donderdag 19 april 2012

HALLO HOE doe je?

HALLO HOE doe je?, luidt het berichtje op mijn skype account. Het is een berichtje van ene James Mattis. Hij wil vrienden met me worden. Ik ken James Mattis natuurlijk helemaal niet. "Hoe komt zo iemand nou bij mij terecht?, vraag ik de kinderen. "Dan bekijken ze je foto", zegt de jongste. De oudste heeft nog een andere optie: "Of ze typen gewoon een letter." Op facebook kreeg ik een uitnodiging van ene Hany Kamel. Hany heeft nog maar vier vrienden en wil ook vrienden met mij worden. Ik ken Hany verder niet. Vrienden worden zit er dus niet in.

Vanmorgen hoorde ik op de radio een interview met de hoofdredacteur van het blad Psychologie. In dat interview komt naar voren dat de meeste mensen geen realistisch zelfbeeld hebben. Mensen denken van zichzelf dat ze leuker, knapper, aardiger en slimmer zijn dan ze echt zijn. Klinisch depressieve mensen hebben het meest realistische beeld van zichzelf. En daar word je dan niet echt blij van.

Ik ben duidelijk niet depressief. Ik ga ervan uit dat dit soort vriendschapsverzoeken van wildvreemden te maken hebben met mijn goede looks en leuke positieve uitstraling. Maar dat is natuurlijk niet het geval. Hoogstwaarschijnlijk is het pure willekeur of  wanhoop. 

woensdag 18 april 2012

Ontspannen ongeorganiseerd

Onze jongste wordt regelmatig verrast. Dat komt omdat ze niet erg georganiseerd is. Ze heeft een agenda, maar die is voornamelijk decoratief. Echt belangrijke boodschappen worden er niet in opgetekend. Gelukkig krijgen we toch nog het een en ander mee via het huiswerkportaal. Vanmiddag belt ze me. Ik ben bij wijze van uitzondering op woensdag aan het werk. "Hoi mam, ik ga uit eten in Duitsland", jubelt ze door de telefoon. Ze doet tweetalig onderwijs Duits en is bij de beste drie van de klas. Bij wijze van traktatie gaan ze met de verantwoordelijke leerkrachten over de grens eten.
"Had ik je dat niet verteld?", zegt ze. Nee, dat had ze me niet verteld. Ze had me wel verteld dat ze hun proefwerken moesten laten zien om te kijken of ze goed presteerden. Maar dat heeft ze vervolgens niet gedaan. De docent was echter niet voor een gat te vangen en haalde haar cijfers uit het huiswerkportaal. "En kunnen jullie ons ophalen uit Weener vanavond?", vraagt ze. Ik zeg dat het vast wel kan. Als ik thuis ben is ze al vertrokken.

Haar ongeorganiseerdheid vraagt veel van ons improvisatievermogen. Gelukkig zijn we flexibel. Dat is een voorwaarde als je met zijn vijven - nu eigenlijk met zijn vieren- in een huis woont. We zijn allemaal anders. Onze zoon en ik zijn graag op tijd en goed voorbereid: we lijken daarin veel op elkaar. Ik zou ons geen planners willen noemen, daarvoor houden we teveel van ruimte. E. en onze oudste zijn losser: ze zijn wel op tijd, maar niet -zoals onze zoon en ik- bij voorkeur te vroeg. In het voorbereiden van zaken zijn ze net iets relaxter, in mijn ogen soms te relaxed. Bij onze jongste heeft relaxedheid plaatsgemaakt voor ongeorganiseerdheid. Die ongeorganiseerdheid hanteert ze zeer ontspannen. Ze lijkt er altijd vanuit te gaan dat het wel los zal lopen. En dankzij onze flexibliteit is dat ook zo.

Om kwart over zeven belt ze: of we haar om kwart over acht willen komen halen. Mooi op tijd! Dat is haar duidelijk ingefluisterd door haar georganiseerde Duitse leerkracht.

dinsdag 17 april 2012

Even stilstaan

Het lijkt helemaal nog niet zo lang geleden dat ik naar de middelbare school ging. Toch is dat al heel lang geleden. Het was in de jaren ´70, toen disco nog in was.
Het lijkt ook nog niet zo lang geleden dat E. en ik samen kwamen. Toch is dat ook al heel lang geleden. Het was nog in de tijd van schuurfeesten, cassettebandjes, lp's en de telefooncel. Kun je nagaan.
Het lijkt zeker ook niet lang geleden dat ik begon met werken. Maar inmiddels is dat ook alweer een indrukwekkende tijd geleden. De computer was nog een noviteit: Collega H. werkte als enige met een joekel van een apparaat. Ikzelf werkte nog met een typemachine.
Het lijkt evenmin lang geleden dat de oudste werd geboren, maar inmiddels woont ze al wel op zichzelf. 

Meestal sta ik niet stil bij het verstrijken van de tijd. Maar vanmiddag ging ik naar de begrafenis van een oude baas. En dat is een moment om even stil te staan. En pas als je echt stilstaat valt het je op hoe snel het leven gaat.

