woensdag 6 mei 2015

En andere opmerkingen

Eergisteravond gingen E. en ik naar de bioscoop om daar de film Boyhood te zien. Onze zoon ging mee. De film maakte onderdeel uit van het programma van de filmclub van Hoogezand-Sappemeer. In de film volgen we de jongensjaren van Mason gedurende 12 jaar - 12 echte jaren, geen filmjaren. Je ziet Mason dus eerst als zesjarige en aan het eind van de film is hij 18 jaar en gaat hij uit huis. Ondertussen is er van alles gebeurd, zoals dat gaat in het leven.

We zijn op tijd. In de foyer delen de dames en de heren van de filmclub een evaluatieformulier uit. Vonden we de film goed, ging het wel of vonden we het slecht. En er is natuurlijk ook ruimte voor andere opmerkingen. Ook krijgen we een formulier waarop we kunnen aangeven welke films wij het volgend seizoen graag zouden willen zien.

We zoeken op ons gemak een mooie plaats ergens midden in de zaal in het midden van een rij. We installeren ons. "Wat zitten die stoelen ja bagger", zegt onze zoon, die geen regelmatige bioscoopbezoeker is. "Veel te rechtop." Hij wijst met zijn vinger naar de rij voor ons: "Kijk maar eens, ze staan bijna voorover." Zijn voorkeur om meer achterover te zitten is geen verrassing voor ons. "Je kunt toch een beetje onderuit zakken?", zeg ik. "Gaan die rugleuningen daar dan minder rechtop van staan?" pareert hij. Hij kijkt op het evaluatieformuliertje. "Heb je een pen?", vraagt hij. De film is nog niet begonnen, dus ik snap het verzoek niet helemaal. "Ik zal even opschrijven dat ze daar iets aan moeten doen." Dat de antwoordmogelijkheid 'Andere opmerkingen' daar niet echt voor bedoeld is, interesseert hem geen bal. Ik vind een pen en hij schrijft. "Ik heb er direct even bijgeschreven dat ze de rugleuning met 30 graden moeten laten zakken. Ze hebben er blijkbaar niet veel kijk op, dus dan kun je maar beter duidelijk zijn. Daar hebben ze tenminste iets aan.", aldus onze zoon. E. en ik vinden het zeer vermakelijk.

In de pauze nemen onze zoon en ik een bitter lemon. "Valt het je wel op hoe goed dit flesje in je hand ligt? Wat een fantastische pasvorm", zeg ik tegen hem.. "Zal ik dat dan maar even bij de 'Andere opmerkingen' opschrijven?", opper ik. "Moet je er ook even bij zetten dat het volume wel te wensen overlaat", pareert hij en daarmee heeft hij natuurlijk weer het laatste woord.

De film beoordeelden we trouwens allemaal met een 'goed'.

zaterdag 18 april 2015

Dagelijkse dilemma's

Boezemvriendin en ik huizen met ons kantoor naast het toilet. Bij ons op het werk doen we niet aan gescheiden toiletten: het is dus een gemengd toilet. Of moet ik nou zeggen: een geïntegreerd toilet? Afijn, zowel mannen als vrouwen bezoeken het bewuste toilet. Regelmatig doen zich dilemma's voor rond het toiletbezoek.Sinds de luchtverfrissers bij ons op het werk in de ban zijn gedaan is de zaak toch al op scherp gesteld.

Laatst trof ik remsporen aan in het toilet. "Wat doe je dan?", zeg ik tegen boezemvriendin. "Ik kan het laten zitten en dan denkt de volgende dat ik zulke sporen achterlaat, of ik ga de troep van een ander opruimen." Geen van beide opties stond me eigenlijk aan. Het dilemma was daar. In het toilet had ik even een kort (het waren nog verse remsporen en de lucht in het toilet was navenant) en bewust keuzemoment: ik koos ervoor om het toilet toch maar even te borstelen. "Gadver, ze kunnen toch wel even achterom kijken?", zegt boezemvriendin. "Vast een kerel geweest". Bij ons op het werk heb je namelijk uitsluitend nette -geen sporen achterlatende- vrouwen. "Misschien een vooroordeel, maar toch.", vervolgt ze. "Tja, vooroordelen komen ook ergens vandaan hè?", zeg ik. Ook al is de  aanleiding onsmakelijk, het blijkt toch een fijn 'bonding' momentje voor boezemvriendin en mezelf: we zijn het weer roerend eens.

