Posts tonen met het label eten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label eten. Alle posts tonen

zaterdag 1 augustus 2026

IJs maken

Nu ik met pensioen ben, heb ik meer tijd om met het eten te experimenteren. Ik doe dat met wisselend succes. Bij voorkeur kook ik met ingrediënten die we eigenlijk altijd in huis hebben: vers, in de vriezer of in blik. Laatst zei E. met het warme weer dat hij wel zin had in een ijsje. Die hebben we eigenlijk nooit meer in huis nu de kinderen de deur uit zijn. 

Kinderspel

Maar dat schoot me wel door het hoofd toen ik twee overrijpe bananen op de fruitschaal zag liggen. Ik maak daar graag een bananenbrood van, maar nu dacht ik: ik vries ze in! Op pinterest en instagram verraadt mijn tijdlijn mijn plotselinge interesse voor zelf ijs maken. Het ziet er beslist uit als kinderspel. Bij de eerste beste warme dag, besluit ik om E. op een zelfgemaakte vruchtensorbet te trakteren. Daarvoor gooi ik een restje watermeloen bij de bevroren bananen en ik maak het wat frisser met een flinke scheut citroen. De staafmixer erop en klaar. Het geheel is door de toevoeging van de niet bevroren watermeloen en het citroensap toch een beetje dun geworden. Dus het was nog wel een kunst om ze goed in de vriezer te krijgen. Beide ijsjes waren scheef in de vorm gevroren. Dus erg fraai zag het er niet uit. Maar het gaat uiteindelijk om de smaak.

Brainfreeze

Ik heb best een geschiedenis in ijs maken. Vroeger gooide ik yoghurt dat bijna over de datum was in een bakblik in de vriezer. Voor appelmoes volgde ik dezelfde procedure. Super duurzaam: er werd niets verspild en ijs gaat er altijd wel in. De kinderen hebben er goede herinneringen aan. Met een föhn werd het ijs uit het blik gewerkt en vervolgens werden er stukken af gebikt. Er moest wel voor gewerkt worden en omdat het moeilijk viel te portioneren lag een brainfreeze altijd op de loer. 

Chocodip

E. was destijds al niet de meest enthousiaste afnemer van mijn ingevroren yoghurt- en appelmoesijs. Dus ik had misschien beter moeten weten. Zodra ik de scheve ijsjes triomfantelijk uit de vriezer haal, verglijdt zijn gezicht. Hij herstelt zich snel, maar ik heb het toch gezien. Hij begint er weinig enthousiast aan te eten. "Je wilde toch graag ijs laatst?", zeg ik. "Ja", zegt hij, maar ik bedoelde gewoon een chocodip of een normaal waterijsje." Tot zover het experiment met zelf ijs maken.


De illustraties op mijn blog zijn afkomstig van Boomerang Cards.  Hier vind je deze.

De soundtrack bij de blog is:

zondag 14 december 2025

Gerecyclede wortel


Sinds jaar en dag eet ik rond 10 uur een winterwortel. Wat zal ik zeggen? Ik ben een echte structuurgirl. Iedere werkdag neem ik er een mee naar het werk. En ook thuis neem ik er een bij de koffie. Laatst betrapte E. me erop dat ik een wortel in een zakje water op het aanrecht zet. "Wil je met wortels gaan kweken?", vraagt E. Hij doelt op de collectie stekjes die ik -met wisselend succes- kweek.

Met knak

Op zich geen gek idee, maar dat was niet de opzet. Ik merkte dat deze wortel slap was. Hij boog een beetje door. En dat is niet hoe ik mijn wortels graag eet. Ik heb graag een wortel die een stevige knak geeft als ik er een hap afbijt. Net als bij bloemkool en sla werkt het dan goed om de wortel onder te dompelen in water. Na een paar uur is hij dan weer knapperig. 

Recyclen

"Er zijn toch nog wel meer wortels?", vraagt E. "Jawel, maar ik ga deze recyclen", zeg ik. Ik ben namelijk van mening dat iedere wortel het verdient om gered te worden. Rond een uur of 10 drinken we een kop koffie. De wortel is dan weer redelijk knapperig. "Is hij geschikt voor consumptie?" zegt E. Een luide knak is het antwoord.      

De illustraties op mijn blog zijn afkomstig van Boomerang Cards.  Hier vind je deze.

De soundtrack bij de blog is:

 


dinsdag 23 januari 2024

Siciliaanse dropstaafjes zijn mijn pinda's



Een oud-collega verstopte pinda's voor zijn vrouw. Dat deed hij op afspraak. Zij kon namelijk niet van de pinda's afblijven. De pindajacht werd onmiddellijk geopend zodra hij ze had gehaald. De rust keerde pas weer terug in huis als de pinda's soldaat waren gemaakt.

Emotionele waarde 

Bij mij is dat zo met drop. Het is dus zaak om geen drop in huis te halen. Maar drop is mijn ultieme troostvoer. De jongste verklapte laatst dat ze een voorraadje Siciliaanse dropstaafjes had aangelegd voor moeilijke momenten. Siciliaanse dropstaafjes zijn mijn pinda's. Ik jaag er niet op, want ik ben te discreet om in haar kamer te gaan zoeken (echt waar!). Dus zeg ik gewoon: "Heb jij nog van die Siciliaanse dropstaafjes?" "Wat is de emotionele waarde?", vraagt ze. Ze vindt namelijk dat ik een goede reden moet hebben om mijn ultieme troostvoer te eten. Ik denk even na. "Ik ben nog steeds benauwd", zeg ik. Ik had in de kerstvakantie een virale luchtweginfectie. Het hoesten is al erger geweest, maar zo nu en dan klink ik nog als een zware roker. En vanavond ben ik weer benauwd. Ik neem een slok Fluimicil, ik stoom en ik bedel dus om Siciliaanse dropstaafjes.

