E. zag het al een poosje aankomen. Vorige week hoorde
ik hem het tegen onze zoon zeggen. "Het boze oog is terug." Hij doelt
op mijn kritisch speurende blik op zoek naar mankementen in en om huis. En
inderdaad, ik heb een aantal plekken in huis op de korrel. De hal bijvoorbeeld.
Dat kan echt niet meer. Ooit sneed ik er een stuk vloerbedekking in dat we nog
over hadden. De nieuwe mat die ik vorig jaar aanschafte, is eigenlijk te licht:
hij verschuift voortdurend. En de kapstok, die golf, die hangt er nu al twintig
jaar en die ben ik meer dan zat. Dus ja, inderdaad, ik kijk kritisch rond.
Omdat ik een aantal dagen vrij ben, heb ik alle gelegenheid om bij daglicht een
ander nader te beschouwen. Hoe het eruit moet gaan zien, weet ik nog niet. Dit
weekend keek ik naar tegels voor de vloer. Behalve de bekende
doe-het-zelf-zaken, deden de jongste en ik ook een tegelhal aan. In het
opruimingsdeel van de tegelhal vond ik niets naar mijn smaak. In het duurdere
deel natuurlijk wel. "100 € de vierkante meter", zegt de man van de
tegelhal als ik naar een vloer met stukjes graniet wijs. "Mooi", zeg
ik. De jongste is het met me eens.
maandag 21 februari 2011
zaterdag 19 februari 2011
Voor het leven getekend
Ik lees in de 101 woonideeën dat het combineren van
slapen en baden in één ruimte helemaal 2011 is. In de eighties van de vorige
eeuw, woonden E. en ik in een huis waar die functies ook gecombineerd waren.
Dat wil zeggen: er was een blauwe plastic douchebak in de slaapkamer geplaatst.
Wij kozen ervoor om niet in die slaapkamer te gaan slapen, we kozen liever de
kleine slaapkamer aan de voorkant van het huis. Ons leek dat namelijk helemaal
geen aangenaam idee. Natuurlijk kan het ermee te maken hebben, dat onze
huisbaas die douchebak nogal onconventioneel op een houten vloer had gezet. Hij
had dat gedaan zonder zich al te veel te bekommeren om rottende planken. Het
vochtige klimaat in de slaapkamer zorgde ervoor dat de douchegordijnen rondom
altijd sporen van schimmel vertoonden. Tijdens het douchen werden die beschimmelde
douchegordijnen als twee magneten naar je lichaam gezogen. De vieze kleffigheid
van die koude natte gordijnen doet me nu nog huiveren. Op de randen van de
douchebak bleef het niet bij sporen van schimmel: daar groeiden heuse
paddestoelen. Het romantische beeld van de combinatie van baden en slapen is
dus niet aan mij besteed. Ik ben voor het leven getekend.
vrijdag 18 februari 2011
Were you nursing a semi?
Laat Boer zoekt
vrouw dan een echt vrouwenprogramma zijn, Top
Gear is een echt mannenprogramma. Boer zoekt vrouw heeft
ingrediënten die veel vrouwen aanspreken: (ontluikende) relaties, knappe
mannen (Gijsbert) en romantiek. Top Gear heeft ingrediënten die veel mannen
aanspreken: kameraadschap, directe humor en auto's. Onze zoon is er dol op. Ik
moet eerlijk zeggen dat ik er ook af en toe smakelijk om moet lachen. Ze
bedenken de gekste dingen: een nieuwe camper maken, kijken hoever je op een
tank benzine kunt rijden tot je stilstaat(heeft ook mijn interesse),
brommerrijden in Vietnam, autorijden in de woestijn of op extreme hoogte.
Iedere vrijdagavond is er ook een gast in de studio.
Alle gasten racen in een auto op het racecircuit en proberen zo in de Top Gear
top te komen. Vorige week was Rupert Grint in de studio. Hij speelde in alle
Harry Potterfilms. Rupert deed het goed op de racebaan. In de studio wordt er
nog even nagepraat met Jeremy Clarkson. Zo komt ook ter sprake dat Rupert Emma
Watson in de laatste Harry Potterfilm kust. Hij wil van Rupert weten of hij
Emma leuk vindt. Ook leuk voor de vrouwelijke kijkers. Maar dan schakelt Jeremy
weer over op de mannenmodus: "And were you nursing a semi?", vraagt
hij. Rupert is enigszins in verlegenheid gebracht, zo lijkt het. Ik ken de
uitdrukking niet, maar gelukkig wordt er ondertiteld: Had je een bobbel in je
broek? Weer wat bijgeleerd.
donderdag 17 februari 2011
Alles moet anders
Vandaag had ik op het werk een werkplekonderzoek. Als
gevolg van mijn rugklachten kon ik niet goed op mijn bureaustoel zitten. De
baas gaf me de naam van de bedrijfsfysiotherapeut en die komt dan om te kijken
wat je nodig hebt. Ter overbrugging hebben boezemvriendin en ik van stoel
gewisseld. Niet dat boezemvriendin nou blij werd van mijn stoel, maar ze is
boezemvriendin, dus ze heeft wel wat voor haar geblesseerde vriendin over. Met
een andere collega regelde ik onderhands al een andere stoel.
