zondag 9 januari 2011

Geduld oefenen


"Als jij dood gaat, dan ga ik een hele speech houden", zegt de jongste. Ik ben benieuwd. "Wat ga je dan vertellen?", vraag ik. "Ik ga zeggen dat het leuk met je was in goede en in slechte tijden." Gezien de situatie en de dreigende toon waarop ze een en ander zegt, zal dat niet alles zijn.
 
"Maar ik ga ook zeggen dat er ook dingen waren die je best had kunnen verbeteren." Ze doelt op mijn ongeduld. Ik ben bezig haar te overhoren en ze stelt mijn geduld -waarvan mij inderdaad weinig is toebedeeld- tot het uiterste op de proef. Ze moet de Griekse goden leren en dat lijkt maar niet door te dringen. Ze heeft de neiging om zich te laten afleiden door een stofwolkje dat neerdwarrelt. 
Wat haar interesseert onthoudt ze wel. Zo kon ze lange tijd naar aanleiding van een spreekbeurt in klas 6 van de basisschool tot tien tellen in het Koreaans. De verhalen van de Griekse goden kan ze wel vertellen: dat de Grieken hun doden muntjes op de ogen legden om de overtocht over de rivier naar de onderwereld te bekostigen. Maar dat de god die daarbij hoort Hades is, lijkt maar niet door te dringen. Zelfs niet als ik zeg: "De god van de onderwereld is Hades", en haar dan direct vraag: "Wie was ook nog maar de god van de onderwereld?", dan kijkt ze me niet-begrijpend aan. Ik val uit, ook al is dat niet erg pedagogisch: "Als ik zeg: je mag drie koekjes pakken en ik vraag je direct daarna: hoeveel koekjes mocht je ook alweer pakken? Dan weet jij best dat het er drie zijn", zeg ik. "Hoe kan het dat je dit niet onthoudt?" Ze weet het zelf ook niet en ze baalt ervan. We laten het even rusten, oefenen later nog en dan ineens -met een paar ezelsbruggetjes erbij- kent ze ze. Hopen dat ze het als ze morgen wakker wordt, ook nog weet.

De illustraties op mijn blog zijn afkomstig van Boomerang Cards.  Hier vind je deze.

18-07-2024: illustratie toegevoegd.

zaterdag 8 januari 2011

Nutty of brainy?


Ooit kreeg ik de oude brommer van mijn jongste oom. Het was een rode Puch die werd geleverd met een bepaald niet-bijpassende lichtblauwe helm. Alhoewel ik aanvankelijk niet direct 'ja' tegen de brommer zei- ik vond dat ik het op de fiets ook prima afkon- was het toch een echte topper. Ik heb ontzettend veel plezier van die brommer gehad. En ik niet alleen, ook mijn beste vriendin van toen. Alhoewel het brommertje eigenlijk niet bestemd was voor twee personen, reisden we toch overal met z'n tweeën heen. Ik pikte haar op in Winneweer en zo reisden we over het platteland van schuurfeest naar zolderfeest naar schuurfeest.

Over de lichtblauwe helm was ik minder enthousiast. Het was echt babyblauw en bepaald niet cool, iets wat mijn oom destijds zeker wel was. Volgens hem moest hij de meisjes met een stok van zich slaan. De lichtblauwe helm heeft daar vast en zeker niet aan bijgedragen. Maar goed, om te kunnen rijden op de rode Puch, moest ik de lichtblauwe helm op de koop toe nemen.

Ik kwam nooit iemand anders tegen met een lichtblauwe helm. Tegenwoordig is de trend op het gebied van helmen wel heel bizar, al moet ik wel zeggen dat ik ze hier nog nooit heb gezien: een nutty helmet of brainy helmet. Kijk voor meer van dit soort trends op http://trendhunter.com.