Voldaan

Blijkbaar heeft mijn benauwdheid voldoende emotionele waarde, want ze komt even later binnen met een zak Siciliaanse dropstaafjes. En nu zit ik hier voldaan op de bank. Geen Siciliaans dropstaafje meer te bekennen.

De illustraties op mijn blog zijn afkomstig van Boomerang CardsHier vind je deze.


De soundtrack bij de blog is:

vrijdag 5 februari 2021

Oriental delight


Deze week werd de vloer van onze kamer en keuken geschuurd. Dus alles eruit en in ieder geval 24 uur niet op de nieuwe vloer lopen. En ook 24 uur niet in de keuken. Geen ramp. We besluiten te gaan voor een afhaalmaaltijd van Oriental Delight, het Chinees restaurant even verderop. 

Echt meedoen 

Sinds kort is bij ons de Chinese afhaalmaaltijd weer in ere hersteld. Toen we hier dertig jaar geleden kwamen wonen vonden we het fantastisch dat er een Chinees op loopafstand was. Toen we opgroeiden was het namelijk echt een teken dat je meedeed als je wel eens ging Chinezen. Dat was in de tijd dat macaroni nog met Smac en maggi werd bereid. Ik weet nog goed dat ik in de periode dat ik naar de middelbare school ging mijn eerste Chinese maaltijd at. Ik koos voor Babi Pangang. 

Wellness behandeling erbij

Toen E. en ik later in de stad woonden, gingen we ook graag Chinezen als we uit eten gingen. Meestal in de Nieuwe Ebbingestraat. Na de maaltijd kreeg je een klam warm en geurig handdoekje om je handen mee schoon te maken. Deze kleine wellness behandeling was bij de prijs inbegrepen. Heerlijk. 

Kroepoek erbij

Ergens in de afgelopen dertig jaar is de Chinees uit de gratie geraakt. Een stukje kroepoek en sambal erbij was niet meer genoeg. Wokpaleizen moesten er komen. De traditionele Chinees werd overvleugeld door internationale keukens van over de hele wereld: Thais, Marokkaans, Vietnamees, Indiaas, Libanees, Grieks, Italiaans, Turks, noem maar op. En nog worstelt de traditionele Chinees.

Wij gaan ervoor

Maar wij hebben ontdekt dat we Chinees-Indisch eten nog steeds zeer waarderen. Dus wij gaan er weer voor. De Chinees hier vlakbij heeft het niet gered, maar we doen wat we kunnen om Oriental Delight in de lucht te houden. Bij deze warm aanbevolen.

woensdag 30 december 2020

Minimale inspanning - maximale smaak

Onze oudste houdt van koken. Dat heeft ze niet van mij. Mijn kookmotto is: Minimale inspanning, maximale smaak. Voor het kerstdiner heb ik als toetje Haagse bluf op het programma staan - een recept van mijn oma. Dat voldoet volledig aan het motto. Geen moeite, smaakt heerlijk. We houden een flinke portie over. "Wat moet ik daarmee?", zegt E. "Vries het maar in", zegt de oudste. Ik vind het een heel goed idee. "Misschien wordt het wel heel lekker ijs.", zeg ik. Dat roept herinneringen op.

IJs bikken

De oudste herinnert zich nog dat ik eerder ijs van yoghurt maakte. We zijn geen echte toetjeseters - dus als ik al eens een pak yoghurt meenam, dan was het voor we er erg in hadden over de datum. En als zo'n pak yoghurt dan bijna over de datum was, dan gooide ik het in een bakblik in de vriezer. Scheutje slimpie erdoor en klaar: yoghurtijs. Ik hoefde het niet weg te gooien en ijs gaat er altijd in. "We moesten het altijd met de föhn uit het bakblik halen", zegt de oudste. Het was denk ik nog voor de tijd van de siliconenbakvormen. Destijds werd onze föhn vooral gebruikt voor het losföhnen van stickers en het verwarmen van het yoghurt- of appelmoesijs (een andere specialiteit). Daarna bikte ik het yoghurtijs in stukken en dan kreeg iedereen een brok. En vervolgens probeerden we al glibberend op het bordje stukjes van het yoghurtijs af te schrapen. Dat viel nog niet mee, want het was keihard. Appelmoesijs had een iets zachtere structuur. 

Een aanrader

De Haagse bluf doet het wonderlijk wel in bevroren toestand. Het is heerlijk luchtig: ijs op zijn best zou ik zeggen. Wel snel opeten als je het uit de vriezer haalt, maar dat is vast geen probleem.

-----------------------------------------------------------

Recept Haagse bluf



Ingrediënten
2 eiwitten 
200 ml bessensap 
200 g suiker 
 
Bereiding 
Doe de eiwitten met het bessensap en de suiker in een grote vetvrije kom  en klop het geheel met een mixer tot alle suiker is opgelost en de eiwitten geheel stijf zijn geslagen. Het eiwit moet zo stijf zijn dat de kom even omgekeerd kan worden zonder dat er schuim uitvalt.

