zondag 29 december 2013

Zwik-cameltoe

De kerstvakantie is een tijd dat we bovenop elkaar kruipen. Het is een tijd met veel familiebijeenkomsten, maar ook hier in huis zijn we weer even compleet. De oudste is over uit Enschede. Dit weekend is ze nog even terug, maar morgen is ze er weer.

Er zijn natuurlijk meer momenten dat je bovenop elkaar kruipt, maar kenmerkend aan de kerstvakantie is dat je ook veel in huis bent. En dan valt je ook van alles aan elkaar  op. En alles wat opvalt wordt hier gemakkelijk en ongefilterd gedeeld. Gisteren was E. aan de beurt. Hij kreeg een trui van onze zoon. Dat valt op, want de trui is donkergrijs en E's complete garderobe is zwart. De trui past hem perfect en staat hem goed, daarover zijn onze dochters en ik het eens. Hij kan het best hebben zo'n strakkere grijze trui. "Ik heb het toch liever iets ruimer", zegt E. Dat is een understatement, want E. heeft het namelijk het liefst veel te groot. Hij heeft het liefst volstrekt geen wrijving van zijn kleding. In joggingpakken zul je hem niet aantreffen, maar zijn broeken en truien zijn hem zoveel te groot, dat dat hetzelfde effect heeft. Het valt de oudste ook op. "Die broek is je ook veel te groot", zegt ze. E. vindt het flauwekul, maar hij hijst 'm toch even een flink eind omhoog. "Oh mijn god, dat kan helemaal niet", zegt de oudste. "Nu heb je een zwik-cameltoe".

woensdag 25 december 2013

Gewoon leuk

Het is de eerste dag van de kerstvakantie en E. en ik zijn samen op pad. Het zal het laatste ritje in onze auto worden. Zo'n twee uur later zullen we tussen de vangrails staan te wachten op de ANWB. Maar dat weten we dan nog niet. We zitten ons te verkneukelen in de auto: buiten regent het met bakken, maar het is in onze auto lekker warm. We praten over van alles en nog wat.

Zo komen we ook op het tegenwoordig veel gebruikte woord 'passie'. Het is geen nieuw woord, zoals selfie, maar het is wel echt een woord van deze tijd. Mensen hebben een passie voor gezonde voeding, voor kleding, voor hardlopen, fitness, hun werk of kunst. "Je kunt iets toch ook gewoon leuk vinden", zegt E. En daarmee legt hij de vinger precies op de zere plek. Het te pas en te onpas gebruiken van het woord passie heeft te maken met het overspannen tijdperk waarin we leven. Je moet groots en meeslepend leven. Alles moet geweldig zijn. Je relatie is stimulerend en fantastisch. Je werk moet, als het al niet je passie is, toch een aaneenschakeling van uitdagingen zijn. En wat je verder nog aan tijd overhoudt dat vul je op met activiteiten waar je ook een passie voor hebt. 

Ik ben een kind van de jaren zestig en ik groeide op in een klein dorp. Het woord passie bestond al wel, maar het was geen woord dat in ons actieve vocabulaire was opgenomen. Mensen gingen aan het werk omdat er brood op de plank moest komen. Dat betekent niet dat ze hun werk niet met plezier deden. Mijn vader was kolenboer en dat deed hij ontzettend graag. Tegenwoordig zou je zeggen dat hij dat met passie deed, maar zelf zou hij die woorden nooit gekozen hebben. In ons dorp verbouwden mensen in hun vrije tijd  hun eigen groente. Niet omdat ze een passie voor de moestuin hadden, maar omdat het voedsel opleverde. Het hoorde erbij en de meesten deden het vast niet met tegenzin. Maar niemand haalde het in zijn hoofd om het als een passie te bestempelen. Het was ons vreemd, net als de huidige passie voor lichaamsbeweging. Hardlopen? Daar deden we  niet aan in ons dorp.  Ja, we kenden wel iemand uit een dorp even verderop. Hij had benen tot onder zijn oksels. Het was geen mooie man en van al dat hardlopen werd hij zeker niet mooier. Destijds werd het eerder als een afwijking dan als een passie beschouwd. Iedereen kreeg immers genoeg lichaamsbeweging. Was het niet door het eigen werk, dan toch wel door het werken in de tuin, het fietsen naar het werk of het onderhoud van het huis. En de tijd die je dan nog overhield werd besteed aan verenigingswerk. Vrouwen gingen bijvoorbeeld naar zang. Mannen gingen biljarten. En dat was allemaal gewoon leuk. We zouden het overdreven hebben gevonden om dat als passie te bestempelen. 

