"Mam, je hobbelt weer." Mijn dochter zei het
zaterdag tegen me tijdens een shopsessie. Het is een familie-ding. Mijn oma
hobbelde over één kant, haar zus zelfs over twee kanten, mijn moeder hobbelt
ook een beetje en als ik moe ben, dan hobbel ik ook. Voor alle duidelijkheid:
we hobbelen met onze heupen. Mijn oma hobbelde altijd. Mijn moeder hobbelt
soms. Ik hobbel als ik moe word. Mijn moeder en ik zullen nooit zo hobbelen als
mijn oma. Tegenwoordig hebben we namelijk kunstheupen. Vandaag heeft mijn
moeder een tweede kunstheup gekregen. Ik hoop dat er tegen de tijd dat ik zover
ben een rubberen emulsie in de heupkom kan worden gespoten. Als ik het pad van
mijn moeder volg, heb ik nog ruim twintig jaar te gaan waarin ze dat uit kunnen
vinden. Moet toch kunnen lijkt me.
dinsdag 12 april 2011
zondag 10 april 2011
In het nette pak
Shoppen vind ik toch echt een uitputtingsslag, het is
zeker niet mijn favoriete tijdverdrijf. En blijkbaar is dat erfelijk, want in
ieder geval twee van onze drie kinderen zijn er niet dol op. Gisteren ging ik
op stap met de oudste -ook geen liefhebster- voor een memorabele shopsessie. Ze
moet morgen namelijk samen met een aantal anderen naar Brussel voor een bezoek
aan de Europese Unie en Neelie Kroes. Met haar mogen ze lunchen. En voor dit
bezoek is nette kleding vereist. Dus geen kaalgeschuurde spijkerbroek met of
zonder gaten deze keer. Een duik in de kledingkast leert dat de galajurk
overdressed is, maar de hele rest van de kastinhoud valt zonder twijfel in de
categorie underdressed.
Dus op zoek naar een nette (spijker)broek en een
colbertje. "Het moet wel 'mij' zijn", zegt ze als met een ongelukkig
gezicht het gordijn van het pashokje opendoet. De zwarte linnen broek die ze
draagt is inderdaad niet helemaal 'haar'. Het is dus de kunst om iets nets te
vinden waar ze zich ook lekker in voelt. We besluiten voor een nette donkere
spijkerbroek te gaan. Het vinden van een nette spijkerbroek is nog helemaal
geen sinecure. 95% van de collectie spijkerbroeken is met zorg voorzien van
bleekvlekken, kreuklijnen en/of gaten. De enkele donkere spijkerbroek die er
tevoorschijn wordt getoverd, voldoet niet. "Eigenlijk zou je een pantalon
moeten hebben", zegt de verkoopster als de oudste uitlegt dat ze eigenlijk
een nette broek wil. Ze is geschikt en belt naar een collega om te vragen of
zij nette broeken en jasjes in de collectie heeft. Niet echt, zo blijkt. Ze
adviseert ons eens bij een concurrent te gaan kijken met een iets breder
assortiment. En daar slagen we. Bijna een dagdeel na ons vertrek komen we aan
met een heuse zwarte pantalon, een perfect passend jasje, een mooi halssieraad
en -niet voor morgen, maar voor zomaar- een giletje. Uitgehongerd vallen we aan
op de lekkere broodjes die thuis voor ons klaarliggen. Vervolgens storten we
uitgeput in – ieder op een bank. Maar het is gelukt! Ze is er klaar voor.
woensdag 6 april 2011
Goed nieuws
De jongste komt opgetogen uit de Lidl. Ze trof er haar
favoriete leerkracht van de basisschool. Hij vond dat ze zo groot geworden was.
"Je krijgt steeds meer het postuur van je moeder", zei hij tegen
haar. "Ik vat het op als een compliment", zegt ze opgetogen. Ik ben
enigszins verbaasd: de jongste is ronduit rank en voor mij is dat toch alweer
een hele tijd geleden. We praten er aan tafel over. "Dat was voor ik
jullie kreeg", mijmer ik. Ik wil even lekker losgaan over alles wat er na
ieder kind aftakelde, maar ik word door E. afgestopt. "Goed dat we niet
nog meer kinderen hebben gekregen, dan had ik je op een bed door Gorecht moeten
rijden.", zegt hij.