 

dinsdag 26 december 2017

Vreemde mondbeleving


Ik ben vanmorgen op tijd wakker. Gisteren hadden we de hele familie over de vloer. Er is gegeten, gedronken en gepraat. Vandaag is het huis in diepe rust. Ik maak van de gelegenheid gebruik om de wasmachine aan te zetten en de laatste spullen nog even op te ruimen. Ik ruim de vaatwasser uit en maak ook direct de bestekbakken even schoon, omdat sommige vakken helemaal leeg zijn. Al het bestek is gebruikt.

Een zuurtje

Als alles is opgeruimd maak ik mezelf een grote bak kwark. Ik rasp een overrijpe peer - toch ook jammer om weg te gooien- en mix die door de kwark. Een paar blauwe bessen, een paar aardbeien, een kop groene thee en mijn ontbijt is klaar. Na het zoet kan ik wel wat zuur gebruiken. Ik ben sowieso wel in voor een zuurtje -het is mijn favoriet onder de smaken. Dus ik heb er zin in. 

Vreemd

De eerste hap komt toch een beetje raar binnen. Het ligt niet aan de kwark. En ook het fruit is prima. Maar al met al is het een vreemde mondbeleving. Dat denk ik serieus terwijl ik het naar binnen schuif. Een aantal jaren geleden kwam het woord mondbeleving nog niet in mijn vocabulaire voor, maar dat is de invloed van het kijken naar kookprogramma's. Ik ben nog steeds een plichtmatige kok, maar die woorden... het water loopt je ervan in de mond. Zo is het kijken naar kookprogramma's toch nog ergens goed voor.  

Twijfelgeval

Ik lepel nog een paar scheppen naar binnen en dan ontdek ik de oorzaak van mijn vreemde mondbeleving. Er is een opscheplepel tussen alle schoongewassen lepels beland. En juist die opscheplepel heb ik uit mijn besteklade gevist. Het is een moderne opscheplepel: zo'n twijfelgeval. Eigenlijk te klein voor een goede opscheplepel en te groot voor een lepel -vandaar dat het me niet was opgevallen. Maar wel net iets vlakker dan een gewone lepel. Vandaar die vreemde mondbeleving. 

* Vroeger kende ik zuurtje alleen als synoniem voor snoepje. Maar ook zuurtje is zo'n woord uit kookprogramma's. 

Vond je het lekkâh? is een Boomerang card. 

woensdag 25 november 2015

Over schimmels en het bruin bakken

Vagijnbroodje? Zou het er zo uitzien?
Kom, denk ik, nog maar weer eens een blogje schrijven. Ik typ Blogger in en word dan direct afgeleid door het tweede bericht. 'Klik' gaat het bijna reflexmatig. Feministische blogger bakt brood met gist uit vagina. Daar moet ik meer over weten. Dit onderwerp ligt middenin mijn interessegebied. Ik ben vrouw -dus voorzien van vagina met bijbehorende schimmels-, feministe -toch wel, ook al krijg ik meer last van schimmelvorming door het beeld dat het woord inmiddels oproept- en ik wilde ooit bakker worden. Een blogster genaamd Another Angry Woman wil een zuurdesembroodje bakken met schimmels uit haar vagina, begrijp ik uit het artikel in de Metro. Over het hele proces van het oogsten en verwerken van de vaginale schimmels rept het artikel niet. Teleurstellend. Met deze snipper informatie kan ik natuurlijk geen genoegen nemen. Wat weet ik nou helemaal? Recepten wil ik zien, drijfveren. 'Klik'  gaat het nu doelbewust. Met een 'touch' lees ik alles wat ik weten wil -en meer- op de blog van de angry woman die er ook behoorlijk angry uitziet. Zaterdag oogstte de angry woman de vaginale gisten met behulp van een dildo. Daar schraapte ze vervolgens ongeveer een vork vol vaginale schimmels af. Samen met een kopje meel en water staat dat nu in huize angry woman te rijzen. Zondag voegde de angry woman nog weer een kopje water en meel toe en het plan is dat ze dat nog een aantal keren gaat herhalen. Net zolang tot ze genoeg heeft voor een zuurdesembroodje.
 
Haar drijfveer voor de productie van dit vagijnbrood is vrij willekeurig. Zo komt het verhaal op mij tenminste over: zaterdagmorgen werd de angry woman wakker met een brandend en jeukerig gevoel in het kruis. 'Ha, candida albans', dacht ze en direct daarop: 'kom, laat me er een broodje van bakken'. Ik word op zaterdagmorgen ook wel eens wakker met gedachten, maar dit moet je de angry woman dan toch nageven: in al die 54 jaar heb ik dit nog nooit bedacht.

Gezien de reacties op haar blog zie ik dit nog geen hype worden. En ook hier in huis zie ik het nog niet gebeuren. Voor ons geen vagijnbroodje. Zo bruin bakken wij het nou ook weer niet.


Foto van Flickr Christian Haselbach

 



woensdag 18 februari 2015

Wat is DIT?

Boomerang kaart gemaakt door Mark
Vernieuwend of fantasierijk koken wordt hier niet op prijs gesteld. Toch doen we dat soms. Gisteravond trok E. de stoute schoenen aan: hij maakte pasta arrabiata. Bij de luxe pastaverpakking die ik vorige week scoorde werd een zakje arrabiata geleverd. Kan niet fout gaan zou je denken.Ware het niet... dat het een beetje heet was. Wat heet! Het zweet gutste van ons hoofd.