Als bedrijfsfysiotherapeute mijn stoel ziet, schudt ze
het hoofd. Het is de alleroudste meuk die er binnen het bedrijf te krijgen is,
zo schijnt. En dat geldt niet alleen voor mijn stoel. Mijn beeldscherm, mijn
muis, er is niet veel meer dat voldoet aan de eisen des tijds. Ze schrijft het
allemaal op haar formulier. Als de baas zijn hoofd om de hoek steekt, vertel ik
hem voor hij de kans krijgt om zich terug te trekken: "Alles moet hier
anders."
Bedrijfsfysiotherapeute gaat onverdroten voort. De
stoel wordt op mij afgesteld. Er blijken allerlei ongekende mogelijkheden te
zijn. Zo heb ik vanwege mijn lengte een diepere zit nodig. Ze verlengt de zit
in een handomdraai. Ze probeert het ook even bij mijn oude stoel waar
boezemvriendin nu op zit. Maar het lijkt erop dat dat niet lukt zonder hamer en
nijptang. Ik moet regelmatig een pauze nemen. Mijn werkstijl is, zoals E. het
omschrijft, 'maniakaal'. Dat wil zeggen: ik ga door tot ik klaar ben. Vaak
vergeet ik dan om iets te eten of drinken, hou ik mijn plas ongezond lang op en
zit ik waar ik zit. Bedrijfsfysiotherapeute installeert een programma op mijn
computer waarmee ik er door middel van een stoplicht aan herinnerd word om even
te gaan bewegen. Bij mijn specifieke klachten is het goed om voor ik ga staan
alvast even met mijn benen te gaan bewegen. Zo kunnen de smeerstoffen rond de
gewrichten zich alvast even gaan verdelen en loop ik een stuk gesmeerder.
Tenslotte zet ze mijn rugleuning, zeer tegen mijn zin, los. Ik kom regelmatig
in een kantoor waar je zonder er erg in te hebben zo ongeveer gestrekt ligt als
je onverwacht in de stoel gaat zitten. "Toch even proberen", zegt ze.
"Je moet genoeg tegendruk hebben om steun te voelen." En als het dan
goed is, dan ben ik voortdurend een beetje in beweging. Het is even wennen,
maar de moeite van het doorzetten waard, verzekert ze me. Het valt me niet
tegen. Als bedrijfsfysiotherapeute is vertrokken, komt collega binnenlopen. Ik
zit net te schommelen in mijn stoel. Lekker!
woensdag 16 februari 2011
Paris, Paris
Onze zoon is vanmorgen vroeg naar Parijs vertrokken.
Op voorhand had hij er geen al te hoge verwachtingen van. Via streetview had
hij het hotel in Parijs even opgezocht. Dat viel hem niet mee. 'Het is een
cellenblok in een Parijse getto", was de conclusie. Maar vanmorgen was de
tas gepakt en toen was de goede zin er ook. Een rugtas vol met proviand ging
mee de bus in. En voor de bus vertrok, leek de stemming er al goed in te
zitten.
Vanmiddag rond een uur of vijf belt hij vanuit Parijs.
De reis was voorspoedig verlopen. Onderweg hebben ze niet stilgestaan en zelfs
niet langzaam gereden. Het zat mee. "Dus je zit al in je cel?", vraag
ik. "Het valt best mee", zegt hij. "Eigenlijk is het best
netjes. Er is ook een nette douche." Vooral dat laatste vindt hij als
fervent doucher erg belangrijk. Veel tijd heeft hij niet om te praten. "We
gaan zo Parijs nog even in", zegt hij. Geweldig toch?
