zondag 9 september 2012

Twee eksters brengen geluk

Eksters vormen een paar voor het leven
Dit huis staat misschien een kilometer van ons oude huis. Toch is alles hier anders: zelfs de fauna. Zo zag ik hier in de afgelopen dagen al een aantal malen een ekster hippen in onze pas uitgerolde grasmat. Bij ons oude huis nestelde een scholekster, er zaten kraaien, houtduiven en verschillende kleine zangvogeltjes. Die zie ik hier dan weer niet.

Vanmiddag zat ik in de tuin achter het huis te lezen. Op een gegeven moment word ik afgeleid door het gekras van een ekster. En dan wordt het krassen beantwoord. Het is een eksterpaar. Ze zitten in de boom naast me te kletsen. Ik kan het niet anders omschrijven: ze zijn met elkaar in gesprek. Het klinkt als het gesprek van een stel dat al heel lang bij elkaar is en zich gemakkelijk bij elkaar voelt. Op de een of andere manier wekt het mijn sympathie. En dat is nog nooit eerder voorgekomen met eksters.

Zou het inderdaad een stel zijn? Ik zoek even op internet of eksters paren vormen voor het leven. En dat blijkt inderdaad zo te zijn. "Eksters vormen levenslange broedparen, net als de kauw, en ze vormen met de uitgevlogen jongen nog een tijd een gezin, maar ze leven 's zomers niet in groepen zoals de kauw vaak doet. Eksters worden van oudsher al beschouwd als ongeluksvogels, verkondigers van dood en rampzaligheid." Nou, dat is lekker. Gelukkig ben ik niet bijgelovig. "Volgens het volksgeloof kunnen eksters het lot voorspellen. Zo zouden ze een naderende oorlog voorspellen wanneer ze zich in grote aantallen verzamelen en luidruchtiger dan gewoonlijk zijn. Ook het weer zou slechter worden wanneer een ekster luidruchtiger is dan anders." Gelukkig, luidruchtig waren ze niet, ook al ben ik niet bijgelovig. En dan tot slot nog: "Eén ekster brengt onheil, twee daarentegen geluk." Nou dat zal dan zeker gelden voor zo'n gelukkig stelletje. Ook al ben ik niet bijgelovig: hier ga ik dan toch maar vanuit.

vrijdag 7 september 2012

Van olympische klasse

"Als telefoneren een olympische sport was, dan zou niemand een schijn van kans op goud hebben", aldus mijn vader. "Dan zou jullie moeder keer op keer in de prijzen vallen." Nou is telefoneren een duosport; je hebt er namelijk altijd twee personen voor nodig. En ik ben zonder enige twijfel de andere helft van het olympische duo. Deze week hadden we onze sport nog niet beoefend, maar vanavond leek me een uitermate geschikte avond: het Nederlands elftal speelde. En omdat ik vrouw ben, kan ik voetballen kijken prima combineren met telefoneren. Mijn moeder is ook vrouw en voor haar geldt hetzelfde: we zijn niet voor niets van olympische klasse. Af en toe vallen we even stil als het spannend wordt, maar we pakken zonder haperen de draad zo weer op.

In de 67e minuut van de wedstrijd zegt E. als het iets langer stilvalt: "Je gaat nu toch zeker niet inzakken. Jullie hebben de hele wedstrijd nu zitten te telefoneren, ik ga ervan uit dat je 'm volmaakt." Helemaal is dat niet gelukt: na 87 minuten hebben we het gesprek afgebroken. Maar wij hebben dan ook na 45 minuten geen rust gehad; we zijn gewoon doorgegaan. Dus per saldo hebben we zeker twee helften volgemaakt. Na 87 speelminuten zijn we gestopt. Niet omdat we uitgepraat waren, maar omdat we weten wanneer het genoeg is geweest.

donderdag 6 september 2012

En delen maar!