Onze zoon is meestal de eerste die aanvalt op de maaltijd. Ik schets het verloop van de maaltijd met de bijbehorende dialogen en commentaren hierna.
"Wat is DIT?"(De eerste hap pasta met arrabiata toucheert de smaakpapillen van onze zoon.) 
 "Het is pasta arrabiata", zeg ik.
"Wat is die rommel ja heet" (Na een hap heeft de pasta al geen schijn van kans meer. Hij gaat enkel nog door om zijn vader niet voor het hoofd te stoten. Die heeft tenslotte de moeite genomen om te koken)
Het duurt maar even of we zitten allemaal te snuffen aan tafel. E. kan het best tegen heet eten, maar ook hij vindt het wel erg heet. Nog even later zijn onze monden gevoelloos. Het tintelt eerst een beetje aan de randen en langzaamaan breidt zich dat uit naar de hele mondholte. Die van onze zoon tintelt het eerst. Hij is tenslotte ook als eerste begonnen met eten.
"*&^@##@@!!!#  jong!"(Hij drukt zich het best uit in krachttermen.Om de ernst van de zaak te onderstrepen verheft hij zijn toch al luide stem. )
"Je zou zo naar Hans kunnen gaan." (Hans is onze tandarts.)
"Die zou je hele gebit er van voor naar achter uit kunnen rooien zonder verdoving." (Uit deze opmerking wordt duidelijk dat zijn favoriete stijlfiguur de overdrijving is. Dat blijkt dominant over te erven. En ja, ik beken direct schuld.) 
(Uit het gebruik van het woord rooien spreekt bovendien zijn diepe voorliefde voor de akkerbouw.)

E. en ik eten naar behoren van de pasta, maar onze kinderen gooien de handdoek al snel in de ring. De jongste haalt het tosti-apparaat tevoorschijn en zo worden de magen dan toch nog gevuld. Terwijl de jongste de tosti's bakt, komt onze zoon met de uitsmijter. Hij richt het woord tot mij.
"Weet je wat jij eens moet doen?"
"Je moet eens even aan je zus vragen hoe zij macaroni maakt".  
(We snappen het: die kookt tenminste normaal).


dinsdag 24 juni 2014

Hoezo 50 kilo?

"Als we in het vervolg rijst overhouden, dan krijgen we de volgende dag een rijstsalade", zeg ik. Onze zoon liet gisteravond verstek gaan bij de warme maaltijd. Dat liet hij keurig weten, maar net iets te laat. Dus hielden we rijst over. De gebakken spitskool en de babi ketjap eten we helemaal op. De rijstsalade is niet iets waar mijn gezin zich op kan verheugen. "Doe ons dat niet aan", zegt E. tegen onze zoon. "Ik ben het gewoon zat dat we dat dan weggooien", zeg ik. "Dat vind ik jammer." Dat vond ik al langer, maar ik ben me er weer extra bewust van nu ik op facebook Hoezo50kilo volg. Iedere Nederlander is per jaar namelijk goed voor 50 kilo afval. En dat is toch vreselijk. Dat moet toch anders kunnen.

Ik scroll even door de tijdlijn en dan lees ik ook over Emily,  die zonder afval wil leven. Heel goed, maar wel erg ingewikkeld. Bijna alles is namelijk ingepakt. Denk er maar eens over na. Als je niets verpakt wilt kopen, wordt je leven echt een stuk ingewikkelder. Ik neem wel altijd een tasje mee om zo het aantal plastic tasjes te beperken. Maar ondanks dat zit mijn recyclekoker tot aan de nok vol met plastic zakjes - en dan gebruik ik ze ook nog zo nu en dan als afvalzakje.

E. heeft zo zijn eigen manieren om afval te beperken. Hij maakt onze boterhammen voor de dag altijd klaar. Ook die van mij - een luxe waar ik al behoorlijk aan gewend ben. Volgens de jongste heb ik vandaag echter boterhammen meegekregen die dusdanig beschimmeld waren dat er lang haar op groeide. Echt smakelijk vond ik ze al niet, maar als ik mijn leesbril niet op heb kun je me werkelijk alles voorzetten.

woensdag 18 juni 2014

Lekker, simpel en snel

Zo nu en dan probeer ik eens een nieuw gerecht uit. Dat is overigens niet iets wat hier bijzonder wordt aangemoedigd. E. staat er nog wel open voor, maar de kinderen zijn eigenlijk niet in voor vernieuwing. Toch doe ik het wel om een aantal redenen: ik raak uitgekeken op de vaste gerechten. Ik ben niet dol op koken en om het vol te houden moet er toch af en toe iets nieuws gebeuren. Een andere drijfveer voor het vinden van nieuwe gerechten is de zoektocht naar gerechten die nog sneller klaar zijn dan mijn standaardset.

Deze week zette ik mijn gezin een nieuw lekker, simpel en snel gerecht voor: rijst met ui, spitskool, gehakt en rode paprika, gekruid met kerrie. Het had alles in zich om een topper in mijn keuken te worden, ware het niet dat het commentaar zoals altijd meedogenloos eerlijk was. Volgens onze zoon was het 'wel weg te krijgen', maar niet iets wat ik weer opnieuw hoef te proberen. "Er moet gewoon een lekker sausje bij", aldus onze zoon. Ik vond het nou juist lekker dat er geen sausje bij zat. Trendgevoelig als ik ben vond ik dit wel 'eerlijk' smaken. (Let maar op: als het over eten gaat, is het helemaal in om over eerlijke producten te spreken). Dit was dus geen succes. Maar voor mij is dat geen reden om te stoppen: een aantal gerechten die ooit nieuw waren zijn namelijk ook toppers hier in huis. Kip met kerriesaus en rozijnen en broccoli bijvoorbeeld of kip pilav met spitskool, sperziebonen en abrikoos.