Oude baas en ik waren jarenlang buren op kantoor. Hij was een erudiet man met een brede interesse. Dat zag je ook als je op zijn kamer kwam; de clean desk had zijn intrede nog niet gedaan - en als het al wel zo was geweest, dan had hij daar ook niet aan meegedaan. Op zijn kantoor stapelden de boeken en het papier zich steeds hoger op. Regelmatig schoof hij even aan bij mijn opgeruimde vergadertafel. Daar zaten we dan stilzwijgend bij elkaar. Ik werkte imiddels met de computer en hij schreef brieven of maakte aantekeningen met zijn vulpen. Hij nam er de tijd voor om een brief of een toespraak te schrijven. En dat lijkt dan al wel heel lang geleden -en dat is het ook.

zondag 15 april 2012

n Raive dat wie hebben...

Zelf groeide ik op in Woltersum. Dat ligt in Fivelingo: het hart van Groningen. Toen ik opgroeide sprak iedereen het dialect van die omgeving met elkaar. Het mooiste Gronings vond ik dat. En iedereen vond dat heel gewoon. Tot ik op de middelbare school kwam. Daar was het helemaal niet gewoon dat je thuis en in je directe omgeving Gronings sprak. Sterker nog: het mocht niet, ook niet onderling. De Nederlandse lerares pikte alle kinderen met een Gronings accent eruit. Grappig genoeg was ik daar niet bij, terwijl ik een van de weinigen was die zelf dialect sprak. De ouders van het grootste deel van mijn klasgenoten spraken uiteraard Gronings, maar die hadden hun best gedaan om met hun kinderen keurig Nederlands te praten. Maar niet goed genoeg dus, volgens mijn Nederlandse lerares.

Toen ik later Nederlands ging studeren was mijn Groningse dialect juist heel waardevol. Het was een tweede taal! Eigenlijk was het natuurlijk mijn eerste taal: ik denk en droom in het Gronings. Als ik op het werk bijvoorbeeld diep in gedachten ben en je stoort me, dan reageer ik in het Gronings. Het Nederlands is mijn tweede taal en dat beheers ik ook heel behoorlijk. Ik leerde op de universiteit hoe het kon dat de Nederlandse lerares mij er niet uitpikte en veel van mijn klasgenoten wel. Het is namelijk juist goed om twee talen volstrekt gescheiden aan te leren: school, televisie kijken en voorlezen in het Nederlands en al het andere in het Gronings.

Toen onze eerste werd geboren, gingen E. en ik Gronings tegen haar praten. Dat voelde heel natuurlijk aan: tegen alles wat niet terugpraat, praat ik sowieso Gronings. Het grappige is, dat ze eerst in het Gronings terugpraatte, maar onder invloed van de crèche al snel overstapte op het Nederlands. En dat deed ze heel consequent. Zo ontstond de situatie die nu nog steeds bestaat: wij praten Gronings tegen de kinderen en zij praten Nederlands terug. Tenminste, tot voor kort.

Onze zoon spreekt namelijk steeds meer Gronings en dat gaat hem goed af. In onze woonplaats wordt het veenkoloniaalse Gronings gesproken en daar geniet hij zeer van. Zelf spreekt hij net als wij het Gronings van het Fivelingo, maar zo nu en dan geeft hij er een veenkoloniaals tintje aan: de klabbe (klapbrug), het draaigie (een brug die draait), tweie, dreie, vaare, als het even kan plakt hij er een -ie of een -e achter, ook als dat niet hoeft. Voor hem geldt nou eenmaal net als voor mij dat de overdrijving zijn favoriete stijlfiguur is.

Zo nu en dan loopt hij tegen een mooie spreuk aan die hij met ons deelt. Zoals deze tekst die hij las op een hele oude tractor: Geld dat hebben wie nait, mor n raive dat wie hebben...

zaterdag 14 april 2012

Koop dat spul!

Een tijdje geleden verraste collega A. me op een kuipje luchtige Lätta. Het was een cadeautje naar aanleiding van een stukje dat ik erover had geschreven. De reclame van de nieuwe Lätta doet je namelijk watertanden.

Mijn eerste ervaring met de flink gekoelde Lätta viel enigszins tegen: ik had meer luchtbelletjes verwacht. Maar wat blijkt? De luchtbelletjes komen pas goed tot hun recht als de boter niet helemaal gekoeld is - het kan natuurlijk ook dat onze koelkast te koud staat. Dat is niet uitgesloten.

Pas als het even buiten de koelkast staat is het dus goed luchtig. En dan is het werkelijk heerlijk. De paasdagen stelden me in de gelegenheid om het op veel verschillende soorten brood te proeven. Op roggebrood, suikerbrood, ontbijtkoek, compactbrood, maanzaad bruin, krentenbrood, mueslibonk, noem maar op, het smaakt goed op alles. Naar het werk neem ik twee compactbroodjes met niets anders dan luchtige Lätta mee in een broodtrommel: niet te versmaden!

