Wij Nederlanders zijn heel rechtstreeks. In de rest van de wereld wordt dat wel eens als onbehouwen bestempeld, maar wij vinden het fijn. In het Noorden van het land zijn mensen nog net iets rechtstreekser dan in de rest van Nederland. En in Groningen spannen we de kroon. En van alle Groningers zijn de Oost-Groningers de kampioenen.
Iedere communicatiespecialist weet dat er altijd sprake is van 'ruis' bij het communiceren. Die ruis zorgt ervoor dat we elkaar net niet goed begrijpen. Ruis is dat kleine beetje onduidelijkheid dat bijvoorbeeld kan ontstaan doordat mensen beleefd willen zijn, of omdat ze de waarheid liever in het midden houden. Nou, daar is hier geen sprake van. Niks, 0,0 ruis. Ik zal een voorbeeld geven.
Deze week bezocht ik een plaatselijke supermarkt voor een paar kleine boodschappen. Ik schuif aan bij de kassa. "Dat is dan negen euro en vijf cent", zegt de kassière tegen de vrouw voor mij in de rij. "Vief sint derbie?", vraagt de vrouw. De kassière aarzelt. Ze hoeft die vijf cent duidelijk niet, maar vanuit haar culturele achtergrond is het onbehoorlijk om dat zo rechtstreeks te zeggen. "Joa of nee?", vraagt de vrouw. Ze haalt amper adem tussen de woorden, zodat het bijna klinkt alsof het een woord is: joa-of-nee. Ik schiet in de lach, het meisje bloost - ze voelt zich duidelijk ongemakkelijk onder deze directe confrontatie, maar ze komt er niet onderuit. Ze neemt de vijf centen van de vrouw aan en bedankt haar netjes. Tussen de lippen door mompelt de vrouw nog licht verontwaardigd "Joa, wel eevm zeggen". Hier is geen plek voor twijfel. Het is nait of geern.
En op zulke momenten weet ik het weer: wat is het toch een voorrecht om hier te wonen. Wat ben ik hier toch op mijn plek.
vrijdag 27 november 2015
Joa of nee? Nait of geern
woensdag 25 november 2015
Over schimmels en het bruin bakken
![]() |
| Vagijnbroodje? Zou het er zo uitzien? |
Haar drijfveer voor de productie van dit vagijnbrood is vrij willekeurig. Zo komt het verhaal op mij tenminste over: zaterdagmorgen werd de angry woman wakker met een brandend en jeukerig gevoel in het kruis. 'Ha, candida albans', dacht ze en direct daarop: 'kom, laat me er een broodje van bakken'. Ik word op zaterdagmorgen ook wel eens wakker met gedachten, maar dit moet je de angry woman dan toch nageven: in al die 54 jaar heb ik dit nog nooit bedacht.
Gezien de reacties op haar blog zie ik dit nog geen hype worden. En ook hier in huis zie ik het nog niet gebeuren. Voor ons geen vagijnbroodje. Zo bruin bakken wij het nou ook weer niet.
Foto van Flickr Christian Haselbach
woensdag 21 oktober 2015
Dochters en leutje zeunen
| Mijn vader en ik, toen ik ongeveer een half jaar oud was |
Inmiddels heeft mijn vader al grote kleinkinderen, drie kleindochters en twee kleinzoons. Onze zoon belt zijn opa vanmorgen op. Hij is deze week vrij en de sloten rondom het huis van mijn ouders moeten worden schoongemaakt. Dat doen hun kleinzoons altijd en vandaag is het zover. Hij belt met mijn vader. "Moi opa, mit joen leutje zeun*. Wie kommen eerst eevm kovviedrinken en din moaken wie sloten eevm schoon. Goud? Moi."
Uiteindelijk zijn ze er dan toch gekomen, de zoons - in de vorm van leutje zeuns (en nog meer dochters natuurlijk in de vorm van leutje dochters).