Vanmiddag keek ik op de website van Lekker en simpel. Dat zou mijn motto kunnen zijn voor het koken, ware het niet dat er dan nog iets ontbreekt. Ik ga namelijk voor Lekker en simpel en snel. De foto's op Lekker en simpel trekken me niet altijd over de streep. Misschien komt het omdat ik me vandaag niet echt topfit voel. Bovendien word ik enorm afgeleid door de reclame: onderin draait een  Zanussi wasmachine en af en toe komt die levensgroot over de gerechten. Meer dan genoeg reden om nooit een Zanussi wasmachine aan te schaffen lijkt me.

Voor vandaag maak ik een linzensoep, zodat we op de bank naar het Nederlands elftal kunnen kijken. Aanleiding voor het maken van deze linzensoep waren de overgebleven aardappels van gisteren. Het receptje voor 2 personen verdubbelde ik, maar op de een of andere manier weet ik van een basis van 2 liter altijd een maaltijdsoep te bereiden voor een heel voetbalelftal. En nou laat onze zoon ook nog net weten dat hij niet hier eet...

maandag 28 april 2014

Natte messen

Bij voorbaat mijn excuses voor de ranzige titel van deze blog. Maar het is niet anders: de titel dekt de lading volledig. Ik ga het namelijk hebben over het fenomeen natte messen. 

Het gaat om het volgende: onze steakmessen lekken. Het gevolg is dat je met klamme handen vlees zit te eten. Wel een goede manier om van vlees af te kicken. Het is namelijk niet fijn om met klamme handen te eten. Lekker en klam gaan niet samen.

Na de brand kocht ik een partij steakmessen bij de Action. Na gebruik worden die bij ons afgewassen- in de afwasmachine natuurlijk. Niet heel ongewoon denk ik. Dat eten met vochtige handen ben ik inmiddels wel zat. "Ik zal even nieuwe steakmessen kopen bij de Action.", zeg ik tegen E. "Ja, dat zou ik maar doen", zegt E. Ik herken de toon: het is niet als aanmoediging bedoeld, het is cynisme. Hij denkt dat het komt omdat ik ze voor een prikje op de kop tikte. Dat gaat niet altijd op, want voor de brand hadden we steakmessen die ik nog goedkoper op de kop tikte en die deden het niet. Daar braken de handvatten op den duur vanaf, maar ze lekten geen drup. Toch zet E's opmerking me zoals zo vaak aan het denken. Zou het in dit geval dan toch zo zijn dat goedkoop duurkoop is? Ik besluit voor een iets betere kwaliteit en een hogere prijsklasse te gaan en ik schaf nieuwe steakmessen aan bij de Blokker. De oude gooi ik zonder pardon weg. De nieuwe messen zijn per stuk verpakt met een plastic beschermhoesje om het mes. Mijn voetafdruk op aarde is daarmee weer enigszins vergroot, maar het  ziet er wel dusdanig professioneel uit dat ik overstag ga. Dit worden ze. 

Probleem opgelost. Dat dacht ik tenminste, maar niets is minder waar. Ook deze steakmessen lekken. Dus zitten we weer met klamme handen te eten. Het is ranzig. Er zit niets anders op: ik zal een specialist moeten raadplegen. 

woensdag 26 juni 2013

Daar komt niets van in


"De dag is nog niet begonnen of hij is alweer voorbij." E. verwoordt het goed. De dagen vliegen voorbij. Vandaag had ik een vrije dag, maar ook deze dag was weer overvol. Dus stond er vandaag weer patat op het menu. Dat gebeurt aanzienlijk vaker dan voorheen. We zijn dan ook vaste klanten bij de patatboer. We kennen er de ins en outs. Verbaasd zijn we dan ook niet als we zien dat er een nieuwe medewerkster wordt gevraagd. De baas van de cafetaria gelooft namelijk niet in vriendschap met zijn werknemers. Ook het motiverende leiderschap is aan hem voorbijgegaan. Hij loopt eigenlijk altijd op zijn personeel te mopperen met maar één doel: het moet sneller. En met resultaat, want je wordt er altijd snel geholpen. Een van onze favoriete medewerksters kon sneller een bestelling van € 20,- opzeggen dan ik met mijn ogen kon knipperen. Maar er is dus een keerzijde: er is sprake van personeelsverloop. Nou ik er goed over nadenk heb ik haar al een tijdje niet gezien. Dus misschien is de vacature wel ontstaan door haar vertrek.

Met een geurend tasje patat schuiven we aan de al gedekte tafel. "Er is een ding wat ik wel leuk vind aan hier wonen", zegt de jongste. Ze knikt naar haar bord. "Dat is binnenkort weer afgelopen", zeg ik.  "Toen we nog in ons eigen huis woonden gebeurde het bijna nooit", zegt ze. Dan zei papa altijd als we patat wilden eten: "Da's een goeie. Ik heb in tijden niet zo gelachen, daar komt niks van in."