donderdag 16 april 2015

NS-humor

Foto: Flickr Roel Hemkes
Eergisteren reisden collega en ik af naar Bussum. We zijn in ons team geen echte congresgangers, maar voor dit congres maakten we een uitzondering. Collega pikte me voor dag en dauw op op een parkeerplaats. Zij reed me in haar luxe bolide, waarvan het dashboard beslist niet onderdeed voor een cockpit van een handzaam vliegtuig, van hier naar Bussum. Aan het begin van de avond zat de intensieve, maar zinvolle dag erop. Ze zette me af bij het station in Groningen.

Het laatste stukje naar huis leg ik af met de trein. Niet te vergelijken met het luxe vervoersmiddel van collega, maar daarom geen minder groot genoegen. Het gebeurt niet vaak dat er op dat korte stukje wordt gecontroleerd, maar deze keer gebeurt dat wel. Twee conducteurs checken onze kaartjes. Dat verloopt zonder incidenten, ook al reist er wel iemand mee zonder geldig vervoersbewijs. Dat zou heel gewoon moeten zijn, maar dat is het erg genoeg niet. Dat blijkt wel uit de onvervalste cynische Groningse NS-humor. Bij binnenkomst in de coupé zegt een van hen met een fijne Groningse tongval, terwijl hij zijn vuisten balt: "Goedenavond dames en heren. Zegt u het maar, moet ik de gevechtshouding aanneemn, of hoeft dat vandaag niet?" Direct vooraan in de coupé zit de jongen zonder geldig vervoersbewijs. Een van beide conducteurs handelt die kwestie met hem af, terwijl de ander verder gaat met controleren. "Wij moetn beter met de reizigers omgaan dames en heren, wat vindt u dervan? Hoe gaat het tot zover" Wij vinden dat het prima gaat. Een -hoogstwaarschijnlijk bekende-  reiziger met veel piercings in zijn gezicht wordt begroet met: "Kijk nou toch eens eevm wat hier voor n gevechtsmachine zit." Tegen 2 jongens met een hockeystick: "Dag jongelui. Gaan jullie hockeyen?" De jongens bevestigen het. "Okee, anders was t namelijk n slagwaapn en dat moet ik dan weer rapporteren hè?" Ondertussen is zijn andere collega bezig met de jongen zonder geldig vervoersbewijs. De procedure nadert de afronding."Ik moet je der ook nog eevm op wijzen dat je n advocaat kunt raadplegen." En dan rondt hij het gesprekje af. "Nou Thijs, bedankt dat je me niet in elkaar geslagen hebt." En hij verlaat de coupé met de volgende woorden: "En u ook bedankt dames en heren dat u me mijn werk liet doen en dat ik vanavond gewoon weer naar huis kan."

We lachen er allemaal om, maar het is belachelijk en diep triest. Dat hebben deze conducteurs in ieder geval duidelijk gemaakt. 

maandag 6 april 2015

Dag en tot ziens

Al een poosje ben ik bezig met opruimen. Toegegeven: de brand heeft een flink handje geholpen. Veel rommel hebben we niet meer, maar na drie jaar begint de rommel zich toch weer op te hopen. Ik richt kastjes opnieuw in, ben creatief in de weer met klemstangen en organiseer het allemaal logisch. Ik schuw daarbij een goede hack niet: ik zet een flessenrek onderin de la waarin ik vervolgens de rollen plastic zakken plaats. Kortom: ik ben de vleesgeworden natte droom van IKEA, een waardig boegbeeld voor de campagne Dag rommel.

Ik word heel blij van opruimen. Dat geeft me veel energie en het vervult me met hoop voor de toekomst: ik zal in een ordelijk en opgeruimd huis wonen. Dat ik daar zo opgetogen over ben zegt natuurlijk al wel het een en ander: het komt bij mij niet vanzelf. Maar als iets lukt wat niet vanzelf komt is de euforie des te groter.