vrijdag 7 januari 2011

De kromme en de blinde


Collega komt binnenstormen in het kantoor van boezemvriendin en mij. Onze deur staat eigenlijk altijd open. Niet dat een gesloten deur een hindernis voor hem vormt, het is eerder een uitdaging. "Hoe is het?", vraagt hij. "Wel goed", zeggen we. Dat is niet helemaal waar, want boezemvriendin heeft een ontstoken oog en ik heb last van mijn rug. Hij kijkt mij aan. "Beter dan in het begin van de week. Ik kan eigenlijk niet goed zitten, liggend gaat het prima", zeg ik. Begin deze week kwam hij namelijk ook even langs terwijl ik krom naast mijn bureau stond. "Toen nam ik net een paracetamol toen je binnenkwam toch?" "Eén? Eén?", zegt hij "zeg maar gerust bakken vol." "En jij?", vraagt hij aan boezemvriendin, die haar voortdurend lekkende oog dept. "Ik heb een ontstoken oog", zegt ze. "Je ziet het misschien niet, maar het prikt en ik heb het gevoel alsof ik een enorm oog heb." Boezemvriendin heeft een blad op haar bureau liggen met de titel Horizontaal. "Was dat niet jouw lijfblad?", grapt hij tegen mij. Hij vindt het enorm vermakelijk, twee van die kneuzen in één kantoor. "Ze zeiden hier verderop al: Moet je daar gaan kijken daar zitten de kromme en de blinde!" We lachen er smakelijk om en zo houden onze collega's ons dus op de been.

woensdag 5 januari 2011

Sierprakken


Onze kinderen zijn liefhebbers van de gestampte pot. In de winter eten we dan ook regelmatig stamppot, variërend van hutspot, stamppot snijbonen tot boerenkool. Allemaal hebben ze een andere favoriete stamppot. "Op dit moment staat bij mij deze stamppot op nummer één", zegt onze zoon. We eten stamppot snijbonen. "Bij mij op twee", zegt de jongste. Bij haar staat hutspot namelijk op één. "Bij mij ook", zegt de oudste, want die houdt het meest van boerenkool.

Maar welke stamppot ik ook maak, meestal wordt er met smaak gegeten. Onze dochters nemen daar vaak alle tijd voor. Het zijn langzame eters. Goed voor hun spijsvertering, maar bij ons -snelle eters- wekt het soms wel irritatie. De jongste is druk bezig haar augurken te rangschikken. Ze prakt de -al dubbel en dwars gestampte- stamppot nog eens heen en weer. Als ze er met haar vork een mooi gelijkmatig patroontje in prakt, vindt E. het wel genoeg en zegt: "Hou nou maar op met sierprakken en begin te eten."

dinsdag 4 januari 2011

Nieuwjaarscompetitie


Onze jongste badmintont. Dat doet ze nu al zo'n drie jaar. Dit jaar maken we in ieder geval de derde nieuwjaarsvisite mee. De nieuwjaarsvisite bestaat eruit dat het lid -in dit geval onze dochter- iemand mee mag nemen naar de les en aansluitend kan er dan een drankje met een handjevol pinda's worden weggewerkt. Het eerste jaar hadden we deze traditie nog niet helemaal te pakken, dus toen was er geen vader, moeder, broertje of zusje bij haar. Met haar gebruikelijke gevoel voor drama vertelde ze dat ze de enige was die zonder ouders was komen opdraven. Vervuld van schuldgevoel ging ik vorig jaar dan ook met haar badmintonnen – om vervolgens te ontdekken dat er slechts twee andere ouders waren komen opdagen. Met terugwerkende kracht zakte mijn schuldgevoel in als een cake in een tochtende oven. Ik zette de hele les natuurlijk wel mijn beste beentje voor en de jongste leerde mij alle tips en trucs.

Dit jaar was haar vader aan de beurt. Daar was geen ontkomen aan, want ik lig met rugklachten te vegeteren op de bank zodra ik thuis ben van het werk. Vandaag ging het alweer beter dan gisteren, maar toch nog net niet genoeg om te kunnen denken aan badminton. Anders dan ik is E. zeer competitief ingesteld. Vorige week schaatste hij nog met een aantal geoefende schaatscracks mee op het Zuidlaardermeer. En vroeger op fietsvakantie kon hij het ook al niet verdragen als er iemand harder fietste. Dus na de badminton kwam in de kleedkamer de onvermijdelijke vraag aan de jongste: "En wie was beter, mamma of ik?" De jongste komt het me meteen vertellen als ze thuiskomt. "Ik zei: even goed", vertelt ze er direct bij.