De illustraties op mijn blog zijn afkomstig van Boomerang Cards.  Hier vind je deze.

zondag 10 maart 2013

Dessertdiner

Als ik uit eten ga, neem ik graag een toetje. Griekse yoghurt met walnoten en honing bijvoorbeeld. Dat is echt bijzonder lekker. Of mousse bijvoorbeeld. Heerlijk zo'n luchtige massa. Of chocola natuurlijk. Dat is ook altijd goed: chocola in iedere denkbare vorm.

Thuis eten we eigenlijk geen toetjes. Het komt er gewoon niet van. Een tijdje ben ik er helemaal mee gestopt, omdat ik meegebrachte toetjes steevast kon weggooien. Ze werden gewoon vergeten. Maar nu neem ik losse toetjes mee voor onze zoon en de jongste. Zij kunnen wel wat extra calorieën gebruiken.

Maar lekker zijn ze wel, het is een echte traktatie. Dat vindt ook onze oudste. En daarom bedacht ze het volgende: een dessertdiner, een diner met alleen maar toetjes. Vorige week had ze een dessertdiner met haar roeiploeg. Het was een groot succes en het zal dan ook niet het laatste dessertdiner zijn. Lijkt mij ook wel wat.

vrijdag 15 februari 2013

Kaascriminaliteit

"Weet je wel dat papa bij jouw kaas heeft gezeten? Hij is een echte kaasdief.", zegt de jongste. Ik wist het niet, maar het verbaast me niets. Als het om kaas gaat is E. tot alles in staat, desnoods tot  kaascriminaliteit.

Een tijdje geleden ben ik overgestapt op 30+ kaas. Dat neem ik 's morgens op mijn roggebroodje of op rijstwafels. Heerlijk. Ik ben een bescheiden kaasverbruiker. E. is daarentegen een grootverbruiker. Naar eigen zeggen zou zijn leven geen cent meer waard zijn als hij geen kaas kon eten.

Dus gaan E. en ik iedere vrijdag naar het kaaswinkeltje in het winkelcentrum. Daar halen we onze pittige belegen 30+ kaas. Voor een echte kaasliefhebber is het een walhalla: de 'kezige' luchten komen je al van ver tegemoet. Als vaste klanten hebben we inmiddels ook een klantenkaart.

Vorige week misten we het vrijdagritueel en dus kochten we niet onze vaste voorraad pittige belegen 30+ kaas. In plaats daarvan nam ik een doosje 30+ plakken mee voor mezelf en voor de rest van de familie een volvette kaas. Eerlijk is eerlijk: ze konden niet tippen aan de kaas van het kaaswinkeltje. En zo kwam E. tot zijn kaascriminaliteit. "Papa zei: dat is dus kiezen tussen kaas zonder smaak mèt of  zonder vet. Nou dan maar zonder vet." En daarmee was het een feit: kaascriminaliteit.

donderdag 12 juli 2012

Het stompje schoonhouden

Gisteravond lag ik me hier op de bank te goed te doen aan dropfruitduo's van de Jumbo. Ik was de afgelopen weken afgevallen en dat kunnen we natuurlijk niet hebben. Onderuitgezakt geef ik eerst een knauw op het fruitdeel en vervolgens op het dropdeel. Tot ik ineens een licht zuigend geluid hoor. In het zachte deel van mijn dropfruitduo hangt mijn kroon. Ik laat de dropfruitduo over mijn tong buitelen en werk 'm soepel naar buiten. Daar verschijnt het fruitdeel met kroon. Het ziet er keurig uit. In mijn mond staat een keurig stompje. "Ik zou 'm zo zelf terugplakken als ik maar wist welke lijm ze gebruiken.", zeg ik tegen E. Die denkt dat het toch beter is om even naar de tandarts te gaan.

Dus vanmorgen op het werk bel ik met de tandarts. "Hij is er keurig uitgekomen", zeg ik met misplaatste trots tegen de tandartsassistente. Boezemvriendin luistert mee. "Ik heb ooit zo'n Amerikaans make over programma gezien en daar was een vrouw die iedere morgen gaten opvulde door er neptanden in te plakken", vertel ik haar na mijn telefoongesprek. Het heeft diepe indruk op me gemaakt.

Zelf kreeg ik rond mijn twintigste kronen op mijn achterste kiezen. In mijn puberteit kreeg ik -ondanks mijn voorbeeldige poetsgedrag- heel veel gaatjes. Als ik niet zo goed had gepoetst, dan was ik echt een gevalletje van een kunstgebit op mijn zestiende geweest, aldus mijn fijngevoelige tandarts destijds. Maar zover is het niet gekomen. Dertig jaar geleden hadden ze een soort dentaal kneuzenprogramma, waarbij je met een goede regeling kronen kon laten plaatsen. Daarmee zou mijn gebit in ieder geval behouden kunnen blijven. Mijn ouders wilden het voor me betalen en zo werd ik met goud beslagen. Het was namelijk nog voor de  tijd van de porseleinen kroon.

"Hoe lang zit de kroon erin?", vraagt de assistente. "Zo'n dertig jaar", vertel ik. "Nou dat is wel heel lang.", zegt ze. "Tegenwoordig zeggen we vijftien jaar. Oudere kronen zitten langer, zo'n twintig, vijfentwintig jaar misschien, maar dit is wel heel lang." Ik overhandig het zipzakje met mijn gouden kroon aan de assistente. Zij ziet ook dat het een geheel gaaf exemplaar is. "Dat is inderdaad gewoon een kwestie van plakken", zegt ze. Maar uiteindelijk gaat de tandarts daar natuurlijk over.