In die staat van euforie kom ik E's kantoor aan huis binnenzeilen. E. houdt niet van gerommel in huis. Hij geeft de voorkeur aan rommel boven mijn gerommel. "Ik ben echt ontzettend goed bezig", zeg ik. Hij kijkt bedenkelijk. Ik: "Het is hier compleet Dag rommel." "Nou eerder Tot ziens rommel", zegt hij. Hij kent mij erg goed.

zaterdag 4 april 2015

Niks mis mee

Moet je kinderen eigenlijk nog wel leren schrijven met de hand? Die discussie popte een tijd geleden ineens op. Of doe je er beter aan om ze direct te leren typen? Schrijven doen we steeds minder met de hand. Ik kan al heel lang beter typend nadenken over een tekst dan schrijvend. 

Schrijven doe ik eigenlijk alleen nog als ik een kaartje schrijf, als iemand met een lijst langs de deur komt, of als er in een winkel om je emailadres of je persoonlijke gegevens wordt gevraagd. Dat laatste gebeurt regelmatig. Soms - als ik een hele goede aankoop heb gedaan- heb ik dan wel eens zwakke knieën en dan vul ik zo'n formuliertje in. Zoals een tijd geleden bij de Steps in Winschoten. Daar scoorde ik een groen jasje. Ik was blij - heel blij. Dat was ik ook toen bleek dat het jasje met enorme kortingen in de opruiming ging, omdat ik blijkbaar een van de weinigen was die het een mooi jasje vond. En dat ben ik nog steeds.

Zo nu en dan krijg ik post van de Steps. Daar besteed ik meestal niet zoveel aandacht aan. Deze keer haalde de oudste de post uit de bus. Ik zit in de kamer te lezen. "Nee hoor mam, je hebt helemaal geen beroerd handschrift", zegt ze. Ik kijk haar enigszins bevreemd aan. Waar komt die opmerking nou weer vandaan? We hebben het er wel vaker over: ik vind dat ik een mooi karakteristiek handschrift heb, niks mis mee. Zij noemt het onleesbaar. Haar punt wordt duidelijk als ze me wijst op de adressticker van Steps. Mijn achternaam is daar gespeld als Shrijt. Ook leuk. Gelukkig kan ik ter verdediging aanvoeren dat het adres wel duidelijk was. Tenminste bij de Steps...

zondag 15 maart 2015

Pelvis like Elvis

Met een beslist gebaar legt onze zoon het visitekaartje naast me op de leuning van de bank. Hij komt van de naastgelegen sportschool, gerund door een fysiotherapeute in opleiding. Ze zoekt voor haar afrondende onderzoeksopdracht nog mensen met chronische lage rugklachten. "Ik weet niet of ik daar wel een geschikte kandidaat voor ben", zeg ik. Onze zoon denkt van wel en een paar dagen later bel ik. "Ik heb op het moment geen klachten", meld ik ook aan de zus van de fysiotherapeute. "Dus ik vraag me af of ik wel een geschikte kandidaat ben." Ze zal het met haar zus overleggen en als ze denken dat ik geen goede kandidaat ben, dan nemen ze wel weer contact met me op.

Er wordt geen contact met me opgenomen en dus fiets ik woensdagmiddag naar de sportschool. Ik word verwacht. "Ik heb op dit moment geen klachten hoor", zeg ik nog eens. Ook meld ik nog maar eens dat ik ernstige twijfels heb of ik wel een geschikte kandidaat ben. Ze glimlacht minzaam en geeft aan dat we gewoon maar even moeten beginnen. Het onderzoek bestaat uit twee onderdelen, een aantal vragenlijsten en oefeningen op een flexichair. "We beginnen op de flexichair." De flexichair is een superflexibele zadel die gekoppeld is aan een scherm. Het is de bedoeling dat ik het blauwe balletje op het scherm in de groene baan hou, vertelt ze.