*Mijn zoon houdt van een rechttoe rechtaan vertaling van het Nederlands in het Gronings. En dit is zijn variant van kleinzoon.
woensdag 23 september 2015
Allang niet meer 'peachy'
"The WOMAN is ALWAYS the most important part of any OUTFIT." Deze zin staat in de folder van Steps die vandaag bij ons op de mat valt. Ik ben het er hartgrondig mee eens. Het is een beetje het tegenovergestelde van Kleren MAKEN de VROUW (of de man natuurlijk). De vrouw maakt de kleren mooi. Ik zeg: meer van dit soort zinnen. Eerlijk gezegd heb ik het er ook wel even aan toe. Sinds kort kijk ik namelijk naar Sophie in de kreukels. In het programma valt Sophie van de ene verbazing in de andere in de wereld van botox en fillers, de wereld van doorgeslagen uiterlijk vertoon, de maakbare wereld. Rimpelen, inzakken en vervallen, het mag niet meer. We moeten er altijd fris en 'peachy' uitzien. Aangezien dat voor geen mens is weggelegd, moet daar een spuit aan te pas komen.
Ik ben inmiddels een midvijftiger en dus hopeloos verloren. Dat was ik tien jaar geleden ook al, maar toen had ik het nog niet in de gaten. En eerlijk gezegd was er ook voor het programma Sophie in de kreukels een zeer laag bewustzijn van mijn totale gebrek aan 'peachyness'.
Tien jaar geleden stond ik een keer met boezemvriendin in de lift -dat deden we toen nog gewoon- en toen liet ik haar zien dat ik het vel tussen mijn ooglid en wenkbrauw recht vooruit kon zetten. Veerde het tien jaar daarvoor nog gewoon terug, nu bleef het piekende vel in ieder geval tijdens de liftgang vooruit staan. En als ik de truc vandaag doe, dan kan ik denk ik een behoorlijk stuk van het Pieterpad lopen met piekend vel. Ik vond het een leuke truc, echt wel de moeite waard om even te demonstreren. Voor de zekerheid probeer ik het nu nog eens. "Oh my God, wat creepy", zegt de jongste. "Het zit er nu nog. Dat moet je echt niet weer doen! Dat is toch erg! Het ziet er gewoon ranzig uit." Ik vind het wel meevallen. En gelukkig maar. Het is niet anders. Ik zal niet naar de spuit grijpen, dus krijg ik rimpels. Misschien hoor ik wel bij de laatste generatie die dat nog gewoon vindt.
Hopeloos verloren
| Detailbeeld; zie voor het totaalbeeld de foto boven mijn blog. |
Tien jaar geleden stond ik een keer met boezemvriendin in de lift -dat deden we toen nog gewoon- en toen liet ik haar zien dat ik het vel tussen mijn ooglid en wenkbrauw recht vooruit kon zetten. Veerde het tien jaar daarvoor nog gewoon terug, nu bleef het piekende vel in ieder geval tijdens de liftgang vooruit staan. En als ik de truc vandaag doe, dan kan ik denk ik een behoorlijk stuk van het Pieterpad lopen met piekend vel. Ik vond het een leuke truc, echt wel de moeite waard om even te demonstreren. Voor de zekerheid probeer ik het nu nog eens. "Oh my God, wat creepy", zegt de jongste. "Het zit er nu nog. Dat moet je echt niet weer doen! Dat is toch erg! Het ziet er gewoon ranzig uit." Ik vind het wel meevallen. En gelukkig maar. Het is niet anders. Ik zal niet naar de spuit grijpen, dus krijg ik rimpels. Misschien hoor ik wel bij de laatste generatie die dat nog gewoon vindt.
Labels:
botox,
fillers,
plastische chirurgie,
Sophie in de kreukels
maandag 14 september 2015
Toilet voor exhibitionisten
Bij ons op het werk zijn we van alle gemakken voorzien. Op iedere hoek staat een koffieautomaat en we hebben fijne toiletten met de benodigde privacy. En daar blijft het niet bij. Sinds twee weken hebben we namelijk ook speciale toiletten voor exhibitionisten, toiletten zonder enige privacy. Dat is geen vooropgezette actie, maar een logisch gevolg van het feit dat ons gebouw rondom in de steigers staat. Die steigers vormen riante wandelpaden direct voor de meest gewilde toiletten langs, namelijk die met een raam. Die toiletten zijn zo gewild omdat het raam ventilatiemogelijkheden biedt en dat is sinds de spuitbussen bij ons in de ban zijn beslist geen overbodige luxe.