Mijn eigen tandarts heeft vandaag zijn vrije dag, dus ik moet me behelpen met de eerste reserve. Ik mag plaatsnemen in de stoel, hij werpt een klinische blik op het stompje, bekijkt de kroon en dat is het dan. "Als die kroon dertig jaar heeft gezeten wil ik 'm eerst op het lab goed schoon laten maken. Dan plakken we 'm er volgende week wel in. U hebt geen pijn?" Ik heb geen centje pijn - er is net zelfs nog een winterwortel over het stompje getrokken, maar dat vertel ik maar niet. "U moet het stompje gewoon goed schoonhouden met een elektrische tandenborstel en dan kan dat prima." Hij spreekt deze licht ranzige tekst zonder gêne uit en dan vertrekt hij. Maar goed, ik weet wat me te doen staat: het stompje schoonhouden. 


zondag 1 april 2012

Lekkerder met lucht erin


Het zijn prachtige momenten, de momenten dat je tot een nieuw inzicht komt. Dat hoeven geen hemelbestormende inzichten te zijn. Integendeel, ik kan juist erg genieten van hele alledaagse inzichten. Deze week overviel me ineens de gedachte dat dingen waar lucht in zit lekker zijn. Dat viel me in na het bekijken van de reclame van de nieuwe luchtige Lätta. De nieuwe Lätta ziet er ronduit heerlijk uit. De reclame riep direct het gewenste effect bij me op: ik wilde onmiddellijk die nieuwe Lätta gaan kopen en het ontzettend dik op een verse -liefst zelfgesneden- boterham smeren.

Welke dingen waar lucht in zit nog meer lekker zijn? Een Bros natuurlijk, zo'n chocoladereep met luchtbelletjes erin, chocolade- of vruchtenmousse, Haagse bluf (geklopte eiwit met suiker en bessensap), cake, kruidcake, een omelet, bronwater, cider, noem maar op. Het is bijna altijd lekkerder als er een beetje lucht in zit.

Ik heb de nieuwe Lätta nog niet gehaald. Het blijkt namelijk dat Albert Heijn de exclusieve dealer van de nieuwe Lätta is. Dus als ik het wil, zal ik het daar moeten gaan halen. En dat idee staat me totaal niet aan: als het me niet zo lekker leek, zou het voor mij zelfs een reden kunnen zijn om het product volledig te boycotten.

De illustraties op mijn blog zijn afkomstig van Boomerang Cards.  Hier vind je deze.

maandag 5 maart 2012

De nieuwe Skippy

Het is alweer jaren geleden dat we een konijn hadden. Hij kwam op een goede dag bij ons aanlopen. De oudste twee hadden daarvoor al eens een konijn gehad, dus de jongste claimde dit konijn en noemde hem Skippy. Het konijn was al behoorlijk op leeftijd toen hij bij ons kwam, maar we hebben toch nog ruim vier jaar van hem genoten.


Nog regelmatig praat onze jongste over Skippy. Ze mist hem nog steeds, verzekert ze me regelmatig. En eerlijk gezegd mis ik hem soms ook wel eens. Het was geen aanhalig konijn, het was een eigenzinnig konijn op leeftijd. Maar op de een of andere manier paste het dier bij ons. En hij was een dankbare afnemer van afval van groente. Ik gooi liever niets weg, dus dat kwam goed uit.


Nog steeds gooi ik liever niets weg. Regelmatig verdwijnt er dan ook een restje in de vriezer. En sinds onze oudste op kamers is, is ze een dankbare afnemer van zo'n  restje. Kleine bakjes met inhoud  variërend van een stukje hartige taart tot tortilla's of stamppot verdwijnen in de vriezer. En aan het eind van het weekend gaat dat regelmatig bij haar in de tas. Laatst zei onze zoon: "Zij is de nieuwe Skippy". Wij wisten precies wat hij bedoelde.

zondag 10 juli 2011

Fijnproeverij


Alweer een flinke tijd geleden werd ik geworven voor een testpanel. Lange tijd beoordeelde ik campagnes en gaf ik aan of ik een nieuw product zou willen kopen. Dit jaar mocht ik ineens twee wasmiddelen testen. Daarmee ben ik duidelijk op een hoger niveau van productbeoordeling aangekomen. En binnen dit niveau ben ik alweer een stapje verder gekomen: op het niveau van de fijnproeverij.

Twee weken geleden kreeg ik namelijk een zeer kruidig ruikende envelop in de brievenbus. In de envelop zaten twee nasimixen die ik -of in dit geval: wij- mochten gaan testen. Liefst binnen een week. Voor sommigen hier in huis is het echt teveel om in een week twee keer nasi te eten. Dus ik pakte het iets anders aan: ik maakte twee pannen met nasi, elk met een andere nasimix, maar verder met precies dezelfde ingrediënten. Ik had tijdens het koken de textuur, de kleur, de geur en het welvermogen van de groentemix al beoordeeld. Mix nummer 1 was bij mij veruit favoriet: de ingrediënten bleven mooi van elkaar gescheiden, het werd geen kleffe mix en de groente welde tot een smeuig groentepapje. Het enige wat voor mix 2 sprak was de kleur van de droge vorm: de groentemix welde niet echt geweldig en in de pan maakte de mix het geheel van ingrediënten tot een gele brij.