Vol vertrouwen stap ik op het zadel; ik doe tenslotte niet voor niks aan aquarobic en aquajogging. Met mijn pelvis like Elvis zal ik dat blauwe balletje wel even over die groene baan rondjagen denk ik zo. Eerst doe ik een aantal eenvoudige oefeningen: ik moet het blauwe balletje overtikken door mijn rug hol en bol te maken. Dat gaat nog goed. Wel merk ik heel snel waar het probleem ook alweer zat. Het is dus toch niet helemaal over met die rugklachten, bedenk ik me terwijl ik aan het overtikken ben. Langzaam wordt de moeilijkheidsgraad opgevoerd en als ik uiteindelijk een achtje moet maken, vlieg ik regelmatig uit de bocht. Aan de kant waar mijn rugklachten zitten, klettert het balletje met donderend geweld uit de baan. Ik concentreer me tot het uiterste. "Hij telde 'm net niet", zeg ik tegen de fysiotherapeute. Erg competitief ben ik niet, maar toch wel een beetje. "Dat komt omdat je in de rode baan zat, dan telt 'ie 'm niet,", vertelt ze. Aan het eind van de oefening is het wel duidelijk: ik was een uitstekende kandidaat, want mijn rugklachten zijn echt nog niet over.

Enigszins gedesillusioneerd kom ik thuis. "Ik dacht dat het over was", zeg ik teleurgesteld tegen E. terwijl ik onderuitgezakt in de bank hang. "Ik ga er even over nadenken wat ik hieraan ga doen." Ik denk er diep over na: is het zo erg? Wil ik in het dagelijks leven mijn heupen met een dergelijke precisie kunnen bewegen? Vorige week was ik eruit: het antwoord is ja, ik ga eraan werken. Vorige week vond ik de ultieme work-out voor mijn probleem: een sport hoelahoep! Ik heb 'm online besteld en inmiddels zitten de eerste sessies erop. Ik heb er hoge verwachtingen van.

donderdag 5 maart 2015

Zing het leven

Eergisteravond gingen E. en ik naar een concert van Frazey Ford in de Oude Remise in Nieuweschans. Het was in een woord fantastisch: Frazey was onnavolgbaar en de locatie is geweldig. Al met al een topervaring.


De topervaring ebt nog een beetje na in de week: ik ben in opperbeste stemming. Frazey zit me nog in het hoofd: gedachteloos neurie ik liedjes van haar CD Obadiah. Ook zing ik voortdurend alledaagse teksten op haar nummers. Als E. en ik aan tafel zitten bijvoorbeeld. "Zal ik dat botterbakje mor votgoeien?", zegt E. En ik zing op de melodie van Bird of Paradise: "Joahoa, wat een goud idee, goei dat bakje mo-hoar vo-hot oehoeoe, ohoho yeah". En zo blijkt echt bijna alles te passen op de melodie van Bird of Paradise.  Als ik even later naar fysiotherapie ga zing ik: "Ik, ik trek mien sportbroek aa-haan, joa-hoa ik dou mien sportbroek, Sportbroek sportbroek aa-haan, om te beknovvelen, joa te beknovvelen*." Ik word er bovendien niet snel flauw van. Sterker nog: ik word er erg gelukkig van om nepteksten op een fijne melodie te zetten en zo het alledaagse leven te bezingen. Daarbij voel ik me volstrekt niet gehinderd door het feit dat ik niet kan zingen. Gêne is mij wat dat betreft vreemd.

Onze zoon heeft dezelfde voorliefde voor het zingen van nepteksten op een melodie. Hij heeft een vaste tekst die het volgens hem bijna overal goed op doet. De inspiratie voor die tekst deed hij op op de middelbare school. Een jongen uit zijn klas verdween midden op de schooldag even. Ze hadden geen idee waar hij was geweest. Toen ze hem vroegen waar hij was geweest, was zijn antwoord tot grote hilariteit van zijn klasgenoten: "Ik ga hier toch niet schijten jong". Hij was dus thuis even naar de wc geweest. En deze toptekst circuleert hier nu dus al jaren en wordt te pas en te onpas op een melodie gezet.

En eerlijk is eerlijk: hij doet het ook goed op Bird of Paradise. "I-hik ga hier toch niet schij-hijten. Absoluut niet, nie-hiet schij-hijten oehoeoe, ohoho, yeah."
 
Dat zingen van alledaagse teksten op een melodie heeft ook een naam: freestylen. Dat klinkt natuurlijk wel even heel anders dan 'nepteksten zingen'. Ik schreef er ooit al een stukje over.

*Groningse term voor fysiotherapie -binnen onze familie in elk geval.