Het hoogst haalbare
Van nature ben ik niet erg geordend. Ik doe wel altijd mijn best, maar wanorde ligt altijd meer binnen mijn bereik dan orde. Laatst wilde ik nog laten zien hoe ik voor onze zoon ooit een blauwe auto maakte van een hele grote kartonnen doos. Ik stroomlijnde de auto door de achterzijde van de doos rond te snijden en met papieren plakband te vormen. Blauwe kwast erover, blikjes als koplampen, een flesje met schroefdopje weggewerkt als tank, knipperlichten van lege danoontjes. Kortom, te leuk. Zo leuk, dat ik het meer dan eens op de gevoelige plaat vastlegde. Alleen toen het erop aankwam, kon ik de foto niet te voorschijn toveren uit de grote stapel foto's die her en der verspreid door het huis zwierven. (Jawel, let op! Ik gebruik hier niet voor niets de verleden tijd!) Ik had al eens een poging gedaan om orde aan te brengen door alle foto's die nog niet in een album waren geplakt in een doos waar eens nieuwe kussens in pasten te gooien. Dat is meestal de manier waarop ik zaken opruim: ik verzamel spullen die bij elkaar horen wel bij elkaar, maar zodanig dat je nog met geen mogelijkheid iets kunt vinden. Dat is dan ook eigenlijk geen ordenen, eerder het verplaatsen of verzamelen van rotzooi. Daar ben ik namelijk wel goed in. Ik wist dus dat die foto's ergens in die doos zaten, maar om ze eruit te selecteren, had ik misschien wel een halve dag moeten zoeken.
Daar moest maar eens verandering in komen vond ik.
Wonderlijk genoeg geïnspireerd door mijn moeder (bij haar ligt net als bij mij
namelijk ook wanorde altijd meer binnen het bereik dan orde), schafte ik bij de
HEMA doosjes aan om mijn foto's als in een kaartenbak te ordenen. Ik sorteerde
de foto's op jaartal. Vandaag werkte ik de laatste foto's in doosjes. Ik heb nu
vijf kaartenbakken met foto's, natuurlijk een 'oude doos' en dan nog de foto's
van de kinderen die niet in een album belandden. Omdat het zo mooi ging heb ik
ook een doosje gemaakt voor kaarten, rouwkaarten en gedichten die ik wil
bewaren.
Gisteravond was ik al flink gevorderd; ik had vier
doosjes vol gesorteerde foto's. Mijn zus kwam me halen voor de zumbales.
"Wat netjes!", zegt ze. "Dat wil ik ook!" Ze doelt op mijn
mooie fotodoosjes. "Waar heb je ze gekocht? IKEA?" Ik vertel haar dat
ze van de HEMA zijn. Mijn zus is een stuk geordender dan ik. Zij bewaart zaken
keurig in ordners, ze vouwt handdoeken zo dat ze in keurige rijtjes liggen.
Kortom, ze bedenkt dingen die ik echt nooit zou bedenken als het op orde en
netheid aankomt. Zij is mijn goeroe op dat gebied. En nu neemt zij een
voorbeeld aan mij voor het ordenen van haar foto's. Het complimentje van mijn
zus is dan ook wat de Oscar is voor de filmwereld en de Grammy voor de
muziekwereld: het is het hoogst haalbare. Negenenveertig jaar en nu al zover!
De illustraties op mijn blog zijn afkomstig van Boomerang Cards. Hier vind je deze.
maandag 14 februari 2011
Aan/uit
In de Viva hadden of hebben ze de rubriek Anybody. Ik
lees de Viva tegenwoordig niet meer, dus ik weet niet of ze de rubriek nog
steeds hebben. In deze rubriek zag je het naakte lichaam van een vrouw, zonder
hoofd. Dat hoofd zat er natuurlijk wel op, maar die werd van de foto
afgesneden. De vrouw die naakt poseerde vertelde op welk deel van haar lichaam
ze trots was en welk deel haar niet beviel.
In de Linda is een soortgelijke rubriek. Dat wil
zeggen: er wordt ook bloot geposeerd, met dit verschil dat je op de ene pagina
iemand aangekleed ziet staan en op de andere pagina naakt. Van enige vorm van
anonimiteit is geen sprake meer. In een Linda die ik vorige week meenam
poseerde een man, begin vijftig. Zijn naam, zijn burgerlijke staat, alles werd
erbij vermeld. Op de 'aangeklede' pagina zag de man er prima uit – bij lange na
geen Gijsbert, maar hij kon ermee door. De 'ontklede' pagina roept bij mij één
vraag op: waarom? Waarom zou je dit willen? Op een zeker moment ben je -hoe
goed geconserveerd ook – naakt gebaat bij gedempt licht en soft focus camera's.
Deze man was op dat punt aangeland. In de bijbehorende informatie lees ik dat
hij twee kinderen in de puberteit heeft. Mijn ervaring met drie pubers maakt
dat ik een ding zeker weet: dit leidt tot diepe schaamte natuurlijk.
Abonneren op:
Posts (Atom)