Onder het eten zeg ik tegen E.: "Dus je vond het ook wel leuk om te badmintonnen?" Hij houdt het een beetje in het midden. "Jammer dat je niet zo goed was als ik", zeg ik. E. lacht er smakelijk om, hij kan mijn opmerking duidelijk niet serieus nemen. "Volgend jaar", zegt hij, "dan gaan wij samen met haar mee. En dan maak ik je helemaal in." "Ik ga ook mee", zegt onze zoon "en dan maak ik jou helemaal in", zegt hij tegen zijn zusje. Ze hebben er overduidelijk zin in. Jammer dat het nog een heel jaar duurt.

maandag 3 januari 2011

Op de letter



Sinds een paar dagen 'zit' ik ook op Twitter. Het is nog even wennen. De baas zat al op twitter. Ik ben nog maar net in de lucht, of hij is al aan het volgen. En het duurt maar even voor ik een boodschap van hem ontvang via Twitter. Een berichtje op Twitter, een tweet, mag 140 tekens bevatten. En dat vind ik een leuke uitdaging. Ik stuur de baas dan ook twee boodschappen achter elkaar van precies 140 tekens. Opdat het hem niet ontgaat, twitter ik na twee berichtjes: "Dat was er net weer eentje van 140 tekens. Alleen om te laten zien dat ik het kan!" Hij is niet onder de indruk: "Verder alles in orde?" twittert hij.

Baas over woorden

Ooit liet ik me ontvallen dat ik geen andere leidinggevende ambitie heb dan baas over woorden te zijn. Een weinig bescheiden ambitie, waar ik een leven lang mee vooruit kan. Het minste wat een baas over woorden moet kunnen is berichtjes van precies 140 tekens de wereld insturen. Ik ben inmiddels zoveel baas over woorden dat dat me gemakkelijk afgaat. Het wordt je ook gemakkelijk gemaakt: de tekens worden afgeteld.

Handmatig

Ooit deed ik het nog handmatig. Voor mijn afstuderen deed ik met een een medestudente namelijk een jaar lang leesonderzoek onder allochtone jongeren. Daarvoor schreef ik een aantal teksten in de week. Die teksten moesten dezelfde moeilijkheidsgraad, hetzelfde thema en dezelfde lengte hebben om een goede vergelijking te kunnen maken. Op een gegeven moment kon ik bijna op de automatische piloot schrijven op leesbaarheidsindex en lengte. Ik schreef ze op 85, 90, 95. Of dat ook gelukt was, kon ik pas zeggen na een uitgebreide tel- en rekensessie. Dat hoeft voor Twitter dus niet meer.

zaterdag 9 oktober 2010

Ongeduld



Regelmatig neemt E. een film mee van de bieb. Eerlijkheidshalve moet ik zeggen: met wisselend succes. Vanavond zaten we paraat voor de Scandinavische film O'Horten. Wat mij betreft geen succes; na drie minuten verveelde ik me al dood. Te weinig tempo, geen spanning en te weinig actie naar mijn smaak.

Maar ik ben dan ook een fan van ziekenhuisseries waar in korte tijd onwaarschijnlijk veel gebeurt. Ooit shockeerde ik een inmiddels gepensioneerde collega met mijn imitatie van het introfilmpje van mijn destijds favoriete ziekenhuisserie ER. Ik rende het kantoor binnen, kroop op mijn knieën op het bureau en gaf een denkbeeldige reanimatie ten beste. Mijn collega is nooit meer helemaal over die imitatie heen gekomen. En dat was alleen nog maar wat er in de eerste seconden gebeurde. In drie minuten was er iemand van de dood gered, hadden we minstens een amputatie gezien, waren ingewanden weer op hun plek gestopt, was een relatie gestart of verbroken en was er een sluimerend personeelsconflict de kop ingedrukt. Voor alle duidelijkheid: het was niet of het een of het ander, maar alles tegelijk. En dan waren er nog tweeënveertig minuten over waarin allerlei andere miraculeuze medische kwesties en relatieperikelen de revue passeerden. Inmiddels kijk ik niet meer naar ER omdat dat me ook verveelt, ik vind het tempo te laag. Tegenwoordig is Grey's Anatomy mijn favoriete ziekenhuisserie.

Sinds ik de veertig ben gepasseerd, lijkt het of mijn geduld steeds verder afneemt. Ik had verwacht dat je naarmate je ouder wordt steeds geduldiger wordt, maar bij mij is dat niet het geval. Als ik niet direct word gegrepen door een film, boek, televisieserie of muziek, dan leg ik het aan de kant. Zo zal er door mijn ongeduld ook veel moois voor mij verloren gaan. Gelukkig blijft er nog genoeg over.

De illustraties op mijn blog zijn afkomstig van Boomerang Cards.  Hier vind je deze.