De jongste zit dijenkletsend achter haar laptop. Ze surft op het internet en vindt daar altijd van alles waar ze dikke pret om heeft. "Ha, ha, ha, ha, ha, wat een ontzettend goeie", lacht ze. Direct gevolgd door "En delen maar!" Met een vloeiende beweging wordt de dijenklets een klikbeweging. Ze plaatst het op facebook, waar anderen kunnen meegenieten van deze enorme leuke grap.

Zo gaat dat dus. Een van mijn favoriete bezigheden is dikke pret hebben met mezelf. Maar dat komt in haar niet op. Alles wordt gedeeld in de cyberspace. Ik verwonder me daarover, maar zij vindt het heel gewoon. Dat doet zij niet alleen, legt ze me geduldig uit: "Anderen vinden het ook leuk hoor en daarom delen zij het ook. Dat is de bedoeling van facebook mam." Gauw dit stukje dan maar even delen op facebook.

woensdag 5 september 2012

Op keukenjacht

We waren niet van plan om ooit weer op keukenjacht te gaan. De keuken die we hadden beviel ons uitstekend. Hij was van een goede kwaliteit en neutraal genoeg om er nooit weer flauw van te worden. Natuurlijk had het wel enigszins te lijden gehad van mijn robuuste hantering van dagelijkse dingen. Zo was het draaiplateau voor de pannen enigszins verzakt. Die bleek toch niet bestand te zijn tegen de hoeveelheid pannen die ik er op kwijt wou. Maar goed: een nieuw draaiplateau en klaar ben je weer!

Nu ligt alles even anders. Hetzelfde hoef je niet weer te kiezen: het huis is niet gelijk. Het heeft dus ook geen zin om net te doen alsof dat wel zo is. Toch hou je natuurlijk vast aan de dingen die je goed zijn bevallen. Dat weten we nu in ieder geval. Maar hoe plaatsen we in de nieuwe -toch wel royale- ruimte een keuken? Ik wil vanuit de kamer niet tegen de keuken aankijken, vanuit de hal niet tegen een afzuigkap, ik wil alles het liefst op ooghoogte en zo heb ik nog wel een aantal wensen en eisen. En daardoor ben je dan toch wel beperkt. E. denkt over sommige dingen geheel anders: hij vindt het helemaal geen probleem om vanuit de hal tegen een afzuigkap aan te kijken. En vanmorgen kreeg hij bijval voor dit standpunt van de keukenspecialist.

Na twee weken zelfstudie kwam het er vanmorgen namelijk van: op jacht naar echte keukens. Gisteravond werd ik al gebeld door de eerste keukenspecialist die eens wilde vragen of ze een afspraak voor ons konden boeken in het dichtstbijzijnde filiaal. "Nee, zover hebben we het nog niet", zeg ik. En zover krijgen we het ook niet, want ik wil de regie 100% in eigen handen houden. "Kan ik u dan over twee weken terugbellen?", vraagt ze. "Dat mag u gerust doen, maar daar wordt het helemaal niet anders van", zeg ik. Ze drong niet aan en dat pleitte voor haar. Dus vraag ik: "Waar zit het dichtstbijzijnde filiaal, dan kijken we zelf wel even wanneer we het zover hebben." En zo heeft ze toch nog niet voor niets gebeld, want vanmorgen keken we ook daar even naar een keuken. Een keuken hebben we nog niet, maar wel een richting. Toen we thuiskwamen heb ik eerst gekeken naar de tekening van ons huis: volgens mij moeten we met de muren schuiven.

maandag 3 september 2012

Touchskype

Sinds onze oudste vorig jaar op kamers ging, skype ik. En dat is ideaal. Je kunt niet alleen met elkaar praten, maar je kunt elkaar nog eens zien ook. Zo kunnen we elkaar direct onze nieuwe aanwinsten laten zien. Vorige week liet ik de oudste ons nieuwe kastje via skype zien.