Je moet al een tijdje meegaan om dit soort zaken die bij de tijdgeest horen te kunnen beschouwen. Daarvoor moet je het verschil kennen tussen deze tijden en andere tijden. Ik beschouw het -hoe jong ik ook nog ben- als een van de goede dingen van het ouder worden. Gewoon leuk.

dinsdag 24 december 2013

Een gelukkig mens

Ik heb twee heel attente dochters. Dat hebben ze niet van mij. Niet dat ik nooit eens attent ben, maar ik moet er erg mijn best voor doen. Ik moet erover nadenken. Het is geen natuurlijke staat voor mij.

Vorige week was de oudste jarig. Zij is van nature bijzonder attent. Neem nou dit: voor haar verjaardag kreeg ik van haar een kaart met daarop Mum you are the best. In de kaart zat een cd met allerlei nummers die met de voor- en aanloopgeschiedenis van haar wording hebben te maken. Het eerste nummer is bijvoorbeeld eentje van de onvolprezen Hot Chocolat: It started with a kiss en zo staan er nog een aantal nummers op. Ik krijg de kaart omdat ze blij is met haar leven. Dat is natuurlijk voor een moeder het hoogst haalbare: dat is waar je als je kinderen krijgt van droomt. 

Ooohhhh
De jongste is van jongs af aan ook heel attent. Als ze vroeger iets te snoepen kreeg, wilde ze dat het liefst met andere kinderen delen. Haar zakgeld geeft ze graag uit aan cadeautjes voor een ander en voor mij in het bijzonder. Daar moet ik haar altijd een beetje in afremmen. Vandaag tikte ze voor zichzelf een showmodel kunstkerstboom op de kop. Ik had een tafelmodel in  gedachten, maar goed: dat werd het dus niet. Het is een complete kerstboom voor de helft van de helft van de helft van de prijs. Dat dan weer wel. Een piek vindt ze niet voor de helft van de helft van de helft. Dus daar gaat ze toch nog even achteraan. Als ze terugkomt heeft ze een piek, maar ook voor mij twee mooi ingepakte pakjes. Het zijn kerstballen met daarop lieve teksten: Je bent een engel in alles wat je doet en Liefste moeder met jou is kerstmis pas echt warm en gezellig.  Lief. 



10 kilo bovenmaatse!
Onze zoon is niet zo van de cadeautjes en kaartjes. Dat vindt hij maar kapitaalvernietiging. Maar vanmiddag komt hij thuis met een zak met tien kilo bovenmaatse aardappels. Hij heeft er zelf aan meegewerkt dat ze uit de grond kwamen. Ook een fantastisch cadeau.

Ik ben een gelukkig mens.


zaterdag 21 december 2013

Wat is dan pech hebben?

Vandaag was de eerste officiële dag van de kerstvakantie. Nu de bouw zo goed als afgerond is, staat het interieur bovenaan onze prioriteitenlijst. Vanmorgen stonden we dan ook vroeg op, want voor vandaag stond er een meubeljacht op het programma. Stond, want het is een beetje anders gelopen. In het zicht van de haven strandden we namelijk. Wat aanvankelijk een kleine hapering van het gas leek, bleek een wellicht niet te repareren defect aan onze auto. Hoe dan ook, het ging niet verder. De man van de ANWB zag er geen gat in. Dus de auto op de sleepwagen en voor ons een enkele reis naar station Schiphol. Van daar ging het met de intercity naar Groningen. Onze auto volgt later, zodat onze eigen garage het definitieve oordeel kan vellen.