Vorige week werd al duidelijk dat de toiletten voor exhibitionisten niet erg in trek zijn. De 'druk' op de overige toiletten liep zichtbaar op met alle gevolgen van dien. Vanmorgen vroeg bezoek ik nog even een toilet zonder inkijk. Het toilet voor exhibitionisten ernaast is niet goed gesloten. Daar heeft iemand duidelijk een haastige nummer 1 afgewerkt. En dan moet de dag nog beginnen...
Bij ons op de gang zitten voornamelijk vrouwen die een uitstekende toilethygiëne hebben en een goed gevoel voor privacy. Ons stuit zoiets dan ook tegen de borst. Gelukkig zijn we behalve netjes ook inventief. Collega was er klaar mee en deed het verzoek om ons eigen discrete toilet te blinderen. Binnenkort kunnen wij dus weer discreet en geventileerd plaatsnemen. Ik zeg: HULDE!
donderdag 30 juli 2015
In overtreding
Deze week keken we op HBO naar de film Get on up over het leven van James Brown. We zagen hoe James vanuit een onmogelijke positie iets van zijn leven wist te maken. Zijn talent en ondernemerszin maakten hem tot een succesvolle entertainer. Mr. Brown was 'the hardest working man in the Show business' en natuurlijk de Godfather of soul. Zijn karakter en perfectionisme maakten Mister Brown niet tot een gemakkelijke man. Hij liet een spoor van vernielingen na en kwam door zijn opvliegende karakter in de gevangenis terecht. Voor zijn bandleden was hij een veeleisende en moeilijke man. Zo deelde hij links en rechts boetes uit als ze iets deden wat niet naar zijn zin was. Dat gebeurde gewoon tijdens het optreden: een vinger was 10 dollar, 5 vingers 50.
Wij hebben hier thuis onze eigen James Brown. Onze zoon deelt namelijk ook boetes uit voor door hem gesignaleerde overtredingen. Dat deed hij al voor hij de film had gezien. Als zijn zussen bijvoorbeeld liggen of hangen op 'zijn bank' -nee, niet die op zijn kamer, maar die in de woonkamer- dan worden zij door hem bestraft met een boete van maar liefst €2700,-. Hoe dat bedrag tot stand is gekomen, is onduidelijk.
Geïnspireerd door James Brown loopt hij hier nu voortdurend vingerwijzend door het huis. Zijn jongste zusje eet een broodje filet Americain, dat vindt hij niet om aan te zien: €20,-; zuchten om een opmerking die hij plaatst: weer €20,-. Eten van 'zijn' schuddebuikjes: €50,-; grappen over hem maken: €50.-. En natuurlijk de meest begane en ernstigste overtreding van allemaal: het plaatsnemen op 'zijn' bank. Daarvoor komt hij vingers tekort. Al met al tikt het lekker aan. Als alle boetes zouden worden betaald, dan had hij binnen de kortste keren een vette bankrekening. Maar vooralsnog wil dat nog maar niet op gang komen.
Wij hebben hier thuis onze eigen James Brown. Onze zoon deelt namelijk ook boetes uit voor door hem gesignaleerde overtredingen. Dat deed hij al voor hij de film had gezien. Als zijn zussen bijvoorbeeld liggen of hangen op 'zijn bank' -nee, niet die op zijn kamer, maar die in de woonkamer- dan worden zij door hem bestraft met een boete van maar liefst €2700,-. Hoe dat bedrag tot stand is gekomen, is onduidelijk.
Geïnspireerd door James Brown loopt hij hier nu voortdurend vingerwijzend door het huis. Zijn jongste zusje eet een broodje filet Americain, dat vindt hij niet om aan te zien: €20,-; zuchten om een opmerking die hij plaatst: weer €20,-. Eten van 'zijn' schuddebuikjes: €50,-; grappen over hem maken: €50.-. En natuurlijk de meest begane en ernstigste overtreding van allemaal: het plaatsnemen op 'zijn' bank. Daarvoor komt hij vingers tekort. Al met al tikt het lekker aan. Als alle boetes zouden worden betaald, dan had hij binnen de kortste keren een vette bankrekening. Maar vooralsnog wil dat nog maar niet op gang komen.
zondag 5 juli 2015
Toen wij van Schier vertrokken
Ik wil graag weg kunnen op het moment dat ik weg wil - dat ik kan gaan en staan waar ik wil wanneer ik wil. Dat is altijd al zo geweest. Daarom is het ook zo fijn om de beschikking te hebben over een fiets en een auto. Dan ben je niet afhankelijk van anderen.