Meestal skypen we laat op de avond. Geïnspireerd door de ipad ontdekte ik vorige week nog een nieuwe toepassing toen de oudste en ik in gesprek waren. Want wat is er natuurlijker dan te 'touchen' op een 'touchscreen'? Dus ik voeg de daad bij het woord. "Ik aai je nu over je wang", zeg ik tegen de oudste. "Ik kietel onder je kin", zeg ik. "en nu peuter ik in je oor." "Mam, wat ranzig. Hou daarmee op.", zegt ze. Niet dat ze er iets van merkt, maar ik stop toch maar. Wel jammer.

zondag 2 september 2012

Vierkant achter jou

Ik sta altijd achter mijn zus, wat er ook gebeurt. Dat ventileer ik ruimhartig, zodat daar geen misverstand over bestaat. Als er maar de geringste aanleiding voor is, dan zeg ik: "Ïk sta achter D." Dat is altijd al zo geweest, dus hier in huis is dat helemaal niet raar. Sterker nog, het wordt op grote schaal overgenomen. Ook onze kinderen hebben zo hun loyaliteit. Zo staat onze zoon altijd vierkant achter zijn neef- en achter zijn nicht. Het wordt alleen lastig als er iets is waarbij gekozen moet worden tussen neef en nicht. Maar vooralsnog lijkt het niet veel problemen op te leveren.

Vanavond gaat onze zoon snel languit op de bank liggen als zijn vader de kamer even verlaat. Als hij terugkomt spreekt E. hem aan. En dan ziet de jongste haar kans schoon om haar loyaliteit te ventileren: "Zet hem op pap, ik sta vierkant, rond, ovaal en in iedere denkbare vorm achter jou."

zaterdag 1 september 2012

Tomtom is ook wel eens de weg kwijt

Gisteren trouwde collega. Ze deed dat in Friesland, waar ze woont. Met een aantal andere collega's was ik ook van de partij. Boezemvriendin en ik gingen voordat we afreisden eerst samen met andere collega's eten. Boezemvriendin zat achter het stuur. De heenreis bleef de tomtom in de tas, omdat collega haar tomtom had ingesteld. Het was immers nog licht en wij konden zo in de achtervolging. Dat ging prima, een onverwachte afslag buiten beschouwing gelaten.

De locatie van het trouwfeest is behoorlijk afgelegen. Dat heeft natuurlijk voordelen: geluidsoverlast zul je dan niet snel hebben. Maar als je er niet bekend bent, dan is het toch wel even zoeken. Eerst naar de locatie en toen naar de ingang (we hadden de verkeerde). Maar goed: eenmaal binnen kon het niet meer stuk. Voor de gelegenheid hadden we een lied ingestudeerd en dat ging zeer goed. Als een volleerd shantykoor zongen we onze tekst met een geraffineerde melodiecombinatie van "Toen wij uit Rotterdam vertrokken" en 'Lili Marleen'. Daarna gingen de voetjes nog even flink van de vloer.

Aan het eind van de avond stappen boezemvriendin en ik door en door gemarineerd weer in de auto. Boezemvriendin stelt de Tomtom in en dan zijn we klaar voor de reis van ongeveer een uur. Boezemvriendin volgt de aanwijzingen van de vriendelijke meneer van de Tomtom. "Zijn we hier vanavond ook langs gekomen?", vraag ik op een gegeven moment. "Dit lijkt me toch niet goed". De weg gaat over in een pad.Ik krijg een flashback van die keer dat mijn zusjes en ik met mijn moeder naar Spijk zouden gaan om daar in de zee te zwemmen. We eindigden midden in een weiland. Maar goed, dat was natuurlijk ver voor Tomtom. "Hij zegt het", zegt boezemvriendin. Zij twijfelt niet. "we zullen straks wel rechtsaf moeten." Het pad zit vol met kuilen, nu gevuld met grote plassen water; misschien een Romeinse ventweg? Boezemvriendin rijdt vol zelfvertrouwen door. "Volgens mij snijden we een flink stuk af", zegt ze. Dat denk ik ook wel. En inderdaad: even later komen we weer op een verharde weg. En daar zien we twee auto's met collega's voorbij rijden voor we de weg opdraaien. En ja, dan zitten we op de goede weg. Voor de rest van de rit had Tomtom geen Romeinse ventwegen meer op het programma: asfalt met vier banen. Wel zo lekker.