"Wat een geluk dat we zo de vluchtstrook op konden rijden toen het gas uitviel. Het had wel heel anders kunnen aflopen", zeg ik tegen E. als we ons hebben geïnstalleerd in de trein. Toen het gas uitviel reden we namelijk op een driebaansweg. Zoiets zal je maar overkomen als je middenin het verkeer zit. Levensgevaarlijk. Pech hebben langs de snelweg is sowieso levensgevaarlijk, begrepen we al snel. "Uit de auto en achter de vangrail. De wielen naar rechts draaien", instrueert de man van de ANWB me aan de telefoon. "Als dat geluk hebben is, wanneer heb je dan pech?", zegt E. die duidelijk anders tegen de zaak aankijkt.We zijn 200 kilometer van huis gestrand, zo'n 20 kilometer voor onze bestemming, we zijn verkleumd en onze auto is kapot. "Gelukkig was het niet zo koud", zeg ik. "Wat een mazzel", zegt E. "en het regende niet eens echt heel hard." Het is niet anders: voor mij is het glas nou eenmaal altijd half vol.


maandag 16 december 2013

Als je van avontuur houdt

Toch nog gelukt: station Utrecht
Vanmorgen ging ik voor de laatste keer naar Utrecht voor een cursus. De treinreis is inmiddels routine geworden. Dat wil zeggen: dat dacht ik. Ik had gewoon even buiten de NS en Arriva gerekend. Die weten er namelijk altijd voor de zorgen dat treinreizen een avontuur blijft.

Toen ik vanmorgen op het station aankwam, bleek de trein naar Groningen als gevolg van een stroomstoring niet te rijden. Tja, en dan? Gelukkig kon E. me even naar het station in Groningen brengen. Daar kon ik alsnog in de trein stappen. De overstap in Zwolle liep gesmeerd. Zitten op een echte stoel deze keer! Wat een ongekende luxe! Het had er alle schijn van dat dit verder een vlekkeloze reis zou worden. Maar niets was minder waar. In Amersfoort ging de trein namelijk niet verder. Een kapotte trein blokkeerde het spoor waarop wij naar Utrecht zouden treinen. De trein waar ik in zat - en ik uiteraard niet alleen, ging dus niet verder. Dus iedereen de trein uit. Gelukkig ging er via een ander spoor nog wel een trein naar Utrecht. Iedereen die kon rennen rennend naar spoor 5 om daar een plekje te bemachtigen in de trein. Het was een complete survival of the fittest. Ik wil niet veel zeggen, maar ik zat er dus in. Dat wil zeggen: ik stond erin, nog net niet vacuüm gezogen. De trein was werkelijk bomvol. Zo vol, dat de conducteur niet wilde gaan rijden met zoveel mensen aan boord.

In het portaal waar ik stond was het best gezellig. Gelukkig geen onwelriekende types. Dat had ik er echt niet bij kunnen hebben. Ik stond rug aan rug met een lange man. Ik voelde zijn achterwerk ongeveer tegen mijn middel aan drukken. Stevige billen voor een man van zijn leeftijd. Hij stond voor buik aan buik met een bebrilde man. Nadat de conducteur een aantal malen had opgeroepen om de trein te verlaten, vraagt hij aan de lange man: "Gaan we nou nog vertrekken of niet?" "Dat weet je nooit", zegt de lange man. "Wat een avontuur hè, zo'n treinreis", zeg ik. Zij zien de lol er ook wel van in. De lange man heeft zijn krant smal gevouwen en leest een stukje. Dan roept de conducteur weer om dat de trein te vol is. "Wat nou vol?", zegt de lange man. "Ik kan nog een krantje lezen. In Japan telt dat niet als vol." Dat moet de conducteur uiteindelijk ook gedacht hebben, want na een aantal vergeefse pogingen om mensen de trein uit te krijgen, vertrokken we dan toch maar. Krakend en kreunend ging het verder. Later dan gepland, maar nog altijd ruim op tijd arriveerde ik in Utrecht.

