woensdag 19 maart 2014

Knap gedaan meisje!

Ruim een week geleden hadden we op het werk op vrijdag een grote internetstoring. Lastig, want dan ligt alles op zijn gat. Geen internetverbinding, geen toegang tot de systemen. Het blijkt achteraf te gaan om een grote landelijke KPN-storing. Gelukkig hebben we nog wel telefoon. Er wordt dan ook wat afgebeld om iedereen op de hoogte te stellen. Een bericht op intranet lukt ook niet.

Later op de morgen krijg ik een telefoontje dat het zich weer heeft opgelost. Of ik dat even op intranet wil plaatsen. En dat wil ik natuurlijk best doen. Ik plaats het zowel op het 'oude' intranet als op het nieuwe sociale intranet dat nog in ontwikkeling is. Het berichtje dat ik plaats noem ik  Landelijke storing KPN opgelost. Als ik maandagmorgen weer op het werk kom ben ik de grote KPN-storing natuurlijk allang vergeten.

Tot ik dit mailtje lees. In de onderwerpregel lees ik het volgende:

Betr: Landelijke storing KPN opgelost door Jannie Strijk. 

En het berichtje zegt: Staat op intranet. Knap gedaan, meisje! :-)

Het sociale intranet personaliseert alles zonder een duidelijk onderscheid te maken tussen de auteursnaam en de titel. En dan krijg je dit. Je weet altijd wie een bericht gepost heeft en soms lijkt het of er nog meer dan dat gebeurd is.

Ik stuur haar dan ook het volgende antwoord. Ik ben ook erg trots op mezelf. ;-)

zaterdag 15 maart 2014

Overleven

Bijna 20 jaar geleden werd onze zoon geboren. Dat leerde me het een en ander over mezelf. Hij werd namelijk direct na zijn geboorte erg ziek. Het is goed afgelopen, maar het was kantje boord. Hij belandde op de intensive care. Zelf wist ik dat eerst nog niet.

Hij werd om 1.00 uur 's nachts in het ziekenhuis geboren. Ik deed die nacht - strak van de adrenaline en dolblij met onze prachtige zoon- geen oog dicht. De baby's lagen niet op zaal bij de vier jonge moeders, maar in de naastgelegen babykamer. Wakker als ik was hoorde ik alles die nacht. Toen er rond 5.30 uur duidelijk commotie ontstond in de babykamer dacht ik nog: "Het zal je kind maar wezen". Ik stond er geen moment bij stil dat het mijn kind zou kunnen zijn. Hij was dan wel drie weken te vroeg geboren, maar met zijn bijna zeven pond was het toch een flinke baby. Dat het wel om mijn kind ging werd duidelijk toen de drie andere moeders op de zaal om 6.00 uur 's morgens hun kind kregen om te voeden en ik niet. Toen ik ernaar vroeg, gaven de verpleegkundigen aan dat ze hem zo zouden brengen. Op dat moment vochten ze in de intensive care om hem in leven te houden. Dat hoorde ik allemaal achteraf. Toen ik hem een half uur later weer zag, lag hij met heel veel toeters en bellen in een couveuse. Hij was een beer van een baby vergeleken bij de andere tere popjes daar.

Instincten die ik nog nooit had hoeven aanspreken namen het als vanzelf over: overlevingsdrang en moederinstinct hielden me op de been. Die andere baby's interesseerden me niet. Mijn baby moest het overleven. Aan hem moesten ze aandacht schenken. Later sprak ik er eens met een andere jonge moeder over. Ik vertelde haar dat die ervaring me veel over mezelf had geleerd. "Als de stroom in de IC was uitgevallen en er had nog maar een kindje in de couveuse kunnen blijven, dan had ik onmiddellijk eigenhandig de stekkers uit die andere couveuses getrokken en zijn couveuse ingeplugd.", zei ik tegen haar. "Ook al hadden die andere kleinere en duidelijk zwakkere kinderen het misschien meer nodig dan hij." Ze was geschokt en vond dat dat echt niet kon. Zij zou een eerlijke keuze maken. Ik denk dat je als het aankomt op het beschermen van je eigen nageslacht ver wilt gaan. Hoever? Dat weet je pas als het er op aankomt.

Vandaag las ik het boek De Vertrouwelinge van David R. Gilham over een getrouwde Berlijnse vrouw die verwikkeld raakt in het verzet, over haar verboden liefde voor een joodse man die later een 'jager' blijkt, een jood die joden aangaf bij de Gestapo. Alles om zijn eigen gezin te beschermen en ze uiteindelijk toch te verliezen. Het is niet fraai, maar in tijden van vrede en voorspoed is het gemakkelijk oordelen. 

donderdag 13 maart 2014

Drijfgenot


Het is heerlijk om in het water te zijn. Dat vind ik tenminste. Vanavond dobber ik met een bescheiden groepje dames in het zwembad hier ter plaatse voor onze wekelijkse aquajogsessie. Het is voor mij een raadsel waarom het steeds zo'n klein groepje blijft. De tijdelijke gewichtloosheid is namelijk verslavend. Zo moet het voelen als je op de maan wandelt, maar dan nat en zonder pak natuurlijk. Dus waarom zou je eigenlijk naar de maan willen als het dichtstbijgelegen zwembad hetzelfde effect kan sorteren?