Ik heb dus maar één advies: koop dat spul!

vrijdag 13 april 2012

Moeke en de wichter in de wolken

Nou het is gelukt! Moeke is de lucht in geweest en we hebben prachtige dagen gehad in Edinburgh. Echt een tripje om in te lijsten. Met een appartement aan de High Street in Edinburgh zaten we in het hart van the Old Town. Moeke en zus zijn prima gezelschap, we kennen elkaar als onze broekzak en kunnen goed met elkaar, dus het was fantastisch. Mijn zus en ik sliepen op een slaapkamer. Dat is heel lang geleden. Ooit verhuisden we van het kleine huisje waar we allebei werden geboren naar een groter huis. Ik was een jaar of vijf denk ik, mijn zus een jaar of drie. In het grote huis hadden we ieder een slaapkamer: een ongekende luxe! Maar blijkbaar zaten we niet op die luxe te wachten, want nog jarenlang kropen we 's avonds bij elkaar in het eenpersoonsbed. Dat zit er nu niet meer in, maar het is nog steeds zo dat we niet snel te diep in de comfortzone van de ander zitten: we kunnen elkaar bijzonder goed verdragen. Of zoals mijn zus het zei: "Wij irritaaieren mekaar nooit."

Je eerste keer vliegen is een bijzondere ervaring. Zeker met de toegenomen veiligheidsvoorschriften is het inchecken op het vliegveld een hele onderneming. Mijn moeder is met haar twee nieuwe heupen van flink wat lichaamsvreemd materiaal voorzien, dus bij haar gingen de beveiligingspoortjes natuurlijk af. De blieper op het lichaam gaf keurig een bliepje op iedere heup. Toen die hindernis eenmaal genomen was, kon het avontuur beginnen. In het vliegtuig bleek er nog een extraatje te zijn. Twee banken voor ons zat namelijk een stel dat blijkbaar ambities had om lid te worden van de Mile High Club (de club van mensen die het ooit in een vliegtuig hebben gedaan). En wel op de bank voor ons. Zoiets zou natuurlijk heel spannend en opwekkend kunnen zijn, maar dat was het niet. Het was al met al vrij onsmakelijk. "Hij doet het helemaal verkeerd", zeg ik tegen mijn zus. "Hij zit als een wilde in haar mond te centrifugeren. Het is gewoon onsmakelijk. Eigenlijk zou iemand dat tegen hem moeten zeggen." De eerlijkheid gebiedt me echter te zeggen dat zijn vriendin blijkbaar geen moeite met zijn centrifugerende bewegingen had. Dat hebben we uitgebreid kunnen constateren, want het was geen bevlieging van affectie of lust: het was een sessie van één uur en veertig minuten.

Mijn moeder had er minder oog voor dan ik, maar ik zat dan ook aan het gangpad met geen uitzicht op het geweldige wolkendek of de spectaculaire Schotse heuvels. En dan word je natuurlijk gemakkelijker afgeleid. Achteraf bleken ze ook de terugreis in het vliegtuig te zitten, maar niet op een plek waar wij ze konden zien. Pas toen ze -net als de heenvlucht- als laatste het vliegtuig verlieten, herkende ik ze -dankzij mijn oplettende observaties tijdens de heenvlucht.

Kortom: je beleeft nog eens wat als je op stap gaat!

dinsdag 10 april 2012

De lucht in

Morgen gaat het gebeuren: dan gaat mijn moeder voor het eerst in haar 76-jarige bestaan vliegen. En ze gaat dat doen in bijzonder goed gezelschap, namelijk van mijn zus en mijzelf. Onze bestemming is Edinburgh. We vliegen vanuit Bremen. Het leek mijn moeder al langer leuk, maar het was er nog nooit van gekomen. Mijn vader ziet het niet zitten en in voorgaande jaren liep mijn moeder niet zo goed. Nu ze twee nieuwe heupen heeft, loopt ze beter dan de jaren daarvoor. Voor mijn zus en mij geldt dat onze kinderen nu groot zijn en dat we in de dagelijkse zorg best even gemist kunnen worden. Dus gaan we voor het eerst in hele lange tijd weer met elkaar op vakantie. Leuk!

Vanmiddag bel ik mijn moeder even hoe het ervoor staat. Ze heeft er zin in. De koffer is natuurlijk al gepakt en het is een komen en gaan van mensen die haar een goede vlucht toewensen, persoonlijk, of telefonisch. Ook als ik bel, heeft ze bezoek. Geen probleem, want mijn moeder betrekt het bezoek met het grootste gemak bij het telefoongesprek. We houden het toch maar kort. "Nou, dat is al lang geleden dat ik met jullie op vakantie ging hè?", zeg ik tegen mijn moeder. En de laatste keren dat ik meeging was ik niet te pruimen, volgens mijn zus. Ik wilde namelijk weer terug naar mijn vriend, toen ook al E.! "De laatste keer dat ik meeging was ik niet te genieten, omdat ik terug wilde naar E, maar ik beloof je dat ik dat nu niet zal doen", verzeker ik haar. Ik heb er zin in.