we ons op de til om naar de middelbare school te fietsen. 's Avonds hingen we er rond voor de gezelligheid. Het was het verzamelpunt bij uitstek.
Het gebeurde regelmatig dat auto's die over die brug moesten, op ons moesten wachten - tot de groep uiteen week en ze er langs liet. Daarmee lieten we zien dat het dorp was van ons, net als de til. Vanuit het perspectief van deze tijd zou dat misschien intimiderend zijn. Maar destijds was dat helemaal niet zo. Het woord hangjongere bestond namelijk nog niet. Groepen jongeren waren niet intimiderend. Wij waren gewoon 'de jeugd'.
![]() |
| Woltersum, uitzicht vanaf de til |
Labels:
brug,
hangjongeren,
jeugd,
til,
tolerantie,
Woltersum
zondag 22 april 2012
De vrouw met de dikke vingers
Vrijdagavond hadden we een feestje bij mijn zus. Daar trof ik een oud-klasgenootje van me. We zaten samen op de basisschool in het dorp. Ik tref haar zo nu en dan nog bij mijn zus. We raken aan de praat over de nieuwe ring van mijn jongste zus. Die namen we voor haar mee uit Edinburgh. Ze durft niet te vliegen, dus had ze verstek laten gaan bij ons uitje anderhalf week geleden.
Het vinden van de ring was niet moeilijk. We wisten precies wat ze mooi zou vinden. Het probleem was alleen dat de ring die onze voorkeur had niet haar maat was. Hoe we dat wisten? Mijn zus en ik pasten de ring om onze pink. Als hij net iets te klein is voor onze pinken, dan past hij perfect om haar ringvinger. Het punt was alleen dat de ring perfect om onze pinken paste. En dat betekent dat het een ring is die zij om haar middelvinger zou moeten dragen. Dat doet ze alleen nooit. Bovendien blijkt de ring een uniek exemplaar te zijn, die lastig te verkleinen is. Uiteindelijk wagen we de gok en met succes: mijn zusje draagt 'm nu met veel plezier om haar middelvinger.
Het shockerende deel van dit verhaal is dat onze pinken even dik zijn als de middelvingers van mijn zusje. En van ons beiden span ik de kroon: mijn vingers hangen regelmatig als een kilo saucijzen in de aanbieding aan mijn hand. Ik leg mijn handen op de statafel waar we tegenaan leunen om het verhaal kracht bij te zetten. Niet dat dat nodig was, maar ik zet verhalen nou eenmaal graag kracht bij. "Mijn oma had ook hele dikke vingers", vertel ik. Ik kan ze me nog goed voor de geest halen. En dan zegt mijn oud-klasgenootje: "Ja dat herinner ik me ook nog: dat ze echt hele dikke vingers had." "Nou zie je nou wel", zeg ik. "Zo herinneren ze zich mij later natuurlijk ook: als de vrouw met de dikke vingers."
Het vinden van de ring was niet moeilijk. We wisten precies wat ze mooi zou vinden. Het probleem was alleen dat de ring die onze voorkeur had niet haar maat was. Hoe we dat wisten? Mijn zus en ik pasten de ring om onze pink. Als hij net iets te klein is voor onze pinken, dan past hij perfect om haar ringvinger. Het punt was alleen dat de ring perfect om onze pinken paste. En dat betekent dat het een ring is die zij om haar middelvinger zou moeten dragen. Dat doet ze alleen nooit. Bovendien blijkt de ring een uniek exemplaar te zijn, die lastig te verkleinen is. Uiteindelijk wagen we de gok en met succes: mijn zusje draagt 'm nu met veel plezier om haar middelvinger.
Het shockerende deel van dit verhaal is dat onze pinken even dik zijn als de middelvingers van mijn zusje. En van ons beiden span ik de kroon: mijn vingers hangen regelmatig als een kilo saucijzen in de aanbieding aan mijn hand. Ik leg mijn handen op de statafel waar we tegenaan leunen om het verhaal kracht bij te zetten. Niet dat dat nodig was, maar ik zet verhalen nou eenmaal graag kracht bij. "Mijn oma had ook hele dikke vingers", vertel ik. Ik kan ze me nog goed voor de geest halen. En dan zegt mijn oud-klasgenootje: "Ja dat herinner ik me ook nog: dat ze echt hele dikke vingers had." "Nou zie je nou wel", zeg ik. "Zo herinneren ze zich mij later natuurlijk ook: als de vrouw met de dikke vingers."
Abonneren op:
Posts (Atom)