Toen de pannen op tafel werden gezet, had ik dan ook een duidelijke voorkeur. De hele familie was het erover eens dat nasi nummer 1 er verreweg het lekkerst uitzag. Dus daar begonnen we mee: een half schepje nasi nummer 1 om ruimte te houden voor nasi nummer 2. En nasi nummer 1 smaakte goed; een beetje zurig vond ik, maar wel lekker. Daarna was nasi nummer 2 aan de beurt. En wat blijkt? Ook al zag het er niet zo smakelijk uit: nasi nummer 2 was lekkerder!

Na de maaltijd vulde ik direct de vragenlijst in. Jammer genoeg was die niet helemaal fijnmazig genoeg om al mijn bevindingen te melden. Ik ben duidelijk aan een nog hoger level toe.

dinsdag 5 juli 2011

Dipbakje


Het schooljaar loopt op zijn einde. De oudste twee zijn al even vrij, zij hebben examen gedaan. De jongste heeft nu haar laatste onregelmatige lesweken. De proefwerkweek is achter de rug en de weken hangen nu nog aan elkaar van uitstapjes, vrije dagen en feestjes. Het is dus niet overdreven om te stellen dat hier de ontspanning al flink heeft toegeslagen. E. en ik werken nog even door, maar thuis treffen we om de haverklap laptoppende, snackende en hangende jongeren aan. Al dat ontspannen maakt niet automatisch gelukkig, want met een zee van tijd weet je je soms ook geen raad. Maar gelukkig is er dan nog altijd de Lidl vlak naast de deur. Op iedere dip heeft de Lidl namelijk wel een antwoord. Zo meldde de oudste laatst dat ze voor haarzelf, haar broer en haar zusje een 'dipbakje' had gehaald. Ik stam nog uit de tijd van de Calvé dipsausjes, die werden gemaakt door een zakje om te keren in een bakje en aan te lengen met mayonaise. Nu moet ik er niet meer aan denken, maar destijds was dat lekker. Ik heb dan ook niet onmiddellijk op mijn netvlies wat ze bedoelt als ze tegen haar zusje zegt: "Ik heb een dipbakje voor je in de vriezer gelegd". De vriezer is natuurlijk een aardige indicatie: het zal ijs zijn. "Dipbakje?" vraag ik. "Je weet wel, zo'n nep Ben&Jerry-bakje", zegt ze. Ik weet het niet, ik heb ze nog nooit gezien en ook nu heb ik ze niet in onze vriezer aangetroffen: er is ongetwijfeld sprake van geweest van een snelle en heftige collectieve dip.

woensdag 26 januari 2011

In een testpanel


Ik zit in een panel voor productbeoordeling. Ooit werd ik ervoor gerecruteerd door een oudere dame in het winkelcentrum. En nu krijg ik van tijd tot tijd een enquête toegestuurd waarin mijn mening wordt gevraagd over een nieuw product of een voorgenomen actie. Vandaag kreeg ik weer een enquête toegestuurd. Ik beoordeelde een bakmix voor caramelmuffins, een potje roomsaus, een zakje borrelnoten en een glasreiniger. Van alle producten moest ik deze keer aangeven of ik het zou kopen, hoe vaak ik het zou kopen, of ik de prijs redelijk vind en in een vrije ruimte mag ik dan aangeven waarom ik het product wel of niet zou kopen. Ik vind het ontzettend leuk om te doen. Door al die vragen word ik me namelijk bewust van mijn eigen eigenaardige koopgedrag. Zo zou ik -als ik al roomsaus zou willen- het potje dus nooit kopen. Ik zou liever een mixje uit een zakje gebruiken en dat aanlengen met water. Dan heb ik het gevoel dat ik het nog een beetje in de hand heb. Ik associeer de roomsaus in een blik met vet, chemisch en onsmakelijk. Een potje tomatensaus in glas neem ik daarentegen zonder problemen mee. Geen enkele aanvechting om zelf tomatensaus te gaan maken. Ook de glasreiniger zou ik niet aanschaffen, ik gebruik gewoon een mixje van spiritus en afwasmiddel. Geen speciaal schoonmaakmiddel dus, terwijl ik wel dol ben op speciale schoonmaakattributen. De overeenkomst met de roomsaus is dat ik ook hier weer even zelf iets moet mixen. Het is allebei niet echt veel werk, maar ik doe toch een klein beetje zelf. Dat spreekt me dan ook weer aan bij de muffinmix, die ik niet echt vaak zou kopen. Misschien een keertje, om samen met de jongste te maken, maar voor consumenten zoals ik hoeven ze dit product echt niet in de markt zetten. Maar ook hier spreekt het minimale beetje zelfwerkzaamheid mij aan. En de borrelnoten, ja die lust ik wel- ook al ben ik ook hier geen heavy user. Ook hier de kans niet groot dat ik ze zal kopen; misschien als het heftig in de aanbieding is. Bij borrelnoten ga ik namelijk altijd voor de euroknallers van Super de Boer.

Tja, en wat leer ik hier nou van? Ik ben niet snel te verleiden tot dit soort nieuwe aankopen- bij al die enquêtes ben ik meer of minder geïnteresseerd, maar ik geef bijna altijd aan dat ik het niet of bijna nooit zou kopen. Het is allemaal niet echt groots en meeslepend, maar ik heb er wel enorm veel lol in!