Ultieme ontspanning

Maar goed, tot mijn stomme verbazing blijft het dus bij een klein clubje vrouwen. De reden? Het is te laat, hoor ik dan (21.00 uur!). Zelf vind ik het een prima tijd. In het begin van de les wordt er nog druk gepraat, maar aan het eind van de les is er geen ander geluid dan het kabbelende water. Er komt namelijk in iedere les een punt dat we onze adem nodig hebben om niet te zinken. De beloning is de cooling down. Dan mogen we langzame oefeningen doen en drijven in het water. Dat is de ultieme ontspanning.

Zenmeesteres

Ik kan goed drijven. Niet iedereen kan dat even goed. Maar ik kan het. Hoe zou het ook anders kunnen? Mijn moeder is namelijk een echte Zenmeesteres als het gaat om drijven. Zij kan rechtop stilstaan in diep water zonder te trappelen - enkel door haar ademhaling te controleren. En ik had het geluk dat ik uit datzelfde superieure genenpotje mocht putten. Ik ben nog niet zover dat ik helemaal kan stilstaan in het water, maar het zit eraan te komen.

Na zo'n drijfsessie voel ik me goed. Ik voel me super, al bij voorbaat zelfverzekerd genoeg om op pantoffels naar het zwembad te gaan. En op weg naar huis zet ik de auto dan op cruise control - zo kan ik nog even verder drijven.


De illustraties op mijn blog zijn afkomstig van Boomerang CardsHier vind je deze.

maandag 3 maart 2014

Economische tevredenheid

Vorige week werd hier een mooi gebouw in Amsterdamse stijl gesloopt. Dat kon zomaar omdat het bij toeval niet was meegenomen in een of ander gemeentelijk plan voor monumenten. Noem het slordigheid, noem het nalatigheid; in ieder geval betekent het het einde voor een markant gebouw. Het gebouw maakt plaats voor parkeerplaatsen. Dat moet namelijk om ruimte te geven aan de groei van de LIDL hier ter plaatse.

Wij mogen ons namelijk verheugen in het feit dat we hier de meest succesvolle LIDL in het Noorden hebben. Ik draag daar wekelijks hoogstpersoonlijk een steentje aan bij. En bij succes zeggen we niet: Mooi, houen zo. Succes betekent groei, meer vierkante meters, meer aanbod. En dat terwijl uit onderzoek is gebleken dat mensen eigenlijk niet kunnen kiezen uit meer dan vijf dingen. Zodra we meer keuzemogelijkheden hebben raken we het overzicht kwijt. Dan krijgen we last van keuzestress en daar worden we niet gelukkiger van.

"Dat is toch erg ...", zeg ik tegen E. terwijl we langs het op een haar na gesloopte gebouw rijden. "... en dat voor parkeerplaatsen." "Ja, het is nooit genoeg hè", zegt E. "Dat is nou eenmaal economische groei." "Misschien zouden we meer moeten koersen op economische tevredenheid.", zeg ik. Het is het principe van de welvaart. Maar zou welvaart eigenlijk niet gericht moeten zijn op het welzijn van mensen? Weegt dat niet zwaarder? En dient een nog grotere LIDL dat welzijn? Eigenlijk niet: we kunnen zoveel keuze immers helemaal niet aan. Toch lijkt alles daarop gericht. Jammer. En dat noemen we dan vooruitgang.

vrijdag 28 februari 2014

Een vegeterend bestaan

Deze week was ik vrij. "Ga je nog iets bijzonders doen?", zegt de baas. "Ik ga helemaal niets doen", zeg ik. "Ik ga de hele week vegeteren." "Op de een of andere manier kan ik me jou niet zo goed vegeterend voorstellen", zegt hij. "Toch gaat het deze week gebeuren", zeg ik. Het gaat niet vanzelf, het bereiken van een vegetatieve staat. Ik vul mijn dagen graag met activiteiten en ik kom toch wel moeilijk los van het vele werk. Begin van de week krijg ik een berichtje van de baas: "Jij zou de week toch in complete afzondering doorbrengen?" Tja dat mislukte dus een beetje en eerlijk is eerlijk: dat wordt ook steeds moeilijker met alle communicatiemogelijkheden binnen handbereik.