Vertrekken van een eiland is voor mij dan ook een spanningspunt: je bent namelijk afhankelijk van een enkel transportmiddel waar je laag frequent gebruik van kunt maken. Gelukkig kon ik dat na een week intensieve ontspanning aan, maar toch. Vanaf Schiermonnikoog kun je geen plaatsen op de boot reserveren, tenzij je met een auto gaat. Maar daar moet je dan weer speciale ontheffing voor hebben op het eiland. En wie wil nou een auto mee naar Schier als het niet nodig is? Als je gewoon als passagier of -zoals wij- als fietspassagier gaat, is het niet mogelijk om te reserveren. Vaak is het ook niet nodig.
Maar zaterdag had natuurlijk net die ene dag in het jaar kunnen zijn dat een reservering wel nodig was. Het was het begin van de schoolvakanties in het Noorden en het zou bovendien bloedheet worden. Het plan was om met de boot van half elf te vertrekken. "Wat nou als de boot vol is?", zeg ik vrijdagavond tegen E. E. is hierin mijn tegenpool: die denkt dat alles vanzelf wel goed komt. "Dat lijkt me niet", zegt hij."Ik denk dat er dan meer mensen naar Schiermonnikoog vertrekken dan van Schiermonnikoog." "Maar stel", zeg ik "en we moeten wachten tot de volgende boot, die van half twee, dan zitten we wel op het heetst van de dag op een volstrekt onbeschutte plek te wachten." Met storm, regen en slecht weer kan me dat minder schelen, maar sinds ik in mijn puberteit een zonnesteek heb gehad, mijd en haat ik de gloeiende zon als de pest. Na enig tegensputteren van E. besluiten we dan maar om met de boot van half acht te gaan.
Zaterdagmorgen is het nog fris en rustig op Schier. Colonnes fietsers of wandelaars komen we niet tegen. Als we het laatste stukje naar de veerboot fietsen, zien we dat er verder nog niet veel mensen staan te wachten. Twee Duitsers op ligfietsen zijn nog voor ons. Verder vooral meeuwen, veel meeuwen. Hun ijle gekrijs benadrukt de stilte. "Nou, het valt reuze mee met de drukte hè?", zegt E. Hij heeft dikke pret. Maar goed: het lukt ons dus om op de boot van half acht op zaterdagmorgen een plekje te bemachtigen. En nu zijn we weer thuis.
Vertrekken van een eiland is voor mij dan ook een spanningspunt: je bent namelijk afhankelijk van een enkel transportmiddel waar je laag frequent gebruik van kunt maken. Gelukkig kon ik dat na een week intensieve ontspanning aan, maar toch. Vanaf Schiermonnikoog kun je geen plaatsen op de boot reserveren, tenzij je met een auto gaat. Maar daar moet je dan weer speciale ontheffing voor hebben op het eiland. En wie wil nou een auto mee naar Schier als het niet nodig is? Als je gewoon als passagier of -zoals wij- als fietspassagier gaat, is het niet mogelijk om te reserveren. Vaak is het ook niet nodig.
Maar zaterdag had natuurlijk net die ene dag in het jaar kunnen zijn dat een reservering wel nodig was. Het was het begin van de schoolvakanties in het Noorden en het zou bovendien bloedheet worden. Het plan was om met de boot van half elf te vertrekken. "Wat nou als de boot vol is?", zeg ik vrijdagavond tegen E. E. is hierin mijn tegenpool: die denkt dat alles vanzelf wel goed komt. "Dat lijkt me niet", zegt hij."Ik denk dat er dan meer mensen naar Schiermonnikoog vertrekken dan van Schiermonnikoog." "Maar stel", zeg ik "en we moeten wachten tot de volgende boot, die van half twee, dan zitten we wel op het heetst van de dag op een volstrekt onbeschutte plek te wachten." Met storm, regen en slecht weer kan me dat minder schelen, maar sinds ik in mijn puberteit een zonnesteek heb gehad, mijd en haat ik de gloeiende zon als de pest. Na enig tegensputteren van E. besluiten we dan maar om met de boot van half acht te gaan.
| Foto: Frouke Kuipers |
Abonneren op:
Posts (Atom)