Dit moet ik even toelichten. Jaren geleden schoof een
man zijn vrouw regelmatig op een bed door het winkelcentrum. De man was tenger,
de vrouw flink uit de kluiten gewassen. Hoe druk het ook was, zij waren er. Ik
vond dat altijd fascinerend: een vrouw op een rijdend bed! Waar kwamen ze
vandaan? Hoever was die man komen lopen met dat bed? Ik benijdde haar niet om
het feit dat ze niet meer in staat was om het winkelcentrum in te lopen, maar
aan de andere kant leek het me te gek om op een bed door het winkelcentrum te
worden gereden.
"Alsof jij me op een bed door Gorecht zou gaan
rijden", zeg ik. Ik zie aan zijn gezicht dat daar inderdaad weinig kans op
zou zijn. Een rijdend bed zou voor mij overduidelijk geen enkel nut hebben,
want ik zou het huis niet meer uitkomen als E. me zou moeten schuiven.
De jongste pakt de draad van haar verhaal weer op.
"En weet je wat ik ook nog hoorde?", zegt ze. "Meester G. is helemaal
niet dood!" Twee weken geleden kwam de oudste in schock thuis, omdat één
van de kleuters van haar kleutergymgroep had verteld dat meester G., een van
haar leerkrachten van de basisschool, dood was. "Hij heeft kanker en is
heel erg ziek, maar hij is nog niet dood. Het is afwachten", zegt ze. Ze
had het mij al eerder verteld. Ze kon niet wachten tot ze het haar zus kan
vertellen: "Dat is goed nieuws toch! Hij is nog niet dood!" En nou
maar hopen voor meester G. dat het nieuws nog beter wordt.
maandag 4 april 2011
Het Linda de Mol-principe
Vandaag was ik helemaal in Linda de Mol. Vorige week
zag ik een aflevering van de College Tour van Twan Huijs met Linda de Mol.
Alles wat Linda aanpakt verandert in goud, dus toen ik voorbij zapte, wilde ik
wel even horen wat ze te zeggen had. Je weet immers maar nooit… En zoals vaak
is het juist de eenvoud die het briljant maakt. "Ik doe eigenlijk gewoon
wat ik leuk vind. En blijkbaar vinden heel veel mensen leuk wat ik leuk vind.
Eigenlijk ben ik heel doorsnee.", was een oneliner van Linda die is
blijven hangen. Voor Linda werkt het dus zo! In haar blad Linda. snijdt
ze vooral onderwerpen aan die zij leuk vindt. En toevallig vinden heel veel
Nederlanders -waaronder ikzelf- dat leuk.
Zo simpel is het dus. Vandaag heb ik de hele dag het
Linda de Mol-principe toegepast. Ik ben namelijk ook heel gewoon, een doorsnee
medewerker van ons bedrijf. Waarom zou dus wat voor Linda werkt voor mij niet
werken? Als ik iets leuk vind, zullen de meeste medewerkers dat wel leuk
vinden. Of het voor het bedrijf werkt, moeten we nog even zien, maar voor mij
werkt het uitstekend! Het bevordert in ieder geval het plezier in het werk.
zondag 3 april 2011
Man van de toekomst
Sinds kort zijn wij op het werk aan het yammeren.
Yammer is een soort bedrijfstwitter. Het initiatief hiervoor kwam van de baas.
Inmiddels zijn al veel mensen op Yammer. Het gaat als het ware vanzelf. Er
wordt van alles met elkaar gedeeld: uiteenlopend van dagdromen,
vergaderimpressies tot brandende vragen. De baas zelf doet het goed op de
scoreborden die Yammer er gratis bij levert. Hij is degene met de meest volgers
van allemaal en hij staat ook bovenaan voor wat betreft de 'likes'. Mensen
vinden zijn bijdragen dus leuk of zinvol.
Een tijd geleden gingen boezemvriendin en ik naar een
symposium waar een beeld van de toekomst werd geschetst. Een van de sprekers
gaf aan dat het huidige organisatiemodel volgens hem op zijn laatste benen
loopt. In de toekomst zal het er meer om gaan dat je je onderdeel weet van een
netwerk en op die manier je plek vindt. Vanuit dat perspectief vertelde ik de
baas laatst: "Jij bent echt een man van de toekomst. Kijk maar naar
Yammer. Je hebt de meeste volgers, je wordt het meest geliked. Kortom, je zit
gebeiteld." Ik zeg wel eens iets wat de baas niet bevalt, maar dit beviel
hem natuurlijk zeer. Het is terecht.