Maar dinsdag kwam daar verandering in. Ik reisde 's ochtends met de jongste met de trein af naar de stad. We hadden er een leuke dag, maar toen ik 's middags thuiskwam was ik kapot. En dat bleek de voorbode van een griepje die tot vandaag nog doorsukkelt. Woensdag was ik compleet van de wereld. De jongste bediende me van natte washandjes en paracetamol om mijn lichaamstemperatuur een beetje te reguleren. Gisteren knapte het alweer wat op. Vandaag had het dus eigenlijk over moeten zijn, maar na een broodnodige boodschappensessie vanmorgen vroeg kakte ik bij thuiskomst toch weer behoorlijk in. Na de middag hang ik wat op de bank: het vegeteren gaat me nu een stuk gemakkelijker af. Ik vraag me hardop af of ik al dan niet weer aan de paracetamol moet. "Wat denk jij?", zegt de jongste tegen de oudste. "Vind jij dat mama paracetamol moet nemen?" "Ja, dat weet ik toch niet", zegt die. "Maar jij studeert toch gezondheidswetenschappen?", kaatst de jongste de bal terug. "Zelfmanagement is de zorg van de toekomst", zegt de oudste. "En als er iemand is die dat zelf wel kan managen, dan is dat mama wel." Ze heeft gelijk. Ik voel mijn temperatuur in de loop van de middag weer oplopen. Dan toch die paracetamol maar.

zaterdag 22 februari 2014

Een goede smaak

In het echt is hij nog mooier...
Vlak nadat ons huis was afgebrand, stonden mijn ouders vanachter het hek te kijken naar de verkoolde resten van ons huis. Als ze er even staan, krijgen ze gezelschap van een man en -naar later blijkt- zijn moeder. "Hier woonde een man met een hele goede smaak", zegt de man tegen zijn moeder. "En ik kende hem." Mijn ouders horen dit natuurlijk glimmend van trots aan: die man met de goede smaak, dat is namelijk hun schoonzoon E.

Je zou verwachten dat een man met zo'n goede smaak een dito vrouw zou hebben gekozen. En dat zou natuurlijk ook gebeurd zijn als hij goed had nagedacht op het moment van partnerkeuze. Maar geloof mij: van denken was toen geen sprake. Toen speelden hele andere zaken. E. koos voor mij. En ik hou van junk en oude meuk in huis. Dus ben ik een vaste klant bij kringloopwinkels. Daar scoor ik dingen waar ik heel erg gelukkig van word.

Vandaag was ik niet van plan om langs de kringloop te gaan. Ik was vroeg wakker en toog al op tijd naar de Intratuin om me alvast te oriënteren op mijn nieuwe hobby tuinieren. Het was nog rustig in de Intratuin, dus ik kon op mijn gemak rondkijken. Echt grote aanschaffen deed ik niet. Het was echt een oriënterend bezoek.

Toen ik uitgekeken was bij de Intratuin was het nog steeds erg vroeg. Tijd zat dus om nog even bij de kringloop langs te gaan. En daar vond ik iets prachtigs: een houten Mexicaan die een kannetje leegdrinkt. Voor mensen met een goede smaak ongetwijfeld een dubieuze keuze, maar voor mij een supervondst. Ik weet direct waar ik het wil plaatsen en twijfel geen moment: dit is een echte must have.

Als ik thuiskom geef ik het Mexicaantje direct een prominente plek. Tevreden kijk ik onder het eten naar mijn nieuwe aanwinst. "Het is toch geweldig", zeg ik. "Net een vruchtbaarheidssymbool. Ik vind het echte kunst." E. kijkt bedenkelijk. Hij denkt daar duidelijk anders over; zijn goede smaak zit hem natuurlijk in de weg. "Het is eerder kitsch", zegt hij. Ook goed, mij maakt het niet uit. "Ik word er heel blij van", zeg ik. "Dan is het natuurlijk goed", zegt E. En zo leg ik er dag in dag uit eer in om enig tegenwicht te bieden aan de goede smaak van mijn man.


donderdag 20 februari 2014

Liever thuis

Een van mijn favoriete programma's is Floortje naar het einde van de wereld van BNN. Floortje Dessing reist naar de verste uithoeken op aarde. Elke aflevering trekt ze naar een andere afgelegen en geïsoleerde bestemming waar ze mensen bezoekt die een bijzonder bestaan leiden. Vanavond is het weer zover. Ik ga er even lekker voor zitten.

Onze zoon zit met de ipad op de bank. "Die heeft toch ook geen leven", zegt hij. Wij kijken allemaal verbaasd op. Wij denken namelijk dat Floortje een heel leuk leven heeft. Ze ziet alle uithoeken van de wereld en verdient daar haar geld mee. Hoe leuk wil je het hebben? "Juist een heel leuk leven toch?", zeg ik. "Moet je zien waar ze allemaal heenreist." "Ja, ze is overal behalve thuis", zegt onze zoon. "En dat is nou net waar je moet wezen."

Hij kan er ook niets aan doen. Het is aangeboren. Al toen hij heel klein was kwam dat honkvaste naar boven. We gingen toen de kinderen klein waren een aantal jaren achter elkaar naar Lauwersoog. Onze dochters hadden last van wagenziekte en Lauwersoog was nog net te doen. Toen hij zeven jaar werd stopten we daar mee. Het leek ons tijd om weer eens verder te kijken. Denemarken zou het worden. Dat stuitte toen al op heftig verzet. Hij wilde eigenlijk weer naar Lauwersoog. Zo ging het niet: hij ging met ons mee naar Denemarken, Zweden, Frankrijk, Engeland, Italië, Tsjechië, Duitsland en Polen. Maar in wezen is er niets veranderd: het liefst is hij thuis.