zaterdag 14 december 2013

De jacht naar het gitje

Deze week was ik mijn gitje kwijt. Mijn gitje is mijn favoriete ketting, dus er was sprake van lichte paniek. Dit soort dingen gebeurt ook alleen met dingen waar ik eigenlijk heel voorzichtig mee ben. De spullen waar ik niet zo voorzichtig mee ben, die slingeren namelijk gewoon rond. En die zie je dus zo liggen. Zo verging het het gitje ook. Meestal doe ik het niet af en dan is er dus geen probleem. Maar nu irriteerde het rond mijn nek. Dus legde ik het op de leuning van de bank. Daar lag het woensdagmorgen nog. En toen dacht ik: "Oh jee, dat gitje kan daar niet blijven liggen. Stel je voor dat het kwijtraakt." En dan begint het: dan ga ik lopen met zo'n kettinkje. En vervolgens raak ik het dus kwijt.

"Heeft iemand mijn gitje gezien?", vraag ik. Niemand heeft het gezien, maar iedereen is behulpzaam. "Wanneer heb je het voor het laatst gehad?", vraagt de jongste. "Het lag op de rand van de bank, maar daar heb ik het weggepakt. Toen heb ik het in de zak van mijn vest gedaan.", zeg ik. We kijken op de voor de hand liggende plekken: het laatje, het juwelenbakje en de juwelenkapstok. Vervolgens kijkt de jongste op veel minder voor de hand liggende plekken: "Ik heb ook in de bijkeuken gekeken. ", zegt ze. "Maar daar lag 'ie ook niet." "Misschien heb ik 'm wel in de wasmand gelegd om 'm mee naar boven te nemen", zeg ik. Dus kijk ik alle wasmanden na. Geen gitje. En dan begin ik me pas echt zorgen te maken. "Ik zal 'm toch niet in een plastic zakje hebben gedaan ? En dat ik die toen heb weggegooid. , vraag ik de jongste. "Maar dat zou ik toch niet doen he?" "Nou dat heb je vroeger anders wel bijna een keer gedaan met je juwelentasje.", zegt ze. Ze heeft gelijk. Ooit verstopte ik mijn juwelentasje voor de vakantie in een aangebroken zak luiers. Na de vakantie was ik dusdanig ontspannen dat ik dat allang was vergeten. Bij een vlaag van opruimwoede had ik de zak -inclusief juwelen- bijna weggegooid. In gedachten ligt het gitje nu al in een plastic zak bij het huisvuil. Dat is gelukkig nog niet opgehaald. Er zal niets anders opzitten dan dat om te spitten. Hier gaat niets met het vuilnis mee tot het gitje is gevonden. Morgen dan maar.

Voor ik 's avonds naar bed ga, schiet ik even in mijn badjas. En als ik mijn handen in de zakken steek, dan voel ik 'm mijn gitje. En dan weet ik het weer: ik had het inderdaad in mijn zak gestopt. Maar ik had niet mijn vest, maar mijn badjas aan!

donderdag 12 december 2013

ECHT GE-WEL-DIG!


"Mam! Hier MOET je over bloggen." De jongste draagt regelmatig een blogonderwerp aan. "Dit is ECHT GEWELDIG!" Ze deelt mijn voorkeur voor de enthousiaste aanbeveling. In dit geval betreft de enthousiaste aanbeveling een muziekclip. Ze is dol op Papaoutai van Stromae. Maar voordat ze me die kan laten zien, MOET ik eigenlijk eerst even kijken naar Formidable, ook van Stromae, omdat die misschien wel bekender is. Zodat ik het even kan plaatsen, zeg maar.

 

Formidable vindt ze ook leuk, maar ECHT GEWELDIG vindt ze: Papaoutai, ook al valt het filmpje minder in de smaak. "Een beetje vreemd, maar het gaat het meest om het liedje", aldus de jongste.

 
"En als je die twee dan toch op je blog zet, dan hoort deze er eigenlijk ook bij", aldus de jongste. Het heet Alors on danse.

 

Ze heeft gelijk: het is ECHT GEWELDIG. Ik ben verkocht. 


Ik denk dat ik vaker stukjes met veel hoofdletters ga schrijven, want dat vind ik ECHT GEWELDIG.