Gisteren ook weer: de baas twitterde er vrolijk op los
dat hij had meegedaan aan een hardloopevenement op het werk (ikzelf was
wijselijk niet van de partij). Lange tijd liet de baas zijn volgers op twitter
en facebook weten hoe het ging met zijn hardloopprestaties. Dan kon je lezen
dat hij een flink eind had gerend en dat zijn 'state of body en mind' 'feeling
good' was. Het valt me nu pas op dat die berichten al een tijd niet voorbij
zijn gekomen. "Wat is daar eigenlijk mee gebeurd?", vraag ik hem via
een directe boodschap op twitter. "Dat soort dingen deel ik niet
meer", laat hij weten. Ik reageer echt Gronings: "Jammer ja"
(voor niet-Groningers: de toevoeging van ja maakt het echt goed
Gronings). En dan reageert de baas als echte man van de toekomst: "Ik zal
mijn besluit weer overwegen en mogelijk meer gaan delen, want geven is het
nieuwe nemen." Kijk die houding en dat soort teksten brengen hem nou
bovenaan die scoreborden op yammer.
zaterdag 2 april 2011
De envelop
Mijn rijbewijs en mijn paspoort verlopen allebei dit
jaar. Tot mijn verbazing kreeg ik enige tijd geleden een herinnering voor mijn
rijbewijs van de Rijksdienst voor het Wegverkeer. Dat herinner ik me helemaal
niet van de vorige keer, maar dat is dan ook alweer tien jaar geleden. Als ik
dat geweten had, dan had me dat de afgelopen jaren veel onrustige momenten
gescheeld. Het is me meer dan eens overkomen, dat mijn temperatuur hoog opliep
en ik in lichte paniek de geldigheidstermijn checkte. Volstrekt onnodig dus.
Vanmorgen valt er een brief van de gemeente op de mat
met de boodschap dat de geldigheid van mijn identiteitsbewijs/paspoort
binnenkort verloopt. Er is een folder bijgevoegd en tot mijn stomme verbazing
zit er nog een brief in. Het blijkt een brief voor E., waarin ook hij op de
hoogte wordt gesteld van het verlopen van de geldigheidsduur van zijn paspoort.
"Dat hebben ze zomaar samen in een envelop gedaan!", zeg ik tegen E.
"Bij wie had jij dan in de envelop willen zitten?", vraagt hij. Ik
stel hem gerust: ik zou absoluut bij geen ander in de envelop willen zitten.
Deze week zal ik naar het gemeentehuis gaan om de
nieuwe documenten aan te vragen. De vereiste pasfoto's heb ik al laten maken.
In mijn vorige paspoort lach ik vriendelijk in de camera. Dat zit er nu niet
in. Met een waar boeventronie sta ik erop. Dat hoort tegenwoordig namelijk zo.
De oren bloot, de mond dicht en vooral: niet lachen.
vrijdag 1 april 2011
Jij & ik-steekje
Woensdagmorgen ga ik met mijn moeder op stap. Tussen
de middag zijn we terug hier op de thuisbasis. Mijn moeder eet een broodje mee.
Als ik mijn jas uitdoe, zie ik dat de naad onder mijn oksel is losgelopen – wie
weet hoe lang al. Ik heb er niets van gemerkt. "Kom maar even", zegt
mijn moeder. "Dan maak ik 'm even met een jij & ik-steekje." Ik
zoek een naald en draad en mijn moeder laat zien hoe mooi je een losgelopen
naad op die manier kunt repareren. "Vooral als iets gevoerd is, is dit een
heel handige steek", vertelt mijn moeder. Ze leerde 'm onlangs nog bij van
een bijzonder nette naaister. "Je moet niet overhands naaien, maar recht
naar boven steken", vertelt ze. En inderdaad, het wordt een keurig naadje,
net alsof het – zoals het hoort- op de verkeerde kant gestikt is. 's Middags
probeer ik het zelf ook nog even bij een donkerpaars gevoerd giletje van de
oudste met een prima resultaat. Deze vergeet ik niet weer.
Abonneren op:
Posts (Atom)